Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:7302

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
17-11-2014
Datum publicatie
28-11-2014
Zaaknummer
01/045066-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de TBS-maatregel met een jaar. Beslissing voorwaardelijke beeindiging van de verpleging van overheidswege wordt aangehouden voor maximaal 3 maanden.

TBS-maatregel is opgelegd in 2007 ter zake doodslag en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/045066-00

Uitspraakdatum: 17 november 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1957],

verblijvende bij de [kliniek 1]

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 juni 2007 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 9 november 2012, met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 26 september 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van

17 november 2014.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van de inrichting waar betrokkene verblijft d.d. 4 september 2014;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van de terbeschikkinggestelde;

  • -

    een psychologisch rapport (6-jaarsverlengingsonderzoek) van drs. J.P.M. van der Leeuw, d.d. 4 augustus 2014;

  • -

    een psychiatrisch rapport (6-jaarsverlengingsonderzoek) van drs. J.L.M. Dinjens, d.d. 11 augustus 2014.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van doodslag en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van de inrichting is - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende gesteld:

“(…)

De [terbeschikkinggestelde] is blijvend afhankelijk van professionele hulpverlening.

Het structurerende, begrenzende kader dat door hulpverlening wordt geboden, zorgt ervoor dat het risico gemanaged wordt. De [terbeschikkinggestelde] is uit zichzelf niet gemotiveerd tot het nemen van medicatie. Zolang hij medicatie gebruikt in een gedwongen kader, is het recidiverisico beperkt. Bij het niet gebruiken van medicatie neemt het risico op ernstig en gewelddadig recidive sterk toe. Ook het risico op ongeoorloofde afwezigheid neemt dan toe.

(…)

De kern van het risicomanagement bestaat bij de [terbeschikkinggestelde] uit medicamenteuze behandeling met antipsychotische medicatie en toezicht op inname hiervan. Tevens is er aandacht voor het (extern) aanbrengen van een dagstructuur, begeleiding en ondersteuning bij dagelijkse activiteiten, toezicht houden op een balans tussen draaglast en draagkracht en het aanleren van vaardigheden teneinde de coping te vergroten. Omdat de [terbeschikkinggestelde] zijn indexdelict ontkent en hij (ondanks medicamenteuze behandeling) chronisch psychotische symptomen blijft vertonen, wordt het risicomanagement volledig extern georganiseerd in een gesloten klinische setting. Beschermende factor is de coöperatieve houding van de [terbeschikkinggestelde] en de over het algemeen prettige samenwerking tussen de [terbeschikkinggestelde] en het behandelteam.

(…)

Recidiverisico in geval van beëindiging toezicht of maatregel. Hoog. De [terbeschikkinggestelde] zal zonder toezicht en dwingend kader medicatie-inname staken. Dit zal leiden tot een toename van psychotische symptomen en uiteindelijk tot agressieve doorbraken.

(…)

De paranoïde schizofrenie is chronisch aanwezig. Medicatie en (in mindere mate) bejegening managen het risico op agressieve doorbraken. Zonder medicatie verhoogt het risico op het gebruik van geweld aanzienlijk. Er is geen ziektebesef dan wel -inzicht aanwezig. De [terbeschikkinggestelde] onderschrijft het belang van medicatie niet en kan soms weigeren deze te nemen. Een dwingend kader blijft in deze zin noodzakelijk. Besproken is of het mogelijk is om het kader van de tbs om te zetten naar een Rechterlijke Machtiging in het kader van de wet BOPZ, aangezien de prognose is dat de [terbeschikkinggestelde] levenslang afhankelijk zal blijven van hulpverlening. Gezien de aanstaande overplaatsing naar de Horst-Ligne en de periode van gewenning die dit met zich zal meebrengen, wordt een voortzetting van de TBS met dwangverpleging vooralsnog aangewezen geacht. Abrupte overgangen naar nieuwe begeleiders kunnen bij de [terbeschikkinggestelde] voor risicovolle ontregeling zorgen.

(…)

De [terbeschikkinggestelde] zal overgeplaatst worden naar de [kliniek 3]. De periode daarna zal in het teken van gewenning en verdere inbedding in de chronische psychiatrie staan. Het risicomanagement zal worden overgedragen aan de begeleiders bij de[kliniek 3]. Onderzocht zal worden op welke wijze de tbs-maatregel afgewikkeld kan worden. Hiertoe zal de reclassering in het komende jaar worden ingeschakeld en bij het traject betrokken worden.

(…)

Hoewel hij zich over het algemeen aan regels en afspraken houdt, blijft ook zichtbaar dat er geen motivatie is tot het gebruik van medicatie. Met enige regelmaat weigert de [terbeschikkinggestelde] deze te gebruiken. Hoewel hij deze wel neemt als er drang wordt uitgeoefend, is duidelijk dat hij geen zicht heeft op het belang hiervan wat betreft het managen van het recidiverisico. Een dwingend kader blijft hierbij noodzakelijk.

