Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:7711

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
17-12-2014
Datum publicatie
17-12-2014
Zaaknummer
14 _ 1902
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overplaatsing wegens onvoldoende functioneren van een ambtenaar. Onvoldoende onderbouwd. Onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de ambtenaar omdat geen reële verbeterkans is geboden. Beroep gegrond en herroeping primaire besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 14/1902

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2014 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. J.E. Jansen),

en

het dagelijks bestuur van Optimisd, Intergemeentelijke Sociale Dienst (Optimisd), verweerder

(gemachtigde: mr. A. Kraag).

Procesverloop

Bij besluit van 13 november 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres met ingang van 15 november 2013 ontheven uit haar functie van managementassistente (schaal 6) en geplaatst in de functie van administratief medewerker (schaal 5). Deze overplaatsing heeft geen gevolgen voor haar inschaling in schaal 7.

Bij besluit van 28 april 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2014. Eiseres is verschenen, bijgestaan door mr. J.J. Lauwen, kantoorgenoot van de gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens zijn namens verweerder verschenen [persoon 1], directeur van Optimisd en [persoon 2], lid van het managementteam van Optimisd.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

2. Eiseres was sinds 1 september 2007 gedurende 36 uur per week werkzaam als managementassistente bij Optimisd. De managementassistente is in hoofdzaak werkzaam voor het managementteam, dat bestaat uit de directeur, de teamleider Dienstverlening en de teamleider Bedrijfsvoering. Daarnaast biedt de managementassistente ondersteuning aan het blok administratie.

Als gevolg van een wijziging in de organisatie is de managementassistente met ingang van 18 mei 2009 rechtstreeks onder de directeur geplaatst en is de directeur de direct leidinggevende van de managementassistente geworden. In de periode hier van belang, tot 1 januari 2014, was [persoon 3] directeur van Optimisd.

3. Het bestreden besluit gaat over de ontheffing van eiseres uit de functie van managementassistente en de plaatsing van eiseres in de functie van administratief medewerker met ingang van 15 november 2013.

4. Verweerder heeft aan zijn besluit artikel 2:1B, eerste lid, van de CAR/UWO ten grondslag gelegd. Op grond van dit artikel is de ambtenaar – nadat hij is gehoord - verplicht om in het belang van de dienst een andere passende functie te aanvaarden. Een passende functie is een functie die de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen.

5. Verweerder heeft aan de ontheffing van eiseres uit de functie van managementassistente het standpunt ten grondslag gelegd dat eiseres in deze functie onvoldoende functioneert en dat het managementteam daarom geen vertrouwen meer in haar heeft. Het managementteam heeft bovendien niet het vertrouwen dat eiseres in de toekomst haar functie wèl naar tevredenheid van het managementteam kan verrichten. Voor de onderbouwing van zijn standpunt heeft verweerder verwezen naar de beoordelingen over 2011 en 2012.

6. Met betrekking tot deze beoordelingen stelt de rechtbank het volgende vast.

7. De medewerkers van Optimisd worden elk jaar beoordeeld. Verweerder werkt met een planningscyclus. Volgens deze cyclus wordt het beoordelingsgesprek jaarlijks voorafgegaan door een planningsgesprek en een voortgangsgesprek. Het planningsgesprek wordt aan het begin van het jaar gehouden. Tijdens dit gesprek worden afspraken gemaakt over de in dat jaar te realiseren doelstellingen. Na een half jaar heeft het voortgangsgesprek plaats (vergelijkbaar met een functioneringsgesprek). De cyclus wordt afgerond met het beoordelingsgesprek, dat aan het eind van het jaar plaatsheeft. Verweerder heeft de verslaglegging van het planningsgesprek, het voortgangsgesprek en het beoordelingsgesprek geïntegreerd in één formulier. Het formulier wordt door zowel de werknemer als de leidinggevende ingevuld. Het planningsgesprek en het voortgangsgesprek worden tweezijdig vastgesteld. De beoordeling wordt eenzijdig vastgesteld. Het eindoordeel van de beoordeling wordt weergegeven met de volgende kwalificaties: A: het functioneren schoot ernstig tekort; B: het functioneren voldeed niet aan de vereisten; C: het functioneren voldeed aan de vereisten; D: het functioneren ging de vereisten te boven; en E: het functioneren gaat structureel de vereisten in opvallende mate te boven. De werknemer tekent het beoordelingsformulier voor gezien. De leidinggevende tekent de beoordeling en stelt de beoordeling daarmee vast. Er is bij Optimisd niet een afzonderlijke beoordelingsautoriteit.

