Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:8063

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
29-12-2014
Datum publicatie
29-12-2014
Zaaknummer
01/845354-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt terzake belaging, vernieling, 2x bedreiging, mishandeling van zijn partner en belediging veroordeeld tot een gevangenisstraf van 226 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Aan het voorwaardelijk deel zijn onder meer als bijzondere voorwaarden een contact- en plaatsverbod verbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/845354-14 en 01/820035-14 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 29 december 2014

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

wonende te [adres 1].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van de politierechter van 6 oktober 2014, waarbij de zaak met parketnummer 01/845354-14 is verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank, en het onderzoek ter terechtzitting van 15 december 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 8 september 2014 (01/845354-14) en 18 november 2014 (01/820035-14).

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/845354-14 ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 11 februari 2014 tot en met 04 mei 2014 te

Hapert, gemeente Bladel, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 1], in elk geval die ander te dwingen iets te

doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte:

- veelvuldig bij genoemde [slachtoffer 1] aangebeld en/of

- zich veelvuldig opgehouden bij en/of in de buurt van het huis van die[slachtoffer 1]

[slachtoffer 1]en/of

- veelvuldig naar genoemde [slachtoffer 1] geschreeuwd en/of gescholden en/of

- genoemde [slachtoffer 1] veelvuldig berichten gestuurd via sms en/of facebook,

waaronder berichten met een beledigende inhoud

- veelvuldig, althans meermalen heeft gebeld naar die [slachtoffer 1] en/of haar

moeder;

2.

hij op of omstreeks 15 mei 2014 te Hapert, gemeente Bladel, [slachtoffer 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling

en/of met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] dreigend (in de Franse taal) de woorden toegevoegd :"jouw auto, je

huis, ik steek alles in de fik en ik hak jou in stukjes", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 24 juni 2014 te Hapert, gemeente Bladel, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon (Samsung Galaxy), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4.

hij op of omstreeks 24 juni 2014 te Hapert, gemeente Bladel, [slachtoffer 2] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd dat hij haar af zou maken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (daarbij) een (snijdende) beweging langs zijn, verdachtes, keel heeft gemaakt;

5.

hij op of omstreeks 24 juni 2014 te Hapert, gemeente Bladel, opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 2], in het openbaar mondeling

heeft beledigd, door (onder meer in de Engelse taal) tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat zij een hoer is;

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/820035-14 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks de periode van 24 oktober 2013 tot en met 2 november 2013

te Hapert, gemeente Bladel, althans te Nederland, meermalen, althans een maal,

opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, althans een persoon, te weten [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1],

-(met kracht) een voorwerp tegen haar mond heeft gegooid en/of

-in een nekklem heeft gepakt en/of (vervolgens) op grond heeft gegooid en/of

-bovenop die [slachtoffer 1] is gaan zitten en daarbij met zijn knie op haar borst

heeft gedrukt en/of

-haar keel heeft dichtgeknepen en/of

-meerdere malen, althans een maal, in haar gezicht heeft geknepen en/of

-(met kracht) tegen haar borst heeft geduwd,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 24 oktober 2013 tot en met 30 november 2013

te Hapert, gemeente Bladel, althans in Nederland meermalen, althans een maal,

[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte toen daar opzettelijk

dreigend die [slachtoffer 1] de woorden "Ik kan je dood maken en in stukjes

hakken" en/of "Ik heb haar (dochtertje [naam]) het leven gegeven, ik kan het ze

ook weer afnemen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht - evenals de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte - niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte in de tenlastelegging met parketnummer 01/820035-14 onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het in de tenlastelegging met parketnummer 01/845354-14 onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat bij het eerste en het derde gedachtestreepje het woord ‘veelvuldig’ dient te worden weggestreept bij de bewezenverklaring. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat het aanbellen bij aangeefster [slachtoffer 1] en het schreeuwen en het schelden naar haar veelvuldig heeft plaatsgehad.

