Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:7103

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
21-11-2014
Datum publicatie
21-11-2014
Zaaknummer
01/879155-13
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2015:5262, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan poging tot moord. Verdachte wordt veroordeeld omdat hij samen met zijn mededader twee gebruiksklare vuurwapens en een grote hoeveelheid bijbehorende munitie aan een ander heeft overhandigd. Verdachte wordt hiervoor veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/879155-13

Datum uitspraak: 21 november 2014

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1990],

wonende te [adres 1].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 februari 2014, 9 mei 2014, 20 oktober 2014, 24 oktober 2014 en 7 november 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 januari 2014.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 20 oktober 2014 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 februari 2013 te Waalre ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, een vuurwapen heeft gericht op die [slachtoffer 1] (op een moment dat hij, [slachtoffer 1], zijn auto bestuurde) en/of vervolgens met dat vuurwapen een kogel heeft

afgevuurd in de richting van die [slachtoffer 1], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een of meerdere perso(o)n(en) op of omstreeks 21 februari 2013 te Waalre ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, een vuurwapen heeft/hebben gericht op die [slachtoffer 1]

(op een moment dat hij, [slachtoffer 1], zijn auto bestuurde) enlof vervolgens met dat vuurwapen een kogel heeft/hebben afgevuurd in de richting van die [slachtoffer 1], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot / bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 21 februari 2013 te Waalre en/of elders in het arrondissement Oost Brabant, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen bovenbedoelde perso(o)n(en) een vuurwapen en/of munitie en/of een scooter en/of een fiets en/of een auto ten behoeve van de vlucht te verschaffen en/of de woonomgeving en/of het leefpatroon van die [slachtoffer 1] en/of de latere plaats delict te verkennen en daarover informatie aan bovenbedoelde perso(o)n(en) te verstrekken;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode 1 januari 2013 tot en met 21 februari 2013 te Waalre en/of elders in het arrondissement Oost Brabant, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van een misdrijf zoals omschreven in artikel 289 Wetboek van strafrecht, opzettelijk een scooter en/of een fiets en/of een vuurwapen en/of munitie en/of een of meerdere personenauto's (Audi A3 en/of VW Golf en/of Renault Kangoo) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 20 februari 2013 te Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een (dames)fiets, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 2], althans een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 20 februari 2013 tot en met 21 februari 2013 te Waalre

en/of elders in het arrondissement Oost Brabant tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, een (dames)fiets heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of

heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of

voorhanden krijgen van die (dames)fiets wist(en) die (dames)fiets een door misdrijf

verkregen goed betrof;

3.

hij op of omstreeks 3 oktober 2013 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een wapen van categorie 111, te weten een pistool (merk Walther), en/of munitie van categorie 111, te weten een aantal (10) patronen, heeft overgedragen aan een persoon wiens identiteit vooralsnog onbekend is;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

[medeverdachte 1], althans een vooralsnog onbekend gebleven persoon, op of omstreeks
3 oktober 2013 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie 111, te weten een pistool (merk Walther) en/of munitie van categorie 111, te weten een aantal (10) patronen, heeft overgedragen aan een persoon wiens identiteit vooralsnog onbekend is, tot / bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 3 oktober 2013 te Eindhoven en/of elders in het arrondissement Oost Brabant opzettelijk behulpzaam is

geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door een

potentiële koper van bovenbedoeld pistool in contact te brengen met die [medeverdachte 1],

althans die vooralsnog onbekend gebleven persoon, en/of hen in zijn personenauto (BMW)

de gelegenheid te bieden een transactie te sluiten;

4.

hij op of omstreeks 19 november 2013 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie 11, althans 111, te weten

- een vuurwapen van het merk Walter, type PPK Manurhin, kaliber 9 mm en/of

- een vuurwapen van het merk Star, kaliber 7.65 mm en/of

een hoeveelheid bij voornoemd(e) wapen(s) behorende munitie van categorie 11, althans 111, te weten ongeveer 50 patronen, voorhanden heeft gehad.

Tengevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging begaan, is onder feit 4 vermeld:

“- een vuurwapen van het merk Walter, type PPK Manurhin, kaliber 9 mm en/of

- een vuurwapen van het merk Star, kaliber 7.65 mm”

in plaats van:

“- een vuurwapen van het merk Walter, type PPK Manurhin, kaliber 7.65 mm en/of

- een vuurwapen van het merk Star, kaliber 9 mm”.

De rechtbank herstelt deze omissie en leest voormelde zinsnede zoals hiervoor is vermeld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en feit 2, primair en subsidiair.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 primair en meer subsidiair ten laste gelegde (in voortgezette handeling begaan, aangezien de voorbereidingshandelingen volledig zijn opgegaan in het medeplegen van de poging tot moord) en bewezenverklaring van het onder feit 2 primair ten laste gelegde, een en ander als vermeld in haar ter terechtzitting overgelegde op schrift gestelde requisitoir.

