Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:3228

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
05-06-2015
Datum publicatie
05-06-2015
Zaaknummer
01/879299-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 8 jaren met aftrek voorarrest en tbs met dwangverpleging voor het plegen van ontucht, waaronder het seksueel binnendringen, met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige. Daarnaast heeft verdachte kinderporno vervaardigd, verspreid en in bezit gehad en het plegen van ontucht van een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige met een derde opzettelijk bevorderd.

Rechtmatigheid beslag en onderzoek aan gegevensdragers (smartphone en computer), artikel 94Sv, voldoende wettelijke grondslag.

Tbs; weigerende observandus.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummers: 01/879299-13 en 01/860257-14 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 05 juni 2015

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in P.I. Grave, locatie Oosterhoek [hvb], te Grave.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 februari 2014, 9 mei 2014, 1 augustus 2014, 24 oktober 2014 [zaak met parketnummer 01/879299-13] 12 december 2014, 30 januari 2015, 3 april 2015 en 22 mei 2015 [zaken onder beide hiervoor genoemde parketnummers].

Ter terechtzitting van 12 december 2014 heeft de rechtbank de tegen verdachte onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 30 januari 2014 [parketnummer 01/879299-13] en van 25 oktober 2014 [parketnummer 01/860257-14]. Nadat de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 01/879299-13 op de terechtzitting van 12 december 2014 is gewijzigd, is aan verdachte het navolgende ten laste gelegd.

In de zaak met parketnummer 01/879299-13.

1. hij in de periode van 23 juli 2013 tot en met 23 oktober 2013 te Lithoijen en/of elders in Nederland, met [slachtoffer 1] (geboren [2003]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn vinger(s) en/of penis geheel of gedeeltelijk in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 1] gebracht

en/of

hij in de periode van 23 juli 2013 tot en met 23 oktober 2013 te Lithoijen en/of elders in Nederland, met [slachtoffer 1], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten en/of andere lichaamsdelen van die [slachtoffer 1] met onder andere de penis, (een) vinger(s) en/of hand terwijl hij dit feit mede heeft begaan op momenten dat dit kind aan zijn waakzaamheid was toevertrouwd;

2. A. hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 05 oktober 2012 tot en met 23 oktober 2013, te Lithoijen en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een (groot) aantal afbeeldingen, te weten foto('s) en/of video('s) en/of (een) film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten een USB-stick (beslagnummer: 583333) en/of een of meer mobiele telefoons (merk: Blackberry, beslagnummer: 583939) en/of een computer (merk IBM, beslagnummer: 583714) en/of een of meer optical disc('s) (beslagnummers: 588275 en/of 588290 en/of 588300 en/of digitaal nummer [nummer]) bevattende (een) (grote) hoeveelheid afbeelding(en), heeft verspreid en/of verworven en/of in bezit gehadterwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of het oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (zie (onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeelding onder vermelding van [bestand 1] en/of [bestand 2] en/of [bestand 3] en/of [bestand 4];

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (zie (onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeelding onder vermelding van [bestand 5] en/of [bestand 6] en/of [bestand 7] en tevens omschreven in proces-verbaal 2013110550-117 opgemaakt op 17 oktober 2014);

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (zie (onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeelding onder vermelding van [bestand 8] en/of [bestand 9] en/of [bestand 10] en/of [bestand 11] en tevens omschreven in proces-verbaal 2013110550-117 opgemaakt op 17 oktober 2014);

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (zie (onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeelding onder vermelding van [bestand 12] en tevens omschreven in proces-verbaal 2013110550-117 opgemaakt op 17 oktober 2014)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

en/of

B. hij op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 16 augustus 2013 tot en met 18 augustus 2013 te Lithoijen en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), een (groot) aantal afbeeldingen, te weten foto('s) en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten een USB-stick (beslagnummer: 583333) en/of een of meer mobiele telefoons (merk: Blackberry, beslagnummer: 583939) bevattende (een) grote hoeveelheid afbeelding(en), heeft vervaardigd terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2003]), welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van [slachtoffer 1] (geboren op [2003]) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (zie (onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeelding onder vermelding van [bestand 13]);

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van [slachtoffer 1] die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (zie (onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeelding onder vermelding van [bestand 14]);

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van [slachtoffer 1] die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (zie (onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeelding onder vermelding van [bestand 15]) (art 240b Wetboek van Strafrecht).

In de zaak met parketnummer 01/860257-14.

1. hij in of omstreeks de periode van 4 februari 2009 tot en met 14 september 2011 te Tilburg, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 1] (geboren [2003]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn penis en/of vinger(s) in de mond en/of vagina en/of de anus van die [slachtoffer 1] gebracht;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 4 februari 2009 tot en met 14 september 2011 te Tilburg, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 1] (geboren [2003]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:

* het uitkleden van die [slachtoffer 1] en/of

* het betasten van de borsten en/of vagina van die [slachtoffer 1] en/of

* het brengen van zijn (geheel of gedeeltelijk) ontblote lichaam tegen het (geheel of gedeeltelijk) ontblote lichaam van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) het zoenen van die [slachtoffer 1] en/of

* het brengen van zijn penis tegen de vagina, anus, billen en/of mond, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

* het likken van die [slachtoffer 1] en/of het onder spuiten van die [slachtoffer 1] (met sperma);

terwijl de schuldige dit feit heeft begaan tegen een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

2. hij in of omstreeks de periode van 23 juli 2013 tot en met 23 oktober 2013 in Lithoijen en/of Tilburg en/of Lekkerkerk, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, heeft gepoogd om [slachtoffer 2] door in artikel 47, eerste lid onder 2e van het Wetboek van Strafrecht vermelde middelen, door beloften en/of door het verschaffen van inlichtingen te bewegen tot het plegen van het navolgende strafbare feit, te weten het verrichten van een of meer handeling(en), die bestaan uit of mede bestaan uit het (medeplegen van) seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] (geboren [2003]), in elk geval (een) kind die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet bereikt had, immers heeft verdachte met dat opzet, meermalen, althans eenmaal,

* voornoemde [slachtoffer 2] - via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet en/of telefoonverkeer - (kinderpornografische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toegestuurd en/of