De in de tenlastelegging met parketnummer 01/845354-14 onder 2 tot en met 5 ten laste gelegde feiten kunnen in haar visie wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Het in de tenlastelegging met parketnummer 01/820035-14 onder 1 ten laste gelegde feit acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen voor zover het betreft het drukken met de knie op de borst van [slachtoffer 1], het knijpen in haar gezicht en het duwen tegen haar borst. De overige in dit feit ten laste gelegde handelingen acht zij niet wettig en overtuigend bewezen, nu voor deze handelingen naast de aangifte van [slachtoffer 1] onvoldoende steunbewijs aanwezig is.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de in de tenlastelegging met parketnummer 01/845354-14 onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten en het in de tenlastelegging met parketnummer 01/820035-14 onder 1 ten laste gelegde feit. Zij stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ten aanzien van deze feiten onvoldoende worden ondersteund door ander bewijs, terwijl verdachte ontkent deze feiten te hebben gepleegd.

Ten aanzien van de in de tenlastelegging met parketnummer 01/845354-14 onder 1, 3 en 5 ten laste gelegde feiten heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.1

De rechtbank acht voor haar oordeel de navolgende feiten en omstandigheden van belang.

Ten aanzien van feit 1 van de tenlastelegging met parketnummer 01/845354-14

Op 5 mei 2014 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan met verzoek om vervolging van verdachte in verband met belaging in de periode van 11 februari 2014 tot en met 4 mei 2014 te Hapert, gemeente Bladel.2 Hierin heeft zij onder meer het volgende verklaard:

Ik doe aangifte tegen [verdachte], mijn aanstaande ex-man. [verdachte] valt mij nog steeds lastig en beledigt mij te pas en te onpas ten overstaan van anderen en in de privésfeer via Facebook. Verder komt [verdachte] nog steeds langs bij mijn huis. Hij gaat dan staan schreeuwen en mij beledigen. Meestal begint hij aan te bellen en hij houdt daar dan niet mee op. Als ik moet schatten hoeveel berichten ik via Facebook heb gehad sinds mijn vorige aangifte, dan denk ik ergens tussen de 40 en 50 berichten. In deze berichten beledigt hij mij in het Frans. In maart 2014 kwam hij achter mijn vaste nummer. Hij begon meteen weer te bellen. Hij belde me drie keer op een middag. Mijn mobiele nummer heb ik twee of drie keer veranderd omdat ik dol werd van zijn gebel en zijn berichten. Ook benadert hij mensen in mijn omgeving.

Bij deze aangifte heeft [slachtoffer 1] schermafdrukken gevoegd van haar Facebookpagina, waarop berichten in de Franse taal staan weergegeven, afkomstig van [verdachte], met daarbij handgeschreven data gelegen in de periode van 17 maart 2014 tot en met 3 mei 2014.3 Bijgevoegd zijn vertalingen van deze berichten.4 Deze vertalingen bevatten onder meer de volgende teksten: hersenloos beest, stuur me video’s van mijn dochter, ik heb nooit gedacht dat je zo’n slet was, Algerijnse hoer. Tevens is bijgevoegd een verklaring van [persoon] van 17 mei 2014, waarin zij verklaart dat zij een beëdigd vertaalster Nederlands-Frans is bij de rechtbank in ’s-Gravenhage en dat de Nederlandse tekst een getrouwe vertaling is van het bijgaande brondocument in de Franse taal.5

Op 17 mei 2014 heeft [getuige 1] verklaard:6 Volgens mij is [slachtoffer 1] ergens in januari weer in de woning gekomen en is [verdachte] weggegaan. Toen is het begonnen. [verdachte] kwam regelmatig bij [slachtoffer 1] aan de deur. Ik heb zeker twee of drie keer in de maand gezien dat [verdachte] bij [slachtoffer 1] aan de deur kwam.