De raadsman van verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit voor het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Het oordeel van de rechtbank.

Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan het volgende worden vastgesteld.

Op 21 februari 2013 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan bij de politie. In zijn aangifte heeft [slachtoffer 1] verklaard dat hij op 21 februari 2013 omstreeks 8.15 uur werd beschoten. Hij reed op dat moment in zijn auto, komend vanaf zijn woning, over de Vlasrootlaan te Waalre. Op een splitsing van de Vlasrootlaan stond een man met een fiets die zich bij het naderen van de auto van [slachtoffer 1] omdraaide, in zijn richting kwam gelopen, met een vuurwapen op hem richtte en vanaf een afstand van twee tot drie meter op hem schoot. [slachtoffer 1] is weggedoken en niet door een kogel geraakt.

Uit forensisch technisch onderzoek blijkt dat de kogel door het portiersraam aan de bestuurderszijde van de auto van [slachtoffer 1] is gegaan en via de hoofdsteun van de bijrijdersstoel door het rechter achterraam naar buiten is gegaan.

In de buurt van de plaats delict is een huls aangetroffen. De huls is onderzocht op de aanwezigheid van schotresten en DNA-materiaal. Op de bemonstering van de huls zijn schotresten aangetroffen. Verder is op de bemonstering van de huls een (zeer) partieel DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 2], met een frequentie van één op vijfduizend.

Behalve [slachtoffer 1] zijn er geen getuigen die het schieten hebben gezien. Wel zijn er getuigen die het schot hebben gehoord. Verder hebben verschillende getuigen rond het tijdstip van de aanslag een man zien staan of zitten op of bij een fiets in de bocht van de Vlasrootlaan.

Kort na het schietincident (omstreeks 8.20 uur) werd door een getuige een fiets aangetroffen in het Meertjesven. Dit ven ligt op ongeveer 550 meter van de plaats delict. De fiets kon daar nog maar kort gelegen hebben, omdat het ijs dat op het Meertjesven lag rondom de fiets gebroken was en er nog geen nieuw laagje ijs op het water lag. Uit onderzoek is gebleken dat de fiets op 20 februari 2013 omstreeks 21.30 uur in Helmond is weggenomen.

De fiets is onderzocht op de aanwezigheid van schotresten en DNA-materiaal.
Op de bemonstering van het linkerhandvat van de fiets zijn schotresten aangetroffen, waardoor een vrijwel zekere relatie is aangetoond tussen het linkerhandvat van de fiets en een schietproces. De deeltjes die zijn aangetroffen op de bemonstering van het linkerhandvat van de fiets zijn vergeleken met de deeltjes die zijn aangetroffen op de bemonstering van de huls. Het is waarschijnlijker dat de deeltjes die zijn aangetroffen op het linkerhandvat van de fiets dezelfde bron van herkomst hebben als de deeltjes die zijn aangetroffen op de huls dan dat die deeltjes een andere bron van herkomst hebben.
Verder zijn in de bemonsteringen van de handvatten en het zadel van de fiets diverse DNA-mengprofielen (van minimaal 3 donoren) aangetroffen, waarbij een match met een frequentie van kleiner dan één op één miljard op de bemonstering van het linkerhandvat is gevonden met het DNA-profiel van [medeverdachte 2]. Verdachte is na vergelijkend DNA-onderzoek uitgesloten als donor van het celmateriaal in de bemonsteringen van het linkerhandvat van de fiets en delen van het zadel en lijkt geen donor te zijn van het celmateriaal in de bemonsteringen van het rechterhandvat van de fiets en een ander deel van het zadel.

Verdachte maakte in de periode vóór en na het schietincident op 21 februari 2013 gebruik van een Renault Kangoo met [kenteken 1], die op naam is gesteld van zijn broer. Uit de gegevens van ARS Traffic & Technology B.V. (ARS-gegevens) blijkt dat de Renault Kangoo op 20 februari 2013 omstreeks 20.07 uur de ARS-locatie 043-B op de Eindhovenseweg in Aalst in zuidelijke richting passeerde. Omstreeks 20.16 uur passeerde de Renault Kangoo de ARS-locatie 217-A op de Eindhovenseweg in Valkenswaard in noordelijke richting. Omstreeks 20.21 uur (na 4 minuten) passeerde de Renault Kangoo de ARS-locatie 218-A op de Eindhovenseweg in Aalst in noordelijke richting.
Ook blijkt uit de ARS-gegevens dat de Renault Kangoo diezelfde avond omstreeks 21.13 uur de ARS-locatie op de Geldropseweg in Helmond in noordelijke richting passeerde en dat de Renault Kangoo omstreeks 21.26 uur de ARS-locatie op de Geldropseweg in Helmond in westelijke richting passeerde.
Verder blijkt uit de ARS-gegevens dat de Renault Kangoo diezelfde avond omstreeks 22.01 uur de ARS-locatie 043-B op de Eindhovenseweg in Aalst in zuidelijke richting passeerde. Omstreeks 22.07 uur passeerde de Renault Kangoo de ARS-locatie 217-A op de Eindhovenseweg in Valkenswaard in noordelijke richting. Omstreeks 22.25 uur (na 18 minuten) passeerde de Renault Kangoo de ARS-locatie 218-A op de Eindhovenseweg in Aalst in noordelijke richting.
Uit de historische verkeersgegevens van de mobiele telefoon van verdachte blijkt dat zijn mobiele telefoon die dag op ongeveer dezelfde tijdstippen op dezelfde plaatsen is geweest als de Renault Kangoo.

