Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:7500

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-12-2014
Datum publicatie
11-12-2014
Zaaknummer
01/035034-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS-maatregel met 1 (een) jaar.

TBS-maatregel is opgelegd op 19 augustus 2004 ivm diefstal met bedreiging met geweld.

De beslissing op een mogelijke voorwaardelijke beeindiging van de dwangverpleging wordt aangehouden voor maximaal drie maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/035034-04

Uitspraakdatum: 11 december 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1978],

verblijvende bij [kliniek 1].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 19 augustus 2004 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van

24 december 2013 met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 27 oktober 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van

27 november 2014.

Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van drs. S. Leeuwestein, eerste geneeskundige, en drs. K.M. ten Brinck, directeur behandeling en plaatsvervangend hoofd van de inrichting, waar betrokkene voorheen verbleef, d.d. 16 september 2014;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van diefstal met bedreiging met geweld, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het plaatsvervangend hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Patiënt is gediagnosticeerd als lijdende aan een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en narcistische trekken. Daarnaast is sprake van een cognitieve stoornis NAO, afhankelijkheid van verschillende middelen en van zwakbegaafdheid. Bij patiënt is in enige mate sprake van een gebrekkig zelfinzicht, dat in het afgelopen jaar wel is toegenomen. Patiënt is in staat om te benoemen wat in de toekomst risicofactoren zijn. Tijdens de huidige opname wordt ingezet op het kunnen vertalen van het opgedane inzicht naar gedragsveranderingen. Daarbij zullen abstinentie van middelen, een adequate daginvulling en het vergroten van probleeminzicht belangrijke behandelthema’s zijn. Betrokkene wordt momenteel niet in staat geacht om zich zelfstandig te redden in de maatschappij. Het risico op terugval in middelengebruik en daarmee het risico op delict gedrag wordt op de korte termijn als laag tot matig en op de langere termijn als hoog ingeschat. De verwachting is dat een zorgvuldig risicomanagement gedurende een langere periode nog gehanteerd zal moeten blijven. Wij adviseren u om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Het gaat perfect bij de [kliniek 1]. Ik word al meer dan tweeënhalf jaar niet meer behandeld. Ik ga geen therapieën volgen, die ik in het verleden al gevolgd heb. Daar zie ik het nut niet van in. Ik heb op dit moment ook geen dagbesteding. Ik blow om mijn zielenpijn niet te voelen. Ik ben inderdaad tweemaal teruggeplaatst in verband met mijn blowgedrag. Ik vind het lastig om binnen de TBS-kliniek niet te blowen. Het is een soort medicijn voor mij geworden. Mij is tweeënhalf jaar geleden al transmuraal verlof beloofd. Ik ben één keer de fout ingegaan en ben meteen weer terug bij af. Ik vind dat ik klaar ben voor een leven buiten de kliniek en dat de terbeschikkingstelling kan eindigen.

De deskundige A.M. Kuijken, optredend namens de inrichting waar de terbeschikkinggestelde nu verblijft, heeft het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene is bij de [kliniek 1] geplaatst in beveiligingsniveau 3. Op dit moment mag hij af en toe met onbegeleid verlof en alleen als hij clean is. Wanneer hij rond kerst aan een drietal voorwaarden voldoet, zal hij meer vrijheden krijgen en kan er transmuraal verlof voor hem worden aangevraagd. Allereerst moet hij stoppen met het gebruiken van drugs, ten tweede moet hij een nuttige dagbesteding hebben en ten derde moet hij wat beter leren omgaan met spanningen. Het recidiverisico is dan op een aanvaardbaar laag niveau te brengen. Betrokkene hoeft dan niet eerst naar [kliniek 2], maar kan meteen in de woningen op het terrein van de [kliniek 1] worden geplaatst. Er wordt dan nog steeds aan zijn verslaving gewerkt, maar in een ander traject. Ik heb ingestemd met het advies om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen op het moment dat ik betrokkene nog maar net één maand kende. Op dit moment stel ik een verlenging van één jaar voor. Betrokkene is al twaalf jaar ter beschikking gesteld en dat is een hele lange periode. Als betrokkene zich goed ontwikkelt en naar de Woningen wordt overgeplaatst, kan volgend jaar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging ook aan de orde zijn.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik geloof er niet meer zo in. Ik wil graag naar buiten toe. Ik ben klaar met de terbeschikkingstelling. Ik denk dat mijn vriendin mij meer kan steunen dan alle therapeuten bij elkaar.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