Op 17 mei 2014 heeft [getuige 2] verklaard:7 Omdat ik in de buurt woon heb ik [verdachte] al meer dan tien keer voorbij zien komen. Een keer heb ik meegemaakt dat [verdachte] aan de deur stond en door de brievenbus aan het roepen was. Vervolgens is hij aan de deurbel gaan hangen. Op 15 juli 2014 heeft voormelde getuige in aanvulling daarop verklaard: Ik kan u zeggen dat ik het aantal van 10 heb genoemd, echter dit is een schatting. Het zou even zo kunnen zijn dat ik hem 8 keer heb gezien of 12 keer. De periode waarover ik praat, is gelegen tussen december 2013 en april/mei 20148.

In een proces-verbaal van bevindingen van 17 augustus 2014, opgemaakt door [verbalisant 1]9, staat vermeld dat de gebruiker van het [telefoonnummer 1] op 14 maart 2014 23 keer gebeld is door de gebruiker van het [telefoonnummer 2], waarbij is opgemerkt dat 10 gesprekken mogelijk dubbel vermeld staan.

In een proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2014, opgemaakt door [verbalisant 1]10, staat vermeld dat de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 3] in de periode van 7 maart 2014 tot en met 5 mei 2014 23 keer gebeld is door de gebruiker van het [telefoonnummer 2], waarbij is opgemerkt dat 2 gesprekken mogelijk dubbel vermeld staan.

Uit de bij deze processen-verbaal gevoegde CIOT-uitdraaien blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] is afgegeven aan verdachte, het telefoonnummer [telefoonnummer 1] aan aangeefster [slachtoffer 1] en het telefoonnummer [telefoonnummer 3] aan [getuige 3]. [getuige 3] is blijkens haar getuigenverklaring van 6 juni 201411 de moeder van aangeefster [slachtoffer 1].

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de voormelde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte aangeefster in de ten laste gelegde periode heeft belaagd door het verrichten van de in de tenlastelegging genoemde handelingen. De rechtbank is evenals de officier van justitie van oordeel dat verdachte bij [slachtoffer 1] heeft aangebeld en naar haar heeft geschreeuwd en/of gescholden, maar dat uit de bewijsmiddelen onvoldoende blijkt dat dit veelvuldig is voorgekomen, zodat ten aanzien van het woord veelvuldig geen bewezenverklaring zal volgen.

Ten aanzien van feit 2 van de tenlastelegging met parketnummer 01/845354-14

Op 16 mei 2014 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van bedreiging door verdachte, waarin zij heeft verklaard dat verdachte op 15 mei 2014 te Hapert in de Franse taal tegen haar heeft gezegd “jouw auto, je huis, ik steek alles in de fik en ik hak jou in stukjes”.12

Op 15 mei 2014 heeft [getuige 4], de broer van aangeefster [slachtoffer 1], een verklaring opgesteld en ondertekend, waarin hij heeft vermeld dat hij vloeiend Frans spreekt en heeft gehoord dat [verdachte] in het Frans tegen [slachtoffer 1] zei “Ik verbrand alles, je auto en je huis. En jou: ik snij je in stukjes”.13 Op 16 mei 2014 heeft [getuige 4] telefonisch aan [verbalisant 2] bevestigd dat hij een verklaring heeft opgesteld en ondertekend over de gebeurtenissen op 15 mei 2014.14

Op 20 mei 2014 heeft verdachte verklaard, nadat hem werd gevraagd naar de ten laste gelegde bedreiging: “Wij hebben in het Frans met elkaar gesproken”.15

Op grond van deze bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de onder 2. ten laste gelegde bedreigingen wettig en overtuigend zijn bewezen.

Ten aanzien van feit 3 van de tenlastelegging met parketnummer 01/845354-14

Op 24 juni 2014 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan met verzoek om vervolging van verdachte in verband met vernieling van haar telefoon.16Hierin heeft zij verklaard dat zij op 24 juni 2014 verdachte zag op de kermis te Hapert. Hij begon tegen haar te praten en werd kwaad. Op enig moment voelde zij dat verdachte haar stevig vastpakte bij haar linkerpols en haar telefoon uit haar hand pakte en direct op de grond gooide. Het scherm is daardoor kapot. Het betreft een Samsung Galaxy, aldus aangeefster. Bijgevoegd bij de aangifte is een foto waarop de rechtbank een mobiele telefoon van het merkt Samsung ziet met onder meer beschadigingen aan het scherm.17

