Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:5441

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
17-09-2015
Datum publicatie
17-09-2015
Zaaknummer
01/011966-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het opzettelijk vernielen van een autoband van een personenauto tot een geldboete van 250 euro subsidiair 5 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat verdachte de benadeelde een schadevergoeding van 92,70 euro moet betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/011966-15

Datum uitspraak: 17 september 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1970] ,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen van 24 april 2015, 24 juni 2015 en 3 september 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 maart 2015.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 mei 2014 te Veghel opzettelijk en wederrechtelijk een autoband van een personenauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

Gelet op de aangifte van [slachtoffer] en de verklaringen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] is de officier van justitie van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 12 mei 2014 te Veghel een autoband van een personenauto heeft vernield.

Het standpunt van de verdediging.

Volgens de raadsman past verdachte niet in het signalement dat de getuigen hebben opgegeven van de dader. Verder heeft de raadsman de mogelijkheid geopperd dat het feit is gepleegd door een persoon die rondreed in een Volkswagen Jetta met een duplicaat van het [kenteken 1] .

Het oordeel van de rechtbank. 1

Op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 12 mei 2014 in Veghel de band van een personenauto toebehorende aan [slachtoffer] heeft vernield.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het signalement van verdachte wel voldoende past in het door getuigen van het voorval opgegeven signalement van de dader. Dat er enig verschil bestaat in de beschrijving van de lengte en de haarkleur van de dader acht de rechtbank onvoldoende om te oordelen dat niet kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft gepleegd.

De enkele door de verdediging geopperde mogelijkheid dat de dader in een grijze VW Jetta reed met een vals kenteken dat identiek was aan het kenteken van de grijze VW Jetta waarin verdachte en zijn partner rijden acht de rechtbank van een te hoog toevalligheidsgehalte, zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat.

De bewijsmiddelen:

(blz. 7 – 8) aangifte [slachtoffer] , zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik doe aangifte van vernieling. De verdachte heeft een goed wat mij geheel in eigendom toebehoort zonder enig recht of toestemming vernield beschadigd, onbruikbaar gemaakt, dan wel weggemaakt. Ik verklaar u hierover het volgende. Op maandag 12 mei 2014 omstreeks 16.00 uur reed ik naar de Lidl, [adres 3] te Veghel. Daar wilde ik mijn auto, zijnde een grijze Volkswagen Golf voorzien van [kenteken 2] , parkeren op het parkeerpleintje welke gelegen is aan het [adres 4] te Veghel. Ik zag een andere auto vertrekken. Toen deze auto weg reed, draaide ik mijn auto in de vrijgekomen parkeerplaats. Toen ik uitstapte stond er een auto achter mij. De bestuurder stapte uit en sprak mij aan. Ik hoorde dat hij zei dat hij al een hele poos stond te wachten en ik hoorde dat hij tegen mij begon te schelden. Ik zag dat hij instapte, wegreed en vervolgens zijn auto een eindje verder op parkeerde. Ik kan de man als volgt omschrijven: Tussen de 40 a 45 jaar oud, kort donker haar, mogelijk een bril, slank postuur en ongeveer 1.80m lang. Ik ben vervolgens de Lidl ingelopen. Enige minuten later werd ik op mijn schouder getikt en aangesproken door een man. Hij vroeg mij of ik de eigenaar was van de zojuist geparkeerde VW Golf. Ik antwoordde hier bevestigend op. Ik hoorde dat de man zei: De man met wie u heeft gesproken heeft zojuist u band lek gestoken met een mes of schroevendraaier. Ik vroeg de man of hij dit gezien had. De man vertelde dat hij had gezien dat de man zijn auto geparkeerd had, was uitgestapt, over de parkeerplaats had gescharreld en dat hij vervolgens een mes of ander scherp voorwerp uit zijn zak haalde en de band lek stak. De man heeft mij vervolgens een kaartje gegeven met hierop zijn naam [getuige 1] en [telefoonnummer] . Ook had [getuige 1] het kenteken genoteerd van de auto van de man die mijn band had lek gestoken. Het kenteken was [kenteken 1] en hoort bij een grijze Volkswagen Jetta. Toen ik bij mijn auto kwam zag ik dat mijn linker achterband was lek gestoken. Volgens de garage is dit gezien de breedte van het gat met een mes gedaan. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

