Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:3113

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
07-05-2015
Datum publicatie
29-05-2015
Zaaknummer
3439624
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Totstandkoming overeenkomst van aanneming ondanks niet ondertekenen contract door opdrachtgever.

In acht te nemen redelijkheid en billijkheid door partijen. Wijziging en aanpassing werkzaamheden als gevolg van eisen vergunning. Het stond opdrachtgever niet vrij om opdracht in te trekken. Te betalen schadevergoeding berekenen aan de hand van de omvang van het werk zoals volgens vergunning uitgevoerd had kunnen worden. Artikel 7:764 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST BRABANT

Kanton ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 3439624 / 346

Rolnummer : CV EXPL 14-8355

Uitspraak : 7 mei 2015

in de zaak van:

[eiseres],

gevestigd te[vestigingsplaats], gemeente [gemeente],

eiseres,

gemachtigde: mr P. Vermeij (vereniging Bouwend Nederland)

t e g e n :

Breederzorg Academy B.V.

gevestigd te Uden,

gedaagde,

gemachtigde: mr H.M.A.Van den Boogaard

Partijen zullen verder ook worden aangeduid als “[eiseres]” en “Breederzorg”.

De procedure

1.1. [eiseres] heeft bij dagvaarding d.d. 15 september 2014 gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde zal veroordelen :

1. a. Primair: tot betaling aan eiseres van het bedrag van € 17.568,10, dan wel een door de kantonrechter vast te stellen bedrag;

b. Subsidiair: tot betaling aan eiseres van het bedrag van € 20.911,48 dan wel een door de kantonrechter vast te stellen bedrag;

c. Meer subsidiair: tot betaling aan eiseres van het bedrag van € 8076,15, dan wel een door de kantonrechter vast te stellen bedrag;

2. Zowel primair, subsidiair als meer subsidiair:

- tot betaling aan eiseres van de vergoeding van het bedrag voor buitengerechtelijke kosten overeenkomstig de staffel behorend bij het Besluit Buitengerechtelijke Incassokosten met als grondslag het door de kantonrechter toegewezen bedrag;

- tot betaling aan eiseres van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het door de kantonrechter toegewezen bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der voldoening;

- in de proceskosten.

1.2. Breederzorg heeft vervolgens bij antwoord de vorderingen van [eiseres] bestreden.

1.3. Hierna is een comparitie van partijen bevolen, die op 17 maart 2015 heeft plaatsgevonden. Breederzorg heeft daaraan voorafgaand nog producties in het geding gebracht.

1.4. Tot slot is vonnis bepaald.

Het geschil en de beoordeling ervan

2. Kort gezegd heeft de vordering van [eiseres] primair betrekking op de vergoeding die Breederzorg als opdrachtgever verschuldigd is op grond van artikel 11 lid 5 van de overeengekomen Algemene Voorwaarden voor Aannemingen in het Bouwbedrijf 1992 (hierna: AVA 1992), omdat Breederzorg een opdracht tot aanneming van werk eenzijdig heeft beëindigd. De aanneming betrof het bouwen van een bijgebouw aan de [adres] te [plaats].

[eiseres] baseert haar primaire vordering tevens op artikel 7:764 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

Subsidiair vordert [eiseres] schadevergoeding omdat volgens haar de onderhandelingen tussen partijen onrechtmatig zijn afgebroken door Breederzorg en meer subsidiair schadevergoeding bestaande uit louter de door haar gemaakte kosten.

3. Het verweer van Breederzorg is in de eerste plaats dat niet zij, maar mevrouw [naam directrice] in persoon de opdrachtgeefster was, voor zover er al van een opdracht sprake zou zijn. In de tweede plaats brengt zij tegen de eis in dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, zodat het Breederzorg vrij stond om de samenwerking met [eiseres] te verbreken.

4. In rechte kan, als enerzijds gesteld en anderzijds niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd bestreden van de navolgende feiten worden uitgegaan.