* die [slachtoffer 2] - via Whatsapp en/of Skype althans via (enig) dataverkeer/ internet en/of telefoonverkeer aangeboden/gevraagd om seks/(geslachts)gemeenschap te hebben met [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 1] te (laten)likken, al dan niet tegelijkertijd met verdachte, althans woorden van gelijke strekking;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 23 juli 2013 tot en met 23 oktober 2013 in Lithoijen en/of Lekkerkerk en/of Tilburg, althans in Nederland, meermalen het plegen van ontucht door een aan zijn waakzaamheid en/of zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2003]), in elk geval een minderjarig kind, met [slachtoffer 2], althans een derde, opzettelijk heeft bevorderd en /of teweeggebracht, door, meermalen, althans eenmaal,

* voornoemde [slachtoffer 2] via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet en/of telefoonverkeer (kinderpornografische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toe te sturen en/of

* die [slachtoffer 2] via Whatsapp en/of Skype althans via dataverkeer/internet en/of telefoonverkeer aan te bieden / te vragen om seks te hebben met [slachtoffer 1], al dan niet tegelijkertijd met verdachte en/of om die [slachtoffer 1] te (laten) likken en/of te vingeren, althans woorden van gelijke strekking, bestaande die ontuchtige handelingen onder meer uit he hebben van geslachtsgemeenschap en/of het vingeren (in vereniging), althans het penetreren van lichaamsholtes (in vereniging) met/van voornoemd kind;

3. [medeverdachte 1] in of omstreeks de periode van 4 februari 2009 tot en met 14 september 2011 te Tilburg ([adres 1]), althans in Nederland, met [slachtoffer 1], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende die [medeverdachte 1] zijn vingers en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht, hebbende verdachte, toen en daar en/of elders in Nederland door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen dit feit opzettelijk uitgelokt, te weten door:

* die [medeverdachte 1] - via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet - (kinderporno-grafische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toe te sturen en/of

* die [slachtoffer 1] naar de woning van die [medeverdachte 1] te brengen / vervoeren en/of

* die [slachtoffer 1] (in het bijzijn) van die [medeverdachte 1] uit te kleden en/of

* die [medeverdachte 1] - al dan niet via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet - mee te delen dat [slachtoffer 1] makkelijk is/was en/of er niet over zou praten, althans woorden van gelijke strekking;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 4 februari 2009 tot en met 14 september 2011 in Tilburg, althans in Nederland, (telkens) het plegen van ontucht door een aan zijn waakzaamheid en/of zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2003]), in elk geval een minderjarig kind met [medeverdachte 1] opzettelijk heeft bevorderd en /of teweeggebracht, door met dat opzet, meermalen, althans eenmaal,

* die [medeverdachte 1] - via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet - (kinderpornografische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toe te sturen en/of

* die [slachtoffer 1] naar de woning van die [medeverdachte 1] te brengen / te vervoeren en/of

* die [slachtoffer 1] (in het bijzijn) van die [medeverdachte 1] uit te kleden en/of

* die [medeverdachte 1] - al dan niet via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet - mee te delen dat [slachtoffer 1] makkelijk is/was en/of er niet over zou praten, althans woorden van gelijke strekking,

bestaande die ontuchtige handelingen onder meer uit het hebben van geslachtsgemeenschap en/of het vingeren met/van voornoemd kind, althans het penetreren van lichaamsholtes van voornoemd kind (al dan niet in vereniging met en/of in het bijzijn van verdachte);

4. hij in of omstreeks de periode van 23 juli 2013 tot en met 23 oktober 2013 in Lithoijen en/of Tilburg, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal heeft gepoogd om [medeverdachte 1] door in artikel 47, eerste lid onder 2e van het Wetboek van Strafrecht vermelde middelen, door beloften en/of door het verschaffen van inlichtingen, te bewegen tot het plegen van het navolgende strafbare feit, te weten het verrichten van een of meer handeling(en), die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] (geboren [2003]) in elk geval een kind die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, immers heeft verdachte met dat opzet, meermalen, althans eenmaal,

* voornoemde [medeverdachte 1] - via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/ internet - (kinderporno-grafische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toegestuurd en/of

* die [medeverdachte 1] - via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet - aangeboden om (wederom) seks/geslachtsgemeenschap te hebben met [slachtoffer 1];

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 23 juli 2013 tot en met 23 oktober 2013 in Lithoijen en/of Tilburg, althans in Nederland, (telkens) het plegen van ontucht door een aan zijn waakzaamheid en/of zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2003]), in elk geval een minderjarig kind met [medeverdachte 1], althans een derde, opzettelijk heeft bevorderd en /of teweeggebracht, door met dat opzet, meermalen, althans eenmaal,

* voornoemde [medeverdachte 1] - via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet - (kinderporno-grafische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toe te sturen en/of

* die [medeverdachte 1] - via Whatsapp en/of Skype althans via (enig) dataverkeer/internet - aan te bieden om (wederom en/of samen) seks/geslachtsgemeenschap te hebben met [slachtoffer 1] en/of

* die [medeverdachte 1] - al dan niet via Whatsapp en/of Skype althans via (enig) dataverkeer/internet - mee te delen dat hij [slachtoffer 1] (daartoe) naar de woning van die [medeverdachte 1] zal brengen, en bestaande die ontuchtige handelingen onder meer uit het hebben van geslachtsgemeenschap met voornoemd kind;

5. hij in of omstreeks de periode van 11 september 2013 tot en met 23 oktober 2013 in Lithoijen, De Lier en/of Den Haag, althans in Nederland, (telkens) het plegen van ontucht door een aan zijn waakzaamheid en/of zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2003]), in elk geval een minderjarig kind met [medeverdachte 2] / [naam], althans een derde, opzettelijk heeft bevorderd en /of teweeggebracht, door met dat opzet, meermalen, althans eenmaal,

* voornoemde [medeverdachte 2]/[naam] - via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet - (kinderpornografische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toe te sturen en/of

* die [medeverdachte 2]/[naam] - via Whatsapp en/of Skype althans via (enig) dataverkeer/internet - aan te bieden om (al dan niet samen met verdachte) seks/geslachtsgemeenschap te hebben met [slachtoffer 1] (al dan niet in het bijzijn van andere (zeer) jonge, althans minderjarige, kinderen), en bestaande die ontuchtige handelingen onder meer uit het hebben van seks/geslachtsgemeenschap met voornoemd kind.

De formele voorvragen.

De geldigheid van de dagvaarding ten aanzien van parketnummer 01/879299-14.

