Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:160

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-01-2015
Datum publicatie
15-01-2015
Zaaknummer
3713724
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Als partners, van wie de (toekomstige) goederen onder bewind staan, uit elkaar gaan, ligt het voor de hand dat de bewindvoerder voorstelt dat één van beiden een andere bewindvoerder vraagt. In beginsel kan de bewindvoerder niet beide partners, die doorgaans tegengestelde, althans niet parallel lopende belangen hebben, goed vertegenwoordigen.

Vertegenwoordiging voormalige partners door dezelfde bewindvoerder is in beginsel niet mogelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Kanton 's-Hertogenbosch

zaaknummer: 3713724 BH VERZ 14-12851

BM nummer: 10680

aec

Beschikking ontslag en benoeming nieuwe bewindvoerder

Bij beschikking van de kantonrechter te 's-Hertogenbosch d.d. 2 augustus 2011 is een bewind als bedoeld in Titel 19 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek ingesteld over de goederen die

[rechthebbende]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

wonende te [woonplaats], [adres]

toebehoren of zullen toebehoren.

Tot bewindvoerder is benoemd : [medewerkster 1 bewindvoerder], geboren op [geboortedatum], namens Tijssen schade-, bemiddeling- & adviesburo, gevestigd te 6680 AA Bemmel, Postbus 36

Op 6 januari 2015 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Aanwezig hierbij waren [rechthebbende], mw. mr. Van Schaik-Böhm, [medewerkster 1 bewindvoerder] en [medewerkster 2 bewindvoerder] namens Tijssen SB&A.

De beoordeling

De (toekomstige) goederen van rechthebbende en van haar toenmalige partner zijn bij beschikking van 2 augustus 2011 onder bewind gesteld. Rechthebbende en haar partner hebben samen twee kinderen gekregen.

Inmiddels zijn beide partners uit elkaar.

Rechthebbende en haar partner bewoonden een huurwoning en zijn beiden huurder. Rechthebbende heeft, na een ruzie, de woning feitelijk verlaten.

Aanvankelijk is, tijdens een overleg waarbij de bewindvoerder niet aanwezig was, afgesproken dat rechthebbende met de kinderen tijdelijk buiten de woning zal verblijven. Getracht zal worden een zodanig inkomen voor rechthebbende te genereren dat zij de huur van de woning kan betalen, waarna de partner de woning zou verlaten. De partner heeft echter laten weten zich niet aan deze afspraak te zullen houden, waarna wederom een overleg is gehouden. Hierbij was de bewindvoerder wel aanwezig. Tijdens dit overleg, waarin zoals ook de bewindvoerder verklaarde, de emoties hoog opliepen heeft rechthebbende gezegd dat het haar allemaal niets meer uitmaakte of woorden van gelijke strekking. Vervolgens heeft rechthebbende zich gewend tot mevrouw mr. Van Schaik-Böhm, advocate. Ook de partner van rechthebbende heeft een advocaat ingeschakeld.

De bewindvoerder is van mening dat zij rechthebbende in en buiten rechte vertegenwoordigt en dat dit ook betekent dat zij bepaalt of een advocaat wordt ingeschakeld en zo ja wie. De bewindvoerder verwijst daarbij naar de antwoorden op de pre-judiciele vragen zoals die door de Hoge Raad zijn gegeven ( ECLI:NL:HR:2014:525). De bewindvoerder heeft rechthebbende geen toestemming gegeven om mevrouw Van Schaik in te schakelen, waarna rechthebbende zich tot de kantonrechter heeft gewend.

Daar waar partners uit elkaar gaan, bestaat de mogelijkheid van het ontstaan van tegengestelde, althans niet parallel lopende belangen. In de onderhavige casus betreft het in ieder geval het huurrecht. Andere voorbeelden kunnen zijn de boedelverdeling, de omgang met de kinderen en eventuele alimentatie. De bewindvoerder heeft aangegeven dat zij kijkt naar wat objectief gezien voor iedereen het beste is, ook voor de kinderen en dat zij bij voorkeur geschillen tussen de voormalige partners in overleg en eventueel met behulp van mediation oplost.