4.1. [eiseres] en Breederzorg dan wel [naam directrice], hebben in 2012 overleg gevoerd over een door Breederzorg c.q. haar directrice [naam directrice] (de kantonrechter laat het oordeel over wie de opdrachtgeefster was hier vooralsnog in het midden) voorgenomen realisatie van de nieuwbouw van een bijgebouw aan het pand op de locatie [adres] te [plaats]. Daarbij diende als basis een door Amitec in opdracht van Breederzorg vervaardigd ontwerp. Die tekening is door [eiseres] overgelegd als productie 1. Dat ontwerp is gericht aan Breederzorg en ook door Breederzorg betaald.

4.2. Het overleg met [eiseres] is op verzoek van Breederzorg c.q. [naam directrice] met name gevoerd met [naam afgevaardigde Breederzorg], die namens Breederzorg dan wel [naam directrice] optrad

4.3. In april 2012 heeft [eiseres] een eerste gedetailleerde en gespecificeerde offerte gedaan van € 272.500,- (productie 4 dagvaarding). Na overleg tussen partijen is de aanneemsom naar beneden bijgesteld tot € 267.500,- excl. btw. Vervolgens is een overeenkomst bij brief d.d. 2 mei 2012 gestuurd aan Breederzorg. Breederzorg wordt daarin als opdrachtgever genoemd. Bij die offerte was een opdrachtbevestiging gevoegd, waarin Breederzorg eveneens als opdrachtgever is vermeld. Breederzorg wordt verzocht om de overeenkomst voor akkoord te ondertekenen. In de door [eiseres] aan Breederzorg aangeboden aannemingsovereenkomst is bepaald dat de AVA 1992 op de overeenkomst van toepassing zijn.

Op 4 mei 2012 heeft Breederzorg toestemming gegeven aan [eiseres] om werktekeningen door Tekenburo[naam tekenburo] te laten vervaardigen in het kader van de uitvoering.
De geoffreerde prijs is nogmaals aangepast tot € 232.500,-, omdat een deel van de installaties is vervallen, waarvoor een stelpost van € 35.000,- was opgenomen.

Er is vervolgens bij brief van 15 mei 2012 aan Breederzorg de aangepaste overeenkomst van aanneming van werk gestuurd. In de overeenkomst is nog steeds vermeld dat de AVA 1992 op die overeenkomst van toepassing zijn.

4.4. Er zijn diverse besprekingen gevoerd op 10 mei 2012, 29 mei 2012 en 12 juni 2012 voor het realiseren van het werk, waarbij steeds namens de opdrachtgever de heer [naam afgevaardigde Breederzorg] aanwezig was. Van die besprekingen zijn bouwverslagen opgesteld (producties 6, 7 en 8 dagvaarding). Deze bouwverslagen zijn aan de heer [naam afgevaardigde Breederzorg] en deels ook nog rechtstreeks aan [naam directrice] van Breederzorg gestuurd. In al die bouwverslagen is Breederzorg steeds als opdrachtgever genoemd.

4.5. Tijdens de bespreking van 29 mei 2012 is mevrouw [naam directrice] in het begin aanwezig geweest, namelijk tijdens het uitzetten van het pand door de gemeente. In het daarvan opgemaakte bouwverslag is onder meer het volgende opgenomen:

“01 Opening

" Voorafgaand aan deze werkbespreking wordt het pand uitgezet door de Gemeente Uden.

Daarbij heeft de gemeente aangegeven dat het bouwen op de perceelgrens in goed overleg met de buren moet.

(...)

03 Vergunningen/procedures/opdrachten

Alvorens te starten wil de opdrachtgever wachten tot de vergunning onherroepelijk is, dit is donderdag 14 juni 2012. Start grondwerk kan vrijdag 15 juni beginnen als er verder geen bezwaren zijn!

Overeenkomst van [eiseres] ligt ter ondertekening van [naam directrice] (mevrouw [naam directrice], kantonrechter ) [naam afgevaardigde Breederzorg] ([naam afgevaardigde Breederzorg], kantonrechter) zal navragen of ze dit wil afwerken.

(...)

04 Stand van het werk

- De voorlopige planning tot aan de bouwvakvakantie wordt doorgenomen, zodra er definitief gestart is de planning aanvullen en definitief maken

- Afvoeren keten, container en hekwerk maandag 4 juni

05 Veiligheid

- (...)

