Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:4984

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
25-08-2015
Datum publicatie
25-08-2015
Zaaknummer
01/860292-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen door zijn minderjarige stiefdochter heimelijk te filmen, terwijl zij naakt onder de douche stond. Deze beelden zijn vervolgens op de computer van verdachte opgeslagen.

De rechtbank legt een taakstraf op van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis en een gevangenisstraf van 60 dagen met aftrek overeenkomstig 27 Wetboek van Strafrecht, waarvan 59 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De in beslag genomen computer wordt onttrokken aan het verkeer en verdachte moet de schade van € 2.162,55 aan het slachtoffer betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01/860292-14

Datum uitspraak: 25 augustus 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1970] ,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 augustus 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 juli 2015. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 30 juni 2012, te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een aantal afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een) film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) te weten een computer, merk Apple, type iMac, bevattende (een) aantal afbeelding(en), te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een) film(s) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

  • -

    het (door zichzelf) vaginaal penetreren (met (een) vinger(s) / hand) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

  • -

    het (door zichzelf) betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met (een) vinger(s) / hand)

((onder andere) omschreven op pag. 175 - 176 van het proces-verbaal PL21T4-2013055007-8 en tevens opgenomen in de toonmap horende bij proces-verbaal PL21T4-2013055007-8 onder vermelding van fragment 2 en/of 9)

en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele

prikkeling

((onder andere) omschreven op pag. 175 - 176 van het proces-verbaal PL21T4-2013055007-8 en tevens opgenomen in de toonmap horende bij proces-verbaal PL21T4-2013055007-8 onder vermelding van fragment 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 en/of 5 en/of 6 en/of 7 en/of 8 en/of 9);

2. hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 01 november 2009, te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een aantal afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een) film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) te weten een computer, merk Apple, type iMac bevattende (een) aantal afbeelding(en), te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een) film(s) heeft vervaardigd, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer ] (geboren op [1994] ), was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

  • -

    het (door zichzelf) vaginaal penetreren (met (een) vinger(s) / hand) van het lichaam van die [slachtoffer ] (geboren op [1994] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

  • -

    het (door zichzelf) betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van die [slachtoffer ] (geboren op [1994] ), althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met (een) vinger(s) / hand)

((onder andere) omschreven op pag. 175 - 176 van het proces-verbaal PL21T4-2013055007-8 en tevens opgenomen in de toonmap horende bij proces-verbaal PL21T4-2013055007-8 onder vermelding van fragment 2 en/of 9)

en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer ] (geboren op [1994] ), althans (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [slachtoffer ] (geboren op [1994] ), althans deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

((onder andere) omschreven op pag. 175 - 176 van het proces-verbaal PL21T4-2013055007-8 en tevens opgenomen in de toonmap horende bij proces-verbaal PL21T4-2013055007-8 onder vermelding van fragment 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 en/of 5 en/of 6 en/of 7 en/of 8 en/of 9).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Inleiding.

Verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij kinderpornografische afbeeldingen en/of film(s) heeft vervaardigd (feit 2) en in bezit heeft gehad (feit 1).

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie is van oordeel dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden in de periodes zoals ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het eerste gedachtestreepje, wegens gebrek aan wettig bewijs. Ook van het derde gedachtestreepje moet verdachte worden vrijgesproken, nu er volgens de raadsman geen sprake is geweest van 'naakt laten poseren'. De pleegperiode van feit 1 dient pas aan te vangen op 10 september 2009, zijnde de 'file date' van de aangetroffen film.

Verdachte moet volgens de raadsman worden vrijgesproken van feit 2, omdat op basis van het dossier niet vast te stellen is wanneer de beelden zijn gemaakt.

Het oordeel van de rechtbank.1

De rechtbank baseert haar oordeel over de feitelijke gang van zaken op de navolgende bewijsmiddelen.

