Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:5801

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
07-10-2015
Datum publicatie
09-10-2015
Zaaknummer
291560 Ha ZA 15-233
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Geschil over erfenis tussen familie en pastoor. Spreekverbod voor pastoor afgewezen, omdat niet is gebleken dat deze zich onrechtmatig heeft uitgelaten of wil gaan uitlaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2015-0333
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/291560 / HA ZA 15-233

Vonnis in incident van 7 oktober 2015

in de zaak van

1 [eiseres sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [eiseres sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [eiseres sub 4]

voor zichzelf en in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen, te weten

  1. [kind ] ,

  2. [kind ] ,

  3. [kind ] ,

allen wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

eiseressen in de hoofdzaak en in het incident,

advocaat mr. drs. T. van Kooten te Utrecht,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in de hoofdzaak tevens verweerder in het incident,

advocaat mr. N.M. Lindhout-Schot te ‘s-Hertogenbosch,

2. rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap

ROOMS-KATHOLIEKE ANGELUSPAROCHIE ASTEN,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. M.A.W. Ketelaars LLM. te Helmond,

3. rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap

BISDOM VAN 'S-HERTOGENBOSCH,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. M.A.W. Ketelaars LLM. te Helmond,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te 's-Hertogenbosch,

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. M.A.W. Ketelaars LLM. te Helmond,

5. de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK PEELLAND ZUID U.A.,

gevestigd te Deurne,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna [eiseressen] en voor wat betreft gedaagde sub 1 [gedaagde sub 1] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure betreffende onderhavig incident blijkt uit:

  • -

    de conclusie van 4 maart 2015 van [eiseressen] onder meer houdende de onderhavige incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening (aangeduid met hoofdletter C en hieronder inhoudelijk weergegeven onder nummer 2.1.)

  • -

    de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1] onder meer houdende verweer tegen de onderhavige incidentele vordering

  • -

    het proces-verbaal van de zitting van 15 september 2015 waar onder meer de onderhavige incidentele vordering is besproken (naast een tweede incidentele vordering alsmede de hoofdzaak, waaromtrent op een later tijdstip vonnis gewezen zal worden).

1.2.

Ter comparitie is vonnis bepaald in dit incident.

2 De vordering in het incident

2.1.

[eiseressen] vordert dat de rechtbank een voorlopige voorziening zal treffen inhoudende dat de rechtbank, voor de duur van dit geding, [gedaagde sub 1] zal verbieden mededelingen, toespelingen of uitlatingen anderszins te doen in woord of geschrift over de nalatenschap van mevrouw [naam] en de afwikkeling daarvan alsmede [gedaagde sub 1] te verbieden commentaar te geven op en/of kwalificaties van [eiseressen] , althans [gedaagde sub 1] te verbieden om in publicaties en preken of toespraken in het openbaar en steeds wanneer hij in zijn hoedanigheid van pastoor contacten onderhoudt met derden - waaronder parochianen - mededelingen, toespelingen of uitlatingen anderszins te doen over de nalatenschap van mevrouw [naam] en de afwikkeling daarvan alsmede [gedaagde sub 1] te verbieden commentaar te geven op en/of kwalificaties te geven aan [eiseressen] , een en ander op straffe van een dwangsom althans een verbod op te leggen van soortgelijke strekking.

2.2.

[gedaagde sub 1] voert verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

[eiseressen] heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet inhoudelijk worden beoordeeld of de gevorderde ordemaatregel is gerechtvaardigd.

3.2.

De gevorderde voorlopige voorziening komt neer op een verbod - voor de duur van het geding - voor [gedaagde sub 1] om uitlatingen te doen over de in de hoofdzaak spelende kwestie dan wel over de eisende partijen zelf. [eiseressen] heeft daartoe aangevoerd dat [gedaagde sub 1] [eiseressen] blijkt zwart te maken, zoals in zijn bijdrage in het parochieblad waarin hij [eiseressen] op één lijn heeft gesteld met het kwaad. Naar de rechtbank begrijpt doelt [eiseressen] hier met name op de passage in het parochieblad (overgelegd door [eiseressen] als productie 17) luidende: “Nog steeds zijn dezelfde duistere krachten, die ten tijde van Jezus werkzaam waren, bezig. Ik zelf ervaar deze krachten ook in de laatste maanden, laster en smaad, valse getuigenverklaringen, het kwaad waar Jezus mee te maken had.” [gedaagde sub 1] heeft in algemene zin betwist dat hij onrechtmatige uitlatingen over de kwestie in geschil of over [eiseressen] heeft gedaan. [gedaagde sub 1] heeft verder aangevoerd dat de gewraakte passage uit het parochieblad in algemene bewoordingen aandacht besteedt aan een geloofsmysterie en heeft er daarbij op gewezen dat hij de namen van [eiseressen] daar niet heeft genoemd.

3.3.

De rechtbank is van oordeel dat er geen plaats is voor een voorlopige voorziening als gevorderd omdat daarvoor een toereikende feitelijke grondslag ontbreekt. Of de aangehaalde passage in het parochieblad betrekking heeft of zou kunnen hebben op [eiseressen] is een kwestie van interpretatie. De door [eiseressen] gestelde uitleg is in ieder geval niet evident de meest voor de hand liggende. Vaststaat in ieder geval dat de namen van [eiseressen] niet worden genoemd. Naar het oordeel van de rechtbank kan derhalve op basis van de aangehaalde passage in ieder geval niet worden geconcludeerd dat [gedaagde sub 1] zich reeds onrechtmatig jegens [eiseressen] heeft uitgelaten. Andere concrete voorbeelden van (beweerdelijk) onrechtmatige uitlatingen van [gedaagde sub 1] zijn gesteld noch gebleken. Dat geldt ook voor feiten of omstandigheden, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat [gedaagde sub 1] zich in de toekomst - dat wil zeggen: gedurende het verdere verloop van het geding - op onrechtmatige wijze zou willen gaan uitlaten over de inhoud van dat geding dan wel over [eiseressen] . Reeds vanwege het aldus ontbreken van een toereikende feitelijke grondslag dient de gevorderde voorziening te worden afgewezen. Aan een afweging van de betrokken belangen in het licht van de botsing van de betrokken grondrechten - kort samengevat: de vrijheid van meningsuiting enerzijds en het recht op eerbiediging en bescherming van de persoonlijke levenssfeer anderzijds - komt de rechtbank derhalve niet toe.

3.4.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

wijst het (in de conclusie van 4 maart 2015 sub C) gevorderde af,

4.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

4.3.

verstaat dat ter comparitie reeds is beslist over de voortgang van de procedure, welke beslissing is opgenomen in het desbetreffende proces-verbaal van 15 september 2015

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2015.