Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:1037

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
27-02-2015
Datum publicatie
27-02-2015
Zaaknummer
01/855092-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar en voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Indexdelict: doodslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/855092-05 Uitspraakdatum: 27 februari 2015

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling en voorwaardelijk einde verpleging van overheidswege

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1983],

verblijvende bij [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 25 september 2006 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 21 maart 2014 met één jaar verlengd. De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 20 oktober 2014, strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 februari 2015.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundigen I. van Oudheusden, psychiater, en[reclasseringswerker], reclasseringswerker, en terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    de beslissing van deze rechtbank van 21 maart 2014 tot verlenging van de terbeschikkingstelling van terbeschikkinggestelde met één jaar,

  • -

    de beslissing van deze rechtbank van 18 juni 2014 waarbij afgezien wordt van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege van terbeschikkinggestelde,

  • -

    het advies van [kliniek] van 15 september 2014 over de verlenging van de terbeschikkingstelling van terbeschikkinggestelde,

  • -

    het reclasseringsadvies van 25 november 2014, betreffende de mogelijkheden tot voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van terbeschikkinggestelde,

  • -

    de omtrent terbeschikkinggestelde gehouden voortgangsverslagen,

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van doodslag, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van [kliniek] is onder meer het navolgende gesteld:

Binnen de context van proefverlof wordt het risico op toekomstig gewelddadig gedrag als laag ingeschat. Binnen de context ‘zonder intensieve begeleiding, vrij in de maatschappij’ echter wordt het risico als laag/matig ingeschat. Dit gelet op het feit dat zaken in de buitenwereld nog onvoldoende zijn geregeld (zoals huisvesting, werk, benodigde maatschappelijke inbedding, etc.)

Binnen de context van proefverlof zal betrokkene in eerste instantie nog verblijven in de HAT-woning (aan de kliniek grenzend). Betrokkene is inmiddels aangemeld bij een RIBW in [gemeente] in combinatie met ambulante behandelcontacten bij de forensisch psychiatrische poli van [kliniek]. Nadat de stagnatie rondom gebrek aan regiobinding is opgehelderd, is het afwachten tot een geschikte woning vrijkomt. Binnen deze kaders zal er voldoende structuur en mogelijkheid zijn om met het behandelteam en RIBW begeleiding, zijn ervaringen in de buitenwereld te bespreken. Daarnaast is er reclasseringstoezicht opgestart. Dit zorgt ervoor dat het risico op toekomstig gewelddadig gedrag als laag wordt ingeschat.

In de voorgaande beslissing van de rechtbank is de tbs met dwangverpleging gecontinueerd teneinde overplaatsing naar een RIBW en toetsing van de daarbij behorende uitdagingen voor betrokkene te kunnen realiseren. Deze essentiële toetsing heeft tot op heden nog niet plaatsgevonden. Binnen huidige kaders is er van een actieve psychose geen sprake. Bij langer durende en oplopende spanning bestaat hiervoor bij betrokkene wel een kwetsbaarheid. Voor wat betreft de persoonlijkheidsdynamiek leidt dit binnen genoemde kaders niet tot problemen voor betrokkene. Toetsing van hoe dit zich voortzet in een RIBW-setting met daarbij behorende nieuwe uitdagingen moet nog plaatsvinden.

Het recidiverisico is op de korte termijn laag. Bij langer duren en oplopende spanning of conflictsituaties zal betrokkene de aangeleerde interventies moeten toepassen. Het verdient sterk de voorkeur dit binnen de huidige kaders te toetsen.

Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling met verpleging te verlengen met de termijn van één jaar.

In voornoemd reclasseringsadvies is onder meer het navolgende gesteld:

Geadviseerd wordt om betrokkene in aanmerking te laten komen voor voorwaardelijke beëindiging in het kader van de Tbs-maatregel.

