Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:3492

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
19-06-2015
Datum publicatie
19-06-2015
Zaaknummer
01/875004-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De minderjarige verdachte heeft, samen met een andere minderjarige, een hoogbejaard echtpaar in hun woning overvallen. Daarbij hebben zij met een vuurwapen gedreigd. Verdachte wordt veroordeeld tot 221 dagen jeugddetentie waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarde een behandelverplichting. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur. Tevens wordt van een eerder opgelegde voorwaardelijke werkstraf van 20 uur de gehele tenuitvoerlegging bevolen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/875004-14
Parketnummer vordering: 01/854070-12

Datum uitspraak: 19 juni 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1999],

wonende te [adres 1].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 juni 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 mei 2015.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 november 2014 te Oss ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] (geboren [1935]) en/of [slachtoffer 2] (geboren [1931]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen heeft aangebeld bij de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of nadat de voordeur werd geopend op dreigende wijze een vuurwapen heeft getoond en/of vervolgens die woning is binnengedrongen en/of eenmaal in die woning gekomen dat vuurwapen tegen, althans voor, de borst van die [slachtoffer 1] en /of [slachtoffer 2] heeft gehouden en/of heeft gezegd dat hij en/of zijn mededader geld wilde(n) hebben, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/854070-12 is aangebracht bij vordering van 6 februari 2015, ingekomen ter griffie op 23 april 2015. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de kinderrechter te 's-Hertogenbosch d.d. 20 november 2012. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Inleiding.

Op zondagavond 23 november 2014 heeft er een woningoverval plaatsgevonden te Oss, waarvan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] het slachtoffer zijn geworden. De vraag dient te worden beantwoord of verdachte betrokken is geweest bij deze overval.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte ontkent het hem ten laste gelegde.

De raadsvrouw heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. De verklaringen van de getuigen die belastend hebben verklaard, zijn onbetrouwbaar. Daarnaast kan verdachte de feiten niet hebben gepleegd, omdat hij thuis was ten tijde van de overval.

Het oordeel van de rechtbank. 1

De bewijsmiddelen.

[slachtoffer 1], geboren [1935], wonende aan [adres 2] te Oss heeft onder meer verklaard dat er op 23 november 2014 omstreeks 20.10 uur aan de voorzijde van de woning op het raam werd geklopt. Het buurmeisje van nummer 15 deed dit altijd. Zijn vrouw maakte de voordeur open. Hij hoorde een manspersoon wat roepen tegen zijn vrouw. Hij hoorde: ‘geld, geld, waar is het geld’.

Meteen hierna zag hij dat zijn vrouw vanuit de gang weer de woonkamer in liep. Direct achter zijn vrouw liep een manspersoon. De manspersoon liep de woonkamer binnen en maakte meteen alle verlichting in de woonkamer uit. Hij zag dat deze manspersoon geheel in het zwart was gekleed. Hij zag dat deze persoon een donkerkleurig vuurwapen in zijn hand vasthield. Hij hoorde deze manspersoon tegen hem zeggen: ”zitten blijven”. Hij wilde opstaan en voelde dat de loop van het vuurwapen tegen zijn borst werd geduwd en hij hierdoor naar achter werd gedrukt. Hij hoorde de manspersoon roepen:” zitten blijven, anders gebeuren er gekke dingen”. Het drukken op de borst voelde zwaar aan. Het had een flink gewicht. De persoon trok het kastje naast de televisie open en trok spullen uit de kast. Toen de manspersoon klaar was met zoeken in het kastje bleef hij in de woonkamer staan. Aangever hoorde dat er op dat moment iemand naar boven liep. Hij hoorde voetstappen op de trap. Op een gegeven moment hoorde hij dat er vanuit de gang of van buiten gefloten werd. Na dit fluiten draaide de manspersoon zich om en ging weg. Aangever is naar boven gelopen.

