Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:5234

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
31-07-2015
Datum publicatie
04-09-2015
Zaaknummer
WR 15-021
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

wrakingsverzoek niet-ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Wrakingskamer

Zaaknummer : WR 15/021

Beschikking van 31 juli 2015

in de zaak van

[verzoekers],

wonende te Helmond,

verzoekers,

tegen

de rechtbank Oost-Brabant en

mr. E. Loesberg,

in diens hoedanigheid van voorzieningenrechter in de rechtbank Oost-Brabant bij de behandeling van de zaak met zaaknummer C/01/294094 / BP RK 15/490.

Partijen zullen hierna respectievelijk verzoekers, de rechtbank Oost-Brabant en de voorzieningenrechter worden genoemd.

1 Procesverloop

1.1

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift tot wraking gedateerd op 16 juli 2015;

- het dossier in de bodemzaak.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank zal terstond en zonder dat verzoekers in de gelegenheid zijn gesteld zich tijdens een mondelinge behandeling ter terechtzitting over het verzoek uit te laten, uitspraak doen, omdat sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid van het verzoek, op grond van de hierna te noemen overwegingen.

2.2.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechtbank Oost-Brabant en de voorzieningenrechter in de procedure met zaaknummer C/01/294094 / BP RK 15/490. Verzoekers hebben gesteld dat hen tijdens de behandeling van het verzoekschrift van [betrokkene] op 14 juli 2015 is gebleken dat er voor hun woning een tweede taxatierapport is opgemaakt en dat dit door de rechtbank Oost-Brabant na de behandeling van het verzoekschrift is bevestigd. Zij hebben het tweede taxatierapport op 16 juli 2015 alsnog ontvangen. Verzoekers geven aan zeer ontstemd te zijn dat zij tijdens de behandeling van het verzoekschrift wederom niet alle relevante stukken in hun bezit hadden. Zij wraken de rechtbank Oost-Brabant en de voorzieningenrechter. Volgens verzoekers is dit de tweede maal dat er dit soort bijzonder vreemde praktijken plaatsvinden en waren zij de vorige keer genoodzaakt te wraken, omdat er documenten zoek waren.

2.3.

Ingevolge het bepaalde in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Daarbij dienen feiten en omstandigheden te worden gesteld, die de rechter betreffen tegen wie zich het wrakingsverzoek richt.

2.4

Verzoekers hebben hun wrakingsverzoek mede gericht tegen de rechtbank Oost-Brabant en beogen daarmee kennelijk niet alleen de behandelend rechter maar alle rechters van deze rechtbank te wraken. Het middel van wraking biedt die mogelijkheid niet. In verband hiermee zullen verzoekers op dit punt in hun verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.5.

Voor zover verzoekers hun verzoek hebben gericht tegen de voorzieningenrechter overweegt de rechtbank als volgt. Verzoekers hebben er op gewezen dat zij het tweede taxatierapport van hun woning niet voor de behandeling van het verzoekschrift hebben ontvangen en dat er eerder, in een andere zaak zoals de wrakingskamer begrijpt, documenten zoek waren. In hoeverre dit de voorzieningenrechter zou kunnen worden aangerekend, is door verzoekers niet gesteld. Zij hebben geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat dit een feit of omstandigheid oplevert die de voorzieningenrechter betreft. In verband hiermee zullen verzoekers ook op dit punt in hun verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

3 De beslissing

De rechtbank,

verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking van de rechtbank Oost-Brabant en mr. E. Loesberg in de procedure met zaaknummer met zaaknummer C/01/294094 / BP RK 15/490;

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.C. Adang, voorzitter, mr. A.H.N. Kruijer en mr. P.P.M. van der Burgt, leden, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2015 in aanwezigheid van de griffier.