Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:5381

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
09-09-2015
Datum publicatie
15-09-2015
Zaaknummer
C/01/286021 / HA ZA 14-828
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Letselschade. Overlijdensschade artikel 6:108 BW. Aansprakelijkheid van de wegbeheerder (artt. 6:174 en 6:162 BW). Een snorfietser rijdt bij het oversteken van een kruising tegen een verhoogde hoekafronding, komt ongelukkig ten val en overlijdt enkele weken later. Zijn echtgenote vordert schadevergoeding van de gemeente. De rechtbank oordeelt dat de kruising met daarop de verhoogde hoekafronding destijds voldeed aan de daaraan te stellen veiligheidseisen. Dat de grijze trottoirband van de hoekafronding na het ongeval wit is geschilderd, waardoor deze beter zichtbaar is, betekent nog niet dat de hoekafronding ten tijde van het ongeval onveilig was. De rechtbank wijst de vordering af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAV 2015/110
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/286021 / HA ZA 14-828

Vonnis van 9 september 2015

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE [vestigingsplaats],

zetelend te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. M.T. Spronck te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna “ [eiseres] ” en “de gemeente” genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 januari 2015

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 mei 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Bij de beoordeling van deze zaak gaat de rechtbank onder meer uit van de volgende vast staande feiten.

2.1.

De echtgenoot van [eiseres] , de heer [echtgenoot eiseres] (hierna: [echtgenoot eiseres] ) reed op donderdagavond 3 oktober 2013 omstreeks 21:00 uur in Veldhoven op zijn snorfiets van het type Yamaha Sa19. Hij kwam van zijn werk en was op weg naar huis, maar hij reed een andere route dan gebruikelijk omdat hij na zijn werk een receptie had bezocht in de buurt van het stadhuis van [vestigingsplaats] . Deze route was voor hem minder bekend. Op een kruising reed hij tegen een verhoging en verloor de macht over zijn snorfiets. Hij is gaan slingeren en is 13,80 meter verderop ten val gekomen. [echtgenoot eiseres] heeft hierbij ernstig hersenletsel opgelopen waaraan hij enkele weken later, op 6 november 2013, is overleden.

2.2.

Op onderstaande foto’s (prod.3 bij dagvaarding) is de plaats van het ongeval afgebeeld.

Foto 1

2.3.

[echtgenoot eiseres] reed op het fietspad van de Peter Zuidlaan, stak de rijbaan van de Kruisstraat over en wilde zijn weg rechtdoor vervolgen over het fietspad van de Heistraat (De rechtbank heeft de rijrichting van [echtgenoot eiseres] op foto 1 aangegeven met een brede pijl). Deze fietspaden waren voorzien van een rood gekleurde bitumen verharding.

Foto 2

2.4.

Daar waar [echtgenoot eiseres] de rijbaan van de Kruisstraat heeft overgestoken en de fietspaden zich kruisen ligt een zogenaamde ‘verhoogde hoekafronding’ (foto 2). [echtgenoot eiseres] heeft bij het passeren deze hoekafronding geraakt en is verderop, aan de linkerzijde van het fietspad van de Heistraat, ten val gekomen. De trottoirband van de hoekafronding was ten tijde van het ongeval grijs van kleur (zie foto’s 1 en 2). Later is deze trottoirband wit geschilderd (zie foto 3, genomen vanuit de richting van de Heistraat).

Foto 3

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (1) voor recht verklaart dat de gemeente aansprakelijk is voor de schade die is ontstaan door het ongeval van [echtgenoot eiseres] op 3 oktober 2013, nader op te maken bij staat, (2) met veroordeling van de gemeente in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis.

3.2.

[eiseres] wil van de gemeente een vergoeding ontvangen voor de schade die zij lijdt als gevolg van het overlijden van [echtgenoot eiseres] , te weten gederfd levensonderhoud en de voor haar rekening gekomen begrafeniskosten (artikel 6:108 BW). Zij stelt daartoe dat [echtgenoot eiseres] is overleden als gevolg van een gebeurtenis waarvoor de gemeente aansprakelijk is als bezitter van de gebrekkige weg waarop het ongeval gebeurde (artikel 6:174 BW) dan wel wegens onrechtmatige gevaarzetting (artikel 6:162 BW).

3.3.

