Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:5647

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-10-2015
Datum publicatie
02-10-2015
Zaaknummer
01/865144-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor de invoer van 35 machinepistolen uit Slowakije en het voorhanden hebben daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01/865144-14

Datum uitspraak: 02 oktober 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1966] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 maart 2015 en 18 september 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 februari 2015.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij in of omstreeks de periode van 01 december 2014 tot en met 2 december 2014 te Eindhoven, althans te Berghem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zonder consent onderdelen voor 35, in elk geval een aantal, machinepistiolen (merk Cz Skorpion), zijnde wapens van categorie II, heeft doen binnenkomen uit Slowakije, in elk geval uit het buitenland;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2. hij op of omstreeks 02 december 2014 te Oss tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie II, te weten onderdelen voor 35, in elk geval een aantal, machinepistolen (merk Cz Skorpion ), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank kan uit de voorhanden bewijsmiddelen, noch uit het onderzoek ter terechtzitting afleiden dat verdachte op enigerlei wijze verwijtbaar betrokken is geweest bij de invoer van wapens. Evenmin komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich in meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van de wapens in de auto waarin hij zich met zijn medeverdachten, voorafgaande aan de aanhouding, bevond.

De rechtbank acht derhalve, in navolging van de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 en feit 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Beslag.De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp aan het verkeer onttrokken dient te worden verklaard, omdat dit voorwerp is aangetroffen bij het onderzoek tegen verdachte ten aanzien van het feit waarvan hij werd verdacht en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op artikelen:

36b en 36d van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Ten aanzien van feit 1, feit 2:

Vrijspraak.

Legt op de volgende maatregel:

Onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen alarmpistool, als vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen van 17 september 2015.

Voornoemde beslaglijst, met doorhaling van de voorwerpen die niet onder verdachte in beslag zijn genomen, is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en dient als hier ingevoegd en herhaald te worden beschouwd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. S. Kriekaard, griffier,

en is uitgesproken op 2 oktober 2015.

Mr. Verheggen is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.