Volgens het door de officier van justitie geschetste scenario zou verdachte betrokken zijn geweest bij (de voorbereiding van) de aanslag op [slachtoffer 1] en – meer specifiek – bij het wegnemen van de fiets en het klaarzetten van die fiets in de buurt van de plaats delict.

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de schutter op 21 februari 2013 gebruikt heeft gemaakt van de fiets die in het Meertjesven in de buurt van de plaats delict is aangetroffen. Geen enkele getuige heeft waargenomen hoe de fiets (met de schutter) op de plaats delict terecht is gekomen. Ook heeft geen enkele getuige gezien wie de fiets in het ven in de buurt van de plaats delict heeft achtergelaten. Evenmin is gezien waar de schutter na het schietincident is gebleven.

Naar het oordeel van de rechtbank leveren de ARS-gegevens van de Renault Kangoo en de historische verkeersgegevens van de mobiele telefoon van verdachte, ook wanneer zij in verband met elkaar worden gebracht, onvoldoende bewijs op om op grond daarvan te komen tot het wettig bewijs dat verdachte betrokken was bij (de voorbereiding van) de aanslag op [slachtoffer 1] en – meer specifiek – bij de diefstal van de fiets en het klaarzetten van die fiets in de buurt van de plaats delict. Uit deze gegevens kan worden afgeleid dat verdachte zich rond het tijdstip van de diefstal van de fiets op de Geldropseweg in Helmond bevond, maar niet kan worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk in de buurt van de plaats van de diefstal van de fiets is geweest. Geen enkele getuige heeft verdachte of de Renault Kangoo ter plaatse gezien. Er zijn ook geen sporen van verdachte op de fiets aangetroffen. Verdachte is en/of lijkt uitgesloten als donor van het aangetroffen sporenmateriaal op de fiets. De enkele omstandigheid dat verdachte de dag voorafgaand aan de aanslag op twee verschillende momenten de ARS-locaties op de Eindhovenseweg in Aalst en Valkenswaard is gepasseerd, waarbij de eerste keer de afstand in noordelijk richting in 4 minuten wordt afgelegd en de tweede keer in 18 minuten, vormt evenmin een voldoende aanwijzing voor de betrokkenheid van verdachte bij (de voorbereiding van) de aanslag. Deze ARS-locaties liggen in de buurt van de plaats delict, maar andere bewijsmiddelen waaruit kan blijken dat verdachte de dag voor de aanslag daadwerkelijk aanwezig is geweest op of in de buurt van de plaats delict ontbreken evenals bewijsmiddelen waaruit blijkt van een gezamenlijke planvorming of uitvoering met zijn medeverdachten. Weliswaar is het opvallend dat zoals uit de OVC-gesprekken die in zijn auto in de periode 23-24-25 september 2013 zijn opgenomen blijkt,

dat verdachte naar aanleiding van een tijdens een uitzending van Bureau Brabant door de politie gegeven omschrijving van de bij de aanslag betrokken auto, op zoek is naar die auto, maar ook deze OVC gesprekken geven geen inzicht in de mogelijke rol van verdachte.

De rechtbank concludeert dat uit de bewijsmiddelen in onvoldoende concrete mate verdachtes rechtstreekse betrokkenheid bij de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten is komen vast te staan. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van deze feiten.

Bewijs (feiten 3 primair en 4).

Inleiding.

Verdachte wordt ervan verdacht dat hij op 3 oktober 2013 in Eindhoven (samen met een ander of anderen) een pistool en munitie heeft overgedragen aan een onbekend gebleven afnemer, dan wel daaraan of daarbij medeplichtig is geweest (feit 3) en dat hij op 19 november 2013 in Mierlo twee vuurwapens en munitie voorhanden heeft gehad (feit 4).

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander een pistool en munitie heeft overgedragen aan een ander en dat verdachte twee vuurwapens en munitie voorhanden heeft gehad.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman bepleit vrijspraak voor beide feiten. De raadsman stelt dat niet blijkt van betrokkenheid van verdachte bij een daadwerkelijke wapentransactie. Dat in de woning van verdachte vuurwapens en munitie zijn aangetroffen, betekent niet dat verdachte die wapens en munitie voorhanden heeft gehad. Dat op één van die wapens DNA-materiaal is aangetroffen, waarvan het verkregen DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte, is ontoereikend voor een bewezenverklaring. Verdachte betwist bovendien dat hij bij de politie zou hebben verklaard dat het zijn wapens betrof.