8. Tijdens de planningsgesprekken van 25 februari 2011 en 2 maart 2011 is geconstateerd dat ten aanzien van de competenties ambitie, initiatief (pro-actief werken), klantgerichtheid en omgevingsbewustzijn (de organisatiebrede competenties) geen noemenswaardige aandacht nodig is. Dat geldt ook voor de competenties accuratesse, integriteit, plannen en organiseren en schriftelijke en digitale documentatie (functiespecifieke competenties). Het samenwerken intern, met het blok Administratie is wel een ontwikkelpunt. Hieraan wordt gewerkt door het houden van coachende bilateralen. De afspraken die zijn gemaakt ten aanzien van het uitwerken van de notulen hebben betrekking op het tijdig aanleveren hiervan.

9. Tijdens het voortgangsgesprek van 13 juli 2011 is geconstateerd dat ten aanzien van de organisatiebrede en functiespecifieke competenties alles naar tevredenheid verloopt. Het inzicht in samenwerkingsrelaties groeit. De afspraken ten aanzien van het aanleveren van de notulen worden op alle onderdelen gerealiseerd.

10. In de periode van juli tot en met december 2011 is eiseres een aantal keren ziek geweest, heeft ze vier weken vakantie gehad en is sprake van re-integratie gedurende 2 tot 5,5 uur per dag.

11. Op 14 december 2011 is een beoordelingsgesprek gehouden met eiseres. Tijdens dat gesprek is aan de orde gekomen dat volgens haar leidinggevende na juli 2011 sprake is van een duidelijk merkbare terugval in het pro-actief werken van eiseres. Eiseres stelt zich afhankelijk op en toont nauwelijks initiatief. De klachtgerichtheid intern is verminderd. Met name de dienstbaarheid en flexibiliteit in de omgang met het managementteam laat te wensen over. Dit heeft geleid tot het oordeel dat de organisatiebrede competenties niet voldoende op niveau zijn gedurende het hele jaar. Ten aanzien van de competentie accuratesse is opgemerkt dat eiseres fouten heeft gemaakt bij het opbergen van personeelsdossiers en dat vertrouwelijke notulen van vergaderingen die eiseres heeft opgesteld, zijn teruggevonden in de personeelsdossiers. Ten aanzien van de competentie plannen en organiseren is opgemerkt dat er tijdens haar afwezigheid zaken wel eens mis gaan, omdat zaken niet zijn overgedragen. Beide competenties zijn niet voldoende en verdienen versterkte aandacht. De notulen worden tijdig gerealiseerd; dit punt is als voldoende beoordeeld. Dit alles heeft voor 2011 geresulteerd in een beoordeling met kwalificatie B (het functioneren voldeed niet aan de vereisten). Eiseres heeft weliswaar schriftelijk gereageerd op de beoordeling, maar ter zitting erkend dat zij daarmee niet bedoeld heeft bezwaar te maken tegen deze beoordeling. In haar reactie heeft eiseres er onder meer op gewezen (onderbouwd met een brief van 13 april 2010) dat zij herhaaldelijk heeft gewaarschuwd dat de personeelsdossiers voor elke medewerker toegankelijk zijn, maar dat niets met deze waarschuwingen is gedaan. Op de kritiek inzake de overdracht van zaken heeft zij eveneens (onderbouwd met een stuk) gereageerd.