De raadsman heeft betoogd dat de wijze waarop het bezit van kinderpornografische afbeeldingen aan verdachte ten laste is gelegd niet in overeenstemming is met de eisen zoals de Hoge Raad die in het arrest van 24 juni 2014 [ECLI:NL:HR:2014:1497] heeft gesteld en dat de tenlastelegging van dit feit onvoldoende feitelijk is omschreven als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De dagvaarding moet – aldus de raadsman – ten aanzien van dit feit nietig worden verklaard.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in de onderhavige zaak gehanteerde wijze van ten laste leggen toelaatbaar is gelet op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en recente uitspraken van deze rechtbank in soortgelijke zaken. De officier van justitie acht de dagvaarding ten aanzien van parketnummer 01/879299-14, feit 2, voldoende feitelijk. Zij is van oordeel dat het door de raadsman gevoerde verweer tot partiële nietigheid van de dagvaarding moet worden verworpen.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Aan de term “afbeelding van een seksuele gedraging”, in de zin van artikel 240b eerste lid van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), komt op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis toe. Zonder feitelijke omschrijving van die afbeelding in de tenlastelegging voldoet de dagvaarding niet aan de in artikel 261, eerste lid, Sv gestelde eis van opgave van het feit.

In zijn arrest van 24 juni 2014, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2014:1497, heeft de Hoge Raad een aantal redenen gegeven waarom het de voorkeur verdient dat de steller van een tenlastelegging het bezit van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal ten laste legt op de wijze zoals de Hoge Raad dat in zijn arrest heeft uiteengezet. Van een verplichting om een tenlastelegging op die wijze vorm te geven, blijkt echter niet uit dat arrest. In ieder geval kan uit dat arrest niet geconcludeerd worden dat een andere wijze van tenlasteleggen van grootschalige kinderporno nimmer aan de eisen van art. 261 Sv kan voldoen. Voor zover de verdediging dit heeft willen betogen, faalt het verweer.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag geplaatst of aan de tenlastelegging [parketnummer 01/879299-14, feit 2] voldoende feitelijke betekenis toekomt in de zin van artikel 261 Sv. De steller van de tenlastelegging heeft onder A en B van feit 2 de seksuele gedragingen (als bedoeld in art. 240b Sr) die zouden voorkomen op het aangetroffen materiaal nader omschreven. De seksuele gedragingen zijn daarbij in categorieën onderverdeeld en per categorie is een nadere feitelijke omschrijving van de seksuele gedraging weergegeven, waarbij telkens als toelichting aan het eind van deze omschrijving wordt verwezen naar één of meer bestandsnamen van afbeeldingen uit de collectie, met daarbij genoemd het bronproces-verbaal waarin die afbeeldingen worden beschreven. Bovendien zijn de specifieke gegevensdragers waarop zich de in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen zouden bevinden in de tenlastelegging opgenomen. Een en ander is op eenvoudige wijze in het procesdossier terug te vinden. Ook is de rechtbank van oordeel dat de in de tenlastelegging beschreven afbeeldingen een representatieve selectie vormen van alle bij verdachte aangetroffen afbeeldingen, die tevens zijn beschreven in het procesdossier. Uit de tenlastelegging en de beschreven selectie van afbeeldingen blijkt derhalve welk verwijt verdachte wordt gemaakt en waartegen hij zich heeft te verdedigen.

Overigens is de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting niet gebleken dat verdachte en zijn raadsman niet hebben begrepen wat verdachte wordt verweten.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding ten aanzien van parketnummer 01/879299-14, feit 2, in overeenstemming is met de eisen gesteld in artikel 261, eerste lid, Sv, zodat geen sprake is van partiële nietigheid van de dagvaarding.

De rechtbank verwerpt het verweer.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging van verdachte worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de feiten die onder parketnummer 01/860257-14 als feit 2 primair, feit 3 primair en feit 4 primair aan verdachte ten laste zijn gelegd, niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Verdachte zal van die feiten worden vrijgesproken.

De rechtmatigheid van de bewijsverkrijging.

De raadsman van verdachte heeft met een beroep op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 april 2015 (gepubliceerd onder ECLI:NL:GHARL:2015:2954) betoogd dat de inbeslagname van en het onderzoek op de voet van art. 94 Sv aan de smartphone van het merk Blackberry en de laptop van het merk IBM onrechtmatig is geweest. Daartoe voert hij aan dat het lichten van de gegevens op die gegevensdragers een inbreuk vormt op het bij art. 8 van het EVRM gewaarborgde recht op privacy, terwijl art. 94 Sv daarvoor een onvoldoende kenbare en voorzienbare wettelijke grondslag biedt. De raadsman concludeert vervolgens dat dit een zodanig ernstig vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering oplevert, dat het gevolg daarvan moet zijn dat al het bewijs wat door het lichten van de gegevens van de smartphone en de laptop van verdachte is verkregen – het bestaan van de contacten van verdachte met [medeverdachte 3], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en hun verhoren bij de politie daar als verboden vruchten onder begrepen – van het bewijs moet worden uitgesloten.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat in artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen, in beslag kunnen worden genomen. Welk belang ook door de inbeslagname van de smartphone en de laptop zou zijn geschonden, dat kan nooit het belang van verdachte zijn dat door hem gepleegde strafbare feiten niet aan het licht komen. Een ander belang – aldus de officier van justitie – heeft de verdediging niet gesteld. De officier van justitie is dan ook van mening dat er geen sprake is van het door de raadsman gestelde vormverzuim en dat de informatie, verkregen door het lichten van de gegevens op de smartphone en de laptop van verdachte, aan het bewijs van het ten laste gelegde kan bijdragen.

De rechtbank overweegt het volgende.

Vooropgesteld moet worden dat ingevolge art. 134, eerste lid, Sv in verbinding met art. 94, eerste lid, Sv alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen, vatbaar zijn voor inbeslagname. Voor de waarheidsvinding mag onderzoek worden gedaan aan en in het in beslag genomen voorwerp teneinde gegevens voor het strafrechtelijk onderzoek ter beschikking te krijgen. In computers opgeslagen gegevens zijn daarvan niet uitgezonderd. De rechtbank verwijst in dat verband naar HR 20 februari 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ3564) en HR 29 maart 1994 (ECLI:NL:HR:1994:AD2076). Er zijn geen aanknopingspunten om ten aanzien van (de inhoud van) een smartphone anders te oordelen.

Een dergelijk onderzoek vormt evenwel een inbreuk op het bij art. 8, eerste lid, van het EVRM gewaarborgde recht van verdachte op privacy. Een dergelijke inbreuk is ingevolge het tweede lid van art. 8 van het EVRM alleen dan toegestaan indien deze berust op een voldoende duidelijke en voorzienbare wettelijke grondslag en als aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit is voldaan. Met andere woorden: de inbreuk moet wettelijk gelegitimeerd zijn, noodzakelijk zijn in verband met het daarmee beoogde doel en daarmee in een redelijke verhouding staan.