Boven zag hij dat het beddengoed van het bed aan de kant was getrokken. Beneden stond de achterdeur open. Kennelijk hebben ze door deze deur weer de woning verlaten. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.2

Aanvullend heeft [slachtoffer 1] nog verklaard dat hij naar de buren van nummer 15 is gelopen direct nadat de daders uit de woning waren vertrokken. Toen hij vertelde dat hij en zijn vrouw overvallen waren en hij de politie wilde gaan bellen, hoorde hij [getuige 1] zeggen dat hij de politie al aan de lijn had.3

[slachtoffer 2], geboren [1931], wonende aan [adres 2] te Oss heeft onder meer verklaard dat er op 23 november 2014 op het raam van de voorzijde van hun woning werd geklopt. Zij heeft de voordeur geopend en zag een persoon staan met een revolver. De persoon had zijn hele gezicht bedekt. Hij hield de revolver voor haar borst. Toen zei de persoon tegen haar: “Lopen”. Zij is naar de woonkamer gelopen. Zij kon aan zijn stem horen dat het een jongen was. Zijn stem klonk niet zo oud. Toen ze in de woonkamer kwam, deed de jongen direct het licht van de woonkamer

uit. De jongen wees met het wapen naar haar en haar man en zei direct “Geld, geld”. Ze zei tegen die jongen “Wij hebben geen geld”. De jongen heeft in de kast in de woonkamer gezocht en in haar tas. Hierna ging de jongen naar de gang en ging bij de deur naar de gang staan. Hij trok de deur een beetje dicht en toen hoorde ze hem fluisteren of smiespelen. Hierna trok hij de deur dicht en is hij weggegaan. Haar man is opgestaan en naar de buren gelopen. Volgens haar zijn er geen spullen weg genomen.4

Aanvullend heeft [slachtoffer 2] verklaard dat boven alles overhoop lag en dat de man in de kamer niet boven is geweest. Toen de man de kamer uit ging hoorde ze een fluitend geluid.5

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] relateren dat zij op 23 november 2014 om 20.20 de melding kregen te gaan naar [adres 2] te Oss in verband met een overval op een woning.6

[getuige 2] is meerdere malen bij de politie gehoord.

Hij heeft op 3 december 2014 bij de politie verklaard dat hij het bij hem aangetroffen wapen heeft uitgeleend aan [verdachte] en [medeverdachte] (de rechtbank leest hier telkens: [medeverdachte]). Hij heeft het wapen aan [verdachte] gegeven. Dat was een aantal dagen voor de overval op [adres 2] te Oss. Toen hij in het weekend langs de speeltuin liep, hoorde hij [verdachte] en [medeverdachte] de overval uitbeelden en hoorde hij hen de naam [slachtoffer 2] noemen.

Een week later heeft hij met [verdachte] en [medeverdachte] gesproken. Ze hebben toen verteld dat zij met z’n tweeën de overval hebben gepleegd en ze hebben hem uitgelegd hoe de overval is gepleegd. Een van de twee heeft op het raam geklopt. [slachtoffer 2] deed open en een van de twee heeft het wapen op de borst van [slachtoffer 2] gezet. Een van de twee is de woonkamer in gegaan en de andere is naar de bovenverdieping gelopen. Hij weet dat een van de twee de lamp van de woonkamer direct heeft uit gedaan.7 Meerdere dagen voordat hij de verklaring heeft afgelegd, heeft hij het wapen terug gekregen. Hij heeft het wapen verstopt bij de boom. Hij heeft de plaats waar hij het wapen had verstopt, aan de politie aangewezen, nadat de afgifte van het wapen was gevorderd.8

Op 4 december 2014 heeft [getuige 2] onder meer verklaard dat hij het wapen van [medeverdachte] heeft terug gekregen en dat [verdachte] daar bij was.9

[medeverdachte] heeft op het raam geklopt en is nadat [slachtoffer 2] open heeft gedaan naar binnen gegaan. [verdachte] is naar boven gegaan.10