Ter onderbouwing van haar vordering voert [eiseres] kort gezegd het volgende aan. [echtgenoot eiseres] is ten val gekomen omdat hij tegen de verhoogde hoekafronding is aangereden. Hij heeft deze hoekafronding zeer waarschijnlijk helemaal niet gezien. [echtgenoot eiseres] was ter plaatse niet goed bekend en de hoekafronding ligt op een gevaarlijke plaats in het wegdek, in de rijroute van (brom)fietsers en was door zijn grijze kleur in het donker niet goed zichtbaar. Gebruikers van het fietspad hoeven ook niet bedacht te zijn op zo’n verhoging op die plaats. De gemeente moet er rekening mee houden dat (brom)fietsers niet altijd volledig oplettend zijn en had met eenvoudige maatregelen - zoals het plaatsen van extra verlichting ter plaatse, het plaatsen van lichtjes of reflectoren op de hoekafronding of het wit schilderen daarvan - de zichtbaarheid van de hoekafronding kunnen verbeteren. Dit wit schilderen is overigens na het ongeval ook gebeurd.

3.4.

De gemeente voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In deze zaak staat vast dat [echtgenoot eiseres] op 3 oktober 2013 ten val is gekomen doordat hij met zijn snorfiets tegen de verhoogde hoekafronding is gereden en vervolgens de macht over het stuur heeft verloren. De vraag is nu of de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk is voor de gevolgen van dit dodelijk ongeval.

Maatstaf

4.2.

Of de gemeente aansprakelijk is, moet worden beoordeeld aan de hand van de volgende maatstaf.

4.3.

Op grond van artikel 6:174 BW is de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk voor schade die het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg of de weguitrusting. Van een gebrek is sprake indien de weguitrusting naar objectieve maatstaven gemeten niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor een gevaar oplevert voor personen of zaken. Of dit het geval is hangt volgens vaste jurisprudentie af van het antwoord op de vraag of die weg, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans is op verwezenlijking van het gevaar en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te verlangen zijn. In dat kader komt onder meer betekenis toe aan de beleidsvrijheid die de gemeente heeft en de haar ter beschikking staande financiële middelen (ECLI:NL:HR:2010:BN6236 en ECLI:NL:HR:2014:831).

4.4.

Het in het leven roepen van een gevaarzettende situatie kan, als dat gevaar zich verwezenlijkt, leiden tot aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW, indien is voldaan aan de criteria die de Hoge Raad heeft geformuleerd in het zogenaamde Kelderluikarrest (ECLI:NL:HR:1965:AB7079). In dit arrest is bepaald dat alleen in het licht van de omstandigheden van het gegeven geval kan worden beoordeeld of en in hoeverre aan iemand, die een situatie in het leven roept welke voor anderen bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk is, de eis kan worden gesteld dat hij rekening houdt met de mogelijkheid dat die oplettendheid en voorzichtigheid niet zullen worden betracht en met het oog daarop bepaalde veiligheidsmaatregelen neemt. Daarbij dient te worden gelet niet alleen op de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht, maar ook op de hoegrootheid van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, op de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben, en op de mate van bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen. Deze criteria dienen in onderling verband te worden beschouwd.

Aansprakelijkheid

4.5.

Aan de hand van de hiervoor omschreven maatstaf overweegt de rechtbank over de gestelde aansprakelijkheid van de gemeente in dit geval het volgende.

4.6.

Het staat vast dat verhoogde hoekafrondingen in Nederland op veel plaatsen te vinden zijn. Zij dienen ertoe om het elkaar kruisende verkeer te geleiden en om het (brom)fietsverkeer op het fietspad te scheiden van het autoverkeer op de rijbaan. De hoekafronding heeft dus een uit oogpunt van verkeersveiligheid te rechtvaardigen functie.

4.7.

De gemeente heeft onweersproken gesteld dat de hoekafronding sinds april 2011 op het kruispunt aanwezig was en dat er voor het ongeval van [echtgenoot eiseres] in oktober 2013 nooit meldingen bij haar zijn binnengekomen over onveilige situaties in verband met deze verhoogde hoekafronding.

4.8.

De hoekafronding ligt niet óp de rijroute van (brom)fietsers, zoals [eiseres] betoogt, maar markeert die rijroute. Bij het oversteken van de Kruisstraat dienen (brom)fietsers te rijden binnen de witte blokken die op de rijbaan zijn aangebracht en waarmee voor (brom)fietsers de rijroute is aangegeven. Vervolgens dienen (brom)fietsers die rechtsaf slaan om de hoekafronding heen te rijden. Voor (brom)fietsers zoals [echtgenoot eiseres] die rechtdoor het fietspad van de Heistraat willen vervolgen geldt dat ook zij tussen de witte blokken door de Kruisstraat dienen over te steken en pas daarna ietwat naar rechts kunnen sturen om vervolgens hun weg te vervolgen. Indien men bij het oversteken van de rijbaan binnen de witte blokken blijft, houdt men ruim afstand van de hoekafronding. Ook indien men over de witte blokken rijdt blijft men nog op afstand van de hoekafronding.

4.9.