- Bouwveiligheidsplan, concept was ingediend bij [naam afgevaardigde Breederzorg], opdrachtgever laten tekenen en dan retour aan [naam afgevaardigde eiseres] ([naam afgevaardigde eiseres], kantonrechter ), [naam afgevaardigde eiseres] dient dit in bij de gemeente

(...)

11 Meer/minderwerken en stelposten

- Zodra de werktekeningen definitief zijn alle hieruit voortvloeiende meer/minderwerken opzettten.

- Overzicht maken van verrekening stelposten en meer/minderwerken

(...)”

4.6. In het bouwverslag van 12 juni 2012, waar [naam directrice] en [naam afgevaardigde Breederzorg] bij aanwezig waren, is onder meer het volgende vermeld:

“01 Opening

- [naam afgevaardigde eiseres] overhandigd [naam directrice] de copiegegevens van de CAR verzekering van [eiseres] waarbij opgemerkt dat deze pas van kracht is als er een getekende overeenkomst is.

02 Goedkeuring verslag vorige bespreking

- Geen op en/of aanmerkingen

03 Vergunningen/procedures/opdrachten

- ( Mondeling is reeds opdracht verstrekt) Overeenkomst van [eiseres] ligt ter ondertekening bij [naam directrice]. aanhouden

- (...) er is door de achterburen aangegeven dat er niet gewerkt mag worden op hun terrein. De achterburen bij het hekwerk met hedra hebben aangegeven dat hun hekwerk op eigen terrein staat!

- [naam directrice] is in overleg met het kadaster om de exacte erfgrens te laten aangeven, dit zal ca. 2 a 3 weken duren alvorens deze komen. [naam directrice] beslist dat ze niet wil starten zolang de exacte erfgrens bekend is, start moet dan maar na de vakantie geeft [naam directrice] aan.

04 Stand van het werk / planning

Door problemen met de achterburen is de start voorlopig doorgeschoven tot na de bouwvakvakantie (week 33) e.e.a. definitief te bepalen zodra er door [naam directrice] groen licht wordt gegeven dat we mogen beginnen.

(...)

11. Meer/minderwerken en stelposten

gesignaleerd meer/minderwerk

- technische ruimte gaat niet door, minderwerk (stelpost vervalt)

- 2 betonnen pompputten (...)

(...)
meer/minderwerkopgave (richtprijs) ingediend indien de achtergevel geheel vanaf eigen terrein opgebouwd moet worden (...)”

4.7.

Op 30 mei 2012 heeft [eiseres] aan [naam afgevaardigde Breederzorg] bericht dat de bezwaartermijn voor de vergunning kennelijk pas op 27 juni 2012 verloopt, zodat voor de vakantie niet meer kan worden gestart en de werkzaamheden moeten worden ingepland vanaf week 33. Gevraagd wordt aan [naam afgevaardigde Breederzorg] hoe [naam directrice] hiermee wil omgaan, waarbij erop gewezen wordt dat als zij besluit om te starten dit voor haar eigen risico is.

4.8.

In de periode augustus-oktober 2012 is gebleken dat de realisatie van het project nog lang zou duren vanwege ingediende bezwaarschriften tegen de bouw.
Bij e-mail van 8 november 2012 vraag [eiseres] aan [naam directrice] om wat bij te praten over de stand van zaken rondom het stilleggen van de bouwwerkzaamheden en hoe nu verder.

[naam directrice] antwoordt hierop:

"Stilleggen werkzaamheden suggereert dat jullie waren begonnen. Hiervan is geen sprake. Alsook geen getekend contract.

Er zijn nieuwe tekeningen naar de gemeente wat een nieuwe offerte vraagt.

Ik heb gevraagd of de keet en de hekken weggehaald konden worden. U heeft aangegeven eerst te willen praten. a.s. maandag of dinsdag om 16 uur zou voor mij mogelijk zijn. De week erop ben ik met vakantie.”

4.9.

Op 11 november bericht [naam directrice] aan [eiseres] dat zij nog geen reactie heeft gekregen. Zij verzoekt met klem de hekken en keet te verwijderen.

[eiseres] reageert op 14 november 2012 per e-mail met mogelijke data voor een afspraak.

