Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:4436

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
23-07-2015
Datum publicatie
23-07-2015
Zaaknummer
01/879330-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel ten aanzien van drie minderjarige meisjes en een poging daartoe en ontucht met een van die meisjes (Schijndel, Gilze-Rijen, Sint-Michielsgestel). Vrijspraak van twee mensenhandel-delicten en een delict ex artikel 248a Sr.

Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest. (de eis van de officier van justitie was 8 jaar)

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij (in verband met vrijspraak van dat feit).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/879330-13

Datum uitspraak: 23 juli 2015

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1974] ,

wonende te [adres 1] ,

thans gedetineerd te: Vught PPC.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 januari 2015, 21 april 2015 en 9 juli 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 januari 2015.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 9 juli 2015 (tot twee keer toe) is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2012 tot en met 31 mei 2014 te Schijndel en/of Sint-Michielsgestel en/of Gilze en Rijen en/of op een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland en/of op een of meerdere plaatsen in België,

A (sub 2) [slachtoffer 1] (geboren op [1997 1] ) heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] , terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en/of

B (sub 5) [slachtoffer 1] (geboren op [1997 1] ) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 1] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en/of

C (sub 8) Opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer 1] (geboren op [1997 1] ) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode

- die [slachtoffer 1] misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als [naam 1] , en/of

- die [slachtoffer 1] voorgesteld om contact op te nemen (met [verdachte] ) als zij geld wil verdienen en/of

- die [slachtoffer 1] voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en/of

- ( seksueel getinte) foto's en/of films van die [slachtoffer 1] gemaakt en/of

- ( een) (seks)advertentie(s) van die [slachtoffer 1] opgemaakt en/of op internet ( [internetsite 2] ) geplaatst en/of

- ( seks)afspraken met klanten gemaakt en/of - die [slachtoffer 1] (meermalen) van en/of naar een prostitutieplek vervoerd en/of

- het door de klant(en) betaalde geld voor de prostitutiewerkzaamheden in ontvangst genomen en/of

- de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] gecontroleerd, althans haar verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of

- die [slachtoffer 1] bewogen (een deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, af te staan/af te dragen

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober tot 2012 en met 30 september 2013 te Schijndel en/of Sint-Michielsgestel en/of Gilze en Rijen en/of een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland, met [slachtoffer 1] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte, meermalen, althans eenmaal, zijn, verdachtes, vinger en/of penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer 1] gebracht/laten nemen;

(artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2013 tot en met 31 mei 2014 te Schijndel en/of Sint-Michielsgestel en/of Gilze en Rijen en/of een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, bestaande uit dat hij verdachte,

- [slachtoffer 1] heeft misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als [naam 1] en/of

- die [slachtoffer 1] heeft voorgesteld om contact op te nemen (met [verdachte] ) als zij geld wil verdienen en/of

- die [slachtoffer 1] heeft voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en/of

- die [slachtoffer 1] heeft medegedeeld dat hij, verdachte, seks met haar diende te hebben om te testen of zij geschikt was voor prostitutiewerkzaamheden en/of

- die [slachtoffer 1] heeft medegedeeld dat hij, verdachte, als tegenprestatie voor de werkzaamheden die hij heeft verricht ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 1] seks met haar verdiende en/of

- door een groot leeftijdsverschil misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie van die [slachtoffer 1] die voor en/of met verdachte in de prostitutie werkzaam was, een persoon, [slachtoffer 1] , geboren op [1997 1] waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, te weten het (laten) nemen en/of brengen/duwen van verdachtes penis en/of vinger in de mond en/of vagina;

(artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus 2013 tot en met 02 januari 2014 te Eindhoven en/of Nuenen en/of op een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland,

A (sub 2) [slachtoffer 2] (geboren op [1996] ) heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2] , terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en/of

B (sub 5) [slachtoffer 2] (geboren op [1996] ) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 2] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en/of

C (sub 8) Opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer 2] (geboren op [1996] ) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode

- die [slachtoffer 2] misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als [naam 1] en/of

- die [slachtoffer 2] voorgesteld om contact op te nemen (met [verdachte] ) als zij geld wil verdienen en/of

- die [slachtoffer 2] voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en/of

- ( seksueel getinte) foto's en/of films van die [slachtoffer 2] gemaakt en/of

- ( een) (seks)advertentie(s) van die [slachtoffer 2] opgemaakt en/of op internet ( [internetsite 2] ) geplaatst en/of

- ( seks)afspraken met klanten gemaakt en/of - die [slachtoffer 2] (meermalen) van en/of naar een prostitutieplek vervoerd en/of

- het door de klant(en) betaalde geld voor de prostitutiewerkzaamheden in ontvangst genomen en/of

- de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] gecontroleerd, althans haar verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of

- die [slachtoffer 2] bewogen (een deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, af te staan/af te dragen

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus 2013 tot en met 02 januari 2014 te Eindhoven en/of Nuenen en/of een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, bestaande uit dat hij verdachte,

- [slachtoffer 2] heeft misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als [naam 1] en/of

- die [slachtoffer 2] heeft voorgesteld om contact op te nemen (met [verdachte] ) als zij geld wil verdienen en/of

- die [slachtoffer 2] heeft voorgesteld om (veel) geld te verdienen door fotoshoot(s) en/of filmopnamen van haar te maken en/of

- die [slachtoffer 2] heeft voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en/of

- die [slachtoffer 2] heeft medegedeeld dat hij, verdachte, seks met haar diende te hebben om te testen of zij geschikt was voor prostitutiewerkzaamheden en/of

- die [slachtoffer 2] heeft medegedeeld dat hij, verdachte, als tegenprestatie voor de werkzaamheden die hij heeft verricht ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 2] seks met haar verdiende en/of

- door een groot leeftijdsverschil misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie van die [slachtoffer 2] die voor en/of met verdachte in de prostitutie werkzaam was, een persoon, [slachtoffer 2] , geboren op [1996] waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, te weten het (laten) nemen en/of brengen/duwen van verdachtes penis in de mond en/of vagina;

(artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 28 februari 2014 te Schijndel en/of Gilze en Rijen en/of op een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland,

A (sub 2) [slachtoffer 3] (geboren op [1998] ) heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en/of

B (sub 5) [slachtoffer 3] (geboren op [1998] ) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 3] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en/of

immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode

- die [slachtoffer 3] misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als [naam 1] , althans zich voor te doen als zijnde iemand anders, en/of

- die [slachtoffer 3] voorgesteld om contact op te nemen (met [verdachte] ) als zij geld wil verdienen en/of

