Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:722

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
19-02-2014
Zaaknummer
01/821142-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2014:3409, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden voor:

door misbruik van overwicht een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen en voor het vervaardigen en voorhanden hebben van kinderpornografie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/821142-12

Datum uitspraak: 19 februari 2014

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1966],

wonende te [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 februari 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 8 januari 2014. De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 5 februari 2014 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht. Aan verdachte is met inachtneming van de vordering wijziging tenlastelegging tenlastegelegd dat:

Dat hij,

In de periode van 2 februari 2004 tot en met 1 februari 2006, meermalen, in

Beek en Donk en/of meerdere plaatsen in de provincie Brabant (in de bossen

en/of in een sauna en/of in een auto), in elk geval in Nederland,

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer],

geboren op[1990], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet

die van zestien had bereikt, onder meer bestaande uit seksueel binnendringen

-het meermalen binnendringen van de vagina van die [slachtoffer] met zijn,

verdachtes, penis en/of

-het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met zijn,

verdachtes, tong en/of

-het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met zijn,

verdachtes, vinger(s) en/of

-het meermalen binnendringen van de mond van die[slachtoffer] met zijn,

verdachtes, penis en/of

-het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met een dildo die

door hem, verdachte, wordt vastgehouden en/of

-het meermalen binnendringen van de mond van die[slachtoffer] met zijn,

verdachtes, tong;

(artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht)

subsidiair, althans indien vorengaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

dat hij in de periode van 2 februari 2004 tot en met tot en met 1 februari 2008 meermalen, in Beek en Donk en/of meerdere plaatsen in de provincie Brabant (in de bossen en/of in een

sauna en/of in een auto), in elk geval in Nederland, door misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten als verzorger en/of opvangouder in elk gevaldoor een aanzienlijk leeftijdsverschil, [slachtoffer] (geboren op [1990]) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige

handelingen van hem te dulden, bestaande die handelingen uit;

- het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met zijn, verdachtes,

penis, en/of

- het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met zijn, verdachtes,

tong, en/of

- het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met zijn, verdachtes,

vinger(s), en/of

- het meermalen binnendringen van de mond van die[slachtoffer] met zijn, verdachtes,

penis, en/of

- het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met een dildo die door

hem, verdachte werd vastgehouden en/of

- het meermalen binnendringen van de mond van die[slachtoffer] met zijn, verdachtes, tong,

en/of

- het zich laten aftrekken door die[slachtoffer]

(art. 248a Wetboek van Strafrecht)

Dat hij,

In de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004, een- of

meerma(a)l(en), in Spanje,

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer],

geboren op [1990], die toen de leeftijd van 16 jaren nog niet had

bereikt, onder meer bestaande uit:

-het laten kriebelen, althans betasten van zijn, verdachtes, penis en/of

teelbal(len) en/of

-het zich in haar,[slachtoffer]', bijzijn aftrekken en (daarbij) klaarkomen,

terwijl die[slachtoffer] in die periode gedurende enkele weken, althans enige

periode aan zijn, verdachtes, zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

(artikel 247 jo. 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

Dat hij,

in of omstreeks de periode van 2 februari 2004 tot en met 5 maart 2012 te

Beek en Donk en/of Helmond, in elk geval in Nederland, één of meermalen

(telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), te weten 45 video('s) en/of

(een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) heeft vervaardigd

en/of in bezit gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele

gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk

de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of

schijnbaar was betrokken

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal penetreren met de penis en/of de vinger(s)/hand(en)

en/of (een) voorwerp(en), namelijk (een) dildo('s), en/of de mond/tong van

het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet

heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand(en) en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand(en) en/of de

mond/tong

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

(art. 240b Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak ten aanzien van feit 1 primair en feit 2.

