Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:5626

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-09-2015
Datum publicatie
02-10-2015
Zaaknummer
C/01/270095 / HA ZA 13-782
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Contradictoir.geen auteursrechtinbreuk, geen onrechtmatige concurrentie, geen profiteren wanprestatie derden. n.a.v. veroordeling in KG betaalde proceskosten niet onverschuldigd betaald. conventie afgewezen. reconventie deels toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Computerrecht 2016/7 met annotatie van Mr. A.P. Meijboom
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/270095 / HA ZA 13-782

Vonnis van 30 september 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PREMIER TECH CHRONOS B.V., voorheen genaamd CHRONOS BTH B.V.,

gevestigd te Eersel,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. B.M.W. Hunnekens te Eindhoven,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOTECH B.V.,

gevestigd te Lage-Mierde, gemeente Reusel-De Mierden,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. J.O. de Wilde te ’s-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna Chronos en Votech c.s. genoemd worden. Afzonderlijk zullen gedaagden respectievelijk Votech, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 19 maart 2014

  • -

    de akte aanvulling eis in reconventie van Votech c.s.

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie van Chronos

  • -

    de akte in het geding brengen productie van Votech c.s.

  • -

    de akte wijziging van eis van Chronos

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 6 november 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In het najaar van 2009 heeft het Canadese moederbedrijf van Chronos, Premier Tech, het Nederlandse bedrijf Bag Treatment Holland B.V. (hierna: BTH) overgenomen.

2.2.

BTH is samengevoegd met Chronos [xx] , een in 2002 door Premier Tech overgenomen onderneming. Door deze samenvoeging ontstond Chronos BTH B.V., thans geheten Premier Tech Chronos B.V.

2.3.

Chronos maakt onderdeel uit van de Chronos BTH groep. Deze groep houdt zich wereldwijd bezig met de ontwikkeling en productie van (onder meer) industriële verpakkings-, palletiseer- en palletverpakkingssystemen. Daarnaast biedt de Chronos BTH groep een servicepakket aan, bestaande uit servicebeurten, preventief onderhoud en upgrading van systeemsoftware van dergelijke systemen.

2.4.

[gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] waren op het moment van overname van BTH door Premier Tech in dienst van BTH, [gedaagde sub 2] als (leerling) verkoper, [gedaagde sub 3] als technisch adviseur en [gedaagde sub 4] als operationeel manager. Tot kort voor de overname had [gedaagde sub 2] bij BTH de functie van service coördinator. Na de overname kreeg [gedaagde sub 2] de functie Field Sales Manager, [gedaagde sub 3] de functie Technical Advisor en [gedaagde sub 4] de functie Operations Manager.

2.5.

[gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zijn tot 1 april 2011 in dienst gebleven bij Chronos. Eind februari 2011 hebben zij hun dienstverband met Chronos opgezegd en aan Chronos meegedeeld dat zij een eigen, concurrerende onderneming zouden gaan starten. Na de opzegging van hun dienstverband zijn [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] terstond ontslagen van hun werkverplichtingen. [gedaagde sub 3] diende nog circa 2 weken uit te werken en is daarna eveneens ontslagen van verdere werkverplichtingen.

2.6.

De arbeidsovereenkomsten van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met Chronos bevatten noch een concurrentie- noch een relatie- noch een geheimhoudingsbeding.

2.7.

Eind april 2011 hebben [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] Votech opgericht. Votech houdt zich bezig met de ontwikkeling en productie van industriële verpakkings- en palletiseermachines en biedt dienstverlening (onderhoud, modificatie, optimalisatie en servicebeurten) aan voor dergelijke machines.

2.8.

Inmiddels zijn vijf oud-werknemers van Chronos, te weten de heren [werknemer 1] , [werknemer 2] , [werknemer 3] , [werknemer 4] en [werknemer 5] (hierna afzonderlijk respectievelijk [werknemer 1] , [werknemer 2] , [werknemer 3] , [werknemer 4] en [werknemer 5] genoemd) in dienst getreden bij Votech; [werknemer 1] per 1 juni 2011, [werknemer 2] per 1 juli 2011, [werknemer 3] per 1 november 2011 en [werknemer 5] en [werknemer 4] in 2012; [werknemer 4] nadat hij per 1 april 2012 was ontslagen door Chronos.

2.9.

Op 26 juli 2011 heeft Chronos aan onderzoeksbureau Evidentium de opdracht gegeven onderzoek te doen aan de hard disks van de (voormalige) computers van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] . Op 8 oktober 2011 heeft Evidentium haar rapportage aan Chronos verstrekt.

2.10.

Op 13 december 2011 heeft Chronos, na daartoe verkregen verlof, bewijsbeslag doen leggen onder Votech c.s.

2.11.

Bij vonnis in kort geding van 12 maart 2012 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank inzage toegestaan in een deel van de in bewijsbeslag genomen bescheiden (hierna: de bescheiden). Votech c.s. zijn bij dat vonnis veroordeeld in de proceskosten ad € 15.651,17.

2.12.

Chronos heeft [naam 1] in de persoon van [naam 1] (hierna: [naam 1] ) onderzoek laten doen in de bescheiden die Chronos ingevolge het vonnis mocht inzien. Hiervan heeft [naam 1] verslag gedaan in een rapport van 4 april 2012. Op 4 mei 2012 heeft [naam 1] een aanvullend rapport opgesteld.

2.13.

Votech c.s. hebben op hun beurt de kopie van de harde schijf met de bescheiden die zij van de deurwaarder hadden ontvangen, laten onderzoeken door Limits Consulting B.V. (hierna: Limits). Limits heeft van dit onderzoek verslag gedaan in een rapport van 3 juli 2012.

2.14.

Chronos heeft een nieuw kort geding aangespannen tegen Votech c.s. om verdere inzage te verkrijgen in de bescheiden. In reconventie vorderden Votech c.s. opheffing van het bewijsbeslag.

2.15.

Ter zitting van 9 juli 2012 voor de voorzieningenrechter zijn partijen overeengekomen gezamenlijk een verzoekschrift tot een voorlopig deskundigenbericht in te dienen, hetgeen zij vervolgens ook hebben gedaan.

2.16.

Bij beschikking van deze rechtbank van 6 november 2012 is een voorlopig deskundigenbericht gelast en is de heer [deskundige] (hierna: [deskundige] ) van onderzoeksbureau Intrakt benoemd tot deskundige om onderzoek te doen in de bescheiden. Aan [deskundige] is een achttal vragen gesteld.

2.17.

Op 27 september 2013 heeft [deskundige] zijn voorlopig deskundigenbericht uitgebracht. De 8 vragen en de antwoorden van [deskundige] daarop luiden als volgt:

“Vraag 1: Is uit de bescheiden op te maken hoe de heren [werknemer 1] en/of [werknemer 2] en/of [werknemer 3] en/of [werknemer 4] en/of [werknemer 5] zijn overgestapt van Chronos naar Votech c.s.? Zo ja, zijn deze uit eigen beweging overgestapt of zijn zij benaderd door (personeel van) Votech c.s.?”

“Antwoord: In de bescheiden zijn geen stukken te vinden die aanwijzingen bevatten over de wijze van overstappen van de in deze vraag genoemde personen.”

“Vraag 2: Voor welke van de hieronder genoemde (27, rb.) klanten verricht Votech c.s. (onderhouds)diensten waaronder ook begrepen het verkopen en leveren van machines?”

“Antwoord: Voor de volgende klanten verricht(te) Votech c.s. diensten: [Klant 1] , [klant 2] , [klant 3] , [klant 4] , [klant 4] , [klant 6] , [klant 7] .”

“Vraag 3: Is uit de bescheiden op te maken of Votech c.s. uit eigen beweging één of meer van de klanten van Chronos zoals hierboven opgenomen heeft benaderd? Zo ja, op welke wijze?”

“Antwoord: In de periode voor 1 april 2011 zijn er (voorgenomen) afspraken geweest met: [Klant 1] , [klant 2] , [klant 3] , [klant 4] , [klant 5] , [klant 8] , [klant 6] , [klant 9] . Er zijn geen aanwijzingen die duiden op eigen initiatief van klanten. Dit, in combinatie met het aantal (voorgenomen) contacten leidt tot de conclusie dat Votech c.s. uit eigen beweging één of meer van de klanten van Chronos heeft benaderd. De wijze waarop valt niet eenduidig uit de bescheiden op te maken.”

“Vraag 4: Zijn er in de bescheiden voorts nog aanwijzingen te vinden waaruit blijkt dat Votech c.s. voordat zij bij Chronos uit dienst traden (1 april 2011) reeds bezig waren met (het voorbereiden van) werkzaamheden vanuit Votech c.s.? Daarbij valt te denken aan het benaderen van klanten van Chronos met de boodschap dat zij een eigen bedrijf beginnen (eventueel met het noemen van de naam), het maken van (technische) tekeningen voor de uitvoering van de diensten vanuit Votech c.s. of het benaderen en informeren van andere personeelsleden van Chronos over het voornemen een eigen bedrijf te beginnen. Zo ja, welke concrete aanwijzingen zijn daarvoor te vinden?”

“Antwoord: Uit de bescheiden zijn aanwijzingen te vinden waaruit blijkt dat Votech c.s. voordat zij bij Chronos uit dienst traden (1 april 2011) reeds bezig waren met (het voorbereiden van) werkzaamheden vanuit Votech c.s. Deze hebben betrekking op de volgende klanten: DCM ( [Klant 1] , rb.), [klant 4] , [klant 7] , [klant 4] , [klant 2] , [klant 3] , [klant 6] , [klant 9] .”

“Vraag 5: Is uit de bescheiden af te leiden of het Packagae.rar programma door Votech c.s. is gebruikt om PLC-software van Chronos te kopiëren? Zo ja, welke PLC-software van Chronos is dan gekopieerd?”

“Antwoord: Het valt uit de bescheiden niet af te leiden dat het Packagae.rar programma door Votech c.s. is gebruikt om PLC-software van Chronos te kopiëren.”

“Vraag 6: Door Votech c.s. is gesteld dat sommige PLC-software van Chronos is verkregen doordat de (ex)klanten van Chronos deze zouden hebben toegestuurd. Is uit de bescheiden af te leiden of Votech c.s. de (ex-)klanten van Chronos hiertoe heeft aangespoord c.q. verzocht ten behoeve van de door Votech c.s. verleende diensten?”

“Antwoord: Het is niet met zekerheid uit de bescheiden af te leiden dat Votech c.s. de (ex-)klanten van Chronos hiertoe heeft aangespoord c.q. verzocht ten behoeve van de door Votech c.s. verleende diensten.”

“Vraag 7: Bevat de broncode van de software van Votech c.s. overeenkomsten met de broncode van de PLC-software van Chronos ten aanzien van de software zoals door beide partijen gebruikt ten aanzien van [klant 3] en [klant 7] ? Zo ja, welke overeenkomsten?”

“Antwoord: De broncode van Votech c.s. bevat geen overeenkomsten met de broncode van Chronos.”

“Vraag 8: Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?”

“Antwoord: Bij het beantwoorden van vragen, met name de vragen 3, 5 en 6, is een bepaalde interpretatie van het onderliggende materiaal noodzakelijk. (…)”

2.18.

Als bijlage 7a,0-1 bij het rapport van [deskundige] is een e-mailbericht gevoegd van [gedaagde sub 2] (kennelijk [gedaagde sub 2] ) aan [gedaagde sub 4] (kennelijk [gedaagde sub 4] ) d.d. 14 december 2010. Hierin schrijft [gedaagde sub 2] aan [gedaagde sub 4] onder meer:

“Projecten die bijv nu aktueel zijn:

  • -

    [A] , wil wikkelaar van Eurocompost kopen

  • -

    [B] , eenvoudige vulmachine voor zout

  • -

    [C] , project in de loop van volgend jaar in Andel

  • -

    [D] complete lijn volgend jaar en stretchoods 2 x

  • -

    [F] gaat bouwen

  • -

    [E] vul en pal en symach stapelaar

  • -

    DCM vul en pal

  • -

    [G] wil huidige machine herzien en een kleinverpakking. Heb ik in januari een afspraak

  • -

    mix international zoekt eenvoudige lijn, die van Vonk zou ideaal zijn

  • -

    [H] begassen

  • -

    [I] gaat bouwen

  • -

    Gardenlux afvullen emmers

  • -

    [klant 4] tunen doseerbanden carroussel reeds aangeboden voor 6000 euro per stuk

  • -

    [klant 7] big bag vuller

  • -

    [klant 4] traversesysteem

  • -

    [J] omvouwer

  • -

    [J] vulmachine en pgr.

Belangrijke punt is hoe we het in gaan delen en wat is ons doel voor het eerste jaar.

  • -

    welke omzet hebben we nodig het eerste jaar met 2 man?

  • -

    service, zal in het begin rustig zijn.

  • -

    inbedrijfname zelf of door derden.

  • -

    dealerschap, gaan we deze op voorhand benaderen? (…)”

2.19.

Op 28 januari 2014 heeft Chronos beslag doen leggen op het woonhuis van [gedaagde sub 4] en het woonhuis van [gedaagde sub 3] en op 17 februari 2014 is beslag gelegd op een tweetal onroerende zaken van [gedaagde sub 3] .

