Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:4507

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-07-2015
Datum publicatie
24-07-2015
Zaaknummer
SHE 15/1509 en SHE 15/1510
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Verzoeker heeft om een pasje waarmee hij de slagboom bij een gesloten verklaarde weg kan openen, gevraagd. Verzoekers verzoek om een nieuwe sleutel voor de slagboom te ontvangen behelsde, gelet op de inhoud en strekking ervan, een aanvraag (om ontheffing van de geslotenverklaring) in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, zodat de daarop gevolgde reactie een (primair) besluit inhield. Daartegen stond bezwaar open. Verweerder heeft derhalve ten onrechte verzoekers bezwaarschrift niet als zodanig opgevat en daardoor ten onrechte niet de met zo’n procedure samenhangende rechtswaarborgende stappen genomen, waaronder het horen van verzoeker (artikel 7:2 van de Awb). Het beroep wordt om die reden gegrond verklaard. Verweerders besluit dient te worden vernietigd en hij zal een nieuw besluit op verzoekers bezwaar moeten nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: SHE 15/1509 en SHE 15/1510

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juli 2015 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. J.A.J.M. van Houtum),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo, verweerder

(gemachtigden: mr. G.J.J. van Houtert en I. van Overbeeke).

Procesverloop

Bij brief van 2 maart 2015 heeft verweerder verzoeker meegedeeld dat aan hem geen nieuwe sleutel voor de slagboom bij het afgesloten weggedeelte op de Heiderschoor te Mierlo wordt verstrekt.

Op 9 maart 2015 heeft verzoeker daartegen bezwaar gemaakt.

Bij brief van 8 april 2015 heeft verweerder verzoeker meegedeeld dat hij bij zijn weigering om verzoeker een nieuwe sleutel te geven, blijft.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht om hangende dat beroep een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de beslissing van 8 april 2015 wordt geschorst en dat verweerder wordt gedwongen hangende de bodemprocedure de verleende ontheffing te respecteren althans opnieuw ontheffing te verlenen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2015. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Deze zaak betreft een voorlopige voorziening. Op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter echter ook uitspraak doen in de hoofdzaak, indien die rechter na de zitting van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter is van oordeel dat die situatie zich hier voordoet en zal dan ook uitspraak doen in de hoofdzaak.

2. Verzoeker woont aan de [adres] . In 1996 is, om sluipverkeer tegen te gaan, een verderop gelegen weggedeelte aan de Heiderschoor door de Raad van verweerders gemeente gesloten verklaard voor alle motorvoertuigen. Verzoeker heeft de beschikking gekregen over een sleutel in de vorm van een pasje waarmee de slagboom, die bij het afgesloten weggedeelte werd geplaatst, kon worden geopend. Aan hem is toegezegd dat hij van het weggedeelte gebruik zou mogen blijven maken.

3. De slagboom is op enig moment in 2014 kapot gegaan. In februari/maart 2015 is een nieuwe slagboom geplaatst. Met het pasje dat verzoeker voor de oude slagboom had, kon de nieuwe slagboom niet worden geopend. Verzoeker is, toen hij dat ontdekte, naar het gemeentehuis gegaan en heeft aldaar mondeling verzocht om een pasje/sleutel waarmee de nieuwe slagboom kon worden geopend.

4. Bij brief van 2 maart 2015 heeft mr. G.J.J. van Houtert namens verweerder het volgende aan verzoeker meegedeeld:

“Afgelopen week bent u op het gemeentehuis geweest om uw oude sleutels voor de slagboom op de weg Heiderschoor om te wisselen voor nieuwe sleutels. U heeft deze nieuwe sleutels op dat moment niet gekregen, omdat over uw situatie nog het een en ander uitgezocht moest worden. In deze brief geven wij u hierop graag een reactie.

Op het gemeentehuis stelde u de vraag waarom u niet bent aangeschreven om nieuwe sleutels voor de slagboom op te komen halen. Wij hebben u in eerste instantie niet aangeschreven, omdat wij enkel de bewoners in aanmerking willen laten komen voor een nieuwe sleutel die ook daadwerkelijk binnen de geslotenverklaring wonen. U valt niet onder deze categorie, omdat u niet aan de weg Heiderschoor woont. Wij streven als gemeente een consistent beleid na en willen u om deze reden dan ook geen nieuwe sleutel voor de slagboom overhandigen. (…)

Daar komt nog bij dat wanneer wij u nieuwe sleutels voor de slagboom (…) zouden verstrekken, wij hiermee een precedent voor andere gevallen creëren. Deze precedentwerking willen wij voorkomen.”

