Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:7127

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-11-2014
Datum publicatie
24-11-2014
Zaaknummer
01/879356-13
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2016:884, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende een periode van 3,5 jaren schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno en aan het een gewoonte maken van het bezit van kinderporno, grooming en meerdere andere ernstige zedendelicten, waarvan 9 meisjes en jongens in de leeftijden van 12 tot en met 15 jaar slachtoffer zijn geworden. Verdachte maakte conctact met deze minderjarigen via social media waarbij hij zich voordeed als jongen of als een jong meisje.

De rechtbank veroordeelt verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast legt de rechtbank de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging op.

De rechtbank wijst de vorderingen van de benadeelde partijen deels toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/879356-13 en 01/860254-14 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 24 november 2014

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1979],

thans gedetineerd te: PI Achterhoek te Zutphen.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 juni 2014, 18 augustus 2014 en 10 november 2014.

Op de zitting van 18 augustus 2014 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 15 mei 2014 en 24 juli 2014.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 10 november 2014 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 oktober 2013 te Oost West en Middelbeers, gemeente

Oirschot, met [slachtoffer 1] (geboren op [1999 ]), die de leeftijd van

twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een

of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

hebbende verdachte

zijn, verdachtes, vinger(s) en/of tong en/of penis in de vagina van die [slachtoffer 1]

geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of

zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht en/of

gehouden en/of zich door die [slachtoffer 1] laten pijpen en/of

zich laten aftrekken door die [slachtoffer 1], althans die [slachtoffer 1] zijn, verdachtes,

penis in de hand(en) heeft laten nemen;

[ZAAK 1]

artikel 245 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreekse de periode van 1 juni 2013 tot en met 5 oktober 2013,

te Oost West en Middelbeers, gemeente Oirschot en/of 's-Gravenhage, in elk

geval in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk of met

gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten middels e-mail en/of Skype

en/of Facebook en/of Twitter en/of Whatsapp en/of sms-berichten en/of

telefonisch contact) een persoon van wie hij wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te

weten [slachtoffer 1], geboren op [1999 ], een ontmoeting heeft voorgesteld

met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen,

terwijl hij (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het

verwezenlijken van die ontmoeting,

immers heeft hij, verdachte, met die [slachtoffer 1] concrete afspraken gemaakt om

elkaar (op 5 oktober 2013) te ontmoeten en/of zich begeven naar een met die

[slachtoffer 1] afgesproken locatie en/of die [slachtoffer 1] (vervolgens) (aldaar) ontmoet;

[ZAAK 1]

Artikel 248e Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2010

tot en met 11 april 2011 te Breda, in elk geval in Nederland, (telkens) met

[slachtoffer 2] (geboren op[1995]), die de leeftijd van

twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten

echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens)

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte (telkens) zijn, verdachtes,

penis in de vagina en/of in de mond van die [slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht

en/of gehouden;

[ZAAK 2]

artikel 245 Wetboek van Strafrecht

4.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de 1 oktober 2010 tot en met

11 april 2011 te Breda en/of (elders in) Nederland,

één of meermalen (telkens)

een (aantal) afbeelding(en), te weten een (hoeveelheid) foto('s) heeft

vervaardigd en/of heeft verworven,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] (geboren op[1995]

[1995]) was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestond(en)

uit:

het oraal en/of vaginaal penetreren met de penis en/of (een) vinger(s)/hand

door zichzelf en/of een (volwassen) man van het lichaam van die [slachtoffer 2],

althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft

bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van die [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet

heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer 2], althans

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

(waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose

nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten in beeld gebracht

worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of

strekt tot seksuele prikkeling

welke afbeelding(en) (deels) zijn/is omschreven op de pagina's 498 tot en met

508 van het proces-verbaal en welke omschrijving(en) (onder meer) luiden/luidt

als volgt:

1) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als voornoemde [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2]. Haar bovenlichaam is naakt. Ze staat tegen een man die gekleed is in

een blauwe trui. Een deel van het gezicht van de man is zichtbaar. De man

wordt aan zijn gezicht herkend als verdachte. Op de achtergrond is zichtbaar

een hoog bed met een paars wit gestreept laken of dekbed. Op de zijkant van

het bed staan meerdere hartjes getekend met daarbij onder andere de teksten

"Jij bent lief, ik hou van je, loveya."

2) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar zijn een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als voornoemde

[slachtoffer 2] en een man die aan zijn gezicht herkend wordt als verdachte.

Zichtbaar is dat ze elkaar op de mond zoenen.

3) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als voornoemde [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2]. Het meisje ligt naakt op bed. Haar onderlichaam is niet in beeld.

Haar borsten zijn zichtbaar. Ze kijkt met een glimlach naar de camera.

Zichtbaar is hetzelfde paars wit gestreepte dekbed of laken. Het meisje heeft

aan de linkerzijde van haar neus een neuspiercing.

4) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als voornoemde [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2]. Het meisje ligt naakt op bed. Ze heeft haar benen gespreid.

Zichtbaar is dat ze met haar linker hand haar linker borst vast heeft en met

haar rechter hand haar vulva betast. Zichtbaar is hetzelfde paars wit

gestreepte dekbed of laken. Het meisje heeft aan de linkerzijde van haar neus

een neuspiercing. Het meisje heeft een navelpiercing.

5) een afbeelding met de bestandsna(a)m(en) "[bestandsnaam]en/of

"[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]

[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Het is nagenoeg dezelfde afbeelding als onder 4 beschreven. Op deze

afbeelding is het hoofd van het meisje echter niet zichtbaar.

6) een afbeelding met de bestandsna(a)m(en) "[bestandsnaam] en/of "[bestandsnaam]

[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]

[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is een close up van de vulva van een meisje. Zichtbaar is dat ze

met haar wijsvinger en middelvinger van haar rechter hand haar vagina

penetreert. Het gezicht van het meisje is niet zichtbaar.

7) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is een deel van een meisje. Zichtbaar zijn haar hoofd en haar

naakte bovenlichaam. Het meisje wordt aan haar gezicht en haar neuspiercing

herkend als voornoemde [slachtoffer 2]. Zichtbaar is dat ze voorover gebogen bij

het onderlichaam van een man zit. Zichtbaar is dat ze de penis van de man in

haar mond heeft. Ogenschijnlijkt pijpt ze de man. Het gezicht van de man is

niet zichtbaar. Zichtbaar is een klein deel van het paars wit gestreepte

dekbed of laken.

8) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is het onderlichaam van een meisje. Zichtbaar is dat ze dezelfde

navelpiercing heeft als onder afbeelding 4 beschreven. Ze heeft haar benen

ver gespreid. Tussen haar benen is het naakte onderlichaam van een man

zichtbaar. Zichtbaar is dat de man met zijn penis de vagina van het meisje

penetreert.

9) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als voornoemde [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2]. Zichtbaar is dat het meisje deels naakt op haar rug op een houten

tafel ligt. Ze heeft een blauwe voile over haar borsten en schaamstreek

gedrapeerd. Zichtbaar is haar navelpiercing. Ze heeft haar linker knie

enigzins opgetrokken. Het is een duidelijk seksueel getinte pose.

10) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt al voornoemde [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2]. Zichtbaar is dat het meisje naakt op een bed zit. Ze steunt met

haar rechter hand op het bed en ze heeft haar linker hand achter haar hoofd.

Ze kijkt ogenschijnlijk glimlachend naar de camera. Zichtbaar is een klein

deel van het paars wit gestreept dekbed of laken. Het is een duidelijk

seksueel getinte pose;

[ZAAK 2]

artikel 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

artikel 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 11 oktober 2013 te Zetten, gemeente Overbetuwe, in elk

geval in Nederland, met [slachtoffer 3] (geboren op [1999 ]), die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer

ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het geven van een

tongzoen aan die [slachtoffer 3], althans het duwen en/of brengen en/of houden van zijn,

verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer 3];

[ZAAK 3]

artikel 247 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreekse de periode van 1 oktober 2013 tot en met 11 oktober 2013,

te Zetten, gemeente Overbetuwe en/of 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland,

door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een

communicatiedienst (te weten middels e-mail en/of Skype en/of Facebook en/of

Twitter en/of Whatsapp en/of sms-berichten en/of telefonisch contact) een

persoon van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 3], geboren

op [1999 ], een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk

ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 3] te plegen,

terwijl hij (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het

verwezenlijken van die ontmoeting,

immers heeft hij, verdachte, met die [slachtoffer 3] concrete afspraken gemaakt om

elkaar (op 11 oktober 2013) te ontmoeten en/of afspraken gemaakt over het

tijdstip van die ontmoeting en/of zich begeven naar een met die [slachtoffer 3]

afgesproken locatie (zijnde het woonadres van die [slachtoffer 3]) en/of die [slachtoffer 3]

(vervolgens) (aldaar) ontmoet;

[ZAAK 3]

Artikel 248e Wetboek van Strafrecht

7.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december

2012, te Den Helder en/of 's-Gravenhage en/of Kerkrade,

in elk geval in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk of met

gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten middels e-mail en/of

Facebook en/of MSN Messenger en/of sms-berichten en/of telefonisch contact)

een persoon van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 4],

geboren op [1999 ], een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk

ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 4] te plegen,

terwijl hij (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het

verwezenlijken van die ontmoeting,

immers heeft hij, verdachte, aan die [slachtoffer 4] haar adres en/of straatnaam

gevraagd en/of met die [slachtoffer 4] concrete afspraken gemaakt om elkaar te

ontmoeten (op het woonadres van die [slachtoffer 4] aan de [adres] te [woonplaats]

[woonplaats]) en/of zich begeven naar het woonadres van die [slachtoffer 4] en/of die

[slachtoffer 4] (vervolgens) (aldaar) ontmoet;

[ZAAK 4]

artikel 248e Wetboek van Strafrecht

8.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 september

2011 tot en met 31 december 2012 te Ede en/of 's-Gravenhage en/of Kerkrade, in

elk geval in Nederland, (telkens)

een persoon, te weten [slachtoffer 5] (geboren op [1999 ]), waarvan

verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van

achttien jaren nog niet had bereikt,

door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten door

(telkens)

via (chat)berichten en/of een webcamverbinding middels Facebook en/of Hyves

en/of Skype, in ieder geval via het internet,

contact op te nemen en/of te onderhouden met die [slachtoffer 5]

en zich daarbij in strijd met de waarheid voor te doen als een minderjarige

jongen - genaamd [alias] van 16 á 17 jaar oud - en/of

daarbij een foto van een jongen, niet zijnde een foto van verdachte zelf, aan

die [slachtoffer 5] toe te sturen als ware het een foto van zichzelf

(telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen,

- door daartoe in voornoemd contact (meermalen en/of herhaaldelijk) verzoeken

te doen en/of instructies te geven aan die [slachtoffer 5] -

en bestaande die ontuchtige handelingen (telkens) uit

het zichzelf ontkleden en/of het geheel en/of gedeeltelijk naakt poseren

en/of het betasten van haar vagina en/of het spreiden van haar schaamlippen

en/of het zichzelf vingeren en/of het brengen van een of meer vinger(s) in

haar vagina door die [slachtoffer 5] en/of

het vervaardigen van foto's daarvan door die [slachtoffer 5] en/of het versturen

van die foto's door die [slachtoffer 5] aan hem, verdachte;