Het oordeel van de rechtbank.1

De rechtbank acht de feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna wordt weergegeven in de bewezenverklaring.

Feit 3: medeplegen van de overdracht van een wapen en munitie op 3 oktober 2013 in Eindhoven.

In het kader van het onderzoek (“Dikpootbij”) is een peilbaken aangebracht onder een auto van het merk BMW met [kenteken 2]. De communicatie in deze BMW werd opgenomen en uitgeluisterd.2 Verdachte maakte op 3 oktober 2013 gebruik van deze auto.3

Ook de gesprekken, gevoerd met de mobiele telefoon met het [telefoonnummer 1], zijn opgenomen en beluisterd.4 Dit telefoonnummer was door de provider afgegeven aan verdachte.5 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij mogelijk gebruik maakte van dat telefoonnummer.6 De stem van verdachte is door verbalisanten herkend op de uitgeluisterde tapgesprekken en de uitgeluisterde opgenomen vertrouwelijke communicatie.7.

In het tapgesprek van 2 oktober 2013 om 16.53 uur belt een NN-man met [telefoonnummer 2] naar verdachte. Uit onderzoek blijkt dat het mobiele [telefoonnummer 2] in gebruik is bij [medeverdachte 1].8. [medeverdachte 1] bevestigt dit ook bij de politie.9 [medeverdachte 1] geeft aan dat hij drie ponyzadels kan laten zien: één van 25, één van 14 en een andere. Verdachte zegt dan: "Dan ga ik hem even bellen en even vragen wat hij wil".10

In het tapgesprek van 3 oktober 2013 om 13.16 uur belt verdachte naar [medeverdachte 1], die zegt dat hij even bezig is en hem zo terug belt. Verdachte zegt dan dat hij er is.11.

Het peilbaken van de BMW peilt op dat moment (van 13.17 uur tot en met 13.30 uur) uit op de locatie [adres 3]. Op het adres [adres 3] woont de moeder van [medeverdachte 1].12

In het tapgesprek van 3 oktober 2013 om 13.27 uur wordt verdachte gebeld door [medeverdachte 1]. Hij vraagt waar verdachte staat. Verdachte zegt bij de Roostenlaan.13.

Uit de opgenomen vertrouwelijke communicatie van de BMW met [kenteken 2] op
3 oktober 2013 om 13.30 uur blijkt dat verdachte in de auto zit met een onbekende man.

In de auto is [verdachte] te horen en een NN-man.

NN-man vraagt aan [verdachte]: wat kost dat Waltherke?

[verdachte]: he?

NN-man: Wat kost dat Waltherke

[verdachte]: (onverstaanbaar) met z'n allen, 126, (slecht verstaanbaar) maar moeten maar eventjes kijken, is gewoon nieuw allemaal.

NN-man: ja?

[verdachte]: die kort 9

NN-man: wel materiaal hè !

[verdachte]: die kort 9, is net zo goed als een 7.65 (slecht verstaanbaar)

NN-man: nieuw?

[verdachte] Nieuw

NN-man: Die euh, korte 9, waar zijn die speciale patronen dan, wa?

[verdachte]: Dat weet ik niet, wel kort 9, das ook goed. daar is wel aan te komen hoor. Of hij zit erbij dat weet ik niet zeker.

NN-man: (onverstaanbaar)

[verdachte]: net zo groot als 7.65. Die kort 9 heb ik niet gezien die andere wel.

NN-man: (onverstaanbaar) 26, zit ook kunststof op of niet?

[verdachte]: volgens mij wel ja.14

Even later stapt een andere man in de auto. Verbalisant herkent de stem van deze persoon vanuit een eerder uitgeluisterd tapgesprek. Deze man noemde zichzelf in dat gesprek [medeverdachte 1] en belde met [telefoonnummer 2]. Dit nummer is in gebruik bij [medeverdachte 1].15

Het volgende wordt besproken.

NN-man: je moet wel ff uitkijken hier met al die auto's allemaal hè

[verdachte]: ja, we rijden gewoon wat rondjes, is niks aan de hand, kunt op de achterbank toch ... kijken.

NN-man: die euh.

NN-man [medeverdachte 1]: SIG SAUER ?

[verdachte]: de kogels (onverstaanbaar)

NN-man: ja

NN-man [medeverdachte 1]: Dit is kort 9 WALTHER

NN-man: Is dat een 9 dan?

NN-man [medeverdachte 1]: Ja, dat staat er ook op jongen, kort 9

[verdachte]: Net zo groot als mijn 7.65

NN-man: Ja en eh wat is er met die patronen

NN-man [medeverdachte 1]: Kort 9 dat is gewoon 9 mm, maar kort 9, die zijn korter

NN-man: En eh hoeveel zitten daar er bij?