- die [slachtoffer 3] voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en/of

- die [slachtoffer 3] voorgehouden dat zij grote/substantiële geldbedragen kon verdienen met prostitutiewerkzaamheden en/of - die [slachtoffer 3] voorgesteld om (veel) geld te verdienen door fotoshoot(s) en/of filmopnamen van haar te maken en/of

- die [slachtoffer 3] medegedeeld dat hij, verdachte, seks met haar diende te hebben om te testen of zij geschikt was voor prostitutiewerkzaamheden en/of

- ( seksueel getinte) foto's en/of films van die [slachtoffer 3] gemaakt;

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 28 februari 2014 te Tilburg en/of Gilze en Rijen en/of een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland, met [slachtoffer 3] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , hebbende verdachte, meermalen, althans eenmaal, zijn, verdachtes, penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer 3] gebracht/laten nemen;

(artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht)

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 mei 2014 tot en met 31 mei 2014 te Gilze en Rijen en/of op een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf,

A (sub 2) [slachtoffer 4] (geboren op [1997 2] ) te werven en/of te vervoeren en/of over te brengen en/of te huisvesten en/of op te nemen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 4] , terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en/of

B (sub 5) [slachtoffer 4] (geboren op [1997 2] ) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 4] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode

- die [slachtoffer 4] misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als [naam 1] , althans zich voor te doen als zijnde iemand anders, en/of

- die [slachtoffer 4] voorgesteld om contact op te nemen (met [verdachte] ) als zij geld wil verdienen en/of

- die [slachtoffer 4] voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en/of

- die [slachtoffer 4] voorgehouden dat zij grote/substantiële geldbedragen kon verdienen met prostitutiewerkzaamheden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

6.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 september 2011 tot en met 28 september 2012 te Breda en/of Gilze en Rijen en/of een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, bestaande uit dat hij verdachte,

- [slachtoffer 5] heeft misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als [naam 1] , althans zich voor te doen als zijnde iemand anders, en/of

- die [slachtoffer 5] heeft voorgesteld om contact op te nemen (met [verdachte] ) als zij geld wil verdienen en/of

- die [slachtoffer 5] heeft voorgesteld om geld te verdienen door fotoshoot(s) en/of filmopnamen van haar te maken en/of

- door een groot leeftijdsverschil misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie van die [slachtoffer 5] , een persoon, [slachtoffer 5] , geboren op [1994] , waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, te weten het (laten) nemen en/of brengen/duwen van verdachtes penis en/of vinger in de mond en/of vagina;

(artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht)

7.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 14 juli 2014 te Haaren en/of Gilze en Rijen en/of een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland,

[slachtoffer 6] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 6] ,

(sub 1)

en/of

[slachtoffer 6] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden,

door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding

dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te

weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen

betaling (sub 4)

en/of

[slachtoffer 6] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden,

door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding

dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van [slachtoffer 6] met of voor een derde,(sub 9)

Immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode:

- een liefdesrelatie aangegaan/onderhouden met voornoemde [slachtoffer 6] en/of

- die [slachtoffer 6] misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als [naam 1] en/of

- die [slachtoffer 6] voorgesteld om contact op te nemen (met [verdachte] ) als zij geld wil verdienen en/of

- die [slachtoffer 6] voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en/of

- die [slachtoffer 6] medegedeeld dat hij, verdachte, seks met haar diende te hebben om te testen of zij geschikt was voor prostitutiewerkzaamheden en/of

- ( seksueel getinte) foto's en/of films van die [slachtoffer 6] gemaakt en/of

- ( een) (seks)advertentie(s) van die [slachtoffer 6] opgemaakt en/of op internet ( [internetsite 2] ) geplaatst en/of

- ( seks)afspraken met klanten gemaakt en/of - die [slachtoffer 6] (meermalen) van en/of naar een prostitutieplek vervoerd en/of

- het door de klant(en) betaalde geld voor de prostitutiewerkzaamheden in ontvangst genomen en/of

- de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 6] gecontroleerd, althans haar verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of

- die [slachtoffer 6] bewogen (een deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, af te staan/af te dragen

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

8.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2011 tot en met 31 augustus 2012 te Breda en/of een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland,

[slachtoffer 7] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 7] ,

(sub 1)

en/of

[slachtoffer 7] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden,

door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding

dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te

weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen

betaling (sub 4)

en/of

[slachtoffer 7] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden,

door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding

dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen

hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van [slachtoffer 7] met of voor een derde,(sub 9)

Immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode:

- die [slachtoffer 7] heeft voorgesteld om (veel) geld te verdienen door fotoshoot(s) en/of filmopnamen van haar te maken en/of

- die [slachtoffer 7] voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en/of

- ( seksueel getinte) foto's en/of films van die [slachtoffer 7] gemaakt en/of

- ( een) (seks)advertentie(s) van die [slachtoffer 7] opgemaakt en/of op internet ( [internetsite 2] ) geplaatst en/of

- die [slachtoffer 7] medegedeeld dat hij, verdachte, seks met haar diende te hebben om te testen of zij geschikt was voor prostitutiewerkzaamheden en/of

- die [slachtoffer 7] medegedeeld dat hij, verdachte, als tegenprestatie voor de werkzaamheden die hij heeft verricht ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 7] seks met haar verdiende en/of

- ( seks)afspraken met klanten gemaakt en/of - die [slachtoffer 7] (meermalen) van en/of naar een prostitutieplek vervoerd en/of

- het door de klant(en) betaalde geld voor de prostitutiewerkzaamheden in ontvangst genomen en/of

- de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 7] gecontroleerd, althans haar verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of

- die [slachtoffer 7] bewogen (een deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, af te staan/af te dragen

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

AD INFORMANDUM GEVOEGDE STRAFBARE FEITEN

In de periode van 30 september 2011 tot en met 4 november 2014 in de gemeente Gilze Rijen en/of een of meerdere plaatsen in Nederland, meermalen, vervaardigen van afbeeldingen en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen ten aanzien van de minderjarige [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en/of [persoon 1]

(artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht)

De rechtbank vult de regel ‘die [slachtoffer 2] misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als [naam 1] ’ onder feit 3 aan met ‘althans zich voor te doen als zijnde iemand anders’, zoals ook in het ten laste gelegde onder 4 en 5 is te lezen en is van oordeel dat hierdoor geen sprake is van een denaturering van de tenlastelegging. Voor zover overigens in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Beoordeling van de bewijsmiddelen

feit 1

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft de minderjarige [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) geworven, vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting. Verdachte heeft handelingen verricht waarvan hij wist dat [slachtoffer 1] er daardoor toe werd gebracht zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie. Verdachte heeft opzettelijk financieel voordeel getrokken uit seksuele handelingen die [slachtoffer 1] tegen betaling met derden verrichtte.