[ZAAK 5]

artikel 248a Wetboek van Strafrecht

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01-860254-14 ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreekse de periode van 8 augustus 2010 tot en met 7 augustus 2012

te Langbroek, gemeente Wijk bij Duurstede en/of Breda en/of 's-Gravenhage, in

elk geval in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk of met

gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten middels e-mail en/of Hyves

en/of MSN Messenger en/of sms-berichten en/of telefonisch contact) een persoon

van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van

zestien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 6], geboren op

[1997], een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige

handelingen met die [slachtoffer 6] te plegen en/of een afbeelding van een

seksuele gedraging waarbij die [slachtoffer 6] is betrokken te vervaardigen,

terwijl hij (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het

verwezenlijken van die ontmoeting,

immers heeft hij, verdachte, met die [slachtoffer 6] afspraken gemaakt om

elkaar te ontmoeten en/of zich begeven naar een met die [slachtoffer 6]

afgesproken locatie (zijnde een parkeerplaats te [plaats]) en/of die [slachtoffer 6]

[slachtoffer 6] (vervolgens) (aldaar) ontmoet;

[ZAAK 6]

artikel 248e Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreekse de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 september 2011

te Ede en/of Breda en/of 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, door middel

van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst

(te weten middels e-mail en/of Hyves en/of MSN Messenger en/of sms-berichten

en/of telefonisch contact) een persoon van wie hij wist of redelijkerwijs

moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

te weten [slachtoffer 7], geboren op [1998], een ontmoeting heeft voorgesteld

met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 7] te plegen,

terwijl hij (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het

verwezenlijken van die ontmoeting,

immers heeft hij, verdachte, met die [slachtoffer 7] afspraken gemaakt om elkaar te

ontmoeten en/of zich begeven naar een met die [slachtoffer 7] afgesproken locatie (in

[plaats]) en/of die [slachtoffer 7] (vervolgens) (aldaar) ontmoet;

[ZAAK 7]

Artikel 248e Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 november

2013 tot en met 17 februari 2014 te Eindhoven en/of Bovenkarspel, gemeente

Stede Broec, en/of Zoetermeer en/of Dalfsen en/of 's-Gravenhage en/of

Harskamp, gemeente Ede, in elk geval in Nederland, (telkens)

(een) perso(o)n(en), te weten

- [slachtoffer 8] (geboren op [1998]) en/of

- [slachtoffer 9] (geboren op [1999 ]) en/of

- [slachtoffer 10] (geboren op [1998]) en/of

- [slachtoffer 11] (geboren op [1999 ]),

waarvan verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de

leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt,

(telkens) door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit

feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten

door (telkens)

via (chat)berichten en/of een webcamverbinding middels het programma Skype, in

ieder geval via het internet,

- contact op te nemen en/of te onderhouden met voornoemd(e) perso(o)n(en)

en zich daarbij in strijd met de waarheid voor te doen als een (minderjarig)

meisje (genaamd [alias] van 14 á 15 jaar oud) en/of

- daarbij meermalen en/of herhaaldelijk aan voornoemd(e) perso(o)n(en) foto's

toe te sturen van een meisje, waaronder een of meer foto('s) van een meisje

in lingerie en/of een of meer naaktfoto('s) van een meisje en/of een of meer

foto('s) waarop (een) door een meisje gepleegde seksuele gedraging(en)

zichtbaar waren/was en/of

- daarbij aan voornoemd(e) perso(o)n(e) te beloven meer van dergelijke foto's

toe te zullen zenden, althans de verzending van meer van dergelijke foto's

in het vooruitzicht te stellen

(telkens) opzettelijk heeft bewogen, ontuchtige handelingen te plegen,

- door daartoe middels het uitwisellen van (chat)berichten met voornoemd(e)

perso(o)n(en) naar hen/hem seksueel getinte opmerkingen te maken en/of

verzoeken te doen en/of instructies te geven -

en bestaande die ontuchtige handelingen (telkens) uit het

- via een door voornoemd(e) perso(o)n(en) ingeschakelde webcam en daarmee

geheel of gedeeltelijk zichbaar voor verdachte -

zichzelf geheel en/of gedeeltelijk ontkleden en/of tonen van hun/zijn penis

en/of betasten van hun/zijn penis en/of masturberen en/of ejaculeren door

voornoemd(e) perso(o)n(en);

[ZAKEN 10, 11, 12, 13]

Artikel 248a Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 25 februari 2014 te Harskamp, gemeente Ede,, in elk geval

in Nederland, één of meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), te

weten 633 foto('s)

- en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten een

notebook van het merk Asus (goednummer 763679) en/of een externe harde schijf

van het merk Western Digital (goednummer 763627) -

in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven -

bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal penetreren met de penis en/of (een) vinger(s)/hand

van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet

heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met

(een) vinger(s)/hand

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt,

(waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk

de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zoals weergegeven in de collectiescan, die is gevoegd bij het “aanvullend proces-verbaal Onderzoek Vijg” van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 30 juli 2014)

van het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 februari 2014 te Harskamp, gemeente Ede,, in elk geval

in Nederland, één of meermalen (telkens) een (aantal) afbeelding(en), te weten

een (hoeveelheid) foto('s)

- en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten een

notebook van het merk Asus (goednummer 763679) en/of een externe harde schijf

van het merk Western Digital (goednummer 763627) -

in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven -

bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal penetreren met de penis en/of (een) vinger(s)/hand

van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet

heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met

(een) vinger(s)/hand

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt,

(waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk

de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

welke afbeelding(en) (deels) zijn/is omschreven op de hieronder genoemde

pagina('s) van het proces-verbaal en welke omschrijving(en) (onder meer)

luiden/luidt als volgt:

* (een) afbeelding(en) (omschreven op p. 501 onder 4 van het proces-verbaal)

met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is een een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], geboren op[1995].

Het meisje ligt naakt op bed. Ze heeft haar benen gespreid. Zichtbaar is dat

ze met haar linker hand haar linker borst vast heeft en met haar rechter hand

haar vulva betast.

en/of

* (een) afbeelding(en) (omschreven op p. 503 onder 7 van het proces-verbaal)

met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is een deel van een meisje. Zichtbaar zijn haar hoofd en haar

naakte bovenlichaam. Het meisje wordt aan haar gezicht en haar neuspiercing

herkend als [slachtoffer 2], geboren op[1995]. Zichtbaar is

dat ze voorover gebogen bij het onderlichaam van een man zit. Zichtbaar is dat

ze de penis van de man in haar mond heeft. Ogenschijnlijkt pijpt ze de man.

Het gezicht van de man is niet zichtbaar. Zichtbaar is een klein deel van het

paars wit gestreepte dekbed of laken.

en/of

* (een) afbeelding(en) (omschreven op p. 664/665 onder 1 van het

proces-verbaal) met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is een meisje dat naakt op haar rug ligt. Ze ligt op een bed met

spijlen. Haar gezicht is zichtbaar. Het meisje wordt aan haar gezicht herkend

als [slachtoffer 5], geboren op [1999 ]. De camera is gericht op

haar vulva. Zichtbaar is dat ze met de vingers van haar linker hand de

schaamplippen van haar vulva spreidt.

en/of

* (een) afbeelding(en) (omschreven op p. 669/670 onder 10 van het

proces-verbaal) met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]

[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]"

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is het bovenlichaam en het gezicht van een naakt meisje. Het meisje

wordt aan haar gezicht herkend als [slachtoffer 5], geboren op [1999 ]

[1999 ]. Haar borsten zijn zichtbaar. De afbeelding is gemaakt met de camera van

een smartphone van het merk Samsung. Zichtbaar is dat het meisje in haar

linkerhand een op een smartphone gelijkend voorwerp heeft. Ogenschijnlijk

maakt het meisje een opname, een zogenaamde "selfie", van zichzelf.

en/of

* (een) afbeelding(en) (omschreven op p. 694 onder 3 van het proces-verbaal)

met de bestandsna(a)m(en) "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]

[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Een naakt meisje staat in een doucheruimte. Haar gezicht is zichtbaar. Het

meisje wordt aan haar gezicht herkend als [slachtoffer 6], geboren op [1997]

[1997]. Ze kijkt naar de camera. Haar lange haar hangt voor haar

borsten. Haar rechterarm is naar voren gericht. Haar rechter hand is niet

zichtbaar. Het meisje maakt vermoedelijk met een camera een zogenaamde

"selfie".

en/of

* (een) afbeelding(en) (omschreven op p. 694/695 onder 4 van het

proces-verbaal) met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]

[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" -

Zichtbaar is het bovenlichaam van een meisje in een doucheruimte. Haar

gezicht is zichtbaar. Het meisje wordt aan haar gezicht herkend als [slachtoffer 6]

[slachtoffer 6], geboren op [1997]. Zichtbaar is dat ze een roze

kanten BH aan heeft. Zichtbaar is dat ze met haar linker hand haar linker

borst vast heeft en deze omhoog houdt. Zichtbaar is dat het meisje met haar

tong over haar borst likt en ze kijkt daarbij naar de camera. Het meisje

maakt vermoedelijk met een camera een zogenaamde "selfie".

en/of

* (een) afbeelding(en) (omschreven op p. 814 onder 3 van het proces-verbaal)

met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en/of een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]” en/of

"[bestandsnaam]” en/of

in Unallocated sectors als verwijderd bestand -

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als [slachtoffer 12],

geboren op [1997]. Zichtbaar is dat het meisje naakt in bad zit en

lachend naar de camera kijkt. Haar borsten zijn zichtbaar. Zichtbaar is dat

ze haar linker arm naar voren houdt. Haar linker hand is niet zichtbaar.

Ogenschijnlijk maakt ze met een camera een zogenaamde selfie, een opname van

zichzelf.

van het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

artikel 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

artikel 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht onder parketnummer 01/879356-13 het onder feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7, feit 8 en onder parketnummer 01/860254-14 het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geconcludeerd tot (partiële) vrijspraak van het onder parketnummer 01/879356-13 onder feit 3, feit 5, feit 6 en feit 7 en van het onder parketnummer 01/860254-14 onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde.
Ten aanzien van het onder parketnummer 01/879356-13 onder feit 1, feit 2, feit 4 en feit 8 ten laste gelegde en het onder parketnummer 01/860254-14 onder feit 3 en feit 4 ten laste gelegde heeft de verdediging geen verweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank.1

Ten aanzien van feit 1 van 01/879356-13.

Op grond van het proces-verbaal verhoor[slachtoffer 1]2, de akte van geboorte van[slachtoffer 1]3, en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 november 20144, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, zoals dat hierna wordt bewezen verklaard.

Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

Ten aanzien van feit 2 van 01/879356-13.

