Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:4673

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
31-07-2015
Datum publicatie
31-07-2015
Zaaknummer
01/889028-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:5343, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:5344, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt voor een overval op een hennepkwekerij, een poging tot woninginbraak, een woninginbraak en gewoontewitwassen veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar. Van een zestal andere aan verdachte ten laste gelegde woninginbraken wordt verdachte vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01/889028-11

Datum uitspraak: 31 juli 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1987] ,

wonende te [adres 1] ,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in p.i. Vught, locatie Nieuw Vosseveld 2 [hvb], te Vught.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 oktober 2011, 6 januari 2012, 1 maart 2012, 18 mei 2012, 17 december 2013, 15 september 2014, 9 juli 2015, 10 juli 2015, 13 juli 2015 en 17 juli 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 september 2011. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 5 juni 2011, althans in of omstreeks de periode van 4 juni 2011 tot en met 5 juni 2011 te Sint Maartensdijk, gemeente Tholen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (aan de [adres 2] ), terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich daar buiten weten en/of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal (delen van) hennepplanten en/of (een) (personen)auto(sleutels) en/of enig(e) andere goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of de enkels/voeten van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgebonden en/of vastgemaakt (zaaksdossier 46);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 5 juni 2011, althans in of omstreeks de periode van 4 juni 2011 tot en met 5 juni 2011, te Sint Maartensdijk, gemeente Tholen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (aan de [adres 2] ), met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid (delen van) hennepplanten en/of een (personen)auto(sleutels) en/of enig(e) andere goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of de enkels/voeten van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgebonden en/of vastgemaakt (zaaksdossier 46);

2. hij op of omstreeks 12 mei 2011 te Schijndel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende in/uit een woning (aan [adres 3] ) weg te nemen een of meer goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) van zijn/hun gading onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, het slot van de keukendeur heeft geforceerd en/of afgebroken en/of met een sloopbeitel, althans enig voorwerp, een of meer bovenlicht(en)/uitzetra(a)m(en) heeft getracht open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid (zaaksdossier 45);

3. hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2011 tot en met 10 maart 2011 te Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd buiten weten en/of tegen de wil van de rechthebbende in een woning (aan [adres 4] ) bevond(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit die woning heeft weggenomen een geldbedrag en/of een paar gouden oorbellen en/of een (oranje) kluis en/of enig(e) andere goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des isdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zaaksdossier 24);

4. hij in of omstreeks de periode van 7 maart 2011 tot en met 8 maart 2011 te Sint-Michiels-gestel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan [adres 5] ) heeft weggenomen een kluis met daarin een geldbedrag van (ongeveer) 6.000,- euro en/of een geldbedrag van (ongeveer) 1.500,- euro en/of twee notebooks/computers en/of een mp3-speler en/of enig(e) ander(e) goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zaaksdossier 25);

5. hij in of omstreeks de periode van 31 december 2010 tot en met 2 januari 2011 te Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan [adres 6] ) heeft weggenomen een of meer geldbedragen van (in totaal) (ongeveer) 18.345,- euro en/of een wii spelcomputer en/of bijbehorende accessoires en/of 25 computerspellen en/of 2 notebooks/computers en/of bijbehorende software en/of een fotocamera en/of een geheugenkaart en/of 2 spelcomputers (ds-i xl) en/of 6 (hals)kettingen en/of 2 dasspelden en/of drie gouden ringen en/of een gouden horloge en/of 4 armbanden en/of oorbellen en/of een boormachine en/of een purpistool en/of ander gereedschap en/of bouwmaterialen en/of een of meer andere goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zaaksdossier 37);

6. hij op of omstreeks 25 december 2010 te Schijndel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan [adres 7] ) heeft weggenomen een kluis en/of een geldbedrag van (ongeveer) 13.652,- euro en/of autopapieren en/of autosleutels en/of andere sleutels en/of 2 horloges en/of sieraden (4 armbanden en/of 2 ringen en/of een ketting) en/of een ipad/computer en/of 2 notebooks/computers en/of een fotocamera en/of een navigatiesysteem en/of een portemonnee en/of of meer andere goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zaaksdossier 14);

7. hij in of omstreeks de periode van 11 december 2010 tot en met 12 december 2010 te Zaltbommel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan [adres 8] ) heeft weggenomen een kluis/wapenkast met daarin 6 vuurwapens en/of munitie en/of traveller cheques ter waarde van (ongeveer) 5.100 Amerikaanse dollars en/of een geldbedrag van (ongeveer) 13.462,- euro en/of sieraden (een zilveren dames hanghorloge en/of twee gouden armbanden en/of twee trouwringen en/of een gouden kettinghanger en/of twee gouden halskettingen en/of 2 ringen) en/of een herenhorloge en/of oude munten en/of een lederen tas en/of een koffer en/of een of meer andere goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zaaksdossier 11);

8. hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2011 tot en met 30 juni 2011, te ’s-Hertogen-bosch en/of te Tilburg en/of elders in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte telkens (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) (tot een totaalbedrag van (ongeveer) 14.304,- euro), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans telkens van een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en), gebruik gemaakt, terwijl hij telkens wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf (zaaksdossier 65);

9. hij in of omstreeks de periode van 6 maart 2011 tot en met 7 maart 2011 te ’s-Hertogen-bosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan [adres 9] ) heeft weggenomen een dameshorloge en/of 4 paar oorbellen en/of een ring en/of drie horloges (imitatie Breitling) en/of een horloge (imitatie rolex) en/of (een) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 1.050,- euro en/of antieke sieraden en/of irischeques ter waarde van 200 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zaaksdossier 27);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 6 maart 2011 tot en met 13 maart 2011 te ’s-Hertogen-bosch, in elk geval in Nederland, een horloge (Breitling) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat horloge wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof (zaaksdossier 27);

10. hij op of omstreeks 13 juli 2011 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, een mobiele telefoon (Nokia) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die telefoon wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof (zaaksdossier 55);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2010 tot en met 24 oktober 2010 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan [adres 10] ) heeft weggenomen autosleutels en/of een portemonnee met een geldbedrag van (ongeveer) 1.000,- euro en/of een of meer bankpasjes/creditcards en/of huissleutels en/of een (personen)auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) ondermzijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zaaksdossier 55);

11. hij op of omstreeks 13 juli 2011 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, een mobiele telefoon (rode Nokia 6300) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof (zaaksdossier 52);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 oktober 2010 te Maurik, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan [adres 11] ) heeft weggenomen een rode mobiele telefoon en/of een of meer geldbedragen (tot een totaalbedrag van (ongeveer) 5.000,- euro en/of een fototoestel en/of 2 gouden dameshorloges en/of twee gouden armbanden en/of twee gouden kettinkjes en/of een paar gouden oorbellen en/of een ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of een geldbedrag van (ongeveer) 2.500,- euro, geheel of ten dele toebehorende aan [vereniging] , in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zaaksdossier 52).

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit.

========================================

Inleiding.

