Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:5102

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
26-08-2015
Datum publicatie
26-08-2015
Zaaknummer
4304119 CV EXPL 15-6263
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

FNV vordert in dit kort geding (kort gezegd) om uitzendbureau AOK te veroordelen om de bepalingen van de Bouw CAO na te leven ten aanzien van de Hongaarse uitzendkrachten die AOK ter beschikking stelt aan ondernemingen die onder de werkingssfeer van de Bouw CAO vallen. FNV stelt dat AOK de CAO-bepalingen niet volledig en/of niet juist toepast.

De kantonrechter oordeelt in dit kort geding dat voldoende aannemelijk is geworden dat FNV een spoedeisend belang heeft bij de beoordeling van haar vorderingen. Verder is overwogen dat AOK niet is verschenen in deze procedure, alhoewel zij wel op de juiste wijze is opgeroepen. In dat geval bepaalt de wet dat de vorderingen van de eisende partij worden toegewezen, tenzij deze vorderingen de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De kantonrechter heeft in deze zaak daarom alleen getoetst of de vorderingen van FNV niet in strijd zijn met het objectieve recht en of de aangevoerde gronden het gevorderde kunnen dragen. Dit betreft een beperkte toets. Voor toewijzing van de vorderingen geldt verder nog dat FNV een voldoende zelfstandig belang moet hebben bij de vorderingen en dat de vorderingen voldoende bepaald moeten zijn. Vervolgens zijn twee vorderingen afgewezen bij gebrek aan een zelfstandig belang en voldoende bepaaldheid. Voor het overige zijn de vorderingen toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-0799
AR 2015/1577
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Team Kanton, locatie ’s-Hertogenbosch

Zaaknummer: 4304119 CV EXPL 15-6263 / 317

Uitspraak: 26 augustus 2015

in het kort geding van:

Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV),

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. J. Boot,

tegen:

AOK B.V.,

statutair gevestigd te Beers, gemeente Cuijk,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen in het navolgende worden aangeduid als ‘FNV’ en ‘AOK’.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 11 augustus 2015;

- de zitting van 20 augustus 2015, bij welke gelegenheid de gemachtigde van FNV een pleitnota heeft gebruikt die aan de kantonrechter ter beschikking is gesteld. Ten behoeve van de zitting heeft FNV nog stukken toegezonden bij faxbericht van 20 augustus 2015. AOK is bij de mondelinge behandeling niet verschenen, hoewel de dagvaarding op 11 augustus 2015 conform de daarvoor geldende voorschriften op het vestigingsadres van AOK (zoals dat blijkt uit het bij de dagvaarding overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel) is betekend. Tegen AOK is daarom verstek verleend.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Omdat sprake is van een kort geding moet als eerste beoordeeld worden of FNV een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Daarvan is sprake als van FNV niet gevergd kan worden dat zij een uitspraak in de bodemprocedure afwacht. Ter onderbouwing van het gestelde spoedeisend belang heeft FNV ter zitting aangegeven dat zij vreest dat AOK op korte termijn failliet wordt verklaard. FNV heeft er in dat verband op gewezen dat de uitzendkrachten vanaf de tweede week van juli 2015 geen loon meer hebben ontvangen en dat de bestuurder van AOK, mevrouw Ocskai, onvindbaar is. AOK is niet in deze procedure verschenen zodat deze stellingen van de FNV niet betwist zijn. Daarom moet uitgegaan worden van de juistheid van deze stellingen. Gelet daarop is het spoedeisend belang voldoende aannemelijk geworden.

2.2.

Omdat AOK, zoals is aangegeven, niet in de procedure is verschenen terwijl bij de oproeping van AOK wel de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, geldt als uitgangspunt op grond van de wet dat de vorderingen worden toegewezen, tenzij deze vorderingen de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De kantonrechter moet in deze zaak dus alleen maar toetsen of de vorderingen niet in strijd zijn met het objectieve recht en of de aangevoerde gronden het gevorderde kunnen dragen. Voor toewijzing van de vorderingen geldt daarbij nog wel dat FNV een voldoende zelfstandig belang moet hebben bij de vorderingen en dat de vorderingen voldoende bepaald moeten zijn.

2.3.

Op basis van de dagvaarding, de pleitnota en de nadere toelichting ter zitting door FNV (waaronder de uitvoerige toelichting op de recente loonstroken en op de stelling dat AOK nog steeds de CAO-bepalingen niet volledig naleeft) komen de vorderingen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Dat betekent dat de vorderingen moeten worden toegewezen voor zover FNV daarbij een (zelfstandig) belang heeft en de vorderingen voldoende bepaald zijn.

2.4.

