Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:3971

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-07-2015
Datum publicatie
13-07-2015
Zaaknummer
01/879007-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het medeplegen van voorbereiden van plofkraken meermalen gepleegd, voor twee plofkraken, voor het medeplegen van gewoontewitwassen en voor het leiding geven aan een criminele organisatie tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/879007-13 en 01/845051-12 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 13 juli 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1990],

wonende te [adres 1],

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen van 18 mei 2012, 3 augustus 2012, 16 september 2013, 13 december 2013, 10 maart 2014, 25 maart 2014, 19 juni 2014, 12 augustus 2014, 8 juni 2015 en 29 juni 2015.

Op de zitting van 10 maart 2014 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak met parketnummer 01/879007-13 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 20 augustus 2013.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 13 december 2013 in overeenstemming is gebracht met de in artikel 261 lid 1 en 2 van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 19 maart 2013 tot en met 28 maart 2013 te 's-Hertogenbosch en/of Helmond en/of Aarle-Rixtel en/of Asten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht (het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing in/van en/of opzettelijke brandstichting in/van een of meerdere kluis/kluizen behorende bij een of meerdere geldautoma(a)t(en) (teneinde daaruit geld weg te nemen (ram-/plofkraak) en/of opzettelijke brandstichting in/van een of meerdere (ram)auto('s), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is), (telkens) opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoersmiddelen, te weten - een of meer gasflessen/gascilinders (bevattende zuurstof en/of acetyleen) en/of - een of meer rollen tape en/of - een of meer gasslangen en/of - een of meer reduceerventielen en/of - een of meer lansen en/of - een T-stuk en/of - een of meer houten balken en/of

- een of meer scooters en/of - een of meer tassen en/of - een of meer bestelauto's en/of - een of meer jerrycans met benzine en/of diesel en/of

- een stroomstootwapen/taser, bestemd tot het begaan van dat misdrijf/die misdrijven, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

[delict 1, Asten I] (artikel 157 juncto 46 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op een of meerdere tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 24 maart 2013 tot en met 10 juni 2013 te 's-Hertogenbosch en/of Eindhoven en/of Asten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht (het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing in/van en/of opzettelijke brandstichting in/van een of meerdere kluis/kluizen behorende bij een of meerdere geldautoma(a)t(en) (teneinde daaruit geld weg te nemen (ram-/plofkraak) en/of opzettelijke brandstichting in/van een of meerdere (ram)auto('s), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is), (telkens) opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoersmiddelen, te weten - een of meer gasflessen/gascilinders (bevattende zuurstof en/of acetyleen) en/of - een of meer rollen tape en/of - een of meer gasslangen en/of - een of meer reduceerventielen en/of - een of meer lansen en/of - een T-stuk en/of - een of meer houten balken en/of

- een of meer scooters en/of - een of meer tassen en/of - een fiets en/of - een of meer bestelauto's en/of - een of meer ramauto's (gestolen VW Bora) en/of - een videocamera met daarop videobeelden/filmopnames van één van die geldautomaten (gelegen aan de Hoogstraat/Franz Leharplein) en/of - een of meer jerrycans met benzine en/of diesel en/of

- een stroomstootwapen/taser, bestemd tot het begaan van dat misdrijf/die misdrijven, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

[delict 2, Asten II en delict 3, Hoogstraat/Franz Leharplein]

(artikel 157 juncto 46 Wetboek van Strafrecht)

3.

A. hij op of omstreeks 05 mei 2013 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door met een auto, voorzien van een houten balk, een of meer deuren van en/of in het perceel Limburglaan 2 in te rammen en/of met behulp van een T-stuk de uitgiftegleuf van een geldautomaat van de ABN Amro Bank, gevestigd in dat perceel aldaar, te forceren en/of in (de kluisruimte behorende bij) die geldautomaat een gasmengsel (zuurstof/acetyleen) te spuiten en/of vervolgens dit gasmengsel te ontsteken/doen ontploffen/doen ontbranden, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat perceel en/of de belendende percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

(artikel 157 Wetboek van Strafrecht)

en/of

B. hij op of omstreeks 05 mei 2013 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening, uit een geldautomaat van de ABN Amrobank, gevestigd aan de Limburglaan 2 aldaar, heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de ABN Amrobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het verbuigen van een buizenframe en/of het doorknippen van een of meer kettingen en/of het met een auto, voorzien van een houten balk, inrammen van een of meer (toegangs)deuren bij/tot de kluisruimte behorende bij die geldautomaat en/of het forceren van een (toegangs)deur tot de kluisruimte behorende bij die geldautomaat en/of het forceren van de uitgiftesleuf van die geldautomaat en/of het (middels het teweegbrengen van een ontploffing) opblazen van (de kluis(deur) behorende bij) die geldautomaat en/of het openbreken van een of meer geldcassettes;

[delict 3, Limburglaan] (artikel 310 jo 311 lid 1 sub 4 en sub 5 Wetboek van Strafrecht)

4. hij op of omstreeks 05 mei 2013 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (Volkswagen Golf, [kenteken 1]) en/of een of meerdere voorwerpen in die personenauto (te weten twee kinderstoelen en/of 4 paar schoenen en/of een navigatiesysteem en/of 2 jassen en/of een blue tooth hands free set), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door voornoemde personenauto met daarin die voorwerpen in brand te steken;

(delict 3, Limburglaan) (artikel 350 juncto 47 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 augustus 2012 tot en met 10 juni 2013, te 's-Hertogenbosch en/of Amsterdam, in elk geval inNederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, van een of meer voorwerp(en), te weten (een) hoeveelheid/heden (contant) geld, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen of verhuld, dan wel heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat voorwerp(en) was/waren of een of meer van die/dat voorwerp(en) voorhanden heeft gehad, door telkens die/dat hoeveelheid/heden (contant) geld te storten op en/of over te schrijven/over te boeken naar bankrekeningen op naam van hem, verdachte, en/of van [medeverdachte 1],

en/of

een of meer voorwerp(en), te weten (een) hoeveelheid/heden (contant) geld, (telkens) heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, door telkens die hoeveelheid/heden (contant) geld te storten op en/of over te schrijven/over te boeken naar bankrekeningen op naam van hem, verdachte, en/of van [medeverdachte 1] en/of door die/dat hoeveelheid/heden (contant) geld te gebruiken voor de aanschaf en/of betaling van:

- een of meer auto's (waaronder een Renault Clio en/of een Audi A3) en/of - een of meer scooters en/of - telefoons (waaronder tenminste een Iphone) en/of - de huurpenningen van de woning [adres 2] te 's-Hertogenbosch en/of

- de inboedel en/of inrichting van de woning [adres 2] te 's-Hertogenbosch, en/of

en/of

een of meer voorwerp(en), te weten

- een of meer auto's (waaronder een Renault Clio en/of een Audi A3) en/of - een of meer scooters en/of - telefoons (waaronder tenminste een Iphone) en/of - de inboedel en/of inrichting van de woning [adres 2] te 's-Hertogenbosch heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) (telkens) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf

terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt;

[delict 5] (artikel 420bis juncto 420ter juncto 47 Wetboek van Strafrecht)

6.

hij in of omstreeks de periode van 24 april 2013 tot en met 10 juni 2013, in elk geval op 10 juni 2013 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, een scooter (merk Gilera, type Runner) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die scooter wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

[delict 4] (artikel 416 cq 417bis Wetboek van Strafrecht)

7.

hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2013 tot en met 10 juni 2013 te

's-Hertogenbosch en/of Helmond en/of Eindhoven en/of Asten en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland, als oprichter/leider/bestuurder heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven (te weten het opzettelijk teweegbrengen van ontploffingen en/of opzettelijke brandstichting en/of diefstal door middel van braak (plof-/ramkraken) en/of het plegen van voorbereidingshandelingen tot het opzettelijk teweegbrengen van ontploffingen en/of opzettelijke brandstichting);

[delict 12] (artikel 140 lid 1 juncto lid 3 Wetboek van Strafrecht)

De zaak met parketnummer 01/845051-12 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 april 2011.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 10 maart 2014 in overeenstemming is gebracht met de in artikel 261 lid 1 en 2 van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 februari 2012 te Maren-Kessel, gemeente Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing in of nabij een geldautomaat teweeg heeft gebracht door gas(sen) in of nabij een geldautomaat te brengen en/of (vervolgens) tot ontsteking en/of ontbranding te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of het gebouw waar die geldautomaat in aanwezig was en/of aangrenzende gebouwen en/of (een) nabij die geldautomaat geparkeerde auto('s), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was; (artikelen 47 en 157 Wetboek van strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 15 februari 2012 te Maren-Kessel, gemeente Oss, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat (gelegen aan de Provincialeweg 20) heeft weggenomen een of meerdere geldcassettes (met inhoud) en/of een floppydisk, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door het openbreken van voornoemde geldautomaat (door middel van het veroorzaken van een ontploffing);

(artikelen 47, 310 en 311 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 februari 2012 te Lith, gemeente Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, althans alleen, een of meerdere geldcassettes (met inhoud) en/of een floppydisk en/of een logboek pinautomaat, in elk geval enig goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(artikelen 47, 416 en 417bis Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2012 tot en met 15 februari 2012 te

s'-Hertogenbosch, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Seat Leon) en/of een kentekenplaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(artikelen 47 en 311 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 februari 2012 te Lith, gemeente Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (Seat Leon) en/of een kentekenplaat heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde (personen)auto en/of kentekenplaat wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(artikelen 416 en 417bis Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 15 februari 2012 te Maren-Kessel, gemeente Oss, en/of

's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een Volkswagen Golf heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die Volkswagen Golf wist(en), dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(artikelen 47, 416 en 417bis Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de dagvaarding met parketnummer 01/879007-13 partieel nietig moet worden verklaard nu onvoldoende duidelijk is op welk feit de onderscheidende voorbereidingshandelingen betrekking hebben.

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding met parketnummer 01/879007-13 voldoet aan de gestelde eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn. Verder worden de wettelijke voorschriften waarbij het feit strafbaar is gesteld genoemd en zijn de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan ook vermeld. Het is voldoende duidelijk wat verdachte wordt verweten. De rechtbank verwerpt -op grond van het voorgaande- het verweer van de raadsman.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/879007-13 onder 6 (-in navolging van de officier van justitie en de raadsman-) en hetgeen aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/845051-12 onder 2 primair, 2 subsidiair en onder 3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Meer in het bijzonder ten aanzien van het op de dagvaarding met parketnummer 01/845051-12 onder 2, primair en subsidiair en 3 ten laste gelegde:

Het standpunt van de officieren van justitie.

Voor de onder 2 primair ten laste gelegde diefstal van de bij de plofkraak in Maren-Kessel gebruikte ramauto (Seat Leon) bestaat onvoldoende bewijs. Derhalve vragen de officieren van justitie vrijspraak voor het onder 2 primair ten laste gelegde.

Op basis van de in het op schrift gestelde requisitoir genoemde gronden zijn de officieren van justitie van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich samen met zijn mededaders heeft schuldig gemaakt aan het onder 2 subsidiair ten laste gelegde, te weten de opzetheling van de zeer kort voor de plofkraak gestolen Seat Leon.

Onder feit 3 is tot slot de heling van de vluchtauto, een gestolen VW Golf, ten laste gelegd. Ook dit feit achten de officieren van justitie bewezen op basis van de aangifte waaruit blijkt dat de VW Golf met de originele sleutels is gestolen op 31 mei 2011, de verklaring van [medeverdachte 8] waaruit volgt dat verdachte de gebruiker en bestuurder van de VW Golf is en het feit dat de in het chalet aangetroffen zwarte jas waarin de sleutel van de VW Golf zat ook van verdachte is. Daarnaast is er het tapgesprek tussen [getuige 1] en een NN-vrouw van 3 maart 2012, waarin [getuige 1] zegt dat [medeverdachte 8] samen met vrienden de plofkraak heeft gepleegd in Maren-Kessel met gebruikmaking van een gejatte wagen die van die vrienden was.

Het standpunt van de verdediging.

Het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde kan naar het oordeel van de verdediging niet wettig en overtuigend worden bewezen. Uit het dossier blijkt namelijk op geen enkele wijze dat verdachte bij de diefstal van de Seat Leon en/of kentekenplaat betrokken is geweest of dat hij op enig moment in de Seat Leon heeft gereden.

Ook het onder feit 3 ten laste gelegde kan niet wettig en overtuigend worden bewezen. Uit het dossier blijkt op geen enkele wijze dat verdachte wist dat de Volkswagen Golf afkomstig was van een misdrijf. Dit blijkt niet uit de verklaring van [medeverdachte 8]. Ook het feit dat de sleutel van de Volkswagen Golf in een jas is aangetroffen die mogelijk aan verdachte toebehoort, is onvoldoende om wettig en overtuigend bewezen te kunnen verklaren dat hij wist dat deze auto afkomstig was uit een misdrijf.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is -met de officier van justitie en de raadsman- van oordeel dat verdachte behoort te worden vrijgesproken van het onder 2 primair ten laste gelegde, te weten de diefstal van een Seat Leon en/of een kentekenplaat, nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de betreffende auto en/of kentekenplaat al dan niet samen met een ander heeft weggenomen.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat ook de onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde heling van de Seat Leon en/of kentekenplaat en de onder feit 3 ten laste gelegde heling van een Volkswagen Golf niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De rechtbank heeft in het dossier geen objectieve bewijsmiddelen aangetroffen waaruit blijkt dat verdachte ten tijde van het verwerven, voorhanden krijgen of overdragen van de Seat Leon en/of kentekenplaat en/of Volkswagen Golf wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze goederen door misdrijf waren verkregen.

Bewijs.