Op grond van het proces-verbaal verhoor[slachtoffer 1]5, de akte van geboorte van[slachtoffer 1]6, de Skype gesprekken van [verdachte] (rechtbank: ‘[verdachte]’ betreft verdachte) met[slachtoffer 1]7 en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 november 20148, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals dat hierna wordt bewezen verklaard.

Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

Ten aanzien van feit 3 van 01/879356-13.

De rechtbank baseert haar oordeel over de feitelijke gang van zaken op de navolgende bewijsmiddelen.

Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 2] op 22 april 20149:

Ik heb [verdachte] leren kennen eind september begin oktober. Volgens mij in 2010. Toen hebben we afgesproken en is hij bij mij thuis gekomen. Toen we elkaar leerden kennen vertelde hij dat hij 19 jaar oud was. Voordat we elkaar in het echt ontmoeten, vertelde hij dat hij net 20 jaar oud was geworden. We gingen steeds vaker afspreken. De eerste weken drie of vier keer en daarna werd het een relatie. Daarna is hij vrijwel meteen bij mij en mijn ouders ingetrokken. Nadat hij drie weken bij ons woonde, hebben we voor het eerste seksueel contact gehad. Dat was op mijn kamer. Op seksueel gebied wilde hij elke dag. In het begin ging ik daar wel mee akkoord, maar na een paar weken had ik daar geen zin meer in. Ik zag dat niet meer zitten. Op een gegeven moment kregen we steeds vaker ruzie omdat hij wel seks wilde en ik niet en daardoor is het uit eindelijk ook stuk gelopen. Eind januari, begin februari 2011 was het stuk gelopen. Hij wist hoe oud ik was omdat we het daar over gehad hebben en dat stond ook op mijn Hyves pagina. Daar stond op dat ik 15 jaar oud was. Ik was 2 weken voordat ik hem leerde kennen jarig geweest en dat wist hij. Hij sliep bij mij op de kamer in hetzelfde bed. In het begin hadden we ook nog geen seksueel contact en vond ik het niet erg. Toen hij vervolgens elke dag wilde, kregen we ruzie. Ik woonde toen op het adres [adres] in Breda. Ik bevredigde hem oraal en we hadden seks. Daarmee bedoel ik penetratie. Ik merkte dat [verdachte] seks wilde wanneer hij dat vroeg of als hij begon te knuffelen of te zoenen. Ik wilde niet elke dag. Ik heb best vaak tegen hem gezegd dat ik niet wilde en dan kregen we altijd ruzie. Hij werd daar erg boos om en noemde me een zeikerd. Ik was er wel van geschrokken dat [verdachte] veel ouder is dan wat hij toen heeft gezegd en dat veel van wat hij heeft gezegd, gelogen is.

De akte van geboorte van [slachtoffer 2]10:
Dag van geboorte: [1995].

De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 november 201411:

Het klopt dat ik in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 11 april 2011 te Breda de mond en vagina van [slachtoffer 2] heb gepenetreerd.

T.a.v. het ontuchtig karakter van de verrichte handelingen

De verdediging heeft vrijspraak betoogd en hiertoe aangevoerd dat het ontuchtige karakter aan de verrichte seksuele handelingen ontbreekt. Zij heeft ter onderbouwing van dit standpunt aangevoerd dat het juist de moeder van [slachtoffer 2] was die met het voorstel kwam dat verdachte bij hen introk en in het bed van haar dochter kon slapen en voorts dat verdachte en [slachtoffer 2] verliefd op elkaar waren. Ook heeft zij aangevoerd dat er sprake was van een normale relatie waarbij naast seks ook sprake was van vriendschap. [slachtoffer 2] was niet ondergeschikt aan cliënt. De ouders van [slachtoffer 2] waren ook op de hoogte van de relatie. Bovendien wisten [slachtoffer 2] en haar ouders dat verdachte op dat moment meerderjarig was.

De rechtbank overweegt met betrekking tot dit verweer het volgende. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht blijkt dat de wetgever handelingen van seksuele aard met een minderjarige tussen 12 en 16 jaar strafbaar heeft willen stellen voor zover die in strijd zijn met de sociaal ethische norm. Het ontuchtige karakter bij seksueel contact met zo’n minderjarige kan onder omstandigheden ontbreken, bijvoorbeeld als het gaat om een vrijwillig contact tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen en eventueel een affectieve relatie hebben. In dit kader overweegt de rechtbank dat weliswaar blijkt dat de seksuele contacten tussen verdachte en [slachtoffer 2] hebben plaatsgevonden met wederzijdse instemming en binnen de affectieve relatie die zij toen hadden, maar dat er sprake was van een groot leeftijdsverschil, te weten zestien jaar, waarover verdachte tegen [slachtoffer 2] en haar naasten heeft gelogen. Verdachte heeft zich voorgedaan als een 20-jarige jongeman, terwijl hij in werkelijkheid reeds 31 jaar oud was. Toen [slachtoffer 2] achteraf vernam dat verdachte zoveel ouder was, schrok ze hiervan. Bovendien stelde verdachte zich bepalend op in hun relatie, waardoor [slachtoffer 2] een ondergeschikte rol had binnen die relatie

De rechtbank is van oordeel dat de seksuele handelingen tussen verdachte en [slachtoffer 2] onder deze omstandigheden in strijd zijn met de algemeen aanvaarde sociaal ethische norm en daarom een ontuchtig karakter hebben. Gelet op de strekking van artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht maakt hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht over de wetenschap van de ouders dat verdachte meerderjarig was en de goedkeuring door de ouders van de relatie dit niet anders. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging en acht het onder 3 ten laste gelegde feit op basis van de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen tegen de achtergrond van het hiervoor overwogene wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 4 van 01/879356-13.
Op grond van het proces-verbaal beschrijving kinderpornografie in beslag genomen goederen onderzoek Vijg12, het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 2]13, de akte van geboorte van [slachtoffer 2]14 en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 november 201415, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals dat hierna wordt bewezen verklaard.

Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

De rechtbank spreekt verdachte vrij voorzover het betreft het vervaardigen en/of verwerven van afbeelding 2, omdat op deze afbeelding - van twee mensen die elkaar op de mond zoenen - niet betreft (een van) de in de tenlastelegging genoemde seksuele gedragingen (te weten: het oraal en/of vaginaal penetreren met de penis en/of (een) vinger(s)/hand door zichzelf en/of een volwassen man van het lichaam van die [slachtoffer 2], of het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van die [slachtoffer 2] met (een) vinger(s)/hand, of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer 2], waarbij door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling).

Ten aanzien van feit 5 van 01/879356-13.

Aangeefster [slachtoffer 3] heeft verdachte -onder meer- beschuldigd van het plegen van een ontuchtige handeling (het geven van een tongzoen aan aangeefster) toen zij dertien jaar was. Tegenover de beschuldiging van aangeefster, staat de ontkennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Nu het procesdossier geen bewijsmiddelen bevat die de aangifte direct ondersteunen, is de rechtbank van oordeel dat in het procesdossier onvoldoende wettig bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte op 11 oktober 2013 te Zetten met [slachtoffer 3] een ontuchtige handeling heeft gepleegd zoals is ten laste gelegd.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte van het onder feit 5 ten laste gelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feit 6 van 01/879356-13.

Tussen verdachte en de toen 13-jarige aangeefster [slachtoffer 3] heeft een ontmoeting plaatsgevonden nadat daartoe een afspraak was gemaakt.

Gelet echter op de verklaring van [slachtoffer 3], dat [persoon 1] had geregeld dat [verdachte] bij haar aan de deur kwam (p. 561 van het eindpv) en de verklaring van [persoon 1] dat zij door [slachtoffer 3] was gevraagd om [verdachte] contact met haar op te laten nemen voor een ontmoeting (p. 570 van het eindpv), is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die aan [slachtoffer 3] een ontmoeting heeft voorgesteld. Nu voor strafbaarheid van “grooming” ex artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht onder meer het voorstellen van een ontmoeting door verdachte is vereist, zal de rechtbank verdachte, gelet op het voorgaande, van het onder feit 6 ten laste gelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feit 7 van 01/879356-13.Gelet op de inhoud van het procesdossier, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte aan [slachtoffer 4] een ontmoeting heeft voorgesteld. Nu onder meer het voorstellen van een ontmoeting door verdachte voor strafbaarheid van “grooming” ex artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht is vereist, zal de rechtbank verdachte, gelet op het voorgaande, van het onder feit 7 ten laste gelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feit 8 van 01/879356-13.

Op grond van het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 5]16, het proces-verbaal van bevindingen17, de akte van geboorte van [slachtoffer 5]18, en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 november 201419 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 8 ten laste gelegde heeft begaan, zoals dat hierna wordt bewezen verklaard.

Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

Ten aanzien van feit 1 van 01/860254-14.

De rechtbank baseert haar oordeel over de feitelijke gang van zaken op de navolgende bewijsmiddelen.

Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 6] op 20 mei 201420:
Ik woon in [plaats]. Ik was jong en onzeker en ik kreeg eindelijk de aandacht die ik anders nooit zou krijgen. [verdachte] zei lieve dingen. [verdachte] en ik hebben ook wel een keer ruzie gehad met elkaar. Ik had iets beloofd op seksueel gebied wat ik niet was nagekomen. Hij wilde dat ik een filmpje maakte en dat deed ik niet. Ik had het weken uitgesteld en toen werd hij boos. Het contact is toen gestopt. Het was zo dat hij aan mij vroeg of ik naaktfoto’s van mezelf wilde doen en ik dacht: 'prima, ik doe dat wel een keer'. Het maakte mij niet zoveel uit. Het was [verdachte] initiatief om naaktfoto's te maken en door te sturen. Bij mij in de badkamer heb ik een keer deze naaktfoto’s gemaakt. Ook een keer bij mijn vriendin thuis. Ik denk dat ik een jaar of 13/14 of zo was toen ik de naaktfoto's voor [verdachte] maakte. Alleen [persoon 2] uit [plaats] weet dat ik naaktfoto’s van mezelf heb gemaakt en naar [verdachte] heb gestuurd. Bij haar thuis heb ik ook een keer foto's gemaakt en ze is ook bij die ene ontmoeting geweest. Ik weet wel dat hij een keer een filmpje heeft gestuurd van zichzelf waarop te zien is dat hij zichzelf aan het aftrekken was. Ik denk dat ik 13 jaar was toen ik contact kreeg met [verdachte]. Ik ben in augustus jarig en in de paar maanden daarvoor kreeg ik contact met hem. In die grote vakantie heb ik 1 keer afgesproken met hem met mijn vriendin [persoon 2]. Ik ben in augustus 14 jaar geworden.

Ik ben via Hyves met hem in contact gekomen. Hij voegde mij toe op Hyves. Ik was het er niet mee eens. Ik vroeg hem wie hij was en waarom hij contact zocht met mij. Hij zei dat hij mij een leuk meisje vond. Ik kan me alleen contact herinneren via Hyves en MSN via de telefoon. Hij heeft gedichten gestuurd via de SMS en al, met de bedoeling dat ik voor hem zou smelten. Er is door hem wel over seks gepraat en gefantaseerd, maar ik heb tegen hem gezegd dat ik dat niet wou. Dat was het initiatief van [verdachte] om elkaar te ontmoeten.