Op 4 september 2014 heeft [getuige 5] verklaard dat hij zich op 24 juni 2014 op het kermisterrein te Hapert bevond en dat hij zag dat een man iets uit de hand van een vrouw griste en weggooide onder de attractie grijpkranen. Hij heeft deze onder de attractie uitgehaald. Hij zag dat het een witte Samsung was en dat deze kapot was.18

Op grond van deze bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de onder 3. ten laste gelegde beschadiging van de telefoon van [slachtoffer 1] wettig en overtuigend is bewezen.

Ten aanzien van de feiten 4 en 5 van de tenlastelegging met parketnummer 01/845354-14

Op 25 juni 2014 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van bedreiging en belediging.19 In deze aangifte heeft zij verklaard dat zij verdachte op 24 juni 2014 op de kermis te Hapert in het Engels tegen haar hoorde zeggen dat zij een hoer is. Tijdens het gesprek zag zij ook dat hij een gebaar maakte door met zijn vinger van links naar rechts over zijn keel te gaan.

Op 7 september 2014 heeft [getuige 6] verklaard dat zij verdachte op 24 juni 2014 op de kermis te Hapert tegen aangeefster [slachtoffer 2] hoorde zeggen dat zij een hoer is. Toen verdachte wegliep van [slachtoffer 2], zag [getuige 6] hem een gebaar maken, waarbij hij met zijn vinger van links naar rechts over zijn keel ging.20

Op grond van deze bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de onder 4. en 5. ten laste gelegde bedreiging en belediging wettig en overtuigend zijn bewezen.

Ten aanzien van feit 1 van de tenlastelegging met parketnummer 01/820035-14

Op 8 november 2013 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van mishandeling in de periode van 24 oktober 2013 tot en met 2 november 2013 te Hapert, gemeente Bladel.21 Hierin heeft zij het volgende verklaard:

Op 24 oktober 2013 zag ik dat hij (verdachte) de afstandsbediening oppakte en tegen mijn mond gooide. Dit deed pijn. Ik had aan de binnenkant van mijn mond een wondje.

Ik zag dat hij in mijn richting gelopen kwam. Ik duwde hem weg door tegen zijn schouders te duwen. Op het moment dat ik hem duwde, pakte hij mij meteen in een nekklem. Ik voelde dat hij mij op de grond gooide. Ik zag en voelde dat hij boven op mij kwam zitten. Ik voelde dat hij met zijn knie op mijn borst drukte. Dit deed veel pijn. Ik voelde dat hij, volgens mij met een hand, mijn keel dichtkneep. Ik kreeg geen lucht op dat moment. Hij liet mijn keel wel weer snel los en ik voelde dat hij met zijn hand mijn jukbeenderen bij elkaar kneep. Dit deed pijn en ik heb later blauwe plekken gehad bij mijn rechteroog. Toen hij mijn gezicht losliet, pakte hij wederom mijn keel en kneep deze weer dicht.

Op 1 november 2013 had ik mijn dochter in mijn armen. Ik voelde dat hij met kracht in mijn gezicht kneep. Hij kneep op de blauwe plek die de vorige week was ontstaan.

Op zaterdag 2 november kregen wij weer ruzie. Ik zag dat hij op mij afgelopen kwam en met kracht tegen mijn borst aanduwde. Ik voelde dat dit pijn deed. Ik heb hierdoor krassen boven mijn rechterborst zitten.

Bij de aangifte heeft aangeefster vier foto’s gevoegd, gedateerd 2 november 2013. Op deze foto’s ziet de rechtbank (onder meer) het gezicht van aangeefster met een gele plek onder het rechter oog ter hoogte van het jukbeen, een deels ontblote borst met daarop een blauwe plek en een deels ontblote borst met daarop krassen.