12. In het planningsgesprek op 18 januari 2012 is naar aanleiding van de beoordeling 2011 de afspraak gemaakt dat eiseres in gesprek gaat met de teamleiders Dienstverlening en Bedrijfsvoering om zo verbetertips te krijgen. Voordat de gesprekken plaatsvinden, moet de leidinggevende van eiseres de teamleiders informeren. Na deze gesprekken gaat eiseres in gesprek met haar direct leidinggevende, [persoon 3].

Op 26 juni 2012 heeft een voortgangsgesprek plaatsgevonden. In het voortgangsgesprek is met betrekking tot de organisatiebrede competenties en de functiespecifieke competenties geconstateerd dat de omgang van eiseres met collega’s en leden van het managementteam is verbeterd, mede doordat eiseres heeft ingezien dat ook zij actief aan relatiebeheer moet doen. Ten aanzien van samenwerken is opgemerkt dat eiseres gemakkelijker zaken bespreekbaar maakt en dat zij haar verantwoordelijkheid soepeler neemt. Ten aanzien van de tijdigheid van de vergaderstukken/notulen wordt eiseres gevraagd deze te blijven bewaken.

13. Het beoordelingsgesprek 2012 heeft plaatsgevonden op 23 januari 2013. Ten aanzien van de organisatiebrede competenties is in het verslag opgenomen dat eiseres het relatiebeheer ter hand heeft genomen en dat zij hierin stappen heeft gemaakt. Daar hoort ook bij “dat eiseres rechtstreeks bij haar drie MT-klanten klankbordt over de werkrelatie en dus niet alleen via de directeur”. Aan het einde van het jaar 2012 wordt door het managementteam waargenomen dat eiseres meer gespannen is.

Ten aanzien van de competentie accuratesse is in het verslag opgenomen dat richting het einde van het jaar meer en meer fouten worden geconstateerd in diverse activiteiten van eiseres. Voorbeelden hiervan zijn: slordigheden en taalfouten in notulen, onjuistheden in notulen, bezoekafspraken die niet juist gepland worden en de fout in de mailing van het klanttevredenheidsonderzoek.

Ten aanzien van de competentie samenwerking (intern) is in het verslag opgenomen dat eiseres zichtbaar haar best doet haar werkrelatie met collega’s van het blok administratie te optimaliseren. Richting het managementteam ligt dat complexer. Het managementteam signaleert dat op de gebieden flexibiliteit, accuratesse en zelfstandigheid aandachtspunten bestaan. Daar waar de organisatie behoefte heeft aan flexibiliteit/accuratesse gaat eiseres daar star mee om. Als voorbeeld wordt genoemd een fout in de klanttevredenheidsonderzoek-mailing die door eiseres weinig schuldbewust en oplossingsgericht wordt aangepakt. Het verzoek om de fout te herstellen wordt door eiseres afgewimpeld. De druk die hierdoor ontstaat bij andere medewerkers is groot. Eiseres heeft een verzoek om te notuleren in de herfstvakantie afgewezen, hoewel eiseres in die week geen concrete planning heeft. Eiseres draagt geen oplossing aan voor deze situatie. Ten aanzien van de zelfstandigheid is door het managementteam een kentering waargenomen. Het is gebruikelijk dat het managementteam globaal aangeeft wat er van eiseres wordt verwacht. Tegenwoordig vraagt eiseres erg veel om instructies. Er lijkt sprake van spanning en angst om fouten te maken. Het zeer minutieus vragen om instructie past niet in de zelfstandige en zelfsturende rol van de managementassistente.

De kwantitatieve resultaatafspraken met betrekking tot het aanleveren van vergaderstukken en notulen worden gerealiseerd.