NN-man [medeverdachte 1]: pff aaaah dan moet ik, volgens mij heb ik daar 7

NN-man [medeverdachte 1]: volgens mij een stuk of 10 maar als gij er perse bij wilt, dan kan ik dat wel regelen jongen.

NN-man: korte 9

[verdachte]: Volgens mij heb ik die nog ergens stuk of 30 liggen maar dan moet ik kijken.

Nn-man: dus die normale passen er niet in hé?

NN-man [medeverdachte 1]: nee nee nee, das normale die

NN-man: dit is een mooie hé

NN-man [medeverdachte 1]: ja das een nieuwe, heb ik ergens anders ook nog die doos van liggen jongen als ze die niet weg hebben gegooid

NN-man: Hoeveel vat dees op he .

NN-man [medeverdachte 1]: stuk of 16 of zo, 15, 16. Ja Sig Sauer is het beste wat er is hè

NN-man: ja?

NN-man [medeverdachte 1]: ja tuurlijk, vraag maar aan iedereen die er verstand van heeft

NN-man: wat kun je aan de prijs doen?

NN-man [medeverdachte 1]: ja, niet echt veel jongen. Nieuw spul kom ik al niet aan hè en vooral niet zulke hè. Das het beste wat er is hè. En je weet wat [verdachte] aan jou had gevrage hè, ik kan niet heel veel d'r mee doen. Want wat had jij tegen hem gezegd [verdachte]?

[verdachte]: 20 en 16 half

NN-man [medeverdachte 1]: ja, ken niet heel veel mee doen jongen

NN-man: En deze?

NN-man: 16 half

NN-man: Wat kan je daar aan doen dan?

NN-man [medeverdachte 1]: wat zou ik voor jou kunnen doen jongen? Ik zeg dat is allemaal maar meierkes werk jongen, dat is echt geen honderden euro's winst hè.

NN-man: nee oke.

NN-man: Moet ik voor hebben jongen: 15 en een half, en het is een mooi klein wapen. Maar ik zeg erbij, das niet zo goed als Sig Sauer.

NN-man: nee, nee

NN-man [medeverdachte 1]: das niet euh, zo nieuw. Euh euh, mooi ding is dat, een enkele keer mee geschoten maar zo is het een kei mooi ding dat (onverstaanbaar)

NN-man: euhh kort 9 euh ja,

[verdachte]: In ieder geval, als ze bij iemand een gat in z'n kop schieten is hij gewoon dood.

NN-man [medeverdachte 1]: ja of het nou kort 9 is of lang 9 dat blijft hetzelfde jongen.

NN-man lacht.: ja das waar, euhh ff kijken ko, .. maar weet je wat het is, ik moet wel aan die patronen kunnen komen, snapte?

NN-man [medeverdachte 1]: ja das geen probleem.

[verdachte]: das geen probleem, volgens mij heb ik er nog ergens stuk of 30 liggen dat zal ik dalijk mee kijken.

NN-man: ja das zat, hoeveel heb je hier bij dan?

NN-man [medeverdachte 1]: Ik heb een stuk of 10 jongen. Er zitten 7 op en ik heb er een stuk of 3 liggen.

NN-man: he ik laat hem dalijk weten.

NN-man [medeverdachte 1]: is goed jongen.

NN-man: euhhh en dan kunnen we vanavond nog euh

NN-man [medeverdachte 1]: kijk maar, ja ik zeg er wel bij jongen, weg is weg want ik ben bij meer mensen, hadden ook geboden, snapte?

NN-man: ja ja maar ik laat hem binnen euh

NN-man [medeverdachte 1]: kijk want dit zijn allemaal geen dingen om vast allemaal te gaan houden.

NN-man: nee nee

NN-man [medeverdachte 1]: kijk tuurlijk moet je denken wat dat je wil en wat je uit wil geven,

is makkelijk zat.

NN-man: ja

NN-man [medeverdachte 1]: maar jij snapt wel dat ik allemaal niet met die dingen allemaal ga rond liggen euh

NN-man: nee, hoeveel patronen heb je daarbij bij die korte 9 ?

NN-man [medeverdachte 1]: 10

NN-man: en hoeveel zitten er in een?

NN-man [medeverdachte 1]: 7, ja dus dan heb ik er nog 3 los.

NN-man: Ja die kom ik dalijk wel halen dan.

NN-man [medeverdachte 1]: hè ?

NN-man: die kom ik dalijk wel halen, die euh Walther.

NN-man [medeverdachte 1]: ja, [verdachte]!

[verdachte]: ja.

NN-man: jij kan hem nou ook meenemen wa ge bij hem meteen geld pakt

NN-man: Ja dat kan ook.

[verdachte]: dat kan ook.

NN-man [medeverdachte 1]: wel ff, .. hé [verdachte].

[verdachte]: kan ik jou zo betalen.