Anders dan de verdediging en in weerwil van haar beroep op voormeld arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is de rechtbank van oordeel dat art. 94 Sv, tezamen met de uitleg daarvan door de Hoge Raad, een voldoende duidelijke en voorzienbare wettelijke grondslag vormt voor de inbeslagname van en het daaropvolgende onderzoek in de smartphone en de laptop van de verdachte.

Aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit is eveneens voldaan. In dat verband overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij vonnis van de rechtbank Breda van 29 september 2011 is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaar in verband met het seksueel binnendringen van twee personen beneden de leeftijd van twaalf jaar en voor het bezit van kinderporno. In de aanloop naar de voorwaardelijke invrijheidstelling van die straf ontstaat de verdenking dat verdachte zich wederom aan soortgelijke feiten schuldig maakte. Deze verdenking was niet van elke redelijke grond ontbloot. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat:

- de politie ten tijde van het eerste contact met de [melder] in deze zaak op 22 oktober 2013 van hem te horen krijgt dat de verdachte bij hem in huis woont in het kader van proefverlof van een veroordeling terzake van een zedendelict en vervolgens van [melder] te horen krijgt dat [slachtoffer 1] mogelijk door de verdachte op zaterdagavond 19 oktober 2013 is misbruikt;

- de politie vervolgens van [melder] een bandrecorder ontvangt waarop naar zeggen van [melder] geluiden te horen zijn die verband houden met onzedelijke handelingen tussen de verdachte en [slachtoffer 1] die op 19 oktober 2013 zouden hebben plaatsgevonden;

- de politie van [melder] een USB-stick overhandigd krijgt die naar zeggen van [melder] aan de verdachte toebehoort en waarop kinderpornografische afbeeldingen te zien zouden zijn en dat

- de politie ter plekke samen met [melder] de afbeeldingen op de USB-stick vluchtig bekijkt teneinde een eerste voorlopige indruk te kunnen krijgen van hetgeen zich daarop bevindt en vervolgens daarop seksueel getinte afbeeldingen met kinderen ziet waaronder met een meisje die [melder] aanwijst als [slachtoffer 1], zijnde hetzelfde meisje als waarmee de verdachte mogelijk ontucht zou hebben gepleegd.

Om te kunnen beoordelen of de tegen verdachte gerezen verdenking terecht was, zijn vervolgens op 23 oktober 2013 de laptop en de smartphone van de verdachte inbeslaggenomen en is de inhoud van de smartphone en de laptop gelicht en onderzocht.

Gelet op de zeer recente veroordeling van verdachte voor seksueel misbruik van jonge kinderen en het bezit van een grote hoeveelheid kinderporno, de redelijke verdenking dat hij zich reeds in de aanloop naar de voorwaardelijke invrijheidstelling van die veroordeling aan dezelfde misdrijven schuldig maakte, de ernst van de strafbare feiten waarvan hij werd verdacht, en gelet op de met de opsporing van deze feiten gemoeide belangen van de bescherming van de gezondheid van anderen, de goede zeden en de rechten en vrijheden van anderen, was het naar het oordeel van de rechtbank noodzakelijk om in het kader van de waarheidsvinding, nader onderzoek in te stellen naar de inhoud van de hiervoor genoemde smartphone en de laptop van de verdachte. Van een onredelijke verhouding tussen doel en middel is geen sprake geweest en een andere wijze van het aan de dag brengen van de waarheid was redelijkerwijs niet voorhanden.

Al met al concludeert de rechtbank dat de inbeslagname van en het onderzoek aan de smartphone en de laptop van de verdachte niet onrechtmatig zijn geweest en dat er dus geen sprake is geweest van een vormverzuim zoals de raadsman van verdachte heeft betoogd.

De rechtbank verwerpt dan ook het tot bewijsuitsluiting strekkende verweer.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

De uitwerking van de bewijsmiddelen.

Indien tegen dit verkort vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op dit verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkort vonnis gehecht.

De verklaringen van [slachtoffer 1].

Anders dan door de verdediging is betoogd is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] – de door haar tegenover haar moeder afgelegde verklaringen daaronder begrepen – wel als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt en dat deze verklaringen tot het bewijs kunnen worden gebezigd. De door [slachtoffer 1] afgelegde verklaringen vinden immers voldoende steun in de inhoud van de andere bewijsmiddelen. Het feit dat de tegenover haar moeder afgelegde verklaringen van [slachtoffer 1] in de loop van het onderzoek naar inhoud steeds ‘zwaarder’ worden, in die zin dat zij over steeds verdergaande handelingen spreekt, maakt haar verklaringen niet per definitie onbetrouwbaar. Dat – naar de verdediging heeft geopperd – sprake zou zijn van ongeoorloofde beïnvloeding van [slachtoffer 1] door haar moeder, acht de rechtbank niet aannemelijk. Zeker nu de verklaringen van [slachtoffer 1] ook op die ‘zwaardere’ onderdelen in bewijsmateriaal uit andere bron, bijvoorbeeld de tegenover de politie afgelegde verklaring van [medeverdachte 1], in meer dan voldoende mate steun vinden.

Het eigendom van de usb-stick.

De raadsman heeft gesteld dat de usb-stick van het merk Place2Be niet aan verdachte toebehoort. Ook op dit punt volgt de rechtbank de verdediging niet in haar betoog. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, voldoende is komen vast te staan dat deze USB-stick aan de verdachte toebehoort. De enkele stelling van de raadsman van verdachte dat dit niet zo zou zijn, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. De rechtbank betrekt daarbij ook het feit dat de verdachte bij de politie heeft volstaan met de blote ontkenning dat hij de eigenaar is van die USB-stick. Bij de politie of later ter terechtzitting van de rechtbank heeft verdachte geen enkele aannemelijke en geloofwaardige verklaring willen of kunnen geven voor het feit dat op de USB-stick foto’s zijn aangetroffen waarvan is gebleken dat de verdachte deze in What’s app en Skype-gesprekken naar anderen heeft gestuurd en waarop handelingen met [slachtoffer 1] te zien zijn waarover de verdachte in de gesprekken met die anderen spreekt. De rechtbank wijst in dat verband bij wijze van voorbeeld op een What’s app-gesprek tussen de verdachte en ene [persoon 1] (p. 590) waarin de verdachte ook op de USB-stick aangetroffen foto’s (o.m. [bestand 15] en [bestand 13] en ; p. 315) naar [persoon 1] stuurt en vervolgens zegt dat het zijn penis is die op die afbeelding te zien is. Voor de gevolgtrekking dat de verdachte niet de deelnemer is geweest aan de in het dossier opgenomen gesprekken is in het strafdossier geen enkel aanknopingspunt te vinden.