Op 15 januari 2015 heeft [getuige 2] onder meer verklaard, nadat hem een gespreksuitdraai is getoond11, dat hij dit Whats App gesprek heeft gevoerd met [verdachte]. De teksten in de witte vakjes (rechtbank: zie hierna onder ‘links’) heeft hij gestuurd. De teksten in de groene vlakjes (rechtbank: zie hierna onder ‘rechts’) heeft [verdachte] naar [getuige 2] gestuurd. Dit gesprek vond plaats meer dan een paar dagen na de overval. Dit gesprek vond plaats toen [getuige 3] aangaf naar [persoon 1] te gaan. Met ‘Cguuuuussss’ en ‘wij zijn busted’ bedoelt [getuige 2]: ‘Wow’ in het Turks en ‘wij zijn genaaid’. Dit had betrekking op de overval.12

Op 2 december 2014 wordt na een melding nabij de woning van [getuige 2], [adres 3] te Oss, op zijn aanwijzing bij een boom in/bij de brandgang in een chipszak een vuurwapen aangetroffen.13 Na onderzoek bleek dit vuurwapen een gas-alarmpistool, zwart, merk Walther P22, kaliber 9 mm centraalvuur, te zijn.14

[getuige 3], het buurmeisje van aangevers, heeft onder meer verklaard

dat op 2 december 2014 [verdachte] langs kwam en zij toen zag dat [verdachte] met [getuige 2] aan het appen was. Zij zag dat er ‘busted’ stond. Ze heeft een foto van het bericht gemaakt en naar haarzelf gestuurd. Zij heeft haar telefoon met haar bericht ter beschikking gesteld aan de politie.15

Voorts heeft ze verklaard dat [verdachte] wist dat zij altijd op het raam van de buren klopte, als zij naar binnen wilde.16

Op de dag dat [getuige 2] werd vrijgelaten (rechtbank: volgens het dossier 5 december 2014) en [verdachte] en [medeverdachte] werden aangehouden (rechtbank: volgens het dossier 4 december 2014) heeft zij gehoord dat [getuige 4] tegen de vriendin van [getuige 5] heeft verteld dat hij samen met [verdachte] en [medeverdachte] de overval op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zou plegen. [getuige 4] had gezegd dat hij toch niet mee zou doen omdat hij er een naar gevoel bij had.17

[getuige 4] heeft op 19 januari 2015 onder meer verklaard

dat [verdachte] hem ongeveer 14 dagen voor de overval heeft gevraagd om mee te doen met het plegen van een overval in [adres 2] op het bejaarde echtpaar. Hij zei dat hij daar niet aan mee zou doen.18

Op 3 december 2014 was [verbalisant 3] belast met het opnemen van een getuigenverklaring omtrent een overval het [adres 2] te Oss.

Een persoon genaamd [getuige 6] vertelde spontaan dat [verdachte] had bekend dat hij en [medeverdachte] verantwoordelijk waren voor de overval op de woning aan [adres 2] te Oss.19

[getuige 6] is op 4 december 2014 bij de politie gehoord. Zij heeft onder meer verklaard dat zij op 26 november 2014 aan [getuige 2] (de rechtbank begrijpt: [getuige 2]) heeft gevraagd wie de overval heeft gepleegd. Zij zei tegenhem dat ze [verdachte] hiervan verdacht. Er werd niet op gereageerd. Een ogenblik later werd ze geappt door [verdachte] of ze alsjeblieft haar mond dicht wilde houden of woorden van gelijke strekking. Een ogenblik later sprak ze [verdachte]. Ze vroeg of hij de overval had gepleegd. Hij zei, ja niks zeggen. Hij zei dat hij het met [medeverdachte] had gedaan. [medeverdachte] had het pistool vast. Hij had zelf de achterdeur op slot gedaan en is naar boven gegaan. [verdachte] zei dat hij de lampen in de woning had uitgedaan.20

Een Whats App bericht met onder meer de volgende inhoud en globaal de volgende layout:21

(Midden boven:)

[naam 1]

online

(Links:) (Rechts:)

Ze gaat na [persoon 1] he

Cguuuuussss

Wij zijn busted

Hoeso

Bel me

Snel

Kom

Heihoek.

