Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:4722

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
03-08-2015
Datum publicatie
04-08-2015
Zaaknummer
01/845641-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor zware mishandeling en poging daartoe. Bewezen verklaard is openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen personen. Gepleegd in Helmond in augustus 2013.

Opgelegd is een taakstraf van 150 uren met aftrek van voorarrest en verdachte dient schade te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845641-13

Datum uitspraak: 03 augustus 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 31 oktober 2013, 23 februari 2015 en 20 juli 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 3 oktober 2013.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 04 augustus 2013 te Helmond tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (meerdere gebroken ribben en/of een gebroken vinger), heeft toegebracht, door deze opzettelijk te schoppen en/of te slaan;

(artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 04 augustus 2013 te Helmond tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 1] te schoppen en/of te slaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 04 augustus 2013 te Helmond met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, te weten de [adres] , in elk geval op of aan een

openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit slaan en/of schoppen;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 04 augustus 2013 te Helmond tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 2] heeft geschopt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 juncto 45 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 04 augustus 2013 te Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2] ) heeft geschopt en/of geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

t.a.v. feit 1 primair.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. De rechtbank is op grond van het dossier van oordeel dat het letsel dat het slachtoffer [slachtoffer 1] heeft opgelopen niet als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt. Verdachte zal mitsdien van het onder 1 primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

t.a.v. feit 1 subsidiair.

Om tot bewezenverklaring van medeplegen van poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel te komen dient bewezen te worden dat verdachte en de medeverdachte opzet hebben gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het dossier noch het onderzoek ter terechtzitting hebben bewijsmiddelen opgeleverd waaruit kan worden afgeleid dat verdachte en de medeverdachte het opzet hadden [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Voor opzet bij verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bestaat derhalve geen bewijs zodat verdachte in zoverre zal worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde.

t.a.v. feit 2 primair en subsidiair:

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zelf ten aanzien van [slachtoffer 2] enige geweldshandeling heeft verricht, nu dit niet uit enig bewijsmiddel blijkt. Evenmin is gebleken van een dusdanige betrokkenheid bij het door anderen tegen [slachtoffer 2] uitgeoefende geweld dat verdachte als medepleger van dat geweld kan worden aangemerkt. Dit betekent dat verdachte van dat deel van de tenlastelegging behoort te worden vrijgesproken.

Bewijs t.a.v. feit 1 meer subsidiair.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte, samen met haar dochter, openlijk geweld tegen [slachtoffer 1] heeft gebruikt en het slachtoffer [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Het oordeel van de rechtbank.1

De rechtbank acht voor haar oordeel de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Op 4 augustus 2013 omstreeks 04:52 uur kwam bij de meldkamer van de politie eenheid Oost-Brabant te Eindhoven de melding binnen dat er op de [adres] , te Helmond op straat door bewoners werd gevochten.2

Getuige [getuige] , wonende aan de [adres 2] te Helmond, verklaart dat hij in de nacht van 3 op 4 augustus 2013 zag dat een [kleur en merk auto] in de straat aan kwam gereden en dat een tengere vouw met blond haar uitstapte. Vervolgens kwam een hoop geschreeuw vanuit de richting van de woning [adres] . De vrouw van getuige heeft toen de politie gebeld.3

Als een surveillance-eenheid ter plaatse gaat treft deze in genoemd perceel onder meer een bebloede vrouw aan. De vrouw betreft [slachtoffer 1] .4

[slachtoffer 1] doet op 4 augustus 2015 aangifte van mishandeling en openlijke geweldpleging, gepleegd op 4 augustus 2013 op de oprit van haar huis aan de [adres] te Helmond. Zij verklaart dat omstreeks 02:30-03:00 uur aan de deur werd gebeld. Toen aangeefster de deur openmaakte zag zij dat [verdachte] (verdachte) aan de deur stond. Bij haar stonden haar dochter en 2 of 3 Molukkers. Meteen na het openen van de deur werd aangeefster geslagen en belandde zij buiten op de oprit. Zij werd geslagen en geschopt. Aangeefster weet dat [verdachte] haar geslagen heeft en dat zij door een van de dochters van [verdachte] geslagen is. Zij is meerdere keren hard geslagen en geschopt.5

In het ziekenhuis werd vastgesteld dat [slachtoffer 1] drie gebroken ribben had, een gebroken vinger en een bloeduitstorting aan haar hoofd.6