Parketnummer 01/879007-13:

Feit 1:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder feit 1 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen wettig en overtuigend bewezen. Het opzet van verdachte was daarbij (mede) gericht op het tot ontploffing brengen van een geldautomaat in Asten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Er is voor een aantal in de tenlastelegging genoemde voorwerpen onvoldoende bewijs dat verdachte deze voorhanden heeft gehad. De voorwerpen waarmee hij en/of medeverdachten wel zijn gezien (tape, lansen, T-stuk, scooters, bestelauto) leveren onvoldoende bewijs op voor het voorbereiden van een plofkraak. Uit het dossier blijkt niet dat er sprake was van een vooropgezet plan en voor welke plofkraak de voorwerpen precies waren bedoeld. Voor zover voor strafbare voorbereidingshandelingen wel voldoende bewijs is, dient verdachte te worden vrijgesproken van het medeplegen daarvan. Er is mogelijk sprake geweest van enige samenwerking met medeverdachten, maar het dossier biedt onvoldoende inzicht in de intensiteit van de samenwerking en de onderlinge taakverdeling.

Het oordeel van de rechtbank. 1

Gelet op het feit dat de tenlastelegging zich beperkt tot voorbereidingshandelingen met betrekking tot het misdrijf als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht, te weten het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing en/of opzettelijke brandstichting, zal de rechtbank zich in de beoordeling van de zaak dienen te beperken tot voorbereidingsmiddelen die met dat doel gebruikt kunnen worden. De rechtbank zal verdachte derhalve in elk geval vrij spreken met betrekking tot de in tenlastelegging genoemde voorwerpen die naar hun aard en uiterlijke verschijningsvorm geen rol kunnen spelen bij het teweegbrengen van een ontploffing en/of brandstichting, maar mogelijk wel gebruikt kunnen worden voor een diefstal met braak (zoals rambalken).

De rechtbank acht op grond van de in de bewijsbijlage opgesomde bewijsmiddelen de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen wettig en overtuigend bewezen, voor zover deze zien op rollen tape, lansen, een T-stuk, scooters, een of meer bestelauto’s en een jerrycan met benzine. Verdachte is blijkens de bewijsmiddelen persoonlijk betrokken geweest bij het verwerven en/of voorhanden hebben van deze voorwerpen. Dat verdachte het opzet had daarmee het tot ontploffing brengen van geldautomaten voor te bereiden, acht de rechtbank bewezen op grond van de aard van de voorwerpen, in onderlinge samenhang bezien en in samenhang met de bewezen verklaarde betrokkenheid van verdachte bij een eerdere plofkraak in 2012 in Maren Kessel, zoals hierna bewezen verklaard onder parketnummer 01/845051-12 onder feit 1.

De verdediging heeft aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de voorwerpen waren bedoeld voor het plegen van een plofkraak in de ten laste gelegde periode en meer in het bijzonder op 28 maart 2013 in Asten. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht stelt strafbaar de voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaar of meer is gesteld. De voorbereiding daarvan is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk (onder meer) voorwerpen bestemd tot het begaan van dat misdrijf verwerft of voorhanden heeft. Beoordeeld dient te worden of voorwerpen afzonderlijk dan wel gezamenlijk naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig kunnen zijn voor het misdadige doel dat verdachte met het gebruik van de voorwerpen voor ogen had (Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213). Met het bestanddeel “dat misdrijf” wordt gedoeld op in dit geval een misdrijf als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht en niet op een naar tijd en plaats specifiek omschreven delict. Waar het om gaat is dat de voorbereiding een misdadig doel heeft, te weten in dit geval het teweegbrengen van een ontploffing.

De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de verdediging.

Wel volgt de rechtbank de verdediging in diens standpunt dat er onvoldoende bewijs is voor het ten laste gelegde medeplegen. Verdachte heeft bij de voorbereidingshandelingen anderen ingeschakeld, maar onvoldoende is komen vast te staan dat daarbij in de ten laste gelegde periode sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder feit 1 ten laste gelegde medeplegen.

Feit 2:

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte’s opzet gericht was op het tot ontploffing brengen van één of meer geldautomaten in Asten en dat bij verdachte sprake is geweest van voorbereidingsmiddelen en –handelingen, te weten het voorhanden hebben van vervoermiddelen (scooters, (gestolen) ramauto’s en fietsen) en stoffen en voorwerpen (onder meer gascilinders, rollen tape, gasslangen, reduceerventielen, lansen, een T-stuk en jerrycans met benzine). Hetgeen onder feit 2 is ten laste gelegd kan derhalve bewezen worden.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte is van mening dat nu niet kan worden vastgesteld dat de voorwerpen, waarover verdachte weliswaar de beschikking had, bestemd waren voor een plofkraak op 18 april 2013, verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen hem onder feit 2 is ten laste gelegd. De voorbereidingshandelingen en -middelen moeten volgens de raadsman zien op een specifieke plofkraak.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht op grond van de in de bewijsbijlage opgesomde bewijsmiddelen bewezen het medeplegen van voorbereiding van opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is in de periode van 29 maart 2013 tot en met 10 juni 2013. Zij acht daarbij de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen

wettig en overtuigend bewezen, voor zover deze zien op de in de bewezenverklaring onder feit 2 genoemde voorwerpen, informatiedragers en vervoersmiddelen. Verdachte is blijkens de bewijsmiddelen persoonlijk betrokken geweest bij het verwerven en/of voorhanden hebben hiervan. Dat verdachte het opzet had daarmee het tot ontploffing brengen van geldautomaten voor te bereiden, acht de rechtbank bewezen op grond van de aard van de voorwerpen, in onderlinge samenhang bezien en in samenhang met de bewezen verklaarde betrokkenheid van verdachte bij een eerdere plofkraak in 2012 in Maren Kessel.

De verdediging heeft ook voor wat betreft feit 2 aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de voorwerpen waren bedoeld voor het plegen van een specifieke plofkraak in de ten laste gelegde periode en meer in het bijzonder in Asten op 18 april 2013. De rechtbank verwijst naar hetgeen zij heeft overwogen onder feit 1 omtrent artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht en verwerpt opnieuw dit verweer.

Feit 3:

Inleiding

Op 5 mei 2013 om 4.23 uur werd een geldautomaat van de ABN-AMRO bank aan de Limburglaan in Eindhoven tot ontploffing gebracht. Namens de bank is aangifte gedaan van het wegnemen van vier geldcassettes en bankbiljetten ter waarde van in totaal € 194.140,00.

In januari 2013 is het openbaar ministerie een onderzoek gestart dat zich richtte op een aantal personen die zich mogelijk schuldig maakten aan het plegen van plofkraken op geldautomaten. Tijdens het opsporingsonderzoek heeft de politie onder meer de volgende opsporingsmiddelen ingezet.

Vóór de woning van verdachte in ’s-Hertogenbosch is een observatiecamera geplaatst. Onder de auto van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] is een peilbaken geplaatst. In de auto van [medeverdachte 2] is OVC-apparatuur geplaatst waarmee gesprekken werden opgenomen. Van diverse auto’s zijn ARS-gegevens opgevraagd. Gesprekken met mobiele telefoons (waaronder die van verdachte) zijn afgetapt. Aan de hand van zendmastgegevens is getracht de locatie van deze telefoons te traceren. Observatieteams hebben waarnemingen verricht. Op 10 juni 2013 zijn doorzoekingen verricht in diverse woningen, waaronder die van verdachte. Die dag is een aantal personen, waaronder verdachte, aangehouden.

Verdachte heeft tijdens zijn verhoren en ter terechtzitting steeds gebruik gemaakt van zijn zwijgrecht.

Het standpunt van de officier van justitie.

Verdachte en medeverdachten hebben voorbereidingshandelingen voor een plofkraak gepleegd in de periode van 19 maart tot 5 mei. Een deel van deze handelingen en de daarbij gebezigde middelen hebben er uiteindelijk toe bijgedragen dat de plofkraak aan de Limburglaan kon worden uitgevoerd. In een als schuilplaats bedoelde woning is een rol tape aangetroffen met daarop een dactyloscopisch spoor van verdachte. Op deze tape en op een balk in die woning zijn ook DNA-sporen aangetroffen die mogelijk van verdachte zijn. [medeverdachte 9] heeft een voor verdachte belastende verklaring afgelegd, waarin hij verdachte aanwijst als een van de vier plegers van de plofkraak.

Uit deze bewijsmiddelen blijkt dat verdachte gezamenlijk en in vereniging met anderen de plofkraak heeft gepland, voorbereid en uitgevoerd. De officier van justitie concludeert tot bewezen verklaring van het als feit 3 onder A en B ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging bepleit vrijspraak. Niet gebleken is dat verdachte ten tijde van het delict zijn woning in Den Bosch had verlaten en dat hij uitvoeringshandelingen heeft gepleegd. Er zijn geen camerabeelden of DNA-sporen waaruit blijkt dat verdachte op de plaats delict was, laat staan dat hij uitvoeringshandelingen heeft gepleegd. Ook kan niet worden bewezen dat hij medepleger is geweest. Uit het dossier valt op te maken dat er sprake was van een plan om een plofkraak te gaan plegen, waarvoor voorbereidingshandelingen werden verricht. Er is echter onvoldoende bewijs dat deze voorbereidingshandelingen betrekking hadden op deze plofkraak en dat verdachte daartoe bewust en nauw heeft samengewerkt.

Het oordeel van de rechtbank

Op basis van de in de bewijsbijlage opgenomen bevindingen, in samenhang met de verklaring van [medeverdachte 9], acht de rechtbank het onder feit 3 A en B ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de voor verdachte belastende verklaring van [medeverdachte 9]. Niet alleen belast hij zich zelf hiermee, maar ook vindt zijn verklaring steun in overige bewijsmiddelen. Het regelen van een schuilplaats vindt steun in tapgesprekken over het ophalen van een sleutel en de mededeling dat het slapen is geregeld. Bankgegevens tonen aan dat [medeverdachte 9] inderdaad vlak voor de plofkraak heeft getankt en heeft gepind uit de bewuste geldautomaat. Dat de daders hun handschoenen aan een regenjas hadden dicht getaped, komt overeen met wat op de camerabeelden van de plaats delict is waargenomen. Dat [medeverdachte 9] in de berging van de schuil-/vluchtwoning vlak voor de plofkraak een korte en een lange balk heeft zien staan, sluit aan bij de waarneming dat verdachte de dag voor de plofkraak een lange en een korte balk zijn woning heeft ingedragen. De twee scooters in deze berging stroken met de twee scooters op de camerabeelden van de plaats delict. Dat [medeverdachte 9] verdachte na de plofkraak na enkele uren wachten naar huis heeft gebracht en dat verdachte daarbij een plastic tas met geld bij zich had, vindt bevestiging in camerabeelden van de woning van verdachte.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat niet kan worden bewezen dat de in de bewijsbijlage genoemde voorbereidingshandelingen waren gericht op het plegen van de plofkraak op 5 mei 2013. De bewijsmiddelen betreffen handelingen en gesprekken die hebben plaatsgevonden vlak voor of op 5 mei. Voorverkenningen waren na medio april 2013 gericht op de Limburglaan of het Franz Leharplein in Eindhoven. Uiteindelijk is volgens [medeverdachte 9] gekozen voor het plofkraken van de geldautomaat op de Limburglaan, omdat de daders niet zeker wisten of de geldautomaten op het Franz Leharplein vol waren. Van andere plannen dan het beramen van een plofkraak op een van deze beide locaties op of rond 5 mei 2013 blijkt niet uit het strafdossier.

Dat verdachte daarbij zelf met anderen uitvoeringshandelingen heeft verricht, acht de rechtbank op basis van de verklaring van [medeverdachte 9] bewezen. [medeverdachte 9] zag immers vier personen, waaronder verdachte, rond het tijdstip van de plofkraak de schuilwoning verlaten en na korte tijd met een tas met geld terugkeren.

Feit 4:

Het standpunt van de officier van justitie.

Bij de plofkraak op 5 mei 2013 op de Limburglaan in Eindhoven is door de daders, waaronder verdachte, gebruik gemaakt van een VW Golf met het [kenteken 1]. Deze auto, die op 23 mei 2013 vanaf [adres 3] in Eindhoven werd gestolen, was ten behoeve van het rammen van de kluisruimte voorzien van een houten balk. Blijkens de camerabeelden van onder andere Albert Heijn werd er om 4.16 uur Limburglaan iets in brand gestoken, waarna twee personen wegliepen. De VW Golf werd na de plofkraak volledig uitgebrand aangetroffen op de plaats delict. Kennelijk wilden de daders op deze wijze voorkomen dat zij bruikbare sporen zouden achterlaten. De aldus vernielde auto en de zich daarin bevindende voorwerpen behoorden toe aan [slachtoffer 1]. In lijn met hetgeen door het openbaar ministerie bij feit 3 (de plofkraak op de geldautomaat aan de Limburglaan te Eindhoven op 5 mei 2013) is gesteld, acht de officier van justitie ook het medeplegen van vernieling van voornoemde auto met inhoud wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Naar het oordeel van de verdediging kan dit feit niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Verdachte kan op basis van dit strafdossier niet op de plaats van het delict worden geplaatst en niet kan wettig en overtuigend worden bewezen dat hij uitvoeringhandelingen heeft verricht.

Het oordeel van de rechtbank.

Zoals hiervoor door de rechtbank bij feit 3 overwogen, is verdachte naar het oordeel van de rechtbank één van de daders van de plofkraak aan de Limburglaan op 5 mei 2013. Bij die plofkraak hebben de daders met behulp van een Volkswagen Golf voorzien van het [kenteken 1] de toegangsdeuren van de kluisruimte ingeramd. Uit de als bewijsbijlage bij dit vonnis opgenomen bewijsmiddelen voor feit 4 blijkt dat die VW Golf kort tevoren was weggenomen en dat de auto na het inrammen van de kluisdeuren door de daders van de plofkraak ter plaatse in brand is gestoken.