In het onderdeel ”algemene ontwikkeling” wordt aangegeven dat de aandachtspunten die het managementteam ervaart, serieus zijn. Het kwalitatief onderpresteren gedurende periodes is herhalend ten opzichte van voorgaande jaren. Het belang van een goed en zelfstandig functionerende managementassistente is groot voor een goed functionerend managementteam en de contacten in- en extern. Ondanks de inzet en de wijze waarop eiseres aan de verwachtingen van haar omgeving tracht te voldoen, worden de onderdelen accuratesse, flexibiliteit en zelfstandigheid als onvoldoende beoordeeld. De wijze waarop eiseres en het management team hiermee om zullen gaan, wordt nader besproken in het planningsgesprek.

Het samenvattend eindoordeel van de beoordeling is een C (het functioneren voldeed aan de vereisten). Eiseres heeft tegen deze beoordeling geen bezwaar gemaakt.

14. De rechtbank oordeelt als volgt.

15. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB 28 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL2847) bestaat een overplaatsing uit twee componenten, namelijk het ontheffen uit de eigen functie en het opdragen van een andere functie. Het dienstbelang om over te plaatsen kan gelegen zijn in de wens om de ambtenaar uit een functie te ontheffen of om de ambtenaar een andere functie te laten vervullen. In beide gevallen moet de nieuwe functie passend zijn. Verder heeft de CRvB in zijn uitspraak van 31 december 2009 (ECLI:NL:CRVB:2009:BK9663) geoordeeld dat als de reden voor een overplaatsing is gelegen in de ongeschiktheid van de ambtenaar, die overplaatsing wat betreft de feitelijke grondslag niet behoeft te voldoen aan de eisen waaraan een ontslag om die zelfde reden moet voldoen. Weliswaar moet het bestuursorgaan aantonen dat het functioneren van de ambtenaar tekortschiet, maar verder is voldoende dat het bestuursorgaan aannemelijk maakt dat zijn belang om de ambtenaar te ontheffen groter is dan het belang van de ambtenaar bij behoud van zijn functie. In gevallen waarin geen acuut belang tot ontheffing aanwezig is, kan een juiste afweging van belangen meebrengen dat aan betrokkene eerst nog een verbeterkans wordt geboden.

16. Het bevreemdt de rechtbank allereerst dat tijdens het voortgangsgesprek op 13 juli 2011 ten aanzien van de organisatiebrede competenties gesteld is dat deze naar tevredenheid verlopen, terwijl bij de beoordeling is gesteld dat deze níet op voldoende niveau zijn en dat zelfs gedurende het gehele jaar. Ten aanzien van de functiespecifieke competenties is eveneens bij het voortgangsgesprek gesteld dat deze naar tevredenheid verlopen, terwijl bij de beoordeling een “niet voldoende” wordt gescoord. Daarbij worden twee voorbeelden genoemd die tamelijk algemeen zijn geformuleerd, terwijl eiseres heel concreet, onderbouwd met stukken, naar voren heeft gebracht waarom de kritiek onterecht is. Uit het dossier is niet op te maken of, en, zo ja, hoe de leidinggevende dit heeft weerlegd. De rechtbank vindt het in ieder geval onjuist om (zoals in het verweerschrift wordt gedaan) te stellen dat uit het feit dat eiseres schriftelijk heeft gereageerd reeds blijkt dat eiseres niet goed functioneert.

De rechtbank wijst er bovendien op dat juist in de tweede helft van 2011 eiseres verlof heeft gehad, veel ziek is geweest en re-integreerde in haar werk, terwijl de onvoldoende beoordeling kennelijk vooral is ingegeven door de werkzaamheden van eiseres in deze helft van het jaar.