Het was zijn idee. Hij had wel zin om mij te zien. Hij wist niet dat ik met een vriendin zou komen. We hadden afgesproken in [plaats]. Hij kwam daarvoor naar [plaats] gereden. We hadden afgesproken op de parkeerplaats bij het voetbalveld. [persoon 2] en ik kwamen aanfietsen en toen zagen we die auto staan. Toen we bij zijn auto stopten deed hij zijn raampje open. Hij vroeg aan mij of ik in zijn auto kwam zitten en ik zei: 'nee'. Ik heb [verdachte] gewoon mijn leeftijd genoemd. Ik was 13 of 14 jaar. Ik heb dat eerlijk verteld.

De akte van geboorte van[slachtoffer 6]21:
Dag van geboorte: [1997].

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 november 201422:
Ik heb contact gehad met [slachtoffer 6]. Ook heb ik naaktfoto’s van haar ontvangen en een keer met haar afgesproken op die parkeerplaats in [plaats].

T.a.v. oogmerk ontuchtige handelingen te plegen

De verdediging heeft vrijspraak betoogd en hiertoe aangevoerd dat onduidelijk is of verdachte een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met [slachtoffer 6] te plegen.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat het in de ten laste gelegde periode tot een ontmoeting is gekomen tussen[slachtoffer 6] en verdachte en dat verdachte deze ontmoeting heeft voorgesteld. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat verdachte tijdens zijn contact met[slachtoffer 6] over seks praatte en haar vroeg naaktfoto’s van zichzelf te maken en deze aan hem te sturen. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte die naaktfoto’s van haar heeft gekregen en dat hij haar een filmpje heeft gestuurd waarop te zien is dat hij zichzelf, althans dat dacht[slachtoffer 6] na ontvangst van deze beelden van verdachte, aan het aftrekken is.

Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam dat verdachte de ontmoeting voorstelde met de bedoeling om ontuchtige handelingen met[slachtoffer 6] te plegen. Dat het niet zo ver is gekomen, doet daar niet aan af.

Derhalve acht de rechtbank op basis van de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen tegen de achtergrond van het vorenoverwogene wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het delict ‘grooming’. Verdachte heeft door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorgesteld aan een meisje, van wie hij wist dat zij de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, met het oogmerk ontuchtige handelingen met haar te plegen.

Ten aanzien van feit 2 van 01/860254-14.

De rechtbank baseert haar oordeel over de feitelijke gang van zaken op de navolgende bewijsmiddelen.

Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 7] op 4 juni 201423:
Plaats delict is Ede, binnen de gemeente Ede.

Tegen [verdachte] kom ik aangifte doen. In die tijd woonde [verdachte] in Arnhem volgens mij maar er was ook iets met Den Haag. Toen ik 12 was, ben ik voor het eerst in contact gekomen met [verdachte], via Hyves en msn toen der tijd. Hij voegde mij toen toe. Ik dacht ik ken hem helemaal niet en vroeg wie hij was. Ik weet niet meer wat er toen allemaal is gezegd, maar we bleven wel praten met elkaar. Voor zover ik nog weet, was het wel elke dag dat we contact hadden met elkaar. Ik vertelde gewoon dat ik 12 was. Onze eerste afspraak was volgens mij in een vakantie. Hij vroeg toen of we een keer af konden spreken. Ik heb toen ja gezegd. Ik heb wel gezegd dat ik iemand mee nam, dat ik niet alleen ging. Hij kwam vanaf het station Ede-Wageningen aanlopen naar een plek waar we hadden afgesproken. Ik zag hem aan komen lopen. Ik was daar met [persoon 3] en haar broertje [persoon 4] aan de overkant. Ik ben naar de overkant gelopen bij dat bos. Hij stelde voor een stukje te gaan lopen. [persoon 3] en [persoon 4] bleven aan de overkant staan. We liepen het bos in en ik wilde dat eigenlijk niet omdat niemand ons meer kon zien. Ik ben toen naar een stuk gelopen dat een beetje open was en toen konden mensen ons weer zien. Ik vond het niet prettig en zei dat het broertje van mijn vriendin weer naar huis moest en toen ben ik weggegaan. Ik denk dat ik 5 of 10 minuten bij hem heb gestaan. We waren aan het praten, maar hij probeerde steeds dichter bij mij te komen en aan mij te zitten. Dat vond ik niet prettig en daarom ben ik ook naar die open plek gelopen. Ik zou niet meer weten waar we over gesproken hebben. Hij vroeg eerst een knuffel. Dat vond ik niet zo veel bijzonder. Daarna begon hij aan mijn handen en armen te zitten en hij deed zijn arm om mijn middel heen. Dat vond ik niet prettig en wilde ik niet. Ik ging toen opzij staan. Ik zei ook dat ik dat niet wou en liep toen naar die open plek. Hij vroeg waarom ik dat niet wilde. Ik zei dat het mijn lichaam was en dat ik dat niet wilde en hij vond dat niet leuk. Toen zei ik dat ik naar huis moest. Die afspraak was in de zomervakantie. Het was in dezelfde zomervakantie dat hij ineens in Italië bij ons op de camping was. Het kan wel kloppen dat dit in 2011 is geweest. Na de vakantie in Italië heb ik geen contact meer met hem gehad. Wat nu eigenlijk de bedoeling was van ons contact? Ik denk seksueel contact. Dat wilde hij wel en zei hij ook. Ik wist niet goed wat het inhield, maar hij ging steeds een stapje verder. Dat hij met mij naar bed wou en dat hij echt seksueel contact wou. Hij probeerde mij over te halen om het wel te doen. Met hem naar bed gaan, seksueel contact. We hadden contact met elkaar door Hyves, msn, bellen en sms. Mijn naam op Hyves was gewoon [slachtoffer 7].

Een akte van geboorte van [slachtoffer 7]24:

Dag van geboorte [1998].

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 november 201425:
Ik ben voordat ik in 2011 naar de camping in Italië ging, een keer naar Ede gegaan toen [slachtoffer 7] daar was.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het delict ‘grooming’. Verdachte heeft door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorgesteld met een meisje, van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, met het oogmerk ontuchtige handelingen met haar te plegen.

Ten aanzien van feit 3 van 01/860254-14.

Op grond van het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 8]26, de akte van geboorte en erkenning van [slachtoffer 8]27, het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 9]28, de akte van geboorte van [slachtoffer 9]29, het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 10]30, de akte van geboorte van [slachtoffer 10]31, het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 11]32, de akte van geboorte van [slachtoffer 11]33 en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 november 201434, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals dat hierna wordt bewezen verklaard.

Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

Ten aanzien van feit 4 van 01/860254-14.

Op grond van het proces-verbaal dossier beschrijving aangetroffen kinderpornografie onderzoek Vijg35, bijbehorende collectiescan36, het aanvullend proces-verbaal Onderzoek Vijg van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 30 juli 2014 en bijbehorende collectiescan37 en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 november 201438, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals dat hierna wordt bewezen verklaard.

Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

ten aanzien van de feiten onder parketnummer 01/879356-13:

1.

op 05 oktober 2013 te Oost West en Middelbeers, gemeente Oirschot, met [slachtoffer 1] geboren op [1999 ], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

zijn, verdachtes, vingers en tong en penis in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht en gehouden en zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] gebracht en gehouden en zich door die [slachtoffer 1] laten pijpen en zich laten aftrekken door die [slachtoffer 1];

2.

in de periode van 1 juni 2013 tot en met 5 oktober 2013, te Oost West en Middelbeers, gemeente Oirschot, in elk geval in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst te weten middels e-mail en/of Skype en/of Facebook en/of Whatsapp en/of sms-berichten en/of telefonisch contact een persoon van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1], geboren op [1999 ], een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen, terwijl hij daarbij enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, met die [slachtoffer 1] concrete afspraken gemaakt om elkaar op 5 oktober 2013 te ontmoeten en zich begeven naar een met die [slachtoffer 1] afgesproken locatie en die [slachtoffer 1] vervolgens aldaar ontmoet;

3.

op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 11 april 2011 te Breda, telkens met [slachtoffer 2] geboren op[1995], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of in de mond van die [slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht en/of gehouden;

4.

op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 11 april 2011 te Breda en/of elders in Nederland, een aantal afbeeldingen, te weten een (hoeveelheid) foto('s) heeft vervaardigd en/of heeft verworven, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] geboren op[1995], was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestond(en) uit:

het oraal en/of vaginaal penetreren met de penis en/of (een) vinger(s)/hand door zichzelf en/of een volwassen man van het lichaam van die [slachtoffer 2],

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van die [slachtoffer 2] met (een) vinger(s)/hand,

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer 2], waarbij door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

welke afbeeldingen zijn omschreven op de pagina's 498 tot en met 508 van het proces-verbaal en welke omschrijvingen onder meer luiden als volgt:

1) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en

"[bestandsnaam]"

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als voornoemde [slachtoffer 2]. Haar bovenlichaam is naakt. Ze staat tegen een man die gekleed is in een blauwe trui. Een deel van het gezicht van de man is zichtbaar. De man wordt aan zijn gezicht herkend als verdachte. Op de achtergrond is zichtbaar een hoog bed met een paars wit gestreept laken of dekbed. Op de zijkant van het bed staan meerdere hartjes getekend met daarbij onder andere de teksten "Jij bent lief, ik hou van je, loveya."

3) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en een notebook

Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en

"[bestandsnaam]"

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als voornoemde [slachtoffer 2]. Het meisje ligt naakt op bed. Haar onderlichaam is niet in beeld. Haar borsten zijn zichtbaar. Ze kijkt met een glimlach naar de camera. Zichtbaar is hetzelfde paars wit gestreepte dekbed of laken. Het meisje heeft aan de linkerzijde van haar neus een neuspiercing.

4) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en een notebook Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en

"[bestandsnaam]"

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als voornoemde [slachtoffer 2]. Het meisje ligt naakt op bed. Ze heeft haar benen gespreid. Zichtbaar is dat ze met haar linker hand haar linker borst vast heeft en met haar rechter hand haar vulva betast. Zichtbaar is hetzelfde paars wit gestreepte dekbed of laken. Het meisje heeft aan de linkerzijde van haar neus een neuspiercing. Het meisje heeft een navelpiercing.

5) een afbeelding met de bestandsnamen "[bestandsnaam]en "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en een notebook Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]" en/of

"[bestandsnaam]/Foto es" en/of

"[bestandsnaam]"

Het is nagenoeg dezelfde afbeelding als onder 4 beschreven. Op deze afbeelding is het hoofd van het meisje echter niet zichtbaar.

6) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en een notebook Asus in de directory/directories

"[bestandsnaam]" en

"[bestandsnaam]/Foto es" en

"[bestandsnaam]"

Zichtbaar is een close up van de vulva van een meisje. Zichtbaar is dat ze met haar wijsvinger en middelvinger van haar rechter hand haar vagina penetreert. Het gezicht van het meisje is niet zichtbaar.

7) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en een notebook Asus in de directory

"[bestandsnaam]" of

"[bestandsnaam]"

Zichtbaar is een deel van een meisje. Zichtbaar zijn haar hoofd en haar naakte bovenlichaam. Het meisje wordt aan haar gezicht en haar neuspiercing herkend als voornoemde [slachtoffer 2]. Zichtbaar is dat ze voorover gebogen bij het onderlichaam van een man zit. Zichtbaar is dat ze de penis van de man in haar mond heeft. Ogenschijnlijk pijpt ze de man. Het gezicht van de man is niet zichtbaar. Zichtbaar is een klein deel van het paars wit gestreepte dekbed of laken.

8) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en een notebook Asus in de directory

"[bestandsnaam]" of

"[bestandsnaam]"

Zichtbaar is het onderlichaam van een meisje. Zichtbaar is dat ze dezelfde navelpiercing heeft als onder afbeelding 4 beschreven. Ze heeft haar benen ver gespreid. Tussen haar benen is het naakte onderlichaam van een man zichtbaar. Zichtbaar is dat de man met zijn penis de vagina van het meisje penetreert.

9) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en een notebook Asus in de directory

"[bestandsnaam]" of

"[bestandsnaam]"

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als voornoemde [slachtoffer 2]. Zichtbaar is dat het meisje deels naakt op haar rug op een houten tafel ligt. Ze heeft een blauwe voile over haar borsten en schaamstreek gedrapeerd. Zichtbaar is haar navelpiercing. Ze heeft haar linker knie enigszins opgetrokken. Het is een duidelijk seksueel getinte pose.

10) een afbeelding met de bestandsnaam "[bestandsnaam]"

- aangetroffen op een externe harde schijf Western Digital en een notebook Asus in de directory

"[bestandsnaam]" of

"[bestandsnaam]"

Zichtbaar is een meisje dat aan haar gezicht herkend wordt als voornoemde [slachtoffer 2]. Zichtbaar is dat het meisje naakt op een bed zit. Ze steunt met haar rechter hand op het bed en ze heeft haar linker hand achter haar hoofd. Ze kijkt ogenschijnlijk glimlachend naar de camera. Zichtbaar is een klein deel van het paars wit gestreept dekbed of laken. Het is een duidelijk seksueel getinte pose;

8.

op tijdstippen in de periode van 21 september 2011 tot en met 31 december 2012 te Ede , in elk geval in Nederland, een persoon, te weten [slachtoffer 5] geboren op [1999 ], waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van

achttien jaren nog niet had bereikt, door misleiding, te weten door telkens via (chat)berichten en/of een webcamverbinding middels Facebook en/of Hyves en/of Skype, in ieder geval via het internet, contact op te nemen en/of te onderhouden met die [slachtoffer 5] en zich daarbij in strijd met de waarheid voor te doen als een minderjarige jongen

- genaamd[alias] van 16 á 17 jaar oud - en daarbij een foto van een jongen, niet zijnde een foto van verdachte zelf, aan die [slachtoffer 5] toe te sturen als ware het een foto van hemzelf, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen,

- door daartoe in voornoemd contact verzoeken te doen en/of instructies te geven aan die [slachtoffer 5] - en bestaande die ontuchtige handelingen uit het zichzelf ontkleden en/of het geheel en/of gedeeltelijk naakt poseren en/of het betasten van haar vagina en/of het spreiden van haar schaamlippen en/of het zichzelf vingeren en/of het brengen van een of meer vinger(s) in haar vagina door die [slachtoffer 5];

ten aanzien van de feiten onder parketnummer 01/860254-14:

1.

in de periode van 8 augustus 2010 tot en met 7 augustus 2012 te Langbroek, gemeente Wijk bij Duurstede , in elk geval in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst te weten middels e-mail en/of Hyves en/of MSN Messenger en/of sms-berichten en/of telefonisch contact een persoon van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 6], geboren op [1997], een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 6] te plegen, terwijl hij daarbij enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, met die [slachtoffer 6] afspraken gemaakt om elkaar te ontmoeten en zich begeven naar een met die [slachtoffer 6] afgesproken locatie zijnde een parkeerplaats te [plaats] en die [slachtoffer 6] vervolgens aldaar ontmoet;

2.

in de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 september 2011 te Ede, in elk geval in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst te weten middels e-mail en/of Hyves en/of MSN Messenger en/of sms-berichten en/of telefonisch contact een persoon van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 7], geboren op [1998], een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 7] te plegen, terwijl hij daarbij enige handeling heeft ondernomen gericht op het

verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, met die [slachtoffer 7] afspraken gemaakt om elkaar te ontmoeten en zich begeven naar een met die [slachtoffer 7] afgesproken locatie in Ede en die [slachtoffer 7] vervolgens aldaar ontmoet;

3.

op tijdstippen in de periode van 26 november 2013 tot en met 17 februari 2014 te Eindhoven en/of Bovenkarspel, gemeente Stede Broec, en/of Zoetermeer en/of Dalfsen, in elk geval in Nederland, personen, te weten

- [slachtoffer 8], geboren op [1998], en

- [slachtoffer 9], geboren op [1999 ], en

- [slachtoffer 10], geboren op [1998], en

- [slachtoffer 11], geboren op [1999 ],

waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, telkens door misleiding, te weten door via chatberichten en/of een webcamverbinding middels het programma Skype, in ieder geval via het internet,

- contact op te nemen en/of te onderhouden met voornoemde personen en zich daarbij in strijd met de waarheid voor te doen als een minderjarig meisje genaamd [alias] en

- daarbij aan voornoemde personen foto's toe te sturen van een meisje, waaronder een of meer foto('s) van een meisje in lingerie en/of een of meer naaktfoto('s) van een meisje en/of een of meer foto('s) waarop (een) door een meisje gepleegde seksuele gedraging(en) zichtbaar waren/was en

- daarbij aan voornoemde personen te beloven meer van dergelijke foto's toe te zullen zenden, althans de verzending van meer van dergelijke foto's in het vooruitzicht te stellen,

opzettelijk heeft bewogen, ontuchtige handelingen te plegen, door daartoe

middels het uitwisselen van chatberichten met voornoemde personen naar hen

seksueel getinte opmerkingen te maken en/of verzoeken te doen en/of instructies te geven.

en bestaande die ontuchtige handelingen uit

het via een door voornoemde personen ingeschakelde webcam en daarmee geheel of

gedeeltelijk zichtbaar voor verdachte, zichzelf geheel en/of gedeeltelijk ontkleden en tonen

van hun/zijn penis en betasten van hun/zijn penis en masturberen en ejaculeren door voornoemde personen;

4.

op 25 februari 2014 te Harskamp, gemeente Ede, gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een notebook van het merk Asus goednummer 763679 en een externe harde schijf van het merk Western Digital goednummer 763627, in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn,

waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal penetreren met de penis en/of (een) vinger(s)/hand van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zoals weergegeven in de collectiescan, die is gevoegd bij het “aanvullend proces-verbaal Onderzoek Vijg” van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 30 juli 2014),

van het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft voor alle ten laste gelegde feiten een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht en de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging gevorderd.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie disproportioneel en niet passend is.

De verdediging heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de mogelijkheid van TBS met voorwaarden onvoldoende serieus onderzocht is. Dit is jammer en onzorgvuldig, want indien TBS met voorwaarden een geschikt middel zou zijn om het beoogde doel van behandeling en begeleiding te bereiken, is het ongerechtvaardigd om TBS met dwangverpleging op te leggen. Alleen als echt geen andere straf of maatregel passend lijkt te zijn, komt TBS met dwangverpleging in zicht. Dat is in deze zaak niet het geval.

Mocht de rechtbank toch menen dat TBS met dwangverpleging passend en geboden is, dan stelt de verdediging zich op het standpunt dat de behandeling zo spoedig mogelijk een aanvang dient te nemen omdat verdachte anders zijn motivatie verliest. In het meest subsidiaire geval verzoekt de verdediging de rechtbank toepassing te geven aan artikel 37b lid 2 van het Wetboek van Strafrecht en in de uitspraak een advies op te nemen omtrent het tijdstip dat de TBS met dwangverpleging van overheidswege dient aan te vangen en daarbij een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan zijn voorarrest.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf en de maatregel die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport van[psychiater 1], psychiater, in samenwerking met [psychiater i.o.], psychiater in opleiding, opgemaakt op

29 oktober 2014.

Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in.

Bij betrokkene is sprake van een persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene is op emotioneel vlak onvolgroeid, onrijp en naïef en hij is onvoldoende gesepareerd. Hij kan moeilijk omgaan met het alleen zijn en heeft een sterke neiging om contact te leggen met anderen en ook een meer dan gemiddelde behoefte tot het aangaan van een partnerrelatie (onrijp gemis). Betrokkene heeft ook een egocentrische, externaliserende en gewetenloze kant, die kan worden gelabeld als psychopathiform. De combinatie van de twee geschetste kanten leidt tot een explosief mengsel: het maakt betrokkene tot een gewetenloze, egocentrische man zonder veel empathische vermogens, die is gericht op het aangaan van gebruiksrelaties ten eigen nutte, die voor hemzelf in zekere zin emotioneel vervullend kunnen zijn en tegemoet komen aan zijn kinderlijke, onrijpe ideeën over en behoefte aan contact, geborgenheid en genegenheid, maar die voor slachtoffers niet anders dan beschadigend kunnen zijn.

Het lijkt betrokkene niet alleen of niet in de eerste plaats om seks te doen zijn geweest, maar om contact, een band of zelfs een relatie. Het zoeken van toenadering tot vroeg-puberale meisjes is een patroon geworden.

Voorstelbaar is dat hij zich vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis primair aangetrokken voelt tot onrijpe, weinig weerbare meisjes tussen 12 en 15 jaar oud. Ook is voorstelbaar dat hij vanuit die stoornis planmatig toenadering tot hen zoekt, waarbij hij hen door drang zo ver krijgt dat zij doen wat hij van ze vraagt (seksueel contact dan wel foto’s of filmpjes maken en die aan hem versturen), zonder dat hij daarbij acht slaat op of last heeft van de gevolgen daarvan voor hun welbevinden. In zijn streven om het grote gemis ongedaan te maken en ook naar seksuele gratificatie, let hij niet op de behoeftes en grenzen van anderen en gaat hij op bijna exclusief egoïstische wijze voor het eigen voordeel. Betrokkene had wel gedragsalternatieven, maar die werden door zijn psychopathologie behoorlijk ingeperkt. Geadviseerd wordt om de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen.

Het risico op herhaling van seksueel delictgedrag wordt ingeschat als hoog.

Het zal uitermate lastig om de persoonlijkheidsproblematiek zodanig te behandelen dat er uiteindelijk sprake is van blijvende gedragsverandering. Daarbij heeft betrokkene in het verleden weinig of geen motivatie voor behandeling laten zien. Libido remmende medicatie is een optie, maar ook hiervoor zal hij wellicht moeilijk te motiveren zijn.