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 4 augustus 2013 omstreeks 04:00 uur zag dat er een aantal auto’s de straat ingereden kwam en dat de auto’s stopten voor het huis van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , dat [verdachte] en de dochter van [verdachte] uit de auto stapten, dat [slachtoffer 1] naar buiten liep en dat zij door [verdachte] en [medeverdachte] aan haar haren werd getrokken en dat zij daardoor op de grond terecht kwam.7

Getuige [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] buiten op de grond zag liggen en dat [verdachte] en [medeverdachte] op [slachtoffer 1] in sloegen en haar schopten.8

De dochter van verdachte, [medeverdachte] , verklaart dat zij en haar moeder op 4 augustus 2013, nadat zij die nacht diverse keren telefonisch waren lastig gevallen, besloten naar het huis [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te rijden, om het uit te praten.9

Verdachte zelf verklaart ter terechtzitting dat zij op 4 augustus 2013, nadat zij die nacht diverse keren telefonisch was lastig gevallen, zo boos was dat zij besloot naar het huis [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te rijden, samen met haar dochter, om met [slachtoffer 2] te gaan praten dat het afgelopen moest zijn. Toen zij aanbelde bij het huis [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kwam [slachtoffer 1] naar buiten.10

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang en verband bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

(1 meer subsidiair)

op 4 augustus 2013 te Helmond met een ander aan de openbare weg, te weten de [adres] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit slaan en schoppen

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

- een taakstraf voor de duur van 70 uren subsidiair 35 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest;

- opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit en heeft zich over een eventueel op te leggen straf bij bewezenverklaring van het tenlastegelegde niet uitgelaten.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

In deze zaak neemt de rechtbank als uitgangspunt de oriëntatiepunten voor straftoemeting zoals opgesteld door het LOVS. Op grond van deze oriëntatiepunten wordt bij openlijk geweld tegen personen met enig lichamelijk letsel tot gevolg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 3 maanden.

De rechtbank heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zelf de confrontatie met het slachtoffer heeft gezocht om verhaal te halen door zich - midden in de nacht- met haar dochter naar het huis van het slachtoffer te begeven en daar aan te bellen.

Weliswaar is verdachte daaraan voorafgaand door of van de zijde van het slachtoffer telefonisch lastig gevallen maar dat legitimeert verdachte niet om haar midden in de nacht thuis op te zoeken en geweld tegen haar te gebruiken.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving een taakstraf van na te melden duur moet worden opgelegd.

De rechtbank zal een zwaardere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht ter zake immateriële schade een bedrag van € 700,- toewijsbaar en ter zake materiële schade het gevorderde bedrag van het eigen risico van € 310,89 en de dagvergoeding ziekenhuis van € 28,- toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging verzoekt gelet op de gevoerde verweren de vordering integraal af te wijzen.

Ten aanzien van de afzonderlijke posten heeft de verdediging -kort samengevat- het navolgende gesteld.

De verdediging bepleit de gevorderde schade met betrekking tot het horloge af te wijzen omdat de verzekering die schade heeft vergoed.

Gelet op de gevoerde verweren verzoekt de verdediging de posten dagvergoeding ziekenhuis en eigen risico zorgverzekering af te wijzen. Subsidiair bepleit de verdediging [slachtoffer 1] (deels) niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering betreffende deze posten omdat naar het oordeel van de verdediging niet gebleken is dat verdachte het ten laste gelegde letsel heeft toegebracht aan [slachtoffer 1] en bovendien sprake is van enige mate van eigen schuld van het slachtoffer.

De verdediging bepleit voorts afwijzing van de vordering betreffende immateriële schade, dan wel [slachtoffer 1] voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering.

Beoordeling. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten: immateriële schadevergoeding tot een bedrag van EUR 400,- (post 1) en materiële schadevergoeding tot een bedrag van EUR 338,89, bestaande uit EUR 28,- ter zake dagvergoeding ziekenhuis (post 3) en EUR 310,89 ter zake eigen risico zorgverzekering (post 4).

Het bedrag van de immateriële schadevergoeding (post 1) en het bedrag van de dagvergoeding ziekenhuis (post 3) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag van eigen risico zorgverzekering (post 4) te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 28 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het meerdere wordt de vordering van [slachtoffer 1] afgewezen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander of anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en haar mededader(s) samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte en haar mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte en haar mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het tenlastegelegde met betrekking tot [slachtoffer 2] . In dat geval dient de vordering van [slachtoffer 2] niet ontvankelijk te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging concludeert tot integrale afwijzing van de vordering gelet op de door de verdediging gevoerde verweren.