NN-man: Wat moest jij er uiterst voor hebben?

NN-man [medeverdachte 1]: wat ik tegen jou zei jongen, 15 en half

NN-man: [verdachte], maak hem dalijk ff schoon hè.

[verdachte]: ja

NN-man: Die kogels zijn allemaal schoon, ff magazijntje eruit pakken, ff een keer over het magazijn, over, aan die kogels hoef je niks te doen.

NN-man: er is toch niks gebeurd met dat ding hè

NN-man [medeverdachte 1]: T jongen, als ik zeg goed, is het goed

NN-man: nee dan is het goed

NN-man [medeverdachte 1]: Ik app jou wel als ik thuis ben

[verdachte]: is goed.

NN-man [medeverdachte 1]: snapte? Dus dan pak jij dalijk geld bij hem aan en dan is het goed.

NN-man: en die euh andere patroontjes even, die je ze nog heb liggen.

NN-man [medeverdachte 1]: dan geef ik die straks aan [verdachte] mee jongen.

NN-man: dat is goed.

[verdachte]: vraag maar efkes zijn dan kan hij er mee uit

NN-man [medeverdachte 1]: ja is goed.

Portier gaat open.
NN-man: ik heb mij eigen auto bij
[verdachte]: dan zie je mij dalijk hè
NN-man [medeverdachte 1]: ja das goed jongen
[verdachte]: ja?
NN-man [medeverdachte 1]: Ja das goed
NN-man [medeverdachte 1]: of anders maar thuis dat ons pap
[verdachte]: ik rij wel achter jou aan.
NN-man: ja dat is goed
NN-man en NN-man [medeverdachte 1] stappen beiden uit de auto en praten nog, maar is niet te verstaan.
Portier gaat weer open en NN-man [medeverdachte 1] zegt tegen [verdachte]: Pik, maar wel ff goed schoon hè? Je weet nooit hè
[verdachte]: ja ja ja ja ja komt goed
NN-man [medeverdachte 1]: is goed houdoe.
Portier gaat dicht.16

Uit de gegevens van het peilbaken van de BMW met [kenteken 2] op 3 oktober 2013 volgt het volgende:

13.41

uur: de auto rijdt over de Piuslaan in Eindhoven.

13.51

uur: de auto rijdt over de Veldmaarschalk Montgomerylaan in Eindhoven.

13.55

uur tot en met 14.28 uur: de auto staat stil op de Maria Montessoristraat in Eindhoven.

Dit betreft de route die de auto volgt wanneer vanuit de auto contact is met de NN-persoon.

Hierna rijdt de auto naar de Doornakkersweg te Eindhoven.17

Op 3 oktober 2013 om 14.37 uur zit verdachte met een persoon genaamd "[persoon 1]" in de auto van verdachte. Het volgende gesprek is beluisterd:

[verdachte] zegt tegen [persoon 1] dat net overal waar hij reed dat hij wouten zag. Overal wouten. [verdachte] zegt dat hij het benauwd had en zegt: Ik had een paar dingen in de auto liggen.

[persoon 1] vraagt of hij ze verkocht heeft.

[verdachte]: hè ?

[persoon 1]: heb je ze verkocht voor [medeverdachte 1]?

[verdachte]: Nee eentje maar.

[persoon 1]: wat iets.

[verdachte]: 9 kort.

[persoon 1]: ja ? O, dat een

[verdachte]: Walther

[persoon 1]: goed, winst?

[verdachte]: meier.18

In het tapgesprek van 3 oktober 2013 om 15.45 uur, gevoerd over de lijn met [telefoonnummer 3], belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] ([telefoonnummer 2]). [medeverdachte 1] zegt, ons mam is thuis, dan pak je gewoon, wat heeft hij 15,5 gegeven geef mij 14,5, pak jij een meierke. [verdachte] zegt is goed.19

Uit de gegevens van het peilbaken van de BMW met [kenteken 2] blijkt het volgende:
Op 3 oktober 2013 van 15.37 tot en met 15.50 uur staat de auto stil op de locatie Oude Doornakkersweg in Eindhoven (de vader van [persoon 1] woont aan de [adres 9] in Eindhoven). Hierna peilt de auto kortstondig uit op de [adres 3] te Eindhoven (ter hoogte van het nummer waar de moeder van [medeverdachte 1] woont).20

De rechtbank komt ten aanzien van feit 3 op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen tot het oordeel dat verdachte medepleger is van de overdracht (verkoop) van een wapen (merk Walther) met munitie aan een onbekend gebleven man. Verdachte is bij die overdracht intensief betrokken geweest door daarbij te bemiddelen en munitie te leveren. Daarvoor is aan verdachte een geldbedrag betaald.

Feit 4: voorhanden hebben vuurwapens en munitie op 19 november 2013 in Mierlo.