Een duidelijke inperking van het risico op herhaling kan alleen worden bewerkstelligd door een forse inperking van de actieradius van betrokkene (in de eerste fase incarceratie, eventueel in een volgende fase gevolgd door een traject van resocialisatie, maar alleen dan indien die resocialisatie niet leidt tot een onacceptabel hoog risico op herhaling van delictgedrag, wanneer er tijdens het resocialiseren steeds voldoende toezicht is op het doen en laten van betrokkene en wanneer er snel kan worden ingegrepen indien hij over de schreef dreigt te gaan). De maatregel van TBS met dwangverpleging is daarbij een voor de hand liggende optie. Alle behandeling in een voorwaardelijk kader is naar de mening van de psychiater gedoemd te mislukken. Betrokkene getuigt niet van enig besef van de eigen psychopathologie, zal bijgevolg nauwelijks of niet gemotiveerd zijn voor behandeling en zal blijkens zijn voorgeschiedenis waarschijnlijk snel weer afhaken, indien hij al kiest voor een behandeling en daarvoor ook wordt geaccepteerd.

De rechtbank heeft op 4 november 2014 nadere vragen gesteld aan psychiater [psychiater 2]

Een van die vragen luidt: is de deskundige van mening dat de maatregel van TBS met dwangverpleging de enige mogelijkheid is om het in het rapport genoemde recidiverisico afdoende te beperken? Zo niet, kan dan het juridisch kader van een TBS met voorwaarden ook afdoende worden geacht?

Psychiater [psychiater 3]heeft daarop in zijn brief van 6 november 2014 onder meer het volgende geantwoord - zakelijk weergegeven -:

Een absolute voorwaarde voor een behandeling in een voorwaardelijk kader, dus ook voor een maatregel TBS met voorwaarden, is het accepteren van de autoriteit van de ander (rechtbank, behandelende instantie). Betrokkene is hier niet toe in staat. Hij beschouwt zichzelf als de maat der dingen en kan zich slechts committeren aan de wensen van anderen voor zover hij daar zelf voordeel uit kan halen.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van een psychologisch rapport van drs[psycholoog] GZ-psycholoog, opgemaakt op 30 oktober 2014.

Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in.

Bij betrokkene is sprake van een belaste voorgeschiedenis waardoor hij persoonlijkheidsproblematiek heeft ontwikkeld.

Betrokkene is niet in staat tot stabiele volwassen relaties en ambieert dit ook niet meer. Door zijn persoonlijkheidsstoornis zoekt hij kinderen actief en wat narcistisch naïef op en geeft hij hier impulsief, mogelijk nog versterkt door neuropsychologische problematiek, seksueel vorm aan. Betrokkene handelt echter ook planmatig en wordt zeker niet blind geleid door hersenorganische problemen.

Geadviseerd wordt betrokkene voor het ten laste gelegde verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Betrokkene heeft ingeëtste persoonlijkheidsproblematiek die irreversibel moet worden geacht. Wel kan hij baat hebben bij een individuele behandeling om het zelfgevoel te verstevigen en hem minder afhankelijk te maken van externe bronnen van bevestiging.

Betrokkene is hoog recidive gevaarlijk. Hij heeft meer inrichtingservaring dan de gemiddelde sociotherapeut binnen wat voor kliniek dan ook, hetgeen zijn behandeling extra complicerend maakt. Betrokkene is meer een ‘vluchter’ dan een ‘vechter’.

Dit alles vereist een kader waarin ontsnapping letterlijk en figuurlijk niet mogelijk is. Ambulante behandeling is niet aan de orde; hij zal deze uitbuiten, frustreren en exploiteren. Klinische behandeling is derhalve geïndiceerd. Betrokkene heeft veel inrichtingservaring en heeft het wel naar zijn zin in de P.I.. Een voorwaardelijk strafdeel bij een klinische behandeling ligt niet in de rede; als het moeilijk wordt tijdens een behandeling, zal betrokkene er al snel voor kiezen om zijn straf uit te zitten.

Klinische behandeling in het kader van een TBS met voorwaarden is ook overwogen, maar ook hier geldt dat betrokkene snel veeleisend zal worden t.a.v. privileges en verlof. Daardoor zal het voorwaardenkader onder druk komen te staan en kunnen de risico’s van onttrekking, al of niet naar het buitenland, groot worden. Het in beweging komen van betrokkene zelf wordt belangrijk geacht en dat zal veel tijd kosten.

Beveiliging van de maatschappij vereist vanwege het hoge recidivegevaar en het risico op onttrekking een hoog beveiligingsniveau. De duur en de aard van de vereiste behandeling en het beveiligingsniveau zijn alleen te realiseren binnen een TBS-kliniek.

De psycholoog adviseert daarom de maatregel van TBS met verpleging op te leggen.

Uit de rapportage van Reclassering Nederland, opgemaakt op 28 februari 2014, blijkt dat in het verleden een behandeling van verdachte in Groot Batelaar, opgelegd in het kader van een voorwaardelijke gevangenisstraf, voortijdig is beëindigd vanwege de zeer beperkte leerbaarheid van verdachte en zijn aanhoudend oncontroleerbare opstelling.

De rechtbank verenigt zich met de conclusies van de deskundigen ten aanzien van de ziekelijke stoornis en de toerekeningsvatbaarheid.

De rechtbank zal de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte toerekenen.

Ten aanzien van de op te leggen straf en maatregel overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van 3,5 jaren schuldig gemaakt aan het vervaardigen en het gewoonte maken van het bezit van kinderporno, grooming en meerdere andere ernstige zedendelicten, waarvan 9 meisjes en jongens in de leeftijden van 12 tot en met 15 jaar slachtoffer zijn geworden.

Verdachte maakte contact met deze minderjarigen via social media, waarbij hij zich òfwel voordeed als een jongen in de leeftijd van 16 tot 20 jaar òfwel voordeed als een jong meisje in de leeftijd van 15-16 jaar.

Verdachte handelde daarbij planmatig: in zijn contacten met de slachtoffers gebruikte hij foto’s van een jonge jongen of van een meisje en hij maakte profielen aan onder andere namen. Verdachte loog over zijn leeftijd, zijn privéleven en zijn werk. In zijn (chat)contacten met meisjes die hij tot dan toe nog niet had ontmoet, gaf hij aan dat hij verliefd op hen was en een relatie met hen wilde en hij sprak over seksuele handelingen die hij met hen wilde verrichten wanneer zij elkaar zouden ontmoeten. Meermalen sprak verdachte op deze manier een ontmoeting af met de kennelijke bedoeling om te komen tot seksuele handelingen met het betreffende slachtoffer.

Met het 14-jarige meisje [slachtoffer 1]onderhield verdachte gedurende enkele maanden contact via Facebook, Twitter, Skype en telefoon, waarbij hij zich voordeed als 20-jarige. Verdachte voerde met dit meisje ook (chat)gesprekken waarin hij aangaf een relatie met haar te willen en sprak over seksuele handelingen en hij maakte met haar een afspraak om haar te ontmoeten. Bij deze ontmoeting, die plaatsvond in een bos, is verdachte met zijn vingers en zijn penis binnengedrongen in haar vagina. Ook heeft verdachte zich door het meisje laten aftrekken en pijpen. De gemeenschap vond plaats zonder voorbehoedsmiddel.

Met een ander meisje, de 15-jarige [slachtoffer 2], onderhield verdachte gedurende enige tijd een volledige seksuele relatie waarbij ook sprake was van seksueel binnendringen van haar lichaam. Verdachte maakte bovendien kinderpornografische foto’s van dit meisje of liet zich deze door haar toesturen, welke foto ‘s hij bewaarde en waarvan hij later ook enkele aan anderen toestuurde. Ook dit meisje verkeerde in de veronderstelling dat verdachte veel jonger was dan hij in werkelijkheid was; zij was geschokt toen ze zijn werkelijke leeftijd vernam.

Het 12-jarige meisje [slachtoffer 5]. werd door verdachte, die zich voordeed als de ongeveer 15-jarige “[alias]”, overgehaald om bij zichzelf seksuele handelingen te verrichten voor de webcam.

Op soortgelijke wijze heeft verdachte vier jongens van respectievelijk 14 en 15 jaar overgehaald om bij zichzelf seksuele handelingen te verrichten voor de webcam; om hen daartoe over te halen, deed verdachte zich voor als een meisje, genaamd “[alias]”; hij stuurde deze jongens kinderpornografische afbeeldingen toe van een meisje en deed het bij die jongens voorkomen dat dit foto’s van het meisje [alias] waren met wie zij dachten contact te hebben.

Met het 13-jarige meisje [slachtoffer 6] voerde verdachte, via social media meerdere seksueel getinte gesprekken en sprak hij vervolgens een ontmoeting af die ook daadwerkelijk plaatsvond. Tot ontuchtige handelingen is het niet gekomen, het meisje wilde niet bij verdachte in de auto stappen.

Ook met de 12-jarige [slachtoffer 6]. heeft verdachte op soortgelijke wijze contacten onderhouden en seksueel getinte gesprekken gevoerd. Met dit meisje heeft verdachte eveneens een ontmoeting afgesproken; ook bij die ontmoeting was verdachte er kennelijk op uit om ontuchtige handelingen te verrichten met het meisje.

Verdachte had voorts een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit. Een deel daarvan was door hemzelf vervaardigd en een deel van de foto’s waren door de slachtoffers van zichzelf gemaakt op verzoek van verdachte.

Verdachte heeft jonge meisjes en jongens, die verkeerden in een kwetsbare fase van hun seksuele ontwikkeling, met zijn handelen grote schade toegebracht. Hij heeft als volwassen man met zowel de 14-jarige[naam 1]als de 15-jarige [naam 2]vergaande seksuele handelingen verricht, tot volledige seksuele gemeenschap aan toe. Bij meisjes van deze leeftijd kan het op die wijze opdoen van (mogelijk eerste) seksuele ervaringen langdurige schade teweegbrengen op psychisch en lichamelijk gebied.

Voor zover verdachte zou menen dat hij niet verkeerd handelde omdat de meisjes zelf ook seks met hem wilden, wijst de rechtbank er in de eerste plaats op dat het seksueel binnendringen van het lichaam van een slachtoffer van de hier bedoelde leeftijd (onder de 16 jaar) ook in dat geval strafbaar is en wordt beschouwd als een ernstig misdrijf. Bovendien blijkt uit de verklaringen van slachtoffers dat verdachte nogal aandrong en vasthoudend was in zijn contact met de slachtoffers; het ligt voor de hand dat deze meisjes daartegen niet waren opgewassen en daardoor meer toegaven dan zij eigenlijk wilden.

Voor het meisje [naam 3] geldt daarnaast dat haar privacy ernstig is geschaad doordat verdachte kinderpornografische foto’s van haar heeft gemaakt en een aantal daarvan door toedoen van verdachte zelfs bij derden is terechtgekomen.