Op grond van de in de bewijsbijlage bij dit vonnis opgenomen bewijsmiddelen ten aanzien van feit 3 en 4 -in onderlinge samenhang bezien- acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte verdachte samen met anderen voornoemde auto met inhoud op 5 mei 2013 heeft vernield door deze auto bij de plofkraak in brand te steken.

Feit 5:

Het standpunt van de officier van justitie.

Op de in het op schrift gestelde requisitoir genoemde gronden is de officier van justitie van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het in onder feit 5 ten laste gelegde, te weten het samen met een ander plegen van gewoontewitwassen.

Het standpunt van de verdediging.

Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de raadsman geconcludeerd dat voor zover verdachte geld uit eigen misdrijf afkomstig op een eigen bankrekening heeft gestort, daarmee niet de herkomst van dat geld wordt verhuld of verborgen. Slechts de aanschaf van een auto op 13 mei 2013 kan mogelijk aangemerkt worden als gefinancierd met geld uit enig misdrijf. Voor de overige in de tenlastelegging genoemde goederen en betalingen ontbreekt het bewijs, zodat niet gezegd kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

Het oordeel van de rechtbank.

Op grond van de feiten en omstandigheden, welke zijn uitgewerkt in bijgevoegde bewijsbijlage, in onderling verband en samenhang bezien met de zaak met parketnummer 01/845051-12, acht de rechtbank het in de zaak met parketnummer 01/879007-13 onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft, zoals hiervoor onder feit 1, 2 en 3 en hierna onder parketnummer 01/845051-12 onder feit 1 overwogen, bewezen geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van plofkraken op 15 februari 2012 en op 5 mei 2013, aan het plegen van voorbereidingshandelingen voor het tot ontploffing brengen van geldautomaten in de periode van 19 maart 2013 tot en met 28 maart 2013 en aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor het tot ontploffing brengen van geldautomaten in de periode van 29 maart 2013 tot en met 10 juni 2013. Bij de plofkraak gepleegd op 5 mei 2013 is 194.140 euro weggenomen. Er is financieel onderzoek gedaan naar het inkomsten- en uitgavenpatroon van verdachte, onder meer in de vorm van een eenvoudige kassopstelling. Daaruit volgt dat verdachte nagenoeg geen legale inkomsten genoot. Voorts is berekend dat verdachte in de periode van 6 augustus 2012 tot en met 10 juli 2013 in totaal 62.201,42 euro aan uitgaven heeft gedaan zonder dat daar bekende legale inkomsten tegenover stonden. verdachte heeft, zich beroepend op zijn zwijgrecht, nagelaten een verklaring voor dit verschil in inkomsten en uitgaven te geven en evenmin ten aanzien van de in de tenlastelegging opgenomen betalingen en uitgaven.

Het voorgaande, in onderlinge samenhang beschouwd, brengt de rechtbank tot het oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de aanschaf van goederen en huurbetalingen, evenals de door verdachte en [medeverdachte 1] gedane geldstortingen en –overschrijvingen, zijn gedaan met geld afkomstig van enig misdrijf. Voorts is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] daarvan op de hoogte moet zijn geweest, nu zij sinds 18 september 2009 een relatie had met verdachte. Ook wist zij dat verdachte op verdenking van een plofkraak in voorlopige hechtenis had gezeten en dat hij niet zelf over een (legaal) inkomen beschikte.

Uit de opgevraagde mutaties op de rekening van [medeverdachte 1] blijkt dat in de periode van 6 augustus 2012 tot en met 10 juni 2013 een bedrag van in totaal € 3.430,- op haar rekening is gestort. Kort na de stortingen werden veelal kleinere bedragen van haar rekening overgemaakt op rekening van verdachte, in de onderhavige periode in totaal € 3.222,76. Naar het oordeel van de rechtbank is met die handelingen de herkomst van dat geld verborgen of verhuld, waarbij sprake is van medeplegen.

Met betrekking tot de Iphone overweegt de rechtbank dat uit afgeluisterde telefoongesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 1] blijkt dat verdachte voor haar een Iphone heeft gekocht. De door [medeverdachte 1] afgelegde verklaring dat zij zelf de Iphone heeft aangeschaft voor € 550, dat verdachte de telefoon heeft geregeld en dat zij daartoe verdachte eerst geld heeft voorgeschoten, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Immers, aanvankelijk heeft zij verklaard dat zij het geld daarvoor deels had liggen en deels heeft gepind. In een latere verklaring stelt zij dat ze het benodigde geld voor de Iphone had voorgeschoten, nadat ze van (haar voormalige werkgever) Albert Heijn een bedrag van € 812,71 op haar rekening had ontvangen. Deze uitbetaling heeft echter eerst plaatsgevonden op 2 april 2013, terwijl onder andere in telefoongesprekken van 28 en 29 maart tussen [medeverdachte 1] en verdachte reeds is gesproken over een dan al aangeschafte Iphone.

Met betrekking tot een scooter (Vespa Piaggo ter waarde van € 3.100) heeft [medeverdachte 1] verklaard dat zij die heeft aangeschaft en betaald met door haar zelf gespaard geld. De rechtbank hecht geen geloof aan die verklaring. Uit afgeluisterde telefoongesprekken blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte deze aan [medeverdachte 1] cadeau heeft gedaan. De scooter is daarnaast nagenoeg geheel betaald met contant geld waar [medeverdachte 1] kennelijk over kon beschikken, terwijl zij in de periode voorafgaand aan de aanschaf van de scooter geen bedragen van die grootte contant heeft opgenomen.

Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde Iphone en een scooter acht de rechtbank medeplegen van witwassen bewezen.

Ten aanzien van de overige bewezenverklaarde handelingen, te weten de aanschaf van auto’s, de inrichting/inboedel en de betaalde huurpenningen acht de rechtbank niet bewezen dat die in bewuste en nauwe samenwerking met een ander of anderen zijn begaan.

Gelet op de aard en aantal van de bewezen verklaarde handelingen en de tijdsduur waarover het ten laste gelegde zich heeft afgespeeld, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van gewoontewitwassen.

Feit 7:

Het standpunt van de officier van justitie.

Zoals in het op schrift gesteld requisitoir verwoord is het openbaar ministerie van oordeel dat diverse personen waaronder verdachte in wisselende samenstelling betrokken blijken te zijn bij het plegen van plofkraken en voorbereidingen daartoe. Steeds is er een verbindende factor, te weten verdachte .

Het dossier laat een duurzaam georganiseerd samenwerkingsverband zien, waarbinnen sprake was van een zekere rolverdeling en verdachte de onbetwiste leider was. Het openbaar ministerie is dan ook van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte als leider deelnam aan een criminele organisatie die zich bezig hield met het plegen van voorbereidingshandelingen en het plegen van plofkraken.

Het standpunt van de verdediging.

De jurisprudentie van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht leert dat om te kunnen spreken van deelneming aan een criminele organisatie een zekere duurzaamheid en structuur van de organisatie vereist is. In de onderhavige zaak is dit naar het oordeel van de verdediging absoluut niet aan de orde. De tenlastegelegde feiten zijn namelijk telkens aan verschillende personen ten laste gelegd, wat betekent dat er nimmer sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerde organisatie. Het was telkens een andere samenstelling waarbij soms één of twee personen mogelijk ook betrokken waren bij een andere plofkraak.

Ook kan niet worden bewezen dat verdachte als leider heeft deelgenomen aan een criminele organisatie en dat hij wist (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie als oogmerk had het plegen van strafbare feiten.

Het oordeel van de rechtbank.

Het juridisch kader.

Eerst moet er vastgesteld kunnen worden of er sprake is van een “organisatie”. Onder een organisatie in de zin van art. 140 Sr moet worden verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. Voor het bewijs van zo een structureel samenwerkingsverband is niet noodzakelijk dat binnen de groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die deelnemers druk werd, of kon worden, uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten. Evenmin is vereist dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. Gezagsverhoudingen (hiërarchie), rolverdeling, regels en een onder een gemeenschappelijke naam of gemeenschappelijk optreden tegenover derden zijn ook niet vereist. Niettemin kunnen gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvoering, een taakverdeling, een bepaalde hiërarchie en/of geledingen wel sterke aanwijzingen opleveren voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband.

Een organisatie in vorenbedoelde zin wordt pas een criminele als vast komt te staan dat deze organisatie het oogmerk heeft op het plegen van misdrijven. Dat oogmerk moet zijn gericht op een pluraliteit van misdrijven. Het gaat hier niet om het gepleegd zijn van misdrijven, maar om het oogmerk tot het plegen van meerdere misdrijven. Voor het bewijs van dat oogmerk zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan de misdrijven die al in het kader van de organisatie zijn gepleegd en aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, te weten aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op het gemeenschappelijk doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

Van het oogmerk van de organisatie moet worden onderscheiden het oogmerk van de deelnemer. Om vast te kunnen stellen of iemand deelnemer is aan de organisatie geldt het volgende. In het deelnemen ligt het opzet besloten. Voor wat betreft het opzet van de deelnemer aan de organisatie geldt dat hij in zijn algemeenheid moet weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Niet is nodig enige vorm van opzet op de door de organisatie beoogde, laat staan gepleegde, concrete misdrijven, ook niet als het gaat om misdrijven van verschillende aard. Voorwaardelijk opzet is niet voldoende: de betrokkene moet in zijn algemeenheid weten dat de organisatie een misdadig oogmerk heeft. Voor deelnemen is voorts nodig dat men behoort tot de organisatie en dat de deelnemer betrokken is geweest (een aandeel hebben in dan wel ondersteunen) bij gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Niet is vereist dat komt vast te staan dat een persoon om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie en evenmin dat deze persoon in structurele zin gedragingen als hiervoor bedoeld heeft gepleegd c.q. daarbij betrokken is geweest.

Beoordeling.

Het verweer van de raadsman dat voldoende bewijs ontbreekt om van een organisatie als hiervoor bedoeld te kunnen spreken, kan niet slagen. Ook het verweer dat verdachte niet als leider heeft deelgenomen aan een criminele organisatie en dat hij niet wist dat de organisatie als oogmerk had het plegen van strafbare feiten kan niet slagen.

De rechtbank stelt aan de hand van de door haar gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen hierboven is overwogen met betrekking tot het voorbereiden en plegen van plofkraken en de rol van de verdachten daarbij vast dat in de tenlastegelegde periode op aanzienlijke schaal plofkraken zijn voorbereid dan wel gepleegd. Een en ander geschiedde binnen een gestructureerd samenwerkingsverband tussen verdachte en andere personen waaronder [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4]. [medeverdachte 2] heeft zich binnen het samenwerkingsverband opzettelijk bezig gehouden met het medeplegen van het voorbereiden van het teweegbrengen van een ontploffing bij een kluis behorende bij een geldautomaat en hij heeft middelen verschaft bij het plegen van een plofkraak. [medeverdachte 4] heeft zich binnen het samenwerkingsverband opzettelijk bezig gehouden met het medeplegen van het voorbereiden van het teweegbrengen van ontploffingen bij kluizen behorende bij een geldautomaat. Daarnaast heeft hij middelen verschaft bij het plegen van plofkraken. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] hebben ook geregeld hun auto ter beschikking gesteld om voorwerpen te vervoeren.

De groepering hanteerde steeds een vaste werkwijze. Men verzamelde diverse goederen en trof voorbereidingen om ontploffingen bij geldautomaten teweeg te brengen en men pleegde plofkraken. Hiervoor werden telkens onder andere gasflessen, rollen tape, gasslangen, reduceerventielen, lansen, een t-stuk, scooters en jerrycans met benzine aangeschaft. Ook werden er videobeelden/filmopnamen gemaakt van een geldautomaat en werd er meermalen een safehouse geregeld.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de samenwerking tussen voornoemde personen ontegenzeggelijk een duurzaam karakter had en telkens ten dienste stond van het voorbereiden dan wel plegen van een plofkraak. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een samenwerkingsverband met een dusdanige duurzaamheid en structuur, dat sprake is van een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr. Gelet op de door de deelnemers aan de organisatie gepleegde handelingen, het duurzame en gestructureerde karakter van de samenwerking en de planmatigheid en stelselmatigheid van de activiteiten, was het oogmerk van de organisatie gericht op het plegen van voorbereidingshandelingen en op het plegen van plofkraken.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt verder dat verdachte als leider deelnam aan de criminele organisatie die zich bezig hield met het plegen van voorbereidingshandelingen en het plegen van plofraken. Hij heeft een aantal personen, waaronder contacten uit een eerdere detentieperiode in de Penitentiaire Inrichting te Grave, benaderd om mee te doen met zijn criminele activiteiten. De woning van verdachte in Den Bosch was het hoofdkwartier voor de groepering. Bij zijn woning werden regelmatig hulpmiddelen afgeleverd. Uit de bewijsmiddelen, opgenomen in de bewijsbijlages onder feit 1 en 2, blijkt dat verdachte deelnam aan vrijwel alle voorbereidingshandelingen en dat hij daarbij een coördinerende rol speelde. Hij kocht voorwerpen in, regelde het vervoer daarvan, stelde beloningen in het vooruitzicht en observeerde geldautomaten. Daarbij stuurde hij anderen aan met hem samen te werken. Hij was ook bij beide hiervoor onder feit 3 en hierna onder parketnummer 01/845051-12 onder feit 1 bewezen verklaarde voltooide plofkraken een van de medeplegers.

De rechtbank acht dan ook, gelet op het hiervoor overwogene, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als leider deelnam aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van voorbereidingshandelingen voor het tot ontploffing brengen van geldautomaten en tot oogmerk had het plegen van plofkraken.

01/845051-12 feit 1 primair (Maren-Kessel):

Inleiding.