FNV vordert onder vordering 2 van de dagvaarding om AOK te veroordelen haar werknemers met terugwerkende kracht te belonen conform een correcte inschaling in functiegroep B dan wel D. Die vordering is toewijsbaar, waarbij FNV onder 9.2. van de dagvaarding heeft toegelicht dat het gaat om de inschaling als verwoord in artikel 41a, bijlage 9A en artikel 42a, bijlage 10A van de CAO Bouw. De vordering zal met die verduidelijking worden toegewezen. In het licht van deze toewijzing valt niet in te zien, en is door FNV ook niet gesteld, welk zelfstandig belang FNV daarnaast heeft bij de vordering onder 1 van de dagvaarding. Bovendien is die vordering onvoldoende bepaald. De vordering onder 1 van de dagvaarding zal daarom wegens gebrek aan zelfstandig belang en wegens onvoldoende bepaaldheid worden afgewezen.

Voor wat betreft de vordering onder 4 van de dagvaarding geldt dat FNV primair vraagt om AOK te verbieden om een deel van het loon uit te ruilen tegen de vergoeding van dubbele huisvesting. Die vordering zal worden toegewezen. In het licht van die toewijzing kan vordering 5 (waarin FNV subsidiair vraagt om AOK, voor het geval AOK wel een deel van het loon mag uitruilen tegen de genoemde vergoeding, te verbieden om deze vergoeding in te houden op het uit te betalen loon) niet worden toegewezen.

Voor wat betreft de vordering onder 6 van de dagvaarding heeft FNV onder 9.9. van de dagvaarding toegelicht dat het gaat om de uitzendkrachten die AOK ter beschikking stelt van ondernemingen die vallen onder de werkingssfeer van de CAO Bouw en voor wie de afstand tussen woning en werk zo groot is dat dagelijks huiswaarts keren onredelijk is. De vordering zal met deze verduidelijking worden toegewezen.

Voor het overige zijn de vorderingen toewijsbaar als gevorderd, waarbij de gevorderde dwangsommen zullen worden toegewezen als hierna omschreven, met een maximum te verbeuren bedrag.

2.5.

Omdat AOK grotendeels in het ongelijk wordt gesteld moet zij de kosten van de procedure betalen.

3 Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt AOK om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis:

3.1.

met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2014 haar werknemers te belonen conform een correcte inschaling (als verwoord in artikel 41a, bijlage 9A en artikel 42a, bijlage 10A van de CAO Bouw) in functiegroep B (ijzervlechter II) dan wel functiegroep D (ijzervlechter I),

3.2.

met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2014 haar werknemers roostervrije dagen toe te kennen conform artikel 36a van de CAO Bouw,

3.3.

de vanaf 1 september 2014 (op grond van artikel 55 van de CAO Bouw voor de uitzendkrachten die AOK ter beschikking stelt van ondernemingen die vallen onder de werkingssfeer van de CAO Bouw en voor wie de afstand tussen woning en werk zo groot is dat dagelijks huiswaarts keren onredelijk is) verschuldigde toelage van € 6,65 per dag als tegemoetkoming in de kosten van voeding te verstrekken,

3.4.

de vanaf 1 september 2014 gepleegde vermindering van de reservering voor het loon op feest- en vakantiedagen en de vakantiebijslag ongedaan te maken en het bedrag van de vermindering van de reservering te voegen aan de gedane reservering,

en voorts verbiedt AOK om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis:

3.5.

een deel van het loon van de werknemers die zij ter beschikking stelt van ondernemingen die vallen onder de werkingssfeer van de CAO Bouw uit te ruilen tegen de vergoeding van dubbele huisvesting,

3.6.

veroordeelt AOK om aan FNV een dwangsom te betalen van:

( i) € 1.000,-- voor iedere dag dat zij in gebreke is om tijdig aan de veroordeling onder 3.1.

te voldoen, met een maximum van € 25.000,--;

(ii) € 1.000,-- voor iedere dag dat zij in gebreke is om tijdig aan de veroordeling onder 3.2.

te voldoen, met een maximum van € 25.000,--;

(iii) € 1.000,-- voor iedere dag dat zij in gebreke is om tijdig aan de veroordeling onder 3.3.

te voldoen, met een maximum van € 25.000,--;

(iv) € 1.000,-- voor iedere dag dat zij in gebreke is om tijdig aan de veroordeling onder 3.4.

te voldoen, met een maximum van € 25.000,--;

( v) € 1.000,-- voor iedere dag dat zij in gebreke is om tijdig aan de veroordeling onder 3.5.

te voldoen, met een maximum van € 25.000,--;

met dien verstande dat geen dwangsommen zullen worden verbeurd voor zover dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, (mede) gelet op de mate van verwijtbaarheid van de overtreding,

3.7.

veroordeelt AOK in de kosten van de procedure, aan de zijde van FNV begroot op

€ 82,34 aan dagvaardingskosten, € 466,- aan griffierecht en € 400,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde van FNV (niet met btw belast);

3.8.

verklaart dit vonnis waar het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;

3.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Weij, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 augustus 2015, in aanwezigheid van de griffier.