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Chronos vordert, na wijziging van eis samengevat –

  1. verklaring voor recht dat Votech c.s. gezamenlijk en/of ieder afzonderlijk onrechtmatig hebben gehandeld jegens Chronos, doordat zij zich Knowhow hebben toegeëigend, hebben gekopieerd en/of hebben prijsgegeven aan (een) derden,

  2. verklaring voor recht dat Votech c.s. gezamenlijk en/of ieder afzonderlijk Chronos onrechtmatige concurrentie hebben aangedaan,

  3. verklaring voor recht dat Votech c.s. gezamenlijk en/of ieder afzonderlijk onrechtmatig hebben gehandeld jegens Chronos door te profiteren van de wanprestatie van relaties en klanten van Chronos,

  4. verklaring voor recht dat Votech c.s. gezamenlijk en/of ieder afzonderlijk inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van Chronos door het verveelvoudigen, openbaar maken dan wel bewerken van (delen van) de Knowhow van Chronos, althans de PLC-software en/of de technische tekeningen en/of (delen van) het Become-IT bestand van Chronos, althans door het omzeilen van technische maatregelen die als doel hebben de PLC-software van Chronos te beschermen,

  5. Votech c.s. gezamenlijk en ieder afzonderlijk te verbieden om op oneigenlijke wijze de Knowhow aan enige derde(n) kenbaar te maken of ter beschikking te stellen,

  6. Votech c.s. gezamenlijk en ieder afzonderlijk te bevelen om het onrechtmatig handelen jegens Chronos door te profiteren van de wanprestatie(s) van relaties en klanten van Chronos met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden,

  7. Votech c.s. gezamenlijk en afzonderlijk te verbieden om inbreuk te maken op de auteursrechten van Chronos,

  8. Votech c.s. gezamenlijk en ieder afzonderlijk te bevelen om met onmiddellijke ingang de bedrijfsvoering van Votech en/of (direct of indirect) werkzaamheden in het kader van een soortgelijke onderneming, voor zover onrechtmatig en/of inbreukmakend jegens Chronos te staken en gedurende 5 jaar vanaf de dag van het vonnis gestaakt te houden,

  9. Votech c.s. gezamenlijk en/of ieder afzonderlijk te bevelen om met onmiddellijke ingang en gedurende 5 jaar vanaf de betekening van het vonnis te staken en gestaakt te houden iedere vorm van zakelijk contact met een 27-tal in de dagvaarding genoemde relaties en klanten van Chronos,

  10. Votech c.s. gezamenlijk en/of ieder afzonderlijk te bevelen om met onmiddellijke ingang en gedurende 5 jaar vanaf de dag van het vonnis te staken en gestaakt te houden iedere vorm van contact met werknemers van Chronos en de aan haar gelieerde vennootschappen, met als kennelijk doel deze werknemers te bewegen tot informatieverschaffing dan wel over te stappen naar Votech en/of de aan haar gelieerde vennootschappen,

  11. Votech c.s. gezamenlijk en/of ieder afzonderlijk te bevelen om met onmiddellijke ingang alle nog onder zich bevindende Knowhow aan Chronos af te geven, zonder het achterhouden van enige kopie daarvan en te bevelen dat de Bescheiden onmiddellijk door de gerechtelijk bewaarder aan Chronos dienen te worden afgegeven,

  12. het onder 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 gevorderde op verbeurte van een dwangsom van

€ 100.000,-- ineens voor iedere gehele of gedeeltelijke niet-nakoming van het gegeven bevel en van € 50.000,-- voor iedere dag dat de (gedeeltelijke) niet-nakoming voortduurt,

13. Votech c.s. hoofdelijk te veroordelen aan Chronos te voldoen de door haar geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

[14] . Votech c.s. gezamenlijk en/of ieder afzonderlijk te veroordelen in de beslagkosten en de kosten van de gerechtelijke bewaring, de kosten voor het onderzoek door Evidentium en [naam 1] en de kosten van het onafhankelijk onderzoek door de heer [deskundige] van Intrakt, in totaal een bedrag van € 56.804,76,

[15] . Votech c.s. gezamenlijk en/of ieder afzonderlijk te veroordelen in de volledige proceskosten ingevolge artikel 1019h Rv, voor zover naar redelijkheid en evenredigheid toegerekend aan de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, althans in de gebruikelijke proceskosten.

Chronos legt aan haar vorderingen ten grondslag, kort gezegd, dat Votech c.s. onrechtmatig handelen jegens haar doordat zij zich Knowhow van Chronos hebben toegeëigend, Chronos onrechtmatige concurrentie hebben aangedaan, hebben geprofiteerd van de wanprestatie van relaties en klanten van Chronos en inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van Chronos op haar Knowhow, bestaande uit haar PLC-software, haar technische tekeningen en haar Become-IT bestand.

3.2.

Votech c.s. voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Votech c.s. vorderen na aanvulling van eis samengevat –

  1. opheffing van de conservatoire bewijsbeslagen en Chronos te bevelen om aan de bewaarder en/of Evidentium en/of [naam 1] opdracht te geven de in bewaring gegeven gegevensdragers af te geven aan Votech c.s. op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per dag dat Chronos niet aan het bevel voldoet,

  2. opheffing van de op 28 januari 2014 en 17 februari 2014 door Chronos ten laste van [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] gelegde conservatoire beslagen,

  3. betaling aan Votech c.s. van een bedrag van € 15.651,17, vermeerderd met rente

  4. veroordeling van Chronos in de (ten aan zien van de intellectueel eigendomsrechtelijke aspecten op grond van artikel 1019h Rv voor zover mogelijk reële) kosten van de procedure.

Votech c.s. leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat het ingeroepen recht ten aanzien van de conservatoire beslagen ondeugdelijk is en dat de proceskostenveroordeling door de voorzieningenrechter in het eerste kort geding ten onrechte is uitgesproken, nu de grond onder het oordeel van de voorzieningenrechter in het eerste kort geding is komen te ontvallen.

3.5.

Chronos voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

De rechtbank zal eerst ingaan op de door Chronos aan Votech c.s. verweten onrechtmatige gedragingen, waaronder auteursrechtinbreuk, met betrekking tot achtereenvolgens het Become-IT bestand, de PLC-software en de technische tekeningen van Chronos.

Become-IT bestand

4.2.

Het Become-IT bestand van Chronos bevat haar klantenbestand, met daaraan gekoppeld de offerte- en projectgegevens, aldus Chronos. Volgens Chronos is deze informatie geheim, exclusief voorbehouden aan Chronos en auteursrechtelijk beschermd. Uit het rapport van Evidentium blijkt volgens Chronos dat [gedaagde sub 2] vlak voor uitdiensttreding bij Chronos (een gedeelte van) haar Become-IT database op externe media had gekopieerd. In het rapport van Evidentium staat immers vermeld dat een viertal .mdb bestanden (lees: (delen van) het Become-IT bestand) is gekopieerd of benaderd vanaf een zogenaamde removable drive. Door een kopie te maken van het Become-IT bestand, maken Votech c.s. inbreuk op de auteursrechten van Chronos op haar Become-IT bestand en maken zij daarvan onrechtmatig gebruik, aldus Chronos.

4.2.1.

Votech c.s. voeren als verweer aan dat [gedaagde sub 2] de op zijn computer aangetroffen Become-IT bestanden op enig moment in opdracht van zijn leidinggevende, de heer [naam 1] heeft gekopieerd. Votech c.s. betwisten dat zij deze Become-IT bestanden voor eigen gebruik hebben gekopieerd. Votech c.s. wijzen erop dat er noch in het onderzoek namens Chronos noch in het onderzoek namens Votech c.s. in de inbeslaggenomen bescheiden enig Become-IT bestand gevonden is. Votech c.s. merken op dat het bewijsbeslag op een volstrekt onverwacht moment en op alle computerbestanden bij [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] thuis, hun kinderen en op het bedrijf is gelegd, zodat met het beslag alle mogelijke bescheiden zijn getroffen. Wat daarin niet is aangetroffen bestaat niet. Blijkens het als bijlage 7a, 10-3 aan het rapport van [deskundige] gehechte e-mailbericht van Pokon [klant 3] (waarmee Votech c.s. kennelijk [klant 3] bedoelen. Daarom wordt Pokon [klant 3] hierna aangeduid als [klant 3] , rb.) aan Votech, heeft [klant 3] tekeningen van de lay out waarin zij eventueel een machine wilde laten bouwen aan Votech verzonden. Daaruit blijkt volgens Votech c.s. dat zij niet over specifieke kennis ter zake beschikten en dat [klant 3] hen van de nodige informatie voor het doen van een offerte moest voorzien.

4.2.2.

Chronos heeft vervolgens betwist dat [gedaagde sub 2] de Become-IT bestanden in opdracht van [naam 1] heeft gekopieerd. Bij gelegenheid van de comparitie heeft Chronos nog betoogd dat [gedaagde sub 2] het volledige CRM-systeem van Chronos (het Become-IT bestand) zou hebben benaderd van of gekopieerd naar een externe schijf.

4.2.3.

De rechtbank overweegt als volgt. Het betoog van Chronos ter comparitie dat [gedaagde sub 2] het volledige CRM-systeem van Chronos (het Become-IT bestand) zou hebben benaderd van of gekopieerd naar een externe schijf is op geen enkele wijze onderbouwd. Evidentium spreekt in haar rapport slechts over een viertal .mdb (Become-IT) bestanden dat is aangetroffen op de door [gedaagde sub 2] bij Chronos achtergelaten, tijdens het dienstverband bij Chronos gebruikte, computer. Een aantal van deze bestanden zou volgens Evidentium zijn gekopieerd of benaderd vanaf een removable drive. Er is door Chronos bewijsbeslag gelegd op twee laptops, een desktop en vier usb-sticks die aanwezig waren in de privéwoningen van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] . Tevens zijn in het kader van het bewijsbeslag alle mogelijk relevante digitale bestanden op het in het bedrijfspand van Votech aanwezige computersysteem gekopieerd op hard disks. Bij het onderzoek naar deze inbeslaggenomen goederen en daarop staande digitale bestanden zijn géén Become-IT bestanden of onderdelen daarvan aangetroffen. Er zijn voorts geen concrete aanwijzingen dat Votech c.s. gebruik maken/hebben gemaakt van het in Become-IT opgeslagen klantenbestand met daaraan gekoppeld de offerte- en projectgegevens van Chronos.

De stelling van Chronos dat er geen andere reden voor bestaat om het Become-IT bestand naar een extern medium te kopiëren, dan het gebruiken daarvan bij de opzet van de nieuwe onderneming, vindt dan ook geen steun in de feiten. Gelet op het verweer van Votech c.s. is de enkele bevinding van de partijdeskundige Evidentium onvoldoende om daaraan de conclusie te verbinden dat [gedaagde sub 2] en/of Votech c.s. op enige wijze onrechtmatig gebruik hebben gemaakt van het Become-IT bestand.

Auteursrechtinbreuk op PLC-software

4.3.

Met betrekking tot het auteursrecht op haar PLC-software en haar verwijt dat Votech c.s. daarop inbreuk maken zijn de stellingen van Chronos en het daartegen gevoerde verweer terug te voeren tot de beantwoording van de volgende (deel)vragen:

a. Is de PLC-software van Chronos auteursrechtelijk beschermd?

b. Zo ja, aan wie komt het auteursrecht toe?

c. Heeft [gedaagde sub 2] inbreuk gemaakt op het auteursrecht op de broncode van de PLC-software?

d. Hebben Votech c.s. inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Chronos door de broncode van het programma TW1284.r10 aan te passen?

e. Waren de klanten van Chronos en/of Votech c.s. al dan niet gerechtigd een kopie te maken van de PLC-software en deze aan Votech c.s. te sturen althans binnen Votech door te sturen?

f. Zijn de PLC-software en broncode van Votech c.s. ontleend aan de PLC-software en broncode van Chronos?

g. Hebben Votech c.s. gebruik gemaakt van PLC-software van Chronos voor het plegen van onderhoud aan door Chronos geleverde machines?

h. Hebben Votech c.s. de technische maatregelen die Chronos heeft getroffen om de broncode te beschermen omzeild?

Deze deelvragen zullen hieronder afzonderlijk worden behandeld.

a. Is de PLC-software van Chronos auteursrechtelijk beschermd?

4.3.1.

Chronos heeft zich op het standpunt gesteld dat de PLC-software van Chronos uiterst complexe programmatuur is die ontwikkeld wordt door de software-engineers die bij haar in dienst zijn. Aan deze programmatuur gaan uitgebreide en langdurige research, development en engineering vooraf. Bovendien wordt de PLC-software voor elke machine en voor elke klant specifiek aangepast, waardoor de PLC-software op grote onderdelen kan verschillen met de PLC-software van een andere klant. Deze PLC-software wordt specifiek afgestemd en geprogrammeerd op de wensen van de klant. Daarmee is iedere PLC-software van Chronos een aparte intellectuele schepping die de persoonlijkheid van Chronos weerspiegelt en tot uiting komt door haar vrije creatieve keuzen bij het programmeren van die PLC-software. De creativiteit is gelegen in het oplossen van problemen. De PLC-software van Chronos moet dan ook als ‘werk’ worden beschouwd en komt op grond daarvan voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking, aldus Chronos.

4.3.2.

Votech c.s. betwisten dat de PLC-software van Chronos voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Votech c.s. voeren daaromtrent het volgende aan. Een PLC regelt de aansturing van de verschillende onderdelen van de machine, waarmee de machine bepalend is voor de inhoud van de PLC-software. PLC-software is dan ook geheel functioneel bepaald en kan geen bescherming genieten uit hoofde van het intellectueel eigendomsrecht. De onderbouwing van Chronos dat de PLC-software “specifiek wordt afgestemd en geprogrammeerd op de wensen van de klant”, is geen onderbouwing van de creatieve keuzes die gemaakt zouden zijn en die zouden hebben geleid tot een intellectuele schepping van Chronos. Maatwerk is niet per definitie auteursrechtelijk beschermd, omdat maatwerk bijvoorbeeld wordt bepaald door technische of functionele eisen, zoals in het onderhavige geval. Votech c.s. kunnen niet vaststellen waaruit de creatieve keuzes zouden bestaan in de ingeroepen ‘werken’.

4.3.3.

De rechtbank stelt het volgende voorop. Computerprogramma’s worden in artikel 10 lid 1 onder 12 Auteurswet (hierna: Aw) uitdrukkelijk genoemd als werken die voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking kunnen komen. Computerprogramma’s zijn aan die bepaling toegevoegd ter voldoening aan Richtlijn 91/250/EEG. Het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJEU) heeft artikel 1 lid 2 van de Softwarerichtlijn aldus uitgelegd dat het voorwerp van de door deze richtlijn verleende bescherming van computerprogramma’s ziet op de uitdrukkingswijze, in welke vorm dan ook, van een computerprogramma, zoals de bron- en de doelcode, die de mogelijkheid biedt om het computerprogramma te reproduceren in verschillende computertalen; de grafische gebruikersinterface is niet zo’n uitdrukkingswijze (HvJEU 22 december 2010, zaak C-393/09, ECLI:EU:C:2010:816 (BSA v Ministerstvo Kultury)). Het HvJEU heeft in een volgend arrest (HvJEU 2 mei 2012, zaak C-406/10, ECLI:EU:C2012:259 (SAS v WPL)) geoordeeld dat noch de functionaliteit van een computerprogramma, noch de programmeertaal en de indeling van gegevensbestanden die in het kader van een computerprogramma worden gebruikt teneinde de functies daarvan te benutten, een uitdrukkingswijze van dit programma vormen in de zin van artikel 1 lid 2 van de Softwarerichtlijn. De onderdelen van een computerprogramma die geen uitdrukkingswijze van dat programma vormen, kunnen wel als werk in aanmerking komen voor auteursrechtelijke bescherming indien zij voldoen aan de hierna te noemen maatstaf.

4.3.4.

Een werk (een computerprogramma of een andersoortig werk) komt voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking indien het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt (o.a. HR 22 februari 2013, LJN B71529 (Stokke/H3)). Het HvJEU heeft de maatstaf aldus geformuleerd dat het moet gaan om de uitdrukking van een eigen intellectuele schepping van de auteur van het werk. Daartoe behoort in elk geval niet al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen (HvJEU 16 juli 2009, zaak C-5/08, ECLI:EU:C2009:465 (Infopaq I)). Verder is niet van belang of de verschillende elementen waar het voortbrengsel uit bestaat ieder afzonderlijk auteursrechtelijk beschermd zijn of niet. Het gaat erom of de combinatie van (al dan niet op zichzelf beschermde) elementen waaruit het voortbrengsel is opgebouwd, voldoet aan de hiervoor vermelde maatstaf.

4.3.5.

Zoals volgt uit de hiervoor onder 4.3.3. weergegeven, door het HvJEU in de zaken BSA v Ministerstvo Kultury en SAS v WPL gegeven, uitleg van artikel 1 lid 2 Softwarerichtlijn is wel de broncode van de PLC-software van Chronos als uitdrukkingswijze van een computerprogramma auteursrechtelijk beschermd in de zin van artikel 10 lid 1 sub 12 Aw jo. artikel 1 lid 2 Softwarerichtlijn; de functionaliteiten van de PLC-software zijn dat echter niet.