In de nacht van 15 februari 2012 heeft er bij een geldautomaat van de Rabobank in Maren Kessel een plofkraak plaatsgevonden. Bij de plofkraak is geen geld buitgemaakt, omdat de door de daders meegenomen geldcassettes leeg waren. Kort na de plofkraak heeft de politie in een chalet op een nabijgelegen camping vijf personen aangehouden, waaronder verdachte en [medeverdachte 8]. In het chalet werden geldcassettes en een logboek van de Rabobank aangetroffen.

Het standpunt van de officieren van justitie.

Op de in het op schrift gestelde requisitoir genoemde gronden zijn de officieren van justitie van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het in de dagvaarding met parketnummer 01/845051-12 onder 1 primair ten laste gelegde, te weten -kort gezegd- het samen met een ander of anderen plegen van een plofkraak op de geldautomaat bij de Rabobank te Maren-Kessel op 15 februari 2012.

Het standpunt van de verdediging.

Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de raadsman aangevoerd dat hij, anders dan het openbaar ministerie, van oordeel is dat bewijs voor het medeplegen van de ten laste gelegde plofkraak ontbreekt.

De verdediging is van mening dat de verklaringen van [medeverdachte 8] ongeloofwaardig zijn. Hij verklaart telkens wisselend en onderling tegenstijdig. Dat maakt hem een onbetrouwbare getuige.

Op camerabeelden van de plofkraak is te zien dat één van de daders Adidas schoenen draagt. In het chalet zijn Adidas schoenen aangetroffen. Volgens [medeverdachte 8] zouden deze schoenen aan verdachte toebehoren, maar bewijs hiervoor ontbreekt. Op de veter van één van de aangetroffen Adidas schoenen is een mengprofiel aangetroffen van minimaal 3 personen. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte mogelijk één van deze drie personen zou kunnen zijn. Gezien de geringe hoeveelheid celmateriaal kon er géén DNA-onderzoek plaatsvinden. Nu de verklaringen van [medeverdachte 8] niet betrouwbaar zijn, ontbreekt bewijs dat verdachte die schoenen ten tijde van de plofkraak heeft gedragen.

Nabij de plaats van het delict is een spijkertrekker aangetroffen. Op het handvat van die spijkertrekker is DNA van verdachte aangetroffen. Het feit dat er DNA van verdachte is aangetroffen op dat handvat is naar het oordeel van de verdediging onvoldoende om te kunnen stellen dat verdachte ook daadwerkelijk op de plaats van het delict is geweest. Het DNA van verdachte kan immers ook op een eerder moment op die spijkertrekker terecht zijn gekomen.

Gelet op het vorenstaande behoort verdachte volgens de verdediging van het medeplegen van de plofkraak te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank.

Op grond van de feiten en omstandigheden, welke zijn uitgewerkt in bijgevoegde bewijsbijlage -in onderling verband en samenhang bezien- ten aanzien van de zaak met parketnummer 01/845051-12, acht de rechtbank het in de zaak met voormeld parketnummer onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De raadsman heeft ter zitting de volgende verweren gevoerd.

Volgens de raadsman kan het DNA van verdachte ook op een eerder moment op de bij de pinautomaat aangetroffen spijkertrekker terecht zijn gekomen. De rechtbank acht dit onaannemelijk, in samenhang met de overige bewijsmiddelen en mede gelet op het feit dat verdachte zelf geen verklaring heeft willen geven voor het feit dat de spijkertrekker op de plaats delict is aangetroffen. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

De verdediging heeft voorts gesteld dat de verklaringen van [medeverdachte 8] ongeloofwaardig zijn. Dit omdat hij telkens wisselend en onderling tegenstrijdig heeft verklaard. De verklaring van [medeverdachte 8] dient niet te worden meegenomen voor het bewijs.

De rechtbank heeft geconstateerd dat [medeverdachte 8] bij de verhoren op enkele punten wisselend heeft verklaard en met name niet geheel duidelijk is geweest over zijn eigen rol bij de plofkraak.

Kijkend naar zijn verklaringen ontstaat het beeld dat hij, op het moment dat hij met voor hem belastend materiaal wordt geconfronteerd, zijn verklaring daarop aanpast. Niet valt uit te sluiten dat verdachte tracht zijn eigen aandeel beperkter voor te stellen dan dat dit in werkelijkheid is geweest. Dat hij tracht zijn rol te minimaliseren maakt naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat zijn verklaring in zijn geheel ongeloofwaardig en daarmee onbetrouwbaar is. Nu de verklaring van [medeverdachte 8] over de rol van verdachte wordt ondersteund door andere objectieve bewijsmiddelen, heeft de rechtbank geen enkele reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van dit deel van de verklaring van getuige [medeverdachte 8]. Voornoemde onderdelen van de verklaring van [medeverdachte 8] kunnen derhalve voor het bewijs gebezigd worden.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

(v.w.b. de zaak met parketnummer 01/879007-13:)

1.

in de periode van 19 maart 2013 tot en met 28 maart 2013 in Nederland, ter voorbereiding van het misdrijf als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht (het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing in/van een of meerdere kluis/kluizen behorende bij een of meerdere geldautoma(a)t(en), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is), opzettelijk voorwerpen en/of vervoersmiddelen, te weten - rollen tape en - lansen en - een T-stuk en

- scooters en - bestelauto's en/of - een jerrycan met benzine, bestemd tot het begaan van dat misdrijf heeft verworven en voorhanden heeft gehad.

2. in de periode van 29 maart 2013 tot en met 10 juni 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, ter voorbereiding van het misdrijf als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht (het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing in/van een of meerdere kluis/kluizen behorende bij een of meerdere geldautoma(a)t(en), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is), opzettelijk voorwerpen, informatiedragers en vervoersmiddelen, te weten - een of meer gasflessen/gascilinders en - rollen tape en - een of meer gasslangen en - een of meer reduceerventielen en - lansen en - een T-stuk en

- scooters en - een fiets en - een of meer bestelauto's en - een videocamera met daarop videobeelden/filmopnames van één van die geldautomaten (gelegen aan de Hoogstraat/Franz Leharplein) bestemd tot het begaan van dat misdrijf heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad;

3.

A. op 05 mei 2013 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door met behulp van een T-stuk de uitgiftegleuf van een geldautomaat van de ABN Amro Bank, gevestigd in het perceel Limburglaan 2, te forceren en in (de kluisruimte behorende bij) die geldautomaat een gasmengsel (zuurstof/acetyleen) te spuiten en vervolgens dit gasmengsel te ontsteken/doen ontploffen/doen ontbranden, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat perceel te duchten was;

en

B. op 05 mei 2013 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een geldautomaat van de ABN Amrobank, gevestigd aan de Limburglaan 2 aldaar, heeft weggenomen een hoeveelheid geld, toebehorende aan de ABN Amrobank, waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, te weten het verbuigen van een buizenframe en het doorknippen van een of meer kettingen en het met een auto, voorzien van een houten balk, inrammen van een of meer (toegangs)deuren bij/tot de kluisruimte behorende bij die geldautomaat en het forceren van een (toegangs)deur tot de kluisruimte behorende bij die geldautomaat en het forceren van de uitgiftesleuf van die geldautomaat en het (middels het teweegbrengen van een ontploffing) opblazen van (de kluis(deur) behorende bij) die geldautomaat.

4.

op 05 mei 2013 te Eindhoven tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (Volkswagen Golf, [kenteken 1]) en voorwerpen in die personenauto (te weten twee kinderstoelen en 4 paar schoenen en een navigatiesysteem en 2 jassen en een blue tooth hands free set), toebehorende aan [slachtoffer 1], heeft vernield door voornoemde personenauto met daarin die voorwerpen in brand te steken.

5. in de periode van 06 augustus 2012 tot en met 10 juni 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, van voorwerp(en), te weten (een) hoeveelheid/heden (contant) geld, de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verhuld, dan wel heeft verborgen of verhuld door die/dat hoeveelheid/heden (contant) geld te storten op en/of over te schrijven/over te boeken naar bankrekeningen op naam van hem, verdachte, en/of van [medeverdachte 1],

en

voorwerp(en), te weten (een) hoeveelheid/heden (contant) geld, heeft omgezet door die/dat hoeveelheid/heden (contant) geld te gebruiken voor de aanschaf en/of betaling van:

- auto's (een Renault Clio en een Audi A3) en - een scooter en - een telefoon (een Iphone) en - de huurpenningen van de woning [adres 2] te 's-Hertogenbosch en

- de inboedel en/of inrichting van de woning [adres 2] te 's-Hertogenbosch,

terwijl hij, verdachte en zijn mededader van het plegen van witwassen een gewoonte hebben gemaakt.

7. in de periode van 01 maart 2013 tot en met 10 juni 2013 in Nederland, als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] en een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven (te weten het opzettelijk teweegbrengen van ontploffingen en diefstal door middel van braak (plof-/ramkraken)).

(v.w.b. de zaak met parketnummer 01/845051-12:)

1.

op 15 februari 2012 te Maren-Kessel, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk een ontploffing in een geldautomaat teweeg heeft gebracht door gas(sen) in een geldautomaat te brengen en (vervolgens) tot ontsteking en/of ontbranding te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en het gebouw waar die geldautomaat in aanwezig was te duchten was

en

op 15 februari 2012 te Maren-Kessel, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een geldautomaat (gelegen aan de Provincialeweg 20) heeft weggenomen geldcassettes, toebehorende aan Rabobank, waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, te weten door het openbreken van voornoemde geldautomaat (door middel van het veroorzaken van een ontploffing).

Hetgeen in de zaak met parketnummer 01/879007-13 onder 1, 2, 3, 4, 5 en 7 en in de zaak met parketnummer 01/845051-12 onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist voor wat betreft feit 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 op de dagvaarding met parketnummer 01/879007-13 en feit 1, 2 en 3 op de dagvaarding met parketnummer 01/845051-12: een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest.

Voorts vraagt zij verbeurdverklaring van de goederen en het geldbedrag vermeld onder de nummers 1 tot en met 9 op de als bijlage bij dit vonnis gevoegde lijst van inbeslaggenomen voorwerpen. Daarnaast toewijzing van de vordering van de benadeelde partij de Rabobank Bernheze Maasland a EUR 22.891,13 en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag. Verder vraagt zij niet-ontvankelijkverklaring van [slachtoffer 2] in haar vordering, nu het schadebedrag aan de auto inmiddels is vergoed en de benadeelde partij geen schade meer vordert. Tot slot vraagt de officier van justitie niet-ontvankelijkverklaring van [slachtoffer 3] in haar vordering, nu de benadeelde partij te kennen heeft gegeven dat de schade inmiddels door de verzekering is voldaan.

(Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.)

Het standpunt van de verdediging.

Primair heeft de raadsman vrijspraak bepleit voor de in beide dagvaardingen ten laste gelegde feiten.

Mocht de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komen van een of meer ten laste gelegde feiten dan verzoekt de raadsman om bij de strafoplegging rekening te houden met de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn in de zaak met parketnummer 01/845051-12 en de geringe overschrijding van de redelijke termijn in de zaak met parketnummer 01/879007-13. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat sprake is van een vormverzuim ten aanzien van de bevelen stelselmatige observatie, waarmee rekening zou moeten worden gehouden in de straftoemeting.

Verder verzoekt de raadsman de rechtbank om, in het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring van een of meer ten laste gelegde feiten komt, rekening te houden met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder zijn draagkracht.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft twee plofkraken gepleegd, in 2012 in Maren Kessel en in 2013 in Eindhoven. Dergelijke plofkraken leiden tot veel maatschappelijke onrust. Bovendien worden bij geslaagde plofkraken meestal aanzienlijke geldbedragen weggenomen. Bij beide plofkraken is grote ravage aangericht. Bij de tweede plofkraak is ruim 194.000 euro buitgemaakt. Verdachte heeft ook enkele maanden lang voorbereidingen getroffen voor het plegen van plofkraken elders. Het ging hem steeds om het buitmaken van zoveel mogelijk geld, zonder dat hij rekening hield met het gevaar voor de directe omgeving bij het tot ontploffing brengen van de geldautomaten.

Na de plofkraak in Maren Kessel is verdachte na enkele maanden voorarrest vrijgekomen in afwachting van zijn berechting. Dat heeft hem er niet van weerhouden tijdens die schorsing van het voorarrest weer een plofkraak te plegen en andere plofkraken voor te bereiden. Het geeft aan hoe weinig hij zich aantrekt van het feit dat hij de maatschappij grote materiële en financiële schade berokkent. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Daarbij komt dat hij bij het voorbereiden en plegen van de plofkraken steeds een centrale rol vervulde bij het organiseren daarvan. Hij was de spil waar alles om draaide, de leider van de criminele organisatie.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank gekeken naar wat in de regel in soortgelijke zaken als straf wordt opgelegd. De rechtbank kan zich vinden in het door de officier van justitie gehanteerde uitgangspunt van achttien (18) maanden gevangenisstraf voor het plegen van een plofkraak. Dat de tweede plofkraak is gepleegd tijdens de schorsing uit voorarrest van een eerdere plofkraak werkt uiteraard straf verhogend.

Ook het leiden van een criminele organisatie is een ernstig strafbaar feit waarop een langdurige gevangenisstraf de enig passende sanctie is.

Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het witwassen van geld. Uit een kasopstelling blijkt dat hij beschikte over ruim € 62.000,00 contant geld dat uit misdrijf afkomstig was. Verdachte dient dit bedrag aan criminele winst terug te betalen aan de Staat.

Persoonlijke omstandigheden zouden een straf matigend effect kunnen hebben. Verdachte heeft er echter voor gekozen steeds, en dus ook ten aanzien van zijn persoonlijke omstandigheden, gebruik te maken van zijn zwijgrecht. Wel zal de rechtbank meewegen dat er een lange periode ligt tussen de aanhouding van verdachte en dit vonnis.