Op 19 november 2013 zijn in de woning van verdachte op het [adres 10] te Mierlo in beslag genomen:

een vuurwapen, pistool, Star, kaliber 9 mm, SIN AAGG4400NL;

een patroonhouder Star, gevuld met munitie, kaliber 9 mm, SIN AAGR5426NL;

een vuurwapen pistool Walther PPK, kaliber 7.65, SIN AAGR5428NL;

een patroonhouder, gevuld met munitie kaliber 7.65. SIN AAGR5429NL;

patronen, 44 stuks, SIN AAGR5431NL.21

Het aangetroffen pistool van het merk Star met nummer SIN AAGG4400NL is onderzocht. Het betreft een semi-automatisch centraalvuur pistool van het merk Star, kaliber 9x19 millimeter. De rechterzijde van de loop was voorzien van de kaliberaanduiding "9mmx19".

Dit pistool was in de handgreep voorzien van een patroonmagazijn met ligplaats voor patronen van het kaliber 9x19 millimeter.

Dit voorwerp is bestemd om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing.

Dit pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1,

categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.22

Uit een aanvullend DNA-onderzoek aan de bemonsteringen van de kolfgrepen en bedieningsonderdelen van het pistool van het merk Star (AAGR4693NL#01) is een DNA-mengprofiel verkregen waarin DNA-kenmerken zichtbaar zijn van minimaal vier personen. Het DNA-profiel van verdachte matcht met dit DNA-mengprofiel.23

Het aangetroffen pistool, Walther, met nummer SIN AAGR5428NL is onderzocht.

Het betreft een semi-automatisch centraalvuur pistool van het merk Manurhin, model PKK, kaliber 7,65 millimeter. Beide greepplaten waren voorzien van de aanduiding “Lic. Walther.PKK”. Het pistool, merk Walther, werd door Manurhin in licentie geproduceerd.

De linkerzijde van de slede was voorzien van kaliberaanduiding “Cal. 7,65mm”.

Dit pistool was in de handgreep voorzien van een patroonmagazijn met ligplaats voor patronen van het kaliber 7,65 millimeter.

Dit voorwerp is bestemd om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing.

Dit pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.24

In zijn verhoor door de politie op 19 november 2013 verklaart verdachte:

Ik zal heel eerlijk zijn, ze hebben mij een keer proberen dood te schieten en dat zal ik nooit vergeten. Ik zat toen in de auto en als ik niet gebukt had in de auto hadden ze mij geraakt. [persoon 2] uit Eindhoven heeft mij toen proberen dood te schieten. Dit ging over een familieprobleem. Dit is allemaal afgewerkt, maar die ruzie niet.25

Verdachte vertelde verbalisanten na afloop van zijn verhoor op 19 november 2013,

nadat de verbalisant aan hem vroeg waarom hij de aangetroffen vuurwapens in huis had dat hij de vuurwapens in de woning had omdat hij in het verleden met een vuurwapen beschoten was door een man genaamd [persoon 2] van [adres 11] in Eindhoven. Hij verklaarde dat hij nog steeds problemen had met en bang was voor deze [persoon 2]”26

Op 21 november 2013 wordt verdachte door de politie gevraagd van wie de munitie is, die in de woning is aangetroffen. De verbalisant benoemt dan 6 patronen in een patroonhouder van het pistool Star, en 44 losse patronen 27.

Ten aanzien van feit 4 komt de rechtbank op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen tot het oordeel dat de in de tenlastelegging genoemde wapens en munitie in de woning van verdachte aanwezig waren, dat verdachte zich van de aanwezigheid daarvan bewust was en dat verdachte zo nodig of desgewenst kon beschikken over die wapens en munitie. Aan wie de wapens en munitie feitelijk toebehoren, is daarbij niet van belang.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

3.

op 3 oktober 2013 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Walther), en munitie van categorie III, te weten een aantal patronen, heeft overgedragen aan een persoon wiens identiteit vooralsnog onbekend is;

4.
op 19 november 2013 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, wapens van categorie III, te weten;

- een vuurwapen van het merk Walter, type PPK Manurhin, kaliber 7,65 mm en

- een vuurwapen van het merk Star, kaliber 9 mm en

- een hoeveelheid bij voornoemd(e) wapen(s) behorende munitie van categorie III, te weten

50 patronen, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert onder bewezenverklaring van het onder feit 1 primair en meer subsidiair ten laste gelegde (begaan in voortgezette handeling), het onder feit 2 primair, het onder feit 3 primair en het onder feit 4 ten laste gelegde, een gevangenisstraf voor de duur van tien jaar, met aftrek van voorarrest. Zij vordert de gevangenneming van verdachte.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft twee gebruiksklare vuurwapens en een grote hoeveelheid bijbehorende munitie voorhanden gehad en heeft met zijn mededader een vuurwapen met bijbehorende munitie ter hand gesteld aan een ander. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens verhoogt het risico op een levensbedreigend geweldsdelict. Zeker wanneer men zoals verdachte in kringen verkeert waarin ernstige delicten worden gepleegd. De beide medeverdachten die worden veroordeeld voor de aanslag op [slachtoffer 1] zijn goede bekenden van verdachte. En uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij zelf ook al eens is beschoten. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens. De rechtbank rekent dit verdachte dan ook zwaar aan.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten.