Ook de andere slachtoffers, die - in de veronderstelling dat zij contact hadden met een leeftijdgenoot - een afspraak maakten met verdachte dan wel zich door hem lieten overhalen tot seksuele handelingen voor de webcam, voelen zich misleid, gebruikt en in hun vertrouwen geschaad.

Verdachte heeft bij zijn handelen op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevoelens en de belangen van zijn slachtoffers. Integendeel, hij heeft zich volledig laten leiden door zijn eigen behoefte aan seksueel contact en relaties met jonge meisjes en zich daarbij niet bekommerd om de ernstige lichamelijke en psychische schade die hij daarbij aan de slachtoffers toebracht.

De rechtbank acht de kans op herhaling van soortgelijke delicten in de toekomst groot. Verdachte heeft vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis een sterke neiging om contact te zoeken met jonge meisjes en klaarblijkelijk ook met jonge jongens, gelet op het bewezen verklaarde, en tegelijkertijd houdt hij weinig of geen rekening met de belangen van anderen. Verdachte is eerder, te weten in 2006, veroordeeld voor een soortgelijk misdrijf als thans bewezen verklaard (artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht) en in 2008 is hij veroordeeld voor het onttrekken van een minderjarige aan het wettig over hem gestelde gezag. Desondanks is verdachte opnieuw overgegaan tot ernstige schendingen van de lichamelijke integriteit van jonge slachtoffers.

Gelet op de aard, ernst en omvang van bewezenverklaarde feiten en het strafblad van verdachte is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden passend en geboden is. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Om recidive zoveel mogelijk te voorkomen, acht de rechtbank het bovendien noodzakelijk dat verdachte wordt behandeld om een gedragsverandering te bewerkstelligen. De rechtbank verwijst in dit verband naar hetgeen de beide gedragsdeskundigen hierover in hun rapporten hebben geadviseerd en zij sluit zich bij die adviezen aan.

Naar verwachting zal een langdurige behandeling nodig zijn. Daarbij valt te verwachten dat verdachte, zodra een behandeling voor hem te confronterend wordt, zal proberen zich aan die behandeling te onttrekken, zoals ook in de deskundigenrapporten is aangeven.

In geval van een onttrekking zal vervolgens een reëel risico ontstaan dat verdachte voor kortere of langere tijd onvindbaar zal zijn; zo is verdachte de afgelopen jaren veelvuldig verhuisd en schreef hij zich steeds ergens anders in om zijn schuldeisers te ontlopen. De rechtbank acht een dergelijk risico niet verantwoord gezien de aard van de delicten en het gegeven dat verdachte vanuit zijn verblijfplaats via internet contact pleegt te maken met zijn slachtoffers: de kans op herhaling van feiten als thans bewezen verklaard, is dan immers direct groot.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd. De rechtbank ziet, gelet op de inhoud van de deskundigenrapporten hieromtrent en de aanvulling daarop door de psychiater, geen andere mogelijkheid om de voortgang van de behandeling en daarmee de veiligheid van anderen te waarborgen en zal om die reden tevens een bevel geven tot verpleging van overheidswege van de ter beschikking gestelde.

De rechtbank overweegt voorts dat is voldaan aan de formele voorwaarden om de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen. De maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van misdrijven, met uitzondering van de ‘grooming’-feiten, waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Voorts merkt de rechtbank op dat het misdrijven betreft die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering voor toewijzing vatbaar, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen dan wel dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, omdat de behandeling van de voor Nederlandse begrippen ongekend hoge vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Beoordeling.

Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces.

Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. In het algemeen beschermen strafbepalingen niet het belang van rechtsopvolgers noch van derde belanghebbenden, zodat doorgaans alleen het slachtoffer zelf zich - zo nodig via een wettelijk vertegenwoordiger, zoals in dit geval - als benadeelde partij kan voegen in het strafproces.

De rechtbank oordeelt overeenkomstig twee arresten van het Gerechtshof Amsterdam van 26 april 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885 en ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8895) dat het voorgaande meebrengt dat de ouder van de minderjarige benadeelde in de onderhavige strafrechtelijke procedure niet kan worden ontvangen in het deel van de vordering dat ziet op de medische kosten (van € 85,-) en de begeleidingskosten (€ 1.150,-) die zij ten behoeve van haar kind heeft gemaakt en die als zogeheten verplaatste schade als bedoeld in artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek voor vergoeding in aanmerking zouden kunnen komen. Aangezien het bij een op die bepaling gebaseerde vordering gaat om een vordering van de ouder uit eigen hoofde en niet om een vordering van het kind zelf, staat hier de omstandigheid dat de ouder geen slachtoffer is in de zin van de artikelen 51a en verder van het Wetboek van Strafvordering in de weg aan de ontvankelijkheid van dit gedeelte van de vordering. Dit betekent geenszins dat verdachte niet aansprakelijk zou zijn voor de door de ouder in zoverre gestelde schade, maar dat het aan de burgerlijke rechter is om die aansprakelijkheid vast te stellen. De rechtbank zal de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk verklaren in dat gedeelte van haar vordering (totaal € 1.235,-).

De benadeelde is wel ontvankelijk in het gedeelte van de vordering dat ziet op vergoeding van de door de minderjarige [slachtoffer 1] zelf geleden materiële en immateriële schade, welke vordering door de ouder als haar wettelijke vertegenwoordiger is ingediend.

De rechtbank zal een bedrag van € 875,12, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

de datum van het indienen van de vordering, zijnde 3 november 2014, tot aan de dag der algehele voldoening, toewijzen. Dit bedrag bestaat uit € 595,- aan niet-verzekerde medische kosten van [slachtoffer 1], een bedrag van € 240,12 aan kosten voor het opvragen van medische informatie en een bedrag begroot naar maatstaven van billijkheid op € 40,- aan telefoonkosten, ter zake van materiële schade van de minderjarige [slachtoffer 1], aangezien op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat deze materiële schade door de minderjarige [slachtoffer 1] rechtstreeks is geleden door het door verdachte gepleegde feit. De rechtbank zal de benadeelde partij in het gedeelte van de vordering dat ziet op de telefoonkosten en voornoemd toegewezen bedrag van € 40,- te boven gaat (€ 60,-) afwijzen.

De rechtbank zal een bedrag van € 1.000,- ter zake van immateriële schade van de minderjarige vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2013, zijnde de laatste dag van de bewezen verklaarde pleegperiode, tot aan de dag der algehele voldoening toewijzen, aangezien op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat minimaal deze immateriële schade door de minderjarige [slachtoffer 1] rechtstreeks is geleden door het door verdachte gepleegde feit.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de gevorderde immateriële schade (€ 22.150,-), bestaande uit € 13.150,- aan schade door studievertraging en € 9.000,- aan smartengeld. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dat gedeelte van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, nu de vaststelling van de omvang van deze schade nader onderzoek vereist. Dit onderzoek is nodig om vast te kunnen stellen of en in hoeverre - boven het thans reeds toegewezen bedrag - schade is ontstaan door en valt toe te rekenen aan de bewezen verklaarde feiten..

De rechtbank zal het gedeelte van de vordering dat ziet op kledingschade (€ 185,-) afwijzen, nu niet is gebleken en evenmin aannemelijk is geworden dat dit rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade betreft.

De benadeelde partij kan de onderdelen van de vordering (€ 22.150,- immateriële schade en
€ 1.235,- materiële schade) waarin zij niet-ontvankelijk is verklaard slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op € 768,-- , bestaande uit de kosten van rechtsbijstand van de benadeelde partij. Voornoemd bedrag van € 768,- is overeenkomstig het liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven vastgesteld. Daarbij heeft de rechtbank de door de advocaat verrichte werkzaamheden op 2 punten gewaardeerd (1 punt voor het op schrift stellen en onderbouwen van de vordering en 1 punt voor de behandeling ter terechtzitting) tegen tarief I, dat geldt met betrekking tot zaken van een geldswaarde tot € 10.000,- en dat concreet een tarief van

€ 384,- per punt betekent.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het aan immateriële schade toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2013 tot de dag der algehele voldoening en het aan materiële schade toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 november 2014 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en

[slachtoffer 5].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht beide vorderingen voor toewijzing vatbaar, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 2] gematigd moet worden. De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 5] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling.

De rechtbank acht beide vorderingen in hun geheel toewijsbaar. Het aan [slachtoffer 2] toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2011, zijnde de laatste dag van de bewezen verklaarde pleegperiode, tot de dag der algehele voldoening en het aan [slachtoffer 5] toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2012, zijnde de laatste dag van de bewezen verklaarde pleegperiode, tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal een bedrag van € 1.100,- ter zake van immateriële schade van [slachtoffer 2] en € 750,- ter zake van immateriële schade van [slachtoffer 5] toewijzen, aangezien op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat deze immateriële schade door voornoemde personen is geleden. De rechtbank is van oordeel dat deze bedragen redelijk en billijk zijn, mede gelet op de toegekende bedragen in vergelijkbare zaken.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partijen tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor de toegewezen bedragen tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert. Het aan [slachtoffer 2] toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2011 tot de dag der algehele voldoening en het aan [slachtoffer 5] toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2012 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelden is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering voor toewijzing vatbaar, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering wat betreft de immateriële schade gematigd moet worden tot een bedrag van € 500,-.

Beoordeling.

Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces.

Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. In het algemeen beschermen strafbepalingen niet het belang van rechtsopvolgers noch van derde belanghebbenden, zodat doorgaans alleen het slachtoffer zelf - zo nodig via een wettelijk vertegenwoordiger, zoals in dit geval - zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces.

De rechtbank oordeelt overeenkomstig twee arresten van het Gerechtshof Amsterdam van 26 april 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885 en ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8895) dat het voorgaande meebrengt dat de ouders van de minderjarige benadeelde in de onderhavige strafrechtelijke procedure niet kunnen worden ontvangen in het deel van de vordering dat ziet op de reiskosten die zij ten behoeve van hun kind hebben gemaakt (€ 29,-) en die als zogeheten verplaatste schade als bedoeld in artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek voor vergoeding in aanmerking zouden kunnen komen. Aangezien het bij een op die bepaling gebaseerde vordering gaat om een vordering van de ouders uit eigen hoofde en niet om een vordering van het kind zelf, staat hier de omstandigheid dat de ouders geen slachtoffer zijn in de zin van de artikelen 51a en verder van het Wetboek van Strafvordering in de weg aan de ontvankelijkheid van dit gedeelte van de vordering. Dit betekent geenszins dat verdachte niet aansprakelijk zou zijn voor de door de ouders in zoverre gestelde schade, maar dat het aan de burgerlijke rechter is om die aansprakelijkheid vast te stellen. De rechtbank zal de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk verklaren in dat gedeelte van haar vordering
(€ 29,- ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor gemaakte reiskosten).

De benadeelde is wel ontvankelijk in het gedeelte van de vordering dat ziet op vergoeding van de door de minderjarige zelf geleden immateriële schade, welke vordering door een van zijn ouders als zijn wettelijke vertegenwoordiger is ingediend.