In tegenstelling tot de vordering zou ik de rechtbank willen verzoeken de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. De terbeschikkingstelling duurt inmiddels al twaalf jaar en bij de vorige verlenging was het advies van de kliniek exact hetzelfde. Een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is wat mij betreft nog niet aan de orde op dit moment. Dat is een te grote stap.

De raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Hetgeen er de afgelopen jaren is gebeurd tijdens de terbeschikkingstelling van cliënt verdient niet de schoonheidsprijs. Er zou sprake zijn van een overplaatsing met gelijke vrijheden. Op het moment dat cliënt werd overgeplaatst naar de [kliniek 1] was compleet onduidelijk hoe het nu met zijn verlof zat. Cliënt heeft bij de [kliniek 1] niet dezelfde verlofmogelijkheden gekregen en is hierdoor benadeeld. Ondanks al de moeilijkheden die er momenteel spelen, heeft cliënt geen terugval gehad. Hij gebruikt af en toe drugs, maar er hebben zich geen incidenten meer voorgedaan. Er zijn geen recente wettelijke aantekeningen en er is geen recente risicotaxatie. Gelet op de duur van de terbeschikkingstelling, rijst de vraag of nog wel wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Ik verzoek de rechtbank primair de beslissing tot het al dan niet beëindigen van de dwangverpleging aan te houden voor een periode van drie maanden. De reclassering kan dan onderzoeken of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging tot de mogelijkheden behoort. Subsidiair verzoek ik u de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting (met uitzondering van de duur van de verlenging) en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige. Hieruit komt naar voren dat terbeschikkinggestelde nog de nodige begeleiding nodig heeft en dat bij beëindiging van de terbeschikkingstelling de kans op recidive aanwezig is. Een verlenging van de terbeschikkingstelling is dan ook op zijn plaats.

De rechtbank zal de terbeschikkingstelling verlengen met één jaar om zicht te houden op de voortgang van de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde.

De rechtbank is verder van oordeel dat onderzocht dient te worden of de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zou kunnen worden beëindigd. De terbeschikkingstelling duurt al twaalf jaren. Gelet op het ontbreken in het dossier van recente wettelijke aantekeningen en een recente risicotaxatie, bestaat er beperkt zicht op de inspanningen die zijn verricht om de nodige vooruitgang bij de terbeschikkingsgestelde te bewerkstelligen. Afgaand op hetgeen de raadsvrouw hierover naar voren heeft gebracht, is er eerder sprake geweest van stagnatie, die niet alleen te wijten is aan de terbeschikkinggestelde. De vraag is aan de orde of de nodige vooruitgang ook geboekt kan worden binnen het kader van een voorwaardelijke beëindiging.

Daarom dient de Reclassering Nederland een nader maatregelrapport op te stellen, waarin de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege worden onderzocht.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, zal de rechtbank op grond van artikel 509t lid 5 van het Wetboek van Strafvordering de beslissing op een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor onbepaalde tijd, maar maximaal drie maanden, aanhouden in afwachting van het rapport van Reclassering Nederland.

DE BESLISSING

De rechtbank:

- verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar;

- houdt de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege aan en schorst daartoe het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, tot ten hoogste drie maanden, teneinde de reclassering een rapport te laten opmaken omtrent de vraag of, en zo ja, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder, de verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde kan worden beëindigd;

- beveelt de oproeping van de terbeschikkinggestelde, de deskundige mw. A.M. Kuijken en de rapporteur van de reclassering tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting, met kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde, mr E.A. Blok, advocaat te Rotterdam.

- stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.

Deze beslissing is gegeven door

mr. H.H.E. Boomgaart, voorzitter,

mr. M.A. Waals en mr. H.F. Koenis, leden,

in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 december 2014.