De betrouwbaarheid van de verklaringen van voornoemde getuigen.

De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar betoog dat de voor verdachte belastende verklaringen als onbetrouwbaar moeten worden beschouwd.

Op 3 december 2014 verklaart [getuige 6] spontaan tegenover [verbalisant 3] dat [verdachte] tegenover haar heeft bekend dat hij en [medeverdachte] verantwoordelijk waren voor de overval op de woning aan [adres 2] te Oss. Daarna is deze getuige nogmaals gehoord, waarbij zij gelijkluidend heeft verklaard.

[getuige 2] is meerdere malen gehoord, waarbij hij consistent en gedetailleerd heeft verklaard. Naast dat hij de medeverdachten heeft belast, heeft hij ook zichzelf belast met betrekking tot het voorhanden hebben en het verstrekken van het wapen.

Opvallend is dat [getuige 2] en in mindere mate [getuige 6] details over de overval noemen, die steun vinden in de aangiften van de slachtoffers.

[getuige 2] verklaart immers dat één van de daders op het raam heeft geklopt, [slachtoffer 2] open heeft gedaan, haar meteen een wapen is getoond, direct de lamp uit is gedaan, één dader de woonkamer in is gegaan en één dader naar boven is gegaan. De verklaring van [getuige 2] vindt voorts steun in de inhoud van het what’s app bericht tussen [getuige 2] en [verdachte], waarvan [getuige 3] een foto heeft gemaakt en waarvan de inhoud zich in het dossier bevindt.

Op 15 januari 2015 verklaart [getuige 3] dat zij heeft gehoord dat [getuige 4] tegen de vriendin van [getuige 5] heeft verteld dat [getuige 4] niet aan de overval zou meedoen omdat hij er een naar gevoel bij had. Dit sluit aan bij de verklaring van [getuige 4] van 19 januari 2015 dat [verdachte] hem heeft gevraagd om mee te doen aan de overval op het bejaarde echtpaar, waarop [getuige 4] heeft gezegd dat hij daar niet aan mee wilde doen.

Op grond van het vorenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van deze getuigen. Voor een motief van de getuigen om onjuist te verklaren, heeft de rechtbank noch in het dossier, noch in het verhandelde ter terechtzitting aanknopingspunten gevonden.

Het alibi van verdachte.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij ten tijde van de overval thuis was. De moeder van verdachte heeft verklaard dat haar zoon op de bewuste dag om 19.50 uur thuis was. Zij is toen weggegaan en toen zij omstreeks 20.20 uur thuis kwam, was haar zoon ook thuis.

De oma van verdachte heeft verklaard dat zij op 23 november 2014 de hele avond thuis was. Tussen 19.30 uur en 20.30 uur zat zij in de woonkamer tv te kijken. [verdachte] zat boven op zijn kamer. Hij zat muziek te luisteren. Zij had zicht op de trap in de gang. De deur tussen de kamer en de trap stond open.

De rechtbank is van oordeel dat deze getuigen geen sluitend alibi voor verdachte leveren.

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de daders omstreeks 20.10 uur in de woning zijn gekomen. Uit het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] blijkt dat zij om 20.20 uur de melding van de woningoverval te Oss kregen. Dit sluit aan bij de verklaring van aangever dat om 20.10 uur op het raam is geklopt, de daders een zeer korte tijd binnen zijn geweest en dat aangever, nadat de daders de woning hebben verlaten, meteen naar de buren is gegaan, waarna de politie is gebeld. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de overval omstreeks 20.10 uur heeft plaatsgevonden en de daders korte tijd binnen zijn geweest.