De trottoirbanden van de verhoogde hoekafronding waren destijds grijs van kleur en de bovenkant was niet bestraat. Het is juist, zoals [eiseres] stelt, dat men op andere kruispunten ook wel dergelijke hoekafrondingen tegenkomt met witte trottoirbanden, en het staat ook buiten kijf dat deze vaak beter zichtbaar zijn dan de grijze uitvoering. De gemeente heeft de trottoirbanden van de hoekafronding op de kruising Kruisstraat-Heistraat na het ongeval van [echtgenoot eiseres] ook wit geschilderd en op foto 3 is te zien dat dit de zichtbaarheid en daarmee ook de veiligheid heeft verbeterd. Dit betekent echter niet dat de hoekafronding ten tijde van het ongeval onveilig was. Naar het oordeel van de rechtbank was de hoekafronding destijds goed zichtbaar tegen de achtergrond van de bijna zwart gekleurde rijbaan en het rood gekleurde fietspad. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in het proces-verbaal van politie van 3 oktober 2013 staat vermeld dat de rijbaan en het fietspad ter plaatse goed werden beschenen door de openbare straatverlichting, zodat de hoekafronding ook in het donker goed zichtbaar is geweest. Voor het aanbrengen van extra verlichting zoals door [eiseres] geopperd, bestond daarom geen aanleiding voor de gemeente.

4.10.

De hoekafronding ligt op een grote kruising. Hier kruisen niet alleen de fietspaden met enkele drukke wegen, maar ook de fietspaden onderling. Van (brom)fietsers die een dergelijke kruising passeren mag worden verwacht dat zij daarbij hun snelheid beperken en dat zij oplettend en voorzichtig zijn. Bij het passeren van zo’n kruising moet men onder meer rekening houden met de aanwezigheid van obstakels zoals vluchtheuvels, drempels of verhoogde hoekafrondingen om het kruisende verkeer in goede banen te leiden.

4.11.

Gelet op dit alles was de kans dat een (brom)fietser tegen de hoekafronding zou aanrijden maar klein. De kans dat dit vervolgens zou leiden tot een valpartij, en dan nog wel tot een valpartij met zo ernstige gevolgen als in het geval van [echtgenoot eiseres] , was bijzonder klein. De gemeente had die kleine kans kunnen verminderen door de trottoirbanden van de hoekafronding wit te schilderen, zoals zij later ook heeft gedaan. Voor zover het ongeval verband houdt met het feit dat [echtgenoot eiseres] de hoekafronding niet heeft gezien, wat in deze procedure niet is komen vast te staan, had de gemeente mogelijk het ongeval van [echtgenoot eiseres] met deze eenvoudige maatregel kunnen voorkomen. Dit betekent echter niet dat de gemeente, nu zij dit niet eerder heeft gedaan, verantwoordelijk is voor het ongeval dat [echtgenoot eiseres] is overkomen. De gemeente heeft bij de inrichting van de kruising met het oog op de veiligheid voor alle weggebruikers gekozen, en naar het oordeel van de rechtbank ook mogen kiezen voor het gebruik van de verhoogde hoekafronding. De hoekafronding, die een van de rijbaan en het fietspad afwijkende kleur had en werd beschenen door de aanwezige straatverlichting, voldeed naar het oordeel van de rechtbank aan de veiligheidseisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen, en van onrechtmatige gevaarzetting was ook geen sprake.

Conclusie

4.12.

Van een gebrek aan de openbare weg of van onrechtmatige gevaarzetting is geen sprake geweest. De gemeente is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval dat [echtgenoot eiseres] is overkomen en de rechtbank komt dus niet toe aan beoordeling van het beroep dat de gemeente heeft gedaan op eigen schuld aan de zijde van [echtgenoot eiseres] in de zin van artikel 6:101 BW. De vraag of het ongeval (mede) is veroorzaakt doordat [echtgenoot eiseres] het kruispunt met een te hoge snelheid heeft gepasseerd en/of doordat hij buiten de verplichte rijroute voor (brom)fietsers heeft gereden, zoals door de gemeente gesteld, zal dan ook onbeantwoord blijven.

4.13.

De rechtbank concludeert dat het tragische ongeval dat [echtgenoot eiseres] helaas is overkomen, het gevolg is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De gemeente is hiervoor niet aansprakelijk en de vordering van [eiseres] zal daarom worden afgewezen.

4.14.

Op de zitting heeft [eiseres] de rechtbank gevraagd de situatie op de kruising ter plaatse te gaan bekijken. De rechtbank heeft van de mogelijkheid van een descente geen gebruik gemaakt, omdat er foto’s beschikbaar zijn die een duidelijk beeld geven van de situatie ter plekke en omdat de hoekafronding inmiddels wit is geschilderd en het dus niet meer mogelijk is om ter plaatse de zichtbaarheid van de hoekafronding in de toenmalige grijze uitvoering te beoordelen.

4.15.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op:

- explootkosten € 0,00

- griffierecht 608,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.512,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 1.512,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2015.