Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:3356

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
12-06-2015
Datum publicatie
12-06-2015
Zaaknummer
01/845822-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van poging tot diefstal in vereniging vergezeld/gevolgd van geweld. Het strafdossier bevat onvoldoende gegevens om een van de twee inbrekers te kunnen aanwijzen als geweldpleger en ook is niet voldaan aan de eisen om medeplegen bewezen te verklaren.

Veroordeling voor poging inbraak, mishandeling meermalen gepleegd, bedreiging meermalen gepleegd waarbij personeel van de Intensive Care van het ziekenhuis slachtoffer is geworden en vernielingen (o.a. ook binnen het ziekenhuis).

Verdachte is met betrekking tot een deel van de feiten verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 300 dagen met aftrek van voorarrest waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Verdachte moet ook een ambulante behandeling ondergaan in verband met zijn persoonlijkheidsproblematiek en zijn verslavingsproblematiek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/845822-14, 01/ 845112-15 en 01/164707-14 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 12 juni 2015

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1995],

wonende te [woonplaats], [adres 1],

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 mei 2015.

Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte onder de hiervoor genoemde parketnummers aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 29 april 2015.

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 01/845822-14 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 augustus 2014 te Vught, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, te weten [adres 2], weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot bovengenoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) daartoe een slotplaat van de serre heeft/hebben verwijderd en/of een ruit heeft/hebben ingeslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen die [slachtoffer 1] in/tegen het gezicht heeft/hebben geslagen;

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 01/845112-15 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 februari 2015 te Uden

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of een andere medewerker van het

Ziekenhuis Bernhoven heeft mishandeld door

- die [slachtoffer 3] meermalen, althans éénmaal, met kracht bij diens keel heeft

vast te pakken en/of vast te houden en/of diens keel dicht te knijpen en/of

dicht geknepen te houden, en/of

- die [slachtoffer 4] in diens arm te bijten, en/of

- een andere medewerker van het voornoemd ziekenhuis met kracht te duwen en/of

te stompen;

2.

hij op of omstreeks 15 februari 2015 te Uden

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of (een) andere medewerker(s) van het

ziekenhuis Bernhoven heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de

algemene veiligheid van personen of gemeen gevaar voor de verlening van

diensten ontstaat, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 3]

en/of [slachtoffer 4] en/of andere medewerker(s) van voornoemd ziekenhuis dreigend de

woorden toegevoegd :"ik maak je kapot", althans woorden van gelijke dreigende

aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 15 februari 2015 te Uden opzettelijk en wederrechtelijk

een infuuspomp, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Bernhoven ziekenhuis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 01/164707-14 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 31 juli 2014 te 's-Hertogenbosch opzettelijk en

wederrechtelijk een telefoon en/of een muur, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [stichting],

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield

en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Partiële vrijspraak met betrekking het in de zaak met parketnummer 01/845822-14 ten laste gelegde.

Anders dan de officier van justitie maar met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte van de tenlastegelegde geweldpleging moet worden vrijgesproken. Weliswaar staat op grond van het strafdossier en de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting genoegzaam vast dat de verdachte en zijn mededader op de tenlastegelegde datum hebben ingebroken in de woning aan de [adres 2] te Vught, maar zijn daaraan onvoldoende aanknopingspunten te ontlenen dat de verdachte de tenlastegelegde geweldshandelingen heeft gepleegd of heeft medegepleegd.

Daartoe overweegt de rechtbank dat de verdachte ter terechtzitting heeft ontkend een van de bewoners op de vlucht te hebben geslagen en dat het strafdossier onvoldoende gegevens bevat om een van de twee inbrekers te kunnen aanwijzen als de geweldpleger. Evenmin zijn er voldoende gegevens voorhanden op grond waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat de verdachte – als hij de bewoner niet heeft geslagen en zijn mededader wel – niettemin via de band van het medeplegen voor het alsdan door zijn mededader gebruikte geweld mede verantwoordelijk kan worden gehouden. Immers, het strafdossier behelst niet waaruit zou kunnen worden geconcludeerd dat verdachten tevoren rekening hebben gehouden met de mogelijkheid van het gebruiken van geweld of dat zij hierover afspraken hebben gemaakt noch iets waaruit zou kunnen blijken dat de verdachte daaraan een bijdrage van een zodanig gewicht heeft geleverd dat hij als medepleger kan worden aangemerkt.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

parketnummer 01/845822-14:

op 14 augustus 2014 te Vught, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, te weten [adres 2], weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], en zich daarbij de toegang tot bovengenoemde woning te verschaffen door middel van braak, daartoe een slotplaat van de serre heeft verwijderd en een ruit heeft ingeslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

parketnummer 01/845112-15:

1.

op 15 februari 2015 te Uden [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en een andere medewerker van het Ziekenhuis Bernhoven heeft mishandeld door

- die [slachtoffer 3] meermalen met kracht bij diens keel vast te pakken en vast te houden en diens keel dicht te knijpen en dicht geknepen te houden, en

- die [slachtoffer 4] in diens arm te bijten, en

- een andere medewerker van het voornoemd ziekenhuis te stompen;

2.

op 15 februari 2015 te Uden [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en een andere medewerker heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en een andere medewerker dreigend de woorden toegevoegd :"ik maak je kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

op 15 februari 2015 te Uden opzettelijk en wederrechtelijk een infuuspomp, toebehorende aan Bernhoven ziekenhuis, heeft beschadigd;

parketnummer 01/164707-14:

op 31 juli 2014 te 's-Hertogenbosch opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon en een muur, toebehorende aan [stichting], heeft beschadigd.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01/845822-14 ten laste gelegde, het onder 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer 01/845112-15 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 01/164707-14 ten laste gelegde een gevangenisstraf voor de duur van 405 dagen met aftrek van voorarrest waarvan 180 dagen voorwaardelijk en met de bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het reclasseringsrapport.

De officier van justitie verzoekt deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

De officier van justitie heeft voorts verzocht de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Toen zij in de woning op zoek waren naar geld en/of goederen zijn de bewoners thuisgekomen, waarop verdachte en zijn medeverdachte zonder buit zijn gevlucht. De confrontatie met de inbrekers moet een grote schrik voor de bewoners zijn geweest. De woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. Verdachte heeft hier met zijn handelen inbreuk op gemaakt. Een inbraak in de woning veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoners en bij de samenleving in het algemeen. Een inbraak brengt daarnaast materiële schade en overlast met zich. Verdachte heeft zich hier niets van aangetrokken en heeft enkel oog gehad voor het financiële gewin dat hij en/of zijn medeverdachte bij de woninginbraak zouden hebben.

Verder heeft verdachte een beveiliger van het ziekenhuis en ander ziekenhuispersoneel mishandeld en met de dood bedreigd en heeft hij een infuuspomp van het ziekenhuis beschadigd. Verdachte was ’s nachts in comateuze toestand aangetroffen en is vervolgens op de Intensive Care van het Ziekenhuis Bernhoven opgenomen. Toen verdachte die ochtend bijkwam was hij direct verbaal agressief in de richting van het ziekenhuispersoneel. De beveiliging is daarop gealarmeerd en toen een beveiliger ter plaatse kwam heeft verdachte hem mishandeld door meerdere keren zijn keel dicht te knijpen. Ook heeft verdachte de beveiliger meermalen met de dood bedreigd. [slachtoffer 4], een medewerker van het ziekenhuis, is de beveiliger te hulp geschoten. Verdachte heeft [slachtoffer 4] daarop in zijn arm gebeten en heeft ook hem met de dood bedreigd. Bovendien is nog een medewerker van het ziekenhuis door verdachte bedreigd en mishandeld. Verdachte heeft deze medewerker een stomp gegeven. Verdachte heeft op enig moment ook tegen een infuuspomp aangetrapt, waardoor deze beschadigd is geraakt. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij zich in een ziekenhuis op een dergelijke grove wijze heeft misdragen. Hij bevond zich nota bene op de Intensive Care, een afdeling waar zeer kwetsbare patiënten liggen die van de zorg van het ziekenhuispersoneel afhankelijk zijn. Hetgeen is gebeurd moet een zeer grote impact op het ziekenhuispersoneel, de patiënten en op andere aanwezigen hebben gehad. De emotionele impact van zijn misdragingen is al erg genoeg. Verdachte heeft echter door zijn gedrag ook nog eens de veiligheid van andere patiënten in gevaar gebracht. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan.

De rechtbank houdt er voorts ten bezware van verdachte rekening mee dat verdachte eerder wegens diefstallen en bedreigingen is veroordeeld.