Het onder feit 1 primair en onder feit 2 ten laste gelegde betreft de periode van 1 januari 2004 tot en met 1 februari 2006. Verdachte ontkent dat hij in die periode seksuele handelingen met [slachtoffer] heeft verricht. De rechtbank stelt vast dat er voor de bewezenverklaring van ontuchtige handelingen in die periode geen ander wettig bewijs voorhanden is dan de verklaring van aangeefster[slachtoffer] en verklaringen van anderen ten overstaan van wie aangeefster haar relaas heeft gedaan. Nu van de verklaringen van anderen dan aangeefster enkel aangeefster zelf de informatiebron was, stelt de rechtbank vast dat een tweede onafhankelijke kernbron voor het plegen van ontuchtige handelingen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 1 februari 2006 ontbreekt. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs is voor hetgeen aan verdachte primair onder 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijs.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair.

Het standpunt van de officier van justitie.

Hetgeen verdachte is ten laste gelegd onder 1 subsidiair is wettig en overtuigend te bewijzen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat volgens de verdediging dit feit slechts kan worden bewezen met betrekking tot de periode vanaf 14 juli 2006, omdat pas vanaf die datum video-opnames beschikbaar zijn waarop seksuele handelingen tussen verdachte en[slachtoffer] zijn te zien.

Het oordeel van de rechtbank.1

Gelet op de aangifte van[slachtoffer] 2 en de bekennende verklaring van aangever ter terechtzitting 3 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 subsidiair is ten laste gelegd.

Gelet op het bepaalde in artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

Ten aanzien van de bewezenverklaarde periode heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit voor zover deze periode begint vóór 14 juli 2006. De rechtbank verwerpt dit verweer en bezigt als bewijs voor de periode vanaf 2 februari 2006 de aangifte van[slachtoffer] 4 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting voor zover inhoudende dat hij heeft verklaard dat de seks met[slachtoffer] plaatsvond vanaf haar zestiende en dat het al enkele maanden vóór het maken van de video-opnames was begonnen.

Ten aanzien van feit 3.

Het standpunt van de officier van justitie.

Het is wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte in de periode van 2 februari 2006 tot en met 5 maart 2012 vijfenveertig video’s, bevattende beeldmateriaal dat strafbaar is gesteld in artikel 240b lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad. Sommige bestanden zijn identiek maar elke video die verdachte in zijn bezit heeft gehad levert een strafbaar feit op. De bewezenverklaring dient niet te worden beperkt tot het aantal unieke videobeelden.

Het standpunt van de verdediging.

Het is wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte in de periode van 14 juli 2006 tot en met 5 maart 2012 zeven video’s, bevattende beeldmateriaal dat strafbaar is gesteld in artikel 240b lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad. Van het overige dient verdachte te worden vrijgesproken omdat het slachtoffer op die bewuste video’s / beelden de leeftijd van achttien jaar had bereikt.

Het oordeel van de rechtbank.

Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 augustus 2012 blijkt dat onder verdachte gegevensdragers in beslag zijn genomen, bevattende vijfenveertig videobestanden waarop[slachtoffer] en verdachte geheel of gedeeltelijk zichtbaar waren en seksuele handelingen bij zichzelf of elkaar verrichtten. De maakdatum van het eerste aangetroffen videobestand betrof 14 juli 2006.[slachtoffer] was op dat moment 16 jaar oud. In voornoemd proces-verbaal wordt de inhoud van dertien videobestanden beschreven. Meermalen betreft het een beschrijving van eenzelfde videobestand. Voorts blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 augustus 2012 dat sommige bestanden zijn verwijderd of verplaatst en daardoor op andere plaatsen op de gegevensdragers terecht zijn gekomen. Uit de beschrijvingen en de maakdata blijkt dat op zeven videobestanden unieke afbeeldingen zijn te zien waarop[slachtoffer] seksuele handelingen verricht, terwijl zij de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt. De rechtbank gaat uit van de zeven unieke bestanden zoals beschreven in voornoemd proces-verbaal van bevindingen en niet van de bestanden die door verwijdering op andere plaatsen op de gegevensdragers terecht zijn gekomen. De rechtbank is van oordeel dat zij aan de hand van het dossier niet kan vaststellen hoeveel van de vijfenveertig aangetroffen videobestanden uniek waren en of[slachtoffer] ten tijde van het maken van die bestanden jonger was dan achttien jaar, aangezien niet alle videobestanden zijn beschreven. De rechtbank acht het niet opportuun om verdachte eenzelfde afbeelding meermalen aan te rekenen.