-(blz. 10 – 11) verklaring getuige [getuige 1] zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik ben getuige geweest van een vernieling van een personenauto. Ik kan daar het volgende over verklaren. Op 12 mei 2014, omstreeks 16.00 uur, bevond ik mij, samen met mijn schoonmoeder, genaamd [getuige 2] , mijn vrouw, genaamd [getuige 3] en mijn schoonzus, genaamd [getuige 4] , op de eerste verdieping van het appartement [adres 2] te [woonplaats] . Wij keken toevallig met z'n allen op de parkeerplaats van de Lidl. Ik zag dat er een personenauto uit een parkeervak reed. Ik zag dat er een personenauto, van het merk Volkswagen, type Golf, met het [kenteken 2] , stond te wachten voor het parkeervak. Ik zag deze VW Golf het parkeervak inrijden en dat er een man uit die personenauto stapte. Ik zag dat aan de andere zijde van het betreffende parkeervak een personenauto, merk Volkswagen, type Jetta, met volle vaart achteruitgereden kwam. Ik zag dat hij stopte ter hoogte van de geparkeerde Golf. Ik zag dat er een man uit de betreffende Jetta stapte. Ik zag dat hij druk gebaren makend in de richting van de man die uit de Golf was gestapt. Ik zag dat de man van de Golf zijn auto op slot deed en over de parkeerplaats in de richting van de Lidl liep. Ik zag dat de andere man weer in zijn Jetta stapte en een andere parkeerplaats koos waarvoor hij moest betalen. Na ongeveer 5 minuten hoorde ik dat mijn vrouw zei dat ze de man van de Jetta weer op de parkeerplaats zag. Ik keek in de richting van de parkeerplaats. Ik zag dat de man rechtstreeks in de richting van de geparkeerde Golf liep. Ik zag dat hij knielde tussen de Golf en de personenauto die er langs geparkeerd stond. Ik zag dat hij ter hoogte van het linker achterwiel van de Golf knielde. Ik zag dat hij vervolgens weer omhoog kwam en met een snelle pas in de richting van zijn geparkeerde Jetta liep en met volle vaart wegreed van de parkeerplaats af in de richting van het centrum van Veghel. Ik noteerde het kenteken van de betreffende Jetta. We hebben er met vieren op gelet dat we het juiste kenteken hadden. Ik liep naar de geparkeerde Golf en zag dat de linker achterband leeg was. Ik weet zeker dat deze lek was gestoken. Dit omdat ik zag dat er een enorm groot gat in zat. Ik liep naar de Lidl en waarschuwde de man van de Golf. Ik gaf hem een visitekaartje met mijn gegevens, alwaar ik het kenteken ook op had geschreven.

Ik kan de man van de Jetta als volgt omschrijven: ongeveer 40-50 jaar oud, zwart haar kort, leek wat dunner haar.

-(blz. 13 – 14) verklaring getuige [getuige 2] zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik ben getuige geweest van een vernieling van een personenauto op 12 mei 2014 in de middag. Ik wil daar verder het volgende over verklaren. Op 12 mei 2014, als u mij zegt dat dit rond 16.00 uur is geweest kan dit kloppen, bevond ik mij op [adres 2] te Veghel. Ik was daar bij mijn moeder. Wij stonden voor het raam in de huiskamer. Ik was daar samen met mijn zus [getuige 3] , mijn zwager [getuige 1] en mijn moeder. Ik had zicht vanuit het raam op de parkeerplaats gelegen aan de [adres 2] . Dit was ongeveer op een afstand van 7 meter van ons vandaan. Ik zag dat een personenauto op een parkeerplaats ging staan. Ik zag dat een andere personenauto in de richting van die geparkeerde personenauto reed en er een man uitstapte. Ik zag dat hij woorden had met de persoon die net zijn personenauto geparkeerd had. Ik zag dat de man weer in zijn personenauto stapte en zijn personenauto voor de Lidl parkeerde. Ik zag dat de andere man een winkel binnen ging. Ik hoorde dat mijn zus kort daarna zei: "Kijk eens, daar hedde hem weer, die gaat iets doen" of woorden van gelijke strekking. Hierop liep ik in de richting van het woonkamerraam en keek naar buiten. Ik zag dat de man die zijn auto voor de Lidl geparkeerd had bij zijn geparkeerde auto stond en iets in of uit zijn auto legde of pakte. Ik zag dat hij in de richting van de andere geparkeerde auto liep. Ik zag dat hij bukte ter hoogte van de linker achterband. Ik zag dat hij met zijn rug naar ons stond. Ik zag dat hij met zijn rechterarm een achterwaartse beweging maakte in de richting van de auto. Ik zag dat de man weer in de richting van zijn auto liep, instapte en wegreed. Ik hoorde dat [getuige 1] het kenteken opnoemde, waarop ik het samen met mijn zus heb onthouden. Hierna heeft [getuige 1] het opgeschreven. Later is [getuige 1] gaan kijken bij de personenauto wat er was gebeurd. Toen bleek dat de linker achterband was lek gestoken.