De rechtbank houdt er anderzijds rekening mee dat verdachte blijkens het rapport van de psycholoog W.J.P Gaertner in ieder geval ten aanzien van hetgeen in het Ziekenhuis Bernhoven heeft plaatsgevonden verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

De rechtbank acht het gelet op het psychologisch rapport en het reclasseringsrapport noodzakelijk dat verdachte, om een herhaling van strafbare feiten te voorkomen, een behandeling voor zijn persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek zal ondergaan. Zowel de psycholoog als de reclassering adviseert een klinische behandeling als voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel. Verdachte heeft echter ter terechtzitting te kennen gegeven niet aan een klinische behandeling mee te zullen werken. Verdachte wil wel een ambulante behandeling ondergaan en wil ook aan reclasseringstoezicht meewerken. De rechtbank is, gezien de rapportages van de psycholoog en de reclassering, van oordeel dat een klinische behandeling de meest wenselijke behandeling is. Echter, nu verdachte stellig te kennen heeft gegeven niet aan een dergelijke behandeling mee te zullen werken en er dan de voorkeur aangeeft om het voorwaardelijk strafdeel in detentie uit te zitten, acht de rechtbank het voorspelbaar dat de oplegging van het verplicht ondergaan van een klinische behandeling als bijzondere voorwaarde onvermijdelijk zal resulteren in de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel. Verdachte is dan nog steeds onbehandeld gebleven, hetgeen zeer onwenselijk is, omdat het gevaar van herhaling van (ernstige) strafbare feiten en met name geweldsdelicten in dat geval groot zal zijn en blijven. De rechtbank zal verdachte om die reden een deels voorwaardelijke straf opleggen met als bijzondere voorwaarden - kort gezegd - reclasseringscontact, het ondergaan van een ambulante behandeling, het verblijven in een voorziening voor begeleid wonen en een verbod om alcohol en harddrugs te gebruiken. Verdachte erkent immers dat hij hulp nodig heeft om zijn leven beter op orde te krijgen en hij heeft zich uitdrukkelijk bereid verklaard op deze wijze wel geholpen te willen worden. De rechtbank hoopt dan ook dat verdachte deze kans aangrijpt, dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt en bewijst dat hij het op deze manier kan door op juiste wijze invulling aan deze voorwaarden te geven.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf van na te melden duur. De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en als stok achter de deur met betrekking tot de bijzondere voorwaarden die aan de voorwaardelijke straf zullen worden verbonden. De rechtbank ziet geen aanleiding te bepalen dat deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank - anders dan de officier van justitie - de geweldscomponent bij de woninginbraak niet bewezen acht en de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde, ook gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en de verminderde toerekeningsvatbaarheid ten aanzien van hetgeen in het Ziekenhuis Bernhoven heeft plaatsgevonden, voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij Ziekenhuis Bernhoven. De benadeelde partij heeft een schadevergoeding van € 653,54 inclusief BTW gevorderd. Dit schadebedrag ziet op de kosten van het vervangingsonderdeel alsmede op de arbeidskosten van de medisch technicus die de controle en de reparatie aan de infuuspomp heeft uitgevoerd. De rechtbank is echter niet duidelijk of de BTW door het ziekenhuis kan worden verrekend. De woordvoerder van de benadeelde partij - daar ter zitting naar gevraagd - heeft aangegeven geen antwoord te kunnen geven op de vraag of het ziekenhuis de BTW kan verrekenen. De rechtbank is van oordeel dat een schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen hierover duidelijkheid te verschaffen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal de benadeelde partij om die reden niet ontvankelijk in de vordering verklaren.

De benadeelde partij kan deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 285, 300, 310, 311, 350.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/845822-14:poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braakT.a.v. 01/845112-15 feit 1:mishandeling, meermalen gepleegdT.a.v. 01/845112-15 feit 2:bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegdT.a.v. 01/845112-15 feit 3:opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een andertoebehoort, beschadigen

T.a.v. 01/164707-14: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. 01/845822-14, 01/845112-15 feit 1, feit 2, feit 3, 01/164707-14:Gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27Wetboek van Strafrecht waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering, Dr. Cuyperslaan 80, 5623 BB Eindhoven. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich ambulant zal laten behandelen voor zijn persoonlijkheidsstoornis en verslavingsproblematiek bij GGzE De Omslag of bij soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- zich zal vestigen in een begeleide woonvoorziening of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, daar zal verblijven en zich zal houden aan het (dag)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, wanneer en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich zal onthouden van het gebruik van harddrugs en alcohol, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De controle op de naleving hiervan zal worden ondersteund door middel van middelencontrole,

waarbij de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Opheffing van het in de zaak met parketnummer 01/845112-15 tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Opheffing van het in de zaak met parketnummer 01/845822-14 tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 3 november 2014 reeds geschorst.

T.a.v. 01/845112-15 feit 3:Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij Ziekenhuis Bernhoven in de vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.A. Waals, voorzitter,

mr. C.P.J. Scheele en mr. B.A.J. Zijlstra, leden,

in tegenwoordigheid van mr. F. van Hulst, griffier,

en is uitgesproken op 12 juni 2015.