De officier van justitie wijst op de verklaringen van verdachte, de verklaringen van [slachtoffer 1] en de door verdachte gehanteerde modus operandi waarvan blijkt uit de verklaringen van verdachte, de verklaringen van [slachtoffer 1] en die van de andere betrokken meisjes en vrouwen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich gerefereerd ten aanzien van het onder 1 B en 1 C ten laste gelegde (artikel 273f, eerste lid, sub 5 en sub 8, van het Wetboek van Strafrecht). Ten aanzien van het tevens ten laste gelegde artikel 273f, eerste lid, sub 2, van het Wetboek van Strafrecht (ten laste gelegd onder 1 A) heeft de raadsman aangevoerd dat het in dit onderdeel vereiste oogmerk van uitbuiting niet bewezen kan worden. De raadsman heeft in dit verband onder andere aangevoerd dat het enkele feit dat [slachtoffer 1] minderjarig was onvoldoende is voor het aannemen van het bestaan van een uitbuitingssituatie. Zij had de regie over haar werktijden, ze was vrij in het weigeren van klanten en er waren duidelijke afspraken over geld. Gelet op de vrijwilligheid, de keuzevrijheid en zelfbeschikking, is er geen sprake van uitbuiting. Verdachte dient daarom volgens de raadsman van het ten laste gelegde onder 1 A te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank.

In relatie tot de seksindustrie wordt door de wetgever en de Hoge Raad van een uitbuitingssituatie gesproken wanneer de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondig prostitué(e) in Nederland pleegt te verkeren. Het in sub 2 bedoelde ‘oogmerk’ ziet op de uitbuiting, waarvan het resultaat (nog) niet hoeft te zijn bereikt.

De rechtbank overweegt dat de vergelijking met een mondige prostituée in Nederland op een wezenlijk onderdeel al spaak loopt gelet op de minderjarigheid van [slachtoffer 1] . Alleen al het gegeven dat [slachtoffer 1] slechts 15 jaar was toen zij in ruil voor geld seks had met klanten die door verdachte werden geregeld, wringt met de vergelijking van het legale werk dat een mondige prostituée in Nederland verricht. Dat wordt naar het oordeel van de rechtbank versterkt door de volgende omstandigheden: ‘de auditie’, de verdiensten, de onveilige seks, de gratis seks met verdachte en het meermalen maken van foto’s en films tijdens de seks die zij hadden.

i. Volgens [slachtoffer 1] moest zij een soort test of auditie bij verdachte doen om te kijken of ze wel goed genoeg was voor het werk. Verdachte heeft erkend dat hij voordat [slachtoffer 1] met het prostitutiewerk begon seks met haar heeft gehad om te beoordelen of zij geschikt was voor het werk als prostituée.

ii. Verdachte heeft verklaard dat hij met [slachtoffer 1] was overeengekomen dat zij een vast bedrag kreeg per seksuele dienst aan een klant. Volgens [slachtoffer 1] kreeg zij voor orale seks met klanten 25 euro en voor geslachtsgemeenschap 35 euro, beide zonder condoom. [slachtoffer 1] heeft aangegeven dat volgens verdachte dit bedrag de helft van het tarief was dat klanten aan hem betaalden. Volgens [slachtoffer 1] haalde verdachte van die helft ook nog vaak wat af in verband met benzinekosten en internetgebruik op zijn telefoon.

iii. Voor wat betreft de onbeschermde seks met klanten, heeft [slachtoffer 1] aangegeven dat dit zonder condoom plaats vond en verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 1] dat zelf mocht weten.

iv. Daarnaast heeft verdachte erkend dat hij ook zelf onbeschermde seks had met [slachtoffer 1] , voorafgaand aan het prostitutiewerk of erna of tijdens het wachten op klanten en dat hij haar daarvoor niet betaalde. Volgens [slachtoffer 1] wilde hij die gratis seks omdat hij zoveel klanten voor haar regelde.

v. Tot slot heeft verdachte foto’s en films gemaakt van de seksuele handelingen met de minderjarige [slachtoffer 1] . Volgens verdachte waren deze voor eigen gebruik.

De hiervoor aangeduide omstandigheden brengen de rechtbank tot het oordeel dat aan het ‘oogmerk van uitbuiting’ is voldaan: verdachte heeft misbruik gemaakt van de jeugdigheid, naïviteit en onervarenheid van de 15-jarige [slachtoffer 1] door haar ‘auditie’ bij hem te laten doen, haar tegen een – gezien haar situatie – zeer laag tarief onbeschermde seksuele handelingen bij klanten te laten verrichten, er zelf minimaal de helft van te ontvangen en verder door zonder betaling seks met haar te hebben, waarvan hij meermaals opnamen heeft gemaakt. De door de raadsman genoemde omstandigheden van keuzevrijheid, vrijwilligheid en zelfbeschikking, maken dit oordeel niet anders.

feit 2

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft vele malen seks gehad met [slachtoffer 1] terwijl zij minderjarig was. Dit gebeurde zowel meerdere malen toen zij 15 jaar was alsook meerdere malen toen ze 16 was. De verdachte wist bovendien al snel nadat hij haar leerde kennen dat [slachtoffer 1] toen pas 15 was. De officier van justitie wijst op de verklaringen van verdachte (ook ter zitting) en de verklaringen van [slachtoffer 1] .

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich voor het eerste deel van de tenlastelegging (artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht) gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Voor wat betreft het voor de periode vanaf 1 oktober 2013 ( [slachtoffer 1] werd toen 16 jaar) tevens ten laste gelegde artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht heeft de raadsman geen verweer gevoerd op het punt van de in dit artikel vereiste wetenschap van de leeftijd. De raadsman heeft ten aanzien van dit onderdeel van de tenlastelegging betoogd dat weliswaar sprake is van een zeer groot leeftijdsverschil, maar dat nergens blijkt dat [slachtoffer 1] zich door verdachte heeft laten overrompelen of dat zij door hem is gedwongen iets te doen of te dulden. Volgens de raadsman is dan ook geen sprake geweest van het voor een bewezenverklaring tevens vereiste misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht. De raadsman stelt zich op het standpunt dat uit het dossier niet blijkt dat [slachtoffer 1] niet vrijwillig gehandeld heeft en concludeert daarom tot vrijspraak van het tweede deel van het onder 2 ten laste gelegde.