4.3.6.

Nu Chronos zich mede beroept op auteursrechtelijke bescherming van haar software als ‘werk’, dient de rechtbank aan de hand van de stellingen van Chronos en het verweer van Votech c.s. te onderzoeken of de computerprogramma’s van Chronos als geheel dan wel op onderdelen daarvan voldoen aan de hiervoor onder 4.3.4. vermelde maatstaf om als ‘werk’ voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerkingen te komen.

4.3.7.

Het enkele feit dat de PLC-software specifiek wordt afgestemd en geprogrammeerd op de wensen van de klant, zoals Chronos stelt, maakt nog niet dat sprake is van vrije creatieve keuzen bij het programmeren van die PLC-software. Chronos hebben ondanks het verweer van Votech c.s. dat de PLC-software van Chronos geheel functioneel is bepaald niet feitelijk onderbouwd op welk punt/welke punten in haar software sprake is van vrije creatieve keuzen. De door Chronos ter onderbouwing van de gestelde creatieve keuzen overgelegde producties 54 en 55 hebben betrekking op de functionaliteiten “draaikop calculatie” en “lagen aandrukken”. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, valt voor de rechtbank uit de overgelegde producties niet op te maken dat sprake is van enige creatieve keuze die leidt tot een eigen, oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker van de PLC-software.

4.3.8.

De conclusie is dan ook dat alléén de broncode van de PLC-software auteursrechtelijk is beschermd en wel op grond van artikel 10 lid 1 onder 12 Aw.

b. Aan wie komt het auteursrecht toe?

4.3.9.

Chronos voert aan dat uit het onderzoek aan de inbeslaggenomen bescheiden is gebleken dat Votech c.s. diverse PLC-software van Chronos in hun bezit hadden. Votech c.s. waren in het bezit van PLC-software van [klant 3] , een klant van Chronos. Het betreft de bestanden NV2578,R12.zip, NV2579.r15.zip en NV878.r67.rar (genoemd onder i1), i2) en i5) in het rapport van [naam 1] ). Ook hadden Votech c.s. PLC-software van [klant 7] , een andere klant van Chronos, in hun bezit. Het betreft (een gewijzigde versie van) de door Chronos voor deze klant ontwikkelde PLC-software met de bestandsnaam TW1284.r10. Bij i7) in het rapport van [naam 1] is een e-mail van een klant van Chronos aangetroffen. De klantnaam is weggewerkt door [naam 1] . In de bijlage van deze e-mail zijn diverse bestanden met een .STR extensie toegevoegd. Dit betreft PLC-software. Voorts hadden Votech c.s. een bestand met de naam BTH 1.zip in hun bezit (genoemd onder i9) in het rapport van [naam 1] . Dit betreft PLC-software van Chronos van haar klant [klant 10] in Rhenen. Chronos is op grond van artikel 10 lid 1 jo. artikel 7 Aw houdster van de auteursrechten op bij Votech c.s. aangetroffen PLC-software. Het PLC-softwarebestand NV878.r67 is in 2001/2002 gecreëerd door [werknemer 2] en [werknemer 5] . De PLC-softwarebestanden NV2579.r6 en NV2579.r15 zijn in 2005/2006 gecreëerd door de heer [naam 2] (hierna: [naam 3] ) en [werknemer 5] . Het PLC-softwarebestand NV2578.r12 is in 2005 gecreëerd door [naam 4] . Het PLC-softwarebestand voor de klant [klant 7] (TW1284.r10) is in 2003 gecreëerd door [naam 3] . [werknemer 5] en [werknemer 2] zijn thans in dienst bij Votech. [naam 3] werkt als zelfstandige, maar wordt ook op opdrachtbasis af en toe door Votech ingehuurd. Slechts de heer [naam 4] werkt nog bij Chronos.

4.3.10.

Votech c.s. betwisten dat aan Chronos als werkgever op grond van artikel 7 Aw het auteursrecht op alle programmatuur toekomt. Ter comparitie hebben Votech c.s. erop gewezen dat Chronos ook een zelfstandige heeft ingehuurd ( [naam 3] ), zodat Chronos geen auteursrecht heeft op de door hem geschreven programmatuur.

4.3.11.

De rechtbank stelt vast dat Chronos zelf stelt dat [naam 3] (die een deel van de PLC-software heeft geschreven) een zelfstandige is. [naam 3] is dus niet in dienst van Chronos. Een door een opdrachtnemer als bedoeld in titel 10 Boek 7 BW gemaakt werk valt buiten het bereik van artikel 7 Aw. Aan Chronos komt op de door [naam 3] geschreven programmatuur dan ook niet het werkgeversauteursrecht als bedoeld in artikel 7 Aw. toe. Dit betekent dat Chronos geen auteursrechten heeft ten aanzien van het PLC-softwarebestand (TW1284.r10) voor de klant [klant 7] dat in 2003 is gecreëerd door [naam 3] , zoals Chronos stelt.

Het auteursrecht op de broncode van de PLC-softwarebestanden NV2579.r6 en NV2579.r15, die volgens Chronos in 2005/2006 zijn gecreëerd door [naam 3] en [werknemer 5] , komt in beginsel toe aan Chronos en [naam 3] samen. Op grond van artikel 26 Aw kan Chronos dit gemeenschappelijk auteursrecht ook alleen handhaven, nu niet is gesteld of gebleken dat Chronos en [naam 3] anders zijn overeengekomen.

Chronos heeft niet uitgewerkt wie de PLC-software die bij i7) in het rapport van [naam 1] is vermeld, heeft geschreven. Nu de klantnaam is weggewerkt door [naam 1] , is zelfs niet zeker dat het een klant van Chronos is, laat staan dat de PLC-software door een programmeur in dienst van Chronos is geschreven. De rechtbank laat deze PLC-software daarom verder buiten beschouwing.

Met betrekking tot de overige PLC-softwarebestanden hebben Votech c.s. onvoldoende gemotiveerd betwist dat het auteursrecht op de broncode daarvan toekomt aan Chronos.

c. Heeft [gedaagde sub 2] met betrekking tot de op zijn (werk)laptop aangetroffen PLC-software inbreuk gemaakt op het auteursrecht op de broncode van de PLC-software?

4.3.12.

Chronos voert aan dat uit het rapport van Evidentium is gebleken dat er op de hard disk van de laptop van [gedaagde sub 2] verschillende PLC-software stond. [gedaagde sub 2] had die software helemaal niet nodig voor de uitoefening van zijn functie. Chronos heeft [gedaagde sub 2] geen toestemming gegeven om PLC-software naar zijn harde schijf te kopiëren, aldus Chronos.

4.3.13.

Votech c.s. voeren aan dat het feit dat er PLC-software is aangetroffen op de laptop die [gedaagde sub 2] bij Chronos in gebruik had, het gevolg is van het feit dat [gedaagde sub 2] afkomstig is van de afdeling service en de inhoud van zijn oude laptop daar één op één is overgezet op zijn nieuwere laptop. Ook toen [gedaagde sub 2] actief was als verkoper bleef hij betrokken bij service.

4.3.14.

De rechtbank is van oordeel dat op dit punt geen sprake is van inbreuk op het auteursrecht op de broncode. De PLC-software (met als onderdeel daarvan de broncode, naar de rechtbank in hetgeen hierna wordt overwogen telkens aanneemt) bevond zich op de door [gedaagde sub 2] bij Chronos achtergelaten, tijdens het dienstverband bij Chronos gebruikte, computer en niet op de privé-computer van [gedaagde sub 2] . Chronos stelt weliswaar dat [gedaagde sub 2] die PLC-software niet nodig had voor zijn werk als verkoper, maar gaat niet nader in op het door Votech c.s. gevoerde verweer.

d. Hebben Votech c.s. inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Chronos door de broncode van het programma TW1284.r10 aan te passen?

4.3.15.

Chronos voert aan dat Votech c.s. PLC-software van [klant 7] , een klant van Chronos, in hun bezit hadden, te weten PLC-software met de benaming Votech 1284.r1, Votech 1284,r2 en Votech 1284.r3. Deze software bevond zich in de map met de naam “008A02fil”(genoemd onder i9) in het rapport van [naam 1] ). Chronos heeft voor deze klant PLC-software ontwikkeld (TW 1284.r10). De PLC-software met de benaming Votech 1284.r1 is, op de naamgeving na, exact gelijk aan de PLC-software die Chronos voor [klant 7] heeft geschreven. Deze eerste versie van de PLC-software van Votech c.s. bevat op- en aanmerkingen die betrekking hebben op wijzigingen die in het verleden zijn gemaakt door monteurs van Chronos. .r2 en .r3. zijn nieuwere versies. In totaal zijn er door Votech c.s. op 86 punten veranderingen aangebracht. TW1284.r10 is dus door Votech c.s. op diverse onderdelen aangepast en verveelvoudigd en derhalve bewerkt door Votech c.s. Daarmee maken Votech c.s. inbreuk op de auteursrechten van Chronos als bedoeld in artikel 13 Aw en inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van Chronos als bedoeld in artikel 25 Aw, aldus Chronos.

4.3.16.

Votech c.s. erkennen dat zij één programma, het programma TW1284.r10, hebben aangepast. Het betreft 81 à 84 regels van de duizenden regels waaruit de software bestaat. De wijziging heeft alleen betrekking op de interoperabiliteit met de Votech machine, aldus Votech c.s. Zij betwisten dat zij daarmee inbreuk hebben gemaakt op enig auteursrecht van Chronos.

4.3.17.

Zoals de rechtbank hiervoor onder 4.3.11. heeft overwogen, komt aan Chronos geen auteursrecht op het programma TW1284.r10 toe, aangezien dit programma is geschreven door [naam 3] . Voor zover Votech c.s. al inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht op de broncode van dit programma, betreft dit dan ook geen aan Chronos toekomend auteursrecht.

e. Waren de klanten van Chronos en/of Votech c.s. al dan niet gerechtigd een kopie te maken van de PLC-software en deze aan Votech c.s. te sturen althans binnen Votech door te sturen?

4.3.18.

Chronos voert op dit onderdeel het volgende aan. De PLC-software van [klant 3] (de bestanden NV2578,R12.zip, NV2579.r15.zip en NV878.r67.rar (genoemd onder i1), i2) en i5) in het rapport van [naam 1] )) is op 6 juli 2011 respectievelijk 4 november 2011 binnen Votech doorgestuurd. Het doorsturen van deze software is reeds een nieuwe openbaarmaking en/of verveelvoudiging in de zin van de Aw. Ook hadden Votech c.s. PLC-software van [klant 7] in hun bezit die exact gelijk was aan de PLC-software van Chronos met de naam TW1284.r10. Voorts hadden Votech c.s. een bestand met de naam BTH 1.zip in hun bezit (genoemd onder i9) in het rapport van [naam 1] ). Dit betreft PLC-software van Chronos van haar klant [klant 10] in Rhenen.

Votech c.s. hebben de auteursrechtelijk beschermde PLC-software ontvangen van de (oud-)klanten van Chronos [klant 3] , [klant 7] en [klant 8] . Votech c.s. hebben deze (oud-)klanten aangespoord c.q. verzocht om de PLC-software van Chronos toe te sturen. Deze klanten waren niet gerechtigd de software door te sturen. Op de contracten met de klanten zijn de Metaalunievoorwaarden van toepassing. Artikel 3 van de Metaalunievoorwaarden bepaalt dat de auteursrechten op onder meer de programmatuur eigendom blijven van de opdrachtnemer en dat deze niet zonder toestemming van de opdrachtnemer mag worden gekopieerd, gebruikt of aan derden getoond.

4.3.19.

Votech c.s. erkennen dat zij in het bezit waren van de door de klanten [klant 3] , [klant 7] en [klant 8] gestuurde PLC-software programma’s. Votech c.s. betwisten niet dat zij deze PLC-software intern hebben doorgestuurd. Votech c.s. verklaren daaromtrent dat deze software door genoemde klanten aan hen is verstuurd, zodat de door Votech c.s. geproduceerde machines en daarvoor door haar ontwikkelde software kunnen communiceren met de software van de door Chronos geleverde machine. De software van de door Chronos geleverde machines is met andere woorden nodig voor de interoperabiliteit met door Votech c.s. geleverde machines. Van inbreukmakend handelen is geen sprake, aldus Votech c.s.

4.3.20.

Zoals de rechtbank hiervoor onder 4.3.11. heeft overwogen komt het auteursrecht op het programma TW1284.r10 niet aan Chronos toe. Ten aanzien van de andere programma’s geldt het volgende. Op grond van artikel 45m lid 1 Aw wordt het vervaardigen van een kopie van een werk en het vertalen van de codevorm daarvan niet als inbreuk op het auteursrecht beschouwd, indien deze handelingen onmisbaar zijn om de informatie te verkrijgen die nodig is om de interoperabiliteit van een onafhankelijk vervaardigd computerprogramma met andere computerprogramma’s tot stand te brengen en op voorwaarde dat deze handelingen worden verricht door een persoon die op rechtmatige wijze de beschikking heeft gekregen over een exemplaar van het computerprogramma of door een door hem daartoe gemachtigde derde, de gegevens die noodzakelijk zijn om de interoperabiliteit tot stand te brengen niet reeds snel en gemakkelijk beschikbaar zijn voor deze personen en de handelingen beperkt blijven tot die onderdelen van het oorspronkelijke computerprogramma die voor het tot stand brengen van de interoperabiliteit noodzakelijk zijn.

Chronos stelt niet dat haar klanten onrechtmatig in het bezit waren van de PLC-software. Zij stelt wel dat het deze klanten op grond van de op de overeenkomsten toepasselijke Metaalunievoorwaarden verboden was zonder haar toestemming de software aan een derde te openbaren, maar Votech c.s. betwisten dat van enige contractuele beperking sprake was. Zij wijzen erop dat Chronos geen overeenkomsten met de klanten van wie zij de PLC-software heeft ontvangen in het geding heeft gebracht. Chronos heeft niet aangeboden te bewijzen dat op de contracten met de betreffende klanten de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn verklaard. Derhalve staat niet vast dat het de klanten contractueel verboden was om zonder toestemming van Chronos de PLC-software aan Votech c.s. ter beschikking te stellen.

Chronos betwist niet dat de PLC-software nodig was voor de interoperabiliteit van de door haar geleverde machines met de door Votech c.s. geleverde machines. Chronos stelt niet dat de gegevens die noodzakelijk zijn om de interoperabiliteit tot stand te brengen snel en gemakkelijk beschikbaar zijn voor haar klanten dan wel Votech c.s. Tot slot is gesteld noch gebleken dat de handelingen van Votech c.s. verder zijn gegaan dan noodzakelijk voor het tot stand brengen van de interoperabiliteit.