Gelet op de aangifte van[slachtoffer] 5, het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 augustus 2012 6 en de bekennende verklaring van verdachte 7 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zeven afbeeldingen van kort gezegd pornografische aard, waarbij[slachtoffer] was betrokken, die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad en zal verdachte van het overige vrijspreken.

Gelet op het bepaalde in artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

subsidiair

in de periode van 2 februari 2006 tot en met 1 februari 2008 meermalen in Nederland door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten als opvangouder,[slachtoffer] (geboren op [1990]) waarvan hij wist dat deze de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, bestaande die handelingen uit;

- het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met zijn, verdachtes,

penis, en

- het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met zijn, verdachtes,

tong, en

- het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met zijn, verdachtes,

vinger(s), en

- het meermalen binnendringen van de mond van die[slachtoffer] met zijn, verdachtes,

penis, en

- het meermalen binnendringen van de vagina van die[slachtoffer] met een dildo die door

hem, verdachte werd vastgehouden en

- het meermalen binnendringen van de mond van die[slachtoffer] met zijn, verdachtes, tong,

en

- het zich laten aftrekken door die[slachtoffer];

in de periode van 14 juli 2006 tot en met 5 maart 2012 te Helmond, afbeeldingen, te weten 7 video’s en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen heeft vervaardigd en/of in bezit gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal penetreren met de penis en/of de vinger(s)/hand(en) en/of (een) voorwerp(en), namelijk (een) dildo('s), en/of de mond/tong van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand(en) en/of de mond/tong en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand(en) en/of de mond/tong en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Voor feit 1 subsidiair en feit 3: een werkstraf voor de duur van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals verwoord in het reclasseringsrapport d.d. 24 juni 2013.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging verzoekt de rechtbank om er rekening mee te houden dat verdachte een first offender is terzake zedendelicten, alsmede dat het een unieke situatie betrof. Het slachtoffer werd in het gezin van verdachte opgenomen toen de situatie bij haar ouders onstabiel was. Voorts merkt de verdediging op dat het een oud feit betreft, alsmede dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. De verdediging verzoekt de rechtbank om de geëiste werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf te matigen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

[slachtoffer] is op twaalfjarige leeftijd in contact gekomen met verdachte en diens echtgenote. Zij werd min of meer in hun gezin opgenomen toen de thuissituatie bij de ouders van[slachtoffer] onstabiel en problematisch was. Ze is in de jaren daarna verdachte en diens echtgenote frequent blijven bezoeken en bracht veel tijd met hen door. Verdachte heeft na een aantal jaren van zijn positie als opvangouder misbruik gemaakt om[slachtoffer] te bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Verdachte heeft meermalen gedurende een langere periode ontucht gepleegd met zijn, volgens eigen zeggen ‘leendochter’. Verdachte zou juist als opvangouder moeten zorgen voor een veilige en beschermde omgeving voor[slachtoffer], zeker gelet op het feit dat[slachtoffer] uit een onstabiele, problematische omgeving kwam. De rechtbank rekent verdachte dan ook zwaar aan dat hij geen rekening heeft gehouden met de belangen van[slachtoffer] en zijn eigen seksuele behoeften voorop heeft gesteld. Door zijn handelwijze heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van[slachtoffer]. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedendelicten nog lange tijd de psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Dat[slachtoffer] last heeft van de psychische gevolgen blijkt uit haar schriftelijke slachtofferverklaring d.d. 3 februari 2014. Bovendien stelt de rechtbank vast dat, mede op basis van de behandeling ter zitting, zij zich niet aan de indruk kan onttrekken dat verdachte niet volledig de laakbaarheid van zijn handelen inziet.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat het geruime tijd, bijna twee jaar, heeft geduurd voordat de strafzaak ter zitting is aangebracht voor de inhoudelijke behandeling daarvan.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank voor wat betreft feit 3 (het vervaardigen en bezitten van kinderporno) aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank zal

met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarden naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Het standpunt van de officier van justitie.