(…)

Ondergetekenden adviseren de TBS-maatregel met een jaar te verlengen. Binnen dit jaar zal betrokkene de overgang maken naar de reguliere psychiatrie en zal onderzocht gaan worden op welke wijze de maatregel verantwoord kan worden afgewikkeld.(…)”

In voornoemd rapport van de psycholoog is - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende gesteld:

“(…)

Er is sprake van schizofrenie, paranoïde type,

(…)

Volgens gestandaardiseerde risicotaxatie is het recidiverisico groot zeker wanneer de bestaande hulperveleningskaders en juridische kaders zouden wegvallen. Zolang betrokkene echter op een gesloten, klinisch psychiatrische setting verblijft en de voorgeschreven medicatie gebruikt is het recidiverisico klein.

(…)

Betrokkene is een chronisch psychotische man waarbij waanideeën continu aanwezig zijn. Hij heeft een gering besef van zijn beperkingen maar kan zijn gedrag daar nauwelijks aan aanpassen. Bij toename van spanningen verliest betrokkene de controle over zijn denken en komen de waanideeën pregnant naar voren. Hij verliest het overzicht, heeft een beperkte draagkracht en raakt ontregeld in zijn gedrag. Hij heeft permanente externe sturing nodig. Protectief is dat betrokkene zich goeddeels houdt aan de behandelvoorschriften waardoor de kans op recidive gering is.

(…)

Afbouw van de TBS met dwangverpleging is te overwegen nu betrokkene meewerkt en instemt met een overgang naar het GGZ circuit en plaatsing in de verblijfspsychiatrie.

(…)

De onderzoeker adviseert om de maatregel terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.

(...)

De onderzoeker geeft de rechtbank in overweging om de verpleging voorwaardelijk te beëindigen met als doel om betrokkene uiteindelijk volledig over te hevelen naar het reguliere GGZ circuit waar betrokkene mogelijk binnen het kader van een RM zijn (klinische) begeleiding blijft ontvangen.

(…)”

In voornoemd rapport van de psychiater is - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende gesteld:

“(…)Er is bij betrokkene in diagnostisch opzicht sprake van schizofrenie van het paranoïde type.

Betrokkene is chronisch psychotisch en heeft een zeer uitgebreid religieus waansysteem met

god-, almacht- en grootheidswanen. Zijn copingvaardigheden zijn beperkt. Er is nauwelijks

ziektebesef en geen ziekte-inzicht. Betrokkene is er nog steeds van overtuigd ten onrechte te

zijn veroordeeld en in de TBS te verblijven. Hij gedoogt echter de behandeling en het verblijf.

Met behulp van een combinatie van incisieve antipsychotische medicatie en de geboden

structuur is betrokkene thans vrij goed gestabiliseerd. Het bereikte evenwicht is echter zeer

kwetsbaar en fragiel.

Het recidiverisico wordt onder het huidige tbs-kader ingeschat als laag en optimaal

gereduceerd, Wanneer het kader zou wegvallen en betrokkene op zichzelf is aangewezen

bestaat er een grote kans dat betrokkene zal afglijden in sociaal isolement, waarbij spanningen zullen oplopen en hij zal stoppen met zijn medicatie. De kans dat betrokkene dan opnieuw verder psychotisch zal ontregelen is maximaal. Hiermee zal het recidiverisico voortkomend uit de ziekelijke stoornis snel oplopen tot een zeer hoog recidiverisico. M.a.w. betrokkenes min of meer stabiele functioneren is in grote mate afhankelijk van het huidige kader met een hoge mate van externe structuur en medicatie. Betrokkene zal naar verwachting zeer lange tijd (mogelijk levenslang) afhankelijk zijn van psychiatrische zorg, begeleiding en toezicht. De kliniek heeft hier goed zicht op en onderschat de problematiek van betrokkene zeker niet.

Onderzoeker ondersteunt het traject van de kliniek om te onderzoeken in hoeverre een

geleidelijke overgang naar de reguliere GGZ, middels een BOPZ-kader (RM) haalbaar is,

Onderzoeker adviseert derhalve de maatregel van TBS te verlengen voor de periode van één

jaar en de verpleging van overheidswege te continueren. Het komende jaar kan dan benut

worden om te onderzoeken in hoeverre een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging en voorts aansluitend overgang naar een BOPZ-kader tot de mogelijkheden behoort.(…)”

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Het gaat goed met mij. Ik zit goed op mijn plaats bij [kliniek 1]. Ik ben ter beschikking gesteld voor een feit dat ik niet heb gepleegd. Er is dus ook geen sprake van recidivegevaar. Ik heb een nieuwe start kunnen maken. Ik ben organisatiesocioloog en kan in dat kader praten met personeel en anderen die ook op [kliniek 1] verblijven. Zolang ik in de psychiatrie kan verblijven, voel ik me prettig. Ik weet dat ik anders ben dan andere mensen. Ik neem mijn medicatie om bij mezelf een chemisch bewustzijn te creëren. De discussies die ik voer over medicatie-inname gaan erover dat ik duidelijk wil maken wat medicatie met mensen doet. Ik vind het prettig om bij familie op bezoek te gaan.