Naar het oordeel van de rechtbank moet het er in rechte voor worden gehouden dat de klanten van Chronos, dan wel Votech c.s. als door hen gemachtigd, gerechtigd waren om ten behoeve van de interoperabiliteit van de machines van Chronos met de machines van Votech c.s. een kopie te maken van de PLC-software en deze aan Votech c.s. te sturen. Dat een aantal van deze kopieën vervolgens intern is doorgestuurd bij Votech levert naar het oordeel van de rechtbank geen ongeoorloofde verveelvoudiging op. Het in verband met de interoperabiliteit doorsturen van de PLC-programma’s door klanten en het intern doorsturen daarvan binnen Votech levert dan ook geen inbreuk op Chronos’ auteursrecht op de broncode van deze programma’s op.

f. Zijn de PLC-software en broncode van Votech c.s. ontleend aan de PLC-software en broncode van Chronos?

4.3.21.

Chronos voert aan dat Votech c.s. hun knowhow van de PLC-software van Chronos en de onderliggende broncode hebben gebruikt en daardoor bij de opstart van hun onderneming een aanzienlijk voordeel hebben gehad. Zij hebben zich laten inspireren door de wijze waarop Chronos haar PLC-software heeft ingericht, mede door de kennis en kunde die zij hebben opgedaan. Uit de offerte van IMP Automation B.V. in verband met het schrijven van software voor [Onroerend Goed B.V.] (waarmee Chronos kennelijk [Petfood] bedoelt. Daarom wordt [Onroerend Goed B.V.] hierna aangeduid als [Petfood] , rb.), blijkt dat er een elektrisch schema (2511/6105) is gebruikt dat dateert van 8 juni 2009. Dat heeft als uitgangspunt gediend voor de software voor [Petfood] . Dit is een elektrisch schema van Chronos, door haar ontwikkeld voor [Petfood] . Votech c.s. hebben gebruik gemaakt van deze vertrouwelijke kennis en bedrijfsgeheimen van Chronos. Bovendien blijkt uit de rapporten dat de software gebaseerd is op Chronos-software.

4.3.22.

Votech c.s. voeren daartegen aan dat zij hun eigen PLC-software hebben ontwikkeld. Zij maken in hun machines gebruik van PLC ’s LASAL. Chronos maakt gebruik van PLC ’s DIAS. De PLC-software van Votech c.s. is niet vergelijkbaar met die van Chronos en bouwt daar niet op voort. Ook kennen haar machines een andere opbouw. Elke machine is maatwerk en wordt specifiek naar de wensen van de klant ontworpen, getekend en gebouwd. Votech c.s. wijzen erop dat uit het rapport van [deskundige] blijkt dat de broncode van de door Votech c.s. voor [klant 3] en [klant 7] geschreven software niet overeenkomt met de broncode van de door Chronos ontwikkelde en gebruikte software. De software van Votech c.s. is dan ook geen kopie van de software van Chronos, aldus Votech c.s.

Voor de opdracht bij [Petfood] is gebruik gemaakt van een oude schakelkast. De inhoud van die schakelkast (welke uitgang welke schakeling aanstuurt) is vastgelegd in een elektrisch schema (vergelijkbaar met een stoppenkast in een woonhuis). Het is verplicht dergelijke schema’s bij schakelkasten te leveren. Die schema’s zien puur op de functionaliteit van de schakelkast. Dat IMP gebruik heeft gemaakt van het bij de schakelkast geleverde schema en zich daar mogelijk door heeft laten inspireren valt niet te kwalificeren als inbreuk op enig auteursrecht, aldus Votech c.s.

4.3.23.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit niets blijkt dat Votech bij de ontwikkeling van haar PLC-software voor door haar geleverde machines gebruik heeft gemaakt van de broncode van Chronos. Voor zover het al zo zou zijn dat Votech c.s. zich hebben laten inspireren door de software van Chronos voor wat betreft de functionaliteiten, hetgeen Votech c.s. betwisten, levert dat geen inbreuk op het auteursrecht van Chronos op de broncode op. De stelling van Chronos dat uit de rapporten blijkt dat de software voor de opdracht bij [Petfood] is gebaseerd op Chronos-software is een blote stelling. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan de rechtbank uit geen van de rapporten opmaken dat dit het geval is, laat staan dat daarmee inbreuk zou zijn gemaakt op het auteursrecht op de broncode. Een elektrisch schema als zodanig is geen auteursrechtelijk beschermd werk.

g. Hebben Votech c.s. gebruik gemaakt van PLC-software van Chronos voor het plegen van onderhoud aan door Chronos geleverde machines?

4.3.24.

Chronos voert aan dat uit het feit dat Votech c.s. service- en onderhoudsbeurten en upgrades aanbieden ten aanzien van ‘bestaande’ machines die door Chronos zijn ontwikkeld en geleverd, blijkt dat Votech c.s. gebruik maken van de PLC-software van Chronos en de onderliggende broncode. Alleen als Votech c.s. zelf over die broncode beschikken, kunnen zij een service-/onderhoudsbeurt uitvoeren op Chronos-machines en kunnen zij die machines en de onderliggende besturingsprogrammatuur upgraden.

4.3.25.

Votech c.s. betwisten dat zij voor het uitvoeren van service- en onderhoudsbeurten ten aanzien van door Chronos ontwikkelde en geleverde machines gebruik maken van de PLC-software van Chronos. Onderhoud is mechanisch, daarvoor wordt geen software gebruikt, aldus Votech c.s.

4.3.26.

De rechtbank overweegt als volgt. Chronos heeft op geen enkele wijze feitelijk onderbouwd dat haar PLC-software door Votech c.s. is gebruikt voor het plegen van onderhoud aan door Chronos geleverde machines, laat staan dat daarmee inbreuk is gemaakt op haar auteursrecht op de broncode van de PLC-software. Bovendien is bij gelegenheid van de comparitie door Chronos, meer bepaald door de heer [naam 1] , erkend dat het onderhoud mechanisch is en dat daarvoor geen software nodig is. Dat Votech c.s. bij het uitvoeren van service- en onderhoudsbeurten gebruik maken van de PLC-software van Chronos, zoals Chronos stelt, is dan ook niet gebleken.

Technische maatregelen omzeild

4.3.27.

Chronos voert aan dat zij doeltreffende technische voorzieningen heeft aangebracht in de PLC-software. Voor de Sigmatec PLC is vereist dat de laptop die gebruikt wordt, over dezelfde identieke software moet beschikken zoals die ook op de machine draait. Anders kan geen toegang worden verkregen tot de machine. De Siemens PLC is voorzien van een password-beveiliging. Zonder het password verkrijgt de gebruiker geen begeleidende tekst, waardoor het voor derden onmogelijk is te achterhalen waar de gezochte functionaliteit precies staat in de PLC-software. Votech c.s. hebben deze technische beveiligingen van Chronos omzeild. Met gebruikmaking van de door Votech c.s. op onrechtmatige wijze verkregen kopieën van de PLC-software van Chronos hebben Votech c.s. zichzelf bij diverse (oud-)klanten van Chronos toegang verschaft tot de machines en de bijbehorende PLC-software. Daarnaast hebben zij bij machines die beveiligd waren door middel van een password, de beveiliging op andere wijze omzeild. In die gevallen hebben Votech c.s. hardwarematige aanpassingen aangebracht aan de machines. Deze aanpassingen bestaan er dan uit dat er extra modules worden toegevoegd aan de machine. Teneinde deze extra modules op de juiste wijze te laten functioneren, hebben Votech c.s. een drukknop aan de machines toegevoegd, waarmee het gesloten circuit van de machine tijdens het opstarten gefopt wordt en het lijkt alsof de machine naar behoren werkt. Het is Chronos bekend dat het omzeilen van doeltreffende technische voorzieningen door Votech c.s. in ieder geval bij een vijftal (oud-)klanten van Chronos heeft plaatsgevonden. Bij Gardenlux, [klant 4] en [klant 6] hardwarematig en bij [Petfood] en Sloten softwarematig. Bij [klant 4] hebben Votech c.s. bedoelde drukknop toegevoegd. Door Votech c.s. is een extra module gekoppeld aan een machine die door Chronos aan [klant 4] was geleverd. Een foto van deze drukknop brengt Chonos als productie 44 in het geding. Een dergelijke drukknop hebben Votech c.s. ook bij [klant 6] aangebracht. Zodoende is door Votech c.s. een extra module gekoppeld aan een machine die door Chronos aan [klant 6] was geleverd. Hiermee hebben Votech c.s. de door Chronos aangebrachte doeltreffende technische voorzieningen omzeild.

4.3.28.

Votech c.s. betwisten dat zij beveiligingen van Chronos heeft omzeild. Chronos heeft niet inzichtelijk gemaakt welke beveiligingen Votech c.s. zouden hebben omzeild en hoe. Chronos heeft dan ook ter zake niet aan haar stelplicht voldaan, aldus Votech c.s.

4.3.29.

De rechtbank overweegt het volgende. Artikel 29a lid 2 Aw bepaalt dat degene die doeltreffende technische voorzieningen omzeilt en dat weet of redelijkerwijs behoort te weten, onrechtmatig handelt. Voor de toepassing van artikel 29a Aw wordt volgens het eerste lid van dat artikel onder ‘technische voorzieningen’ verstaan technologie, inrichtingen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken, die door de maker of zijn rechtverkrijgenden niet zijn toegestaan. Technische voorzieningen worden volgens artikel 29a lid 1 Aw geacht ‘doeltreffend’ te zijn, indien het gebruik van een beschermd werk door de maker of zijn rechtverkrijgenden wordt beheerst door middel van toegangscontrole of door toepassing van een beschermingsprocédé zoals encryptie, vervorming of andere transformatie van het werk of een kopieerbeveiliging die de beoogde bescherming bereikt.

Gelet op de definitie van ‘technische voorzieningen’ in artikel 29a lid 1 Aw moet het gaan om een technische voorziening die betrekking heeft op (de bescherming van) een auteursrechtelijk werk. De definitie van technische voorziening in het eerste lid van artikel 29a Aw refereert immers duidelijk aan ‘werken’. Met andere woorden zou in het onderhavige geval de technische voorziening moeten dienen ter bescherming van de broncode van de PLC-software, als zijnde het enige auteursrechtelijk beschermde element van die software.

Chronos noemt aanvankelijk drie gevallen (Gardenlux, [klant 4] en [klant 6] ), waarin Votech c.s. hardwarematig doeltreffende technische voorzieningen zouden hebben omzeild. Twee daarvan werkt zij nader uit, te weten [klant 4] en [klant 6] . Daar hebben Votech c.s. volgens Chronos drukschakelaars aangebracht, zodat er extra modules aan de door Chronos geleverde machines konden worden toegevoegd. Dit is feitelijk niet betwist door Votech c.s. Uit niets blijkt echter dat met het aanbrengen van deze drukschakelaars enige technische voorziening ter bescherming van de broncode is omzeild en zulks is ook niet goed voorstelbaar.

Bij [Petfood] en Sloten zouden Votech c.s. softwarematig doeltreffende technische voorzieningen hebben omzeild. Chronos heeft echter niet feitelijk onderbouwd op welke wijze bij welke software van welke machine welke technische beveiliging door Votech c.s. zou zijn omzeild. De rechtbank zal Chronos niet toelaten tot het door haar aangeboden bewijs van deze stelling, omdat niet voldaan is aan de stelplicht. Gelet op de betwisting door Votech c.s., op het feit dat niet is gebleken dat Votech c.s. bij het uitvoeren van service- en onderhoudsbeurten gebruik maken van de PLC-software van Chronos en op hetgeen is overwogen met betrekking tot de drukschakelaars, is de stelling van Chronos dat Votech c.s. doeltreffende technische beveiligingen hebben omzeild niet houdbaar.

4.3.30.

De conclusie is dat geen sprake is van inbreuk op het auteursrecht van Chronos op de broncode van de PLC-software.

Auteursrecht op technische tekeningen

4.4.

Met betrekking tot het auteursrecht op haar technische tekeningen en haar verwijt dat Votech c.s. daarop inbreuk maken voert Chronos het volgende aan.

[naam 1] heeft bij de inbeslaggenomen bescheiden 119 unieke technische tekeningen met daarin het logo van Chronos/BTH aangetroffen (genoemd onder ii1) in het rapport van [naam 1] ). Dit zijn technische tekeningen van Chronos [xx] (thans Chronos), die zij heeft gemaakt voor het (ontwerp van) machines voor haar klanten. Daarnaast heeft [naam 1] 301 tekeningen met de extensie .TIF aangetroffen (genoemd onder ii5) in het rapport van [naam 1] ). Deze meer dan 420 tekeningen hebben een creatiedatum van 28 januari 2010, hetgeen er volgens Limits op duidt dat de bestanden op die datum zijn gekopieerd. Deze tekeningen zijn door werknemers van (de rechtsvoorganger van) Chronos gecreëerd. Hierbij is sprake geweest van het maken van diverse creatieve keuzen. Chronos heeft het auteursrecht op deze tekeningen.

In de mailboxen van [gedaagde sub 4] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] werd een technische tekening met de extensie “.dwg” aangetroffen (genoemd onder ii2) in het rapport van [naam 1] ). Met deze extensie werden technische tekeningen van Chronos opgeslagen. Onder ii3) en ii4) heeft [naam 1] nog meer tekeningen aangetroffen waarin ofwel het logo van Chronos voorkwam ofwel een “last modified” datum, gelegen nadat [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] uit dienst zijn getreden. Deze tekeningen van Chronos zijn dus nog bewerkt nadat [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] uit dienst waren getreden.

In reactie op het verweer van Votech c.s. dat technische tekeningen niet auteursrechtelijk beschermd zijn, voert Chronos aan dat uit het arrest van het Hof van Justitie inzake Eva Maria Painer kan worden afgeleid dat, zelfs als de keuzemogelijkheden voor een vrije creatieve keuze voor een persoonlijke uiting bij het maken van een werk beperkt zijn, de auteursrechtelijke beschermingsomvang van dat werk niet beperkter is dan gebruikelijk. Als de drempel van de auteursrechtelijke toets is gehaald, geniet dat werk de gebruikelijke beschermingsomvang. Tegen deze achtergrond kan het argument dat de tekeningen van Chronos technisch of functioneel van aard zijn, nog niet direct en onverkort met zich meebrengen dat de tekeningen dan ook niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Hoewel de keuzemogelijkheden voor een persoonlijke uiting bij een technische tekening mogelijkerwijs beperkter zouden kunnen zijn, zijn die keuzemogelijkheden er wel degelijk. Zo is het voor de tekenaar nog altijd mogelijk om te

kiezen vanuit welk gezichtspunt de tekening wordt opgesteld, op welke schaal de tekening wordt gemaakt, of de tekening tweedimensionaal dan wel driedimensionaal wordt uitgevoerd, of het te tekenen object in zijn geheel dan wel in delen in de tekening wordt verwerkt, welk materiaal er wordt gebruikt om de tekening te maken, welk onderdeel van de tekening wordt aangemerkt als vooraanzicht, et cetera.

De door Votech c.s. aangevoerde omstandigheid dat (een deel van) de tekeningen van Chronos een weergave van feitelijke situatie(s) zouden betreffen, maakt nog niet dat dergelijke weergaven dan in het geheel niet meer voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking kunnen komen. Zo zijn aardrijkskundige kaarten immers bij uitstek een weergave van een feitelijke situatie. Toch worden dergelijke aardrijkskundige kaarten expliciet beschermd door middel van het auteursrecht (art. 1 jo. 10 lid 1 sub 7 Aw). De tekeningen van Chronos betreffen dan ook onmiskenbaar een intellectuele schepping die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije creatieve keuzen van de auteur. Chronos biedt te bewijzen aan dat aan haar tekeningen auteursrechtelijke bescherming toekomt.