Het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het ten laste gelegde artikel 248a Wetboek van Strafrecht overweegt de rechtbank dat hiervoor onder feit 1 is bewezenverklaard dat verdachte [slachtoffer 1] vanaf haar 15e jaar ertoe gebracht heeft prostitutiewerkzaamheden te verrichten en dat verdachte haar daarbij uitgebuit heeft. Deze situatie was eveneens van toepassing vanaf haar 16e levensjaar. De rechtbank acht dientengevolge het bestanddeel ‘van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht’ vervuld en daarmee het ten laste gelegde bewezen.

feit 3

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft de minderjarige [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) geworven, vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting. Bovendien heeft verdachte handelingen verricht waarvan hij wist dat [slachtoffer 2] er daardoor toe werd gebracht zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie. Verdachte heeft opzettelijk financieel voordeel getrokken uit seksuele handelingen die [slachtoffer 2] met een derde tegen betaling verrichtte.

De officier van justitie wijst onder meer op de verklaringen van [slachtoffer 2] en de door verdachte gehanteerde modus operandi waarvan blijkt uit de verklaringen van verdachte, de verklaringen van [slachtoffer 2] en die van de andere betrokken meisjes en vrouwen. Omdat de (uitvoerige) verklaring van [slachtoffer 2] over de werkwijze van verdachte aansluit bij die van de andere betrokken meisjes en vrouwen, vindt de officier van justitie haar verklaring betrouwbaar.

Verdachte heeft bovendien seks gehad met [slachtoffer 2] toen zij 17 jaar oud was. Verdachte heeft zich er daarbij niet van vergewist hoe oud zij was: hij heeft niet om een legitimatiebewijs gevraagd. De officier van justitie wijst op de verklaring die verdachte over dit feit ter zitting heeft afgelegd en de verklaringen van [slachtoffer 2] .

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij met [slachtoffer 2] contact heeft gehad. Hij heeft haar één keer ontmoet en heeft ook één keer seks met haar gehad. Verdachte stelt haar echter niet te hebben geprostitueerd. Zij nam nadien contact met hem op en ze gaf aan er verder van af te zien. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer 2] over haar contacten met verdachte en over een door verdachte beweerdelijk voor haar geregeld sekscontact met een klant niet betrouwbaar zijn vanwege het grote aantal tegenstrijdigheden tussen de verklaring die zij bij de politie heeft afgelegd en haar verklaring bij de rechter-commissaris. Haar verklaringen kunnen daarom volgens de raadsman niet worden meegenomen voor het bewijs, ook al omdat deze verklaringen geen steun vinden in het dossier. Om die reden is niet voldaan aan het bewijsminimum ex artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor het onder 3 ten laste gelegde volgens de raadsman niet bewezen kan worden verklaard.

De raadsman van verdachte voert verder aan dat verdachte ook van het tweede deel van het onder 3 ten laste gelegde (artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht) dient te worden vrijgesproken. De raadsman betwist niet de vereiste wetenschap van de leeftijd van [slachtoffer 2] ten tijde van dat seksueel contact, maar stelt zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier niet blijkt dat sprake is geweest van onvrijwillige seks, zodat de tevens vereiste misbruiksituatie volgens hem niet bewezen kan worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank.

[slachtoffer 2] heeft een getuigenverklaring bij de politie afgelegd. Daarin heeft zij onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat zij [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) heeft ontmoet via [internetsite 1] maar dat hij zich in eerste instantie had voorgedaan als een vrouw. Haar profielnaam was iets van [naam 2] . Die vroeg wil je geld verdienen. [slachtoffer 2] zei ja. Ze heeft toen het telefoonnummer van [verdachte] gekregen en is met hem gaan appen. [slachtoffer 2] zei dat ze geld wilde verdienen. Hij zei dat ze geld kon verdienen met seks en zo. Hij heeft tijdens een afspraak foto’s van haar gemaakt. Hij zei haar dat hij dat wilde doen zodat een klant wist hoe zij er uit zag. Zij was 17 toen dit gebeurde. Haar werknaam op [internetsite 1] was toen [naam 3] . Dat was in 2013. [slachtoffer 2] herkent zichzelf op foto’s die de politie haar toont die waren opgeslagen op de computer van verdachte onder de naam [naam 3] . Daarop is te zien dat een vrouw seksuele handelingen verricht bij een man. [slachtoffer 2] verklaart dat deze foto’s in de auto zijn genomen bij de Grote Beek. [verdachte] heeft gezegd dat hij heel veel klanten voor haar kon regelen en dat hij foto’s nodig had.

[slachtoffer 2] heeft ook een getuigenverklaring afgelegd bij de rechter-commissaris. Daarin heeft zij verklaard dat zij met [verdachte] in contact kwam via [internetsite 1] , via een dame, [naam 4] . Die vroeg of [slachtoffer 2] geld wilde verdienen. [verdachte] maakte een afspraak met haar. Ze reden ergens heen en hij heeft foto’s van haar gemaakt. Zij hebben wat gesproken over wat hij aanbood, zoals het regelen van klanten voor betaalde seks. Zij was toen 17.

Met betrekking tot het hiervoor genoemde heeft [slachtoffer 2] naar het oordeel van de rechtbank bij de politie en bij de rechter-commissaris consistent verklaard. Dit deel van haar verklaringen wordt bovendien bevestigd door de op een USB-stick van verdachte, in een map met de naam [naam 3] , aangetroffen foto’s en film waarop te zien is dat [slachtoffer 2] seksuele handelingen verricht en ondergaat met een man.

[slachtoffer 2] heeft verder verklaard dat zij seks heeft gehad met verdachte, dat verdachte haar in contact heeft gebracht met een man die zij oraal heeft moeten bevredigen en dat zij één keer geld heeft gekregen van verdachte voor het verrichten van seksuele handelingen. Hierover heeft zij bij de politie en bij de rechter-commissaris echter niet consistent verklaard. Zo verschillen haar verklaringen waar het betreft het aantal keren dat zij verdachte ontmoet heeft, wanneer zij seks met hem heeft gehad en bij welke gelegenheid zij seks had met de onbekende man. Haar verklaring wordt op deze punten niet bevestigd door enig ander bewijsmiddel. De rechtbank merkt bovendien op dat uit [slachtoffer 2] verklaringen niet valt af te leiden of [slachtoffer 2] ten tijde van al deze seksuele handelingen nog altijd geen 18 jaar oud was.