De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank verdachte van het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde vrijspreekt en de eis van de officier van justitie met name is gebaseerd op bewezenverklaring van die feiten (in primaire en/of (meer) subsidiaire vorm). De rechtbank is van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank zal deze straf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen, om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank zal de vordering tot gevangenneming van verdachte afwijzen. In een eerder stadium heeft de rechtbank onvoldoende gronden aanwezig geacht om de voorlopige hechtenis van verdachte te laten voortduren, ook omdat uitgangspunt bij de behandeling van een strafzaak is – en na de onderhavige veroordeling blijft – dat een verdachte zijn onherroepelijke berechting in vrijheid kan afwachten. Dit veroordelende vonnis maakt dat niet anders.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57, 63.

Wet wapens en munitie art. 2, 26, 31, 55, 56.

DE UITSPRAAK

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair,
2 primair en 2 subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het onder 3 primair en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 3 primair:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III,

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

T.a.v. feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd,

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het

Wetboek van Strafrecht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Wijst af de vordering tot gevangenneming van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,

mr. P.A. Buijs en mr. C.J. Sangers- de Jong, leden,

in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier,

en is uitgesproken op 21 november 2014.

1 In de voetnoten wordt verwezen naar een proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, Dienst regionale recherche, nummer 22DRR13005 met aanduiding “Dikpootbij”, met bijlagen, afgesloten d.d. 4 april 2014, hierna te noemen “einddossier”, en een proces-verbaal van sporenonderzoek van de Regiopolitie Brabant Zuid-Oost, Divisie recherche, Forensisch Technische Ondersteuning, nummer PL2219 2013025052-30, met bijlagen, afgesloten op 8 april 2014, hierna te noemen “FTO-dossier”

2 Proces-verbaal bevindingen uitluisteren opgenomen vertrouwelijke communicatie, einddossier p. 2669 e.v..

3 Proces-verbaal verhoor verdachte, einddossier p. 644.

4 Proces-verbaal bevindingen, einddossier p. 2689.

5 Proces-verbaal onderzoek identiteit en stemherkenning, einddossier p. 688.

6 Proces-verbaal terechtzitting, inhoudend de verklaring van verdachte op 20 oktober 2014.

7 Proces-verbaal onderzoek identiteit gebruiker en stemherkenning, einddossier p. 689, en proces-verbaal bevindingen uitluisteren opgenomen vertrouwelijke communicatie, einddossier p. 2670.

8 Proces-verbaal bevindingen, einddossier p. 2704, mutatieverslag, einddossier p. 2706.

9 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 1], einddossier p. 1264.

10 Overzicht tapjournaal, tapgesprek 1298, einddossier p. 2697.

11 Overzicht tapjournaal, tapgesprek 1337, einddossier p. 2698.

12 Proces-verbaal bevindingen verkoop vuurwapen en munitie, einddossier p. 2694.

13 Overzicht tapjournaal, tapgesprek 1338, einddossier p. 2699.

14 Proces-verbaal bevindingen uitluisteren opgenomen vertrouwelijke communicatie, einddossier p. 2672 en 2673.

15 Proces-verbaal bevindingen uitluisteren opgenomen vertrouwelijke communicatie, einddossier p. 2670 en proces-verbaal bevindingen, einddossier p. 2711.

16 Proces-verbaal bevindingen uitluisteren opgenomen vertrouwelijke communicatie, einddossier p. 2674, 2675 en 2676.

17 Proces-verbaal bevindingen verkoop vuurwapen en munitie, einddossier p. 2692.

18 Proces-verbaal bevindingen uitluisteren opgenomen vertrouwelijke communicatie, einddossier p. 2676 en 2677.

19 Overzicht tapjournaal, tapgesprek 1343, einddossier p. 2699.

20 Proces-verbaal bevindingen verkoop vuurwapen en munitie, einddossier p. 2693.

21 Kennisgeving inbeslagneming, einddossier p. 2600 t/m 2603 en ambtelijk verslag omschrijving vuurwapens, einddossier p. 2592.

22 Proces-verbaal onderzoek wapen, einddossier p. 2612 en 2613.

23 Rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut van respectievelijk 4 februari 2014 en 11 maart 2014, FTO-dossier, p. 549-550 en p. 551-553.

24 Proces-verbaal onderzoek wapen, einddossier p. 2620 en 2621.

25 Proces-verbaal verhoor verdachte, einddossier p. 609.

26 Proces-verbaal bevindingen van 21 november 2013, einddossier p. 2634 en 2635.

27 Proces-verbaal verhoor verdachte, einddossier p. 631.