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een vormverzuim -zoals door de raadsman gesteld- ten aanzien van de bevelen observatie, zodat hier in de straftoemeting ook geen rekening mee zal worden gehouden. De officier van justitie had blijkens het algemeen dossier reeds in januari 2013 de beschikking over het start proces-verbaal met daarin de feiten en omstandigheden die uiteindelijk tot een redelijke verdenking jegens verdachte hebben geleid en op grond waarvan de officier van justitie is overgegaan tot het toepassen van voornoemde bijzondere opsporingsbevoegdheden. De officier van justitie kon in het bevel observatie volstaan met verwijzing naar het aanvraag proces-verbaal, waarin wordt verwezen naar het start proces-verbaal.

Al met al acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de hierna bepaalde duur passend en geboden.

De vordering van de benadeelde partij de Rabobank Bernheze Maasland.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering van de benadeelde partij de Rabobank Bernheze Maasland a EUR 22.891,13 en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring van de plofkraak bij de Rabobank in Maren-Kessel komen dan is de verdediging van oordeel dat de berekening van de gevorderde schade te ingewikkeld is voor behandeling door de strafrechter en dat dit een onevenredige belasting zou zijn van het strafgeding. De vordering van de Rabobank is onvoldoende onderbouwd met stukken. De verdediging verzoekt de rechtbank om de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering.

Beoordeling. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de schade niet te ingewikkeld is voor behandeling door de strafrechter en dat dit geen onevenredige belasting is van het strafgeding. Ook is de vordering naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar. De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van [slachtoffer 3].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, nu de schade inmiddels door de verzekeringsmaatschappij is vergoed.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman verzoekt de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in diens vordering, nu de schade door de verzekeringsmaatschappij is vergoed.

Beoordeling.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verzekeringsmaatschappij -zoals blijkt uit het ingevulde voegingsformulier- inmiddels de schade heeft vergoed.

De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van [slachtoffer 2].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, nu de schade aan de auto inmiddels door de verzekeringsmaatschappij is vergoed en de benadeelde partij geen schadevergoeding heeft gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman verzoekt de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in diens vordering, nu de benadeelde partij geen schadevergoeding heeft gevorderd.

Beoordeling.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verzekeringsmaatschappij -zoals blijkt uit het ingevulde voegingsformulier- inmiddels de autoschade heeft vergoed en de benadeelde partij geen schadevergoeding heeft gevorderd.

De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

Beslag. De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen goederen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat -zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting- deze goederen aan de veroordeelde toebehoren en dit goederen zijn met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid en dan wel dit goederen zijn die hij door middel van strafbare feiten heeft verkregen.

De rechtbank heft het strafvorderlijk beslag op de onder veroordeelde inbeslaggenomen Audi A3 en op het geldbedrag van EUR 1.175,- op. Het conservatoir beslag ex artikel 94a Wetboek van Strafvordering op de Audi A3 en het geldbedrag van EUR 1.175,- blijft van rechtswege doorlopen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 33, 33a, 36f, 46, 47, 57, 140, 157, 310, 311,

420bis, 420ter.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 01/879007-13 onder 6 en in de zaak met parketnummer 01/845051-12 onder 2 primair, 2 subsidiair en onder 3 is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01/879007-13 onder 1, 2, 3, 4, 5 en 7 en het in de zaak met parketnummer 01/845051-12 onder 1 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 01/879007-13 onder 1, 2, 3, 4, 5 en 7 en het in de zaak met parketnummer 01/845051-12 onder 1 primair

meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/879007-13 feit 1: voorbereiding van opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. T.a.v. 01/879007-13 feit 2: medeplegen van voorbereiding van opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. T.a.v. 01/879007-13 feit 3: medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. T.a.v. 01/879007-13 feit 4: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. T.a.v. 01/879007-13 feit 5: medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken

en

van het plegen van witwassen een gewoonte maken

T.a.v. 01/879007-13 feit 7: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. T.a.v. 01/845051-12 feit 1 primair: medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf, bijkomende straf en maatregel.

Gevangenisstraf voor de duur van zeven (7) jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen te weten van de goederen vermeld onder de nummers 3 tot en met 9 op de als bijlage bij dit vonnis gevoegde lijst van inbeslaggenomen voorwerpen. T.a.v. 48/845051-12 feit 1: Maatregel van schadevergoeding van EUR 22.891,13 subsidiair 149 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer de Rabobank Bernheze Maasland van een bedrag van EUR 22.891,13 (zegge: tweeëntwintigduizend achthonderdeenennegentig euro en dertien eurocenten), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 149 dagen hechtenis. Het bedrag is een vergoeding terzake materiële schade. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij de Rabobank Bernheze Maasland:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij de Rabobank Bernheze Maasland, van een bedrag van EUR 22.891,13 (zegge: tweeëntwintigduizend achthonderdeenennegentig euro en dertien eurocenten).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

T.a.v. 48/879007-13 feit 2: Niet-ontvankelijkverklaring van [slachtoffer 3], in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

T.a.v. 48/845051-12 feit 1: Niet-ontvankelijkverklaring van [slachtoffer 2], in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.J.H. Van Dellen, voorzitter,

mr. E.W. van den Heuvel en mr. R.J. Bokhorst, leden,

in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers en dhr. G.G. Dirks, griffiers,

en is uitgesproken op 13 juli 2015.

Bewijsbijlage:

Feit 1:

Op 26 maart 2013 belt verdachte naar [medeverdachte 10].

Verdachte: ik was laatst bij jou en nou is er eentje eh spoorloos hoe kan.

[medeverdachte 10]: die en kwam naar mij toe. Hij zei ik mag een scooter meenemen.2

Op 27 maart 2013 om 13.14 stopt een VW Transporter, [kenteken 2] voor de woning van verdachte. [medeverdachte 6] stapt uit met twee dunne staafjes in zijn hand. Verdachte laat [medeverdachte 6] binnen. Om 13.16 u. komt een Mazda, [kenteken 3], aanrijden. Om 13.18 u. komt vanaf de VW Transporter [medeverdachte 7] naar de woning van [verdachte] lopen met in zijn hand een T-stuk.3

Op 27 maart 2013 om 18.10 u. loopt [verdachte] in Helmond met [medeverdachte 7], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 11]. Om 18.15 u. vertrekt de VW Transporter vanuit Helmond met vier inzittenden. Om 18.35 u. arriveert de bestelbus in Asten. Een van de inzittenden stapt uit en loopt in de richting van de Rabobank. Om 19.10 u. vertrekt de bestelbus uit Asten.4

Op 27 maart 2013 om 22.16 u. stopt een Ford Transit van Blue Rent, met [kenteken 4], voor de woning van [verdachte]. Om 22.46 u. komt een man met een capuchon op en een lange dunne staaf in zijn hand uit de woning van verdachte. Hij stapt in de Ford Transit, waarna de auto wegrijdt.5

Om 22.50 u. stopt de Ford Transit bij een tankstation van Esso in ’s-Hertogenbosch.6 [verdachte] koopt in de shop van het tankstation twee rollen duct tape van het merk Bison.7

Om 23.50 u. stopt de Ford Transit in de Waalstraat in Helmond. Vanuit een brandgang komt iemand met een scooter aanlopen. Hij zet de scooter in de laadruimte van de Ford Transit. Hierna plaatst iemand een zwaar voorwerp in de laadruimte. Kort daarna wordt een tweede scooter ingeladen. Tenslotte legt iemand een lang voorwerp in de bestelbus. 8 Dit lange voorwerp vertoont een sterke gelijkenis met een lange buis of paal.9 Om 23.55 u. vertrekt de bestelbus. Om 00.13 u. stopt de bestelbus in Asten. Enkele personen staan bij de achterdeur van de bestelbus.10

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij op 27 maart 2013 met verdachte naar Helmond is gereden. Verdachte moest twee scooters ophalen, een was kapot en een deed het wel. Verdachte heeft in Helmond toen iemand gebeld. Daarna heeft verdachte met een ander persoon de scooters ingeladen. Daarna is [medeverdachte 3] met verdachte naar een dorp gereden, niet ver van Helmond. [medeverdachte 3] kent het dorp niet, maar het volgens hem best Asten zijn. In Asten stond een jongen op verdachte te wachten. [medeverdachte 3] heeft de scooters mee uitgeladen en is daarna naar huis teruggereden.11

Op 27 maart om 21.20 u. stopt de VW Polo van [medeverdachte 4], met [kenteken 5], bij een tankstation van Total in ’s-Hertogenbosch.12 Een man stapt uit de auto en tankt benzine in een jerrycan. Verdachte stapt uit en loopt naar de shop van het tankstation. [verdachte] pakt twee rollen tape en rekent af. 13Op de kassabon staat dat verdachte heeft afgerekend: 5,41 liter benzine en twee rollen Bison klustape.14

Feit 2:

Op 2 april 2013 om 15.04 uur arriveert de VW Polo van [medeverdachte 2] ([kenteken 6]) bij het [bedrijf 1]. [verdachte] stapt uit en loopt de winkel in. Om 15.10 uur verlaat [verdachte] de winkel met in zijn handen een rol slangen en een wit papier. De slangen zijn rood en wit gekleurd.15

Op 2 april 2013 om 15.15 uur stopt een VW Polo voor de woning van [verdachte]. [verdachte] en [medeverdachte 2] stappen uit. [verdachte] pakt uit de auto een rol gasslang en brengt de gasslang de woning in. [medeverdachte 2] vertrekt weer met de VW Polo.16

Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] op 10 juni 2013 is een factuur aangetroffen van [bedrijf 1], gedateerd, 2 april 2013. De factuur vermeldt als gekocht en contant betaald artikel: tweelingslag, 15 meter.17

Op 8 april 2013 om 22.42 uur stopt de VW Polo van [medeverdachte 4] ([kenteken 5]) voor de woning van [verdachte]. [medeverdachte 4] stapt uit en loopt naar de voordeur. [verdachte] doet open. Hij heeft een handschoen in zijn hand. [medeverdachte 4] opent de achterklep van de auto, pakt een lang voorwerp uit de auto en brengt dit de woning in. Hij houdt het voorwerp rechtstandig; een deel van het voorwerp komt boven zijn schouder uit. Vervolgens pakt ook [verdachte] een voorwerp uit de auto. Dit betreft een gascilinder.18

Op 9 april 2013 om 18.47 uur stapt [verdachte] uit de VW Polo van [medeverdachte 2]. Hij loopt naar zijn woning met in de hand onder meer een lans. [medeverdachte 2] stapt uit de VW Polo als passagier, neemt even later plaats achter het stuur en rijdt weer weg.19

Op 10 april 2013 om 17.18 uur stopt de VW Polo van [medeverdachte 4] voor de woning van [verdachte]. [verdachte] komt de woning uit met in zijn hand een doos drukregelaars (reduceerventielen) van het merk Kayser. Om 20.00 uur stopt de auto van [medeverdachte 2] voor de woning van [verdachte]. [medeverdachte 2] stapt uit en gaat op de passagiersstoel zitten. [verdachte] loopt de woning uit met een doos van het merk Kayser en legt die in de auto. De auto rijdt weg met [verdachte] als bestuurder.20

Op 11 april om 22.15 uur komen [verdachte] en [medeverdachte 4] aanlopen bij de woning van [verdachte]. [verdachte] heeft een damesfiets met fietstassen bij zich. Hij opent de voordeur en [medeverdachte 4] brengt de fiets de woning in. 21

Op 12 april 2013 om 10.08 uur komen [verdachte] en [medeverdachte 2] uit de woning van [verdachte] met een damesfiets met fietstassen. Ze laden de fiets in de VW Polo van [medeverdachte 2] en rijden weg.22 Tussen 11.10 uur en 11.24 uur staat de auto van [medeverdachte 2] meermalen stil op het Franz Leharplein en de Limburglaan in Eindhoven.23 Om 11.58 uur komen [verdachte] en [medeverdachte 2] weer aanrijden bij de woning van [verdachte]. In de VW Polo is geen fiets meer aanwezig.24

Op 10 juni 2013 is in de woning van medeverdachte [medeverdachte 3] een camera aangetroffen, met daarop beelden van de twee pinautomaten op het Franz Leharplein, gemaakt op 12 april 2013. De beeldopnames vangen aan op 12 april omstreeks 11.00 uur en eindigden omstreeks 19.00 uur.25

Op 15 april 2013 lopen vier personen naar de voordeur van de woning van [verdachte], te weten [verdachte], [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 12]. [verdachte] heeft in zijn rechter hand een rol witte draad.

Om 19.13 uur komen [verdachte] en [medeverdachte 4] aanrijden in de VW Polo van [medeverdachte 4]. [verdachte] draagt in zijn hand een hamer en een lang dun voorwerp in de vorm van een staaf of buis.

Op 17 april om 12.15 uur rijden [verdachte] en [medeverdachte 2] weg van de woning van [verdachte] in de VW Polo van [medeverdachte 2].26 Vanaf 12.57 uur tot 13.00 uur bevindt de VW Polo zich, meermalen stilstaand, op het Franz Leharplein te Eindhoven. Om 19.09 uur staat de VW Polo stil op [adres 3] in Eindhoven, ter hoogte van de kruising met de Brahmslaan.27 Om 19.09 uur loopt [verdachte] langs de ABN-AMRO bank op het Franz Leharplein en pakt daar een damesfiets met fietstassen die daar stond gestald. [verdachte] stapt op de fiets en rijdt weg in de richting van de Brahmslaan. [medeverdachte 2] staat bij de auto te wachten. Om 19.15 uur loopt [verdachte] naar de VW Polo. Een minuut later rijden [verdachte] en [medeverdachte 2] met de VW Polo weg.28

De in de woning van [medeverdachte 3] aangetroffen camera bevatten beeldopnames die op 17 april 2013 aanvangen omstreeks 13.00 uur en eindigen omstreeks 19.00 uur 29

Om 19.42 uur stopt de VW Polo van [medeverdachte 2] op het parkeerterrein van de Praxis bouwmarkt in ’s-Hertogenbosch. Om 19.51 uur arriveren [verdachte] en [medeverdachte 2] met de VW Polo bij de woning van [verdachte]. [verdachte] stapt uit en heeft een rol tape in zijn handen.30 [medeverdachte 2] vertrekt vervolgens met de VW Polo.