Tevens schrijft [eiseres]:

“Wat betreft de keet en afrastering (...) met je goed vinden slaan we e.e.a. op centraal op het achterterrein. (...) Dan maken we geen onnodige extra kosten (...).

verder hebben wij bij Amitec de aangepaste tekeningen opgevraagd zoals die onlangs naar de gemeente zijn verstuurd, hierdoor is het voor ons nu duidelijk wat de aanpassingen zijn en is het ook mogelijk om de verschillen ten opzichte van de aanneemsom door te rekenen. Indien gewenst kunnen we dit alvast voor je op een rijtje zetten.

4.10.

De kosten van het Tekenburo [naam tekenburo] (zie hiervoor 4.3) zijn eind november 2012 door Breederzorg betaald.

4.11.

Op 6 december 2012 heeft een gesprek plaats tussen [naam afgevaardigde eiseres 2] van [eiseres] en [naam directrice]. Hierover stuurt[naam afgevaardigde eiseres 2] diezelfde dag nog een e-mail aan [naam directrice], waarin hij onder meer schrijft:

"Zoals ik vanmiddag al heb laten weten zal ik je houden aan onze overeenkomst en ga ik met een eventuele nieuwe aanbesteding niet akkoord. De wijzigingen in de nieuwe vergunningstekening zijn niet fors en ik ben van mening dat we daar samen wel uit zullen komen.

(...)"

5. [eiseres] doet zijn vordering steunen op bovenstaande feiten alsmede op het navolgende. [eiseres] stelt dat zij reeds mondeling de aannemingsovereenkomst met Breederzorg had gesloten, en dat zij ervan uitging dat de ondertekening van de overeenkomst door [naam directrice] namens Breederzorg zou volgen, en dat zij er niets achter zocht dat dit niet meteen gebeurde.

Vervolgens bleek haar dat [naam directrice] zich op het standpunt stelde dat Breederzorg geen overeenkomst met [eiseres] had, omdat zij niet had ondertekend. Breederzorg wilde vervolgens een geheel nieuwe aanbesteding uitschrijven, waarin [eiseres] dan opnieuw zou kunnen mededingen. [eiseres] wijst erop dat zij reeds veel kosten had gemaakt en werkzaamheden had uitgevoerd.

Zij specificeert haar primaire vordering die gebaseerd is op artikel 11 van de toepasselijke Algemene Voorwaarden dan wel op artikel 7:764 lid 2 BW als volgt:

  • -

    € 5.341,90 ter zake reeds uitgevoerde werkzaamheden, zoals gespecificeerd aan de hand van de begroting voor de bouw, overgelegd als productie 22 bij dagvaarding;

  • -

    2% inkomstenderving ofwel bedrijfskosten berekend over het restant van de aanneemsom van € 227.158,10 (te weten € 232.500,- min € 5.341,90), zijnde

€ 4.543,16;

- winstderving ad 2% berekend over € 227.158,10 + € 4.543,16) maakt € 4.634,03;

- btw € 3.629,26.

De subsidiaire vordering betreft de geleden schade als gevolg van het afbreken van de onderhandelingen. Deze komt neer op € 20.911,48.

De meer subsidiaire heeft alleen betrekking op voormelde posten zonder gederfde inkomstenderving/bedrijfskosten en winst. Dit is € 8.076,15 inclusief 21% btw.

[eiseres] legt een beschrijving van de werkzaamheden over, het termijnenoverzicht, een overzicht van de stelposten, lijst met afspraken en open begroting van 19 april 2012.

Zij wijst erop dat ook alle tekeningen in opdracht van Breederzorg zijn vervaardigd. De kosten van de werktekeningen door Tekenburo[naam tekenburo] zijn pas eind november 2012 na herhaald aandringen betaald door Breederzorg. Ook de bouwverslagen melden steeds Breederzorg als opdrachtgever.

6. Breederzorg heeft hiertegen het volgende ingebracht.

6.1.