Gelet op de zeer korte afstand tussen de plaats van het delict en het woonadres van verdachte is het zeer wel mogelijk dat verdachte na het plegen van de overval om 20.20 uur weer thuis was. Ook de verklaring van de oma van verdachte levert geen sluitend alibi op, nu uit haar verklaring niet is gebleken dat zij tussen 19.30 uur en 20.30 uur die avond constant zicht op verdachte heeft gehad. De verklaringen van de moeder en oma van verdachte sluiten niet uit dat verdachte bij de overval betrokken is geweest.

Bewijsoverweging.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank het navolgende af.

Op 23 november 2014 vindt er een woningoverval plaats te Oss, waarbij niets is weggenomen. De daders hebben op het raam van de woning geklopt, waarna de vrouw des huizes de deur heeft opengemaakt. Haar is een wapen voor de borst gehouden, waarna zij de dader heeft binnengelaten. Deze dader is de woonkamer in gegaan, waarna de echtgenoot van de vrouw een wapen tegen de borst is gehouden. De dader wilde geld en heeft een kastje en een tas in de woonkamer doorzocht. Terwijl de eerste dader in de woonkamer was, heeft de tweede dader boven een slaapkamer doorzocht. Na een fluitsignaal hebben beide daders de woning verlaten.

[getuige 2] heeft rechtstreeks van verdachte gehoord dat hij de overval op [adres 2] te Oss heeft gepleegd samen met medeverdachte [medeverdachte]. [getuige 2] had vóór de overval een wapen aan verdachte geleverd. Na de overval heeft hij dit wapen van medeverdachte [medeverdachte], in aanwezigheid van verdachte, teruggekregen. Het betreffende wapen is door de politie bij [getuige 2] aangetroffen. Toen verdachte en de medeverdachte als daders van de overval werden genoemd, heeft er een whats app gesprek plaatsgevonden tussen [getuige 2] en verdachte, waarin [getuige 2] aangeeft dat ze ‘busted’ zijn. Daarmee wordt aldus [getuige 2] bedoeld dat ze genaaid zijn. Dit bericht had betrekking op de overval. [getuige 3] heeft een foto gemaakt van dit bericht.

Ook getuige [getuige 6] heeft rechtstreeks van verdachte gehoord dat hij de overval met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd.

[getuige 4] heeft verklaard dat hij door verdachte is benaderd om een overval te plegen op het bejaarde echtpaar, maar dat hij dit heeft geweigerd.

Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, waaronder laatstgenoemde verklaringen, de whats app berichten en de verklaringen van aangevers acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 23 november 2014 te Oss tezamen en in vereniging met een ander de poging tot diefstal met bedreiging met geweld heeft gepleegd.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

op 23 november 2014 te Oss ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld , toebehorende aan [slachtoffer 1] (geboren [1935]) en/of [slachtoffer 2] (geboren [1931]), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, met zijn mededader bij de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], nadat de voordeur werd geopend, op dreigende wijze een vuurwapen heeft getoond en die woning is binnengedrongen en eenmaal in die woning gekomen dat vuurwapen tegen, althans voor, de borst van die [slachtoffer 1] en /of [slachtoffer 2] heeft gehouden en heeft gezegd dat hij en zijn mededader geld wilden hebben, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

  • -

    Een jeugddetentie van 160 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 120 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde van toezicht van de jeugdreclassering, ook indien dit inhoudt individuele behandeling en het volgen van MST, met daarbij de bepaling dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

  • -

    Een werkstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen jeugddetentie;

  • -

    Tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde 20 uren werkstraf.

Gelet op de ernst van het feit acht de officier van justitie een voorwaardelijke werkstraf, zoals door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd, niet op zijn plaats. Om de positieve ontwikkelingen van de ingezette hulpverlening niet te doorbreken, heeft de officier van justitie een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest gevorderd. Daarnaast vindt de officier van justitie een voorwaardelijke jeugddetentie en een werkstraf passend en geboden.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Mocht de rechtbank verdachte niet vrijspreken dan heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte 41 dagen in voorarrest heeft gezeten. Na zijn schorsing heeft hij twee maanden huisarrest gehad. Verdachte gaat naar school en loopt stage, hij heeft de leerstraf So Cool uitgevoerd en MST is ingezet in het gezin.

