Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:5322

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-09-2015
Datum publicatie
11-09-2015
Zaaknummer
01/845051-15, 01/820200-15 en 01/095856-15 (ter terechtzitting gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het vernielen en beschadigen van goederen, en voor het wederrechtelijk binnendringen in een besloten lokaal en in een voor de openbare dienst bestemd lokaal meermalen gepleegd tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken met aftrek van voorarrest.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het bedreigen van zijn vader en moeder en van het vernielen/beschadigen van een politieauto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/845051-15, 01/820200-15 en 01/095856-15 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 11 september 2015

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en

feitelijke verblijvende op het adres [adres 1] 5707 HA Helmond te Helmond

(GGZ Oost-Brabant Helmond).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 8 mei 2015 (01/845051-15) en 28 augustus 2015.

Op 28 augustus 2015 heeft de rechtbank de tegen verdachte onder de hiervoor genoemde parketnummers aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 7 april 2015 (01/845051-15) en 30 juli 2015 (01/820200-15 en 01/095856-15).

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 28 augustus 2015 is gewijzigd is aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/845051-15 ten laste gelegd dat,

1. hij op of omstreeks 23 januari 2015 te Helmond opzettelijk en wederrechtelijk een theeglas en/of een afstandsbediening, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2. hij op of omstreeks 23 januari 2015 te Helmond [slachtoffer 2] , zijnde verdachtes moeder heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik ga je dood maken" en/of "Ik snij je hoofd eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3. hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 22 december 2014 tot en met 23 januari 2015 te Helmond [slachtoffer 1] , zijnde verdachtes vader heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte toen daar opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 1] een mes getoond;

4. hij op één of meer tijdstippen in de periode van 3 januari tot en met 23 januari 2015 te gemeente Helmond in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten de [moskee 1] Moskee, gevestigd aan de [adres 2] wederrechtelijk is binnengedrongen;

5. hij op of omstreeks 23 januari 2015 te Helmond opzettelijk en wederrechtelijk een politieauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Nationale Politie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 01/095856-15 tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 18 mei 2015 te Helmond wederrechtelijk is binnengedrongen

in een pand (gelegen aan [adres 3] ), in gebruik bij Albert Heijn, althans

bij een ander of anderen dan bij verdachte.

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 01/820200-15 tenlastegelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 16 mei 2015 tot en met 17 mei 2015 te Helmond in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten de [moskee 2] , gevestigd aan de [adres 4] wederrechtelijk is binnengedrongen.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn.

De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feit 2, 3 en 5 in de zaak met parketnummer 01/845051-15.

Onder feit 2 is tenlastegelegd dat verdachte zijn moeder heeft bedreigd. De rechtbank komt tot het oordeel dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen. De moeder is de enige persoon die erover spreekt dat verdachte haar heeft bedreigd. Geen van de andere in het dossier genoemde personen heeft de bedreigingen zoals omschreven in de tenlastelegging, daadwerkelijk zelf gehoord en verdachte ontkent deze woorden te hebben gebezigd. De verklaring van de moeder van verdachte wordt derhalve niet ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Onder feit 3 is tenlastegelegd dat verdachte zijn vader heeft bedreigd. In zijn aangifte op 24 februari 2015 verklaart de vader van verdachte over de daadwerkelijke bedreiging slechts (p. 49 van het dossier):

“Een maand geleden heeft [verdachte] (de rechtbank leest: verdachte) een groot mes gepakt en heeft hij gedreigd in onze richting. Hij heeft toen niets gezegd maar wij voelden ons bedreigd.” De vader van verdachte is op 10 februari 2015 door de politie (nader) gehoord. Hij heeft toen verklaard (p. 39 van het dossier): “Hij was met het mes op en neer aan het lopen. Ik zat op de bank. Hij liep er gewoon mee rond. Hij zei niets. Ik was heel bang dat hij mij iets met het mes aan zou doen. Hij liep in de woonkamer met het mes. [verdachte] (de rechtbank leest: verdachte) heeft het mes teruggelegd in de keukenlade.”