Op 6 juni 2014 heeft [getuige 3] verklaard dat aangeefster [slachtoffer 1] eind 2013 verwondingen aan haar heeft laten zien, die verdachte veroorzaakt zou hebben. [getuige 3] zag toen dat aangeefster een blauw/geel oog had en dat ze blauwe plekken en krassen op haar boezem had. Aangeefster vertelde dat verdachte haar had proberen te wurgen.22

Op grond van deze bewijsmiddelen is de rechtbank – anders dan de officier van justitie en de raadsvrouw - van oordeel dat de ten laste gelegde mishandelingen alle wettig en overtuigend zijn bewezen. De verklaring van aangeefster is gedetailleerd en wordt op verschillende punten ondersteund door andere bewijsmiddelen; de rechtbank acht deze verklaring dan ook betrouwbaar. Voor een bewezenverklaring is niet nodig dat het steunbewijs ieder onderdeel van de tenlastelegging dat door verdachte wordt ontkend, bevestigt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

Ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 01/845354-14

1.

hij in de periode van 11 februari 2014 tot en met 04 mei 2014 te Hapert, gemeente Bladel,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] met het oogmerk die [slachtoffer 1] te dwingen iets te

doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte:

- bij genoemde [slachtoffer 1] aangebeld en

- zich veelvuldig opgehouden bij en/of in de buurt van het huis van die [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] en

- naar genoemde [slachtoffer 1] geschreeuwd en/of gescholden en

- genoemde [slachtoffer 1] veelvuldig berichten gestuurd via facebook,

waaronder berichten met een beledigende inhoud, en

- veelvuldig gebeld naar die [slachtoffer 1] en haar moeder;

2.

hij op 15 mei 2014 te Hapert, gemeente Bladel, [slachtoffer 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend (in de Franse taal) de woorden toegevoegd: "jouw auto, je huis, ik steek alles in de fik en ik hak jou in stukjes";

3.

hij op 24 juni 2014 te Hapert, gemeente Bladel, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon (Samsung Galaxy) toebehorende aan [slachtoffer 1] heeft beschadigd;

4.

hij op 24 juni 2014 te Hapert, gemeente Bladel, [slachtoffer 2] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk in de richting van voornoemde [slachtoffer 2] een snijdende beweging langs zijn, verdachtes, keel gemaakt;

5.

hij op 24 juni 2014 te Hapert, gemeente Bladel, opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 2], in het openbaar mondeling heeft beledigd, door (in de Engelse taal) tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat zij een hoer is;

Ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 01/820035-14

1.

hij in de periode van 24 oktober 2013 tot en met 2 november 2013 te Hapert, gemeente Bladel, opzettelijk mishandelend zijn echtgenote [slachtoffer 1]

- een voorwerp tegen haar mond heeft gegooid en

- in een nekklem heeft gepakt en op de grond heeft gegooid en

- bovenop die [slachtoffer 1] is gaan zitten en daarbij met zijn knie op haar borst

heeft gedrukt en

- haar keel heeft dichtgeknepen en

- meerdere malen in haar gezicht heeft geknepen en

- met kracht tegen haar borst heeft geduwd,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd van 286 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij dient een proeftijd te gelden van drie jaren. Verder dient aan verdachte te worden verboden contact te hebben met [slachtoffer 1], anders dan via hun advocaten, en dient aan hem een straatverbod te worden opgelegd voor de straat waarin [slachtoffer 1] woont.