Al met al is het naar het oordeel van de rechtbank dan ook volstrekt onaannemelijk geworden dat de USB-stick aan een ander dan de verdachte toebehoort.

De overige bewijsverweren.

Hetgeen de verdediging overigens ten aanzien van het bewijs ten verweer heeft betoogd vindt zijn weerlegging in de inhoud van de bewijsmiddelen die de rechtbank voor de afzonderlijke feiten heeft gebezigd. De rechtbank heeft in het strafdossier noch het verhandelde ter terechtzitting aanknopingspunten gevonden die maken dat aan de inhoud van die bewijsmiddelen behoort te worden getwijfeld.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

In de zaak met parketnummer 01/879299-13.

1. in de periode van 23 juli 2013 tot en met 23 oktober 2013 te Lithoijen en/of elders in Nederland, met [slachtoffer 1], geboren [2003], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, telkens een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn vinger(s) en/of penis geheel of gedeeltelijk in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 1] gebracht

en

in de periode van 23 juli 2013 tot en met 23 oktober 2013 te Lithoijen en/of elders in Nederland, met [slachtoffer 1], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, telkens een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten en/of andere lichaamsdelen van die [slachtoffer 1] met onder andere de penis, vinger(s) en/of hand terwijl hij dit feit mede heeft begaan op momenten dat dit kind aan zijn waakzaamheid was toevertrouwd;

2. A. in de periode van 05 oktober 2012 tot en met 23 oktober 2013, te Lithoijen en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een (groot) aantal afbeeldingen, te weten foto('s) en/of video('s) en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten een USB-stick, beslagnummer: 583333) en/of een mobiele telefoon (merk: Blackberry, beslagnummer: 583939) en/of een computer (merk IBM, beslagnummer: 583714) en/of drie optical disc('s) (beslagnummers: 588275 en/of 588290 en/of 588300) en/of digitaal nummer [nummer]) bevattende (een) (grote) hoeveelheid afbeelding(en), heeft verspreid en/of in bezit gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of het oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt;

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;

en

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

en

B. in de periode van 16 augustus 2013 tot en met 18 augustus 2013 te Lithoijen meermalen afbeeldingen, te weten foto's heeft vervaardigd terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, te weten [slachtoffer 1], geboren op [2003], welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het anaal penetreren van het lichaam van [slachtoffer 1], geboren op [2003], die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van [slachtoffer 1] die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

en

het geheel naakt poseren van [slachtoffer 1] die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in (een)(erotisch getinte) houding(en) op een wijze die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in afbeeldingen van haar kleding ontdoet en/of door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of billen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

In de zaak met parketnummer 01/860257-14.

1. in de periode van 4 februari 2009 tot en met 14 september 2011 te Tilburg, meermalen met [slachtoffer 1], geboren [2003], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn penis en/of vinger(s) in de mond en/of vagina en/of de anus van die [slachtoffer 1] gebracht;

en

in de periode van 4 februari 2009 tot en met 14 september 2011 te Tilburg, meermalen met [slachtoffer 1], geboren [2003], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit:

* het uitkleden van die [slachtoffer 1] en/of

* het betasten van de borsten en/of vagina van die [slachtoffer 1] en/of

* het brengen van zijn (geheel of gedeeltelijk) ontblote lichaam tegen het (geheel of gedeeltelijk) ontblote lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

* het brengen van zijn penis tegen de vagina, anus, billen en/of mond van die [slachtoffer 1] en/of

* het likken van die [slachtoffer 1] en/of het met sperma onder spuiten van die [slachtoffer 1]

terwijl de schuldige dit feit heeft begaan tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

2. [ [subsidiair]: in de periode van 23 juli 2013 tot en met 23 oktober 2013 in Lithoijen althans in Nederland, meermalen het plegen van ontucht door een aan zijn waakzaamheid en zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1], geboren op [2003], met [slachtoffer 2], opzettelijk heeft bevorderd, door meermalen

* voornoemde [slachtoffer 2] via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet en/of telefoonverkeer (kinderpornografische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toe te sturen en

* die [slachtoffer 2] via Whatsapp en/of Skype althans via dataverkeer/internet en/of telefoonverkeer aan te bieden / te vragen om seks te hebben met [slachtoffer 1], al dan niet tegelijkertijd met verdachte en/of om die [slachtoffer 1] te (laten) likken en/of te vingeren, bestaande die ontuchtige handelingen onder meer uit het hebben van geslachtsgemeenschap en/of het vingeren althans het penetreren van lichaamsholtes van voornoemd kind;

3. [ [subsidiair]: in de periode van 4 februari 2009 tot en met 14 september 2011 in Tilburg, althans in Nederland, (telkens) het plegen van ontucht door een aan zijn waakzaamheid en zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1], geboren op [2003], met [medeverdachte 1] opzettelijk heeft bevorderd en/of teweeggebracht, door met dat opzet, meermalen,

* die [medeverdachte 1] - via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet - (kinderpornografische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toe te sturen en/of

* die [slachtoffer 1] naar de woning van die [medeverdachte 1] te brengen / te vervoeren en/of

* die [slachtoffer 1] in het bijzijn van die [medeverdachte 1] uit te kleden en/of

* die [medeverdachte 1] - al dan niet via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet - mee te delen dat [slachtoffer 1] makkelijk is en er niet over zou praten,

bestaande die ontuchtige handelingen onder meer uit het hebben van geslachtsgemeenschap en/of het vingeren met/van voornoemd kind, althans het penetreren van lichaamsholtes van voornoemd kind;

4. [ [subsidiair]: in de periode van 23 juli 2013 tot en met 23 oktober 2013 in Lithoijen, althans in Nederland, (telkens) het plegen van ontucht door een aan zijn waakzaamheid en zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1], geboren op [2003], met [medeverdachte 1] opzettelijk heeft bevorderd en /of teweeggebracht, door met dat opzet, meermalen,

* voornoemde [medeverdachte 1] - via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer / internet - (kinderpornografische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toe te sturen en/of

* die [medeverdachte 1] - via Whatsapp en/of Skype althans via (enig) dataverkeer/internet - aan te bieden om wederom en/of samen seks/geslachtsgemeenschap te hebben met [slachtoffer 1] en/of