Om 20.11 uur stopt de VW Polo van [medeverdachte 4] voor de woning van [verdachte]. [verdachte] stapt uit en loopt met een lange dunne buis in zijn hand de woning in.31

Om 22.31 uur staat een VW Polo voor de deur van de woning van [verdachte]. [verdachte] komt naar buiten en legt twee lange buizen en een kabel of slang in de VW Polo. Aan deze lansen is een draad verbonden. [verdachte] draagt handschoenen. Even later komt [medeverdachte 2] naar buiten met een zwaar groot voorwerp. Hierna rijden beiden weg in de VW Polo.32

Op 18 april om 15.24 uur zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 2] in de VW Polo van [medeverdachte 2]: “In deze Polo niet te veel praten, ik weet niet, deze Polo is niet te vertrouwen. Om 15.36 uur zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 2]: “Rij even naar de Vogelstraat, ik ga even tape halen.” Om 17.09 uur zegt [medeverdachte 2] tegen [verdachte]: “Ik heb een andere theorie, als je bezig bent met lossen en je denkt dat niemand jou ziet, maar mensen kunnen jou zien snap je”. Om 17.33 uur zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 2]: “Dan gaan weer samen gewoon naar toe en dan haal ik die scooters later wel op.” 33

Op vrijdag 19 april 2013 om 15.46 uur stopt de VW Polo van [medeverdachte 4] voor de woning van [verdachte]. [verdachte] komt de woning uit met in zijn hand een stalen T-stuk. [verdachte] stapt achter in de VW Polo.34

Om 16.18 uur bevindt de VW Polo van [medeverdachte 4] zich nabij [adres 4] in ’s-Hertogenbosch. Tussen 16.18 uur en 16.49 uur staat de VW Polo stil op deze locatie.35 Op dat adres is het [bedrijf 2] gevestigd. De servicemanager van dat bedrijf, [getuige 2], is een foto getoond van een sporttas met daarin een aantal voorwerpen, waaronder een soortgelijk ijzeren T-stuk als het T-stuk dat [verdachte] op 19 april 2013 in zijn hand had.36 [getuige 2] heeft verklaard dat hij dit voorwerp direct herkende. Het betrof een strip die een medewerker van het bedrijf aan elkaar heeft gelast. Hij kon zich dit nog goed herinneren. Het was op een vrijdagmiddag na 16.00 uur Drie mannen kwamen aanrijden in een Volkswagen en vertelden dat ze een stuk ijzer nodig hadden. Het moest een stuk ijzer van ongeveer een meter lang en een halve meter breed worden. Beide stukken zijn aan elkaar gelast.37

Om 17.11 uur stappen [verdachte], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 13] uit de VW Polo van [medeverdachte 4] en gaan de woning van [verdachte] in. Even later verlaat [verdachte] zijn woning en komt direct daarna met twee ijzeren T-stukken terug waarmee hij zijn woning binnen gaat.38

Op 24 april 2013 belt [verdachte] met een man die zich [persoon 1] noemt. Hij vraagt [persoon 1] naar een motorscooter die te koop staat op Marktplaats.nl. [persoon 1] vraagt “16 en half” voor de scooter. [verdachte] zegt dat [persoon 1] de scooter apart moet houden en dat hij hem 100% zeker wil hebben.39

Op 28 april 2013 stopt een Renault Clio voor de woning van [verdachte]. [medeverdachte 4] stapt uit. Even later verlaten [verdachte], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] de woning. [verdachte] draagt een jerrycan. Ze stappen in de VW Polo van [medeverdachte 4] en rijden weg.40

De VW Polo rijdt naar [adres 5] in ‘s- Hertogenbosch.41 Dit is de woning van de ouders van [medeverdachte 5]. Op 2 juni 2013 treft de politie onder de carport van de woning zes gasflessen aan, drie met het opschrift acetyleen en drie met het opschrift zuurstof. 42 De vader van [medeverdachte 5] heeft verklaard dat de gasflessen niet van hem zijn en dat hij ze daar niet heeft neergezet.43 De gasflessen komen overeen met de gasflessen die zijn aangetroffen op 5 mei 2013 op de plaats delict op de Limburglaan in Eindhoven. De beschermkappen op de gasflessen komen overeen met de beschermkappen die op 10 juni 2013 in een meterkast in de woning van [verdachte] zijn aangetroffen.44

Op 28 april 2013 tussen 23.06 en 23.09 uur staat de VW Polo van [medeverdachte 4] stil bij [adres 5] in ‘s-Hertogenbosch.45

Op 5 mei 2013 om 22.31 uur vindt in de auto van [medeverdachte 2] het volgende gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 2].

[verdachte]: als je een huis laat sweepen, een huis doen kost duur. Twaalf en een halve meier. Heel die huis laten sweepen.

[medeverdachte 2]: wat is sweepen?

[verdachte]: net als ze auto sweepen. Dat er geen camera zitten, geen geluidsapparatuur.

[medeverdachte 2]: dat soort dingen moet je zelf hebben. Die dingen moet je kopen. Dan kan je elk moment eh sweepen. 46

Op 21 mei 2013 om 14.35 uur vindt het volgende gesprek plaats tussen een onbekende man (NN) en [medeverdachte 2] in de VW Polo van [medeverdachte 2].

NN: een regenjas is een goede manier voor een overval.

[medeverdachte 2]: zeker, een regenpak, een regenpak die iedereen aan heeft, ook geen merk erop of wat dan ook. Goed dicht tapen, dicht tapen voor eh DNA.47

Op 10 juni 2013 zijn in de woning van [verdachte] aangetroffen: een motorscooter, een doorgezaagde beschermkap van een acetyleenfles, een plastic tas met een schroefdraadtapset en stukken van dunne metalen buizen, een factuur van [bedrijf 1] van 2 april 2013 van de aankoop van 15 meter tweelingslang, rollen duct tape en restanten van tape in de meterkast, in de schuur en in de tuin, restanten van tape onder schoenen en op een handschoen, een lege verpakkingsdoos (merk: Kayser) van een reduceerventiel, een slangnippel en een bivakmuts. 48 Het type aanduiding op de verpakkingsdoos van Kayser komt overeen met het type aanduiding op het reduceerventiel dat op de plaats delict op de Limburglaan in Eindhoven is aangetroffen.49

Voor de woning van [medeverdachte 1], de toenmalige vriendin van [verdachte], stond op 10 juni 2013 een Audi met [kenteken 7] geparkeerd. Deze auto stond sinds 6 mei 2013 op naam van [verdachte].50 In de Audi zijn aangetroffen: een slangnippel en een fles ammoniak.51

[medeverdachte 9] heeft verklaard dat [verdachte] plofkraak gerelateerde voorwerpen schoonmaakte met ammoniak om DNA-sporen te verwijderen.52

Op 10 juni 2013 zijn in de schuur van de woning van [medeverdachte 2] onder meer een groot aantal handschoenen en diverse rollen tape aangetroffen.53

Feit 3:

Proces verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1] namens de ABN-AMRO bank.

Op zondag 5 mei 2013 om 4:23 uur komt bij de [bedrijf 3] een alarmsignaal binnen. Dit betrof de geldautomaat op de Limburglaan 2 te Eindhoven. Een medewerker van [bedrijf 4] constateerde een ontplofte geldautomaat, een ingeramde deur en een uitgebrande auto. Uit het rapport van deze medewerker is mij gebleken dat de geldautomaat was opgeblazen door middel van het gebruik van gas. De toegangsdeur tot de serviceruimte was geforceerd. In het rapport staat dat er sprake was van het gebruik van een ramauto, voorzien van rambalk. In het rapport staat dat de ETP deur is geforceerd, mogelijk met breekijzer. In het rapport staat dat de camera van de geldautomaat was afgeplakt met een stukje tape. De cassettes met geld zijn weggenomen uit de geldautomaat. Een lege geldcassette is achtergebleven op de plaats delict. Het totaal bedrag ven het weggenomen geld is € 194.140,00. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven het geld weg te nemen. 54

De politie heeft ter plaatse geconstateerd dat de geldautomaat was geplaatst in de buitengevel op de hoek van een Albert Heijn XL supermarkt. De geldkluis bevond zich inwendig in het gebouw van Albert Heijn. Voor de buitendeur bevond zich een metalen buizenframe waar winkelwagentjes aan waren gekoppeld. Het buizenframe was geheel verbogen en los van de bevestigingsbouten. Er lagen twee doorgeknipte hangsloten op de grond en er waren drie kettingen doorgeknipt. De geldautomaat was vernield. De buitengevel met de buitendeur die toegang gaf tot de geldkluis was ernstig ontzet. Metalen delen van de kluis waren door de druk van de ontploffing omgebogen of weggebroken.

Bij de geldautomaat stond een door brand zwaar beschadigde VW Golf met de achterzijde richting de toegangsdeur van de geldautomaat. Door de achterruit van de auto stak een grotendeels ingebrande houten balk. Aan de voorzijde van de geldautomaat lagen een rode en een blauwe gasslang op de grond. Deze slangen waren aangesloten op reduceerventielen (drukmeters) van een acetyleen- en een zuurstoffles. De twee gasflessen stonden rechtop op 2 meter afstand van de geldautomaat. Ze waren aan elkaar gekoppeld door middel van grijze tape. Op straat lag ook grijze tape tussen de brokstukken van de geldautomaat. 55

Op foto’s van de geldautomaat is waarneembaar dat de gelduitgiftesleuf is geforceerd. Bij andere plofkraken gebeurde dit met een ijzeren T-stuk.56

Op bewakingsbeelden van de bank is één persoon te zien met een bivakmuts die de camera met tape afplakt. Hij heeft handschoenen aan die met tape aan zijn regenjas zijn geplakt. 57 Op bewakingsbeelden van Albert Heijn zijn twee schimmen te zien die weglopen van de geldautomaat.58 Op bewakingsbeelden van een winkel in een verderop liggende straat is te zien dat twee scooters deze straat inrijden vanaf het parkeerterrein van Albert Heijn.59

Op 1 mei 2013 rijdt verdachte met [medeverdachte 9] in diens auto vanuit Den Bosch naar onder meer de Limburglaan in Eindhoven.60

[medeverdachte 9] heeft hierover verklaard dat hem achteraf was opgevallen dat ze langs diverse bankfilialen reden, waaronder de Albert Heijn in Eindhoven.61 “Hij zei bij de bank op het Franz Leharplein tegen mij: ‘Die is goed te doen’. Hij zei dat het oude automaten waren. De Limburglaan was ook een oude automaat.62

Op 2 mei 2013 rijdt de auto van [medeverdachte 9] ’s avonds op 5 tijdstippen (tussen 18.36 u. en 22.11 u.) over de Limburglaan. Later die avond stopt de auto voor de woning van verdachte en stappen verdachte en [medeverdachte 9] uit.63

Op 2 mei 2013 sms-t [medeverdachte 9] [verdachte] dat het slapen is geregeld.64

Op 3 mei 2013 belt [medeverdachte 9] verdachte over een sleutel. Hij zegt: “Ik zorg dat ik die sleutel heb opgehaald, dan kom ik terug zeg maar vanuit daar” en dat hij dan verdachte zal oppikken.65

[medeverdachte 9] heeft verklaard dat verdachte hem heeft gevraagd een schuiladres te regelen en dat hij dat voor hem heeft geregeld. Het betrof de woning van [medeverdachte 14] in Eindhoven. [medeverdachte 9] heeft de sleutels van [medeverdachte 14] gekregen. [medeverdachte 14] zou bij een vriendin van [medeverdachte 9] gaan slapen en verdachte kon dan in zijn woning en berging “zijn ding doen”.66

[medeverdachte 14] heeft over de sleutel verklaard dat die later weer in zijn brievenbus is gedaan.67

Op 3 mei 2013 sms-t verdachte naar [medeverdachte 9] dat deze niet moet vergeten te tanken.68

[medeverdachte 9] heeft hierover verklaard dat verdachte hem heeft gezegd dat hij benzine moest halen voor de scooters en dat hij een paar liter benzine in een kannetje heeft getankt.69

Op camerabeelden van een tankstation in Eindhoven is te zien dat op 4 mei om 23.16 u. een man, die volgens de politie zeer veel gelijkenis vertoonde met [medeverdachte 9], bij een auto van het merk waarin [medeverdachte 9] reed, benzine tankte in een jerrycan.70 Dit wordt bevestigd door een afschrift van de bankrekening van [medeverdachte 9].71

Op 4 mei 2013 zegt verdachte tegen [medeverdachte 2] in diens auto dat hij tape wil ophalen. Even later is te horen dat [medeverdachte 2] en [verdachte] spreken over een voorwerp dat er helemaal in gaat (naar de rechtbank aanneemt: in de auto) en zegt verdachte: “die krijg je niet zomaar kapot”.72 De auto staat dan nabij bouwmarkt Karwei.73 Kort daarna arriveren verdachte en [medeverdachte 2] bij de woning van verdachte en dragen een lange en korte balk en een op een betonschaar gelijkend voorwerp de woning in.74

Volgens een kassabon van Karwei is op 4 mei, op een tijdstip dat de auto van [medeverdachte 2] zich nabij de bouwmarkt bevond, een houten balk van 2.70 m en een boutenschaar aangeschaft.75

In de berging van [medeverdachte 14] is een balk aangetroffen met daarop een sticker.76 Dergelijke stickers worden alleen bij balken van Karwei aangebracht.77

In de berging van [medeverdachte 14] is tijdens een doorzoeking op 18 juni 2013 tape aangetroffen.78 Op deze tape bevond zich een dactyloscopisch spoor van verdachte.79