Wij zijn tot een andere conclusie gekomen dan een halfjaar geleden. Toentertijd was er onzekerheid over het wel of niet in aanmerking komen voor een woning in [plaats]. Inmiddels is die onzekerheid niet meer van toepassing. De [terbeschikkinggestelde] staat op een wachtlijst voor een Umo-woning en naar verwachting krijgt hij medio december 2014 een dergelijke woning toegewezen. Daarnaast waren de kliniek en reclassering terughoudend ten aanzien van een overgang naar voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, omdat de [terbeschikkinggestelde] nog onvoldoende de kans had gekregen het geleerde in de praktijk te brengen. Wij kunnen blijven vasthouden aan dit standpunt, omdat er immers nog geen sprake is van zelfstandige huisvesting of werk. Maar wij zien een man die op een constructieve en positieve manier aan zijn toekomst werkt en wel degelijk het geleerde in de praktijk brengt, al is dat tot nu toe in een veilige omgeving. Wij hebben het afgelopen halfjaar meer zicht gekregen op zijn netwerk, de woning neemt steeds meer concrete vormen aan en [instelling] ondersteunt een volgende stap in de vorm van voorwaardelijke beëindiging. Daarnaast is er uitzicht op een betaalde baan.

Het kader van voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel met dwangverpleging geeft ons inziens voldoende borging. In geval van een terugval bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van een kortdurende time-out plaatsing, voor een periode van maximaal 2 x 7 weken, in het kader van forensisch psychiatrisch toezicht. En daarbij zijn wij van mening dat de [terbeschikkinggestelde] voldoende steun, begeleiding en behandeling krijgt waardoor eventuele oplopende spanning en conflictsituaties voldoende opgevangen kunnen worden. Het professioneel netwerk zal tijdens een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel met dwangverpleging blijven bestaan uit: behandelaar polikliniek FPP, reclassering, woonbegeleider[instelling] en pb’er van FPK.

De deskundige I. van Outheusden, optredend namens [kliniek], heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende, zakelijk weergegeven, verklaard:

Wij zijn optimistisch, maar achten het van groot belang te bezien hoe terbeschikkinggestelde zal reageren op zijn nieuwe zelfstandigheid. Wij zijn benieuwd hoe hij om zal gaan met veranderingen op het gebied van werk, woning, relatie en wonen in een andere stad. We zijn benieuwd hoe hij met weerstand die hij daarin ondervindt om zal gaan. Hieruit kan de kwetsbaarheid van terbeschikkinggestelde blijken. Om die reden zouden wij nog graag toezicht willen houden. Bij voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zal verdere bescherming van onze kant voor terbeschikkinggestelde ontbreken. We zijn ook benieuwd hoe hij hiermee om zal gaan. Een andere uitdaging is hoe terbeschikkinggestelde zal reageren wanneer hij een nieuwe relatie krijgt. Naar onze mening schieten de voorgestelde voorwaarden van de reclassering hierin tekort. Wij achten een behandeling vanuit onze kliniek dan ook nog steeds wenselijk.

De deskundige[reclasseringswerker], optredend namens de reclassering, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende, zakelijk weergegeven, verklaard:

Wij zijn net als de kliniek benieuwd hoe terbeschikkinggestelde met de nieuwe situatie om zal gaan. Op grond van zijn medische indicatie, hij is aangewezen op een woning op de begane grond of met een lift, duurde het langer dan voorzien voordat terbeschikkinggestelde in aanmerking komt voor een woning. Hij staat nu bovenaan de wachtlijst en toewijzing van een woning zal niet lang meer op zich laten wachten. Omdat er nu naar onze mening geen sprake meer is van onzekerheid over zijn woonsituatie, zien wij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wel zitten. Voor het overige blijven veel omstandigheden zoals ze zijn en door middel van de gestelde voorwaarden is er sprake van voldoende borging. De reclassering zal in deze setting altijd steun voor hem bieden. Daarnaast kan er ten tijde van de beëindiging van de dwangverpleging, indien nodig, altijd gebruik worden gemaakt van een time-out plaatsing in de kliniek.