* die [medeverdachte 1] - al dan niet via Whatsapp en/of Skype althans via (enig) dataverkeer/internet - mee te delen dat hij [slachtoffer 1] daartoe naar de woning van die [medeverdachte 1] zal brengen, en bestaande die ontuchtige handelingen onder meer uit het hebben van geslachtsgemeenschap met voornoemd kind;

5. in de periode van 11 september 2013 tot en met 23 oktober 2013 in Lithoijen althans in Nederland, (telkens) het plegen van ontucht door een aan zijn waakzaamheid en zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1], geboren op [2003], met [medeverdachte 2] / [naam] opzettelijk heeft bevorderd, door met dat opzet, meermalen,

* voornoemde [medeverdachte 2] / [naam] - via Whatsapp en/of Skype, althans via (enig) dataverkeer/internet - (kinderpornografische) afbeeldingen van die [slachtoffer 1] toe te sturen en/of

* die [medeverdachte 2] / [naam] - via Whatsapp en/of Skype althans via (enig) dataverkeer/internet - aan te bieden om, al dan niet samen met verdachte, seks/geslachtsgemeenschap te hebben met [slachtoffer 1] en bestaande die ontuchtige handelingen onder meer uit het hebben van seks/geslachtsgemeenschap met voornoemd kind.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

  • -

    Ten aanzien van parketnummer 01/860257-14, feit 2 primair, feit 3 primair en feit 4 primair: Vrijspraak.

  • -

    Ten aanzien van parketnummer 01/879299-13, feit 1 en feit 2 en parketnummer

01/860257-14, feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 5:

  • -

    een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar met aftrek van voorarrest,

  • -

    terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege,

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen vermeld op de lijst met in beslag genomen voorwerpen,

  • -

    gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van

€ 7.774,39 vermeerderd met de wettelijke rente daarover,

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot een bedrag van € 7.774,39 subsidiair 73 dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemeen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

In het nadeel van verdachte weegt mee

Verdachte, een goede vriend van het gezin waarvan het [slachtoffer 1] deel uitmaakt, was vanaf 2 maart 2012 tot 23 juli 2013 gedetineerd in verband met een eerdere veroordeling terzake ontucht met minderjarigen en het bezit van kinderporno. Na zijn detentie namen gezamenlijke vrienden van verdachte en de ouders van [slachtoffer 1] verdachte in hun woning in[gemeente] op. [slachtoffer 1] logeerde regelmatig bij dit vriendenstel. Zij was toen 10 jaar oud. Verdachte kende [slachtoffer 1] al vanaf haar geboorte en zij vertrouwde verdachte. Vrijwel meteen nadat verdachte in het gezin waar [slachtoffer 1] regelmatig verbleef was opgenomen, startte het misbruik van [slachtoffer 1] door verdachte. Daarbij is verdachte verschillende keren op grove wijze met zijn penis of zijn vingers, oraal, anaal of vaginaal bij [slachtoffer 1] binnengedrongen. Verdachte heeft steeds naar mogelijkheden gezocht om onder het strenge toezicht van zijn gastgezin uit te kunnen komen teneinde zoveel mogelijk seksueel misbruik van [slachtoffer 1] mogelijk te maken. Later bleek dat verdachte [slachtoffer 1] ook vóór zijn detentie al had misbruikt. Door de geestelijke beperkingen waaraan [slachtoffer 1] lijdt en waarvan verdachte op de hoogte was, was zij extra kwetsbaar. Verdachte heeft op gewetenloze wijze zijn eigen gerief nagejaagd. Hij heeft zich daarbij niet laten weerhouden door de extra kwetsbare positie van [slachtoffer 1]. Niets heeft verdachte zich gelegen laten liggen aan de belangen van [slachtoffer 1] en de invloed van zijn handelen op haar verdere leven.

Uit verschillende in het dossier bevindende gesprekken blijkt zonneklaar hoe de verdachte over het slachtoffer dacht, te weten als een makkelijk en gewillig object dat louter bestaansrecht had om zijn eigen lusten op te kunnen botvieren.

Zoals hiervoor bewezen is verklaard heeft verdachte jarenlang, met een [korte] onderbreking tijdens zijn detentie op grove wijze misbruik van [slachtoffer 1] gemaakt.

Alsof de wijze waarop verdachte [slachtoffer 1] heeft misbruikt, nog niet genoeg was, heeft verdachte vóór zijn detentie in de Bredase zaak ook [medeverdachte 1] ertoe gebracht gemeenschap met [slachtoffer 1] te hebben en heeft hij geprobeerd [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in de periode na de detentie zover te krijgen dat ook zij seksuele omgang met [slachtoffer 1] zouden hebben, al dan niet met of in tegenwoordigheid van verdachte. Dat zulks niet is gebeurd, is niet aan verdachte te wijten geweest.

Door de hiervoor omschreven handelwijze heeft verdachte [slachtoffer 1] en in het verlengde daarvan haar ouders en haar zus, heel veel leed aangedaan. Het handelen van verdachte is voor [slachtoffer 1] zeer vernederend geweest, het heeft een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en verdachte heeft haar lichamelijke integriteit langdurig en in ernstige mate aangetast. Naar bekend mag worden verondersteld worden ervaringen zoals die bewezen zijn verklaard door slachtoffers als zeer ingrijpend ervaren en kan dit nadelige gevolgen op emotioneel en seksueel gebied voor hen met zich meebrengen. Uit de toelichting op de vordering van de benadeelde partij en de schriftelijke slachtofferverklaring, blijkt dat dit ook bij [slachtoffer 1] het geval is geweest.

Bij voornoemde handelingen heeft verdachte het echter niet gelaten. Van een deel van de seksuele gedragingen en de ontuchtige handelingen die hij met [slachtoffer 1] heeft gepleegd, heeft hij foto’s of video-opnamen gemaakt. Deze foto’s en opnamen heeft hij verspreid. Deze foto’s en opnamen zullen met een grote mate van waarschijnlijkheid permanent op het internet blijven circuleren en de mogelijkheid is zeer wel aanwezig dat [slachtoffer 1] haar leven lang met die opnamen kan worden geconfronteerd. Dit is een zeer belastende wetenschap voor haar die zij de rest van haar leven met zich meedraagt.