Op 4 mei 2013 om 19.46 u. pint [medeverdachte 9] 50 euro uit de geldautomaat op de Limburglaan. [medeverdachte 9] heeft verklaard dat hij met verdachte naar de Albert Heijn is gereden en op verzoek van verdachte daar heeft gepind. Toen hij terugkwam bij verdachte vroeg deze of het scherm rood of groen was. [medeverdachte 9] had gezien dat het scherm groen was, waarna verdachte volgens [medeverdachte 9] zei: “Ok, dat is goed”.80 Gegevens van de bank bevestigen de door [medeverdachte 9] genoemde transactie.81

Op 4 mei 2013 om 22.30 u. belt verdachte naar [medeverdachte 9] en vraagt hem over een kwartier/ twintig minuten op te halen.82 Volgens zendmastgegevens bevindt de telefoon van verdachte zich dan in Eindhoven.83 [medeverdachte 9] sms-t na een kwartier dat hij er is.84 Tussen 22.30 en 22.33 u. en tussen 22.51 u. en 23.01 u. wordt de auto van [medeverdachte 9] geregistreerd op de Limburglaan.85

[medeverdachte 9] heeft verklaard dat hij verdachte in Eindhoven heeft opgehaald en dat ze samen naar de flat (de rechtbank neemt aan: de schuilwoning van [medeverdachte 14]) zijn gegaan.86

Op 5 mei 2013 tussen 2013 00.58 u. en 1.10 u. rijdt de auto van [medeverdachte 9] op de Limburglaan in de nabijheid van de woning van [medeverdachte 14].87 [medeverdachte 9] heeft hierover verklaard dat vlak voor de plofkraak twee mannen zijn auto hebben meegenomen en toen de situatie vóór de Albert Heijn hebben verkend. Verdachte en een andere man bleven toen achter in de woning van [medeverdachte 14].88

Op 5 mei 2013 stopt om 8.57 u. de auto van [medeverdachte 9] bij de woning van verdachte. Verdachte stapt uit en loopt zijn woning in met een plastic tas in zijn hand.89

[medeverdachte 9] heeft tegenover de politie het volgende verklaard over de gang van zaken vlak voor en vlak na de plofkraak.

(p. 20454) Ik hoorde van [verdachte] [ de rechtbank neemt aan: verdachte] later dat hij een geldbedrag tussen de 60 en 70 duizend euro had weggehaald. We zijn op de avond van de plof rond een uur of twaalf bij elkaar gekomen. Op dat moment stonden in de berging van de flat 2 scooters, twee balken, een lange en een korte. Tassen gereedschap. In de woning stonden tassen met kleding, dit was boevenkleding. Ik bedoel hiermee regenkleding en zo. Bivakmutsen., regenpakken, Nike schoenen, handschoenen, flessen ammoniak om DNA af te poetsen. (p. 20509) Die spullen zijn door [verdachte] schoongemaakt. Ze hebben de spullen later weer uit de berging opgehaald.

(p 20454) Beneden stonden ook nog gasflessen. Dit waren er 4, ongeveer 1.20 hoog.

(p. 20455)Het waren setjes van 2 omringd met grijze duct tape. Er zat een hele lange slang aan met aan het eind een pen.

(p. 20454) Ze wilden eerst 2 automaten tegelijk opblazen, daar op het Franz Leharplein. Ze wisten echter niet zeker of die vol zaten en daarom is besloten naar de Albert Heijn XL te gaan. In de berging stonden twee zwarte motorscooters, die zijn daar in een wit busje gebracht. Ze hebben die scooters een dag van tevoren gebracht, ik dacht ’s middags. [verdachte] heeft ze in ontvangst genomen, ik stond op de uitkijk.

(p. 20456) Rond half 5 zijn ze vertrokken. Ze zijn met de scooters weggereden. Na korte tijd kwamen ze terug. Ik zag dat de 4 met een grote tas binnenkwamen. Ik zag dat ze regenkleding bij zich hadden. Die hadden ze dicht getaped over hun normale kleding, zodat ze geen haren en zo konden verliezen. Ze hadden de handschoenen aan de jassen getaped en de broek aan de sokken en schoenen. Die kleding hebben ze uitgetrokken en in de tas gedaan. Het geld zat in een hashtas. Ik zag dat die vol was. Ze hebben eerst een paar uur gewacht tot de helikopter en de politie weg was. Na enkele uren zijn ze naar de douche gegaan met de tas. Ik hoorde dat de mannen daarna met een geldmachine geld telden. Ze zaten met z’n vieren in de douche. Daarna kwamen ze met verschillende plastic tassen uit de douche en zijn tegelijk en ieder voor zich vertrokken. Ik heb [verdachte] naar zijn woning gebracht. Ik sprak met [verdachte] af dat ik de volgende dag zou komen om het geld in ontvangst te nemen. Ik had afgesproken dat ik minimaal 5000 euro zou krijgen en als de buit hoger dan een ton was, zou er meer in zitten. (p. 20516) Ik heb naast [verdachte] maar 3 mannen gezien. En een vierde die de spullen bracht.

Feit 4:

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1]90, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op 3 mei 2013 omstreeks 21.00 uur parkeerde ik mijn personenauto, merk Volkswagen, type Golf, voorzien van het [kenteken 1], in een parkeervak gelegen aan [adres 3] te Eindhoven. Op 5 mei 2013 omstreeks 09.15 uur zag ik dat mijn auto weggenomen was. Mijn ex-partner vertelde me dat de politie aan de deur was geweest. Hij had te horen gekregen dat de auto gebruikt was voor iets ergs. Op de site van Omroep Brant stond het bericht dat er een plofkraak was geweest bij de Albert Heijn. Bij het bericht over de plofkraak was een foto geplaatst van een grijze personenauto. Ik zag dat deze auto leek op mijn auto. Het gedeelte van het kenteken dat ik kon lezen kwam overeen met het kenteken van mijn auto. Ik heb toen direct contact opgenomen met de politie. Ik heb mijn auto nog niet gezien. Ik weet niet wat de schade is aan mijn auto. Er lagen diverse goederen in mijn auto welke ook zijn weggenomen, onder andere twee kinderstoelen, vier paar schoenen, een navigatiesysteem, twee jassen en een blue tooth hands free setje. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van dit feit.

Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten91, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op 5 mei 2013 is er omstreeks 04.23 uur een plof/ramkraak gepleegd op de geldautomaat van de ABN-AMRO bank gelegen aan de Limburglaan 2 te Eindhoven. Wij hebben ter plaatse een onderzoek ingesteld waarbij we het volgende hebben bevonden en waargenomen.

Wij zagen dat de geldautomaat vernield was. Op de hoek van het gebouw waar de geldautomaat was geplaatst zagen wij een personenauto staan. Het betrof een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, kleur grijs, voorzien van het [kenteken 1]. Wij zagen dat de auto met de achterzijde richting de toegangsdeur van de geldautomaat stond. Wij zagen dat de personenauto zwaar beschadigd was door brand. Wij zagen dat er door de achterruit van de personenauto een grotendeels ingebrande houten balk stak.

Feit 5:

In een opgemaakt kasopstelling is het beginsaldo [verdachte] op 6 augustus 2012, de dag waarop hij uit detentie is ontslagen op € 250 vastgesteld. Het totaal aan gedane contante uitgaven is vastgesteld op € 57.416,00. De hoogste negatieve kas bedroeg op 10 juni 2013 € 62.201,00. Deze uitgaven heeft [verdachte] niet kunnen betalen uit de uit het onderzoek bekende legale contante inkomsten. Dit betekent dat er op die datum minimaal € 62.201 aan extra inkomsten moet zijn geweest.92

[verdachte] heeft van 17 feb 2012 tot 6 augustus 2012 gedetineerd gezeten op verdenking van een plofkraak te Maaren-Kessel.93 Gevraagd naar welk werk hij doet heeft [medeverdachte 1] verklaard: “Ik weet niets van hem. Naar wat ik weet werkt hij niet. Ik weet niet wat hij doet.

Vraag: [verdachte] is aangehouden voor plofkraken. Weet je wat dat is?

Antwoord: ja, daar is hij vorig jaar voor aangehouden. Hij heeft van februari tot augustus of zo vastgezeten.

V. (…) ga je dan niet nadenken dat hij zich misschien nog steeds bezighoudt met plofkraken?

A. Nee, daar heb ik nooit zo over nagedacht. Ik dacht dat zal hij niet meer doen, omdat hij daar al voor aangehouden was en de rechter had gezegd dat dat niet mocht. Je kunt ook geld verdienen met kleine dingen zoals een tas stelen of zo.94

Ik heb een relatie met [verdachte] sinds september 2009.95

Kasopstelling, datum 6-08-2012/10-06-201396

Storting [bankrekening]. Dit betreft contante stortingen op de [bankrekening] gehouden door [medeverdachte 1]. In deze periode werd € 3.430,-- gestort en € 3.222,76 overgeschreven naar de rekening van [verdachte].97In de meeste gevallen werd in een periode kort na de storting het geld steeds in kleinere bedragen voor het grootste gedeelte overgeschreven naar de rekening van [verdachte]. Vanaf de rekening van [verdachte] werd het in de meest gevallen op dezelfde datum of kort daarna opgenomen. Een aantal stortingen werd in Den Bosch gedaan. Uit informatie van de ING blijkt dat bankstortingen alleen kunnen worden gedaan op rekening van de pas die wordt ingevoerd.98

Op 10 juni 2013 is bij een doorzoeking in het pand [adres 6] te Amsterdam inbeslaggenomen een zwarte Iphone99. Bij haar verhoor van 12 juni 2013 verklaart [medeverdachte 1] dat deze telefoon van haar is100.

Tapgesprek van 28 -03-2013101

[verdachte] zegt dat hij een Iphone voor [medeverdachte 1] heeft gekocht.

Tapgesprek van 20-3-2013102

[medeverdachte 1] vertelt dat ze heel blij is met haar Iphone.

Tapgesprek van 12-4-2013103

[verdachte1] zegt dat hij de Iphone terug wil. [medeverdachte 1] is boos, [verdachte] zegt dat het een grapje is.

Afschrift van betaalrekening van [medeverdachte 1], bijschrijving salaris Albert Heijn € 812,71 op 2 april 2013.104

Op maandag 10 juni is bij [bedrijf 5] te Amsterdam in beslaggenomen een scooter met [kenteken 8], op naam van [medeverdachte 1], die daar ter reparatie was aangeboden.105 Uit de aankoopfactuur en navraag bij de administratie bleek dat een bedrag van € 3.100 contant was voldaan. Een bedrag van € 92,50 is per bank betaald. De factuur is ten naam gesteld van [medeverdachte 1] , [adres 6] in Amsterdam, aankoopdatum 8 mei 2013 en het totaalbedrag bedraagt € 3.192,50.106 Op de bekende opgevraagde rekeningen van [medeverdachte 1] en [verdachte] werden geen bedragen aangetroffen die correspondeerden met de betaling van € 3.100,- voor een scooter. Ook werden geen bedragen van die grootte contant opgenomen.107

Tapgesprek van 29-2-13108

[medeverdachte 1] geeft aan dat ze ook een scooter van [verdachte] had willen hebben maar deze heeft hij nooit gegeven. [verdachte] maakt veel loze beloftes volgens [medeverdachte 1]. [verdachte] zegt dat hij die scooter zeker nog gaat kopen voor haar. [medeverdachte 1] vindt dat [verdachte] zijn geld teveel opspaart en dat hij moet gaan leven.

Tapgesprek van 30-4-2013109 Het gesprek gaat over een scooter die [verdachte] voor [medeverdachte 1] wil kopen die vier duizend euro kost. [medeverdachte 1] zegt dat er ook goedkopere zijn van 12 tot 13 duizend euro. [verdachte] wil geen tweedehands kopen, maar een nieuwe.

Tapgesprek van 7-05-2013110

[medeverdachte 17] zit op marktplaats te kijken voor een scooter [medeverdachte 18] ziet een mooi roze. [verdachte] zegt dat ze dan toch een roze moet halen.

Tapgesprek van 8-5-2013111

[medeverdachte 1] zegt dat ze een rode heeft gekocht. Ze zegt dat ze er uiteindelijk 3.200 voor heeft moeten betalen.

[verdachte] huurt een woning aan de [adres 2] te ’s Hertogenbosch, de huur daarvoor werd door hem contant betaald.112 In dossier [naam] zijn in de woning van [medeverdachte 15] (vader van verdachte) facturen aangetroffen. [medeverdachte 15] heeft daarover verklaard dat deze facturen, betrekking hebbend op [bedrijf 6] en [bedrijf 7], door [verdachte] contant zijn betaald. Met betrekking tot de verbouwing van de woning [adres 2] zijn twee facturen aangetroffen, gedateerd 7 december 2012 en geadresseerd aan [verdachte] met voornoemd adres. De facturen betreffen vloer- en wandtegels. Een factuur ten bedrage van € 2.548 is contant betaald gelijk bij de bestelling. [verdachte] was daarbij aanwezig.113 In de woning van [verdachte] zijn meubels aangetroffen die qua omschrijving overeenkomen met goederen die zijn omschreven op facturen van [bedrijf 6] ten bedrage van in totaal € 1.814,45.114 [getuige 3] heeft verklaard dat aan hem contant een factuur is betaald ter hoogte van een bedrag van € 1.500,- voor het leggen van tapijt op de [adres 2] te ’s Hertogenbosch.115

Bij de doorzoeking in [adres 2] is een factuur aangetroffen, gedateerd 28 december 2012, voor de aankoop van een Renault Clio met het [kenteken 9], met daarop het verkoopbedrag van € 5.950,- De factuur was gericht aan [verdachte] en is voldaan per kas. Op die datum is auto ook op naam van [verdachte] gezet.116

Uit een tapgesprek tussen [verdachte] en zijn vader op 27 april 2013 volgt dat [verdachte] een Audi A3 heeft gekocht. Op 6 mei 2013 heeft [verdachte] een Audi A3 op zijn naam gesteld, op camerabeelden wordt die dag gezien dat [verdachte] voor zijn woning uit een personenauto Audi A3 met [kenteken 7] stapt. De waarde van een dergelijke auto bedraagt € 12.000,-.117

Parketnummer 01/845051-12 feit 1 primair (Maren-Kessel):

Op 15 februari 2012 omstreeks 03.47 uur heeft er bij de Rabobank gelegen aan de Provincialeweg 20 te Maren-Kessel, gemeente Oss, een zogenaamde plofkraak plaatsgevonden. De deur van de pinautomaat was ingeramd met een ter plaatse achtergebleven personenauto. De daders zijn gevlucht in een Volkswagen Golf. Aan niemand werd het recht of toestemming gegeven tot het plegen van het feit. Bij de ramkraak werd geen geld buitgemaakt118. Wel werden lege geldcassettes meegenomen119.