De terbeschikkinggestelde verklaart, zakelijk weergegeven:

Wanneer ik een woning heb gaat de reclassering met mij aan de slag. Het eerste jaar wordt een en ander langzaam opgebouwd. Het zal voor mij wennen worden om weer in het arbeidsproces in te stromen. Ik heb al twee jaar geen gesprekken meer met de kliniek. Alleen voor het behandelplan zijn er afspraken gemaakt. Ik woon wel bij de kliniek, maar verder heb ik niets met de kliniek te maken. Al mijn sociale contacten komen van buiten de kliniek. Voor mij zal bij toewijzing van een woning dan ook weinig veranderen. Ik heb er veel zin in en ben goed voorbereid. Ik kom in aanmerking voor bijzondere bijstand om mijn woning te gaan inrichten. Ik heb al veel spullen die ik kan gebruiken. De voorwaarden in het rapport van de reclassering zijn mij bekend. Dat ik Nederland niet uit kan is moeilijk voor mij, maar ik kan me hier wel bij neerleggen. Ik heb namelijk twee broers die woonachtig zijn in respectievelijk China en Paraguay en een tante van 79 en een oom van 84 in Spanje.

De deskundige[reclasseringswerker] heeft verklaard, zakelijk weergegeven:

Wellicht kan als voorwaarde worden opgenomen dat hij Nederland niet mag verlaten, tenzij hij daarvoor voorafgaand toestemming krijgt van de reclassering of de officier van justitie. Ik weet niet of hier ruimte voor is.

De terbeschikkinggestelde verklaart, zakelijk weergegeven:

Misschien kan ik bij uitzonderlijke gevallen, ik denk hierbij aan het overlijden van een familielid, Nederland onder begeleiding verlaten.

De deskundige I. van Outheusden heeft verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik wil benadrukken dat de kliniek verantwoordelijk is voor terbeschikkinggestelde. Wij zijn dan ook nog steeds betrokken bij de behandeling. Het plan is om grote stappen te maken, ik vraag me af of dit wenselijk is. Ik ben nog niet overtuigd dat alles binnen één jaar te realiseren is. Ik houd ook rekening met het feit dat het traject niet altijd soepel hoeft te verlopen. De vraag is hoe terbeschikkinggestelde zal omgaan met werk en een relatie. Wellicht zal dit tot stress leiden. Onduidelijk is hoe hij hier op zal reageren. Er kan dan zomaar sprake zijn van een verhoogde risicotaxatie.

De deskundige[reclasseringswerker] heeft verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik wil benadrukken dat het voor terbeschikkinggestelde een grote teleurstelling zal zijn als de voorwaardelijke beëindiging niet door zou gaan. Dat zou de voortgang van zijn behandeling ook negatief kunnen beïnvloeden.

De officier van justitie voert het woord, zakelijk weergegeven:

Ik snap de visie van de kliniek. De gang van zaken met terbeschikkinggestelde is nu al anders dan anders. Ik snap ook de visie van de reclassering dat bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging voor terbeschikkinggestelde weinig zal veranderen. In mijn ogen is met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden sprake van voldoende borging. Terbeschikkinggestelde is volgens mij klaar voor de stap van voorwaardelijke beëindiging. Ik persisteer dan ook bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met 1 jaar en verzoek u voorts de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen, onder de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft, zakelijk weergegeven, aangevoerd:

Het is duidelijk dat mijn cliënt toe is aan een volgende stap. Als de voorwaardelijke beëindiging in beeld komt, komt het buitenland daarna ook vanzelf eerder in beeld. Meer moet u achter de opmerkingen van cliënt over het buitenland niet zoeken. Cliënt kan zich vinden in het rapport van de reclassering. De risico’s zijn door de reclassering gezien en beoordeeld. Deze zijn dan ook voldoende bij de voorwaarden meegenomen en afgeschermd. Ik sluit me dan ook aan bij de zienswijze van de officier van justitie.

De terbeschikkinggestelde verklaart, zakelijk weergegeven:

Door grote veranderingen zal ik meer verantwoordelijkheden krijgen. Ik moet mijn best blijven doen, maar ik weet dat ik het kan. Ik heb alles voor mezelf gedaan en niet voor de kliniek. Het is tijd om de volgende stap te maken.