Gezien de genoemde tegenstrijdigheden en het gebrek aan andere bewijsmiddelen, acht de rechtbank hetgeen aan verdachte onder feit 3 C (artikel 273f, eerste lid, sub 8) en het feit na “en/of” (ontuchtige handelingen als bedoeld in artikel 248a Wetboek van Strafrecht) ten laste is gelegd, niet wettig en overtuigend bewezen en zal zij verdachte daarvan vrijspreken.

Wel acht de rechtbank het onder feit 3 A (artikel 273f, eerste lid, sub 2) en B (artikel 273f, eerste lid, sub 5) ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van de consistente verklaringen van [slachtoffer 2] daarover in combinatie met de aangetroffen foto’s en film. Daarbij maakt de rechtbank als steunbewijs gebruik van de bewijsmiddelen die ten grondslag zijn gelegd (en zullen worden gelegd) aan de bewezenverklaring van de minderjarigen [slachtoffer 1] (feit 1), [slachtoffer 3] (feit 4) en [slachtoffer 4] (feit 5), in onderling verband en samenhang bezien.

Ook nu heeft verdachte de minderjarige [slachtoffer 2] op internet benaderd, waarbij hij zich voordeed als een vrouw, heeft hij haar voorgesteld om voor hem in de prostitutie te werken, heeft hij [slachtoffer 2] ontmoet en gesproken over de hoge inkomsten die ze daarbij zou ontvangen, heeft hij foto’s en een film gemaakt die volgens zijn zeggen bedoeld waren om klanten te regelen en heeft hij onbetaalde seks met haar gehad.

Dit levert, in onderlinge samenhang en verband bezien met de bewijsmiddelen van voornoemde feiten, het onder sub A genoemde werven met het ‘oogmerk van uitbuiting’ op. Verder heeft verdachte [slachtoffer 2] ertoe gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl zij nog geen 18 jaar oud was, zoals onder B genoemd. Dat niet is komen vast te staan dat er daadwerkelijk klanten zijn geweest, maakt niet dat dit feit niet kan worden bewezenverklaard.

feit 4

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft de minderjarige [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) geworven met het oogmerk van uitbuiting. Bovendien heeft verdachte handelingen verricht waarvan hij wist dat [slachtoffer 3] er daardoor toe werd gebracht zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie.

De officier van justitie wijst op de verklaring van verdachte ter zitting, de verklaring van [slachtoffer 3] en de door verdachte gehanteerde modus operandi waarvan blijkt uit de verklaringen van verdachte, de verklaring van [slachtoffer 3] en die van de andere betrokken meisjes en vrouwen.

Verdachte heeft daarnaast meerdere malen seks gehad met [slachtoffer 3] terwijl zij 15 jaar oud was. De officier van justitie wijst op de verklaring die verdachte over dit feit ter zitting heeft afgelegd en de verklaring van [slachtoffer 3] zelf.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij [slachtoffer 3] één keer heeft ontmoet. Hij heeft bij die gelegenheid twee keer seks met haar gehad. Hij wist niet dat ze 15 jaar oud was. Ze had hem laten weten dat ze 18 was en ze had hem via de mail haar legitimatiebewijs getoond waaruit dat bleek. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het eerste deel van het onder 4 ten laste gelegde, omdat geen sprake is van een voltooid delict. Mocht de rechtbank hier anders over denken dan is de raadsman van mening dat ten aanzien van dit feit een ontslag van alle rechtsvervolging moet volgen, omdat verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald ten aanzien van de leeftijd van [slachtoffer 3] (beroep op afwezigheid van alle schuld, zie hierna onder het kopje De strafbaarheid van verdachte). Verdachte heeft voldaan aan de op hem rustende onderzoeksplicht door om een identiteitsbewijs te vragen. [slachtoffer 3] heeft vervolgens een vervalst afschrift van haar identiteitsbewijs aan verdachte overgelegd. Daarop stond vermeld dat ze 18 jaar was.

De raadsman heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring van het tweede deel van het onder 4 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank maar stelt zich om de reden die hiervoor is weergegeven (beroep op afwezigheid van alle schuld) dat ook hier een ontslag van rechtsvervolging moet volgen.

Het oordeel van de rechtbank.

Het onder 4 A en B ten laste gelegde acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen voor zover het betrekking heeft op het werven van [slachtoffer 3] , gezien de verklaringen van verdachte over de door hem gehanteerde werkwijze en de verklaring van [slachtoffer 3] daarover, in combinatie met de aangetroffen foto’s en film en de verklaringen van de overige meisjes en vrouwen over de modus operandi van verdachte, in onderling verband en samenhang bezien. Voor wat betreft het oogmerk van uitbuiting verwijst de rechtbank naar hetgeen bij feit 1 in algemene bewoordingen is overwogen en herhaalt zij dat het bedoelde ‘oogmerk’ ziet op de uitbuiting, waarvan het resultaat (nog) niet hoeft te zijn bereikt. Daarbij maakt de rechtbank als steunbewijs gebruik van de bewijsmiddelen die ten grondslag zijn gelegd (en zullen worden gelegd) aan de bewezenverklaring van de feit 1, 3 en 5 genoemde minderjarigen, in onderling verband en samenhang bezien.

Ook nu heeft verdachte de minderjarige [slachtoffer 3] op internet benaderd waarbij hij zich eerst voordeed als een vrouw, haar voorgesteld om voor hem in de prostitutie te werken en seksfilms te maken, haar voorgehouden dat ze hiervoor hoge inkomsten zou ontvangen, haar bij hem ‘auditie’ laten doen om te kijken of ze goed genoeg was voor seks met andere mannen, foto’s en films gemaakt van de seksuele handelingen met haar en heeft hij onbetaalde, onbeschermde seks met haar gehad.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een voltooid delict.

feit 5

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft gepoogd de minderjarige [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ) te werven met het oogmerk van uitbuiting. Hoewel de gedragingen van verdachte niet hebben geleid tot een voltooid delict, is volgens de officier van justitie sprake van een strafbare poging [slachtoffer 4] te werven.

De officier van justitie wijst op de verklaring van verdachte ter zitting, de verklaring van [slachtoffer 4] , beschrijving en schermafdrukken van chatsessies via een [internetsite 1] -account (pagina 1011 tot en met 1017 van het dossier) en de door verdachte gehanteerde modus operandi waarvan blijkt uit de verklaringen van verdachte, de verklaring van [slachtoffer 4] en de verklaringen van de andere betrokken meisjes en vrouwen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 5 ten laste gelegde, omdat het alleen maar doen van een voorstel tot het hebben van seks voor geld geen begin van uitvoering oplevert.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat het onder 5 ten laste gelegde A en B wettig en overtuigend bewezen is en overweegt hiertoe als volgt.