Op 5 november 2013 heeft [persoon ] een computer overhandigd aan de politie. Deze computer was op het adres [adres 2] te [plaats] in gebruik geweest bij haar ex-man, verdachte.2 De computer, merk Apple, type iMac, met serienummer VMB26DZNZE6 is in beslag genomen.3

Bij onderzoek aan de in beslag genomen iMac is één kinderpornografische video aangetroffen:

tijdsduur: 19m 08s 56

plaats van aantreffen (pad naam): [bestand 1]

[bestand 1]

File Date: 2009-09-10 19:55:39

Het betrof een video in kleur. De video bestond uit meerdere samengevoegde korte fragmenten van een meisje dat aan het douchen was. Het meisje in alle fragmenten is gezien lichaamsbouw, beweging en signalement zeer waarschijnlijk hetzelfde meisje. Gezien de lichaamsbouw, borstvorming en schaamhaargroei is de leeftijd van dit meisje zeer waarschijnlijk tussen de 12 en 16 jaar oud. Uit niets blijkt dat het meisje weet dat ze gefilmd werd. Het standpunt van de camera was laag, dicht bij de grond. De camera beweegt tijdens de fragmenten op of neer en zoomt geregeld in op de schaamstreek van het meisje.

In de verschillende fragmenten is een blank, naakt meisje onder de douche te zien. Het beeld zoomt regelmatig in en uit en is bij inzoomen gericht op haar vagina, borsten en billen. Te zien is dat het meisje met haar vinger over of in haar vagina wrijft, dat ze haar schaamlippen open spreidt met haar vingers en dat ze met haar handen bij haar vagina voelt.4

Het meisje dat in alle fragmenten te zien is, is [slachtoffer ] . Volgens haar moeder is het slachtoffer op de eerste fragmenten rond de 13 jaar oud, op het laatste fragment is zij ouder, want daarop is te zien dat zij grotere borsten heeft.5 Het slachtoffer is geboren op [1994] .6

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij de film, zoals deze is aangetroffen op zijn computer, heeft gemaakt. Hij heeft op verschillende momenten zijn stiefdochter, het slachtoffer, gefilmd, terwijl zij aan het douchen was in de badkamer van hun huis in [plaats] . Bij het filmen zoomde hij steeds in op haar billen en vagina. De aangetroffen film bestaat uit negen losse filmfragmenten die verdachte aan elkaar heeft geplakt en heeft bewaard op zijn computer. Van het maken en het bekijken van de film(s) raakte verdachte seksueel opgewonden.7

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte meermalen afbeeldingen, te weten films, heeft vervaardigd waarop seksuele gedragingen zichtbaar waren waarbij telkens het minderjarige slachtoffer was betrokken. Tevens acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze afbeeldingen op zijn computer in bezit heeft gehad.

Pleegperiode

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of is vast te stellen in welke periode verdachte de films heeft gemaakt. Voorts dient vastgesteld te worden in welke periode verdachte de filmfragmenten in zijn bezit heeft gehad.

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier blijkt dat de file date van de op de computer van verdachte aangetroffen film "2009-09-10" is. Nu niet bekend is welke landinstellingen het besturingssysteem van de computer had, kan de bestandsdatum 10 september 2009 of 9 oktober 2009 zijn. Volgens verdachte is dit de startdatum waarop hij begonnen is met filmen. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk. De file date van computerbestanden is gebruikelijk de datum waarop het bestand voor het laatst bewerkt is. Gelet op de omstandigheid dat de aangetroffen film bestaat uit een compilatie van eerder opgenomen filmfragmenten, zoals verdachte ook zelf verklaard heeft, moeten die filmfragmenten naar het oordeel van de rechtbank wel gemaakt zijn in de periode voorafgaande aan de file date van de aangetroffen film. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de beelden gemaakt zijn vóór 1 november 2009.

Ten aanzien van de vraag in welke periode verdachte de filmopnamen van het slachtoffer heeft gemaakt, overweegt de rechtbank het volgende.

De moeder van het slachtoffer heeft verklaard dat haar dochter op de eerste fragmenten rond de 13 jaar is en op het laatste fragment, gelet op haar borstontwikkeling, duidelijk ouder is. Volgens de politie is het meisje op de beelden tussen de 12 en 16 jaar oud. Het slachtoffer is geboren op [1994] .