Ook had verdachte een uitgebreide verzameling kinderpornografische afbeeldingen van andere minderjarigen dan [slachtoffer 1] in zijn bezit. Onder deze afbeeldingen bevonden zich foto's en filmpjes waarop vergaande seksuele handelingen bij en met minderjarigen werden gepleegd. Door het verzamelen en vervolgens weer verspreiden van dit materiaal heeft verdachte een bijdrage aan het in stand houden van de commerciële markt voor kinderporno geleverd. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die slachtoffer zijn van kinderporno nog jaren lang, zo niet permanent, niet alleen psychische maar ook vaak lichamelijke gevolgen ondervinden van het (seksueel) misbruik dat zij hebben moeten doorstaan en de daarmee gepaard gaande vernederingen. Het behoeft geen betoog dat dergelijk misbruik zeer nadelige gevolgen kan hebben, in de zin van psychische, emotionele en lichamelijke schade, bij de desbetreffende kinderen en dat zij hierdoor ernstig kunnen worden geschaad in hun verdere ontwikkeling.

Bij vonnis van de rechtbank Breda van 29 september 2011 is verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar omdat de rechtbank bewezen achtte dat verdachte seksueel is binnengedrongen in het lichaam van twee van zijn nichtjes die toen de leeftijd van twaalf jaar niet hadden bereikt en voor het bezit van gegevensdragers waarop ruim 3.000 kinderpornografische afbeeldingen stonden. Deze feiten zijn soortgelijk aan een deel van de feiten waarvoor verdachte nu terecht staat.

Op 23 juli 2013 is verdachte, in het kader van voorwaardelijke invrijheidstelling van de door de rechtbank Breda bij voornoemd vonnis van 29 september 2011 aan verdachte opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gestart met een penitentiair programma in combinatie met elektronisch toezicht. Vanaf die datum verbleef verdachte niet langer in een gevangenis, maar woonde hij in bij het gezin waarvan ook [slachtoffer 1] regelmatig verbleef. Uit het dossier ontstaat bij de rechtbank het beeld dat verdachte nagenoeg meteen nadat hij uit de gevangenis was ontslagen, het vervaardigen en het verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen heeft hervat en dat hij toen ook nagenoeg meteen is begonnen met het [opnieuw] seksueel misbruiken van [slachtoffer 1]. Kennelijk heeft de door de rechtbank Breda aan verdachte opgelegd gevangenisstraf en de duur daarvan onvoldoende indruk op verdachte gemaakt, om hem van het plegen van de hiervoor bewezen verklaarde feiten te weerhouden.

In het voordeel van verdachte weegt mee

Weliswaar houdt de rechtbank rekening met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht gelet op de veroordeling van verdachte door de rechtbank Breda van 29 juni 2011, maar de rechtbank constateert ook dat de feiten waarvoor verdachte nu wordt vervolgd en die voor de veroordeling van verdachte door de rechtbank Breda zijn gepleegd, slechts een relatief klein onderdeel van de feiten uitmaakt waarvoor verdachte op deze zitting terecht staat.

Op 27 maart 2014 hebben de gedragsdeskundigen, psychiater Van Os en klinisch psycholoog Boer, verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, te Utrecht een rapport opgemaakt over het door hen ingestelde onderzoek naar de geestvermogens van verdachte. Op grond van dat onderzoek concluderen zij dat het aannemelijk is dat verdachte voor de hiervoor bewezen verklaarde feiten als ten minste verminderd toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd. Ter terechtzitting van 22 mei 2015 zijn beide gedragsdeskundigen als deskundigen gehoord. Zij hebben toen gepersisteerd bij de conclusie in voornoemd rapport en de gronden waarop die berust. De rechtbank verenigt zich met het advies van de deskundigen en maakt deze tot de hare.

De strafmodaliteit

De maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Krachtens artikel 37a, Sr kan de rechtbank de terbeschikkingstelling gelasten van een verdachte zoals in dat artikel nader is omschreven. Voordat de rechtbank tot die beslissing komt, laat zij zich daarover adviseren door ten minste een psychiater en een andere gedragskundige die verdachte hebben onderzocht. Daarbij geldt dat van dit advies, indien de dagtekening van het advies dateert van meer dan één jaar voor de aanvang van de terechtzitting, slechts gebruik kan worden gemaakt met instemming van de officier van justitie en van verdachte. Voornoemde regel blijft buiten toepassing, indien de verdachte weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek dat ten behoeve van het advies moet worden verricht, in welk geval de rechter zich zoveel mogelijk een ander advies of rapport laat overleggen dat hem over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling kan voorlichten en aan de totstandkoming waarvan de verdachte wel bereid is zijn medewerking te verlenen.

In de onderhavige zaak is het onderzoek ter terechtzitting van 22 mei 2015 gesloten, terwijl het rapport van het Pieter Baan Centrum, opgemaakte door klinisch psycholoog Boer en psychiater Van Os naar aanleiding van het door hen ingestelde onderzoek naar de geestvermogens van verdachte, is gedateerd op 27 maart 2014. Derhalve was de hiervoor genoemde éénjaarstermijn verstreken. Gelet op het bepaalde in artikel 37a, derde lid jo. art. 37a, tweede lid Sr. kan dit rapport dan in beginsel slechts worden gebruikt met instemming van de officier van justitie en verdachte. Verdachte heeft kenbaar gemaakt dat hij die instemming niet zal geven en dat hij niet aan het opmaken van een nadere rapportage zal meewerken. Ter terechtzitting van 22 mei 2015 hebben verdachte en zijn raadsman in dit standpunt volhard.

Verdachte heeft geweigerd medewerking te verlenen aan het onderzoek van het Pieter Baan Centrum. Hiervan is in het rapport van 27 maart 2014 melding gemaakt. Ter terechtzitting van 22 mei 2015 zijn psychiater Van Os en klinisch psycholoog Boer als deskundigen gehoord. Zij hebben toen gepersisteerd bij de inhoud van het hiervoor genoemde door hen uitgebrachte rapport en bij de conclusies, de adviezen en de gronden waarop die zijn gebaseerd. De deskundigen hebben toen eveneens verklaard dat, ondanks de weigering van verdachte om aan hun onderzoek medewerking te verlenen, uit de gesprekken die zij met verdachte hebben gevoerd en uit de observaties van verdachte, wel conclusies kunnen worden getrokken.

In voormeld rapport hebben de deskundigen geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Daarnaast is sprake van pedofilie. Dit kan geconcludeerd worden op basis van het strafdossier van verdachte [de veroordeling in 2011], waaruit blijkt dat verdachte terugkerend pedoseksueel gedrag heeft getoond dat zich over een langere periode dan zes maanden uitstrekte en dat verdachte in het bezit van kinderporno was. Doordat verdachte ook relaties met meerderjarigen aangaat, moet worden gesproken van pedofilie van het niet-exclusieve type.