5. Tegen deze brief heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Bij brief van 8 april 2015 heeft verweerder aan verzoeker het volgende meegedeeld:

“Op 9 maart stuurde u wethouder Hoekman een e-mail, waarin u aangeeft het niet eens te zijn met het standpunt dat u niet meer in aanmerking komt voor een sleutel van de slagboom (...). U geeft namelijk aan dat in het verleden door de gemeenteraad de toezegging is gedaan en dat u rechthebbende hierop bent. (…)

Besluit college

Uw verzoek voor een nieuwe sleutel van de slagboom (…) is in de collegevergadering van 31 maart besproken. Het college (…) heeft in die vergadering besloten om geen gehoor te geven aan uw verzoek en u dus geen nieuwe sleutel te verstrekken. Alleen personen en instanties die een direct belang hebben krijgen een sleutel voor deze slagboom. U woont niet binnen de geslotenverklaring en u wordt ook niet onevenredig zwaar geschaad door de geslotenverklaring. Uw belang kan dan ook niet worden aangetoond. Het alsnog verstrekken van een sleutel zou leiden tot precedentwerking. Dat willen wij voorkomen. Wethouder Hoekman heeft vervolgens aangegeven dat hierin een duidelijk besluit is genomen en dat wat haar betreft een gesprek geen aanvullende meerwaarde heeft.

U heeft destijds bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit voor de geslotenverklaring van de weg Heiderschoor, met als argumentatie dat u deze route veelvuldig gebruikt voor woon-werkverkeer en/of schoolbezoek. Op basis van deze argumentatie heeft de gemeenteraad de toezegging gedaan dat u een sleutel voor de slagboom krijgt. U beroept zich nu op dit raadsbesluit uit 1996 en bent van mening dat u nog steeds in aanmerking komt voor een sleutel van deze slagboom. Wij zijn echter van mening dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. (…) Het verstrekken van de sleutel hing destijds overigens samen met de ontheffing op de geslotenverklaring die (enkel voor de periode 2000-2001) aan u is verleend. Van een geldende ontheffing is al lang geen sprake meer. De weigering om een nieuwe sleutel te verstrekken is een feitelijke handeling. Er is geen sprake van een besluit waartegen bezwaar of beroep open staat. (…) Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, J.H.M. van Vlerken, secretaris, drs. M.F.A. van Driessen, burgemeester.”

6. Op 22 mei 2015 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen de brief van 8 april 2015. In deze zaak dient allereerst ambtshalve de vraag te worden beantwoord of dat beroep ontvankelijk is. Verweerder stelt zich, getuige de hierboven geciteerde tekst, op het standpunt dat er geen sprake van een besluit is waartegen beroep open staat, maar dat standpunt is niet juist. Verzoeker had immers bezwaar gemaakt en een beslissing op een bezwaarschrift is naar haar aard een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Verzoekers beroep is daarom ontvankelijk.

7. De volgende vraag die moet worden beantwoord, is of verweerder in het besluit van 8 april 2015 (het bestreden besluit) terecht heeft geconcludeerd dat geen sprake was van een besluit waartegen bezwaar open stond. Ook dat standpunt is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet juist. Verzoekers verzoek om een nieuwe sleutel voor de slagboom te ontvangen behelsde immers, gelet op de inhoud en strekking ervan, een aanvraag (om ontheffing van de geslotenverklaring) in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, zodat de daarop gevolgde reactie van 2 maart 2015 een (primair) besluit inhield. Daartegen stond bezwaar open. Verweerder heeft derhalve ten onrechte verzoekers bezwaarschrift niet als zodanig opgevat en daardoor ten onrechte niet de met zo’n procedure samenhangende rechtswaarborgende stappen genomen, waaronder het horen van verzoeker (artikel 7:2 van de Awb). Het beroep wordt om die reden gegrond verklaard, waarbij de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet voor toepassing van de bestuurlijke lus (artikel 8:51a van de Awb). Verweerders besluit dient te worden vernietigd en hij zal een nieuw besluit op verzoekers bezwaar moeten nemen.

8. Gelet op de beslissing in de hoofdzaak is er geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het Dat verzoek wordt derhalve afgewezen.

9. De voorzieningenrechter bepaalt dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht van in totaal € 334,– (€ 167,– voor het beroep en € 167,– voor het verzoek) vergoedt.

10. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.470,– (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490,– en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334,- aan verzoeker te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.470,-, te betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.H. Rijken-Lie, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2015.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, voor zover daarbij is beslist op het beroep, binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hoger beroepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.