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het voorgaande, wel is vast te stellen wanneer verdachte de filmopnamen van het slachtoffer heeft gemaakt, namelijk in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 november 2009, de periode tussen het elfde en vijftiende levensjaar van het slachtoffer. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsman op dit punt.

Voorts acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aangetroffen film in de periode van 1 januari 2006 tot en met 30 juni 2012 in zijn bezit heeft gehad.

Naakt (laten) poseren

Door de raadsman van verdachte is bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het derde gedachtestreepje ("naakt (laten) poseren"), nu van poseren of laten poseren geen sprake is geweest.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. De rechtbank acht bewezen de zinsnede 'nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden'. Dit duidt erop dat het verdachtes intentie was om zinnenprikkelende beelden van het minderjarige slachtoffer te maken. Verdachte heeft met voornoemde intentie bewust het moment gekozen waarop hij is gaan filmen en wat hij is gaan filmen, namelijk telkens de momenten waarop het slachtoffer naakt onder de douche stond. Door de cameraopstelling en het in- en uitzoomen heeft verdachte telkens de compositie van de beelden bepaald. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zo gebruik gemaakt van de pose waarin het slachtoffer voor de camera heeft gestaan (vergelijk Hoge Raad 10 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1359). Zo doende heeft hij het slachtoffer voor hem laten poseren. Dat het slachtoffer zich er niet van bewust was op welke wijze zij door verdachte werd vastgelegd, doet daar niet aan af. Gelet op het voorgaande verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van het eerste gedachtestreepje in feit 1 en feit 2 ("vaginaal penetreren"), nu voor dat onderdeel van de tenlastelegging het wettig bewijs ontbreekt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1. in de periode van 01 januari 2006 tot en met 30 juni 2012, te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert, een gegevensdrager, te weten een computer, merk Apple, type iMac, bevattende een aantal afbeeldingen, te weten een film, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen

seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

  • -

    het zich betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en

  • -

    het geheel naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en waarna door het camerastandpunt en de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en strekken tot seksuele prikkeling;

2. in de periode van 01 januari 2006 tot en met 01 november 2009, te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert, meermalen, telkens een aantal afbeeldingen, te weten films, heeft vervaardigd, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer ] (geboren op [1994] ), was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

  • -

    het zich betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen door die [slachtoffer ] (geboren op [1994] ), met (een) vinger(s)/hand en

  • -

    het geheel naakt (laten) poseren van die [slachtoffer ] (geboren op [1994] ) en waarna door het camerastandpunt en de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en strekken tot seksuele prikkeling.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft ten aanzien van beide feiten gevorderd de oplegging van:

  • -

    een taakstraf voor de duur van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis;

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen computer;

  • -

    gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor zover het de materiële schade betreft, matiging van de immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Gelet op de omstandigheden dat verdachte de ernst van de feiten inziet, zijn spijt heeft betuigd, direct uit eigen beweging in therapie is gegaan en zijn leven sindsdien weer goed heeft opgepakt, vindt de raadsman een taakstraf van 120 uur passender, eventueel met daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand. Ten aanzien van het beslag refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen door zijn minderjarige stiefdochter heimelijk te filmen terwijl zij naakt onder de douche stond. Deze beelden zijn vervolgens op de computer van verdachte opgeslagen, hetgeen in de gegeven omstandigheden bezit van kinderporno oplevert. Dat verdachte het slachtoffer heeft gefilmd terwijl zij zich in haar eigen huis bevond – een plek waar zij zich bij uitstek veilig en vertrouwd mocht voelen – en derhalve haar vertrouwen in ernstige mate heeft beschaamd, rekent de rechtbank verdachte zeer aan. Een badkamer is bij uitstek een plaats waar je je onbespied mag wanen. Verdachte heeft hiermee een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en haar lichamelijke integriteit aangetast. Dat slachtoffers van dit soort feiten daar vaak nog jarenlang last van kunnen hebben, blijkt wel uit de slachtofferverklaring die het slachtoffer ter terechtzitting heeft voorgelezen.

