Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:7219

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-11-2014
Datum publicatie
27-11-2014
Zaaknummer
SHE 13/4938 VERZET
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet. Te algemene machtiging. Onbetwist niet voldaan aan verzoek om specifiekere machtiging. De rechtbank heeft in de bestreden uitspraak het beroep terecht met toepassing van artikel 8:54 van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.

Naar het oordeel van de rechtbank, in verzet, is de door de beweerdelijk gemachtigde van opposant (Olthof) overgelegde machtiging in de zaak die in de bestreden uitspraak aan de orde was niet voldoende specifiek omdat deze machtiging zodanig algemeen is geformuleerd dat daaruit op geen enkele wijze blijkt dat Olthof opposant vertegenwoordigt in een specifieke zaak, dan wel in de zaak die in de bestreden uitspraak aan de orde was.

De rechtbank, in verzet, acht de gebruikmaking van de bevoegdheid van de rechtbank in de bestreden uitspraak om Olthof om een specifiekere machtiging te verzoeken daarom niet onredelijk.

Nu Olthof onbetwist niet aan dat verzoek heeft voldaan, heeft de rechtbank in de bestreden uitspraak het beroep terecht, met toepassing van artikel 8:54 van de Awb, niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 13/4938 VERZET

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2014 op het verzet van

[opposant], te Eindhoven, opposant

(gemachtigde: mr. H.P. Olthof),

tegen

de uitspraak van de rechtbank van 31 juli 2014.

Procesverloop

Bij uitspraak van 31 juli 2014 heeft de rechtbank, met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het beroep van opposant tegen het niet tijdig nemen van een beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet gedaan.

Overwegingen

1. In de bestreden uitspraak heeft de rechtbank - kort gezegd - overwogen dat de door opposant (eiser in de bestreden uitspraak) gestelde gemachtigde, Olthof, overgelegde machtiging niet voldoende specifiek is omdat de door hem gebruikte standaard machtiging zodanig ruim is geformuleerd dat daaruit op geen enkele wijze blijkt dat hij opposant vertegenwoordigt in een/deze specifieke zaak. Om die reden heeft de rechtbank het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaard.

2. Opposant voert in verzet aan dat de rechtbank zich niet redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat er op voorhand sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk beroep. Daartoe voert opposant, samengevat weergegeven, aan dat voor voornoemd standpunt van de rechtbank geen steun kan worden gevonden in wetgeving en jurisprudentie en dat niets zich verzet tegen een algemene en brede volmacht.

3. Ingevolge artikel 8:55, eerste lid, van de Awb, kan tegen een uitspraak via vereenvoudigde afdoening ingevolge artikel 8:54 van de Awb verzet worden gedaan bij de rechtbank. Die verzetsmogelijkheid heeft alleen betrekking op de vraag of de rechtbank terecht tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan. Het gaat derhalve enkel om een beoordeling van de ‘kennelijkheid’ van de in dit geval door de rechtbank uitgesproken niet-ontvankelijkheid van het door opposant ingediende beroep.

4. De rechtbank is van oordeel dat opposant in verzet geen argumenten heeft aangevoerd die nopen tot het oordeel dat de rechtbank het beroep ten onrechte met toepassing van artikel 8:54 van de Awb niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

5. Olthof heeft een op 23 april 2013 door eiser ondertekende machtiging ingezonden. De tekst van de volmacht luidt als volgt:

“Hierbij machtig ik, [opposant] (…), H.P. Olthof, Olthof Consultancy en door deze gemachtigde medewerkers, gevestigd te Zoeterwoude (hierna: Opdrachtnemer), om zich te laten vertegenwoordigen in procedures tegen boetes, parkeerbelasting, gemeentelijke belastingen en woz-aanslagen. Ondergetekende machtigt Opdrachtnemer om alle handelingen te ondernemen die Opdrachtnemer hiertoe nodig acht (Bijvoorbeeld: Het uitvoeren van informatieverzoeken in het kader van de Wob). De machtiging strekt tot het doen van alle nodige aanvragen, bezwaren en beroepen bij alle Nederlandse gerechtelijke instanties en bestuursorganen. Daarnaast machtigt ondergetekende Opdrachtnemer tot het aannemen van sommen ten behoeve van griffierechten, proceskostenvergoedingen bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht, dwangsommen en andere sommen die redelijkerwijs op het pad van de procedure liggen. Ondergetekende doet aan gemachtigde een vergoeding toekomen welke gelijk is aan de toegewezen proceskostenvergoeding in de gevoerde procedure(s), welke door gemachtigde gefactureerd zal worden. Dit is slechts van toepassing indien de procedure gegrond is verklaard. Tot slot gaat ondergetekende akkoord met de voorwaarden van de Opdrachtnemer met betrekking tot de behandeling van de aangebrachte zaken”.

6. De bevoegdheid van de rechtbank op grond van artikel 8:24, tweede lid, van de Awb, een schriftelijke machtiging te verlangen, brengt met zich dat de rechtbank bevoegd is uit het oogpunt van doelmatige administratie en doelmatige rechtsbescherming voorwaarden te stellen waaraan een gevraagde machtiging dient te voldoen, teneinde vast te kunnen stellen of degene waarvoor een persoon zich als gemachtigde stelt deze persoon daadwerkelijk heeft gemachtigd. Uit de machtiging moet blijken of de beweerdelijk vertegenwoordigde wenst dat beroep wordt ingesteld overeenkomstig het ingediende beroepschrift.

7. Naar het oordeel van de rechtbank, in verzet, is de door Olthof overgelegde machtiging niet voldoende specifiek omdat deze machtiging zodanig algemeen is geformuleerd dat daaruit op geen enkele wijze blijkt dat Olthof opposant vertegenwoordigt in een specifieke zaak, dan wel in de zaak die in de bestreden uitspraak aan de orde was.

8. Nu Olthof onbetwist geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek van de rechtbank van 7 april 2014 om een meer specifieke volmacht in te zenden, was de rechtbank in de uitspraak van 31 juli 2014 dan ook bevoegd het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren nu onvoldoende is gebleken dat opposant een machtiging heeft afgegeven om beroep in te stellen bij deze rechtbank tegen het niet tijdig beslissen door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) tegen een beslissing van de CVOM van 18 juni 2013. De rechtbank, in verzet, acht de gebruikmaking van deze bevoegdheid door de rechtbank in de uitspraak van 31 juli 2014, gelet op hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 7., niet onredelijk.

9. Op grond van het voorafgaande dient het verzet van opposant, onder toepassing van het bepaalde in artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Awb, ongegrond te worden verklaard. Ingevolge het bepaalde in het zesde lid van evengenoemd artikel blijft de uitspraak van de rechtbank van 31 juli 2014 in stand.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.M. Dohmen, rechter, in aanwezigheid van

mr. S. Kriekaard, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2014.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.