Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:1067

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-03-2015
Datum publicatie
02-03-2015
Zaaknummer
01/839791-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor gewapende overval (diefstal met geweld in vereniging) op een juwelier in Helmond (november 2012) en diefstal in vereniging van een motorscooter.

Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal van twee auto's.

Belastende verklaringen van medeverdachten worden wel gebezigd tot het bewijs omdat deze in voldoende mate steun vinden in andere bewijsmiddelen. Het beroep op de Vidgen-jurisprudentie van het EHRM wordt verworpen.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.

Beslissingen op vorderingen benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/839791-12

Datum uitspraak: 02 maart 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1994],

wonende te [woonplaats], [adres 1].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 augustus 2013, 6 februari 2015 en 9 februari 2015 en 16 februari 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 juli 2013.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 6 februari 2015 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 10 november 2012 te Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

hij op of omstreeks 10 november 2012 te Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid sieraden, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben voorgehouden en/of getoond en/of de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Allemaal naar achteren, ga liggen en gezicht naar de grond" en/of "Kluis open, kluis open, sleutel", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking, en/of een of meer in voornoemde [bedrijf 1] aanwezige glazen vitrine(s) met een (klauw)hamer heeft/hebben verbroken/gebroken/vernield;

(artikel 312/317 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 november 2012 tot en met 11 november 2012 te Helmond, in elk geval (telkens) in Nederland en/of België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) hoeveelheden of een hoeveelheid sieraden (telkens) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die hoeveelheden of hoeveelheid sieraden (telkens) wist(en), althans (telkens) redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (telkens) (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(artikel 416/417bis Wetboek van Strafrecht)

2. hij op of omstreeks 3 november 2012 te Düsseldorf (Duitsland) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (motor)scooter (kenteken [kenteken 1]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of het weg te nemen goed onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of valse sleutel;

(art. 311 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

3. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 januari 2013 tot en met 5 januari 2013 te Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (kenteken(s) [kenteken 2] en/of [kenteken 3]), in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of het weg te nemen goed onder zijn / hun bereik heeft/ hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of valse sleutel;

(art 311 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht het onder feit 1 primair, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder feit 1 primair en subsidiair, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde.

Het oordeel van de rechtbank. 1

Ten aanzien van feit 1 primair.

De rechtbank baseert haar oordeel over de feitelijke gang van zaken op de navolgende

–zakelijk weergegeven- bewijsmiddelen.

Proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 1] 2 :

Ik ben eigenaresse van de [bedrijf 1], deze is gelegen aan de [adres 2] te Helmond. Ik was afgelopen zaterdag 10 november 2012 rond 15.30 uur in mijn winkel achter de werkbank. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] waren ook achterin de winkel. Op dat moment waren er twee klanten in de winkel. Dit waren meneer en mevrouw [slachtoffer 4]. Ik hoorde dat [slachtoffer 2] "Oh oh" riep. Ik zag dat er twee personen de winkel binnen kwamen. Ik zag dat ze in het zwart gekleed waren en dat ze beiden witte helmen droegen met iets van een streep daarover. Ik hoorde dat een van die twee personen riep: "Allemaal naar achteren. Ga liggen en gezicht naar de grond". De jongen die sprak, sprak ons geruststellend toe. Hij zei dat we naar de grond moesten kijken, maar hij zei ook dat als we deden wat hij zei, er niets zou gebeuren. Dit heeft hij meerdere keren herhaald. Ik ben hierop op de grond gaan liggen. Ik zag dat [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 5] en de man en de vrouw die naar achteren waren gestuurd, ook op de grond gingen liggen. Ik hoorde dat die ene overvaller zich vlak bij me bevond. Ik hoorde dat deze persoon zei: "kluis open, kluis open. Sleutel". Ik hoorde dat hij met een hard voorwerp ergens in de buurt van de kluis tegen aan sloeg. Toen werd er door diezelfde persoon gevraagd naar de sleutel van het afzonderlijke kastje in de kluis. Ik ben die sleutel gaan halen. Ik heb hem overhandigd aan [slachtoffer 3]. Ik hoorde kort daarop dat dit slot van dit kastje geopend werd. Op het moment dat er iemand bezig was met die kluis leeghalen, hoorde ik glasgerinkel. Op enig moment hoorde ik de kluisdeur dichtvallen en toen waren ze weg. Ik zag dat het een puinhoop in de winkel was. Een draaikast waar de briljanten in liggen die was helemaal kapot en leeggehaald. Daar zit ongeveer voor 50.000 euro aan sieraden in. Met name Allianceringen, fantasieringen, zware gouden kettingen, oorbellen etc. De ingebouwde Espritkast was deels kapot en leeggehaald. Daar zaten horloges en sieraden in. De kasten aan de zijkant waren deels vernield en leeggehaald. Daar zaten voornamelijk sets in. Dus ketting, armband en oorbellen. De kast met de Zinzisieraden is ook vernield en leeg gehaald. Ik heb een gekleurde tas gezien bij een van de daders. Ik heb gezien dat een van hen een geweer in zijn handen had. Ik schat van een centimeter of twaalf. Mijn winkel is voorzien van bewakingscamera's.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] 3 :
Ik ben werkzaam als verkoopster in de winkel[bedrijf 1]. Op zaterdag 10 november 2012 omstreeks 15.30 uur was ik aan het werk in de winkel. Ik zag dat er drie personen met een helm op binnen kwamen. Ik zag dat de voorste van de drie een mes in zijn hand had. Hij had dat mes ter hoogte van zijn middel met de punt in onze richting gestoken. Er ging meteen dreiging van uit. De man met het mes liep meteen op mij af en ik hoorde dat hij tegen mij zei: “naar achteren, naar achteren”. Ik zag dat de tweede persoon/overvaller die binnen kwam tegen de klanten zei dat ze ook mee naar achteren moesten komen. Een van die mannen zei tegen ons dat we op de grond moesten gaan liggen. Ik ben meteen in de keuken op de grond gaan liggen.[slachtoffer 3] lag links naast mij, daarnaast lag de heer [slachtoffer 4], daarnaast lag [slachtoffer 1]. [slachtoffer 5] de buurvrouw lag rechts naast mij voor het keukenblok. Mevrouw [slachtoffer 4] zat half in elkaar gedoken onder het werkblad naast de kluis. Meteen toen we op de grond lagen werd door een van de daders gevraagd: “Waar is de kluis”. Ikzelf, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zeiden dat de kluis in de hoek van de keuken stond. Ik hoorde dat de kluis werd geopend. Een van de daders vroeg “waar is de sleutel van die kluis, open doen”. Ik hoorde dat er spullen uit de binnenkluis gehaald werden. Ik zag in de winkel de derde dader rond lopen. Hij had een witte tas bij zich. Hij begon meteen met flink geweld op de vitrines in de winkel te slaan. Ik zag en hoorde dat hij de vitrines in de winkel kapot sloeg. De derde persoon die op en neer liep had een tas bij zich met daarop de kleuren rood, geel en groen, een drukke tas. Ik moest aan Vlisco stoffen denken. Ik hoorde van buiten op straat een soort claxon. Ik hoorde meteen voetstappen en zag de daders naar buiten lopen.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3] 4 :

Ik ben werkzaam als verkoopster bij[bedrijf 1]. Ik was vandaag samen met drie collega’s, waaronder mijn baas [slachtoffer 1]aan het werk in de winkel. Tegen half 4 was ik aan het werk in het achterste gedeelte van de winkel. Op het moment dat ik weer de winkel in wilde lopen kwam ik [slachtoffer 2] tegen. Zij gebaarde mij dat ik mee terug moest de werkplaats in. Ik zag dat achter [slachtoffer 2] nog twee klanten liepen. Ik zag dat er achter [slachtoffer 2] een man aan kwam. Ik zag meteen dat deze man een pistool in de hand had. Hij maakte er een zwaaiende beweging mee. Een andere dader had een mes. Ik hoorde dat deze man riep dat we naar achteren moesten en dat we op de grond moesten gaan liggen. We moesten van hem naar beneden kijken. We lagen op dat moment met 6 personen in de kleine werkruimte. Ik zag dat de dader met zijn vuist tegen de kluis aan sloeg en riep dat we deze open moesten maken. Ik hoorde dat hij riep: ”Ik moet de sleutel, ik moet de sleutel”. Ik zag een tweede dader in de deuropening staan, die in zijn linkerhand een mes had. Ik zag dat een man met een witte sweater de vitrines kapot aan het slaan was. Ik zag dat hij dit met een hamer deed. Ik zag dat de daders de winkel uitliepen en naar links renden in de richting van het spoor.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] 5:
Vandaag, op zaterdag 10 november 2012 omstreeks 15.15 uur was ik met mijn vrouw bij[bedrijf 1], op de [adres 2] te Helmond. Plotseling zag ik een man met een helm op binnen in de winkel en die man stond op circa twee meter van mij en mijn vrouw verwijderd. Ik zag dat die man, ik zal hem duiden als overvaller I, een klein model vuistvuurwapen met een lengte van ongeveer 15 centimeter in een van zijn handen had. Overvaller I zei “mee naar achteren en op de grond liggen”. Mijn vrouw en ik moesten toen onder bedreiging van dat vuurwapen mee en zijn gedwongen om te gaan liggen in de ruimte waar de kluis staat. Overvaller I bleef mij, mijn vrouw en het personeel bedreigen. Overvaller III bleef in de winkel en sloeg met een hamer het glas van vitrines kapot en deed de inhoud hiervan in een tas. Overvaller II heeft gedeeltelijk de kluis leeggemaakt en de inhoud uit de kluis in de Vlisco tas gedaan. Overvaller II had een mes met een totale lengte van 30 centimeter in een van zijn handen. Hij had dit mes enigszins met de punt vooruit gericht, wat dreigend overkwam.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] 6 :