De aangetroffen technische tekeningen zijn zonder toestemming van Chronos door iemand bij Votech c.s. verveelvoudigd. Aldus plegen Votech c.s. auteursrechtinbreuk in de zin van artikel 13 Aw.

4.4.1.

Votech c.s. betwisten dat de technische tekeningen auteursrechtelijk beschermd zijn, aangezien al deze tekeningen het noodzakelijke resultaat zijn van een technische en dus functioneel bepaalde weergave van een feitelijke situatie. Dit geldt voor de 420 oude tekeningen. Dit geldt ook voor de tekeningen van de lay out van de fabriek van [klant 8] ii2) en een tekening van [klant 4] ii3), die door deze klanten aan Votech c.s. zijn verzonden. De vijf overige onder ii3) aangetroffen tekeningen zijn gemaakt door [werknemer 1] . Deze tekeningen zijn gemaakt ten behoeve van het Votech project SAM Weegbunker. De tekeningen zijn gemaakt in een ‘template’ met het logo van Chronos. [werknemer 1] is per abuis vergeten dit logo te verwijderen. Dat is onhandig, maar hiermee zijn geen rechten van Chronos geschonden. De door [naam 1] onder ii4) genoemde tekeningen zijn niet in het geding gebracht. Votech c.s. kunnen daarop dan ook niet reageren.

4.4.2.

De rechtbank overweegt het volgende. Op grond van artikel 10 lid 1 onder 11 Aw worden onder ‘werken’ tevens verstaan werken van toepaste kunst en tekeningen en modellen van nijverheid. Voor bescherming uit hoofde van de Auteurswet is vereist dat de tekening of het model kan worden aangemerkt als een ‘werk’, waarvoor de maatstaf geldt, zoals hiervoor onder 4.3.4. weergegeven. Als de tekening of het model valt aan te merken als een werk in bedoelde zin, is voldaan aan het vereiste dat sprake is van een voortbrengsel op het gebied van de (toegepaste) kunst, behoudens ingeval het eigen oorspronkelijk karakter enkel datgene betreft wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect (HR 15 januari 1988, NJ 1988/376 (Screenoprints/Citroën)). Gelet op het verweer van Votech c.s. had het op de weg van Chronos gelegen feitelijk te onderbouwen op welke punten in de tekeningen sprake is van creatieve keuzen, die niet enkel noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van een technisch effect. Dit heeft Chronos nagelaten. De rechtbank zal Chronos dan ook niet toelaten tot het door haar aangeboden bewijs van haar stellingen op dit punt. De conclusie is dan ook dat de technische tekeningen van Chronos auteursrechtelijke bescherming ontberen en dat het verveelvoudigen dan wel bewerken van deze tekeningen door Votech c.s. niet kan worden beschouwd als auteursrechtinbreuk. De vraag of het aanwezig hebben van de tekeningen op enigerlei andere wijze onrechtmatig is jegens Chronos zal hierna worden besproken bij het onderwerp Knowhow.

Knowhow

4.5.

Chronos voert het volgende aan met betrekking tot haar Knowhow en haar verwijt dat Votech c.s. onrechtmatig gebruik maken van deze Knowhow.

Voor de onderneming van Chronos is bepaalde specifieke en reproduceerbare kennis van wezenlijk belang. Zonder die kennis zou haar voorsprong in de markt als sneeuw voor de zon kunnen verdwijnen. Het gaat hierbij onder meer om de PLC-software inclusief de broncode, de technische tekeningen en het Become-IT bestand. Deze kennis en informatie geven inzicht in de technische bedrijfsvoering, het productieproces, de afzet van de producten en de kring van afnemers van Chronos. Deze kennis en informatie zijn niet algemeen bekend noch gemakkelijk toegankelijk voor de personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezig houden met de desbetreffende informatie. Omdat deze informatie geheim is en exclusief voorbehouden aan Chronos, vertegenwoordigt zij een grote handelswaarde. Chronos neemt juist vanwege de hoge vertrouwelijkheid van deze informatie ook de nodige maatregelen, zoals het achter slot en grendel houden van bedrijfsgevoelige informatie, om zodoende ervoor te zorgen dat deze informatie ook daadwerkelijk geheim blijft. Daarnaast wordt in haar offertevoorwaarden vermeld dat rechten van intellectuele eigendom beschermd dienen te worden, ook door de klanten van Chronos. Deze bedrijfsvertrouwelijke informatie duidt Chronos aan met de term “Knowhow”. Uit hoofde van hun functies bij Chronos hadden [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] volledige toegang tot de exclusieve Knowhow.

Votech c.s. hebben een kopie van de harde schijf met bescheiden die zij hebben ontvangen van de deurwaarder laten onderzoeken door Limits Consulting B.V. (hierna: Limits) Reeds met het verstrekken van deze kopie aan Limits hebben Votech c.s. bedrijfsvertrouwelijke gegevens aan derden verstrekt en daarin inzage gegeven.

Uit de rapporten blijkt dat Votech c.s. op allerlei manieren misbruik maakten van de bedrijfsgeheimen en Knowhow van Chronos. Zij maken bij hun dienstverlening gebruik van de PLC-software van Chronos en de onderliggende broncode, van de (bedrijfsgevoelige) technische tekeningen, van de informatie over klanten, (offerte)prijzen en strategieën van Chronos in de markt. Bij de enorme hoeveelheid technische tekeningen die zijn aangetroffen werden ook projectnummers aangetroffen, die Chronos aan elke specifieke klant koppelt. Het gaat hier dus om geheime klantgegevens. Votech voert thans opdrachten uit voor verschillende van deze klanten, waarvoor zij deze tekeningen van Chronos kan gebruiken. Dat Votech c.s. gebruik maken van de Knowhow van Chronos blijkt onder andere uit de e-mail van 14 december 2010 van [gedaagde sub 2] aan [gedaagde sub 4] . Uit het feit dat in deze e-mail wordt verwezen naar “projecten die nu aktueel zijn” (bij Chronos) blijkt dat zij reeds in 2010 bezig waren met het opzetten van hun bij Chronos opgedane ervaring, kennis, bedrijfsgeheimen en goodwill. De verklaring van Votech dat het in de e-mail gaat om een heel voorlopige verkenning van de mogelijkheden is ongeloofwaardig. [deskundige] zegt hierover: Uit de e-mail blijkt dat een en ander gaat over concrete aan de orde zijnde projecten, waarvan een aantal namen ook vallen binnen vraag 2 en dus klanten van Chronos waren.

Ook uit de e-mail van 29 maart 2011 blijkt het misbruik. Hier mailde [gedaagde sub 2] met [gedaagde sub 3] omtrent een machine voor [Klant 1] . Hetzelfde geldt voor de e-mail van [Klant 1] aan [gedaagde sub 2] d.d. 25 maart 2011. (bijlage 7a, 2-3) (“Volgend op uw bezoek van gisteren vindt u in bijlage de gegevens omtrent zakformaten, doseergewichten, stortgewichten en capaciteiten voor een nieuwe afzakmachine en palletizer.”)

Ook uit de e-mail van 3 maart 2011 waarin Votech c.s. tijdens het dienstverband bij Chronos een afspraak maakten met Culvita (klant van Chronos), blijkt dat Votech c.s. misbruik maakte van de bedrijfsgeheimen en knowhow van Chronos. Uit bijlage 7a, 3-2 blijkt bovendien dat Votech vervolgens een offerte heeft uitgebracht aan Culvita. (offertedatum: 17 oktober 2011)

Uit de verschillende bijlagen blijkt dat Votech c.s. in maart 2011 besprekingen planden bij klanten van Chronos, zoals [klant 8] , [klant 9] , [klant 4] en [klant 4] . Votech c.s. maakten zelfs al in februari 2011 een afspraak met [Petfood] . Dit kan niet anders worden gekwalificeerd dan als misbruik van bedrijfsgeheimen, Knowhow en klantinformatie, daar deze afspraken niet gebruikt werden ten behoeve van Chronos, maar ten behoeve van hun eigen nieuwe concurrerende onderneming Votech.

Uit de e-mail van 15 april 2011 blijkt dat Votech 15 dagen na uitdiensttreding bij Chronos een complete, gedetailleerde offerte aanbiedt aan [Klant 1] voor een bedrag van € 378.400. [gedaagde sub 2] heeft zelf, tijdens zijn dienstverband bij Chronos een offerte voor dezelfde machine verzonden aan [Klant 1] voor de prijs van € 431.509. Votech c.s. boden deze machine dus voor een aanzienlijk lager bedrag dan Chronos aan deze klant aan. Daarbij kende deze klant de heren van Votech al vanwege hun dienstverband bij Chronos. Het kan dan ook niet anders dan dat Votech c.s. met het aanbieden van deze machine aan [Klant 1] misbruik maakten van de kennis, klantinformatie en goodwill zoals opgedaan bij Chronos. Uit de brief van 24 mei 2011 die Votech ontving van [Klant 1] blijkt dat Votech de opdracht ook heeft gekregen.

Gelet op het feit dat Votech c.s. binnen 15 dagen na uitdiensttreding een offerte hebben uitgebracht, is het aannemelijk dat de door Votech c.s. aangeboden en verkochte machines zijn geproduceerd met gebruikmaking van de Knowhow van Chronos. Votech c.s. zouden anders nooit binnen een dergelijke korte tijd dergelijke complexe machines met complexe programmatuur kunnen ontwikkelen.

4.5.1.

Votech c.s. voeren aan dat Chronos onvoldoende definieert wat zij verstaat onder haar Knowhow. Nergens maakt Chronos een splitsing tussen de vakkennis van Votech c.s. en haar eigen gestelde Knowhow. Votech c.s. betwisten dat sprake is van geheime informatie. Votech c.s. betwisten dat zij bij de opdrachten die zij hebben verkregen gebruik hebben gemaakt van de Knowhow van Chronos, voor zover die al valt te definiëren. De in de e-mail van 14 december 2010 genoemde projecten, waren alle op dat moment lopende projecten die [gedaagde sub 2] kende, waaronder ook projecten waarvan Chronos hoopte dat zij deze zou verwerven. De projecten betroffen evenwel geen Chronos gebonden marktkennis, maar algemene kennis van [gedaagde sub 2] over de markt in de branche uit hoofde van zijn netwerk. Votech c.s. hebben geen gebruik gemaakt van enig Become-IT bestand. De PLC-software die zij voorhanden hadden, hebben zij op rechtmatige wijze van klanten ontvangen. De oude tekeningen zijn niet meer geopend sinds de creatiedatum (in 2010) op de USB stick waarop ze zijn gevonden. Alle door Votech c.s. geproduceerde machines zijn eigen ontwerpen van Votech c.s. Voor de machines van Votech c.s. zijn eigen tekeningen gemaakt, aldus Votech c.s.

4.5.2.

De rechtbank overweegt het volgende. Artikel 39 lid 2 van het TRIPS-Verdrag bepaalt dat natuurlijke personen en rechtspersonen de mogelijkheid hebben te beletten dat informatie waarover zij rechtmatig beschikken zonder hun toestemming wordt openbaar gemaakt aan, verworven door of gebruikt door anderen op een wijze die in strijd is met eerlijke handelsgebruiken, zolang deze informatie

a. geheim is in de zin dat zij, globaal dan wel in de juiste samenstelling en ordening van de bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie,

b. handelswaarde bezit omdat zij geheim is en

c. is onderworpen aan, gezien de omstandigheden, redelijke maatregelen door de persoon die rechtmatig over de informatie beschikt, om deze geheim te houden.

Deze criteria zijn overgenomen in de ontwerprichtlijn voor de bescherming van bedrijfsgeheimen van de Europese Commissie d.d. 28 november 2013.

Zoals het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft overwogen in zijn arrest van 29 maart 2011 (GBT/Ajinomoto) kan de strekking van artikel 39 lid 2 TRIPS-Verdrag worden geacht te zijn geïncorporeerd in artikel 6:162 BW. Met andere woorden, er is sprake van onrechtmatig handelen indien informatie die voldoet aan de onder a, b en c van artikel 39 lid 2 TRIPS-Verdrag genoemde criteria, wordt openbaar gemaakt aan, verworven door of gebruikt door anderen zonder toestemming van degene die rechtmatig over de informatie beschikt.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Chronos onvoldoende gesteld om aan te nemen dat haar informatie voldoet aan de onder a, b en c genoemde criteria. Chronos heeft met name niet gesteld aan welke maatregelen de informatie is onderworpen om deze geheim te houden. Zij stelt enkel dat zij “de nodige maatregelen, zoals het achter slot en grendel houden van bedrijfsgevoelige informatie” neemt. Dit is onvoldoende feitelijk. In ieder geval was in de arbeidsovereenkomsten met [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] geen sprake van een geheimhoudingsbeding. Het is dan ook, zoals Chronos zelf stelt, vanzelfsprekend en toegestaan dat Votech c.s. gebruik maken van de kennis en ervaring die zij hebben opgedaan bij Chronos.

Desalniettemin zou sprake kunnen zijn van bijzondere omstandigheden waarin aan Chronos toebehorende informatie, die weliswaar niet voldoet aan genoemde criteria, op zodanige wijze is gebruikt dat Votech c.s. daarmee op enigerlei andere wijze in strijd met eerlijke handelsgebruiken voordeel hebben verkregen. Van dergelijke omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank echter geen sprake. Zoals volgt uit hetgeen hiervoor onder 4.2.3. reeds is overwogen, is niet gebleken dat Votech c.s. onrechtmatig gebruik hebben gemaakt van het Become-IT bestand, laat staan dat zij daarmee in strijd met eerlijke handelsgebruiken voordeel hebben verkregen. Zoals volgt uit hetgeen hiervoor onder 4.3. e.v. is overwogen, is de PLC-software die Votech c.s. in hun bezit hadden niet op onrechtmatige wijze verkregen en hebben Votech c.s. geen inbreuk gemaakt op enig auteursrecht van Chronos. Derhalve kan met betrekking tot deze PLC-software evenmin worden gezegd dat Votech c.s. daarmee in strijd met eerlijke handelsgebruiken voordeel hebben verkregen. De bestanden met 402 oude tekeningen die Votech c.s. in hun bezit hadden, zijn na de creatiedatum van 28 januari 2010 niet meer geopend, zoals Votech c.s. onweersproken hebben gesteld. Nu Chronos onvoldoende heeft onderbouwd dat zij maatregelen heeft genomen om haar informatie, waaronder de tekeningen, geheim te houden, is het enkele aanwezig hebben van deze tekeningen niet onrechtmatig. Feitelijk blijkt uit niets dat Votech c.s. op enigerlei wijze gebruik hebben gemaakt van deze tekeningen, laat staan dat deze zijn gebruikt om zodoende in strijd met eerlijke handelsgebruiken voordeel te verkrijgen. De overige tekeningen die zij in hun bezit hadden zijn hen toegezonden door klanten dan wel zijn deze door Votech c.s. gemaakt, zoals Votech c.s. onweersproken hebben gesteld. Zij beschikten daar dan ook rechtmatig over.