Ten aanzien van de afzonderlijke posten heeft de verdediging -kort samengevat- het navolgende gesteld.

Naar het oordeel van de verdediging dient de post reparatie scooter te worden afgewezen dan wel gematigd te worden.

Gelet op de gevoerde verweren moeten de posten medicijnen, expertisekosten eigen risico en de immateriële schade worden afgewezen. Subsidiair moet [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.

Beoordeling. De rechtbank is van oordeel dat als gevolg van het onder feit 1 meer subsidiair bewezen verklaarde, schade aan de scooter is toegebracht. Mitsdien acht de rechtbank de gevorderde schade aan de scooter integraal toewijsbaar, nu deze schade voldoende is onderbouwd en door verdachte, in het licht van die onderbouwing niet danwel ontoereikend gemotiveerd is weersproken. De rechtbank zal de benadeelde partij in het overige deel van de vordering, betrekking hebbend op het letsel en de daarmee samenhangende immateriële schade, niet-ontvankelijk verklaren aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop dat deel van de vordering betrekking heeft.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en haar mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte en/of haar mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte en/of haar mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 141.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 2 subsidiair: Vrijspraak

Verklaart het overige ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. feit 1 meer subsidiair:openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1 meer subsidiair:Taakstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis met aftrekovereenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

T.a.v. feit 1 meer subsidiair: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 738,89 (zegge: zevenhonderdachtendertig euro en negenentachtig cent), te weten EUR 400,- immateriële schadevergoeding (post 4) en een bedrag van EUR 338,89 materiële schadevergoeding (post 3 en 4).

Het toegewezen bedrag van de immateriële schadevergoeding, te weten EUR 400,- (post 1), en het bedrag van de dagvergoeding ziekenhuis, zijnde EUR 28,- (post 3), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Het toegewezen bedrag van het eigen risico zorgverzekering, zijnde 310,89 (post 4), te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 28 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door haar mededader is betaald.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Wijst de vordering voor het overige af.

Maatregel van schadevergoeding van EUR 738,89 subsidiair 14 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 738,89 (zegge: zevenhonderdachtendertig euro en negenentachtig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 400,- immateriële schadevergoeding (post 1) en een bedrag van EUR 338,89 materiële schadevergoeding (post 3 en 4). Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door haar mededader is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag van de immateriële schadevergoeding, te weten EUR 400,- (post 1) en het bedrag betreffende dagvergoeding ziekenhuis, zijnde EUR 28,- (post 3), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag van het eigen risico zorgverzekering, zijnde EUR 310,89 (post 4), te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 28 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Indien de verdachte en/of haar mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte en/of haar mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

T.a.v. feit 1 meer subsidiair: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 970,35, te weten materiële schade (post schade scooter), te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 13 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door haar mededader is betaald.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het overige deel van de vordering.

Maatregel van schadevergoeding van EUR 970,35 subsidiair 19 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 970,35 (zegge: negenhonderdzeventig euro en vijfendertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 dagen hechtenis, ter zake materiële schade (post schade scooter). Voormeld bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 13 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door haar mededader is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Indien de verdachte en/of haar mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte en/of haar mededader heeft/hebben voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. De voorlopige hechtenis is op 12 september 2013 reeds geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W. Schoorlemmer, voorzitter,

mr. M.Th. van Vliet en mr. F. Schneider, leden,

in tegenwoordigheid van L.F.M. Schulte, griffier,

en is uitgesproken op 3 augustus 2015.

Mr. F. Schneider is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 In de voetnoot wordt -tenzij anders vermeld- verwezen naar een proces-verbaal van Politie eenheid Oost-Brabant, Gezamenlijke Recherche Peelland, onderzoeksnummer BVH 2013107484, afgesloten op 2 augustus 2013, aantal doorgenummerde pagina’s: 246, hierna te noemen: eindpv.

2 Relaas verbalisant, p. 4 van het eindpv

3 Verklaring getuige [getuige] , p. 116 van het eindpv

4 Relaas verbalisanten, p. 104 van het eindpv

5 Aangifte [slachtoffer 1] , p. 55-57 van het eindpv

6 Formulier medische informatie van het Elkerliekziekenhuis, p. 59 van het eindpv

7 Getuigenverklaring [getuige 2] , p. 93 van het eindpv

8 Getuigenverklaring [getuige 3] op 8 april 2015 bij de rechter-commissaris

9 Verklaring [medeverdachte] , p. 212-213 van het eindpv

10 Proces-verbaal van de terechtzitting van 20 juli 2015.