In het pand aan de [adres] wordt wonen en werken gecombineerd. Het betreffen kantoorvilla’s met inpandige bedrijfswoningen. De directrice van gedaagde, [naam directrice] en haar gezin wonen in een van de bedrijfswoningen. [naam directrice] is eigenaar van de grond en de gebouwen. De bouwplannen waren dan ook voor haar rekening. Zij zou het te bouwen pand deels verhuren aan Breederzorg. Een gedeelte ervan zou worden gebruikt binnen de woonbestemming. [eiseres] had moeten weten dat het pand niet van Breederzorg was, aangezien dit blijkt uit het kadaster. [eiseres] wist dat [naam directrice] er woonde. De offerte en de correspondentie zijn allemaal opgesteld door [eiseres] zodat deze hieraan geen rechten jegens Breederzorg kan ontlenen. [eiseres] heeft de verkeerde partij gedagvaard.

6.2.

De gewenste uitbereiding betrof nieuwbouw, waarbij Breederzorg een vergunning had aangevraagd voor een bijgebouw met een garage, met een instructieruimte en bedrijfs- en opslagruimte. De vergunning is op 16 januari 2012 aangevraagd en op 3 mei 2012 bekend gemaakt. Vervolgens zijn er verschillende bezwaarschriften tegen de vergunning ingediend. De offerte van [eiseres] van 2 mei 2012, die later nog is aangepast, is nooit door [naam directrice] ondertekend. [naam directrice] wilde de bezwaarprocedure afwachten. Er is door haar geen opdracht gegeven aan [eiseres] ook niet mondeling. [naam directrice] heeft daarom de aannemingsovereenkomst niet ondertekend. De tekeningen waarvoor opdracht aan Tekenburo [naam tekenburo] moest worden verleend en die besproken zijn in de bouwvergadering van 10 mei 2012 zijn gemaakt nadat [naam directrice] daarvoor fiat had gegeven. Onder verwijzing naar de bouwverslagen in onderling verband bezien stelt Breederzorg dat uit het uitstel van de ondertekening vermeld in het bouwverslag van 12 juni 2012 wel blijkt dat eerst afgewacht moest worden dat de vergunning onherroepelijk zou zijn. Dit blijkt volgens haar ook uit de e-mail van 13 juni 2012 die [naam directrice] vervolgens heeft gestuurd en waarin opmerkingen over het verslag stonden.

Ook in de algemene voorwaarden die [eiseres] hanteert is bepaald dat een offerte schriftelijk moet worden uitgebracht.

6.3.

In de periode augustus tot oktober 2012 is gebleken dat het realiseren van het project niet mogelijk zou zijn. Gebleken is dat een gedeelte van de tekening ten onrechte als vergunningsvrij was aangemerkt. Dit hield verband met de kelder van het geplande bijgebouw. Vervolgens diende de aanvraag voor de bouwvergunning aanmerkelijk te worden aangepast. Die aangepaste aanvraag is ingediend op 31 oktober 2012 en de vergunning is verleend op 14 januari 2013. Door de aanpassing kwam het gebruikte oppervlak neer op

111 m², wat veel minder was dan de oorspronkelijke planning.

Nadat de nieuwe tekeningen zijn ingediend op 31 oktober 2012 is [eiseres] benaderd om een nieuwe offerte op te stellen. Er was geen sprake van een nieuwe aanbesteding. [eiseres] mocht een offerte maken maar er waren geen andere partijen betrokken. [eiseres] heeft dit geweigerd. Tijdens het gesprek op 6 december 2012 heeft [eiseres] aangegeven dat het het beste was dat de bouwplannen niet door hem zouden worden uitgevoerd.

7. De kantonrechter oordeelt als volgt.

7.1.