De deskundige M. Tjepkema, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies.

De deskundige heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene is ongeveer twee weken geleden overgegaan van [kliniek 2] van [kliniek 1]. Hij kan daar langdurig verblijven. De reclassering zal worden geïntroduceerd en voorts zal worden bezien of de verpleging van overheidswege voorwaardelijk kan worden beëindigd. Indien een voorwaardelijke beëindiging niet haalbaar blijkt, zetten we in op proefverlof.

Met de huidige medicatie is het risico op gevaarlijk gedrag flink verminderd. De discussies over de inname van de medicatie zullen onderdeel blijven van de problematiek. Betrokkene zal zelf niet de noodzaak zien tot inname van de medicatie. Op dit moment wordt de inname gecontroleerd vanuit [kliniek 1]. Ook indien de dwangverpleging voorwaardelijk wordt beëindigd, moet de medicatie-inname gewaarborgd blijven op het moment dat de reclassering de begeleiding overneemt van de kliniek. De stoornis bij betrokkene gaat niet over. Zijn mogelijkheden zijn beperkter. Er wordt wel gepersisteerd bij het advies om de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. Een klinische setting waarin betrokkene kan verblijven, is op dit moment het einddoel. Of dat op termijn mogelijk is in het kader van een rechterlijke machtiging, is op dit moment niet bekend.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar, zoals geadviseerd door de kliniek. Er liggen ook verleningsadviezen voor van de beide externe deskundigen. Ik sluit me aan bij het advies van de deskundige zoals zij dat ter terechtzitting heeft gegeven, te weten dat thans onderzocht dient te worden of er mogelijkheden tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege zijn. Mogelijk is eerst na ommekomst van het komende jaar duidelijk of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging tot de mogelijkheden behoort, maar het moet thans zeker worden onderzocht. Medicatie-inname dient bij een voorwaardelijke beëindiging een van de voorwaarden te zijn.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Cliënt wil duurzaam in een psychiatrische setting verblijven. Ik steun cliënt in zijn standpunt dat er geen sprake is van recidivegevaar. Ik refereer me desalniettemin ten aanzien van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.

Ik ben met de deskundige en de officier van justitie van mening dat thans onderzocht dient te worden of de verpleging van overheidswege voorwaardelijk kan worden beëindigd.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige alsmede met de adviezen van beide externe deskundigen.

Gelet op het vorenstaande en teneinde de terbeschikkinggestelde perspectief te bieden om op termijn tot een beëindiging van de terbeschikkingstelling te kunnen komen, is de rechtbank van oordeel dat thans dient te worden onderzocht of de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zou kunnen worden beëindigd.

Daarom dient de Reclassering Nederland een maatregelenrapport op te stellen, waarin de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege worden onderzocht.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, zal de rechtbank op grond van artikel 509t, lid 5, van het Wetboek van Strafvordering de beslissing op een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor onbepaalde tijd, maar maximaal drie maanden, aanhouden in afwachting van het rapport van Reclassering Nederland. Daarnaast is de rechtbank, gelet op artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, zodat de terbeschikkingstelling overeenkomstig de adviezen zal worden verlengd met één jaar. De rechtbank gaat daarmee voorbij aan het advies van de psycholoog Van der Leeuw de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen, nu de rechtbank overeenkomstig de adviezen van alle deskundigen thans een onderzoek aangewezen acht naar de (on)mogelijkheden om de verpleging voorwaardelijk te beëindigen. Een verlenging met twee jaren acht de rechtbank in dat verband op dit moment niet aangewezen.

DE BESLISSING

De rechtbank:

- verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar;

- houdt de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege aan en schorst daartoe het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, tot ten hoogste drie maanden, teneinde de reclassering een rapport te laten opmaken omtrent de vraag of, en zo ja, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder, de verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde kan worden beëindigd;

- beveelt de oproeping van de terbeschikkinggestelde, een deskundige van [FPC] dan wel van een andere inrichting waar betrokkene formeel op dat moment van overheidswege wordt verpleegd, en de rapporteur van de reclassering tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting, met kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsman van de terbeschikkinggestelde, mr. P.W. van der Kruijs, advocaat te 's-Hertogenbosch;

- stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.

Deze beslissing is gegeven door

mr. C.J. Sangers-de Jong, voorzitter,

mr. M. Lammers en mr. N.I.B.M. Buljevic, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.H.L. Coppens, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 november 2014.