Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:7474

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-11-2014
Datum publicatie
08-12-2014
Zaaknummer
SHE 14/2708
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2015:1481, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Belanghebbende

Eiser is geen belanghebbende bij de omgevingsvergunning voor een stadsput en een Onze Lieve Vrouwe huisje op de Markt in ’s-Hertogenbosch.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht, geldigheid: 2014-12-08
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 14/2708

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder

(gemachtigde: mr. drs. ).

Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder aan de gemeente 's- Hertogenbosch een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen en de reconstructie van de zogenoemde 'Stadsput'en het 'Onze Lieve Vrouwe – huisje' op de Markt te 's- Hertogenbosch.

Bij besluit van 19 mei 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 november 2014. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1.1

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.2

De omgevingsvergunning ziet op de activiteiten 'bouwen', 'gebruik in strijd met het bestemmingsplan' en het 'wijzigen van een gemeentelijk monument'. Het strijdig gebruik bestaat er uit dat op de locatie waar het project wordt gerealiseerd, geen gebouwen zijn toegelaten. De Markt is als zodanig aangewezen als gemeentelijk monument.

1.3

Eiser woont aan [adres]. Zijn pand is hemelsbreed ongeveer 650 meter gelegen vanaf de Markt. De looproute naar de Markt is ongeveer 950 meter. Vanaf de woning van eiser is geen rechtstreeks zicht op de Markt.

2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiser geen belanghebbende is omdat hij, kort samengevat, geen zicht heeft op de Markt, hij niet woont in de directe nabijheid van de Markt en dat ook overigens geen redenen zijn om eiser als belanghebbende aan te merken.

3. Eiser stelt dat hij wel belanghebbende is omdat hij een objectief bepaalbaar en persoonlijk eigen belang heeft. Hij loopt dagelijks minimaal twee keer over de Markt om boodschappen te doen of andere sociale activiteiten te ondernemen. Hij wenst te voorkomen dat niet alleen hij maar ook alle Bosschenaren en de toekomstige generaties dit soort misbaksels moeten gaan aanschouwen.

4.1

In dit beroep gaat het enkel en alleen om de vraag of verweerder een inhoudelijke heroverweging op grond van de bezwaren van eiser had moeten verrichten of niet. De rechtbank zal de omgevingsvergunning daarom niet inhoudelijk behandelen. Ook de vraag of de wetgeving wel geschikt is voor besluitvorming over projecten zoals dit, laat de rechtbank buiten beschouwing.

4.2

Alleen belanghebbenden kunnen bezwaar maken. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. Deze criteria moeten in onderlinge samenhang worden bezien.

4.3

Eiser kan het project niet zien vanuit zijn woning noch woont hij in de onmiddellijke nabijheid van het project. De afstand daarvoor is te groot. Eiser zal ook geen ruimtelijk relevante gevolgen ondervinden van het project, te meer omdat het enkele bouwen van de put en het huisje nagenoeg geen ruimtelijk relevant effect heeft. Eisers opmerking dat Bosschenaren en ook toekomstige generaties dit misbaksel zullen blijven zien, is onvoldoende om een eigen belang aan te nemen. Dit zijn namelijk de belangen van een ander en het gaat om de vraag of eiser zelf een belang heeft. Eiser heeft evenmin een bijzonder individueel belang dat hem onderscheidt van anderen. De enkele omstandigheid dat hij dagelijks over de Markt loopt is hiervoor onvoldoende. Dat zou tot gevolg hebben dat talloze mensen, zowel woonachtig, werkzaam of recreërend binnen ’s-Hertogenbosch als daarbuiten, belang zouden hebben bij deze omgevingsvergunning. Door middel van het vereiste dat iemand belanghebbende moet zijn om bezwaar te maken, heeft de wetgever juist beoogt te voorkomen dat iedereen tegen besluiten bezwaar kan maken. Een louter subjectief gevoel van betrokkenheid bij een besluit, hoe sterk dat gevoel ook is, is niet voldoende om een persoonlijk belang aan te nemen. De omstandigheid dat eiser het project een misbaksel vindt, is daarom onvoldoende om aan te nemen dat hij een belang heeft. De rechtbank is tot slot van oordeel dat het project geen onaanvaardbaar invloed zal hebben op eisers woon en leefomgeving. De rechtbank concludeert dat eiser geen belanghebbende is bij de verleende omgevingsvergunning.

5. Verweerder heeft terecht besloten dat het bezwaar van eiser niet ontvankelijk is. Het beroep is daarom ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J. van der Meiden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2014.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.