-(blz. 15 – 16) verklaring getuige [getuige 3] zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik ben getuige geweest van een vernieling, die is gepleegd is op 12 mei 2014 in de middag.

Ik wil daar het volgende over verklaren, Op maandag 12 mei 2014, in de middag, als u mij zegt dat dit rond 16.00 uur is geweest kan dit kloppen, bevond ik mij op [adres 2] te Veghel. Ik was samen met mijn man [getuige 1] en mijn zus, [getuige 4] . Wij hadden zicht op de parkeerplaats [adres 2] te Veghel. Wij stonden op een afstand van ongeveer 7 meter. Ik zag dat een lichtgekleurde personenauto geparkeerd werd op de parkeerplaats. Ik zag dat een andere personenauto in de richting van de net geparkeerde personenauto reed. Ik zag dat er een man uitstapte en in gebaren lelijk stond te doen tegen de bestuurder van de geparkeerde auto. De man die uitgestapt was, was de bestuurder van de personenauto die aan kwam gereden. Ik zag dat de man vervolgens in zijn auto stapte en de auto verderop parkeerde ter hoogte van de Lidl. Hier moest hij betaald parkeren. Alwaar de andere personenauto stond was vrij parkeren. Ik zag dat de man de winkel binnen ging. Even later zag ik dat hij weer uit de winkel kwam. Ik zag dat hij naar zijn auto liep en deze opende. Ik zag dat hij iets pakte of weglegde. Ik zag vervolgens dat hij tussen de geparkeerde auto's door liep in de richting van de eerder geparkeerde auto, alwaar hij met de bestuurder van die auto woorden had gehad. Ik zag dat hij met de rug naar ons toe stond. Ik zag dat hij ter hoogte van de linker achterband stond. Ik zag dat hij bukte en met zijn rechterhand een flinke uithaal maakte. Het leek op een stekende beweging. Ik zag dat hij vervolgens snel terug liep in de richting van zijn geparkeerde auto, instapte en wegreed. Hierop noemde [getuige 1] het kenteken op en hebben mijn zus en ik dit onthouden, waarna [getuige 1] het opschreef. Ik weet zeker dat wij het goede kenteken hebben genoteerd. Mijn man [getuige 1] ging kijken wat er met de geparkeerde auto was gebeurd. Nadien vertelde hij ons dat de linker achterband was lek gestoken.

Ik kan de manpersoon als volgt omschrijven: blanke persoon, ik schat rond de 50 jaar oud, brildragend, lang smal gezicht, niet veel haar op zijn hoofd, kleur volgens mij naar het blonde toe, fijn postuur, geen dik persoon.

-(blz. 17 – 18) verklaring getuige [getuige 5] zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik heb een VW Jetta met het kenteken [kenteken 1] op naam staan. Mijn man [verdachte] en ik rijden in deze auto. Mijn man is ongeveer 1.72 meter, donkerbruin kort haar en brildragend. Hij heeft een sportief figuur.

-(blz. 19 – 21) verklaring verdachte [verdachte] zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Wij lenen onze Jetta met het kenteken [kenteken 1] niet uit.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 12 mei 2014 te Veghel opzettelijk en wederrechtelijk een autoband van een personenauto, toebehorende aan [slachtoffer] , heeft vernield.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Een geldboete van € 250,- subsidiair 5 dagen hechtenis.

Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam 1] á € 112,17 en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag vermeerderd met de wettelijke rente.

(Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.)

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn draagkracht.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam 2] á

€ 112,17 en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag vermeerderd met de wettelijke rente gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de vordering van de benadeelde partij.

Beoordeling. De rechtbank acht de vordering exclusief de gevorderde btw toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de gevorderde btw afwijzen, nu de rechtbank gelet op de tenaamstelling van de door de benadeelde partij overgelegde factuur aanneemt dat de debetreffende auto bedrijfsmatig wordt gebruikt.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 23, 24, 24c, 36f, 63, 350.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

Een geldboete van EUR 250,00 subsidiair 5 dagen hechtenis.

Maatregel van schadevergoeding van EUR 92,70 subsidiair 1 dag hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van EUR 92,70 (zegge: tweeënnegentig euro en zeventig eurocenten), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis.

Het bedrag is een vergoeding voor materiële schade exclusief BTW. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 3] van een bedrag van EUR 92,70 (zegge: tweeënnegentig euro en zeventig eurocenten).

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Wijst de vordering voor het overige af.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte tevens in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. T. van de Woestijne, voorzitter,

mr. J.H.P.G. Wielders en mr. A.M.R. van Ginneken, leden,

in tegenwoordigheid van G.G. Dirks, griffier,

en is uitgesproken op 17 september 2015,

zijnde mrs. Wielders en Van Ginneken buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, genummerd PL2100-2014045995.