De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte [slachtoffer 1] gedurende een langere periode en op verschillende wijzen het leven zuur heeft gemaakt. Zijn handelen heeft een grote impact op [slachtoffer 1] en haar kinderen gehad. Daarbij is er een aanzienlijk risico op herhaling van strafbare gedragingen jegens [slachtoffer 1] dan wel iemand in haar omgeving.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover er een veroordeling volgt, volstaan kan worden met het opleggen van een taakstraf. Zij heeft aangevoerd dat bij problemen in de relationele sfeer terughoudendheid moet worden betracht. Verdachte is zelf ook slachtoffer van de situatie en zijn rol wordt eenzijdig belicht door de officier van justitie. Verder heeft zij aangevoerd dat het voor verdachte van groot belang is dat hij zijn baan kan behouden. Ten aanzien van het contactverbod heeft zij naar voren gebracht dat het voor verdachte van groot belang is dat hij wel aanwezig kan zijn bij zittingen van de rechtbank over, bijvoorbeeld, een omgangsregeling met zijn dochter.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft door het plegen van de bewezenverklaarde feiten jegens [slachtoffer 1] ernstig inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit en haar persoonlijke levenssfeer. Uit haar slachtofferverklaring komt naar voren dat deze feiten grote impact hebben gehad op haar leven en op het leven van haar kinderen. Zij verklaart in angst te hebben geleefd en nog te leven als gevolg van het handelen van verdachte en haar vertrouwen in mensen is ernstig geschaad. Ook uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 2] blijkt dat de belediging en de bedreiging voor haar een zeer nare ervaring zijn geweest. De ervaring leert dat slachtoffers van feiten, zoals door verdachte gepleegd, vaak nog geruime tijd daarna hinder en klachten ondervinden als gevolg van gevoelens van angst en onveiligheid. Verdachte heeft bij het plegen van de feiten zijn eigen belang voorop gesteld en zich niet laten weerhouden door de te verwachten ernstige gevolgen voor zijn slachtoffers. Dit rekent de rechtbank hem zwaar aan.

Kijkend naar de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat zijn Nederlandse strafblad blanco is. De rechtbank acht de kans dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen evenwel reëel, gelet op het aantal feiten dat hij heeft gepleegd, de periode waarbinnen hij deze feiten heeft gepleegd en het feit dat de conflictsituatie tussen verdachte en [slachtoffer 1] nog niet is opgelost.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de hierna te noemen duur. De rechtbank zal deze straf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen de na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

[slachtoffer 1] heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 1.209,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering is opgebouwd uit en een bedrag van

€ 1.000,- aan immateriële schadevergoeding (post 1) en een bedrag van € 209,- ter zake van reparatiekosten van de beschadigde telefoon (post 2). Daarnaast wordt een bedrag van

€ 286,- gevorderd aan kosten rechtsbijstand, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schadevergoeding integraal kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Zij verzoekt de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien verdachte wordt veroordeeld, de materiële schade ter zake van de telefoon en de proceskosten kunnen worden toegewezen. De gevorderde immateriële schadevergoeding dient in haar visie te worden gematigd.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering tot materiële en immateriële schadevergoeding ad € 1.209,- in totaal toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de kosten zijn gemaakt respectievelijk de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening. Als datum van het delict gaat de rechtbank uit van de laatste dag van de pleegperiode, zijnde 4 mei 2014.

De rechtbank ziet geen grond om, naast de na te melden veroordeling van verdachte in de proceskosten van de benadeelde partij, tevens een bedrag ad € 143,- ter zake van de aan de benadeelde partij opgelegde eigen bijdrage advocaatkosten toe te wijzen. Haar vordering zal op dat punt derhalve worden afgewezen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de proceskosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op € 286,-- , dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente als na te melden.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 209,- vanaf 25 juni 2014 en over € 1.000,- vanaf 4 mei 2014 tot de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

[slachtoffer 2] heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 300,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schadevergoeding dient te worden gematigd tot een bedrag van € 150,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor het overige dient volgens haar de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Zij verzoekt de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schadevergoeding dient te worden gematigd.

Beoordeling.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, omdat op dit moment onvoldoende is komen vast te staan dat er als gevolg van het handelen van verdachte sprake is van geestelijk letsel dat zodanig ernstig is, dat dit kan worden aangemerkt als een aantasting in haar persoon.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57, 266, 285, 285b, 300, 304, 350.

DE UITSPRAAK

T.a.v. 01/820035-14 feit 2:

Vrijspraak

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart het overige ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/845354-14 feit 1:

belaging

T.a.v. 01/845354-14 feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met brandstichting

T.a.v. 01/845354-14 feit 3:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoort, beschadigen

T.a.v. 01/845354-14 feit 4:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

T.a.v. 01/845354-14 feit 5:

eenvoudige belediging

T.a.v. 01/820035-14 feit 1:

mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregelen.