Op 8 juni 2011 troffen politiemensen in het halletje van de woning aan de [adres 2] in Sint Maartensdijk een zwaar gewonde man aan die ter plaatse aan de gevolgen van een schotwond is overleden. Deze man bleek te zijn genaamd [slachtoffer 1] , geboren op [1956] in het District Suriname. Bij nader onderzoek werd in de woning van [slachtoffer 1] , in de inpandige garage een volledig ingerichte hennepkwekerij aangetroffen. Vastgesteld werd dat deze kwekerij niet in werking was en dat ongeveer 460 hennepplanten vrij recent waren geknipt.

In de dagen daaraan voorafgaande heeft [slachtoffer 1] tegen diverse getuigen verklaard dat hij kort daarvoor door een vijftal Marokkanen met een Brabants accent in zijn huis is overvallen, dat hij was geript en dat bij de overval zijn auto, een rode Renault Espace, is gestolen. Na verder onderzoek ontstaat de verdenking dat deze overval door de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] is gepleegd.

Uit de bakengegevens aangebracht onder de Mercedes van [verdachte] blijkt dat die auto zowel op 4 juni 2011 als op 5 juni 2011 in de richting van Zeeland vertrekt. Bij een tankstation langs de A58 nabij Bergen op Zoom wordt op beide dagen aan de hand van camerabeelden vastgesteld dat personen die gelijkenis vertonen met [verdachte] en [medeverdachte 1] uit de Mercedes stappen en dat bij de Mercedes een Seat Leon stopt waar personen uitstappen die lijken op [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] . Beide dagen vervolgt de Mercedes de weg en stopt weer in de buurt van het pand van [slachtoffer 1] . Op 5 juni 2011 wordt daar door twee getuigen ook de Seat Leon gezien. Daarna vertrekt de Mercedes op 5 juni 2011 uit Sint Maartensdijk en rijdt rechtstreeks naar een loods in [adres 12] in 's-Hertogenbosch. Deze loods staat op dat moment onder camera-observatie. Later wordt vastgesteld dat hier vermoedelijk hennep is geknipt.

Uit de camerabeelden gemaakt bij de loods aan [adres 12] , blijkt dat op 5 juni 2011 een Mercedes, een Seat Leon en een Renault Espace waarvan later wordt vastgesteld dat die van [slachtoffer 1] was, bij deze loods stoppen. Uit die voertuigen stappen personen die gelijkenis vertonen met [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . Zij dragen een aantal zakken naar binnen en even later gaan er vrouwen de loods binnen. Een van hen, [getuige 1] de toenmalige vriendin van [medeverdachte 3] , heeft verklaard dat zij bijna de hele dag in die loods hennep hebben geknipt, dat zij van [medeverdachte 3] had gehoord dat de weed afkomstig was van een neger uit Zeeland en dat het plan was die weed met de auto van het slachtoffer naar 's-Hertogenbosch te vervoeren.

De overval op de woning is aan de hiervoor genoemde verdachten primair als diefstal met geweld en subsidiair als afpersing ten laste gelegd.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde, de diefstal met geweld, wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging is van oordeel dat verdachte zowel van het primair als het subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient – voor zover die op dit feit betrekking heeft – als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Het oordeel van de rechtbank.

De aanwezigheid van verdachten in de woning van [slachtoffer 1] .

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zowel op 4 juni 2011 als op 5 juni 2011 samen naar Sint Maartensdijk zijn gereden.

Uit de camerabeelden, gemaakt met de beveiligingscamera van het [tankstation] gelegen aan de A58 te Bergen op Zoom [zuidbaan], blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] daar op 4 juni 2011 omstreeks 04.35 uur uit de Mercedes van [verdachte] zijn gestapt, kort daarna gevolg door een Seat Leon met het [kenteken 1] waar [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] uit zijn gestapt. Uit de bakengegevens van de Mercedes blijkt dat deze omstreeks 03.20 uur in de buurt van de woning van [medeverdachte 3] in Bergen op Zoom is geweest. Uit de telecommunicatiegegevens is gebleken dat vanaf dat moment de telefoon van [medeverdachte 3] zendmasten aanstraalde tussen Bergen op Zoom en Sint Maartensdijk, op de tijdstippen dat de Mercedes van [verdachte] daar ook reed. Omstreeks 04.40 uur straalt de telefoon van [medeverdachte 3] weer een zendmast in de omgeving van zijn woning aan. De Mercedes van [verdachte] is daarna doorgereden. Omstreeks 05.20 uur arriveerde de Mercedes op [adres 13] te ’s-Hertogenbosch.

Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] zich op 4 juni 2011 in Sint Maartensdijk in de omgeving van de woning gelegen aan de [adres 2] aldaar, hebben bevonden. Kennelijk waren zij bezig de overval op deze woning voor te bereiden.

Uit de camerabeelden gemaakt met de beveiligingscamera van het [tankstation] gelegen aan de A58 te Bergen op Zoom [noordbaan], blijkt dat de Mercedes van [verdachte] en de Seat Leon met het [kenteken 1] op 5 juni 2011 omstreeks 01.00 uur bij dat tankstation zijn gestopt en dat [verdachte] en [medeverdachte 1] wederom uit de Mercedes stappen en dat ook nu [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] uit de Seat Leon stappen. Ook nu straalt de telefoon van [medeverdachte 3] zendmasten aan tussen Bergen op Zoom en Sint Maartensdijk op de tijdstippen dat daar de Mercedes van [verdachte] reed. Bovendien, zo blijkt uit de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] , zijn zowel de Mercedes van [verdachte] als de Seat Leon in de nacht van 4 juni 2011 op 5 juni 2011 gesignaleerd op een parkeerplaats in de buurt van [adres 2] in Sint Maartensdijk. Dit komt overeen met de bakengegevens van de Mercedes. Tenslotte heeft de [getuige 1] verklaard dat [medeverdachte 3] op 5 juni 2011 in de woning [adres 2] in Sint Maartensdijk is geweest samen met vier anderen, waaronder [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] .

Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 5 juni 2011 in de woning [adres 2] te Sint Maartensdijk zijn geweest.

Op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen staat vast dat [slachtoffer 1] , de bewoner van de woning [adres 2] te Sint Maartensdijk, aan zijn enkels/voeten is vastgebonden en dat hij in het gezicht is geslagen, kennelijk om zijn verzet te breken en aldus de overval mogelijk te maken. [slachtoffer 1] heeft daardoor letsel in zijn gezicht opgelopen. Uit de verklaring van [getuige 1] blijkt dat van de vijf in de woning aanwezige personen er drie zijn geweest die bij [slachtoffer 1] in de woonkamer zijn gebleven. De rechtbank acht het aannemelijk dat beide andere personen de hennepplanten hebben geknipt. Niet is komen vast te staan door wie van deze personen [slachtoffer 1] is vastgebonden of wie van deze personen [slachtoffer 1] het letsel in zijn gezicht heeft toegebracht. Op dit onderdeel van de tenlastelegging komt de rechtbank verder in dit vonnis terug.

