Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:7886

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
24-12-2014
Zaaknummer
01/835168-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling en dwangverpleging met twee jaar. Indexdelict: afpersing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/835168-05

Uitspraakdatum: 24 december 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te[geboorteplaats] op [1966],

verblijvende in [kliniek 1].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 15 december 2005 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 21 december 2012 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 4 november 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 december 2014.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige Strick, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van drs. E.A.M. Terpstra, hoofd Othopedagogisch behandelcentrum ’t Wold, drs. M.A. Strick, behandelverantwoordelijke/GZ-psycholoog, dr. R.C. Brouwers, eerste geneeskundige en drs. M.A. Brouwer, psychiater, gezien en akkoord bevonden door het plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 25 september 2014;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van afpersing, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van de inrichting waar betrokkene verblijft is onder meer het navolgende gesteld:

“Betrokkene is een 48-jarige man met een lichtverstandelijke beperking die bij overvraging psychotisch kan decompenseren en antisociaal gedrag laat zien. Betrokkene functioneert op laag sociaal-emotioneel niveau. Door aan te sluiten bij dit niveau en specifieke begeleiding te bieden bij antisociaal gedrag, controle en vrijheden en alcohol- en drugsgebruik, functioneert betrokkene redelijk stabiel.

Betrokkene is vanwege zijn verstandelijke beperking blijvend aangewezen op professionele begeleiding binnen de 24-uurs zorg. Het einddoel van de behandeling is de stapsgewijze terugkeer in de samenleving, hetgeen voor betrokkene betekent toeleiding (naar een vorm van reguliere) zorg voor mensen met een lichte verstandelijke beperking.

Meer vrijheid heeft in het verleden steeds tot risicovol gedrag alsook het delict geleid (in combinatie met andere risicofactoren). Het multidisciplinair behandelteam wil betrokken daarom laten resocialiseren via transmuraal verlof. Als op langere termijn blijkt dat het recidiverisico onder controle is kan een afbouw van de TBS-dwangverpleging worden overwogen. Dit zal zeker nog twee jaren duren.

Gezien de verhoogde kans op recidive tijdens de overgangssituatie van behandeling naar verblijf en de termijn die nodig is om het beschreven traject te realiseren, adviseert [kliniek 1] om de TBS-dwangverpleging met twee jaren te verlengen”.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik blijf veel op mijn eigen kamer. Het gaat op en af met mij. De medicijnen die ik moet gebruiken neem ik steeds in. Destijds heb ik inpakwerk verricht op de sociale werkplaats. Dat werk vond ik leuk.

In maart 2015 ga ik naar Stichting Domus in Mill. Mij is verteld dat ik daar in de huishoudelijke dienst kan gaan werken. Ik heb daar heel veel zin in.

De deskundige drs. M.A. Strick, behandelverantwoordelijke/GZ-psycholoog, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Eerst vrij recent is bekend geworden dat betrokkene in maart 2015 naar [stichting]verhuist. Dit is een 24-uurs setting gericht op verblijf voor mensen met een verstandelijke beperking, risicovol gedrag en psychiatrische stoornissen. Op allerlei niveaus wordt daar dagbesteding aangeboden. Inmiddels is transmuraal verlof aangevraagd. Verder hoeft er niets meer te worden ondernomen. Omdat betrokkene daar meer vrijheden krijgt en dit in het verleden steeds tot risicovol gedrag heeft geleid wordt het noodzakelijk geacht hem voor langere tijd te begeleiden. Het feit dat betrokkene nu naar [stichting]wordt overgeplaatst verandert het standpunt met betrekking tot het recidiverisico niet. Einddoel is terugkeer in de samenleving. Dit dient stapsgewijs plaats te vinden. Hiermee is veel tijd gemoeid. Daarom is geadviseerd de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar te verlengen. Mocht daar aanleiding toe zijn dan bestaat de mogelijkheid betrokkene (tijdelijk) preventief terug te plaatsen naar[kliniek 1].

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij mijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

Mr. J.H.P.G. Wielders, voorzitter,

mr. M.A. Waals en mr. M.M.J. Nuijten, leden,

in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 december 2014.

Mr. Nuijten is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.