Het recidiverisico van de aan verdachte ten laste gelegde feiten schatten de gedragsdeskundigen als hoog in. Op basis van de ernst van de stoornissen, de complexiteit van de problematiek, alsmede de ontkennende houding van verdachte ten opzichte van de bewezen verklaarde feiten, schatten de deskundigen in dat een behandeltraject van jaren nodig is om het aanwezige recidivegevaar tot een aanvaardbaar niveau te reduceren. Ter terechtzitting van 22 mei 2015 hebben de deskundigen nogmaals benadrukt dat verdachte geen enkele vorm van motivatie voor een behandeling van zijn stoornissen heeft getoond, waardoor de kans van slagen van een behandeling in hun ogen minimaal is.

Hoewel het rapport al enige tijd geleden is uitgebracht, hebben de deskundigen verklaard dat de conclusies en de adviezen die in het rapport staan vermeld nog onverkort van kracht zijn omdat verdachte nog steeds niet aan zijn stoornissen is behandeld. Ter terechtzitting van 22 mei 2015 hebben beide deskundigen gepersisteerd bij de inhoud van het door hen uitgebrachte rapport van 27 maart 2014 en de in dat rapport weergegeven conclusie dat enkel kan worden volstaan met oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling aan verdachte met bevel tot verpleging van overheidswege.

De rechtbank stelt voorop dat gelet op de weigerende houding van verdachte de hiervoor genoemde éénjaarstermijn voor gebruik van het rapport niet van toepassing is. Instemming van verdachte om het rapport te kunnen gebruiken is dan ook niet vereist. Ook overigens heeft verdachte zoals hiervoor aangehaald aangegeven ook niet aan het opstellen van een aanvullende rapportage mee te werken.

De rechtbank neemt bovenstaande conclusies en adviezen over en maakt deze tot de hare. Met de gedragsdeskundigen is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling noodzakelijk maakt. Ook aan de formele voorwaarden om de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen is voldaan. De hierna te kwalificeren misdrijven, zijn feiten waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Voorts merkt de rechtbank op dat het misdrijven betreft gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank verdachte ter beschikking stellen. De rechtbank zal voorts bevelen dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd.

Oplegging van een gevangenisstraf.

De rechtbank is voorts van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. De rechtbank acht uit een oogpunt van vergelding en ter beveiliging van de maatschappij een vrijheidsbeneming van lange duur, naast de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van verdachte, op de plaats. De rechtbank merkt daarbij nog op dat een eventuele behandeling van verdachte niet door een daaraan voorafgaande langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal worden doorkruist nu – zoals de deskundigen ter terechtzitting van 22 mei 2015 nadrukkelijk hebben verklaard – de kans van slagen van enige behandeling van verdachte zeer gering is zolang verdachte weigert de verantwoordelijkheid voor zijn handelen op zich te nemen. Bovendien bestaat de mogelijkheid, mocht verdachte in de toekomst die verantwoordelijkheid wel nemen, de behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te starten tijdens het laatste deel van een uit te zitten gevangenisstraf.

Conclusie

Alle feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat de

door de officier van justitie gevorderde straf en maatregel passend en geboden zijn. De rechtbank zal verdachte derhalve veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar onder aftrek van voorarrest. Tevens zal de rechtbank gelasten dat verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wordt opgelegd.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] [wettelijk vertegenwoordigster [persoon 2], moeder van [slachtoffer 1]]. De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2013 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat dit voorwerpen zijn die geheel of grotendeels door middel van de bewezen verklaarde feiten zijn verkregen of met behulp van die voorwerpen zijn gepleegd. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 27, 36b, 36c, 36f, 37, 37a, 57, 63, 240b, 244,

247, 248 en 250 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

Spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde onder parketnummer 01/860257-14 ten aanzien van feit 2 primair, feit 3 primair en feit 4 primair.

Verklaart het ten laste gelegde onder parketnummer 01/879299-13 ten aanzien van feit 1 en feit 2 en onder parketnummer 01/860257-14 ten aanzien van feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 5, bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van parketnummer 01/879299-13.

1. Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

en met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwede minderjarige, meermalen gepleegd.

2. A. Van het plegen van het misdrijf: Een afbeelding en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en/of in bezit hebben, een gewoonte maken, meermalen gepleegd.

2. B. Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van parketnummer 01/860257-14.

1. Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd en met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

2. subsidiair: Het plegen van ontucht door een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige met een derde, opzettelijk bevorderen, meermalen gepleegd.

3. subsidiair: Het plegen van ontucht door een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige met een derde, opzettelijk teweegbrengen en/of bevorderen, meermalen gepleegd.

4. subsidiair: Het plegen van ontucht door een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige met een derde, opzettelijk teweegbrengen en/of bevorderen, meermalen gepleegd.

5. Het plegen van ontucht door een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige met een derde, opzettelijk bevorderen, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregelen.

Ten aanzien van parketnummer 01879299-13 feit 1, feit 2a en feit 2b en parketnummer 01/860257-14 feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 5:

 Een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar.

Beveelt dat de tijd die veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraf in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

 Gelast de terbeschikkingstelling van veroordeelde met bevel tot verpleging van overheidswege.

Onttrekking aan het verkeer van de onder verdachte in beslag genomen goederen, vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

  • -

    een usb stick type Place2be [goednummer G583333],

  • -

    een GSM merk Blackberry [goednummer G583939],

  • -

    een notbook merk IBM type Thinkpad [goednummer G583714],

  • -

    een CD/ROM merk Philis [goednummer G587735] en

  • -

    twee CD/ROM Optical disks [goednummers G588290 en G588300].

 Maatregel van schadevergoeding van € 7.774,39 subsidiair 73 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] [wettelijk vertegenwoordigster [persoon 2], moeder] van een bedrag van € 7.774,39 [zevenduizend zevenhonderd vierenzeventig euro en negenendertig eurocent], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 73 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het toegewezen bedrag, bestaande uit € 7.500 immateriële schadevergoeding en € 274,39 immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2013 de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] [wettelijk vertegenwoordigster [persoon 2], moeder], van een bedrag van € 7.774,39 (zevenduizend zevenhonderd vierenzeventig euro en negenendertig eurocent).

Het toegewezen bedrag, bestaande uit € 7.500 immateriële schadevergoeding en € 274,39 immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2013 de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,

mr. M.A. Waals en mr. H.H.E. Boomgaart, leden,

in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,

en is uitgesproken op 5 juni 2015.