De kantonrechter ziet niet hoe één persoon, in casu één bewindvoerder, de tegenstelde belangen van twee personen kan vertegenwoordigen. In dergelijk situaties is vaak geen sprake van één oplossing die objectief gezien het beste is, terwijl als zo’n situatie wel zou bestaan dat nog niet betekent dat er voor één van beide partners niet een betere oplossing zou bestaan. De bewindvoerder dient de belangen van zijn cliënt naar beste kunnen te behartigen. Dit betekent dat een bewindvoerder niet de belangen kan behartigen van twee personen die tegengestelde, althans niet parallelle belangen hebben. In een dergelijke situatie ligt het voor de hand dat de bewindvoerder één van beide cliënten adviseert een andere bewindvoerder te vragen.

Ter zitting is het voorgaande besproken en rechthebbende heeft aangegeven dat zij een andere bewindvoerder wenst. De rechtbank heeft mevrouw mr Stam bereid gevonden opvolgend bewindvoerder te worden.

Ter zitting heeft de kantonrechter aan rechthebbende toestemming verleend zich te laten bijstaan door mevrouw mr. Van Schaik tot de nieuwe bewindvoerder is benoemd. Rechthebbende dient met haar nieuwe bewindvoerder te overleggen over voortzetting van de inzet van mevrouw van Schaik.

Met de bewindvoerder is de kantonrechter van mening dat het doorgaans beter is voor alle partijen om niet escalerend te werken. Dat het inschakelen van of het optreden door mr Van Schaik escalerend heeft gewerkt, is echter nergens uit gebleken. De situatie is geëscaleerd toen de partner van rechthebbende zijn toezegging om t.z.t. de woning te verlaten introk. Dat rechthebbende tijdens het tweede gesprek, waarin de emoties volgens zowel rechthebbende als de bewindvoerder, hoog opliepen heeft gezegd geen prijs meer op de woning te stellen, kan niet worden opgevat als een uiting van haar wil. Het was immers voor iedereen duidelijk een uitlating onder druk van de emoties. Dat, zoals de bewindvoerder stelt, rechthebbende had aangegeven af te zien van de woning en dat ze daar niet op kon of mocht terugkomen en dat ze daarom ook geen advocaat mocht inschakelen, is daarom niet juist.

Door wel toe te staan dat de partner van rechthebbende zijn standpunt wijzigde, terwijl het terugkomen op haar emotionele uitlaten door rechthebbende door de bewindvoerder niet werd aanvaard, heeft de bewindvoerder de schijn gewekt dat zij meer stond voor de belangen van de partner, dan voor de belangen van rechthebbende. Dit geldt ook voor het feit dat de bewindvoerder de partner van rechthebbende wel heeft toegestaan een advocaat in te schakelen, terwijl dat aan rechthebbende niet werd toegestaan. Het voorgaande geeft tevens aan dat het kennelijk niet mogelijk is de belangen van beide ex-partners gelijkelijk te behartigen.

Gelet op het voorgaande wordt beslist als volgt.

De beslissing

De kantonrechter:

-Ontslaat, met ingang van heden, [medewerkster 1 bewindvoerder] als bewindvoerder over de goederen van [rechthebbende] voornoemd en benoemt Stam Reitsema Advocaten B.V., gevestigd te 5260 AA Vught, Postbus 21 tot nieuwe bewindvoerder.

-Bepaalt dat de ontslagen bewindvoerder eindrekening en verantwoording dient af te leggen aan rechthebbende en aan de nieuwe bewindvoerder binnen twee maanden na dagtekening van deze beschikking.

-Bepaalt dat rechthebbende toestemming heeft om mw.mr. van Schaik-Böhm in te schakelen tot de dag na verzending van deze beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.M. Penders, kantonrechter te 's-Hertogenbosch, en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2015, in aanwezigheid van de griffier.

De griffier, De kantonrechter,