Uit de getuigenverklaring van [slachtoffer 4] en de genoemde chatsessie (pagina 1011 tot en met 1017 van het dossier) volgt – kort samengevat – dat [slachtoffer 4] op [internetsite 1] werd benaderd door een vrouw (van wie zij dacht dat het een man was, die zich voordeed als vrouw). Die vrouw liet haar weten dat zij, geheel anoniem, seks kon hebben voor heel veel geld. De vrouw meldde haar dat zij dat ook deed en ze gaf haar het telefoonnummer van [verdachte] . [slachtoffer 4] heeft de vrouw daarop laten weten dat zij pas 17 was. [slachtoffer 4] heeft verklaard hierna via what’s app contact te hebben gehad met die [verdachte] . [verdachte] legde haar uit hoe hij te werk gaat. Hij zou mannen regelen. Er zouden mannen komen die zij hun zin moest geven door een beetje aan hen te zitten, als ze in de stemming waren te pijpen en eventueel met ze naar bed te gaan. Die mannen zouden dan aan [verdachte] betalen. [slachtoffer 4] heeft [verdachte] daarna geblokkeerd. De naam van de persoon die haar benaderde op [internetsite 1] was [naam 5] .

De verklaring van [slachtoffer 4] wordt bevestigd door de door [slachtoffer 6] aan de politie overgelegde inhoud van de berichtenwisseling met [slachtoffer 4] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 4] ) via het (destijds ook door verdachte gebruikte) [internetsite 1] -account van [slachtoffer 6] .

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door zich voor te doen als een vrouw, genaamd [naam 5] , de 17-jarige [slachtoffer 4] op [internetsite 1] te benaderen en haar voor te stellen met [verdachte] /hem contact op te nemen over prostitutiewerkzaamheden waarmee zij heel veel geld kon verdienen en haar daarover nadere uitleg te geven, een poging gedaan die minderjarige [slachtoffer 4] te werven zoals bedoeld in artikel 273f sub 2 van het Wetboek van Strafrecht. Voor wat betreft het oogmerk van uitbuiting verwijst de rechtbank naar hetgeen bij feit 1 in algemene bewoordingen is overwogen en herhaalt zij dat het bedoelde ‘oogmerk’ ziet op de uitbuiting, waarvan het resultaat (nog) niet hoeft te zijn bereikt. Met de handelingen van verdachte heeft hij beoogd [slachtoffer 4] zover te brengen dat zij zich voor dergelijke werkzaamheden beschikbaar zou stellen. Dat geen sprake is geweest van het plaatsen van een advertentie of het maken van seksueel getinte foto’s doet aan een bewezenverklaring van de poging niet af. Voor het bewijs maakt de rechtbank als steunbewijs gebruik van de bewijsmiddelen die ten grondslag zijn gelegd aan de bewezenverklaring van de feiten 1, 3 en 4, in onderling verband en samenhang bezien.

feit 6

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft seks gehad met [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) toen zij 17 jaar oud was. De officier van justitie wijst op de verklaring die verdachte over dit feit ter zitting heeft afgelegd en naar de verklaring van [slachtoffer 5] .

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 6 ten laste gelegde, omdat verdachte geen handelingen heeft verricht om [slachtoffer 5] ertoe te bewegen seks met hem te hebben. De raadsman is daarbij van oordeel dat het grote leeftijdsverschil [slachtoffer 5] niet heeft bewogen tot seks met verdachte.

Het oordeel van de rechtbank.

Uit de verklaringen van zowel [slachtoffer 5] als verdachte volgt dat zij op twee data seksuele handelingen met elkaar hebben verricht terwijl die [slachtoffer 5] 17 jaar oud was. Uit de verklaring van [slachtoffer 5] volgt dat zij instemde met die seksuele handelingen. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat [slachtoffer 5] hiertoe door enig middel als bedoeld in artikel 248a Wetboek van Strafrecht is gebracht. Weliswaar bestond er een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen beiden, maar dat enkele feit maakt niet dat sprake is van een van die middelen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 6 ten laste gelegde.

feit 7

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft de meerderjarige [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ) door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie geworven en vervoerd met het oogmerk van uitbuiting. Daarnaast heeft verdachte handelingen verricht waarvan hij wist dat [slachtoffer 6] er daardoor toe werd gebracht zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie. Verdachte heeft opzettelijk financieel voordeel getrokken uit seksuele handelingen die [slachtoffer 6] met derden tegen betaling verrichtte.

De officier van justitie wijst onder meer op de verklaringen van verdachte, de verklaringen van [slachtoffer 6] en de door verdachte gehanteerde modus operandi waarvan blijkt uit de verklaringen van verdachte, de verklaringen van [slachtoffer 6] en die van de andere betrokken meisjes en vrouwen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van het onder 7 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat uit niets blijkt dat verdachte [slachtoffer 6] op wat voor manier dan ook heeft gedwongen tot prostitutie, terwijl ook het voor een bewezenverklaring vereiste oogmerk van uitbuiting ontbreekt.

Het oordeel van de rechtbank.

Uit de verklaringen van [slachtoffer 6] en verdachte leidt de rechtbank af dat [slachtoffer 6] er, weliswaar op voorstel van verdachte, maar niettemin uit vrije wil toe is overgegaan prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten. [slachtoffer 6] was meerderjarig. Hoewel [slachtoffer 6] door haar psychische problemen kwetsbaar was en verdachte doorging haar te prostitueren ook nadat hij van die problemen en haar kwetsbare positie op de hoogte was geraakt, blijkt uit de bewijsmiddelen niet dat verdachte misbruik heeft gemaakt van die kwetsbare positie. Aan de raadsman moet worden toegegeven dat op grond van de bewijsmiddelen evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte handelde met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 6] . Hoewel duidelijk is dat verdachte ten aanzien van [slachtoffer 6] opportunistisch heeft gehandeld, reikte dat opportunisme niet zo ver dat hij ten aanzien van [slachtoffer 6] misbruik maakte van de situatie of het opzet had haar uit te buiten. Deze beide factoren moeten wel vaststaan, wil er sprake zijn van een bewezenverklaring van mensenhandel (Hoge Raad d.d. 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1504). De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het onder 7 ten laste gelegde.

feit 8

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft de meerderjarige [slachtoffer 7] (hierna: [slachtoffer 7] ) door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie geworven en vervoerd met het oogmerk van uitbuiting. Daarnaast heeft verdachte handelingen verricht waarvan hij wist dat [slachtoffer 7] er daardoor toe werd gebracht zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie. Verdachte heeft opzettelijk financieel voordeel getrokken uit seksuele handelingen die [slachtoffer 7] met derden tegen betaling verrichtte.