Uit de hiervoor onder 4 vastgestelde feiten blijkt dat zowel in alle aangepaste offertes als in alle bouwverslagen Breederzorg als opdrachtgever van de bouw wordt vermeld. Breederzorg betaalde ook de tekenbureau’s en werd in de tekeningen van haar architect eveneens als opdrachtgever vermeld. Het had dan ook op de weg gelegen van [naam directrice] om aan [eiseres] duidelijk te maken dat niet Breederzorg, maar zij in persoon als opdrachtgever in de contracten genoemd diende te worden. De enkele e-mail van 13 juni 2014 (productie 9 bij dagvaarding), waarin zij een opmerking maakt over de vermelding van [naam afgevaardigde Breederzorg] als aanwezig opdrachtgever in plaats van zij, maakt dit niet anders: [naam afgevaardigde Breederzorg] staat in dat verslag immers niet als opdrachtgever vermeld: als opdrachtgever is Breederzorg in de kop van het verslag vermeld en helder is dat [naam afgevaardigde Breederzorg] en [naam directrice] steeds als zijnde in die vergadering voor de opdrachtgever aanwezig, zijn vermeld. Dit is in alle verslagen zo opgenomen. De stelling dat [eiseres] uit het kadaster had kunnen begrijpen dat [naam directrice] de eigenaar van de grond was maakt dit niet anders. De onderlinge verhouding tussen Breederzorg en [naam directrice] regardeert [eiseres] immers niet. Zij heeft alleen te maken met degene die zich jegens haar als opdrachtgever heeft gepresenteerd, en mocht daar op afgaan. [eiseres] heeft derhalve de juiste (rechts)persoon gedagvaard.

7.2.

De tweede vraag die aan de orde is betreft de vraag of er tussen partijen een overeenkomst is tot stand gekomen.

Op grond van de hiervoor onder 4.1 tot en met 4.9 weergegeven feiten en omstandigheden stelt de kantonrechter vast dat partijen feitelijk in juni 2012 overeenstemming hadden over de inhoud van de aannemingsovereenkomst zoals deze op schrift was gesteld in de laatste offerte. De werkzaamheden en de daaraan verbonden prijzen zijn zeer gedetailleerd in de offerte genoemd en helder is dat Breederzorg daarmee heeft ingestemd evenals met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden waarnaar verwezen wordt in de offerte.

Deze instemming blijkt met name uit paragraaf 3 van het hiervoor onder 4.6 genoemde bouwverslag van 12 juni 2012, waarin is opgenomen dat er mondeling al opdracht is verstrekt, waartegen destijds door Breederzorg geen enkel bezwaar is gemaakt. [naam directrice] stelt dat zij een voorbehoud maakte omdat die vergunning nog niet definitief was, en dààrom nog niet had ondertekend. Volgens haar was dit bij [eiseres] bekend. De kantonrechter oordeelt dat dit derhalve niet uitmaakt voor de bestaande overeenstemming tussen partijen. Het was louter nog wachten op de vergunning en daarna zou direct met het bouwen worden aangevangen en zou [naam directrice] haar handtekening plaatsen. Hoewel [eiseres] betwist dat zij ermee bekend was dat dit voor [naam directrice] de reden was dat zij de overeenkomst met Breederzorg nog niet ondertekende, staat in rechte wel vast dat [eiseres] ervan op de hoogte was dat de bouwvergunning nog niet was verleend en dat er bezwaren waren ingediend. In redelijkheid kon zij dan ook niet aannemen dat zonder die vergunning de overeenkomst tot opdracht voor de bouw ongewijzigd doorgang zou kunnen vinden. Dit blijkt ook uit de e-mail die Geert van Driel op 30 mei 2012 namens [eiseres] aan [naam afgevaardigde Breederzorg] die namens Breederzorg optrad toestuurde (zie hiervoor onder 4.7). Feitelijk is [eiseres] daar ook niet van uitgegaan en heeft zij zich soepel opgesteld om het contract aan de gewijzigde omstandigheden aan te passsen.

De kantonrechter stelt dan ook vast dat [eiseres] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de (tot in detail geregelde) overeenkomst van aanneming van werk met bijbehorende algemene voorwaarden was gesloten, ook al had [naam directrice] nog niet getekend, met dien verstande, dat [eiseres] bereid zou moeten zijn op basis van dezelfde overeengekomen gespecificeerde tarieven de plannen door middel van meer- en minderwerk aan te passen indien dat voor de vergunning noodzakelijk zou zijn.

[eiseres] heeft hier vervolgens ook naar gehandeld.

Vast staat voorts dat [eiseres] diverse werkzaamheden heeft verricht met medeweten van [naam directrice], om er voor te zorgen dat de bouw zo spoedig mogelijk na de vergunningverlening kon worden gestart. Daarmee werd reeds voor zover mogelijk uitvoering gegeven aan de opdracht. Ook dit duidt op de overeenstemming die bestond.

7.3.