Het feit dat [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] al tijdens het dienstverband bij Chronos afspraken maakten met klanten valt niet te beschouwen als misbruik maken van de kennis en ervaring die zij hebben opgedaan bij Chronos. Er was immers geen sprake van een geheimhoudings- of relatiebeding. Om dezelfde reden valt de e-mail van 14 december 2010 noch de veronderstelde wetenschap van [gedaagde sub 2] met betrekking tot de offerte aan [Klant 1] te beschouwen als misbruik maken van bij Chronos opgedane kennis en ervaring.

Chronos heeft niet aangegeven wat, mede gelet op de kennis en ervaring van Votech c.s., de gemiddelde ontwerp- en ontwikkeltijd is voor de aan [Klant 1] geoffreerde machine. De suggestie van Chronos dat Votech c.s. alleen met gebruikmaking van de Knowhow van Chronos binnen 15 dagen na uitdiensttreding een offerte hebben kunnen uitbrengen, wordt dan ook verworpen wegens het ontbreken van een feitelijke grondslag.

De vraag of anderszins sprake is van onrechtmatige concurrentie zal hierna worden besproken bij het onderwerp Onrechtmatige concurrentie.

4.5.3.

Het feit dat Votech c.s. een kopie van de harde schijf met bescheiden die zij hebben ontvangen van de deurwaarder in het kader van de onderhavige procedure hebben laten onderzoeken door Limits valt ook niet te beschouwen als onrechtmatig jegens Chronos, nu de in de bescheiden aanwezige informatie niet voldoet aan de criteria van artikel 39 lid 2 TRIPS-Verdrag en niet gezegd kan worden dat Votech c.s. door het verstrekken van de informatie aan Limits in strijd met eerlijke handelsgebruiken voordeel hebben verkregen.

4.5.4.

De conclusie is dat Votech c.s. met betrekking tot de Knowhow niet onrechtmatig hebben gehandeld jegens Chronos.

Onrechtmatige concurrentie

4.6.

In het hierna volgende gaat de rechtbank in op de door Chronos aan Votech c.s. verweten onrechtmatige concurrentie. De rechtbank stelt voorop dat het Votech c.s., nu de arbeidsovereenkomsten van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met Chronos noch een concurrentie- noch een relatie- noch een geheimhoudingsbeding bevatten, in beginsel is toegestaan om jegens Chronos concurrerende werkzaamheden te verrichten en zaken te doen met relaties van Chronos en daarbij gebruik te maken van de kennis, ervaring en persoonlijke goodwill die zij bij Chronos hebben opgedaan. Concurrentie door Votech c.s. jegens Chronos is slechts onrechtmatig jegens Chronos, indien Votech c.s., gebruikmakend van de bij Chronos opgedane kennis en gegevens, het duurzame bedrijfsdebiet van Chronos stelselmatig en in substantiële mate afbreken. Of daarvan sprake is, dient te worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. Volgens Chronos leiden de volgende omstandigheden tot de conclusie dat sprake is van onrechtmatige concurrentie van Votech c.s. jegens Chronos:

a. Uit de e-mail van 14 december 2010 van [gedaagde sub 2] aan [gedaagde sub 4] blijkt dat Votech c.s. reeds in 2010 bezig waren met het opzetten van hun eigen concurrerende onderneming Votech en daarbij misbruik maakten van hun bij Chronos opgedane ervaring, kennis, bedrijfsgeheimen en goodwill.

b. [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] bereidden tijdens het dienstverband met Chronos concurrerende werkzaamheden voor door:

1. klanten van Chronos actief te benaderen en

2. offertes uit te brengen en bestellingen te doen gedurende het dienstverband.

c. Votech c.s. maken Chronos klanten afhandig.

d. Votech c.s. maken Chronos personeel afhandig.

e. Votech c.s. creëren verwarringsgevaar.

f. Votech c.s. verwijzen naar het vroegere dienstverband van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met Chronos.

g. Votech c.s. maken misbruik van bedrijfsvertrouwelijke gegevens van Chronos en doen voordelige aanbiedingen met gebruikmaking van deze gegevens.

4.6.1.

De rechtbank zal hierna aan de hand van de stellingen van Chronos en het verweer van Votech c.s. daartegen onderzoeken in hoeverre de gestelde omstandigheden concreet zijn en of gezegd kan worden dat Votech c.s., gebruikmakend van de bij Chronos opgedane kennis en gegevens, het duurzame bedrijfsdebiet van Chronos stelselmatig en in substantiële mate afbreken.

a. De e-mail van 14 december 2010

4.6.2.

Chronos stelt dat uit de e-mail van 14 december 2010 van [gedaagde sub 2] aan [gedaagde sub 4] blijkt dat Votech c.s. reeds in 2010 bezig waren met het opzetten van hun eigen concurrerende onderneming Votech en daarbij misbruik maakten van hun bij Chronos opgedane ervaring, kennis, bedrijfsgeheimen en goodwill. Uit deze e-mail blijkt immers dat zij verwijzen naar “projecten die nu aktueel zijn” (bij Chronos). Op dat moment waren [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] nog in dienst bij Chronos. Zij maakten tezamen misbruik van deze kennis, Knowhow, bedrijfsgeheimen, ervaring en goodwill. De verklaring van Votech c.s. dat dit een heel voorlopige verkenning van de mogelijkheden om zelfs te beginnen betreft, is ongeloofwaardig. Er worden in deze e-mail concrete aspecten van de onderneming van Votech besproken, zoals potentiële klanten, omzet, service, dealerschap et cetera.

4.6.3.

Votech c.s. voeren aan dat [gedaagde sub 2] in het e-mailbericht van 14 december 2010 aan [gedaagde sub 4] een ‘tour de horizon’ heeft gemaakt over de mogelijkheden in de markt. Daarin zijn alle op dat moment lopende projecten genoemd die [gedaagde sub 2] kende, waaronder projecten waarvan ook Chronos hoopte dat zij deze zou verwerven. De genoemde projecten betroffen evenwel geen ‘Chronos gebonden’ marktkennis, maar algemene kennis van [gedaagde sub 2] over de markt in de branche uit hoofde van zijn netwerk. Deze e-mail heeft geen vervolg gekregen. Alle e-mailberichten inzake afspraken met potentiële klanten dateren van na het moment van het ontslag van alle werkverplichtingen van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] . Er is geen enkel bericht aangetroffen over de periode vanaf 14 december 2010 tot het moment waarop zij hebben opgezegd en naar huis zijn gezonden, aldus Votech c.s.

4.6.4.

Naar het oordeel van de rechtbank levert het schrijven van het e-mailbericht van 14 december 2010 als zodanig geen onrechtmatige concurrentie jegens Chronos op. Het enkele nadenken over een andere carrière en daarover met elkaar communiceren is niet onrechtmatig jegens Chronos. Nu de arbeidsovereenkomsten van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met Chronos noch een concurrentie- noch een relatie- noch een geheimhoudingsbeding bevatten was het hen zelfs toegestaan om met elkaar te communiceren over klanten van Chronos en mogelijk concurrerende werkzaamheden, waaronder service en dealerschap en de benodigde omzet. Uit niets blijkt dat [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] tussen 14 december 2010 en het moment waarop zij door Chronos zijn ontslagen van hun werkverplichtingen concurrerende werkzaamheden hebben voorbereid of uitgevoerd, behalve dan dat zij onderling hebben besloten een met Chronos concurrende onderneming op te richten, hetgeen op zichzelf niet onrechtmatig is.

b. Het voorbereiden van concurrerende werkzaamheden gedurende het dienstverband

4.6.5.

Chronos verwijt [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] dat zij al tijdens hun dienstverband werkzaamheden hebben verricht voor klanten van Chronos. Zij boden offertes aan, stuurden opdrachtbevestigingen, voerden e-mailcorrespondentie over de werkuitvoering, over tekeningen, over bestellingen, over facturering, over afspraken met de klanten van Chronos et cetera. Uit de e-mail in bijlage 7a, 12-1 volgt dat Votech c.s. al op 13 april 2011 diverse facturen stuurden aan klanten van Chronos. Het stond Votech c.s. niet vrij om na de vrijstelling van werkzaamheden bij Chronos klanten van Chronos te benaderen en afspraken met hen te maken. Zij hoefden weliswaar geen werkzaamheden uit te voeren, maar dat doet niets af aan de overige rechten en plichten uit hoofde van de arbeidsovereenkomst. Zo ontvingen [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] tot 1 april 2011 loon (inclusief overige emolumenten) en bouwden zij vakantiedagen op. Een en ander aldus Chronos.

4.6.6.

Votech c.s. voeren aan dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] zich, toen zij onvoorwaardelijk, zonder werkverplichting naar huis waren gezonden, vrij voelden om over hun tijd te beschikken. Zij hadden aan Chronos meegedeeld een eigen onderneming te willen starten. Dat was voor Chronos geen aanleiding om [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] enige beperking op te leggen in de laatste maand van hun dienstverband. In maart 2011 hadden Votech c.s. het met name druk met het opzetten van het bedrijf: het oprichten van de BV, het maken van een website. Onder meer door het onmiddellijke ontslag van alle werkverplichtingen van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] was de opstart van Votech het gesprek van de dag in de branche en kreeg dat veel aandacht. Onder andere de onderhoudsmonteurs van Chronos hebben die informatie in de branche kenbaar gemaakt. De meeste contacten kwamen tot stand doordat Votech c.s. werden gebeld. [gedaagde sub 2] werd gebeld op zijn mobiele nummer. Dat nummer was kennelijk doorgegeven door de service-afdeling van Chronos. Mede in dat licht hebben reeds in maart 2011 kennismakingen met de toekomstige nieuwe onderneming van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] plaatsgevonden. Voor het ontslag van alle werkverplichtingen is geen van drieën naar buiten getreden naar mogelijke klanten.

4.6.7.

De rechtbank is van oordeel dat de periode tussen eind februari 2011 en 1 april 2011, gedurende welke periode [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] vanwege hun voornemen om een eigen, concurrerende onderneming te starten waren ontslagen van hun werkverplichtingen, ondanks het feit dat zij nog in dienst waren bij en salaris ontvingen van Chronos, moet worden beschouwd als ‘eigen tijd’, net zoals vakantie en andere uren buiten werktijd. De rechtbank is van oordeel dat het in deze eigen tijd treffen van voorbereidingen voor het oprichten van een eigen, met de werkgever concurrerend, bedrijf met de bedoeling om dit startklaar te hebben zodra de arbeidsovereenkomst is geëindigd, is toegestaan. Het is in beginsel echter niet toegestaan om in die periode concurrerende activiteiten te ontplooien. Het oprichten van de B.V., het maken van een website en het maken van afspraken en het voeren van gesprekken met mogelijke toekomstige klanten op verzoek van deze klanten vallen naar het oordeel van de rechtbank onder voornoemde toegestane voorbereidende werkzaamheden. Het maken van tekeningen in de eigen tijd is naar het oordeel van de rechtbank eveneens toegestaan, zolang daar niet concurrerend mee naar buiten wordt getreden. De rechtbank is van oordeel dat werkzaamheden concurrerend en in die periode dus ongeoorloofd zijn wanneer klanten actief worden benaderd of andere concurrerende activiteiten worden verricht, zoals het uitbrengen van offertes en het doen van bestellingen ten behoeve van klanten. In het hiernavolgende zal de rechtbank onderzoeken welke klanten Votech c.s. actief heeft benaderd en welke concurrerende werkzaamheden Votech c.s. hebben verricht in de periode tussen eind februari 2011 en 1 april 2011.

b1. Het voorbereiden van concurrerende werkzaamheden gedurende het dienstverband:

Het actief benaderen van klanten

4.6.8.

Ter onderbouwing van haar stelling dat Votech c.s. nog tijdens hun dienstverband bezig waren met het afhandig maken van klanten van Chronos voert Chronos het volgende aan. Uit het rapport van [deskundige] blijkt dat Votech c.s. al in maart 2011 besprekingen bij [Klant 1] , [klant 3] , [klant 4] , [klant 4] , [klant 8] , [klant 6] en [klant 9] hebben ingepland. Zij maakten zelfs al in februari 2011 een afspraak met [Petfood] . [deskundige] beantwoordt in zijn voorlopig deskundigenbericht de vraag of Votech c.s. uit eigener beweging klanten van Chronos hebben benaderd (vraag 3) met “ja”. Votech c.s. hadden tijdens hun dienstverband al regelmatig contact met deze klanten. Aangezien de klanten geen contact konden opnemen met Votech – zij bestond immers officieel nog niet eens – dient te worden geconcludeerd dat Votech c.s. deze klanten zelf hebben benaderd.

4.6.9.

Votech c.s. betwisten dat zij zelf de klanten van Chronos hebben benaderd. [Petfood] , [klant 3] en [Klant 1] hebben uitdrukkelijk verklaard dat zij zelf contact hebben gezocht met Votech c.s. [Petfood] heeft Votech c.s. uitgenodigd om een prijsopgave te doen. Uit de bijlagen blijkt dat de contacten met [Petfood] niet hebben plaatsgevonden gedurende het dienstverband van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met Chronos. De afspraak van [naam 5] op 8 maart 2011 met de heer [naam 6] van [Petfood] , zoals die blijkt uit de e-mailwisseling van 23 en 27 februari 2011, staat daar los van. [naam 5] was begin december 2010 door Chronos ontslagen. De heer [naam 5] is niet betrokken bij Votech. Een paar klanten heeft [gedaagde sub 2] zelf gebeld, maar daar kwamen geen opdrachten uit. [gedaagde sub 2] heeft bijvoorbeeld [klant 4] gebeld.

4.6.10.

De rechtbank overweegt als volgt. Votech c.s. hebben erkend dat zij [klant 4] als klant hebben benaderd. Uit bijlage 7a, 0-2 bij het rapport van [deskundige] blijkt dat de afspraak met [klant 4] gepland stond op 11 maart 2011, derhalve in de periode tussen eind februari 2011 en 1 april 2011, waarin [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] nog in dienst waren bij Chronos. Ten aanzien van de andere klanten twisten partijen over de vraag of deze door Votech c.s. zijn benaderd, zoals Chronos stelt, of dat deze klanten Votech c.s. uit eigen initiatief hebben benaderd, zoals Votech c.s. stellen.