Ik help bij klusjes in de zaak van mijn buurvrouw [slachtoffer 1] [bedrijf 1], de eigenaresse van[bedrijf 1]. Zo ook afgelopen zaterdag 11 november 2012 (de rechtbank begrijpt zaterdag 10 november 2012) om 15.30 uur. Ik was in een ruimte achter de juwelierszaak. Ik hoorde dat er gezegd werd: Liggen, liggen, liggen”.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 6] 7:

Ik denk dat ik op zaterdag 10 november 2012 rond half vier de deur van de juwelierszaak opende en naar binnen liep. Ik zag links achter in de winkel een persoon staan met een witte helm op. Hij droeg een wit trainingsjack. Ik zag allemaal glas. Ik zag dat iemand een geweertje in zijn rechterhand had. Ik hoorde de persoon met het geweertje riep: “liggen, of ga liggen”. Hierop ben ik gaan liggen.

Proces-verbaal bevindingen opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] 8 :

Op zaterdag 10 november 2012 vond er omstreeks 15:39 uur een gewapende overval plaats op[bedrijf 1], gelegen aan de [adres 2] te Helmond. Deze overval werd gepleegd door een viertal personen op scooters. Van deze overval zijn camerabeelden. In dit proces-verbaal worden de camerabeelden uitgewerkt.

De opnames zijn van 10 november 2012 14:59:59 tot 15:59:59.

Camera 1 heeft zicht op de buitenzijde van de winkel. Camera 2, 3 en 4 hebben zicht in de winkel.

15:35:27 uur: De eerste zwarte scooter met 2 daders in donker gekleed stopt op de [adres 2] ter hoogte van het winkelpand.

15:35:37 uur: 2 personen stappen van de eerste zwarte scooter af. Signalement van de bestuurder van de 1e zwarte scooter: De persoon droeg een zwarte broek, een mat zwarte stoffen jas met capuchon, een witte helm met zwart vizier, een bruine schoudertas met gebloemd motief en zwarte handschoenen. De persoon wordt verder in het proces-verbaal als dader 1 vermeld. Signalement van de bijrijder van 1e zwarte scooter: De persoon droeg een zwarte broek, zwarte glimmende jas met een ijzer detail op de linkermouw, zwarte helm met goud/gele tribal tekens op de zijkant en zwarte handschoenen. De persoon wordt verder in het proces-verbaal als dader 2 vermeld.

15:35:43 uur: dader 1 en 2 komen binnen lopen en lopen direct langs de toonbank naar de achterzijde van de winkel. Dader 2 heeft zijn rechterarm gestrekt en wijst met deze arm naar verschillende personen in de winkel. Te zien is dat hij een op een vuistvuurwapen gelijkend voorwerp in zijn rechterhand houdt.

15:35:49 uur: De tweede zwarte scooter met 2 personen, waarvan een licht gekleed en een donker, stopt voor het winkelpand. De scooter heeft 2 kleine ronde achterlichten en uitstekende knipperlichten.

Signalement van de bestuurder van 2e zwarte scooter: De persoon droeg een zwarte broek, een zwart stoffen jack, zwarte handschoenen, zwarte helm met lichtkleurig scharnierpunt van het vizier. De persoon wordt verder in het proces-verbaal als dader 3 vermeld. Signalement van de bijrijder van de 2e zwarte scooter: De persoon draagt een zwarte trainingsbroek met 2 dikke witte verticale strepen en 1 dunne streep in het midden van de 2 dikke strepen op de broekspijpen, een wit jack met zwarte rits en zwarte capuchon en een witte helm met zwarte accenten aan de zijkant en boven op de helm, met zwart vizier. Hij heeft 1 grijze handschoen aan (linkerhand) en 1 zwarte (rechterhand). De persoon wordt verder in het proces-verbaal als dader 4 vermeld.

15.35:51 uur: Dader 4 stapt af en loopt richting de voordeur. Dader 3 blijft bij de scooter staan.

15:35:55 uur: Dader 4 loopt het winkelpand binnen.

15:35:59 uur: Dader 4 neemt een hamer in zijn rechterhand en loopt direct naar een losse stellage ter hoogte van de toonbank. Dader 4 slaat twee keer tegen het glas en verwijdert met twee handen de gehele glasplaat. Dader 4 haalt vervolgens met zijn rechterhand verschillende goederen uit de stellage en stopt deze in een lichtkleurige tas. Dader 4 slaat vervolgens een keer tegen de bovenste glasplaat van de losse stellage. Er vallen glasscherven en stukken glas op de grond. Dader 4 haalt ook hier verschillende

goederen uit de stellage en stopt deze in de lichtkleurige tas. Dader 4 wendt zich naar de kast rechts van hem en slaat tweemaal tegen het glas. Glasstukken en scherven vallen op de grond en hij haalt verschillende goederen uit de kast en stopt deze in de lichtkleurige tas.

Op het zelfde moment loopt dader 2 naar de kast, gelegen achter de toonbank. Hij opent daar verschillende lades en kasten. In zijn rechterhand houdt hij nog steeds het op een vuistvuurwapen lijkend voorwerp vast.

15:36:07 uur: Dader 1 staat met zijn rug naar de toonbank, in de achterste ruimte. Hij maakt een kluis open.

15.36:57 uur: Een vrouw loopt de winkel in. Dader 2 en 4 lopen direct naar haar toe. Dader 2 heeft zijn rechterhand gestrekt en wijst met het op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar de vrouw. De vrouw gaat vervolgens op de grond liggen. Dader 2 draait zich weer om en loopt naar de achterste ruimte en verdwijnt uit beeld.

15:37:13 uur: Dader 4 slaat in één klap het glas kapot waardoor er glasscherven en stukken op de grond vallen en de vrouw raken.

15:37:20 uur: Dader 2 verschijnt weer in beeld en haalt een witte bak uit de kluis. Dader 1 haalt verschillende goederen uit de kasten en lades, welke hij vervolgens in de schoudertas stopt.

15:37:35 uur: Dader 1 loopt weer naar de kluis en pakt nog een witte bak en stopt deze in zijn schoudertas.

15:37:59 uur: Dader 4 loopt naar een stellage en slaat het glas van de stellage kapot met de hamer en neemt verschillende goederen uit de stellage en stopt die in de lichtkleurige tas.

15:37:11 uur: Een zilverkleurige personenauto van het merk Jaguar stopt voor het trottoir. Dader 3 rijdt met hoge snelheid over het trottoir, voor een Opel stationcar de weg op, rijdend in de richting van de Hoefkens.

15:38:23 uur: Daders 4, 1 en 2 lopen met versnelde pas en verlaten de winkel via de voordeur. Dader 4 heeft in zijn linkerhand een hamer vast. Dader 1 heeft het mes nog in zijn linkerhand. Dader 2 heeft het vuistvuurwapen in zijn rechterhand.

15:38:27 uur: Dader 1 komt buiten, duwt dader 4 aan de kant en stapt op de geparkeerde scooter, dader 2 komt buiten. Dader 1 rijdt op de scooter weg richting het spoor. Daders 4 en 2 lopen beiden uit het beeld. De zilverkleurige Jaguar rijdt achteruit.

15:38:31 uur: Dader 3 komt met de scooter met hoge snelheid uit de Hoefkens gereden, gaande in de richting van het spoor.