De rechtbank is van oordeel dat de door de vader van verdachte omschreven feitelijke gedragingen (kort gezegd; heen en weer lopen met een mes) geen bedreiging opleveren in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank acht derhalve (evenals de raadsman en de officier van justitie) niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/845051-15 onder feit 2 en 3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Onder feit 5 is tenlastegelegd dat verdachte een politieauto heeft vernield, beschadigd, dan wel onbruikbaar heeft gemaakt. Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat verdachte in de richting van en/of tegen de bekleding van een stoel van die auto heeft gespuugd. Dit levert naar het oordeel van de rechtbank

geen vernieling, beschadiging of onbruikbaar maken in de zin van artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht op. In het bijzonder is, anders dan de officier van justitie heeft betoogd, geen sprake van

“een belemmering in de normale werking van het goed”, hetgeen “onbruikbaar maken” van die auto zou opleveren. De rechtbank ziet niet in waarom het spugen door verdachte in de richting of tegen de bekleding van de auto een belemmering in de normale werking van het goed- die auto - zou opleveren. Dit wordt ook geïllustreerd door het feit dat blijkens het dossier verdachte na het spugen direct aansluitend in dezelfde auto naar het politiebureau is overgebracht, zonder dat eerst sprake is geweest van voorafgaande reiniging of iets dergelijks van de auto.

De rechtbank acht derhalve (evenals de raadsman) niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/845051-15 onder feit 5 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

- in de zaak met parketnummer 01/845051-15:

1. op 23 januari 2015 te Helmond opzettelijk en wederrechtelijk een theeglas, toebehorende aan [slachtoffer 1] , heeft vernield en een afstandsbediening, toebehorende aan [slachtoffer 1] , heeft beschadigd;

4. op tijdstippen in de periode van 3 januari tot en met 23 januari 2015 te Helmond in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten de [moskee 3] , gevestigd aan de [adres 5] , wederrechtelijk is binnengedrongen;

- in de zaak met parketnummer 01/095856-15:

op 18 mei 2015 te Helmond wederrechtelijk is binnengedrongen in een pand (gelegen aan [adres 6] , in gebruik bij Albert Heijn;

- in de zaak met parketnummer 01/820200-15:

op tijdstippen in de periode van 16 mei 2015 tot en met 17 mei 2015 te Helmond in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten de [moskee 4] , gevestigd aan de [adres 7] , wederrechtelijk is binnengedrongen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert in de zaak met parketnummer 01/845051-15 vrijspraak terzake van feit 2 en feit 3 en concludeert tot bewezenverklaring van de overige tenlastegelegde feiten. Hij vordert een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, met aftrek van voorarrest.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft ten nadele van verdachte in het bijzonder in aanmerking genomen dat

verdachte meerdere malen eerder onherroepelijk is veroordeeld, laatstelijk in 2014, onder meer voor feiten in de agressieve sfeer.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat, zoals ter terechtzitting aannemelijk is geworden, de verhouding tussen verdachte en zijn ouders inmiddels enigszins is genormaliseerd. Ook blijkt dat verdachte inmiddels is opgenomen in een zorgafdeling van de GGZ in verband met zijn psychische problemen en uit een mondelinge toelichting van de officier van justitie ter terechtzitting blijkt dat verdachte zich op die die zorgafdeling goed gedraagt en meewerkt.

De raadsman heeft verzocht aan verdachte een taakstraf of een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank is echter van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als na te melden.

Een taakstraf of een geheel voorwaardelijke straf zou geen recht doen aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de hiervoor genoemde eerdere veroordelingen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring van de feiten komt dan de officier van justitie en de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 57, 138, 139, 350.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 01/845051-15 onder feit 2, 3 en 5 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01/845051-15 onder feit 1 en 4 en het in de zaken met parketnummers 01/820200-15 en 01/095856-15 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/845051-15 feit 1: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. T.a.v. 01/845051-15 feit 4: in een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringen, meermalen gepleegd. T.a.v. 01/095856-15: in het besloten lokaal, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen. T.a.v. 01/820200-15: in een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringen, meermalen gepleegd. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.M. Klinkenbijl, voorzitter,

mr. T. van de Woestijne en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier,

en is uitgesproken op 11 september 2015.