De rechtbank zal een bedrag van € 500,- ter zake van immateriële schade van de minderjarige vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 september 2014 tot aan de dag der algehele voldoening toewijzen, aangezien op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat deze immateriële schade door de minderjarige [slachtoffer 8] rechtstreeks is geleden door het door verdachte gepleegde feit. Dit bedrag is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid door de rechtbank begroot, mede gelet op vergelijkbare zaken. De rechtbank zal gelet op het voorgaande het gedeelte van de vordering dat voornoemd toegewezen bedrag van € 500,- te boven gaat (ook € 500,-) afwijzen. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 16 september 2014, zijnde de eerste datum van ondertekening op het voegingsformulier, waaruit valt af te leiden dat op dat moment in ieder geval sprake was van immateriële schade bij de benadeelde waarvoor deze vergoeding wenst. Noch uit het procesdossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting kan worden afgeleid op welk eerder moment immateriële schade door de benadeelde is geleden. Dat hiervan reeds sprake was ten tijde van dan wel aan het eind van de pleegperiode, acht de rechtbank niet aannemelijk: het is veeleer aannemelijk dat deze schade eerst is ontstaan nadat de politie had achterhaald dat het bewezen verklaarde heeft plaatsgevonden en benadeelde daarvan op de hoogte werd gebracht.

De rechtbank zal voorts een bedrag van € 29,95 ter zake van materiële schade, namelijk kosten voor de herinstallatie van het Windows programma, toewijzen, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. Ook dit bedrag wordt door de rechtbank vermeerderd met de wettelijke rente, in dit geval vanaf 4 juni 2014, zijnde de factuurdatum, tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij kan het onderdeel van de vordering (€ 29,- materiële schade) waarin zij niet-ontvankelijk is verklaard slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 september 2014 over de immateriële schade en vanaf 4 juni 2014 over de materiële schade, telkens tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Beslag.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de agenda, 7 DVD’s, een DVD met opschrift [verdachte] Italië, een Nikon fototoestel, een zwarte rugzak, een externe harde schijf met usb-kabel, een verbatim usb-stick, een TomTom en een usb-stick worden teruggegeven aan verdachte en dat de overige goederen worden onttrokken aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld de in beslag genomen voorwerpen die terug kunnen worden gegeven aan verdachte, aan hem worden teruggegeven.

Beoordeling.

De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp (een zwarte Samsung tablet) vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid en dit voorwerp ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorde.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen (een ASUS notebook waarop kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen, een harddisk WD waarop kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen en twee OV-jaarkaarten met daarop valse identiteitsgegevens) in strijd is met de wet of het algemeen belang (een GSM Blackberry waarop (onder meer) gegevens zijn opgeslagen betreffende de identiteit van de minderjarige slachtoffers).

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 57,

60a, 63, 240b, 245, 248a en 248e van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

T.a.v. 01/879356-13 feit 5, feit 6, feit 7: Vrijspraak

De rechtbank verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder feit 5, feit 6 en feit 7 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/879356-13 feit 1:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

T.a.v. 01/879356-13 feit 2:

door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.

T.a.v. 01/879356-13 feit 3:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

T.a.v. 01/879356-13 feit 4:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en verwerven, meermalen gepleegd.

T.a.v. 01/879356-13 feit 8:

door misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd.

T.a.v. 01/860254-14 feit 1:

door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.

T.a.v. 01/860254-14 feit 2:
door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een

communicatiedienst een persoon van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.

T.a.v. 01/860254-14 feit 3:

door misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd.

T.a.v. 01/860254-14 feit 4 primair:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl hij van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregelen.

T.a.v. 01/879356-13 feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 8, 01/860254-14 feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

T.a.v. 01/879356-13 feit 1, feit 3, feit 4, feit 8, 01/860254-14 feit 3, feit 4 primair:

Maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging

T.a.v. 01/879356-13 feit 1, feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1875,12 subsidiair 26 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer[slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 1.875,12 (zegge: eenduizendachthonderdvijfenzeventig euro en twaalf cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 1000,- immateriële schadevergoeding en een bedrag van EUR 875,12 materiële schadevergoeding (EUR 595,- voor medische kosten[slachtoffer 1], EUR 240,12 voor kosten opvragen medische informatie en EUR 40,- voor telefoonkosten).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag van EUR 1.000,- aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening en het bedrag van EUR 875,12 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij[slachtoffer 1]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij,[slachtoffer 1], van een bedrag van EUR 1.875,12 (zegge: eenduizendachthonderdvijfenzeventig euro en twaalf cent), te weten EUR 1.000,- immateriële schadevergoeding en EUR 875,12 materiële schadevergoeding (EUR 595,- voor medische kosten[slachtoffer 1], EUR 240,12 voor kosten opvragen medische informatie en EUR 40,- voor telefoonkosten).

Het bedrag van EUR 1.000,- aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening en het bedrag van EUR 875,12 aan materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van rechtsbijstand van de benadeelde partij, tot op heden begroot op EUR 768,-.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het gedeelte betrekking hebbend op de immateriële schade van EUR 22.150,- (EUR 13.150,- voor studievertraging en EUR 9.000,- voor smartengeld) en betrekking hebbend op de materiële schade van EUR 1.235,- (EUR 85,- voor medische kosten van moeder en EUR 1.150,- voor begeleidingskosten moeder) niet ontvankelijk is.

Wijst de vordering voor het overige (EUR 185,- voor kledingschade en EUR 60,- voor telefoonkosten) af.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. 01/879356-13 feit 3, feit 4:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1100,00 subsidiair 21 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 1.100,- (zegge: eenduizendeenhonderd euro) aan immateriële schadevergoeding, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 dagen hechtenis.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van EUR 1.100,- (zegge: eenduizendeenhonderd euro) aan immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. 01/879356-13 feit 8:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 750,00 subsidiair 15 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] van een bedrag van EUR 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], van een bedrag van EUR 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. 01/860254-14 feit 3:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 529,95 subsidiair 10 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8] van een bedrag van EUR 529,95 (zegge: vijfhonderdnegenentwintig euro en vijfennegentig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 500,- immateriële schadevergoeding en een bedrag van EUR 29,95 materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 september 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag aan materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 8], van een bedrag van EUR 529,95 (zegge: vijfhonderdnegenentwintig euro en vijfennegentig cent ), te weten EUR 500,- immateriële schadevergoeding en een bedrag van EUR 29,95 materiële schadevergoeding.

Het toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 september 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het gedeelte betrekking hebbend op de materiële schadevergoeding van EUR 29,- (reiskosten wettelijke vertegenwoordigers [slachtoffer 8]) niet ontvankelijk is.

Wijst de vordering voor het overige (EUR 500,-) af.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een ASUS notebook (goednr. 763679), een harddisk WD (goed nr. 763627), een GSM Blackberry (goednr. 763668), een OV-jaarkaart van [verdachte] (goednr. 763567) en een OV-jaarkaart (goednr. 763568).

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een Samsung tablet (goednr. 763636 )

Teruggave inbeslaggenomen goederen

De rechtbank gelast de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een agenda (goednr. 763626), 7 DVD's (goednr. 763673), 1 DVD ( goednr. 763676), een Nikon Coolpix fototoestel (goednr. 763681), een rugzak (goednr. 763686), een Apple tablet (goednr. 763643), een harddisk WD (goednr. 763646), een USB-stick (goednr. 763657), een TomTom navigator (goednr. 763660) en een USB-stick (goednr. 763662) aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M. Lammers, voorzitter,

mr. H.M. Hettinga en mr. N.I.B.M. Buljevic, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. Boerboom, griffier,

en is uitgesproken op 24 november 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de Politie Eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, betreffende onderzoek 22DRZ14002 Vijg, gesloten op 3 juli 2014, aantal doorgenummerde bladzijden 1128 [verder: eindpv]

2 Het proces-verbaal verhoor [slachtoffer 1], opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3], p. 199-202 van het eindpv

3 De akte van geboorte van [slachtoffer 1], p. 212 van het eindpv

4 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2014 en neergelegd in het van voormelde terechtzitting opgemaakte proces-verbaal

5 Het proces-verbaal verhoor [slachtoffer 1], opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3], p. 197-200 van het eindpv

6 De akte van geboorte van [slachtoffer 1], p. 212 van het eindpv

7 De Skype gesprekken van [verdachte] met [slachtoffer 1], p. 337-367, p. 370-378 van het eindpv

8 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2014 en neergelegd in het van voormelde terechtzitting opgemaakte proces-verbaal

9 Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 2] op 22 april 2014, p. 519-524 van het eindpv

10 De akte van geboorte van [slachtoffer 2], p. 532 van het eindpv

11 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2014 en neergelegd in het van voormelde terechtzitting opgemaakte proces-verbaal

12 Het proces-verbaal beschrijving kinderpornografie in beslag genomen goederen onderzoek Vijg, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], p. 495, p. 497-505 en p. 508 van het eindpv

13 Een proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 2] op 22 april 2014, p. 519-521 van het eindpv

14 De akte van geboorte van [slachtoffer 2], p. 532 van het eindpv

15 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2014 en neergelegd in het van voormelde terechtzitting opgemaakte proces-verbaal

16 Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 5], opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5], p. 680-682 van het eindpv

17 Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5], p. 685 van het eindpv

18 De akte van geboorte van [slachtoffer 5], p. 686 van het eindpv

19 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2014 en neergelegd in het van voormelde terechtzitting opgemaakte proces-verbaal

20 Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 6] op 20 mei 2014, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 2], p. 714, 716-718 van het eindpv

21 De akte van geboorte van [slachtoffer 6], p. 726 van het eindpv

22 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2014 en neergelegd in het van voormelde terechtzitting opgemaakte proces-verbaal

23 Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 7] op 4 juni 2014, p. 742-746 van het eindpv

24 Een akte van geboorte van [slachtoffer 7], p. 758 van het eindpv

25 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2014 en neergelegd in het van voormelde terechtzitting opgemaakte proces-verbaal

26 Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 8], opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 6], p. 862-866 van het eindpv

27 De akte van geboorte en erkenning van [slachtoffer 8], p. 882-883 van het eindpv

28 Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 9], opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 6], p. 933-977 van het eindpv

29 De akte van geboorte van [slachtoffer 9], p. 946 van het eindpv

30 Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 10], opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 2], p. 982-986 van het eindpv

31 De akte van geboorte van [slachtoffer 10], p. 994 van het eindpv

32 Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 11], opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 2], p. 1024-1027 van het eindpv

33 De akte van geboorte van [slachtoffer 11], p. 1053 van het eindpv

34 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2014 en neergelegd in het van voormelde terechtzitting opgemaakte proces-verbaal

35 Het proces-verbaal dossier beschrijving aangetroffen kinderpornografie onderzoek Vijg, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], p. 100-102 van het eindpv

36 Collectiescan, p. 107-109 van het eindpv

37 Het aanvullend proces-verbaal Onderzoek Vijg” van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 30 juli 2014 met een ‘aangepaste’ collectiescan als bijlage

38 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 november 2014 en neergelegd in het van voormelde terechtzitting opgemaakte proces-verbaal