Nadat de hennepplanten op 5 juni 2011 waren (af)geknipt, zijn deze met de Mercedes van [verdachte] en met de rode Renault Espace van [slachtoffer 1] naar een loods aan [adres 12] in

's-Hertogenbosch vervoerd. Dat blijkt uit de mededeling die [slachtoffer 1] daarover aan verschillende getuigen heeft gedaan, uit de mededeling die [medeverdachte 3] aan [getuige 1] daarover heeft gedaan en uit de waarnemingen tijdens de observaties bij de loods aan [adres 12] te ’s-Hertogenbosch.

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] , [slachtoffer 1] op 5 juni 2011 in zijn woning hebben overvallen en dat zij de in die woning aanwezige hennepplanten hebben meegenomen. Daartoe hebben zij een gedetailleerd plan gemaakt en zij hebben die overval gedegen en gedetailleerd voorbereid. Nadat zij de beschikking over de hennep hadden gekregen, zijn zij rechtstreeks naar [adres 12] in 's-Hertogenbosch gereden alwaar de hennep zou worden geknipt door knipsters die door [medeverdachte 3] waren geregeld en die door [medeverdachte 3] zijn uitbetaald.

Is er sprake van medeplegen?

Gelet op de intensiteit van de samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] gedurende een korte periode, de wezenlijke bijdrage die elk van hen bij de planning, de voorbereiding en de uitvoering van dee overval op de woning van [slachtoffer 1] heeft gehad, de vaststelling dat zij allen in de woning van [slachtoffer 1] zijn geweest op het moment dat de overval plaats vond, dat geen van hen zich daar op enig moment aan heeft onttrokken hoewel de mogelijkheid daartoe wel heeft bestaan en dat zij de bij die overval bemachtigde buit gezamenlijk hebben verwerkt, is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] , sprake is geweest van een dermate nauwe en bewuste samenwerking, dat de rollen die zij hebben vervuld onderling inwisselbaar waren. De rechtbank merkt hen dan ook als medeplegers van deze overval aan.

Voor de rechtbank is derhalve niet van belang welke specifieke handelingen elk van de daders heeft uitgevoerd, omdat zij als medeplegers verantwoordelijk zijn voor de handelingen die elk van hen heeft verricht. Tegen die achtergrond behoeft niet te worden vastgesteld wie van de verdachten de enkels van [slachtoffer 1] heeft vastgebonden en wie van de verdachten het letsel aan het gezicht van [slachtoffer 1] heeft veroorzaakt.

het alternatieve scenario.

Door de verdediging is aangevoerd dat vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de vraag of de hennepplanten in de woning van [slachtoffer 1] en de rode Renault Espace van [slachtoffer 1] zijn weggenomen tegen de wil van [slachtoffer 1] . Daaruit concludeert de verdediging dat niet kan worden uitgesloten dat geen sprake is geweest van wederrechtelijke toe-eigening van die hennepplanten en die auto.

De rechtbank overweegt het navolgende. De getuigen [getuige 4] , [getuige 5] , [getuige 6] en [getuige 7] hebben verklaard dat [slachtoffer 1] kort na de overval op zijn woning tegen hen heeft gezegd dat hij in zijn woning door Marokkanen was overvallen en mishandeld, dat hij was bestolen en dat zijn auto was meegenomen. Tegen de getuigen [getuige 5] en [getuige 6] heeft [slachtoffer 1] expliciet verklaard dat hij was geript. De verklaringen van deze getuigen, die zij onafhankelijk van elkaar hebben afgelegd en die op de essentiële onderdelen met elkaar overeenkomen, worden gestaafd door de inhoud van de bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank met name in ogenschouw neemt het bij [slachtoffer 1] aangetroffen letsel, de vaststelling van de politie dat de in die kwekerij aanwezige planten pas kort daarvoor waren verwijderd, dat de Renault Espace van [slachtoffer 1] de nacht van de overval in 's-Hertogenbosch is gesignaleerd, de woonplaats van drie van de vijf verdachten, en het gegeven dat deze Renault Espace enkele dagen later uitgebrand is aangetroffen in Waalwijk, zijnde de relatieve nabijheid van ‘s-Hertogenbosch.

De verdediging heeft hier de verklaringen van de getuigen [getuige 8] , [getuige 9] en [getuige 10] tegenover geplaatst. Deze getuigen hebben, op basis van door hen opgevangen informatie, de mogelijkheid geopperd dat de overval op [slachtoffer 1] in scene was gezet.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat geen van deze getuigen concreet heeft gemaakt hoe zij aan die informatie zijn gekomen en dat daarom niet kan worden beoordeeld of en zo ja in welke mate die informatie betrouwbaar is.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, hecht de rechtbank meer geloof aan de verklaringen die de getuigen [getuige 4] , [getuige 5] , [getuige 6] en [getuige 7] hebben afgelegd dan aan de verklaringen van de getuigen [getuige 8] , [getuige 9] en [getuige 10] . De andere feiten en omstandigheden die door de verdediging ten grondslag zijn gelegd aan de stelling dat de overval op [slachtoffer 1] in scene is gezet, passen evenzeer in het door de rechtbank aannemelijk geachte scenario dat verdachte en zijn mededaders deze overval grondig hebben voorbereid.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat de overval op [slachtoffer 1] door hemzelf in scene is gezet. Het daartegen door de verdediging gevoerde verweer wordt verworpen.

De geloofwaardigheid van de verklaring die de [getuige 1] tegenover de politie heeft afgelegd.

De verdediging heeft aangevoerd dat de door [getuige 1] bij de politie afgelegde verklaring is ingegeven door wraakzucht jegens [medeverdachte 3] en gevoed door haar wens zo snel mogelijk het politiebureau te kunnen verlaten. Ook zou de auditief vastgelegde verklaring van [getuige 1] foutief in het proces-verbaal zijn uitgewerkt.

De verklaring van [getuige 1] – voor zover die door de rechtbank als bewijs is gebruikt – vindt op essentiële onderdelen steun in de inhoud van andere bewijsmiddelen, zoals blijkt uit de van dit vonnis deel uitmakende bijlage met de bewijsmiddelen. Reeds om die reden acht de rechtbank de door [getuige 1] afgelegde verklaring voldoende betrouwbaar. Dat de door [getuige 1] afgelegde verklaring foutief in het van dat verhoor opgemaakte proces-verbaal zou zijn uitgewerkt, is bovendien niet, althans onvoldoende, onderbouwd. Evenmin wordt die stelling van de verdediging ondersteund door andere feiten of omstandigheden waarvan tijdens het onderzoek van deze zaak is gebleken.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, verwerpt de rechtbank het door de verdediging gevoerde verweer, dat de door [getuige 1] bij de politie afgelegde verklaringen niet betrouwbaar zouden zijn.

De overige bewijsverweren.