De kosten terzake de osteopathie en de reiskosten komen niet voor toewijzing in aanmerking. De officier van justitie verzoekt derhalve om toewijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] ad € 4.716,--, alsmede toepassing van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de kosten terzake de osteopathie en de reiskosten die samenhangen met het bezoek aan de ostheopaat niet voor toewijzing in aanmerking komen. Terzake het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling.

Met betrekking tot de kosten terzake osteopathie (en de daarmee samenhangende reiskosten) merkt de rechtbank op dat de benadeelde partij ter terechtzitting deze schadeposten nader heeft onderbouwd en dat de officier van justitie en/of de verdediging die nadere onderbouwing niet heeft/hebben betwist. Deze posten komen de rechtbank niet onredelijk of ongegrond voor. Voor het overige is de vordering niet betwist. Ook het overige van de vordering komt de rechtbank niet onredelijk of ongegrond voor. De rechtbank acht de vordering derhalve in haar geheel toewijsbaar.

Het bedrag dat betrekking heeft op de immateriële schade (ad € 4.000,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag dat betrekking heeft op de materiële schade (ad € 895,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 80,--.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (van € 4.895,--) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het bedrag dat betrekking heeft op de immateriële schade (ad € 4.000,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag dat betrekking heeft op de materiële schade (ad € 895,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 57, 63, 240b, 248a.DE UITSPRAAK

Ten aanzien van feit 1 primair en 2.

Vrijspraak.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor onder 1 subsidiair en 3 is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregel.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair, feit 3:

Taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek

overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht. De rechtbank waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair, feit 3:

Gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen

van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de

Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de

medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden

gegeven door de reclassering;

- dat veroordeelde zich binnen 48 uur na de uitspraak zal melden bij de[Reclassering Nederland]

[Reclassering Nederland] en dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd bij de[Reclassering Nederland]

[Reclassering Nederland]zal blijven melden, zolang de

reclassering dit noodzakelijk acht;

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd ambulant onder behandeling zal stellen van

[de kliniek] of soortgelijke ambulante forensische zorg,

zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de

aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de

instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- dat veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact

zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer]), geboren op [1990]

[1990], wonende[adres 2], zolang de reclassering dit

noodzakelijk acht;

- waarbij de [Reclassering Nederland]

[Reclassering Nederland], opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de

voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair, feit 3:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 4895,00 subsidiair 58 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer[slachtoffer] van een bedrag van € 4.895,-- (zegge: vierduizend achthonderd vijfennegentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 58 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag dat betrekking heeft op de immateriële schade (ad € 4.000,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag dat betrekking heeft op de materiële schade (ad € 895,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 4.895,-- (zegge: vierduizend achthonderd vijfennegentig euro). Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding.

Het bedrag dat betrekking heeft op de immateriële schade (ad € 4.000,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag dat betrekking heeft op de materiële schade (ad € 895,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 80,--. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. E.C.P.M. Valckx en mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, leden,

in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,

en is uitgesproken op 19 februari 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, genummerd PL2233-2011156089, aantal doorgenummerde bladzijden: 187

2 Verklaring van[slachtoffer] d.d. 14 december 2011 (p. 77 t/m 88)

3 Verklaring van [verdachte] ter terechtzitting d.d. 5 februari 2014

4 Verklaring van [slachtoffer] d.d. 14 december 2011 (p. 77 t/m 88)

5 Verklaring van[slachtoffer] d.d. 14 december 2011 (p. 77 t/m 88)

6 Als relaas van bevindingen d.d. 3 augustus 2012 (p. 140 t/m 149)

7 Verklaring van [verdachte] ter terechtzitting d.d. 5 februari 2014