Naar het oordeel van de rechtbank geeft het voorlopig deskundigenbericht, mede gelet op de door Votech c.s. in het geding gebrachte schriftelijke verklaringen van voornoemde klanten, onvoldoende steun aan de stelling van Chronos dat Votech c.s. de klanten actief hebben benaderd. Anders dan Chronos betoogt, beantwoordt [deskundige] de vraag of Votech c.s. uit eigener beweging klanten van Chronos hebben benaderd (vraag 3) namelijk niet met een simpel “ja”. Bij de beantwoording van vraag 3 trekt [deskundige] de conclusie dat Votech c.s. uit eigen beweging één of meer van de klanten van Chronos hebben benaderd uit het feit dat er geen aanwijzingen zijn die duiden op eigen initiatief van klanten in combinatie met het aantal (voorgenomen) contacten. De deskundige heeft dus geen stukken aangetroffen waaruit blijkt dat Votech c.s. de klanten hebben benaderd, maar heeft dit beredeneerd aan de hand van het feit dat er geen stukken zijn waaruit blijkt dat de klanten contact hebben opgenomen met Votech c.s. en het feit dat de contacten plaatsvonden in de voorbereidingsfase van de oprichting van Votech, in welke fase de klanten geen contact kunnen hebben opgenomen met het nog niet bestaande Votech. Votech c.s. hebben echter gesteld dat de klanten beschikten over de privételefoonnummers van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] en hebben, onder overlegging van schriftelijke verklaringen van de desbetreffende klanten, gesteld dat de klanten contact met hen hebben gezocht.

Chronos heeft verder geen nadere feitelijke onderbouwing gegeven. Gelet op het door Votech c.s. gevoerde verweer is er onvoldoende bewijs dat Votech c.s., buiten [klant 4] , de klanten van Chronos actief hebben benaderd, zodat ervan moet worden uitgegaan dat de overige klanten van Chronos Votech c.s. hebben benaderd. Het verwijt van Chronos dat Votech c.s. klanten van Chronos actief hebben benaderd gaat dan ook alleen op voor wat betreft [klant 4] .

b2. Het voorbereiden van concurrerende werkzaamheden gedurende het dienstverband:

Het uitbrengen van offertes en het doen van bestellingen gedurende het dienstverband

4.6.11.

Chronos geeft onder punt 115 van haar conclusie wijziging eis / aanvulling gronden een overzicht, waaruit volgens haar blijkt dat Votech c.s. (veelal tijdens dienstverband bij Chronos) talloze afspraken hebben gemaakt met klanten en offertes aan klanten hebben aangeboden. Blijkens dit overzicht en de daarin genoemde stukken is de offerte aan [Klant 1] uitgebracht op 15 april 2011, de offerte aan Culvita op 17 oktober 2011, de offerte aan [Petfood] op 29 april 2011, de offerte aan [klant 3] op 5 april 2011, de offerte aan [klant 4] op 7 april 2011, de offerte aan [klant 8] op 14 november 2011, de offerte aan [klant 6] op 26 mei 2011, de offerte aan [klant 7] op 29 april 2011, de offerte aan [klant 9] op 16 mei 2011 en de offerte aan [naam 7] op 15 juni 2011. Voorts blijkt uit dit overzicht en de daarin genoemde stukken dat op 6 april 2011 een bestelling is gedaan ten behoeve van [klant 4] .

De rechtbank komt op basis van voornoemd overzicht tot de conclusie dat voornoemde offertes en bestellingen allen zijn gedaan ná afloop van het dienstverband van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] en niet in de referentieperiode tussen eind februari 2011 en 1 april 2011.

c. Het afhandig maken van klanten

4.6.12.

Chronos voert op dit punt het volgende aan. [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hebben gedurende hun dienstverband bij Chronos duurzame relaties opgebouwd met de klanten van Chronos, waardoor een vertrouwensband is ontstaan. Chronos heeft geconstateerd dat gedurende de eerste twee maanden na de oprichting van Votech in elk geval een zestal klanten van Chronos ( [Petfood] , [Klant 1] , [klant 3] , [naam 7] Industries, [klant 4] en [klant 4] ) door Votech c.s. benaderd waren met een aanbod van een of meer systemen. Het gaat hier om klanten waarmee Chronos door veel tijd en geld te investeren een duurzame relatie heeft opgebouwd. Chronos doet al jaren zaken met deze klanten. De 27 klanten, waarnaar door [deskundige] onderzoek is gedaan, zijn de 27 belangrijkste klanten van Chronos. Zoals blijkt uit het rapport van [deskundige] leveren Votech c.s. diensten aan [Klant 1] , [Petfood] , [klant 3] , [klant 4] , [klant 4] , [klant 6] , [klant 7] , allen klanten van Chronos.

4.6.13.

Chronos heeft niet gereageerd op de gemotiveerde stelling van Votech c.s. dat alle klanten waarvoor Votech c.s. werkzaamheden hebben verricht/verrichten, ook nog steeds zaken doen met Chronos (en andere partijen in de branche). De rechtbank dient er dan ook van uit te gaan dat dit klopt. Van het afhandig maken van klanten is dan ook geen sprake.

d. Het afhandig maken van personeel

4.6.14.

Volgens Chronos blijkt uit het feit dat [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] thans tezamen de onderneming Votech hebben opgericht dat Votech c.s. ook personeel van Chronos afhandig hebben gemaakt. Daarnaast zijn eerst [werknemer 1] , [werknemer 2] en [werknemer 3] door Votech c.s. benaderd om bij hen in dienst te treden, waardoor Chronos nog drie extra medewerkers is kwijtgeraakt. Vervolgens zijn ook [werknemer 4] en [werknemer 5] overgestapt naar Votech. Weliswaar blijkt uit het onderzoek van [deskundige] niet dat Votech c.s. deze vijf ex-werknemers van Chronos heeft benaderd, maar Votech c.s. hadden zich bij het opstarten van hun concurrerende onderneming terughoudend moeten opstellen ten opzichte van deze ex-werknemers van Chronos, aldus Chronos.

4.6.15.

Votech c.s. betwisten dat zij werknemers van Chronos hebben benaderd. Zij voeren aan dat [werknemer 3] , [werknemer 2] en [naam 8] ieder in een handgeschreven verklaring hebben bevestigd dat zij zelf contact met Votech c.s. hebben gezocht. [werknemer 4] is door Chronos zelf ontslagen per 1 april 2012. Votech c.s. stellen dat zij nog steeds veel sollicitaties binnenkrijgt van werknemers van Chronos en dat zij daar zeer zorgvuldig mee omgaan. Votech c.s. hebben nimmer werknemers van Chronos benaderd om bij Votech in dienst te treden.

4.6.16.

De rechtbank stelt voorop dat het oprichten van een concurrende onderneming op zichzelf niet onrechtmatig is, ook al gebeurt dat door drie ex-werknemers van Chronos tezamen. Het in dienst nemen van ex-werknemers van Chronos is niet zonder meer onrechtmatig jegens Chronos. Chronos heeft niet feitelijk onderbouwd dat Votech c.s. voornoemde ex-werknemers hebben benaderd, uitgenodigd of bewogen om hun dienstverband met Chronos te beëindigen om bij Votech in dienst te treden. Uit het voorlopig deskundigenbericht blijkt in ieder geval dat in de inbeslaggenomen stukken geen stukken zijn te vinden die aanwijzingen bevatten over de wijze van overstappen van de werknemers. De rechtbank merkt tot slot op dat Votech c.s. onweersproken hebben gesteld dat één van de genoemde werknemers, [werknemer 4] , zelfs door Chronos is ontslagen. Van het afhandig maken van personeel door Votech c.s. is naar het oordeel van de rechtbank dan ook evenmin sprake.

e. Het creëren van verwarringsgevaar

4.6.17.

Chronos stelt dat [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] verwarringsgevaar tegenover klanten van Chronos hebben gecreëerd, door al tijdens het dienstverband met Chronos deze klanten te benaderen. Immers blijkt uit bijlage 7a, 12-3 van het rapport van [deskundige] dat [klant 4] op 23 maart 2011 een e-mail stuurde aan [gedaagde sub 4] [email] . [gedaagde sub 2] stuurde op 14, 24 en 29 maart 2011 e-mails vanuit [gedaagde sub 2] [email] , zo blijkt uit de bijlagen 7a, 26-3 en 2-4. Het spreekt voor zich dat [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hiermee verwarringsgevaar hebben gecreëerd, omdat deze klanten van Chronos nu ineens – terwijl [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] nog in dienst waren bij Chronos – met Votech-medewerkers communiceerden. Het is evident dat hiermee het risico ontstond dat deze klanten de identiteit van beide ondernemingen daardoor niet goed uit elkaar konden houden, aldus Chronos.

4.6.18.

Votech c.s. voeren aan dat Votech zich altijd als zelfstandige entiteit heeft gepresenteerd, met een duidelijk eigen logo dat op geen enkele manier associaties oproept met het logo van Chronos. Het was algemeen bekend dat Chronos [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [naam 9] had ontslagen van hun werkverplichtingen. De e-mails die in maart 2011 zijn verzonden, zijn verzonden vanuit een Votech-adres. Votech c.s. betwisten dan ook dat ooit verwarringsgevaar heeft bestaan.

4.6.19.

De rechtbank is van oordeel dat Chronos, gelet op het verweer van Votech c.s., onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd dat Votech c.s. verwarringsgevaar hebben gecreëerd. Voor zover de klanten waarmee [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] in de periode maart 2011 hebben gemaild al niet op de hoogte waren van het feit dat zij niet langer voor Chronos werkten, ligt het voor de hand dat zij de desbetreffende klant kenbaar hebben gemaakt dat zij voor zichzelf zouden beginnen. De rechtbank heeft hierbij ook in aanmerking genomen dat het ook in het belang van Votech c.s. is om te voorkomen dat de klanten Chronos en Votech met elkaar zouden verwarren.

f. Het verwijzen naar het vroegere dienstverband

4.6.20.

Met betrekking tot het verwijt dat Votech c.s. zich schuldig maken aan het verwijzen naar het vroegere dienstverband voert Chronos het volgende aan.

Op de website van Votech wordt (onder meer) het volgende weergegeven:

“Votech BV is opgericht door [gedaagde sub 2] (37), [gedaagde sub 4] (47) en [naam 10] [gedaagde sub 3] (54). Het drietal oprichters beschikt gezamenlijk over 80 jaar werkervaring in de machinebouw! Voordat zij Votech BV oprichtten, werkten ze alle drie al in de verpakkingsbranche. Daardoor kennen ze ieder detail van verpakkingsmachines die ze ontwerpen, produceren en verkopen.”

“ [gedaagde sub 2] is een verkoper in hart en nieren. Hij kijkt altijd naar het belang van de klant. Hij heeft een jarenlange technische achtergrond, waardoor hij de machines en producteigenschappen kent als geen ander. Door zijn ervaring en betrokkenheid, is hij van onschatbare waarde voor zijn klanten.”

“Votech BV:

• Werkt enkel met ervaren experts.

Oprichters [gedaagde sub 4] , [gedaagde sub 2] en [naam 10] [gedaagde sub 3] hebben samen 80 jaar werkervaring. Zij bedenken efficiënte oplossingen voor uw specifieke product!”

Votech c.s. verwijzen op hun website dus expliciet naar hun dienstverband bij Chronos. Daarnaast verwijzen zij impliciet naar het vroegere dienstverband bij Chronos door zaken te doen met de heer [naam 5] . [naam 5] is destijds een van de oprichters geweest van Chronos. Veel partijen kennen hem in dit kader. Klanten zijn op de hoogte van het feit dat Votech c.s. samenwerken met [naam 5] . [naam 5] had immers ook ten behoeve van Votech rechtstreeks contact met klanten van Chronos, zo blijkt uit het rapport van [deskundige] .

4.6.21.

De rechtbank is van oordeel dat het Votech c.s. is toegestaan zich te presenteren als ervaren vaklui, nu zij jaren in de branche van verpakkings- en pallettiseermachines hebben gewerkt. Nu zij de naam van Chronos niet noemen, zoals blijkt uit de door Chronos geciteerde tekst van de website van Votech, is dit niet onrechtmatig jegens Chronos. De rechtbank kan Chronos niet volgen in haar stelling dat de eventuele (door Votech c.s. betwiste) samenwerking met [naam 5] moet worden beschouwd als impliciete verwijzing haar het vroegere dienstverband met Chronos, laat staan dat dit onrechtmatig is jegens Chronos.

g. Het misbruik maken van bedrijfsvertrouwelijke gegevens en het doen voordelige aanbiedingen met gebruikmaking van deze gegevens.

4.6.22.

Chronos stelt dat is gebleken dat Votech c.s. producten en diensten aanbieden aan klanten van Chronos en hiermee net onder de prijs gaan zitten van Chronos. Votech c.s. waren en zijn hiertoe in staat omdat zij op basis van hun eerdere dienstverband bij Chronos kennis hebben over de door Chronos gehanteerde prijzen. Uit het feit dat Votech c.s. aan een aanzienlijk aantal klanten van Chronos diensten verlenen, blijkt dat zij gebruik maken van de vertrouwelijke klant-, offerte- en projectgegevens. Dit geldt bijvoorbeeld voor de klant [klant 7] , waarvoor Votech c.s. thans opdrachten uitvoeren. [gedaagde sub 2] heeft in 2009 ook al namens Chronos met [klant 7] gecorrespondeerd. Destijds heeft Chronos de opdracht van [klant 7] niet verworven, maar omdat [gedaagde sub 2] toen al met [klant 7] correspondeerde over de te verkopen machines en prijzen, heeft hij deze prijs-, klant- en productinformatie kunnen gebruiken bij het verwerven van opdrachten van [klant 7] aan Votech.

Als bijlage 7a, 2-4 bij het rapport van [deskundige] is een e-mail van 29 maart 2011 aangetroffen. Hierin wordt gemaild omtrent een machine voor [Klant 1] . Uit de e-mail van 15 april 2011 (bijlage 7a, 2-1) blijkt dat Votech 15 dagen na uitdiensttreding van [gedaagde sub 2] bij Chronos een complete, gedetailleerde offerte aanbiedt aan [Klant 1] voor een bedrag van € 378.400,00. [gedaagde sub 2] heeft tijdens zijn dienstverband bij Chronos een offerte voor dezelfde machine verzonden aan [Klant 1] , echter namens Chronos voor de prijs van € 431.509,00 (productie 22 van Chronos d.d. 8 december 2010). Votech c.s. boden deze machine dus voor een aanzienlijk lager bedrag dan Chronos aan deze klant aan. Uit bijlage 7a, 2-2 blijkt dat Votech c.s. de opdracht voor deze klant van Chronos ook daadwerkelijk heeft gekregen.

Het was [gedaagde sub 2] die in december 2010 de offerteprocedure met [Klant 1] heeft gevoerd. Hier was geen andere Chronos-medewerker bij betrokken. [gedaagde sub 2] was drie maanden na het uitbrengen van de factuur aan [Klant 1] namens Chronos vanzelfsprekend nog goed op de hoogte van de diensten en de machine die hij eerder namens Chronos had aangeboden aan [Klant 1] . De stelling van Votech c.s. dat zij niet beschikten over die kennis en dus geen voorkennis hadden ten aanzien van de opdracht/wensen van [Klant 1] is dan ook nonsens. Gelet op het feit dat Votech c.s. al voorbereidingen uitvoerden ten aanzien van hun nieuw op te starten onderneming wisten zij wat [gedaagde sub 2] eerder aan [Klant 1] had aangeboden.