Wat betreft de beoordeling over 2012 staat voorop dat het eindoordeel een voldoende is. Ook hier geldt dat tijdens het voorgangsgesprek de competenties positief worden gewaardeerd, ook wat betreft de omgang met het managementteam, maar dat die waardering bij het beoordelingsgesprek gekeerd is. De rechtbank wil aannemen dat “richting het einde van het jaar” de werkzaamheden van eiseres te kort schoten, maar acht dit een te smalle basis voor het oordeel dat eiseres onvoldoende functioneert, dat geen verbetering in haar functioneren te verwachten is en dat zij daarom moet worden overgeplaatst.

17. De rechtbank stelt voorts vast, op grond van de handgeschreven aantekeningen van[persoon 3] van 23 januari 2013 en het gespreksverslag van 6 februari 2013, dat tijdens het beoordelingsgesprek uitgesproken is dat eiseres zal worden ontheven uit haar functie als managementassistente en dat naar andere werkzaamheden voor haar gezocht zal worden. Dat is echter pas geformaliseerd met het voornemen tot overplaatsing van 28 oktober 2013. Daarmee is duidelijk dat van een acuut belang tot ontheffing geen sprake is geweest. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan eiseres een verbeterkans had moeten worden geboden.

Het is de rechtbank echter niet gebleken dat eiseres een reële verbeterkans is geboden. De insteek van [persoon 3], zo maakt de rechtbank uit de stukken op, is in de periode na 23 januari 2013 steeds geweest om de mogelijkheden van andere werkzaamheden binnen Optimisd te onderzoeken en met eiseres te bespreken. Dat er voor eiseres nog een mogelijkheid was “te laten zien wat zij kan” om zo de overplaatsing af te wenden, blijkt op geen enkele wijze. In juni 2013 is weliswaar een mediationtraject gestart, maar dat traject (dat overigens zonder resultaat is gebleven) was er op gericht de verstandhouding met [persoon 3] te verbeteren en zag niet op het verbeteren van het functioneren van eiseres als managementassistente in haar ondersteuning van het management team. De rechtbank is dan ook van oordeel dat met de belangen van eiseres te weinig rekening is gehouden.

18. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Omdat de tekortkomingen in het bestreden besluit thans niet meer kunnen worden hersteld, voorziet de rechtbank zelf in de zaak, in die zin dat zij het primaire besluit herroept.

19. De rechtbank hecht eraan daarbij het volgende op te merken. Het oordeel van de rechtbank zal betekenen dat het managementteam (waarvan [persoon 3] sinds 1 januari 2014 geen deel meer uitmaakt) en eiseres een nieuwe werkverhouding zullen moeten vinden. De rechtbank spreekt de hoop uit dat beide partijen zich daarvoor zullen inzetten. De rechtbank wijst eiseres er bovendien op dat haar oordeel niet betekent dat het functioneren van eiseres niet meer ter discussie staat. Zoals hierboven reeds is opgemerkt, acht de rechtbank het niet onaannemelijk dat eiseres eind 2012 niet goed heeft gefunctioneerd. De rechtbank kan er bovendien niet omheen dat de plaatsvervanger van [persoon 3] tijdens diens vakantie in een stuk met de werktitel “Opvallende zaken rondom [naam] vanaf juli 2013” kritiek heeft geuit op het functioneren van eiseres, gestaafd met voorbeelden. De rechtbank weegt dit thans niet mee, omdat deze kritiek ziet op een periode waarin de positie van eiseres heel onduidelijk was, maar dat betekent niet dat eiseres zich van deze kritiek niets behoeft aan te trekken.

20. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

21. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 974,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 487,- en een wegingsfactor 1). De reiskosten, verband houdend met het bijwonen van de zitting, worden met inachtneming van artikel 1, aanhef en onder c, van het Bpb vastgesteld op het door eiseres opgegeven bedrag van € 9,20 nu deze kosten lager zijn dan de kosten van openbaar vervoer 2e klasse.

Beslissing

De rechtbank,

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 165,- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van

€ 1957,20.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.S. Klerk, rechter, in aanwezigheid van

E.H.J.M.T. van der Steen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

17 december 2014.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.