Naast de hiervoor genoemde bewijsverweren, heeft de verdediging bij gelegenheid van de pleidooien op 13 juli 2015 een aantal bewijsverweren gevoerd. Deze verweren vinden hun weerlegging in de inhoud van de bewijsmiddelen die de rechtbank voor de afzonderlijke feiten heeft gebezigd en zoals die in de bij dit vonnis behorende bijlage zijn opgenomen. De door de verdediging aangevoerde feiten en omstandigheden zijn niet van die aard en ernst, dat de voor het bewijs gebruikte bewijsmiddelen als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt dan wel dat deze te dier zake gerede twijfel doen ontstaan.

Conclusie.

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, in combinatie met hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank het onder 1 primair ten laste gelegde feit, diefstal met geweld, wettig en overtuigend bewezen.

■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit.

========================================

Inleiding.

Op 12 mei 2011 omstreeks 01.28 uur is getracht in te breken in de woning gelegen aan [adres 3] te Schijndel. Aan de achterzijde van deze woning werden braaksporen aangetroffen aan het bovenlicht van een raam van de woning. Verder bleek dat het cilinderslot van een van de toegangsdeuren was geforceerd. [verdachte] wordt als mededader van dit feit aangemerkt. Hij heeft ontkend bij deze inbraak betrokken te zijn geweest.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] deze inbraak samen met anderen heeft gepleegd.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft bepleit dat dit feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, en heeft geconcludeerd dat [verdachte] daarvan moet worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient – voor zover die op dit feit betrekking heeft – als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Het oordeel van de rechtbank.

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat met de Mercedes, toebehorende aan [verdachte] , in de dagen voorafgaande aan de poging om in te breken in de woning gelegen aan [adres 3] te Schijndel diverse keren heen en weer is gereden tussen [adres 1] te 's-Hertogenbosch, de straat waar [verdachte] woont, [adres 13] te 's-Hertogenbosch, de straat waar zijn toenmalige vriendin woont en waar [verdachte] veelvuldig verbleef en [adres 3] te Schijndel en omgeving, de straat waar de woning staat alwaar is geprobeerd in te breken. Tevens blijkt uit de bewijsmiddelen dat – in de dagen voorafgaande aan deze poging tot inbraak en op de dag zelf –, een groot aantal malen naar de vaste telefoonaansluiting van dat adres is gebeld met een telefoon in gebruik bij [verdachte] . Hieruit concludeert de rechtbank dat [verdachte] de inbraak in deze woning heeft voorbereid.

Kort nadat was geprobeerd in de woning aan [adres 3] 27 te Schijndel in te breken, heeft de politie gezien dat [verdachte] als bestuurder van een Ford Ka, de auto van zijn toenmalige vriendin [getuige 11] , langs die woning is gereden. Op het moment dat is geprobeerd in die woning in breken was [verdachte] daar dus in de buurt. Voor zijn aanwezigheid aldaar heeft hij geen aannemelijke verklaring gegeven.

Op 21 augustus 2011 heeft [getuige 11] [verdachte] in p.i. Grave bezocht. Het gesprek wat zij toen hebben gevoerd is heimelijk opgenomen. De voor deze zaak relevante passages zijn in de bewijsmiddelenbijlage opgenomen. Daaruit concludeert de rechtbank dat [verdachte] tijdens dat gesprek met [getuige 11] over deze inbraak heeft gesproken en dat hij in dat gesprek heeft toegegeven dat hij bij die woninginbraak betrokken is geweest, zulks gelet op de specifieke details die verdachte in dat gesprek heeft genoemd en die, gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen, alleen op deze woninginbraak betrekking kunnen hebben.

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] de inbraak in de woning gelegen aan [adres 3] 27 te Schijndel heeft gepleegd.

■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit.

========================================

Inleiding.

Op een tijdstip in de periode van 9 maart 2011 te 11.00 uur tot en met 10 maart 2011 te 07.30 uur is ingebroken in de woning gelegen [adres 4] te Den Dungen. De toegang tot deze woning is verkregen door het cilinderslot van de achterdeur van de woning te verwijderen. Bij deze inbraak zijn diverse goederen weggenomen. [verdachte] wordt als mededader van dit feit aangemerkt. Hij heeft ontkend bij deze inbraak betrokken te zijn.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] deze inbraak samen met anderen heeft gepleegd.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft bepleit dat dit feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en heeft geconcludeerd dat [verdachte] daarvan moet worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient – voor zover die op dit feit betrekking heeft – als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Het oordeel van de rechtbank.

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat in de periode van 9 maart 2011 te 11.00 uur tot 10 maart 2011 te 07.30 uur in de woning gelegen aan [adres 4] te Den Dungen, een inbraak is gepleegd. Om de toegang tot die woning te krijgen is het slot van de achterdeur geforceerd met behulp van een slotentrekker. In de woning van [verdachte] is een slotentrekker aangetroffen en in beslag genomen.

Uit de bewijsmiddelen is voorts gebleken dat [verdachte] vanaf 22 februari 2011 tot 1 april 2011 een Volkswagen Polo met het [kenteken 2] heeft gehuurd en dat [verdachte] in die periode veelvuldig als bestuurder van die personenauto is opgetreden. Aan de hand van de gegevens afkomstig uit het track- en tracesysteem van deze Volkswagen, stelt de rechtbank vast dat deze auto in de periode van 7 maart 2011 te 18.03 uur tot 10 maart 2011 te 05.46 uur veelvuldig tussen [adres 1] te 's-Hertogenbosch, [adres 13] te 's-Hertogenbosch, [adres 4] te Den Dungen en de omgeving van die straat, heen en weer is gereden. Uit de waarnemingen en bevindingen tijdens de observaties van de Volkswagen Polo is komen vast te staan dat [verdachte] in die periode de regelmatige en vaste bestuurder van deze Volkswagen Polo is geweest.

Voorts staat vast dat de Volkswagen Polo op 10 maart 2011 vanaf 04.12 uur op [adres 14] in Den Dungen, gelegen in de directe omgeving van [adres 4] , een stop van 46 minuten heeft gemaakt en dat deze Volkswagen Polo die nacht omstreeks 05.26 uur naar [adres 4] in Den Dungen is teruggekeerd en daar één minuut heeft stilgestaan.

Uit de observaties en uit de track- en tracegegevens concludeert de rechtbank dat [verdachte] degene was die deze Volkswagen Polo gebruikte. Ter terechtzitting van 10 juli 2015 heeft [verdachte] weliswaar in het algemeen gesteld dat hij die auto wel eens uitleent, maar hij heeft niet aangevoerd dat hij deze Volkswagen Polo ook in de nacht van 9 maart 2011 op 10 maart 2011 had uitgeleend. Bovendien heeft [verdachte] de stelling dat hij de Volkswagen Polo heeft uitgeleend op geen enkele wijze onderbouwd, waardoor deze stelling niet controleerbaar is. De rechtbank acht dit dan ook niet aannemelijk en is van oordeel dat is komen vast te staan dat [verdachte] de gebruiker van de Volkswagen Polo was in de nacht van 9 op 10 maart 2011.