De raadsvrouw verzoekt bij een strafoplegging een vrijheidsstraf gelijk aan het voorarrest en een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen. Voorts heeft de raadsvrouw verzocht in de zaak met parketnummer 01/854070-12 de proeftijd te verlengen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Op 13 februari 2015 heeft de psycholoog drs. M. Kaper-Janssen Steenberg een rapport omtrent verdachte opgemaakt. De deskundige concludeert tot [conclusie]. Het gedrag dat hij laat zien kwalificeert de deskundige als [conclusie]. Omtrent de mate van toerekeningsvatbaarheid is niet geadviseerd als gevolg van verdachtes beroep op het zwijgrecht. Naast deze rapportage is er een rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 4 mei 2015 en een rapport van de William Schrikker Jeugdreclassering van 12 januari 2015.

Ter terechtzitting is de deskundige van de William Schrikker Groep gehoord. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de inhoud van voornoemde rapportages en de door de deskundige ter zitting gegeven toelichting met betrekking tot de voortgang van de opgestarte begeleiding.

Ter voorkoming van herhaling en ter bevordering van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling is het van belang dat de problematiek bij verdachte en zijn ouders helder in beeld komt, enerzijds om overvraging van verdachte te voorkomen en anderzijds om het belang in te zien van intensieve begeleiding, sturing en monitoring van verdachte. De reeds ingezette Multi System Therapie, opvoedondersteuning gericht op de licht verstandelijke beperking van verdachte, dient te worden voortgezet, aangevuld met een individueel traject, passend bij verdachtes niveau.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal met bedreiging met geweld. Verdachte is samen met zijn mededader bewapend met een vuurwapen de woning van een hoogbejaard echtpaar binnengedrongen. Het wapen is in de woonkamer tegen de borst van de in de woning aanwezige man geduwd. Terwijl zijn mededadere in de woonkamer van de woning de bewoners in bedwang heeft gehouden en naar geld heeft gezocht, heeft verdachte boven in de slaapkamer naar geld gezocht.

De woning is bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Een overval in een woning veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoners in het bijzonder en in de samenleving in het algemeen. Een overval is voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring waar zij nog jarenlang last van kunnen hebben.

Verdachte heeft een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. De bedreigingen met het vuurwapen moeten een grote indruk op de slachtoffers hebben gemaakt. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de slachtofferverklaringen blijkt dat dit ook, met name met betrekking tot [slachtoffer 2], het geval is. Mede gelet op de zeer hoge leeftijd van de slachtoffers (79 en 83 jaar) gaat het om een laffe en gewetenloze daad.

Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken en heeft zich enkel laten leiden door financiële motieven.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat uit een verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 mei 2015 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een vermogensdelict en een geweldsdelict. Daarnaast heeft verdachte het feit gepleegd in de proeftijd van twee eerdere veroordelingen.

Het recidiverisico wordt door de Raad voor de Kinderbescherming als hoog ingeschat. De psycholoog schat het recidiverisico matig tot hoog in.

De psycholoog en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren in het kader van een voorwaardelijke straf een toezicht van de jeugdreclassering, het verder meewerken aan het ingezette MST traject en een individueel traject, wat gericht is op het verbeteren van zijn morele vaardigheden, het verbeteren van copingsvaardigheden, leren om probleemsituaties te signaleren en vermijden en het kiezen van een positieve vriendengroep als ook te leren om eerst na te denken alvorens te doen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting en de op die zitting gegeven toelichting van de deskundige van de William Schrikker Groep is de rechtbank gebleken dat het de laatste weken wat beter lijkt te gaan met verdachte. De Multi System Therapy is opgestart en op dit moment zit deze therapie in de afrondende fase. MST betreft standaard een traject van 5 tot 6 maanden. Verdachte is zich steeds beter gaan houden aan de afspraken.