Thans is aan de orde de vraag of Breederzorg een vergoeding aan [eiseres] dient te betalen.

Op 4 oktober 2012 wordt door [naam afgevaardigde Breederzorg] aan [eiseres] medegedeeld dat het een langdurige zaak zou gaan worden en wordt verzocht of hekwerk en keet wellicht weg kunnen dan wel verplaatst kunnen worden naar achteren op het terrein. De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] er dan nog steeds van mag uitgaan dat zij de bouw zal uitvoeren. Wanneer [eiseres] echter vraagt naar de stand van zaken en het stilleggen van de bouwwerkzaamheden, antwoordt [naam directrice] (zie hiervoor 4.8) dat er geen sprake is van stilleggen omdat er niet begonnen is, dat er geen getekend contract is en dat er nieuwe tekeningen naar de gemeente zijn die om een nieuwe offerte vragen.

De kantonrechter stelt vast dat deze reactie geen recht doet aan de afspraken die tussen partijen bestonden en in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die Breederzorg bij de nakoming en uitvoering van die overeenkomst in acht diende te nemen.

Terecht antwoordt van [naam afgevaardigde eiseres 2] op 12 november 2012 op dit bericht, waarin hij vraagt om toezending van die tekeningen zodat hij de aanneemsom kan aanpassen en hij uiteenzet waarom er wel een overeenkomst ligt. Dan doet hij op 14 november 2012 een voorstel met verhinderdata voor een afspraak en laat [eiseres] weten dat, indien gewenst, zij alvast de verschillen ten opzichte van de aanneemsom kan doorrekenen. Ook na afloop van het gesprek in de middag van 6 december 2012, geeft [naam afgevaardigde eiseres 2] per e-mail van diezelfde datum, verzonden om 17:52 uur, aan dat hij [naam directrice] aan het contract houdt, en dat hij erop vertrouwt dat ze er samen wel uit zullen komen. Uit deze e-mail, die door [naam directrice] onbetwist is, blijkt de onjuistheid van de stelling van [naam directrice] dat [eiseres] op 6 december 2012 zou hebben gezegd de bouw niet meer te willen uitvoeren. Anders dan in de conclusie van antwoord werd gesteld, heeft Breederzorg bij monde van [naam directrice], tijdens de comparitie van partijen verklaard dat zij voor de gewijzigde plannen, die volgens haar aanmerkelijk anders waren, een vergelijking wilde maken met andere offertes om te kijken wat een reële prijs was. Aldus wilde zij wel degelijk een nieuwe aanbesteding. De kantonrechter oordeelt dat [naam directrice], gelet op de reeds gemaakte afspraken van partijen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid [eiseres] om een prijsaanpassing van de bestaande offerte had dienen te vragen en zich niet op het standpunt mocht stellen dat er geen contract was “omdat dit niet getekend was” en er dus een geheel nieuwe offerte zou moeten komen, waarbij het Breederzorg dan vrij zou staan met een andere aannemer in zee te gaan. Dat de plannen dermate ingrijpend anders waren dat in redelijkheid geen aanpassing van de offerte kon plaatsvinden volgt onvoldoende uit hetgeen Breederzorg daaromtrent heeft gesteld. [eiseres] had al vele manuren besteed aan de voorbereiding en aanvang van dit project. De vereiste veranderingen in de bouwplannen zouden door [eiseres] in meer- en minderwerk verwerkt kunnen worden en Breederzorg had [eiseres] in de gelegenheid moeten stellen daarvoor een voorstel te doen, waarbij van [eiseres] verwacht mocht worden dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid te doen. Door de opstelling van [naam directrice], waarbij zij ten onrechte aangaf geen verplichting jegens [eiseres] te hebben, heeft [eiseres] die gelegenheid niet gehad. Aldus is er sprake van de situatie dat de opdracht door toedoen van de opdrachtgever niet doorgaat. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden voor Aanneming in het Bouwbedrijf 1992 van toepassing verklaard. [eiseres] heeft, zowel op grond van artikel 11 lid 5 van die voorwaarden als op grond van artikel 7:764 BW recht op de daarin omschreven vergoeding.

7.4.

Aangaande de hoogte van de door Breederzorg aan [eiseres] te betalen vergoeding oordeelt de kantonrechter als volgt.