Het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] 9:

Op zaterdag 10 november 2012 omstreeks 15.30 uur parkeerde ik mijn auto, een Jaguar, zilvergrijs van kleur, op de [adres 2] te Helmond. Op het moment dat ik parkeerde zag ik recht voor de [bedrijf 1] een jongen met een scooter staan. Die jongen was van boven tot onder in het zwart gekleed. Hij had ook een zwarte helm op. Toen ik recht voor de juwelier stond keek ik naar binnen. Ik zag toen overal glas liggen en 2 of 3 donker geklede jongens binnen staan. Op het moment dat ik zag wat er binnen gebeurde reed ik met de voorzijde van mijn auto in de richting van de juwelierszaak. Ik zag dat drie personen naar buiten kwamen bij de juwelier. Ik zag dat 2 van die jongens helemaal in het donker gekleed waren en ook een helm op hadden. De derde jongen was ook in het zwart maar had een wit vest of trainingsjack aan. Hij had ook een hamer in zijn handen. Ik zag dat 2 van die jongens meteen op een scooter zaten en richting het spoor reden. De derde jongen liep er achter aan en probeerde er ook nog achterop te springen. Ik besloot om er achteraan te gaan. Ik zag dat die derde persoon met die witte jas nog steeds bezig was om achter op de scooter te springen bij die andere twee, maar dat dat niet lukte. Ik reed vervolgens tot vlakbij die bromfiets en tikte net die jongen met het witte jack die er achter liep aan. Ik zag dat daardoor de persoon met het witte jack bij mij op de motorkap viel. Ik remde vervolgens heel hard en de persoon met het witte jack viel daardoor op de grond. Ik zag dat die persoon meteen weer op stond en weer naar de bromfiets rende om er achter op te springen. Dat herhaalde zich zo nog twee keer. De snelheid was op dat moment niet hoog, hooguit 30 kilometer per uur. Ik zag dat de scooter voor de spoorwegovergang linksaf draaide de Noord Parallelweg op. Toen lukte het de persoon met de witte jas wel om op de scooter te springen en te blijven zitten. Ik bleef op een afstand van 10 à 15 meter de scooter volgen. Bij de bocht naar links van de Noord Parallelweg loopt het fietspad langs de spoorlijn en loopt het fietspad dus niet meer parallel met de Noord Parallelweg. Zij gingen vanaf de weg het fietspad op daar en bleven langs het spoor rijden in de richting van de spoorwegovergang bij de Cortenbachstraat. Ik ben op dat punt gestopt.

Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] 10 :

Op zaterdag 10 november 2012 net voor 16.00 uur reed ik als bestuurder van mijn personenauto over de Vossenbeemd te Helmond, komend vanaf de Kanaaldijk. Ik zag in mijn achteruitkijkspiegel twee bromfietsen met grote snelheid over het fietspad van de Vossenbeemd rijden. Ik zag dat op iedere bromfiets twee personen zaten. Ik zag dat op de voorste bromfiets de bestuurder helemaal in het zwart gekleed was. Hij had een zwarte helm op. De man die achterop op de voorste bromfiets zat had een witte jas aan. De bromfietsen zelf waren beiden geheel zwart en ik zag dat aan de achterkant geen kentekenplaat zat. De bestuurder en de passagier van de tweede bromfiets waren ook geheel in het zwart gekleed en hadden ook een zwarte bromfietshelm op. De passagier van de achterste bromfiets had een witte tas vast. De scooters draaiden rechtsaf, een weggetje in dat naar de sluis loopt. Daarna draaiden ze voor de sluis rechtsaf en volgden het fietspad dat daar ligt.

Proces-verbaal van verhoor [getuige 3] 11:
Ik reed op zaterdag 10 november 2012 omstreeks 15:50 over de Rochadeweg te Helmond. Ik zag voor het viaduct aan mijn linkerzijde een viertal personen met twee scooters erbij het talud omhoog klauteren. Alle vier de personen droegen donkere kleding en hadden een helm op. De tweede persoon in de rij had een tas in zijn handen. De kleur van de tas was echt opvallend en bestond uit blauw en oranje vlekken.

Proces-verbaal van verhoor [getuige 4] 12:

Op zaterdag 10 november 2012, omstreeks 16.30 uur, bevond ik mij in mijn woning aan de [adres 3] te Helmond en stond voor het voorraam. Ik hoorde en zag toen twee brommers door de straat rijden en zag dat er twee brommers vanaf de Lier richting het Barentzpark reden. Ze reden behoorlijk hard. Op de tweede bromfiets zaten twee jonge jongens. Beiden droegen donkere kleding.

Proces-verbaal van verhoor [getuige 5] 13 :

Op zaterdag 10 november 2012 omstreeks 16.15 uur was ik in mijn tuin van mijn woning aan de [adres 4] te Helmond. Ik hoorde het geluid van twee brommers/scooters aan de zijde van het Barentzpark. Ik hoorde dat de brommers/scooters verder doorreden dan het bankje op het Barentzpark. Vervolgens hoorde ik een geluid dat ik niet thuis kon brengen. Achteraf vermoed ik dat dit een plons is geweest. Ik hoorde vervolgens dat meerdere personen over het trottoir, gelegen naast onze woning aan het Barentzpark, liepen. Ik hoorde dat ze met elkaar in de Nederlandse taal spraken. Ik hoorde aan het geluid van de stemmen dat ze de weg overstaken en de wijk inliepen. De stemmen die ik hoorde waren jongensstemmen.

Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] 14 :

Op 13 november 2012 onderzocht ik met collega [verbalisant 3] de mogelijke vluchtroute van de verdachten van de overval op[bedrijf 1], [adres 1] te Helmond.

In het verhoor van [getuige 2] blijkt dat er vier personen op twee scooters, zonder kenteken, welke voldeden aan het signalement, via de Vossenbeemd te Helmond, langs het kanaal, richting de Rochadeweg zijn gereden. Daarnaast verklaarde getuige [getuige 3], dat zij vier personen, welke voldeden aan het signalement, met twee scooters het talud van de Rochadeweg op zag lopen aan de noordzijde. Op het zandpad ter hoogte van het viaduct van de Rochadeweg te Helmond zag ik op 13 november 2012 de resten van een brandhaard. Ik zag dat er in de resten van de brandhaard sieraden lagen. Deze sieraden waren deels, dan wel volledig, zwartgeblakerd door de brand. Ik zag dat er verschillende delen kledingstof zichtbaar waren. Ik zag dat deze kledingstof zwart van kleur was en dat de stof een geweven structuur had. Ik heb de sieraden in beslag genomen. Deze sieraden zijn fotografisch vastgelegd.

Proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer 1] opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] 15:

De sieraden welke u mij via de foto’s toont zijn allen afkomstig uit deze winkel,[bedrijf 1].

De verklaring van [medeverdachte 1] afgelegd op 7 mei 2013 16:

We hebben een keer zwart getankt waar ik bij was. Dat was in Venray. Daar gingen we tanken. Plotseling reden ze weg. Ik had toen in de gaten dat ze weg reden zonder te betalen. [verdachte] zat toen bij mij in de auto. We hadden toen 2 scooters bij ons. Volgens mij een Piaggio en een KTM. Ik stond aan de wegkant naast hen te wachten in mijn grijze BMW. Verbalisant: We laten je een foto zien van tanken zonder te betalen in Venray. Ik stond links van de scooter. Ik zag op YouTube dat de scooter, de Piaggio, met kenteken [kenteken 1] gebruikt was bij het tanken zonder te betalen. Ik dacht toen dat dit dus de scooter is geweest waarmee getankt was zonder te betalen waar ik bij was.

Degenen die de overval gepleegd hebben zijn [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 4]. Ik weet dit van [medeverdachte 2]. Hij heeft dit verteld en laten zien op YouTube. [medeverdachte 2] heeft mij aangewezen dat hij degene was met de hamer en die de vitrines insloeg en de witte jas. Ik herken van de getoonde foto’s de helm die de man met de witte jas en de hamer op had tijdens de overval. Die heb ik meerdere keren gezien. Die is vaker mee geweest naar Duitsland op de momenten dat wij scooters gingen stelen. [medeverdachte 2] nam die mee. [medeverdachte 2] heeft mij 2 doorzichtige gripzakjes laten zien met daarin een sieraad. Ik begreep dat dit de buit was van de overval. De sieraden zijn verkocht aan een juwelier in Antwerpen. [medeverdachte 5], [medeverdachte 3], [verdachte], [medeverdachte 4], [medeverdachte 2] en ik zijn mee geweest om de sieraden weg te brengen naar Antwerpen. [medeverdachte 3], [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] zijn toen bij de juwelier naar binnen gelopen.

De verklaring van [medeverdachte 1] afgelegd op 8 mei 2013 17 :

De scooter die bij de overval gebruikt is was een Piaggio. Deze Piaggio is ook gebruikt bij het tanken zonder betalen in Venray. De andere scooter die bij de overval gebruikt is was een Aprilia. Ik weet dit omdat ze dit tegen mij gezegd hebben. Met “ze” bedoel ik [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] of [medeverdachte 2]. Zij hebben zelf tegen mij gezegd dat ze de overval gezet hebben.