T.a.v. 01/845354-14 feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, 01/820035-14 feit 1:

Gevangenisstraf voor de duur van 226 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3

jaren

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar

feit, en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan

het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld

in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1], anders dan door tussenkomst van, dan wel in aanwezigheid van zijn advoca(a)t(en).

-dat veroordeelde gedurende de proeftijd zich niet zal bevinden op de Akkerwinde te Hapert, gemeente Bladel.

T.a.v. 01/845354-14 feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, 01/820035-14 feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1209,- subsidiair 22 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 1209,-

(zegge: twaalfhonderdnegen euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit EUR 1000,- immateriële schadevergoeding (post 1) en € 209,- materiële schadevergoeding (post 2).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het bedrag ter zake van de immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 4 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag van de materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2014, zijnde de factuurdatum van de reparatie van de telefoon van [slachtoffer 1], tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een

bedrag van EUR 1209,- (zegge: twaalfhonderdnegen euro), te weten EUR

1000,- aan immateriële schadevergoeding (post 1 ) en € 209,- aan materiële schadevergoeding.

Het bedrag van de immateriële schadevergoeding (post 1) te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 4 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag van de materiële schadevergoeding van post 2 te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 25 juni 2014, zijnde de factuurdatum van de reparatie

van de telefoon van [slachtoffer 1], tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op € 286,-, dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2014, zijnde datum van de uitspraak, tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

T.a.v. 01/845354-14 feit 4, feit 5:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met

ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.F. Koenis, voorzitter,

mr. H.A. van Gameren en mr. H.M. Hettinga, leden,

in tegenwoordigheid van L.F.M. Schulte, griffier,

en is uitgesproken op 29 december 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Eindproces-verbaal van de politie, eenheid Oost-Brabant, afdeling De Kempen, registratienummers PL2200-2014067832 en PL2216-2014060783, afgesloten op 11 juni 2014, aantal doorgenummerde pagina’s: 156 (verder: eindproces-verbaal I), p. 53-55

3 Eindproces-verbaal I, p. 56 t/m 67

4 Eindproces-verbaal I, p. 68 t/m 73

5 Eindproces-verbaal I, p. 74

6 Eindproces-verbaal I, p. 137

7 Eindproces-verbaal I, p. 126

8 Aanvullend proces-verbaal, dossiernr. 2014-067832, p. 67

9 Proces-verbaal van bevindingen, behorend bij eindproces-verbaal met registratienummer PL2200-2014060783, processtuknummer 21, ongenummerd

10 Proces-verbaal van bevindingen, behorend bij eindproces-verbaal met registratienummer PL2200-2014060783, processtuknummer 22, ongenummerd

11 Eindproces-verbaal I, p. 144

12 Eindproces-verbaal I, p. 33

13 Eindproces-verbaal I, p. 42

14 Eindproces-verbaal I, p. 42

15 Eindproces-verbaal I, p. 48

16 Eindproces-verbaal van de politie, eenheid Oost-Brabant, afdeling De Kempen, registratienummer PL2200-2014089097, afgesloten op 3 juli 2014, aantal doorgenummerde pagina’s: 30 (verder: eindproces-verbaal II), p. 7 t/m 9

17 Eindproces-verbaal II, p. 10

18 Proces-verbaal verhoor getuige, behorend bij het proces-verbaal met registratienummer PL2200-2014085396, processtuknummer 10, ongenummerd

19 Eindproces-verbaal II, p. 13 en 14.

20 Proces-verbaal verhoor getuige, behorend bij het proces-verbaal met registratienummer PL2200-2014085664, processtuknummer 4, ongenummerd

21 Eindproces-verbaal van de politie, eenheid Oost-Brabant, afdeling De Kempen, registratienummer PL2216-2013155214, afgesloten op 4 december 2013, aantal doorgenummerde pagina’s: 22 (verder: eindproces-verbaal III), p. 5 t/m 8

22 Eindproces-verbaal I, p. 145