De officier van justitie wijst onder meer op de verklaringen van verdachte, de verklaringen van [slachtoffer 7] en de door verdachte gehanteerde modus operandi waarvan blijkt uit de verklaringen van verdachte, de verklaringen van [slachtoffer 7] en die van de andere betrokken meisjes en vrouwen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman is van mening dat verdachte van het onder 8 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat uit niets blijkt dat verdachte [slachtoffer 7] op wat voor manier dan ook heeft gedwongen tot prostitutie, terwijl ook het voor een bewezenverklaring vereiste oogmerk van uitbuiting ontbreekt.

Het oordeel van de rechtbank.

Uit de verklaringen van [slachtoffer 7] en verdachte leidt de rechtbank af dat [slachtoffer 7] er, weliswaar op voorstel van verdachte, maar niettemin uit vrije wil toe is overgegaan prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten. Het feit dat [slachtoffer 7] , achteraf bezien, spijt heeft van haar keuze, maakt dit niet anders. Hoewel [slachtoffer 7] kwetsbaar was door haar positie als alleenstaande moeder met financiële problemen, blijkt uit de bewijsmiddelen niet dat verdachte misbruik heeft gemaakt van die kwetsbare positie. Aan de raadsman moet worden toegegeven dat op grond van de bewijsmiddelen evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte handelde met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 7] . Hoewel duidelijk is dat verdachte ook ten aanzien van [slachtoffer 7] opportunistisch heeft gehandeld, reikte dat opportunisme niet zo ver dat hij [slachtoffer 7] misbruikte of het opzet had haar uit te buiten. Deze beide factoren moeten wel vaststaan, wil er sprake zijn van een bewezenverklaring van mensenhandel (Hoge Raad d.d. 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1504). Toen [slachtoffer 7] niet wilde meedoen aan een gangbang en al snel besloot te stoppen als prostituee te werken, heeft verdachte haar daarbij niet gedwarsboomd. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 8 ten laste gelegde.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

1. op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2012 tot 1 maart 2014 te Schijndel en/of Sint-Michielsgestel en/of Gilze en Rijen en/of op andere plaatsen in Nederland en op een plaats in België,

A (sub 2) [slachtoffer 1] (geboren op [1997 1] ) heeft geworven en vervoerd, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] , terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en

B (sub 5) [slachtoffer 1] (geboren op [1997 1] ) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en

C (sub 8) Opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer 1] (geboren op [1997 1] ) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode

- die [slachtoffer 1] misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als [naam 1] , en

- die [slachtoffer 1] voorgesteld om contact op te nemen (met [verdachte] ) als zij geld wil verdienen en

- die [slachtoffer 1] voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en

- seksueel getinte foto's en films van die [slachtoffer 1] gemaakt en

- seksadvertenties van die [slachtoffer 1] opgemaakt en op internet ( [internetsite 2] ) geplaatst en

- seksafspraken met klanten gemaakt en - die [slachtoffer 1] (meermalen) van en naar een prostitutieplek vervoerd en

- het door de klanten betaalde geld voor de prostitutiewerkzaamheden in ontvangst genomen en

- de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] gecontroleerd en

- die [slachtoffer 1] bewogen een deel van haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, af te staan/af te dragen

2. op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2012 tot en met 30 september 2013 te Schijndel en/of Sint-Michielsgestel en/of Gilze en Rijen en/of andere plaatsen in Nederland, met [slachtoffer 1] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, telkens ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte, meermalen, zijn, verdachtes, vinger en/of penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer 1] gebracht/laten nemen

en

op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2013 tot 1 maart 2014 te Schijndel en/of Sint-Michielsgestel en/of Gilze en Rijen en/of meerdere andere plaatsen in Nederland meermalen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bestaande hieruit dat verdachte,

- die [slachtoffer 1] heeft voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te verrichten en

- die [slachtoffer 1] heeft medegedeeld dat hij, verdachte, als tegenprestatie voor de werkzaamheden die hij heeft verricht ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 1] seks met haar verdiende en

- door een groot leeftijdsverschil misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie van die [slachtoffer 1] die voor en/of met verdachte in de prostitutie werkzaam was, een persoon, [slachtoffer 1] , geboren op [1997 1] van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, te weten het (laten) nemen en/of brengen/duwen van verdachtes penis en/of vinger in de mond en/of vagina.

3. op tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus 2013 tot en met 02 januari 2014 te Eindhoven en/of Nuenen en/of andere plaatsen in Nederland,

A (sub 2) [slachtoffer 2] (geboren op [1996] ) heeft geworven, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2] , terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en

B (sub 5) [slachtoffer 2] (geboren op [1996] ) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode

- die [slachtoffer 2] misleid door zich (op [internetsite 1] ) zich voor te doen als zijnde iemand anders en

- die [slachtoffer 2] voorgesteld om contact op te nemen met [verdachte] als zij geld wil verdienen en

- die [slachtoffer 2] voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en

- seksueel getinte foto's en films van die [slachtoffer 2] gemaakt.

4. op tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 28 februari 2014 te Schijndel en/of Gilze en Rijen en/of op andere plaatsen in Nederland,

A (sub 2) [slachtoffer 3] (geboren op [1998] ) heeft geworven, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en

B (sub 5) [slachtoffer 3] (geboren op [1998] ) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode

- die [slachtoffer 3] misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als zijnde iemand anders, en

- die [slachtoffer 3] voorgesteld om contact op te nemen met [verdachte] als zij geld wil verdienen en

- die [slachtoffer 3] voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en

- die [slachtoffer 3] voorgehouden dat zij grote/substantiële geldbedragen kon verdienen met prostitutiewerkzaamheden en

- die [slachtoffer 3] voorgesteld om (veel) geld te verdienen door fotoshoots en filmopnamen van haar te maken en

- die [slachtoffer 3] medegedeeld dat hij, verdachte, seks met haar diende te hebben om te testen of zij geschikt was voor prostitutiewerkzaamheden en

- seksueel getinte foto's en films van die [slachtoffer 3] gemaakt

en

op tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 28 februari 2014 te Tilburg en/of Gilze en Rijen en/of andere plaatsen in Nederland, met [slachtoffer 3] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, telkens ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , hebbende verdachte, meermalen, zijn, verdachtes, penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer 3] gebracht/laten nemen.