Op 21 augustus 2011 heeft [getuige 11] [verdachte] in p.i. Grave bezocht. Het gesprek wat zij toen hebben gevoerd is heimelijk opgenomen. De voor deze zaak relevante passages zijn in de bewijsmiddelenbijlage opgenomen. Daaruit concludeert de rechtbank dat [verdachte] tijdens dat gesprek met [getuige 11] over deze inbraak heeft gesproken en dat hij in dat gesprek heeft aangegeven dat hij bij die woninginbraak betrokken is geweest, zulks gelet op de specifieke details die [verdachte] in dat gesprek heeft genoemd en die, gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen, alleen op deze woninginbraak betrekking kunnen hebben.

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] de inbraak in de woning gelegen aan [adres 4] te Den Dungen heeft gepleegd.

■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■

TEN AANZIEN VAN HET ONDER 4 ten laste gelegde FEIT.

========================================

Op een tijdstip in de periode van 7 maart 2011 te 20.00 uur tot en met 8 maart 2011 te 11.00 uur is een inbraak gepleegd in de woning gelegen aan [adres 5] te Sint Michielsgestel.

Uit het onderzoek is gebleken dat [verdachte] vanaf 22 februari 2011 tot 1 april 2011 een Volkswagen Polo met het [kenteken 2] heeft gehuurd en dat hij in die periode veelvuldig als bestuurder van die personenauto is opgetreden. Aan de hand van de gegevens afkomstig uit het track- en tracesysteem van deze Volkswagen, stelt de rechtbank vast dat deze auto in de periode van 4 maart 2011 te 16.15 uur tot 7 maart 2011 te 20.39 uur veelvuldig tussen [adres 13] te ’s-Hertogenbosch en [adres 1] te ’s-Hertogenbosch, respectievelijk de woonplaats van verdachte en de verblijfplaats van de toenmalige vriendin van [verdachte] , en [adres 5] te Sint Michielsgestel heen en weer is gereden. Uit de waarnemingen en bevindingen tijdens de observaties van de Volkswagen Polo is komen vast te staan dat [verdachte] ook in die periode regelmatig de bestuurder van deze Volkswagen Polo is geweest.

Kort voordat de hiervoor genoemde inbraak heeft plaatsgevonden, is vanuit een telefooncel, geplaatst op de [adres 15] te Rosmalen, naar de vaste telefoonaansluiting van de woning [adres 5] te Sint Michielsgestel gebeld.

Uit de afgeluisterde [telefoon]gesprekken, uit observaties, uit de track- en tracegegevens van de Volkswagen Polo, noch uit andere feiten of omstandigheden is echter aannemelijk geworden dat [verdachte] of een door hem gehuurde of bij hem in gebruik zijnde auto in de buurt van die woning is geweest in de periode dat deze inbraak vermoedelijk heeft plaatsgevonden. Er is onvoldoende bewijs voorhanden om te kunnen concluderen tot het wettig bewijs dat [verdachte] bij deze woninginbraak betrokken is geweest. Hij zal van dit feit worden vrijgesproken.

■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■

Ten aanzien van de onder 5, 6, en 7 ten laste gelegde feiten.

===============================================

  • -

    Op een tijdstip in de periode van 31 december 2010 te 16.00 uur tot en met 2 januari 2011 te 16.00 uur is er een inbraak gepleegd in de woning gelegen aan [adres 6] te Den Dungen [= feit 5].

  • -

    Op 25 december 2010 tussen 15.40 uur en 20.30 uur is er een inbraak gepleegd in de woning gelegen aan [adres 7] te Schijndel [= feit 6].

  • -

    Op een tijstip in de periode van 11 december 2010 te 20.15 uur tot en met 12 december 20.10 te 08.20 uur is er een inbraak gepleegd in de woning gelegen aan [adres 8] [= feit 7].

Uit het onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 5] in de periode van 27 november 2010 tot en met 19 januari 2011 een Volkswagen Golf met het [kenteken 3] heeft gehuurd. Uit de track- en tracegegevens van deze Volkswagen Golf blijkt dat met die auto, in de periode van 11 december 2010 tot en met 2 januari 2011, herhaaldelijk heen en weer is gereden tussen [adres 1] te 's-Hertogenbosch, het woonadres van [verdachte] , [adres 13] te 's-Hertogenbosch, het woonadres van de vriendin van [verdachte] waar hij regelmatig verbleef, het Formule-I hotel te Waalwijk waar [medeverdachte 5] in die periode stond ingeschreven en de hiervoor genoemde woningen en de omgeving daarvan.

Tevens is uit het onderzoek gebleken dat met [telefoonnummer 1] , kort voordat in de betreffende woningen werd ingebroken, naar die woningen is gebeld. Op 6 december 2010 is bij observaties vastgesteld dat [medeverdachte 5] en [verdachte] samen in voornoemde Volkswagen Golf zijn gesignaleerd.

De rechtbank overweegt hierover het navolgende.

Zoals hiervoor is weergegeven, is de door [medeverdachte 5] gehuurde Volkswagen Golf, kort voor de hiervoor genoemde woninginbraken, in de omgeving van die woningen gesignaleerd. Het enkele feit dat de Volkswagen Golf in de periode kort voor deze inbraken in de buurt van die woningen is geweest, dat [medeverdachte 5] die Volkswagen Golf in die periode had gehuurd en dat [medeverdachte 5] en [verdachte] één keer, geruime tijd voordat deze inbraken plaatsvonden, samen in deze Volkswagen Golf zijn gesignaleerd, maakt niet aannemelijk dat [medeverdachte 5] of [verdachte] zich ook op de momenten dat deze inbraken plaatsvonden in de Volkswagen Golf hebben bevonden. Evenmin is komen vaststaan dat [medeverdachte 5] of [verdachte] ten tijde hier van belang de gebruiker van het [telefoonnummer 1] was.

In het dossier bevindt zich de verklaring van [slachtoffer 7] [feit 7]. Hij heeft verklaard dat hij van een persoon, zich noemende [persoon 1] , wist wie de vuurwapens bij [slachtoffer 7] had gestolen en dat [persoon 1] de namen van de daders op een briefje had geschreven en aan [slachtoffer 7] heeft overhandigd. Op dat briefje stond onder meer de naam van [verdachte] als dader genoemd. De officier van justitie gaat uit van de juistheid van de inhoud van dit briefje, de verdediging heeft de juistheid betwist.

Hoewel de politie daartoe diverse pogingen heeft ondernomen, is [persoon 1] niet getraceerd. Dat maakt dat de betrouwbaarheid van [persoon 1] en het waarheidsgehalte van de door hem gedane mededeling, niet op controleerbare wijze vastgesteld is kunnen worden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de inhoud van voormeld briefje niet aan het bewijs van het ten laste gelegde kan bijdragen.

Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs is dat [verdachte] bij de hiervoor genoemde inbraken betrokken is geweest. De rechtbank zal hem ook van de onder 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten vrijspreken.

■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■

Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde feit.

========================================

Inleiding.

[verdachte] wordt verweten dat hij in de periode van 1 februari 2011 tot en met 30 juni 2011 een gewoonte van het plegen van witwassen zou hebben gemaakt, gelet op het grote verschil tussen zijn legale inkomsten, van zijn ouders en van zijn toenmalige vriendin enerzijds en het vastgestelde uitgavenpatroon van [verdachte] anderzijds.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht dit feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft vrijspraak voor dit feit bepleit.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient – voor zover die op dit feit betrekking heeft – als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Het oordeel van de rechtbank.

Op grond van de inhoud van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de legale eigen inkomsten van [verdachte] in de periode van 1 februari 2011 tot en met 30 juni 2011 uitsluitend hebben bestaan uit de maandelijkse zorgtoeslag van € 68,--.

[getuige 11] , de toenmalige vriendin van [verdachte] heeft verklaard dat zij een uitkering van haar autoverzekeraar heeft gekregen van ongeveer € 13.500,-- en dat zij van dit bedrag € 5.000,-- aan [verdachte] ter beschikking heeft gesteld.

Deze verklaring van [getuige 11] wordt bevestigd door bankafschriften van haar betaalrekening waaruit blijkt dat zij op 26 april 2011 een bedrag van € 6.250,-- [pag. 130, delictdossier BRZ183-65] en op 3 mei 2011 een bedrag van € 7.100,-- [pag. 131, delictdossier BRZ183-65] van haar autoverzekeraar heeft ontvangen en dat zij op 3 mei 2011 een bedrag van € 5.000,-- contant van die rekening heeft opgenomen [pag. 131, delictdossier BRZ183-65]. De rechtbank is niet gebleken van feiten of omstandigheden waaruit aannemelijk zou kunnen worden dat [getuige 11] het contant opgenomen geld niet aan [verdachte] ter beschikking heeft gesteld.

De rechtbank gaat er dan ook van uit dat [verdachte] de betalingen die hij in de periode van 3 mei 2011 tot en met 30 juni 2011 heeft gedaan, heeft kunnen verrichten met gelden die hij uit legale bron had ontvangen.

Dit gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op voor de betalingen die [verdachte] in de periode van 1 februari 2011 tot en met 30 april 2011 heeft gedaan. Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de inkomsten van [verdachte] in die periode van vier maanden hebben bestaan uit de maandelijkse zorgtoeslag van € 68,--, een totaalbedrag van € 272,-- derhalve. Daar staan de hierna te noemen uitgaven tegenover, te weten:

  • -

    € 800,-- voor het gedurende twee maanden huren van de Volkswagen Golf met het [kenteken 4] [twee keer € 400,--];

  • -

    € 337,50 aan het CJIB voor twee boetes van elk € 168,75;

  • -

    € 370,-- voor het gedurende vijf dagen huren van een Audi A3;

  • -

    € 2.226,-- voor de noodzakelijke kosten van drie maanden levensonderhoud volgens het Nibud [drie keer € 742,--];

  • -

    € 2.420,-- voor het gedurende vier maanden huren van de Volkswagen Polo met het [kenteken 2] , inclusief borg [vier keer € 380,-- en één keer € 400,-- huur en één keer € 500,-- borg] en

  • -

    € 4.198,-- terzake een betaling aan de Belastingdienst op 13 april 2011.

Gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in de periode van 1 februari 2011 tot en met 30 april 2011, minimaal € 10.079,50 [€ 10.351,50 uitgaven minus € 272,-- inkomsten] uitgaven heeft gedaan die niet door legale inkomsten kunnen worden verklaard.

Uit de bewijsmiddelen is voorts gebleken dat de financiële omstandigheden van de ouders van [verdachte] en die van [getuige 11] onvoldoende ruim waren om hen in staat te kunnen achten hem financieel zodanig te ondersteunen dat daardoor het voornoemde verschil van ruim € 10.000,-- kan worden verklaard. Veeleer is van het tegendeel gebleken, namelijk dat met name [getuige 11] voor een deel van haar inkomsten van [verdachte] afhankelijk was.

De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] in de periode van 1 februari 2011 tot en met 30 april 2011, minimaal € 10.079,50 meer heeft uitgegeven dan door zijn legale inkomsten zou kunnen worden verklaard.

Het had naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [verdachte] gelegen het geconstateerde verschil tussen zijn inkomsten en de door hem gedane uitgaven te verklaren, nu op geen enkele wijze is gebleken dat [verdachte] op zijn bankrekening of in contanten de beschikking had over een bedrag van € 10.000,-- en evenmin dat hij bezittingen van een dergelijke waarde had of heeft gehad. Een dergelijke verklaring heeft [verdachte] evenwel niet kunnen of willen geven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het er voor moet worden gehouden dat [verdachte] deze uitgaven heeft gedaan met gelden die middellijk dan wel onmiddellijk van misdrijf afkomstig waren en dat [verdachte] met die herkomst ook bekend was.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van ruim € 10.000,--. Gelet op het aantal betalingen dat in de bewezen verklaarde periode met die gelden heeft plaatsgevonden acht de rechtbank ook bewezen dat [verdachte] van dit witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Uit de inhoud van de bewijsmiddelen, in combinatie met hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] in de periode van 1 februari 2011 tot en met 30 april 2011 van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, een en ander zoals hierna onder “de bewezenverklaring” nader zal worden omschreven.

■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■

Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde feit.

========================================

Evenals de officier van justitie, [verdachte] en zijn raadsvrouwe acht de rechtbank dit feit niet wettig en overtuigend bewezen. [verdachte] zal van dit feit worden vrijgesproken.

■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■

Ten aanzien van de onder 10 en 11 ten laste gelegde feit.

============================================

  • -

    Op een tijdstip in de periode van 23 oktober 2010 te 20.45 uur tot en met 24 oktober 2010 te 01.30 uur heeft een inbraak plaatsgevonden in de woning gelegen aan [adres 10] te Tiel. Bij die inbraak is, naast een aantal andere voorwerpen, een mobiele telefoon merk Nokia met [imei-nummer 1] , weggenomen [feit 10].

  • -

    Op 16 oktober 2010 tussen 18.30 uur en 22.22 uur heeft een inbraak plaatsgevonden in de woning gelegen aan [adres 11] te Maurik. Bij die inbraak is, naast een aantal andere voorwerpen, een mobiele telefoon merk Nokia met [imei-nummer 2] , weggenomen [feit 11].

Beide hiervoor genoemde telefoons zijn op 13 juli 2011 in de woning van [getuige 11] , de toenmalige vriendin van [verdachte] , aangetroffen. [verdachte] wordt primair verweten dat hij deze telefoons heeft geheeld en subsidiair dat hij de hiervoor genoemde inbraken [mede] heeft gepleegd. [verdachte] heeft zowel de primair als de subsidiair ten laste gelegde feiten ontkend.