Op de dag van de overval ben ik ’s avonds naar [medeverdachte 2] thuis gegaan. Daar lag hij op zijn bed met een dikke kapotte enkel. [medeverdachte 2] zei dat hij ’s middags een overval gezet had bij [bedrijf 1] in Mierlo samen met [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. [medeverdachte 2] zei dat ze in eerste instantie langs de juwelier waren gereden met scooters. [medeverdachte 2] zei dat het met die Piaggio en Aprilia was. [medeverdachte 2] zei dat hij achterop zat bij [medeverdachte 3]. [medeverdachte 2] zei dat ze voor de juwelier gestopt zijn. [medeverdachte 2] zei dat hij samen met [verdachte] en [medeverdachte 4] naar binnen is gegaan en dat [medeverdachte 3] op de uitkijk is blijven staan. [medeverdachte 2] zei dat hij zelf met een hamer de vitrines ingeslagen heeft en alles in de zak gooide. [medeverdachte 2] zei dat er een vrouwtje binnen stond en dat [medeverdachte 4] dat vrouwtje rustig hield. [medeverdachte 2] zei dat [medeverdachte 4] tegen de vrouw had gezegd “mevrouw doe maar rustig, sorry maar het moet”. [medeverdachte 2] zei dat ze naar een kluis hadden gevraagd aan die vrouw. [medeverdachte 2] zei dat ze daarna naar buiten zijn gegaan. [medeverdachte 2] zei dat ze weg reden en dat hij daar nog stond. [medeverdachte 2] zei dat [medeverdachte 3] niet daar op die plek stond. Hij was dus te voet en zette het toen op een lopen. [medeverdachte 2] zei dat hij een zilveren Jaguar aan zag komen rijden. Dat die vol gas op hem af kwam rijden. [medeverdachte 2] zei dat die auto hem weer ramde. Dat hij toen al bijna niet meer kon lopen. Dat hij toen [medeverdachte 3] wel zag en daar heen is gerend en dat hij achterop is gesprongen bij hem. [medeverdachte 2] zei dat ze wegreden en dat die auto nog achter hen aan zat. [medeverdachte 2] zei dat ze naar het kanaal bij de Pronto zijn gereden. Dat ze daar de scooters in het kanaal hebben gereden. Ik zei tegen [medeverdachte 2] dat ik wel ibuprofen had. [medeverdachte 2] gaf namelijk aan dat hij zo’n pijn had.

De dag dat we de buit van de overval weg gingen brengen ben ik opgebeld door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] en ik moest naar [medeverdachte 2] zijn huis komen. Ik ben met mijn eigen auto, de BMW naar [medeverdachte 2] gegaan. Daar werd aan me gevraagd of ik mee wilde rijden naar België om de buit weg te brengen. Zelf was het mij toen duidelijk dat het ging om de buit van de overval op[bedrijf 1]. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] zeiden dat ik beloond zou worden met 100 euro en een volle tank benzine. Op dat moment stapte [medeverdachte 2] bij mij in de auto en daarmee wilde hij zeggen dat ik mee moest. Wij moesten toen [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 4] ophalen bij de Lodos in Helmond. Wij zijn toen richting België gereden. We zijn via Eindhoven in de richting van Turnhout gereden. [medeverdachte 5] heeft voorop gereden en het kan zijn dat ik ook een aantal keren voorop heb gereden. In Turnhout wilden ze een juwelier vinden, maar dat lukte niet. "Ze" zijn [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 4]. [medeverdachte 5] reed op dat moment alleen maar mee. Ze wilden naar Antwerpen omdat de winkels langer open waren. In Antwerpen zijn wij op zoek gegaan naar een juwelier. Bij een kerk met een rond plantsoen zijn twee personen naar binnen gegaan. Daar konden ze de buit niet kwijt. [medeverdachte 5] stond voor de juwelier met zijn auto. We zijn toen in de richting van het centrum gereden. Op een gegeven moment zagen ze een juwelier. [medeverdachte 4], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte] zijn uitgestapt. Wij hebben daar een uur ongeveer staan wachten. [medeverdachte 5] en ik hebben buiten gewacht bij onze auto' s. Toen ze terug kwamen is iedereen in mijn auto gestapt. Op dat moment zaten [medeverdachte 4], [medeverdachte 3], [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] in mijn auto. In de auto werd het geld verdeeld. Ik denk dat het ongeveer 4000 euro is geweest. Ik heb een briefje van 100 euro gekregen. Ik heb de buit die dag gezien. Dat was in Helmond toen we [medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en [verdachte] opgehaald hadden. Het waren twee gripzakjes ter grootte van een boterhamzakje. Volgens mij zat in een van de zakjes zilver en in de andere goud.

De verklaring van [medeverdachte 1] afgelegd op 5 juni 2013 18 :
U toont mij twee foto’s waarop handen met briefgeld te zien zijn. Dat is het geld van de buit. Deze foto’s zijn in mijn BMW genomen. Deze zijn gemaakt in België op het moment dat ze in de auto stapten.

Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 4] 19:

De telefoon van [medeverdachte 5], een Sony Xperia, is in beslag genomen. Deze gebruikte het telefoonnummer [telefoonnummer]. Tijdens het uitlezen van zijn telefoon werd er een filmfragment aangetroffen waarbij er in een auto een groot aantal bankbiljetten getoond werden. Uit de bestandsgegevens die bij deze filmopnamen behoorden bleek dat dit filmfragment was opgenomen op zondag 11 november 2012 te 18.35.28 uur.

Proces-verbaal van verhoor [getuige 6] 20 :
Wij zijn naar Beverwijk geweest en toen wij daar van terug kwamen ben ik samen met [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] geweest. Toen wij bij [medeverdachte 2] waren zag ik dat [medeverdachte 2] met een dikke enkel op bed lag. Toen zijn [medeverdachte 1] en ik weer vertrokken. Even later kwamen [medeverdachte 5], [medeverdachte 2], ik en [medeverdachte 1] weer bij elkaar. Ik zag toen dat [medeverdachte 2] moeilijk liep en last van zijn voet had. [medeverdachte 2] heeft nog van ons paracetamol gehad.

De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] afgelegd op 22 april 2013 21 :

Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer]. Ik ging om met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. [verdachte] ken ik.

De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] afgelegd op 23 april 2013 22 :
Ik heb voor het rijden naar België 100 euro gekregen.

De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] afgelegd op 24 april 2013 23 :
Ze zijn twee keer naar België gereden. Een keer voor zilver en een keer voor goud. Ze hebben 4 duizend 2 honderd euro aan buit opgehaald en dit was voor het goud want toen was ik mee. [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] en ik zijn naar België gereden. Toen ik op een gegeven moment weer een telefoontje van hen kreeg ben ik meegereden naar België. Daar heb ik geld gekregen.

Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 5] 24 :

Op 11 november 2012 werd gemeld dat twee scooters in het nieuwe gedeelte van het kanaal de Zuid Willemsvaart lagen, langs het Piet van Bokhovenpad te Helmond, ter hoogte van het Barentzpark. In de directe omgeving van de plaats waar de scooters waren aangetroffen zijn een aantal zwarte handschoenen aangetroffen. In de bosschage achter de twee zitbanken lag een zwarte kunststof linkerhandschoen. In de prullenbak naast de twee zitbanken aan het Barentzpark zag ik drie zwarte linkerhandschoenen waaronder een zwart leren handschoen met aan de rugzijde van de manchet een bandje met klittenband. Deze is veiliggesteld en gewaarmerkt als AAFM9959NL. Een andere handschoen is gewaarmerkt als AAFM9958NL. In het kanaal tegenover de doorgang van het Barentzpark zag ik het linkerhandvat van het stuur van een scooter boven het water uitsteken, op ongeveer 2 à 3 meter vanaf de wal. Op dezelfde afstand vanaf de wal zag ik ongeveer 3 meter naar links het rechterhandvat van het stuur van een andere scooter boven het water uitsteken. Met medewerking van de brandweer werden beide scooters uit het water gehaald. Een scooter was van het merk Aprilia en een scooter van het merk Piaggio. Het linkerhandvat van de Piaggio dat boven het water had uitgestoken is inbeslaggenomen, veiliggesteld en gewaarmerkt als AAFM9962NL. Ik zag dat beide scooters niet voorzien waren van een kentekenplaat. Van beide scooters waren de originele kleuren overgeschilderd met zwarte verf.

Bevindingen met betrekking tot de Piaggio (AAFL3271NL).

Onder de buddyseat van de Piaggo zag ik een sticker met gegevens van de scooter. Op deze sticker zag ik het framenummer LBMM5710000001359. Ik zag dat de scooter voorzien was van zowel een rechter- als een linkerachteruitkijkspiegel op het stuur. Ik zag dat het gedeelte waar het spiegelglas van de rechterspiegel hoorde te zitten niet meer aanwezig was. De steun waarop deze spiegel hoort te zitten zag ik nog wel op het stuur aanwezig.

Bevindingen met betrekking tot de Aprilia (AAFL3272NL).

In de bergplaats van de Aprilia zag ik natte kledingstukken, waaronder een zwarte kunststoffen rechterhandschoen met aan de rugzijde van de manchet een flap met klittenband. Deze rechterhandschoen was qua samenstelling en uitvoering identiek aan de linkerhandschoen AAFM9960NL uit de prullenbak naast de zitbanken aan het Barentzpark te Helmond. In dezelfde bergruimte in de Aprilia zag ik een blauwe joggingbroek van het merk Dutchy in de maat M. Ik zag dat aan de buitenzijde van de broekspijpen drie witte strepen liepen in de lengterichting van de broekspijpen. Ik zag dat de buitenste strepen dikker waren dan de middelste streep. Onder de joggingbroek in de bergruimte van de Aprilia zag ik een jack dat kennelijk binnenstebuiten gekeerd was. Ik zag dat de binnenzijde, die nu aan de buitenzijde zichtbaar was, wit van kleur was. In verticale richting zat een donkerkleurige ritssluiting aan de voorzijde. Ik zag dat de Aprilia voorzien was van dubbele achterlichten aan de achterzijde, direct onder de buddyseat. Onder de dubbele achterlichten zag ik een vlak waarop een kentekenplaat bevestigd kan worden. Ik zag dat er geen kentekenplaat bevestigd was. Links en rechts van het vlak voor de kentekenplaat zag ik een oranje richtingaanwijzer.