De rechtbank neemt bij de strafoplegging in aanmerking dat er slechts een beperkt aantal afbeeldingen is aangetroffen en dat daarin geen sprake was van actief misbruik van kinderen. Voorts weegt de rechtbank mee dat verdachte er blijk van heeft gegeven dat hij de ernst van het door hem aan zijn slachtoffer aangedane leed inziet en oprecht berouw heeft getoond

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank ook rekening met het feit dat verdachte blijkens het uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 15 juli 2015 niet eerder met de rechtbank in aanraking is geweest voor het plegen van enig strafbaar feit.

Alles overwegende acht de rechtbank de oplegging van een taakstraf van 180 uur passend en geboden. Op grond van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht kan de rechtbank slechts een taakstraf opleggen, als daarnaast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd. De rechtbank zal aan verdachte daarom tevens een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen opleggen, met aftrek van voorarrest, waarvan 59 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer ] .

Het standpunt van de officier van justitie.

Gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, in die zin dat de materiële schade à € 662,55 (posten 1, 2, 3 en 4) volledig kan worden toegewezen en de immateriële schadevergoeding (post 5) moet worden gematigd. Het totale toegewezen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente en daarnaast dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich wat de materiële schadevergoeding betreft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De immateriële schadevergoeding moet volgens de raadsman worden gematigd.

Beoordeling. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de materiële schadevergoeding à € 662,55 (posten 1, 2, 3 en 4), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening

De rechtbank zal de vordering tot immateriële schadevergoeding naar billijkheid tot een bedrag van € 1.500,- toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening. Noch uit het procesdossier, noch uit het verhandelde ter zitting, kan worden afgeleid vanaf welk moment de immateriële schade door de benadeelde is geleden. De rechtbank acht het aannemelijk dat hiervan sprake was rond december 2012, het moment waarop de benadeelde volgens haar eigen verklaring kennis heeft genomen van het bewezen verklaarde.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het restant van de gevorderde immateriële schade (zijnde € 2.000,-) niet ontvankelijk verklaren in de vordering. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 662,55 vanaf 23 juni 2015 en over € 1.500,00 vanaf 1 december 2012 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Beslag.De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerp vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met behulp waarvan de feiten zijn begaan en dat van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 24c, 27, 36b, 36c, 36d, 36f, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht. DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van feit 1:

Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, in bezit hebben Ten aanzien van feit 2:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregelen.

Ten aanzien van feit 1, feit 2:

Gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 59 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Ten aanzien van feit 1, feit 2:

Taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis

Onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen goed, te weten: computer, merk Apple, type iMac (goednr. 587383). Ten aanzien van feit 1, feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van € 2.162,55 subsidiair 31 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer ] van een bedrag van € 2.162,55 (zegge: tweeduizend honderdtweeënzestig euro en vijfenvijftig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 31 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 662,55 materiële schadevergoeding (posten 1 t/m 4), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en een bedrag van € 1.500,00 immateriële schadevergoeding (post 5), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer ] van een bedrag van € 2.162,55 (zegge: tweeduizend honderdtweeënzestig euro en vijfenvijftig eurocent). Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 662,55 materiële schadevergoeding (posten 1 t/m 4), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en een bedrag van € 1.500,00 immateriële schadevergoeding (post 5), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.J.H. Van Dellen, voorzitter,

mr. R.J. Bokhorst en mr. J.M.J. Denie, leden,

in tegenwoordigheid van drs. B.C. van Wijmen, griffier,

en is uitgesproken op 25 augustus 2015.

Mr. J.M.J. Denie is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 In de voetnoten wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het proces-verbaal van de politie Oost Brabant, Unit Zeden, proces-verbaalnummer 2013055007, afgesloten d.d. 30 juli 2014.

2 Verklaring van [persoon ] d.d. 5 november 2013 (p. 24-25).

3 Kennisgeving van inbeslagneming (p. 189).

4 Relaas van [verbalisant 1] d.d. 11 februari 2014 (p. 174-176).

5 Verklaring van [persoon ] d.d. 11 februari 2014 (p. 96).

6 Akte van geboorte van [slachtoffer ] (p. 61).

7 Bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 11 augustus 2015.