De rechtbank stelt vast dat uit het procesdossier blijkt dat beide hiervoor genoemde telefoons onder verdachte omstandigheden, door toedoen van [verdachte] dan wel met zijn medeweten, in de woning van [getuige 11] zijn terechtgekomen. Dit wordt vooral ingegeven door de verschillen in de verklaringen die [getuige 11] en [verdachte] over de herkomst van deze telefoons hebben afgelegd en de volstrekte oncontroleerbaarheid van die verklaringen.

De feiten en omstandigheden die in de richting wijzen dat [verdachte] en/of [getuige 11] wisten of redelijkwijs hadden moeten vermoeden dat die telefoons van misdrijf afkomstig waren, zijn evenwel onvoldoende sterk om tot het wettig bewijs te kunnen komen dat [verdachte] deze telefoons heeft geheeld.

Dat [verdachte] enige betrokkenheid heeft gehad bij een van de hiervoor genoemde diefstallen is op geen enkele wijze aannemelijk geworden, laat staan dat daarvoor het wettig en overtuigend bewijs aanwezig zou zijn. [verdachte] zal dan ook van hetgeen hem onder feit 10 primair en subsidiair en onder feit 11 primair en subsidiair ten laste is gelegd, worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen zoals die in de bijlage bij dit vonnis zijn weergegeven – in onderling verband en samenhang bezien – komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte]

1. op 5 juni 2011 te Sint Maartensdijk, gemeente Tholen, tezamen en in vereniging met anderen gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan de [adres 2] , terwijl verdachte en zijn mededaders zich daar tegen de wil van de rechthebbende bevonden met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen hennepplanten en een personenauto en enig andere goed van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig die [slachtoffer 1] meermalen in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben gestompt en/of geslagen en de enkels/voeten van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgebonden en/of vastgemaakt;

2. op of omstreeks 12 mei 2011 te Schijndel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende uit een woning aan [adres 3] weg te nemen een of meer goederen van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 2] en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, het slot van de keukendeur heeft geforceerd en afgebroken en met een sloopbeitel, althans enig voorwerp, een bovenlicht/uitzetraam heeft getracht open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3. in de periode van 9 maart 2011 tot en met 10 maart 2011 te Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel, terwijl verdachte zich gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd buiten weten en tegen de wil van de rechthebbende in een woning aan [adres 4] bevond met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit die woning heeft weggenomen een geldbedrag en een paar gouden oorbellen en een kluis toebehorende aan [slachtoffer 3] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

8. in de periode van 1 februari 2011 tot en met 30 april 2011 in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte telkens een voorwerp, te weten een geldbedrag tot een totaalbedrag van ongeveer 10.000,--euro, verworven, voorhanden gehad en omgezet, terwijl hij telkens wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. [verdachte] zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van [verdachte] uitsluiten. Hij is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het onder feit 9 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en vordert dat [verdachte] daarvan zal worden vrijgesproken.

De officier van justitie acht de onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 10 primair en 11 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en vordert dat [verdachte] daarvoor zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar, onder aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Ten aanzien van de onder [verdachte] in beslag genomen nog niet terug gegeven voorwerpen vermeld op de lijst van in beslag genomen goederen, heeft de officier van justitie gevorderd dat de slotentrekker [nr. 7] aan het verkeer wordt onttrokken. De overige goederen, te weten een grijze GSM, merk Nokia [nr. 3], een rode GSM, merk, Nokia [nr. 4], een GSM, merk Samsung [nr. 5]en een titanium horloge, merk Breitling 1884 [nr. 6] kunnen aan hem terug worden gegeven.

De officier van justitie vordert dat op de vorderingen van de benadeelde partijen als volgt zal worden beslist:

  • -

    [slachtoffer 5] : toewijzen € 13.485,95 onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van € 13.485,95 subsidiair 102 dagen hechtenis;

  • -

    [slachtoffer 6] : toewijzen € 7.359,41, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van € 7.359,41 subsidiair 71 dagen hechtenis;

  • -

    [slachtoffer 7] : toewijzen € 3.165,50 onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van € 3.165,50 subsidiair 41 dagen hechtenis;

  • -

    [slachtoffer 8] : niet ontvankelijk verklaring in de vordering;

  • -

    [slachtoffer 10] : niet ontvankelijk verklaring in de vordering.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe van [verdachte] heeft primair vrijspraak van alle aan hem ten laste gelegde feiten bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouwe zich op het standpunt gesteld dat, indien de rechtbank toch enige feit bewezen acht, volstaan kan worden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de tijd die [verdachte] op de dag van de uitspraak al in voorarrest heeft doorgebracht.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemeen

Bij de beslissing over de straf die aan [verdachte] dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door [verdachte] gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] .

In het nadeel van verdachte weegt mee

[verdachte] heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een inbraak in een woning waarbij een grote hoeveelheid hennepplanten, dan wel delen daarvan, zijn weggenomen [het zogenaamde rippen]. Bij het plegen van deze woninginbraak en het weghalen van de in die woning aanwezige hennep, zijn [verdachte] en zijn mededaders planmatig en weloverwogen te werk gegaan. Zij hebben dit feit na een gedegen voorbereiding en overeenkomstig een vooraf opgesteld plan uitgevoerd. Hennepkwekerijen vormen een ongewenst maatschappelijk verschijnsel dat met kracht dient te worden bestreden. Dit geldt evenzeer voor het overvallen van een hennepkwekerij, waarmee kennelijk zeer grote geldbedragen kunnen worden verdiend tegen minimale kosten en waarbij – vanwege het verboden karakter van de hennepteelt – de aangiftebereidheid van het slachtoffer (en daarmee de kans op ontdekking) minimaal is. Het lucratieve karakter is (mede) de oorzaak ervan dat het overvallen van een hennepkwekerij vaak gepaard gaat met toepassing van [grof] geweld waarbij heel vaak [vuur]wapens worden gebruikt. Ook in dit geval hebben [verdachte] en zijn mededaders geweld gebruikt, zij het dat dit geweld beperkt in omvang is geweest en slechts beperkt letsel bij het slachtoffer heeft veroorzaakt. Nadrukkelijk wijst de rechtbank erop dat bij haar strafmaatoverwegingen geen enkele rol heeft gespeeld de omstandigheid dat [slachtoffer 1] enkele dagen na de overval op gewelddadige wijze de dood heeft gevonden.