Tijdens het sporenonderzoek werd beeldmateriaal getoond van de overval op de juwelier aan de [adres 1] te Helmond op 10 november 2012. Ik zag op het beeldmateriaal onder andere twee scooters, waarop de overvallers aan waren komen rijden, op enig moment voor de winkel staan. Ik zag dat een zwarte scooter met de achterzijde op het beeldmateriaal te zien was. Ik zag dat deze scooter voorzien was van een dubbel achterlicht, direct onder de buddyseat. Onder het dubbele achterlicht zag ik een vlak voor een kentekenplaat. Ik zag dat er geen kentekenplaat gemonteerd was. Verder zag ik links en rechts van het vlak voor de kentekenplaat een oranje richtingaanwijzer. Ik zag dat van de andere zwarte scooter de voorzijde zichtbaar was. Ik zag dat deze scooter links en rechts voorzien was van achteruitkijkspiegels die gemonteerd waren op het stuur van de scooter. Ik zag dat het gedeelte van de rechterachteruitkijkspiegel waar het spiegelglas in zit niet meer aanwezig was. Ik zag dat de steun van de rechterachteruitkijkspiegel nog wel aanwezig was.

Proces-verbaal van bevindingen 25:
Uit onderzoek is gebleken dat het VIN nummer LBMM5710000001359 van de aangetroffen Piaggio is afgegeven aan een motorscooter met kenteken[kenteken 1], afkomstig uit Duitsland. Daarnaast is gebleken dat de motorscooter met kenteken[kenteken 1] op 3 november 2012 tussen 00.00 uur en 14.10 uur was ontvreemd. Op zaterdag 3 november 2012 werd er namens het [bedrijf 2] aangifte gedaan van het feit dat er op zaterdag 3 november 2012 om 08.20 uur werd getankt zonder te betalen. Dit feit werd gepleegd door een bestuurder van een blauwe motorscooter met Duits kenteken[kenteken 1]. De bestuurder droeg een witte helm en donkere kleding. Door de aangever werd waargenomen dat deze scooterrijder in gezelschap was van een buitenlandse jongeman op een zwarte scooter. Daarnaast werd waargenomen dat er naast het tankstation op de weg een grijze BMW stond met hierin drie personen. Door de aangever werd waargenomen dat deze zwarte scooter en de grijze BMW wegreden toen de blauwe scooter ook wegreed. De witte helm, welke gedragen werd door de bestuurder van de blauwe scooter, toont zeer sterke gelijkenis met een van de helmen, gedragen door een van de overvallers op 10 november 2012. De opvallend zwarte kenmerken, zoals het driehoekje aan de voorzijde van de helm, boven het vizier, en de verticale streep in het midden van de helm is op beide afbeeldingen zichtbaar.

Rapport van het NFI d.d. 4 juli 2013 betreffende vergelijkend DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een verdachte 26:
Van het DNA in het referentiemonster wangslijmvlies RAAZ6260NL van [medeverdachte 2] is een DNA-profiel verkregen dat op 26 juni 2013 is opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en sindsdien wordt vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is één match gevonden met het DNA-mengprofiel van de bemonstering AAFM9959#01 (bemonstering van een handschoen). Dit betekent dat [medeverdachte 2] één van de donoren kan zijn van het DNA in de bemonstering AAFM9959#01. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het DNA-mengprofiel van het DNA in de bemonstering AAFM9959NL#01 is ongeveer één op 270 miljoen.

Rapport van het NFI d.d. 4 juli 2013 betreffende vergelijkend DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een verdachte 27 :
Van het DNA in het referentiemonster wangslijmvlies RAAZ6280NL van [verdachte] is een DNA-profiel verkregen dat op 26 juni 2013 is opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en sindsdien wordt vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is een match gevonden met het DNA-mengprofiel van de bemonstering AAFM9959#01 (bemonstering van een handschoen). Dit betekent dat [verdachte] (één van) de donor(en) kan zijn van het DNA in de bemonstering AAFM9959#01. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het DNA-mengprofiel van het DNA in de bemonstering AAFM9959NL#01 is ongeveer één op 270 miljoen.

Rapport van het NFI d.d. 17 september 2013 betreffende vergelijkend DNA-onderzoek n.a.v. een gewapende overval gepleegd te Helmond op 10 of 11 november 2012 28:
De bemonstering met SIN AAFM9958NL (handschoen) bevat een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen. Het celmateriaal kan afkomstig zijn van [medeverdachte 2] en minimaal twee andere personen. De bevindingen van dit vergelijkend DNA-onderzoek zijn beschouwd onder twee hypothesen.

hypothese A1: De bemonstering AAFM9958NL#0l bevat celmateriaal van de verdachte [medeverdachte 2] en twee of drie onbekende personen (niet verwant aan elkaar of aan

de verdachte [medeverdachte 2]).

hypothese A2: De bemonstering AAFM9958NL#01 bevat celmateriaal van drie of vier willekeurige onbekende personen (niet verwant aan elkaar of aan de verdachte

[medeverdachte 2]).

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker

als hypothese A1 juist is, dan als hypothese A2 juist is. De waarschijnlijksheidsterm “zeer veel waarschijnlijker” heeft een bijbehorende likelihood ratio interval van 10.000 - 1.000.000.

De bemonstering met SIN AAFM9959NL#01 (handschoen) bevat een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen. Het celmateriaal kan afkomstig zijn van [medeverdachte 2] en [verdachte]. In het DNA-mengprofiel zijn relatief prominente DNA-kenmerken zichtbaar van minimaal twee personen van wie relatief veel DNA in de bemonstering aanwezig is. De bevindingen van dit vergelijkend DNA-onderzoek zijn beschouwd onder twee hypothesen.

hypothese B1: De bemonstering AAFM9959NL#0l bevat een relatief grote hoeveelheid

celmateriaal van de verdachte [medeverdachte 2] en één andere persoon (niet verwant aan

de verdachte [medeverdachte 2]).

hypothese B2: De bemonstering AAFM9959NL#01 bevat een relatief grote hoeveelheid

celmateriaal van twee willekeurige personen (niet verwant aan elkaar of aan de verdachte

[medeverdachte 2]).

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker

als hypothese B1 juist is, dan als hypothese B2 juist is. De waarschijnlijksheidsterm “extreem veel waarschijnlijker” heeft een bijbehorende likelihood ratio interval van >1.000.000.

hypothese B3: De bemonstering AAFM9959NL#01 bevat een relatief grote hoeveelheid

celmateriaal van de verdachte [verdachte] en één andere persoon (niet verwant aan

de verdachte [verdachte]).

hypothese B4: De bemonstering AAFM9959NL#01 bevat een relatief grote hoeveelheid

celmateriaal van twee willekeurige personen (niet verwant aan elkaar of aan de verdachte

[verdachte]). De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn meer dan een miljard keer waarschijnlijker als hypothese B3 juist is, dan als hypothese B4 juist is.

De bemonstering met SIN AAFM9962NL#01 (handvat scooter) bevat een onvolledig DNA-mengprofiel. Naast DNA-kenmerken die matchen met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] RAAZ6260NL zijn additionele DNA-kenmerken zichtbaar die duiden op de aanwezigheid van minimaal één andere persoon. De bevindingen van dit vergelijkend DNA-onderzoek zijn beschouwd onder twee hypothesen.

Hypothese C1: De bemonstering AAFM9962NL#01 bevat celmateriaal van twee personen: de verdachte [medeverdachte 2] en een onbekende persoon (niet verwant aan de verdachte [medeverdachte 2]).

Hypothese C2: De bemonstering AAFM9962NL#01 bevat celmateriaal van twee willekeurige onbekende personen (niet verwant aan elkaar of aan de verdachte [medeverdachte 2]). De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker als hypothese C1 juist is, dan als hypothese C2 juist is. De waarschijnlijksheidsterm “extreem veel waarschijnlijker” heeft een bijbehorende likelihood ratio interval van >1.000.000.

Proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] bij de rechter-commissaris op 2 september 2014. 29

Ik heb drie jaar een relatie gehad met [medeverdachte 3]. De relatie is nu vier jaar beëindigd, maar soms zag ik hem nog.

Proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] 30 :

Ik heb wel eens stukjes van gesprekken tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] gehoord. Ik hoorde dat hij dan met [verdachte] sprak over de sieraden. Ik heb wel eens met [medeverdachte 3] en [verdachte] samen met een meisje gezeten en toen hadden ze ook weer veel geld bij zich. Ik hoorde toen dat het meisje vroeg hoe hun aan zoveel geld kwamen. Ik hoorde toen dat [verdachte] zei dat ze iets geroofd hadden. Ik heb toen gevraagd of het ging om die overval. Ik zag toen dat [verdachte] en [medeverdachte 3] allebei moesten lachen.

Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] 31 :

In het kader van het onderzoek “Windsteur” werden gespreksgegevens verkregen van de Dienst Justitiële Inrichtingen, P.I. Grave. Deze gegevens betroffen digitale gespreksgegevens van opnames van de door de gedetineerde [betrokkene 1] vanuit de Penitentiaire Inrichting te Grave gevoerde telefonische gesprekken.

23-5-13 09:14

[betrokkene 1] belt uit naar NN vrouw moeder.

[betrokkene 1]: Ik heb het er gisteren met die jongen over gehad. Hij zegt alsnog weer tegen mij dat hij het heeft gedaan. Ja, ik kan dat verder nergens bewijzen.

M: Wie heeft dat gezegd?

[betrokkene 1]: ja, [verdachte]

M: Heb jij die gesproken?

[betrokkene 1]: Ja en ook van die juwelier, zit hij ook voor vast en voor de [bedrijf 3], allemaal.

M: en dat zegt hij tegen jou, ik heb dat gedaan en dat geloven ze niet?

[betrokkene 1]: ja, mam, dit is justitie he.

(…)

[betrokkene 1]: Tegen mij zegt hij dat toch. Hij gaat dat echt niet tegen justitie zeggen hoor.

23-5-13 09:19

[betrokkene 1] belt uit naar [persoon 1].

[persoon 1]: en hoe is ‘t, heb je hem al gesproken of niet?

[betrokkene 1]: ja ik heb hem al gesproken

[betrokkene 1]: en wat zei hij?

[betrokkene 1]: Hij geeft aan mij toe de juwelier, [bedrijf 4] en de [bedrijf 3]

Verklaring van [betrokkene 1] bij de rechter-commissaris op 2 september 2014. 32

Op 23 mei 2013 zat ik in detentie. Ik heb toen een telefoongesprek gehad met [persoon 1]. Het tapgesprek op pagina 2294 (=tapgesprek op 2285) ging over wat ik met [verdachte] in het huis van bewaring had besproken.

Nadere bewijsoverwegingen en de bewijsbeoordeling.

Op basis van de getuigenverklaringen over de rijrichting van de bij de overval betrokken scooters en opzittenden, het signalement van deze scooters dat overeenkomt met de beschrijving van de in de Zuid-Willemsvaart aangetroffen scooters, de in de buddyseat van de Aprilia aangetroffen kleding die sterk lijkt op de kleding die een van de overvallers droeg, het feit dat een van de scooters, de Piaggio, de scooter is die op 3 november 2012 is gestolen in Duitsland, waarbij in ieder geval verdachte en een medeverdachte (zoals uit de hierna opgenomen bewijsoverweging ten aanzien van feit 2 blijkt) betrokken zijn geweest, acht de rechtbank bewezen dat de in de Zuid-Willemsvaart aangetroffen scooters de scooters zijn die bij de overval zijn gebruikt.

Verder gaat de rechtbank er van uit dat er een relatie is tussen de handschoenen in de prullenbak in het Barentzpark en de overval. De handschoenen zijn aangetroffen in de directe nabijheid van de scooters en in de buddyseat van een van de scooters die bij de overval zijn gebruikt, is een rechterhandschoen gevonden die identiek is aan een van de drie linkerhandschoenen in de prullenbak. Daarnaast droegen in ieder geval drie van de daders van de overval aan beide handen een zwarte handschoen. De aangetroffen handschoenen in de prullenbak zijn ook zwart van kleur.

Verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5]

De verdediging heeft onder verwijzing naar de Vidgen-jurisprudentie aangevoerd dat de verklaringen die zijn afgelegd door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] dienen te worden uitgesloten van het bewijs aangezien de verdediging ten aanzien van deze getuigen het ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] met grote behoedzaamheid dienen te worden beoordeeld.

De rechtbank overweegt met betrekking tot dit verweer het volgende.

In het licht van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft de Hoge Raad in vaste jurisprudentie geoordeeld dat het gebruik voor het bewijs van een ambtsedig proces-verbaal van de politie voor zover inhoudende een door enig persoon in het opsporingsonderzoek afgelegde, de verdachte belastende, verklaring niet zonder meer ongeoorloofd is en in het bijzonder niet onverenigbaar met artikel 6, eerste lid, en derde lid, aanhef en onder d, van het EVRM. Van die onverenigbaarheid is in ieder geval geen sprake indien de verdediging in enig stadium van het geding, hetzij op de terechtzitting hetzij daarvoor, de gelegenheid heeft gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen. Van de verdediging mag in de regel het nodige initiatief daartoe worden verwacht. De enkele omstandigheid dat een getuige die voor een rechter is opgeroepen en aldaar is verschenen, weigert een verklaring af te leggen, brengt niet mee dat inbreuk wordt gemaakt op het door artikel 6, derde lid, aanhef en onder d, van het EVRM gewaarborgde recht. Indien de verdachte belastende verklaring steun vindt in andere bewijsmiddelen, in die zin dat de betrokkenheid van de verdachte bij het hem ten laste gelegde feit wordt bevestigd door ander bewijsmateriaal, is gebruik van die verklaring niet ongeoorloofd. Dit steunbewijs zal dan betrekking moeten hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist.

De rechtbank stelt vast dat de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] op verzoek van de verdediging als getuige door de rechter-commissaris zijn opgeroepen voor een verhoor. Ook ter terechtzitting zijn zij als getuigen op verzoek van de verdediging gehoord. Bij deze verhoren hebben zij zich beroepen op hun verschoningsrecht.

De rechtbank is ten aanzien van de door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] bij de politie afgelegde, voor verdachte belastende verklaringen, van oordeel dat de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad om deze verklaringen op hun betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten.

De rechtbank is echter van oordeel dat de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij de overval in voldoende mate steun vinden in andere bewijsmiddelen. Uit de hierna opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat verdachte mededader is van de diefstal van de scooter, merk Piaggio, die is gebruikt bij de overval. Ook de verklaring van [getuige 7] en de taps van de gesprekken van [betrokkene 1] wijzen op de betrokkenheid van verdachte bij de overval.

Uit de bewijsmiddelen blijkt bovendien dat op een van de drie in de prullenbak in de buurt van de scooters gevonden linkerhandschoenen DNA is aangetroffen dat verwijst naar betrokkenheid van verdachte. Verdachte heeft voor het aantreffen van dit DNA als mogelijke verklaring gegeven dat verdachte en de medeverdachten elkaars kleding gebruikten. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat er geen relatie is tussen de overval en de handschoen. Hierboven is reeds overwogen dat de rechtbank deze relatie wel aanneemt. De DNA-match staat bovendien niet op zich zelf. Bij de beoordeling van de betrokkenheid van verdachte moeten genoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang worden bezien.

Gelet op dit alles acht de rechtbank de verklaringen van getuige [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] bruikbaar voor het bewijs.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de, voor verdachte belastende, verklaringen van [medeverdachte 1] als onbetrouwbaar aan te merken. [medeverdachte 1] heeft in deze verklaringen gedetailleerd en consistent verklaard en heeft daarin met name ook zichzelf belast (onder meer voor wat betreft het wegbrengen van de buit). Zo heeft hij gedetailleerde daderinformatie, die niet via de media bekend is geworden, over de overval gegeven, en die hij slechts van de daadwerkelijke daders vernomen kan hebben. Dit terwijl het dossier zijn betrokkenheid bij de overval uitsluit. Van belang is dat hij heeft aangegeven van wie hij deze informatie heeft verkregen, namelijk van medeverdachte [medeverdachte 2], die hem heeft verteld één van de daders te zijn. Over de gang van zaken bij de verkoop van de sieraden en de betrokkenheid van verdachte daarbij verklaart [medeverdachte 1] uit eigen wetenschap. [medeverdachte 1] heeft verdachte ook herkend van een foto (p. 260 en 275 van het eindpv1). Op p. 781 van het eindpv1 staat een kopie van de ID staat van verdachte en de rechtbank stelt vast dat op het kopie van de identiteitskaart dezelfde foto staat afgedrukt als op p. 775. Tenslotte vinden deze verklaringen van [medeverdachte 1] onder meer steun in de door medeverdachte [medeverdachte 5] en getuige[getuige 6] afgelegde verklaringen, alsook in de in de auto van [medeverdachte 1] gemaakte foto met een grote hoeveelheid geld, zoals hiervoor in de uitgewerkte bewijsmiddelen wordt vermeld.