De rechtbank verenigt zich met het advies van de kliniek voor wat betreft de verlenging van de terbeschikkingstelling en de duur daarvan. De vraag of de verpleging van overheidswege onder voorwaarden kan worden beëindigd beantwoordt de rechtbank echter, in afwijking van het advies van de kliniek maar overeenkomstig het advies van de reclassering, bevestigend. De rechtbank is van oordeel dat terbeschikkinggestelde onder de door de reclassering geadviseerde, hierna te stellen, voorwaarden betreffende zijn gedrag op een verantwoorde wijze zijn resocialisatie kan voortzetten, waarbij de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen voldoende is gewaarborgd. Terbeschikkinggestelde heeft zich ook bereid verklaard tot naleving van na te melden voorwaarden.

De rechtbank ziet niet in waarom in de huidige situatie van terbeschikkinggestelde, zoals deze uit de adviezen en het verhandelde ter zitting naar voren komt, aangewezen is om het zwaardere kader van de verpleging van overheidswege te laten voortduren.

Gelet op het vorenstaande en gezien artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de ter beschikkingstelling eist.

Gelet op al het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk dient te worden beëindigd.

Gezien de artikelen 38, 38a, 38d, 38g van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

Verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Beëindigt voorwaardelijk de verpleging van overheidswege.

Stelt daarbij als algemene voorwaarde, dat terbeschikkinggestelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Stelt daarbij als bijzondere voorwaarden dat:

- Terbeschikkinggestelde zich dient te houden aan de meldplicht en aanwijzingen van Reclassering Nederland.Terbeschikkinggestelde moet zich melden bij Reclassering Nederland of wordt, in het kader van de meldplicht, door een toezichthouder van Reclassering Nederland bezocht in zijn woning. Hierna moet terbeschikkinggestelde meewerken aan de meldplicht zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- Terbeschikkinggestelde onder behandeling blijft bij de Forensische Psychiatrische Polikliniek (FPP) [kliniek] of een ander aan te wijzen instelling. Terbeschikkinggestelde heeft tweewekelijks contact met zijn behandelaar. De contactfrequentie kan naar gelang de situatie toenemen of verminderen. Terbeschikkinggestelde dient medicatie volgens voorschrift te gebruiken indien de behandelaar dit geïndiceerd vindt;

- Terbeschikkinggestelde meewerkt aan een eventuele vervolgbehandeling als dat geïndiceerd is;

- Terbeschikkinggestelde meewerkt aan middelencontroles, indien dat door de behandelaars en de reclassering nodig wordt geacht;

- Terbeschikkinggestelde zich begeleidbaar en controleerbaar opstelt en toestemming geeft aan de reclassering om met alle personen en instellingen die van belang zijn voor de controle op de naleving van de voorwaarden contact op te nemen en informatie uit te wisselen;

- Terbeschikkinggestelde een zinvolle dagbesteding heeft in de vorm van betaald dan wel onbetaald werk, rekening houdend met zijn draagkracht;

- Terbeschikkinggestelde openheid geeft over zijn sociale netwerk en relaties;

- Terbeschikkinggestelde blijft wonen in de HAT-woning verbonden aan de [kliniek] totdat hij een woning toegewezen krijgt via [instelling]. Terbeschikkinggestelde houdt zich aan de algemeen geldende huisregels van [instelling] of een andere soortgelijke instelling;

-Het terbeschikkinggestelde gedurende de gehele looptijd van de TBS niet is toegestaan zich buiten de landsgrenzen van Nederland te begeven.

Bij overtreding van de bovengenoemde voorwaarden of in geval van crisis zal er steeds overleg plaatsvinden tussen de reclassering, terbeschikkinggestelde en de [kliniek]. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en/of crisis zullen er passende maatregelen genomen worden, waaronder de mogelijkheid van maximaal twee keer een time-out plaatsing bij [kliniek], voor een periode van telkens maximaal zeven weken.

dat de terbeschikkinggestelde zich gedurende de terbeschikkingstelling zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens Reclassering Nederland, Arrondissementaal Secretariaat van de Reclassering, Eekbrouwersweg 6 te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.A. Waals, voorzitter,

mr. H.H.E. Boomgaart en mr. T. van de Woestijne, leden,

in tegenwoordigheid van J.C. de Steur, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 februari 2015.