Daarnaast heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Witwassen leidt tot ontwrichting van het economische en financiële verkeer, omdat daarbij de criminele herkomst van gelden wordt verhuld. Dat kan vanwege het corrumperende effect op de samenleving niet worden getolereerd. Tenslotte heeft [verdachte] zich ook aan een poging tot inbraak in een woning en aan een inbraak in een woning schuldig gemaakt op momenten dat de bewoners van die woningen afwezig waren. Om die woningen binnen te kunnen komen, heeft [verdachte] schade aan de ramen en/of deuren van die woningen veroorzaakt. Door dit handelen heeft hij niet alleen financiële schade voor de bewoners van die woningen aangericht maar hij heeft er tevens voor gezorgd dat er bij die bewoners gevoelens van angst en onveiligheid zijn ontstaan. Een woning is immers bij uitstek de plaats waar mensen zich veilig voelen en ook veilig behoren te voelen. Dat gevoel van veiligheid heeft [verdachte] door zijn handelen ernstig aangetast. Dit vindt de rechtbank ernstig, temeer omdat [verdachte] daarbij louter uit financieel oogpunt handelende en dus zijn eigen financiële situatie belangrijker heeft gevonden dan de emotionele schade die heeft aangericht.

De hiervoor bewezen verklaarde feiten zijn allemaal gepleegd in de eerste helft van het jaar 2011. Uit het hem betreffende uittreksel Justitiële Documentatie van 28 mei 2015 blijkt dat [verdachte] naast oudere veroordelingen, in de vijf jaren voordat de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd, ook is veroordeeld voor woninginbraken en voor een geweldsdelict, waarbij hij tot [deels] voorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden de hiervoor bewezen verklaarde feiten te plegen.

In het voordeel van [verdachte] weegt mee

Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er geruime tijd is verstreken tussen het moment waarop hetgeen hiervoor bewezen is verklaard, is gepleegd te weten in de eerste helft van het jaar 2011 en het wijzen van dit vonnis. De rechtbank is echter van oordeel dat dit tijdsverloop in belangrijke mate is veroorzaakt door de omvang en de ingewikkeldheid van het opsporingsonderzoek en door de processuele opstelling van de verdediging. Bij de vaststelling van de aan [verdachte] op te leggen straf zal de rechtbank dan ook slechts in beperkte mate met dit tijdsverloop in zijn voordeel rekening houden.

De strafmodaliteit

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten voor een overval op een woning waarbij in lichte mate geweld is gebruikt [het onder 1 bewezen verklaarde feit]. Deze oriëntatiepunten, die uitgaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar, dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Dit uitgangspunt is gebaseerd op een overval op onschuldige, nietsvermoedende burgers in hun eigen woning, kwetsbare slachtoffer dus.

Dit uitgangspunt gaat echter niet onverkort op in de onderhavige situatie, waarin sprake is van een overval op een woning die deels ten behoeve van de teelt van hennep was ingericht. Het is een feit van algemene bekendheid dat het telen van en het handelen in hennep gepaard gaat met – onder meer – het risico op gebruik van geweld om het bezit van de hennep veilig te stellen dan wel om in het bezit van andermans hennep te kunnen komen. Door in zijn woning een hennepkwekerij te exploiteren heeft [slachtoffer 1] zich in de ogen van de rechtbank bewust aan dat risico blootgesteld. Deze omstandigheid vormt voor de rechtbank aanleiding om voornoemd uitgangspunt voor de op te leggen strafsoort en de hoogte daarvan, ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde feit te matigen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden.

De feiten en omstandigheden die in het nadeel van [verdachte] wegen, vallen naar het oordeel van de rechtbank weg tegen de feiten en omstandigheden die in zijn voordeel pleiten.

De onder 2 en onder 3 bewezen verklaarde feiten zijn dermate ernstig dat ook voor die feiten enkel kan worden volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Tegen de achtergrond van de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten, draagt het onder 8 bewezen verklaarde feit slechts in geringe mate bij aan de hoogte van de aan [verdachte] op te leggen straf. Zoals hiervoor al is overwogen, draagt het tijdsverloop tussen het plegen van de bewezen verklaarde feiten en het wijzen van dit vonnis, slechts in beperkte mate bij aan het matigen van de op te leggen straf.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en omdat de rechtbank [verdachte] van een aantal feiten zal vrijspreken die de officier van justitie bewezen heeft geacht.

Conclusie

Alle feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegend is de rechtbank van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving en uit het oogpunt van vergelding en ter beveiliging van de maatschappij, oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar passend en geboden is.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

De rechtbank zal de benadeelde partijen, [slachtoffer 5] [feit 5], [slachtoffer 6] [feit 6], [slachtoffer 7] [feit 7], [slachtoffer 8] [feit 9] en [slachtoffer 10] [feit 11] niet-ontvankelijk in hun vorderingen verklaren, aangezien [verdachte] telkens wordt vrijgesproken van het feit waarop de afzonderlijke vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de kosten compenseren aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerp, een slotentrekker, vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat met behulp van welke de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten zijn begaan of voorbereid en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen aan verdachte dan wel de rechthebbende, te weten drie GSM’s en een horloge, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van deze goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 45, 36b, 36c, 57, 310, 311, 312, 420 bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

Spreekt verdachte vrij van de onder 4, 5, 6, 7, 9 primair en subsidiair, 10 primair en subsidiair en 11 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten.

Verklaart de onder 1, 2, 3 en 8 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van het onder 1 primair bewezen verklaarde feit.

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd tijdens de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

  • -

    Ten aanzien het onder 2 bewezen verklaarde feit.

    Poging tot diefstal gedurende voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten en tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

  • -

    Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde feit.

Diefstal gedurende voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten en tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van het onder 8 bewezen verklaarde feit.

Van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

Ten aanzien van het onder 1 primair, 2, 3 en 8 bewezen verklaarde feit.

 Een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar.

Beveelt dat de tijd die veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraf in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Beslissing op het beslag.

  • -

    Onttrekking aan het verkeer van een slotentrekker [BRZ183.H02.02.02.02].

  • -

    Gelast de teruggave aan de rechthebbende van de navolgende voorwerpen:

- een grijze GSM, merk Nokia C5-00, [imei-nummer 1] [BRZ183.H01.01.04],

- een rode GSM, merk, Nokia 6300, [imei-nummer 2] [BRZ183.H01.01.05],

- Gelast de teruggave aan verdachte van de navolgende voorwerpen:

- een GSM, merk Samsung GT-E1170, [imei-nummer 3] [BRZ183.H01.01.06] en

- een titanium horloge, merk Breitling 1884 [BRZ183.H01.0.0.01].

Beslissing op vorderingen van de benadeelde partijen.

 [slachtoffer 5] [feit 5]:

  • -

    Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

  • -

    Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

 [slachtoffer 6] [feit 6]:

  • -

    Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

  • -

    Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

 [slachtoffer 7] [feit 7]:

  • -

    Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

  • -

    Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

 [slachtoffer 8] [feit 9]:

  • -

    Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij de vordering.

  • -

    Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

 [slachtoffer 10] [feit 11]:

  • -

    Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

  • -

    Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W. Schoorlemmer, voorzitter,

mr. I.L.A. Boer en mr. M.T. van Vliet, leden,

in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,

en is uitgesproken op 31 juli 2015.

Mr. Boer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.