Gelet op het vorenstaande gebruikt de rechtbank de verklaringen van [medeverdachte 1] voor het bewijs.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de hiervoor in de uitgewerkte bewijsmiddelen opgenomen verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 5] ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij de overval betrouwbaar zijn. De verklaringen vinden in voldoende mate steun in andere bewijsmiddelen zoals in de verklaringen van [medeverdachte 1], alsook in de in de auto van [medeverdachte 1] gemaakte foto met een grote hoeveelheid geld, welke foto op de gsm van [medeverdachte 5] is aangetroffen. De verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] versterken elkaar (deels) over en weer. Ook [medeverdachte 5] verklaart uit eigen wetenschap dat verdachte op de dag na de overval over de buit beschikte en deze naar België heeft weggebracht en verkocht. Ook [medeverdachte 5] belast in dit verband zichzelf. Gelet hierop acht de rechtbank de verklaringen van getuige [medeverdachte 5] bruikbaar voor het bewijs.

De voor het overige aangevoerde bewijsverweren geven geen aanleiding tot een afzonderlijke bespreking daarvan. Zij vinden hun weerlegging in voornoemde uitgewerkte bewijsmiddelen.

Op basis van de feiten en omstandigheden die in de uitgewerkte bewijsmiddelen zijn vervat, in onderling verband en samenhang bezien, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte samen met anderen de overval op[bedrijf 1] op 10 november 2012 in Helmond heeft gepleegd.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte onder meer met medeverdachte [medeverdachte 2] het onder feit 1 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 2.

De rechtbank baseert haar oordeel over de feitelijke gang van zaken op de navolgende –zakelijk weergegeven- bewijsmiddelen.

[slachtoffer 7] heeft verklaard dat zijn motorscooter van het merk Piaggio, kleur blauw, met het kenteken [kenteken 1] met VIN nummer LBMM5710000001359 op 3 november 2012 tussen 00.00 uur en 14.10 uur in Düsseldorf is gestolen.33

Op 3 november 2012 is door een medewerker van het BP tankstation [bedrijf 2], Leunseweg 47A te Venray aangifte gedaan van diefstal van benzine. Op die dag om 08.20 uur is door de bestuurder van een felblauwe scooter met Duits kenteken [kenteken 1] getankt zonder te betalen. Deze scooterrijder was kennelijk in gezelschap van een jongeman op een zwarte scooter en een drietal jongens in een grijze BMW. Toen de man op de scooter wegreed, reden die andere scooterrijder en de grijze BMW ook weg. 34

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij ongeveer tien keer als chauffeur met zijn grijze BMW mee naar Duitsland is gegaan om te kijken of er ergens motorscooters stonden om te stelen. Hij reed er dan met anderen naar toe en vervolgens keken ze rond. Als er iets stond, dan stopte [medeverdachte 1]. Dan stapte één persoon uit en die begon het contact met de deukentrekker uit het dashboard te trekken. Hij zat dan in de auto. Als de scooter gestart was reden ze weer terug naar huis. Iedereen reed afwisselend op de gestolen scooter(s) naar huis. Vervolgens moesten de scooters bij hem in de garage staan. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat ze een keer zwart getankt hebben waar hij en onder meer verdachte bij was. Dat was in Venray. Ze hadden toen twee scooters bij zich. Hij dacht een Piaggio en een KTM. Toen hij op Youtube zag dat de Piaggio kenteken [kenteken 1] gebruikt was voor het tanken zonder te betalen, dacht hij dat dat dus de scooter is geweest waarmee getankt is zonder te betalen waar hij bij was. 35

In de woning van verdachte is een micro SD-kaart aangetroffen met daarop twee videofilmpjes, opgenomen op respectievelijk 3 november 2012 om 07.37 uur en 3 november 2012 om 8.16 uur. Bij het uitlezen van de beelden wordt gezien dat vanuit een BMW twee scooters, waaronder een felblauwe scooter, zijn gefilmd op de autoweg in Duitsland.

De scooters rijden een industrieterrein op, waar zich onder meer een BP-tankstation bevindt. Uit de namen van de bedrijven die zijn te zien op de beelden leidt de verbalisant af dat het BP tankstation is gelegen aan de Leunseweg te Venray. Bij dit tankstation is op 3 november 2012 om 08.20 getankt zonder te betalen. Na vergroting van het beeld van de kentekenplaat van de felblauwe scooter ziet de verbalisant een deel van het kenteken, te weten: [kenteken 1].36

[verbalisant 7], de verbalisant die verdachte op 14, 15 en 16 mei 2013 heeft gehoord en gedurende het onderzoek de meeste gesprekken heeft beluisterd in telefoontaps die waren aangesloten op telefoonnummer [telefoonnummer] en [telefoonnummer], herkende de stem van verdachte als zijnde de gebruiker van die telefoonnummers.37

In het onderzoek naar historische verkeersgegevens van de telefoon [telefoonnummer] wordt vastgesteld dat deze telefoon op 3 november 2012 om 08.28.13 uur aanstraalde op een zendmast in Venray.38

Op basis van voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte als medepleger op 3 november 2012 betrokken is geweest bij de diefstal van de motorscooter met het kenteken [kenteken 1] in Düsseldorf. Het feit dat de rechtbank niet kan vaststellen of verdachte zelf de wegneemhandeling van de motorscooter heeft verricht, staat aan het aannemen van het medeplegen van de diefstal van de scooter niet in de weg, nu de bijdrage van verdachte bij de diefstal, zoals blijkt uit voornoemde bewijsmiddelen, voldoende substantieel is geweest.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 3.

De rechtbank is van oordeel dat in het procesdossier onvoldoende wettig bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte in de periode van 4 januari 2013 tot en met 5 januari 2013 te Helmond een auto met het kenteken [kenteken 2] en een auto met het kenteken [kenteken 3] heeft weggenomen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte van het onder feit 3 ten laste gelegde vrijspreken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1. op 10 november 2012 te Helmond tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, toebehorende aan [bedrijf 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en

[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,
welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en zijn mededaders die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en een mes, hebben voorgehouden en getoond en de woorden hebben toegevoegd: "Allemaal naar achteren, ga liggen en gezicht naar de grond" en "Kluis open, kluis open, sleutel", en in voornoemde [bedrijf 1] aanwezige glazen vitrines met een hamer hebben vernield;

2. op 3 november 2012 te Düsseldorf (Duitsland) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een motorscooter kenteken [kenteken 1], toebehorende aan [slachtoffer 7], waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist voor feit 1 primair, feit 2 en feit 3 24 maanden gevangenisstraf.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Gelet op de door de verdediging bepleite integrale vrijspraak heeft de verdediging zich niet over de strafmaat uitgelaten.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft bij de keuze voor het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende in strafverzwarende zin laten meewegen.

Verdachte heeft samen met zijn mededaders op zaterdag 10 november 2012 op klaarlichte dag een overval gepleegd op[bedrijf 1] in Helmond. Hierbij zijn de aanwezige eigenaresse, medewerkers en klanten door één van de daders met een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp en door een andere dader met een mes bedreigd, terwijl weer een andere dader met een hamer vitrines met sieraden heeft stuk geslagen en sieraden heeft weggepakt. Tijdens de overval werd de aanwezigen toegeroepen dat zij moesten gaan liggen met hun gezicht naar de grond en dat ze de kluis open moesten maken. Bij deze overval werd een grote hoeveelheid sieraden buit gemaakt met een waarde van ongeveer
€ 57.000,-.

Een overval is voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring waar zij nog jarenlang last van kunnen hebben. Overvallen leiden bovendien tot gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving. Verdachte en zijn mededaders hebben met die gevoelens geen rekening gehouden toen zij besloten op een gewelddadige manier snel aan geld te willen komen.

Verdachte heeft zich voorts een week voor voornoemde overval samen met anderen schuldig gemaakt aan diefstal van een motorscooter in Duitsland. Diefstallen veroorzaken overlast en schade. Uit verdachtes handelen spreekt minachting voor andermans eigendom.

Op dergelijke feiten kan in beginsel in verband met een juiste normhandhaving niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte d.d. 7 januari 2015 blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank zal dezelfde straf opleggen als de door de officier van justitie gevorderde straf, ook al spreekt de rechtbank verdachte vrij van feit 3. De gevorderde straf is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde.

Uit het oogpunt van vergelding en ter beveiliging van de maatschappij acht de rechtbank, alle vorenstaande omstandigheden in aanmerking nemend, een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en geboden.

Ten aanzien van feit 1 primair.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 3], [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht alle vorderingen voor toewijzing vatbaar. De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank qua hoogte van het aan de benadeelde partijen toe te wijzen bedrag.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 1 primair en subsidiair.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vorderingen in hun geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke tente vanaf 10 november 2012 tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal aldus een bedrag van € 1.750,- ter zake van immateriële schade [slachtoffer 3], [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] toewijzen, aangezien op grond van het procesdossier en het verhandeld ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat deze immateriële schade door voornoemde personen rechtstreeks is geleden als gevolg van het door verdachte gepleegde feit. De rechtbank is van oordeel dat dit bedrag redelijk en billijk is, mede gelet op de toegekende bedragen in vergelijkbare zaken.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partijen tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6].

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht de vordering voor toewijzing vatbaar. Het gevorderde bedrag aan materiële en immateriële schade is onderbouwd en kan worden toegekend.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 1 primair en subsidiair.