Op 15 februari 2012 omstreeks 03.50 uur zijn verbalisanten ter plaatse gegaan. Zij zagen dat de deur van de pinautomaat openstond en dat de deur en het kozijn van de ingang beschadigd waren. Op ongeveer een meter naast de ingang stond een personenauto, merk Seat, type Leon, kleur blauw, [kenteken 10], met de voorkant in de richting van de ingang van de pinautomaat. Het voertuig had schade aan de linker voorzijde. Een aanwezige getuige verklaarde dat men weggereden was in een zwarte VW Golf 120. Bij de pinautomaat lag een schroevendraaier met zwart/geel handvat en met spijkertrekker uiteinde en er lag brandmateriaal. Van de schroevendraaier met spijkertrekker uiteinde en van het brandmateriaal zijn sporen veiliggesteld121.

De voorzijde van de pinautomaat was zichtbaar via een beveiligingssysteem. Op de camerabeelden is te zien dat op 15 februari 2012 om 03.43 uur een persoon met een bivakmuts in beeld verschijnt. Deze persoon draagt een set gasflessen en heeft in de andere hand gasslangen. Vervolgens verschijnt een tweede dader die met een spuitbus de lens van de camera bespuit. Zichtbaar is dat één van de daders werkt aan de pinautomaat met een breekvoorwerp met een geel/zwart handvat. Ook wordt een verlengstuk, aangesloten op de gasslangen, ingebracht. Om 03.47 uur vindt een ontploffing plaats. De twee staven worden uit de voorzijde van de automaat getrokken. Er brandt materiaal en een van de daders trapt dit uit met zijn linkerschoen. De schoen is ter hoogte van de veters links en rechts voorzien van diverse witte strepen122.

Een getuige heeft gezien dat de daders zijn gevlucht in een Volkswagen Golf in de richting van [camping]123. Op het parkeerterrein bij de camping [camping] in Lith werd door verbalisanten een Volkswagen Golf aangetroffen. In die Volkswagen Golf lagen onder andere een schroevendraaier met geel/zwart handvat, een spuitbus met zwarte verf, een zuurstof- en acetyleenfles met circa 5 meter lange slangen en daaraan gekoppeld een gasmengstuk124.

Op 15 februari 2012 omstreeks 7.20 uur125 zijn de verbalisanten binnengetreden in [adres 7] van camping [camping] te Lith126. In de woonkamer van het chalet werden drie personen aangehouden, waaronder [verdachte]. In de slaapkamer van het chalet werden [medeverdachte 8] en [medeverdachte 16] aangehouden. In de woonkamer van het chalet lag een grote zwarte tas met daarin meerdere geldcassettes127. In het chalet werden onder andere een logboek van de Rabobank te Maren-Kessel, een vuurwapen, een bivakmuts en schoenen aangetroffen128. Het aangetroffen logboek werd herkend als het logboek van het filiaal van de Rabobank te Maren-Kessel129. In het chalet werden in een zwarte jas sleutels aangetroffen130. Volgens [medeverdachte 8] is dit de jas van [verdachte] en is de in de jas aangetroffen sleutel de sleutel van de VW Golf waarmee [verdachte] bij hem is gekomen131.

[medeverdachte 8] heeft verklaard dat hij op 15 februari 2012 met verdachte [verdachte] in de Volkswagen Golf twee jongens heeft opgehaald in Den Bosch. Ze zijn daarna via Maren-Kessel naar de camping [camping] in Lith gereden. Daar zijn ze naar het chalet gegaan waar hij samen met zijn vriendin verbleef. Aan [verdachte] heeft hij een sporttas en een bivakmuts geleend. [verdachte] had die sporttas nodig voor iets dat niet pluis was132. [medeverdachte 8] hoorde dat ze een plofkraak wilden plegen, dat ze het hadden over een pinautomaat in Maren-Kessel en dat ze daar geld wilden halen133. Rond 3.00 uur is [verdachte] samen met anderen weggegaan. Rond 4.00 uur was men weer terug. Men had in een tas kistjes bij zich, afkomstig uit een pinautomaat134. [medeverdachte 8] heeft tegen [getuige 1] gezegd dat het lege geldcassettes waren135. De Adidas schoen die in het chalet is aangetroffen, behoort volgens [medeverdachte 8] toe aan verdachte [verdachte]136.

Het brandmateriaal dat bij de pinautomaat werd aangetroffen, werd vergeleken met verbrand materiaal dat werd aangetroffen onder de linkerschoen van een in het chalet aangetroffen Adidas schoen137. Het NFI heeft chemisch vergelijkend onderzoek verricht. Het NFI concludeert dat het materiaal onder de linkerschoen is versmolten en bestaat uit dezelfde chemische componenten als in de duct-tape in de brandresten. Ook kan dezelfde laagopbouw worden herkend. Het materiaal onder de schoen kan dus afkomstig zijn van het brandmateriaal dat bij de pinautomaat is gevonden en de kans wordt klein geacht dat een willekeurige andere zwarte kunststof bron uit dezelfde combinatie van componenten zou zijn opgebouwd als het materiaal onder de schoen138.

Het NFI heeft op het handvat van de bij de pinautomaat aangetroffen spijkertrekker een onvolledig DNA-hoofdprofiel van verdachte [verdachte] aangetroffen waarvan de matchkans (dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel) kleiner is dan één op één miljard139.

Tijdens een telefoongesprek op 3 maart 2013 omstreeks 10.22 uur tussen [getuige 1] en een NN-vrouw heeft [getuige 1] over haar vriend [medeverdachte 8] gezegd dat hij een pinautomaat heeft laten ontploffen in Maren Kessel, dat hij met zijn vrienden meeging en dat er in de caravan zo’n boek van de pinautomaat en allemaal spullen lagen140.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, deel uitmakend van het dossier BRZ 424, gesloten 28 januari 2013, en aanvullende processen-verbaal, van 29 november 2013, 10 februari 2014, 14 maart 2014, 28 april 2014, 4 juni 2014, 22 september 2014 en 13 november 2014.

2 Transcriptie tapgesprek, p. 31 181.

3 Proces-verbaal van bevindingen p. 31 321-322.

4 Proces-verbaal van observatie, p. 31 335-336 en relaas proces-verbaal, p. 31 042.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 31 325.

6 Proces-verbaal van observatie, p. 31 337.

7 Relaas proces-verbaal, p. 31 056 en aanvullend proces-verbaal 5, p. 2-3.

8 Proces-verbaal van observatie, p. 31 338.

9 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen, d.d. 11 juli 2015.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 31 326.

11 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3], p. 2 1184-1185.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 31 336 en p. 31364.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 31 364-369.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 31 372.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 32 414.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 32 421.

17 Factuur, p. 32 411

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 32 198-201.

19 Relaas p-v, p. 32 015.

20 Relaas p-v, p. 32 15-17 en proces-verbaal van bevindingen, p. 32 93-95.

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 262.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 32 205.

23 Relaas proces verbaal, p. 32 020.

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 32 206.

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 727-732 en p. 33 743.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 32 222.

27 Relaas proces-verbaal, p. 32 28-31

28 Proces-verbaal van observeren, p. 32 268.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 743.

30 Proces-verbaal van bevindingen, p. 32 222-223.

31 Relaas proces-verbaal, p. 32 038.

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 324-327.

33 Proces-verbaal van bevindingen, p. 32 287 en 289.

34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 307.

35 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 052 en p. 33 777.

36 Relaas proces-verbaal p. 33 053 en proces-verbaal van verhoor [getuige 2], p. 33 780 en p. 782.

37 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2], p. 33 780.

38 Proces-verbaal van bevindingen, p. 308-309.

39 Overzicht tapjournaal, p. 33 478.

40 Relaas proces-verbaal p. 33 074 en aanvullend proces-verbaal 5, p. 27.

41 Relaas proces-verbaal, p. 33 075.

42 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 792-794.

43 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5], p. 33 796.

44 Aanvullend proces-verbaal 5, p. 5 en relaas proces-verbaal, p 32 089.

45 Relaas proces-verbaal, p. 33 75.

46 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 563.

47 Ibidem.

48 Relaas proces-verbaal, p. 32 087-100.

49 Relaas proces-verbaal, p. 33 137-138.

50 Relaas proces-verbaal, p. 33 160.

51 Relaas p-v, p. 32 101.

52 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 9], p. 2 454.

53 Relaas proces-verbaal, p. 32 100.

54 Proces-verbaal van aangifte, p. 33 676.

55 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 33 573-574.

56 Foto 18 tot en met 22, p. 33 589-591 en relaas proces-verbaal p. 33 24.

57 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 660-661.

58 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 695.

59 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 698-699

60 ARS-gegevens, p. 33 080.

61 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 9], p. 2 446.

62 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 9], p. 2 451.

63 ARS-gegevens, p. 33 94-95 en Proces-verbaal beelden woning 2-5 mei 2013, p. 337-339.

64 Overzicht tapjournaal, p. 33 493.

65 Overzicht tapjournaal, p. 33 497.

66 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 9], p. 2 453-454.

67 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 822.

68 Overzicht tapjournaal, p. 33 503.

69 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 9], p. 2 513-514.

70 Proces-verbaal van bevindingen, p. 866-869.

71 Rekeningafschrift Rabobank, p. 860.

72 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 545.

73 Bakengegevens VW Polo [kenteken 6], p. 33 433.

74 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 346-347.

75 Proces-verbaal van bevingen, p. 33 831-836.

76 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 816.

77 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 823-830.

78 Proces-verbaal van bevindingen, 33 817.

79 Rapport dactyloscopisch sporenonderzoek, p. 33 883.

80 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 9], p. 2 447.

81 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 847.

82 Overzicht tapjournaal, p. 33 521.

83 Relaas proces-verbaal, p. 33 118.

84 Overzicht tapjournaal, p. 33 521.

85 Relaas proces-verbaal, p. 33 118.

86 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 9], p. 2 454.

87 Relaas p-v, p. 33 122.

88 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 9], p. 354-355.

89 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 349.

90 Aangifte [slachtoffer 1] pag. 33705 - 33708

91 Bevindingen verbalisanten pag. 33573 - 33574

92 Rapport kasopstelling, p. 35 094, p. 35 011.

93 Proces-verbaal p. 35 418.

94 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], p. 35 587.

95 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 2 1268.

96 Rapport kasopstelling, p. 35 095 – p. 35 098.

97 Rapport kasopstelling, p. 35 098.

98 Proces-verbaal, p. 35 422

99 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2 1234.

100 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1]. p. 2 1249.

101 Proces-verbaal. p. 35 601.

102 Proces-verbaal, p. 35 602.

103 Proces-verbaal, p. 35 662.

104 Proces-verbaal, p. 35 135.

105 Proces-verbaal van bevindingen, p. 35 672.

106 Procesverbaal, p. 35 676 en 35 677.

107 Rapport kasopstelling, p. 35 109.

108 Proces-verbaal, p. 35 668.

109 Proces-verbaal, p. 35 669.

110 Proces-verbaal, p. 35 670.

111 Proces-verbaal, p. 35 671.

112 Rapport kasopstelling, p. 35 99, proces-verbaal van bevindingen, p. 35 157.

113 Rapport kasopstelling p, 35 101, proces-verbaal van bevindingen, p. 35 179.

114 Rapport kasopstelling p, 35 101 en proces-verbaal p. 35 180- 35 185.

115 Proces-verbaal van bevindingen, p. 35 193.

116 Rapport kasopstelling, p. 35 104, proces-verbaal p. 35 201.

117 Rapport kasopstelling p. 35 107

118 Aangifte [persoon 2] pag. 62 - 63

119 Verklaring [persoon 2] pag. 64

120 Bevindingen verbalisanten pag. 67

121 Bevindingen verbalisanten pag. 84-85.

122 Bevindingen verbalisanten pag. 166-168

123 Verklaring [persoon 3], pagina 162

124 Bevindingen verbalisanten pag. 128-131

125 Proces-verbaal bevindingen, p. 76

126 Bevindingen verbalisanten pagina 80

127 Bevindingen verbalisant pag.70

128 Het proces-verbaal van doorzoeking pagina 164

129 Verklaring [persoon 2], pagina 65

130 Kennisgeving van inbeslagneming pag. 278

131 Verklaring [medeverdachte 8] pag. 333

132 Verklaring [medeverdachte 8] pag. 323-324

133 Verklaring [medeverdachte 8] pag. 335

134 Verklaring [medeverdachte 8] pag. 324

135 Verklaring [medeverdachte 8] pag. 335

136 Verklaring [medeverdachte 8] pag. 333

137 Bevindingen verbalisanten pag. 98

138 Het rapport chemisch vergelijkend onderzoek (als bijlage bij het eindproces-verbaal gevoegd.)

139 Het rapport vergelijkend DNA-onderzoek, los bij het eind-proces-verbaal gevoegd.

140 Tapgesprek pag. 213-214