5. op tijdstippen in de periode van 11 mei 2014 tot en met 12 mei 2014 te Gilze en Rijen en/of op andere plaatsen in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf,

A (sub 2) [slachtoffer 4] (geboren op [1997 2] ) te werven, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 4] , terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en

B (sub 5) [slachtoffer 4] (geboren op [1997 2] ) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode

- die [slachtoffer 4] misleid door zich (op [internetsite 1] ) voor te doen als zijnde iemand anders, en

- die [slachtoffer 4] voorgesteld om contact op te nemen met [verdachte] als zij geld wil verdienen en

- die [slachtoffer 4] voorgesteld om prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en

- die [slachtoffer 4] voorgehouden dat zij grote/substantiële geldbedragen kon verdienen met prostitutiewerkzaamheden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Ten aanzien het onder 4 bewezen verklaarde heeft verdachte een beroep gedaan op de afwezigheid van alle schuld. De rechtbank overweegt in dit verband allereerst dat de leeftijd van het slachtoffer in de beide ten laste gelegde strafbepalingen is geobjectiveerd. Opzet of schuld daaromtrent is dan ook niet vereist. Dit neemt niet weg dat de verdachte zich in voorkomende gevallen kan beroepen op afwezigheid van alle schuld, onder meer in het geval van een verontschuldigbare dwaling. Een dergelijk beroep komt verdachte echter niet toe. Verdachte heeft genoegen genomen met de inzage in een door [slachtoffer 3] via de mail getoond identiteitsbewijs. Hij heeft hiermee niet voldaan aan de op hem rustende onderzoeksplicht. Het moet verdachte duidelijk zijn geweest, temeer nu verdachte als oud-politieman wist op welke wijze de identiteit van personen dient te worden vastgesteld, dat [slachtoffer 3] de door haar getoonde gegevens op deze wijze eenvoudig kon vervalsen, hetgeen zij ook heeft gedaan.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat het openbaar ministerie van mening is dat op grond van gehanteerde richtlijnen een forse gevangenisstraf op zijn plaats is. Wanneer uit wordt gegaan van die richtlijnen komt de officier van justitie uit op een gevangenisstraf van 10 jaren. De officier van justitie acht een gevangenisstraf van 8 jaar op zijn plaats.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de hoogte van de straf, met dien verstande dat een (forse) matiging van de straf is bepleit, mede gelet op de door de raadsman bepleite (deel)vrijspraken. De raadsman is van mening dat verdachte behandeld dient te worden bij ‘ [instelling] ’. Een verplichting tot het ondergaan van een dergelijke behandeling kan worden opgelegd in het kader van een voorwaardelijke straf.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van drie minderjarige meisjes en een poging tot mensenhandel ten aanzien van een minderjarige. Hij heeft de meisjes in de leeftijd van 15, 16 en 17 jaar geworven om prostitutiewerkzaamheden te verrichten.

Verdachte heeft het slachtoffer [slachtoffer 1] overgehaald om in de prostitutie te gaan werken. Zij was pas 15 jaar oud. Verdachte heeft de prostitutie gefaciliteerd door het zetten van een advertentie, het regelen van klanten en het vervoeren naar de klanten. Verdachte heeft haar gedurende meer dan een jaar met verschillende klanten onbeschermd prostitutiewerkzaamheden laten verrichten.

Verdachte heeft geprofiteerd van de opbrengsten uit de prostitutie. Het slachtoffer moest zeker ongeveer de helft daarvan aan verdachte afstaan. Verder maakte verdachte op grove wijze misbruik van het meisje door ook zelf grenzeloos vele malen op allerlei manieren seks met haar te hebben in de periode dat ze voor hem werkte. Dit was volgens hem een tegenprestatie voor door hem bewezen diensten. Ook deze seksuele contacten vonden alle onbeschermd plaats. Tot slot heeft verdachte van deze activiteiten pornografische foto’s en films vervaardigd.

Daarnaast heeft verdachte ook met de andere twee minderjarigen als onderdeel van een soort sollicitatie onbeschermde seks gehad. Ook hiervan heeft hij pornografische foto’s en films vervaardigd.

Verdachte heeft de lichamelijke en geestelijke integriteit van de jeugdige slachtoffers op ernstige wijze geschonden. Verdachte had enkel oog voor zijn eigen belangen, die bestonden uit seksueel gerief en financieel gewin. Hij heeft totaal geen oog gehad voor de belangen van zijn minderjarige slachtoffers. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij, opportunistisch handelend minderjarige slachtoffers heeft uitgekozen.

De rechtbank neemt het de verdachte ook zeer kwalijk dat hij de gezondheid van de meisjes in de waagschaal heeft gesteld door hen onbeschermde seks te laten hebben en zelf onbeschermde seks met hen te hebben.

Verdachte erkent met uitzondering van het feit met betrekking tot [persoon 1] hetgeen hem ad informandum is ten laste gelegd. De rechtbank zal dan ook deze feiten met uitzondering van het feit met betrekking tot [persoon 1] meenemen in haar beoordeling.

De ernst van de bewezen verklaarde feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank heeft acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Daarnaast heeft de rechtbank (in het voordeel van verdachte) acht geslagen op de rapportage van de klinisch psycholoog/psychotherapeut drs. S.J.J. Steketee d.d. 20 februari 2015. Daarin is onder meer aangegeven dat bij verdachte sprake is van een seksuele stoornis NAO in combinatie met narcistische trekken vanuit de persoonlijkheid. Aangegeven wordt dat dit de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde in enige mate beïnvloedde, zo dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank verdachte vrijspreekt van een deel van de ten laste gelegde feiten en van oordeel is dat de opgelegde straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] .

Beoordeling. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van het inbeslaggenomen goed.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 57, 245, 248a, 273f.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 6, 7 en 8 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1: mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd T.a.v. feit 2: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, een persoon waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd T.a.v. feit 3: mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt T.a.v. feit 4: mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt en met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd T.a.v. feit 5: poging tot mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5: Gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 7: Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 6] in de vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten: 1 personenauto, merk: Renault, type: Laguna, [kenteken 1] , aan rechthebbende, zijnde verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H.P.G. Wielders, voorzitter,

mr. B.A.J. Zijlstra en mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, leden,

in tegenwoordigheid van N.J.M. van Rooij, griffier,

en is uitgesproken op 23 juli 2015.

Mr. J.H.P.G. Wielders, mr. Y.N.M. Rijlaarsdam en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.