Het bewezen verklaarde feit betreft een ernstig feit, dat in beginsel het opleggen van een lange onvoorwaardelijke jeugddetentie rechtvaardigt. De rechtbank constateert dat de voorlopige hechtenis inmiddels is geschorst en de hulpverlening is opgestart. De rechtbank wil de recente positieve ontwikkelingen niet doorkruisen door het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie, langer dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een jeugddetentie voor een duur gelijk aan het voorarrest.

De rechtbank zal daarnaast, gelet op de ernst van het feit, een forse voorwaardelijke jeugddetentie opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zal zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

Naast voornoemde straf acht de rechtbank een werkstraf van 120 uren passend en geboden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van meerdere personen. Verdachte heeft immers met zijn mededader met een vuurwapen een bejaard echtpaar in hun woning overvallen en hen daarbij met dit vuurwapen bedreigd. Dit feit heeft verdachte gepleegd gedurende de proeftijd van twee eerdere veroordelingen. Het recidivegevaar wordt door de psycholoog als matig tot hoog ingeschat en door de Raad voor de Kinderbescherming als hoog ingeschat. Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat bij het domein ‘agressie’ de risicofactor hoog is. Bij een hoge score betekent dit dat er veel problemen zijn op dit gebied. Gezien [conclusie] is intensieve begeleiding en monitoring van verdachte van belang. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht te stellen bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

De rechtbank zal een zwaardere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking brengt.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/854070-12.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd, die bij beslissing van de kinderrechter op 7 oktober 2014 met een jaar is verlengd, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 27, 45, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 77za, 310, 312.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

* Jeugddetentie voor de duur van 221 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27Wetboek van Strafrecht waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en - medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen

die worden gegeven door de jeugdreclassering, William Schrikker Groep, afdeling Jeugdreclassering, Postbus 12685, 1100 AR Amsterdam (tel. 088-5260000), ook als dit inhoudt het volgen van een individueel behandeltraject en opvoedingsondersteuning in de vorm van Multi System Therapy-lvb bij Prisma;

- zich gedurende de proeftijd op de door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze

instelling dat noodzakelijk acht;

Geeft op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht opdracht aan voornoemde William Schrikker Groep tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht gesteldevoorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr. uit te oefenen toezicht,dadelijk uitvoerbaar zijn.

* Werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen jeugddetentie.

De termijn waarbinnen de werkstraf moet zijn verricht bedraagt ten hoogste één jaar.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is bij beschikking van 13 januari 2015 met ingang van 14 januari 2015 reeds geschorst.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te 's-Hertogenbosch d.d. 20 november 2012, gewezen onder parketnummer 01/854070-12, te weten:

Werkstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen jeugddetentie.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. H.M. Hettinga en mr. J.G. Vos, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 19 juni 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost Brabant, districtelijke Opsporing Maasland , genummerd PL2100-2014174663.

2 Aangifte [slachtoffer 1] van 23 november 2014, pag. 99-100

3 Aanvullende verklaring [slachtoffer 1] van 24 november 2014, pag. 102

4 Aangifte [slachtoffer 2] van 23 november 2014, pag. 102-103

5 Verklaring [slachtoffer 2] van 24 november 2014, pag. 109-110

6 Bevindingen verbalisanten pag. 111

7 Verklaring [getuige 2] van 3 december 2014, pag. 226

8 Verklaring [getuige 2] , pag. 227

9 Verklaring [getuige 2], pag. 230

10 Verklaring [getuige 2], pag. 231

11 Gespreksuitdraai pag. 235

12 Verklaring [getuige 2], pag. 233-234

13 Bevindingen verbalisanten pag. 90 en 122-123

14 Bevindingen verbalisant pag. 141-143

15 Verklaring [getuige 3], pag. 184-185

16 Verklaring [getuige 3], pag. 190

17 Verklaring [getuige 3], pag. 193

18 Verklaring [getuige 4] pag. 179

19 Bevindingen verbalisant, pag. 138

20 Verklaring [getuige 6], pag. 170-171

21 Bericht pag. 235