Beoordeling. De rechtbank zal een totaalbedrag van € 1.950,- aan de benadeelde [slachtoffer 6] toewijzen. Dit bedrag bestaat uit een bedrag van € 1.750,- aan immateriële schade en € 200,- aan materiële schade. De rechtbank wijst een bedrag van € 1.750,- toe ter zake van immateriële schade van [slachtoffer 6] vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aangezien op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat deze immateriële schade door de [slachtoffer 6] rechtstreeks is geleden als gevolg van het door verdachte gepleegde feit. Dit bedrag is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid door de rechtbank begroot, mede gelet op vergelijkbare zaken.

De rechtbank zal voorts een bedrag van € 200,- ter zake van materiële schade, namelijk kosten van het eigen risico psychotherapie/traumabehandeling, toewijzen, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. Ook dit bedrag wordt door de rechtbank vermeerderd met de wettelijke rente, in dit geval vanaf 23 mei 2013, zijnde de datum van indiening van de vordering, tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal gelet op het voorgaande de benadeelde partij in het gedeelte van de vordering dat ziet op de immateriële schade en voornoemd toegewezen bedrag van € 1.750,- te boven gaat (€ 250,-) niet ontvankelijk verklaren.

De rechtbank zal de benadeelde partij ook niet ontvankelijk verklaren in het gedeelte van de vordering dat ziet op de overige gestelde materiële schade van € 3.295 (personeelskosten eigen bedrijf € 1.095,- en omzetverlies restaurant € 2.200,-), omdat de bewijstukken ter onderbouwing van deze schade thans ontbreken. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering (in zoverre) zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering (met een totaalbedrag van
€ 3.545,-), waarin zij niet-ontvankelijk is verklaard, slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.
De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 over de immateriële schade en vanaf 23 mei 2013 over de materiële schade, telkens tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 2

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7].

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht de vordering van [slachtoffer 7] voor toewijzing vatbaar. De schade is niet onderbouwd maar volgens de officier van justitie blijkt voldoende dat deze benadeelde partij schade heeft geleden door het onder feit 2 ten laste gelegde. Zij stelt voor een bedrag naar billijkheid toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 2 en subsidiair gelet op de omstandigheid dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

Beoordeling.

De rechtbank acht een bedrag van € 500,- toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte materiële schade, aangezien op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat er materiële schade door [slachtoffer 7] is geleden door het door verdachte gepleegde feit. Het bedrag van
€ 500,- is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid door de rechtbank begroot, nu de bewijsstukken ter onderbouwing van deze schade thans ontbreken.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in het gedeelte van de vordering dat ziet op de materiële schade van € 530,- onder meer aangezien de bewijstukken ter onderbouwing van deze schade thans ontbreken. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering (in zoverre) zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit gedeelte van de vordering (€ 530,-) slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.
De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 3

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8].

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht de vordering voor toewijzing vatbaar. De schade is niet onderbouwd maar volgens de officier van justitie blijkt voldoende dat deze benadeelde partij schade heeft geleden door het onder feit 3 ten laste gelegde. Zij stelt voor een bedrag naar billijkheid toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 3 en subsidiair gelet op de omstandigheid dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

Beoordeling.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 60a, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 3: Vrijspraak

De rechtbank verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder feit 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 primair: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen T.a.v. feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregelen.

T.a.v. feit 1 primair, feit 2:Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

T.a.v. feit 1 primair: Maatregel van schadevergoeding van EUR 1750,00 subsidiair 27 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], van een bedrag van EUR 1.750,- (zegge: duizendzevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 1.750.- (zegge: duizendzevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

T.a.v. feit 1 primair: Maatregel van schadevergoeding van EUR 1750,00 subsidiair 27 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], van een bedrag van EUR 1.750,- (zegge: duizendzevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 1.750.- (zegge: duizendzevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

T.a.v. feit 1 primair: Maatregel van schadevergoeding van EUR 1750,00 subsidiair 27 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], van een bedrag van EUR 1.750,- (zegge: duizendzevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 1.750.- (zegge: duizendzevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

T.a.v. feit 1 primair: Maatregel van schadevergoeding van EUR 1750,00 subsidiair 27 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], van een bedrag van EUR 1.750,- (zegge: duizendzevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van een bedrag van EUR 1.750.- (zegge: duizendzevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

T.a.v. feit 1 primair: Maatregel van schadevergoeding van EUR 1950,00 subsidiair 29 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] van een bedrag van EUR 1.950,- (zegge: duizendnegenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 29 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 1.750,- immateriële schade en een bedrag van EUR 200,- materiële schade (eigen risico psychotherapie/traumabehandeling).

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van een bedrag van EUR 1.950,- (zegge: duizendnegenhonderdvijftig euro), te weten EUR 1.750,- immateriële schade en EUR 200,- materiële schade (eigen risico psychotherapie/traumabehandeling).

Het toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

T.a.v. feit 2: Maatregel van schadevergoeding van EUR 500,00 subsidiair 10 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] van een bedrag van EUR 500,- (zegge: vijfhonderd euro) aan materiële schadevergoeding, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] van een bedrag van EUR 500,- (zegge: vijfhonderd euro) aan materiële schadevergoeding.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

T.a.v. feit 3: Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 8] in de vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,

mr. P.A. Buijs en mr. H.M. Hettinga, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. Boerboom, griffier,

en is uitgesproken op 2 maart 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de Politie Eenheid Oost Brabant, Districtsrecherche Helmond, betreffende onderzoek Goudtetra, gesloten op 3 februari 2014, aantal doorgenummerde bladzijden 2679 [verder: eindpv1]

2 Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 1] op 12 november 2012, p. 2446-2449 van eindpv1

3 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] op 12 november 2012, p. 1389-1392 van eindpv1

4 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3] op 10 november 2012, p. 1394-1396 van eindpv1

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4] op 10 november 2012, p. 1398-1399 van eindpv1

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5] op 12 november 2012, p. 1401 van eindpv1

7 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 6] op 10 november 2012, p. 1406-1407 van eindpv1

8 Proces-verbaal bevindingen opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], p. 1886-1923 van eindpv1

9 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] op 14 november 2012, p. 1415-1416 van eindpv1

10 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] op 13 november 2012, p. 1440-1441 van eindpv1

11 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] op 13 november 2012, p. 1443-1444 van eindpv1

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] op 11 november 2012, p. 1452 van eindpv1

13 Proces-verbaal van verhoor [getuige 5] op 16 november 2012, p. 1447 van eindpv1

14 Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] d.d. 26 november 2012, p. 1756-1757 van eindpv1

15 Proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 14 november 2012 met fotobijlage, p. 2460-2470 van eindpv1

16 De verklaring van [medeverdachte 1] afgelegd op 7 mei 2013 met fotobijlage p. 740-756 van eindpv1

17 De verklaring van [medeverdachte 1] afgelegd op 8 mei 2013 p. 760-763 van eindpv1

18 De verklaring van [medeverdachte 1] afgelegd op 5 juni 2013 met fotobijlage p. 794-797 van eindpv1

19 Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 4] d.d. 6 juni 2013 met fotobijlage p. 2091-2092 van eindpv1

20 Proces-verbaal van verhoor [getuige 6] op 10 mei 2013, p. 1573 van eindpv1

21 De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] afgelegd op 22 april 2013 p. 161-162 van eindpv1

22 De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] afgelegd op 23 april 2013 p. 179 van eindpv1

23 De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] afgelegd op 24 april 2013, p. 182 van eindpv1

24 Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 5] d.d. 13 december 2012 p. 2005-2008 van eindpv1

25 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 januari 2013 p. 1782-1783 van eindpv1

26 Rapport van het NFI d.d. 4 juli 2013 betreffende vergelijkend DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een verdachte p. 2074-276 van eindpv1

27 Rapport van het NFI d.d. 4 juli 2013 betreffende vergelijkend DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een verdachte p. 2081-2084 van eindpv1

28 Rapport van het NFI d.d. 17 september 2013 betreffende vergelijkend DNA-onderzoek n.a.v. een gewapende overval gepleegd in Helmond op 10 of 11 november 2012, p. 2085A van eindpv1

29 Proces-verbaal van verhoor door rechter-commissaris op 2 september 2014

30 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] op 21 mei 2013 p. 1618-1619 van eindpv1

31 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] d.d. 22 november 2013 p. 2262 en 2285-2286 van eindpv1

32 Proces-verbaal van verhoor door rechter-commissaris op 2 september 2014

33 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 7] op 3 november 2012, p. 2472-2480 van eindpv1

34 Proces-verbaal van aangifte van [bedrijf 2] op 3 november 2012, p. 2491-2495 van eindpv1

35 Proces-verbaal verhoor mede [medeverdachte 1] op 7 mei 2013, p. 741-743 en 746 van eindpv1

36 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2013, p. 2132-2133 van eindpv1

37 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] d.d. 23 mei 2013 p. 1074 van eindpv1

38 Proces-verbaal van bevindingen historische verkeersgegevens d.d. 18 april 2013 p. 2397-2399 van eindpv1