Bij de becijfering van die vergoeding dient naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid te worden uitgegaan van de verdiensten die [eiseres] uiteindelijk had kunnen hebben bij het vanwege de wijziging in de vergunning gewijzigde, kleinere project. Onbetwist is dat de uitvoering daarvan door een andere aannemer is geoffreerd voor een bedrag van

€ 109.585,62.

Ter zake het door [eiseres] gevorderde en door Breederzorg betwiste bedrag van

€ 5.341,90 ter zake reeds uitgevoerde werkzaamheden, beoordeelt de kantonrechter hier aan de hand van de begroting voor de bouw, overgelegd als productie 22 bij dagvaarding:

Gevorderd wordt € 1.284,50 ter zake de kosten van het plaatsen en verwijderen van het hekwerk, materiaalkeet en schaftkeet en het uitzetten van het grondwerk en peilhoogtes en plaatsen van terreinleidingen een en ander zoals genoemd in het overzicht productie 22 bij dagvaarding. Deze werkzaamheden zijn gedaan om zo snel mogelijk na de vergunning met de bouw te kunnen starten. Dat hiervoor geen toestemming zou zijn verleend oordeelt de kantonrechter niet juist: niet voor iedere deeluitvoering van de opdracht behoeft immers afzonderlijk toestemming te worden verzocht: de werkzaamheden waren zichtbaar, zijn met medeweten van Breederzorg gedaan en pasten in de gesloten overeenkomst.

Voorts is opgenomen € 1.400,- ter zake uitgevoerd grondonderzoek volgens opgave van een derde partij, [naam derde partij]: dit bedrag wordt toegekend aangezien niet betwist is dat dit onderzoek is uitgevoerd.

Tot slot bestaan de uitgevoerde werkzaamheden waarvoor betaling wordt gevorderd uit

€ 1500,- ter zake kosten calculatie en tekenwerk, € 750 ter zake kosten bouwvergaderingen, € 42,40 ter zake kosten vervoer en € 365,- voor een deel van de uitvoeringskosten volgens begroting: deze posten oordeelt de kantonrechter redelijk. Hiervoor waren immers ook afzonderlijke uren in de offerte begroot. Ook dit bedrag wordt toegewezen.

In totaal is dit dus € 5.341,90.

Aldus wordt 2% inkomstenderving ofwel bedrijfskosten berekend over het restant van de lagere aanneemsom voor het gewijzigd project, welke in redelijkheid gelijk gesteld wordt aan de uitgebrachte offerte van € 109.585,62. Dit is dan 2% (€ 109.585,62 - € 5.341,90) =

2% x € 104.243,72 = € 2.084,87. De winstderving ad 2% wordt dan berekend over (€ 104.243,72 + € 2.084,87) dus

2% x € 106.328,59= € 2.126,57.

In totaal dient Breederzorg derhalve aan hoofdsom € 9.553,34 te voldoen, te vermeerderen met 21% BTW hierover van € 2.006,20. De BTW is verschuldigd omdat deze betaling voortvloeit uit de bedrijfsvoering van [eiseres]. In totaal is dit derhalve € 11.559,54.

7.5.

De door [eiseres] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen volgen het Besluit Buitengerechtelijke Incassokosten omdat de eis gegrond is op de overeenkomst tussen partijen. Dit komt neer op € 890,60 (exclusief BTW).

7.6.

Hetgeen partijen verder over en weer hebben gesteld kan als zijnde niet meer ter zake doende buiten beschouwing worden gelaten.

Breederzorg zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiseres].

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Breederzorg tot betaling aan [eiseres] van een bedrag groot € 11.559,54 inclusief 21% BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 15 september 2014 tot aan de dag van voldoening;

Veroordeelt Breederzorg tot betaling van een bedrag groot € 890,60 (exclusief BTW) ter zake buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 september 2014 tot aan de dag van voldoening;

Veroordeelt Breederzorg in de kosten van het geding, gevallen aan de zijde van [eiseres], welke tot op heden worden vastgesteld op € 1000,52 ter zake verschotten en op € 600,- ter zake salaris gemachtigde;

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. E.J. Spoor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 mei 2015.