Uit de e-mail in bijlage 7a, 2-1 van het rapport van [deskundige] blijkt dat Votech deze machine aanbood die Chronos exact hetzelfde had aangeboden aan [Klant 1] , maar dat Votech met haar offerte bewust onder de offerteprijs van Chronos gaat zitten. Immers bood [gedaagde sub 2] de machine namens Chronos aan voor € 431.509,00 en namens Votech voor

€ 378.400,00. Votech c.s. ontkennen ook niet dat zij op de hoogte waren van de prijs die Chronos aan [Klant 1] had geoffreerd. Naar alle waarschijnlijkheid heeft [gedaagde sub 2] het offertetraject bewust zonder betrokkenheid van andere medewerkers doorlopen en niet voldaan aan de specifieke wensen van [Klant 1] , wetende dat hij namens Votech aan [Klant 1] aan zou geven dat Votech wel kon voldoen aan deze wensen van [Klant 1] . Votech c.s. maken zich dus schuldig aan het doen van voordelige aanbiedingen aan klanten van Chronos. Een en ander aldus Chronos.

4.6.23.

Votech c.s. voeren hiertegen het volgende verweer. De offerte die namens Chronos aan [Klant 1] is uitgebracht, is opgesteld door de heer [naam 11] . [gedaagde sub 2] heeft de offerte ondertekend, omdat de heer [naam 11] inmiddels was ontslagen. [gedaagde sub 2] heeft in die periode geen contact gehad met [Klant 1] . [Klant 1] heeft niet gereageerd op de offerte. Uit het e-mailbericht van 25 maart 2011 van [Klant 1] aan Votech blijkt dat Votech de specificaties voor de machine van [Klant 1] moest ontvangen. Votech beschikte dus niet over die kennis en had dus geen voorkennis ten aanzien van de opdracht en de wensen van [Klant 1] . [Klant 1] verklaart over de opdracht aan Votech dat Chronos niet in staat was invulling te geven aan de specifieke wensen van [Klant 1] en dat Votech daartoe wel bereid was. De machine die Votech aan [Klant 1] heeft aangeboden is derhalve niet dezelfde machine als die eerder door Chronos was aangeboden. De machine van Votech is tezamen met [Klant 1] ontwikkeld en heeft daarom een eigen prijskaartje gekregen. Op geen enkele manier is aangehaakt bij de aanbieding van Chronos of is gebruik gemaakt van Knowhow van Chronos.

De bigbag machine die Votech c.s. op 29 april 2011 aan [klant 7] hebben aangeboden verschilt van de bigbale machine die [gedaagde sub 2] in 2009 namens Chronos heeft aangeboden aan [klant 7] . [klant 7] heeft de machine op 19 mei 2011 besteld. Ter onderbouwing leggen Votech c.s. als productie 43 een foto van een bigbag en een foto van een bigbale over, waarop het verschil tussen een bigbag en een bigbale te zien is. Het concept van de machine is bedacht door [klant 7] zelf en door Votech c.s. getekend en uitgevoerd, aldus Votech c.s.

4.6.24.

De rechtbank overweegt als volgt. Chronos heeft weliswaar gesteld dat bij het uitbrengen van de offerte van Chronos aan [Klant 1] geen andere Chronos-medewerker betrokken was, maar bij gelegenheid van de comparitie van partijen heeft zij erkend dat de offerte is opgesteld door de heer [naam 11] . Daarmee komt de stelling van Chronos dat [gedaagde sub 2] drie maanden na het uitbrengen van de offerte aan [Klant 1] namens Chronos goed op de hoogte was van de diensten en de machine die hij had aangeboden op losse schroeven te staan. Het is immers zeer wel mogelijk dat [gedaagde sub 2] , zoals door Votech c.s. is betoogd, de offerte enkel heeft ondertekend zonder daar inhoudelijk kennis van te nemen. Daarbij komt dat Chronos niet heeft betwist dat de machine die Votech aan [Klant 1] heeft aangeboden niet dezelfde machine is als de eerder door Chronos aangeboden machine. Derhalve kan dit voorbeeld niet dienen ter onderbouwing van de stelling van Chronos dat Votech c.s. met gebruikmaking van bedrijfsvertrouwelijke gegevens voordelige aanbiedingen doen.

Chronos heeft niet nader onderbouwd op welke wijze Votech c.s. bij het doen van het aanbod van de bigbag machine aan [klant 7] gebruik heeft gemaakt van de bedrijfsvertrouwelijke gegevens met betrekking tot de in 2009 door Chronos aan [klant 7] aangeboden bigbale machine. Chronos betwist niet dat de bigbag machine van Votech c.s. een andere machine is dan de bigbale machine. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Chronos dan ook onvoldoende onderbouwd dat Votech c.s. bij het aanbieden van de bigbag machine misbruik heeft gemaakt van bedrijfsvertrouwelijke gegevens van Chronos.

Andere concrete voorbeelden heeft Chronos niet genoemd. Het verwijt dat Votech c.s. misbruik maken van bedrijfsvertrouwelijke gegevens en met gebruikmaking van deze gegevens voordelige aanbiedingen doen is dan ook onterecht.

Valt in de gegeven omstandigheden het verrichten van werkzaamheden voor 7 klanten van Chronos te beschouwen als het stelselmatig en in substantiële mate afbreken van het duurzame bedrijfsdebiet?

4.6.25.

Chronos stelt dat de in de vraagstelling van [deskundige] opgenomen 27 klanten haar belangrijkste klanten zijn. Uit het rapport van [deskundige] blijkt dat Votech c.s. voor 7 van deze klanten diensten (heeft) verricht. Uit de verder door Chronos genoemde omstandigheden blijkt volgens haar dat Votech c.s. stelselmatig en substantieel het duurzame debiet van Chronos afbreken.

4.6.26.

Votech c.s. voeren aan dat Chronos honderden, misschien wel duizenden klanten heeft. De 27 partijen die in de vraagstelling aan [deskundige] zijn opgenomen zijn betrekkelijk willekeurig. Geen van deze partijen worden op de site van Chronos als referentie genoemd, aldus Votech c.s.

4.6.27.

Zoals de rechtbank onder 4.6. al voorop heeft gesteld, is het Votech c.s. in beginsel toegestaan om jegens Chronos concurrerende werkzaamheden te verrichten en zaken te doen met relaties van Chronos en daarbij gebruik te maken van de kennis, ervaring en persoonlijke goodwill die zij bij Chronos hebben opgedaan. Immers bevatten de arbeidsovereenkomsten van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met Chronos noch een concurrentie- noch een relatie- noch een geheimhoudingsbeding. Chronos erkent dat zij in Nederland ongeveer 150 klanten heeft. Wat er zij van haar stelling dat de 27 in de vraagstelling aan [deskundige] opgenomen klanten haar belangrijkste klanten zijn, Votech c.s. hebben werkzaamheden verricht voor slechts 7, dus minder dan een kwart van deze klanten. In verhouding tot de 150 klanten van Chronos in Nederland is dit slechts een zeer gering aantal. Bovendien gaat de rechtbank ervan uit dat al deze klanten ook nog steeds zaken doen met Chronos, zoals hiervoor is overwogen.

Alleen van [klant 4] is komen vast te staan dat deze klant van Chronos actief door Votech c.s. is benaderd en dat dit is gebeurd in de periode tussen eind februari 2011 en 1 april 2011, derhalve nog tijdens het dienstverband met Chronos. Van andere ongeoorloofde voorbereidingen van concurrerende werkzaamheden gedurende het dienstverband met Chronos is niet gebleken. Verder heeft Chronos, zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, onvoldoende feitelijk onderbouwd dat Votech c.s. verwarringsgevaar hebben gecreëerd, is de wijze waarop Votech c.s. melding maken van hun kennis en ervaring niet onrechtmatig jegens Chronos en is het verwijt dat Votech c.s. misbruik maken van bedrijfsvertrouwelijke gegevens en met gebruik van deze gegevens voordelige aanbiedingen doen onterecht. Votech c.s. hebben weliswaar vijf oud-werknemers van Chronos in dienst, maar dit op zichzelf is niet onrechtmatig jegens Chronos. In de gegeven omstandigheden, te weten het feit dat Votech c.s. één klant tijdens het dienstverband van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met Chronos actief hebben benaderd en het feit dat Votech c.s. vijf oud-werknemers van Chronos in dienst hebben, kan naar het oordeel van de rechtbank het verrichten van werkzaamheden voor 7 klanten van Chronos, die ook nog steeds zaken doen met Chronos, niet worden beschouwd als het stelselmatig en in substantiële mate afbreken van het duurzame bedrijfsdebiet van Chronos.

Conclusie met betrekking tot de verweten onrechtmatige concurrentie

4.6.28.

De conclusie is dat het verwijt dat Votech c.s. Chronos onrechtmatige concurrentie aandoen, onterecht is.

Het profiteren van de wanprestatie van relaties en klanten van Chronos

4.7.

Chronos voert het volgende aan met betrekking tot het verwijt aan Votech c.s. dat zij profiteren van de wanprestatie van haar relaties en klanten. Gedurende het dienstverband van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] gebruikte Chronos de algemene voorwaarden van de Metaalunie in de offertes aan haar klanten. Op grond van deze Metaalunievoorwaarden was het haar klanten verboden om zonder haar toestemming onder meer tekeningen en software aan een derde te openbaren. Votech c.s. waren ervan op de hoogte dat Chronos deze voorwaarden hanteerden. Votech c.s. hebben desondanks de klanten bewogen tot het toezenden van technische tekeningen en PLC software. Dit is onrechtmatig jegens Chronos.

4.7.1.

Zoals de rechtbank hiervoor onder 4.3.20. al heeft overwogen, betwisten Votech c.s. dat van enige contractuele beperking sprake was en wijzen zij erop dat Chronos geen overeenkomsten met de klanten van wie zij de PLC-software heeft ontvangen in het geding heeft gebracht. Zoals voorts is overwogen heeft Chronos niet aangeboden te bewijzen dat op de contracten met de betreffende klanten de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn verklaard, zodat niet vaststaat dat het de klanten contractueel verboden was om zonder toestemming van Chronos de PLC-software aan Votech c.s. ter beschikking te stellen. Hetzelfde geldt voor het toezenden van technische tekeningen. Het verwijt van Chronos aan het adres van Votech c.s. op dit punt is derhalve eveneens onterecht.

Conclusie met betrekking tot de toewijsbaarheid van de vorderingen

4.8.

De conclusie is, dat geen van de door Chronos aan Votech c.s. gedane verwijten terecht is. Dat betekent dan ook dat alle vorderingen moeten worden afgewezen.

De proceskosten

4.9.

De rechtbank zal de proceskosten bespreken na de beoordeling in reconventie.

in reconventie

De beslagen

4.10.

Nu in conventie alle vorderingen van Chronos worden afgewezen, staat vast dat het ingeroepen recht ten aanzien van de conservatoire beslagen ondeugdelijk is. De rechtbank zal de beslagen opheffen en Chronos bevelen de in bewaring gegeven gegevensdragers te doen afgeven zoals gevorderd, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd op na te melden wijze.

De gevorderde terugbetaling van de proceskosten van het eerste kort geding

4.11.

Zoals Chronos terecht aanvoert, is de grond voor de betaling van de proceskosten van € 15.651,17 gelegen in het vonnis in kort geding. Van onverschuldigde betaling is dan ook geen sprake. Deze bodemprocedure valt niet te beschouwen als een hoger beroep van dat kort geding, zodat de proceskostenveroordeling niet kan worden aangetast. De vordering tot terugbetaling van de betaalde proceskosten zal daarom worden afgewezen.

in conventie en in reconventie voorts

De proceskosten

4.12.

Chronos zal als de in het ongelijk gestelde partij in conventie in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. Voor zover de kosten van Votech c.s. in reconventie (indirect) betrekking hebben op de auteursrechtkwestie moeten deze worden geacht te zijn bestreden met de in conventie toe te wijzen proceskostenveroordeling ex artikel 1019h Rv, waarover hierna meer. De rechtbank zal de proceskosten in reconventie voor het overige compenseren, aangezien beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld.

4.12.1.

Votech c.s. doen een beroep op artikel 1019h Rv ten aanzien van de kosten die betrekking hebben op de intellectueel eigendomsrechtelijke aspecten van deze zaak. Votech c.s. stellen dat de kosten in totaal € 126.600,92 hebben bedragen. Zij schatten dat 40% daarvan ziet op de aspecten van intellectuele eigendom in deze zaak en maken derhalve aanspraak op een bedrag van € 50.640,37.

4.12.2.

Chronos voert aan dat de proceskosten onvoldoende zijn gespecifieerd. Ook zijn de kosten niet gespecifieerd per advocaat. Mr. Rijks is gespecialiseerd in het intellectuele eigendomsrecht. Mr. De Wilde daarentegen is meer algemeen civiel gespecialiseerd. Het is niet gerechtvaardigd om alle uren van mr. De Wilde voor vergoeding in aanmerking te laten komen. De kosten zijn ook niet opgesplitst per procedure. Uit de door Votech c.s. in het geding gebrachte overzichten blijkt dat er kosten worden opgevoerd die betrekking hebben op het eerste kort geding, het tweede kort geding, het hoger beroep van het tweede kort geding, de verzoekschriftprocedure waarbij [deskundige] als onafhankelijk deskundige is aangesteld dan wel de kosten die betrekking hebben op de uitvoering van het onderzoek door [deskundige] .

4.12.3.

De rechtbank kan uit de door Votech c.s. overgelegde specificaties niet destilleren welke kosten betrekking hebben op de onderhavige bodemprocedure. De rechtbank zal daarom voor wat betreft het gedeelte van deze zaak dat betrekking heeft op de auteursrechtkwestie terugvallen op het indicatietarief voor een niet eenvoudige bodemzaak zonder re- en dupliek. Voor een dergelijke zaak is een bedrag van € 20.000,00 geïndiceerd. Nu naar de inschatting van Votech c.s. 40% van de zaak ziet op de aspecten van intellectuele eigendom, is een bedrag van € 8.000,00 toewijsbaar. De kosten in reconventie voor zover (indirect) betrekking hebbend op de auteursrechtkwestie worden geacht hiermee eveneens te zijn bestreden. Voor het overige worden de proceskosten in conventie begroot overeenkomstig het liquidatietarief en wel op 60% daarvan.

4.12.4.

De kosten aan de zijde van Votech c.s. worden aldus begroot op € 560,00 griffierecht en € 8.542,40 (€ 8.000,00 + (2 punten tarief € 452,00 x 60% = € 542,40) salaris advocaat, in totaal derhalve € 9.102,40.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

in reconventie

5.2.

heft alle beslagen op,

5.3.

beveelt Chronos om binnen 24 na betekening van dit vonnis aan de bewaarder, Equilibristen gerechtsdeurwaarders te Dordrecht en/of Evidentium en/of Schipper opdracht te geven de in bewaring gegeven gegevensdragers af te geven aan Votech c.s.,

5.4.

veroordeelt Chronos om aan Votech c.s. een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.2. en 5.3. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,

5.5.

bepaalt dat geen dwangsommen zullen worden verbeurd voorzover dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding,

in conventie en in reconventie

5.6.

veroordeelt Chronos in de proceskosten in conventie, aan de zijde van Votech tot op heden begroot op € 9.102,40,

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

compenseert de proceskosten in reconventie,

5.9.

wijst het in reconventie meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang, mr. T. Zuidema en mr. J.J.A. Donkersloot en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2015.