Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:7001

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
18-11-2014
Datum publicatie
18-11-2014
Zaaknummer
01/845342-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt voor meerdere auto-inbraken, waaronder één auto-inbraak gevolgd van bedreiging met geweld, en pogingen tot auto-inbraak veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek voorarrest waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met onder meer de bijzondere voorwaarden van toezicht van de reclassering en ambulante behandeling in verband met de verslavingsproblematiek van verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummers: 01/845342-14 en 01/052434-14 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 18 november 2014

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1967],

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 november 2014. De zaak onder parketnummer 01/052434-14 is door de politierechter ter terechtzitting van 16 september 2014 verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.

Ter terechtzitting van 4 november 2014 heeft de rechtbank de tegen verdachte onder de hiervoor genoemde parketnummers aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 14 juli 2014 (01/845342-14) en 5 maart 2014 (01/052434-14).

De tenlastelegging in de zaak onder parketnummer 01/845342-14 is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 4 november 2014 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht. Met inachtneming van deze wijziging is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 03 januari 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een (bestel)auto (kenteken [kenteken 1]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(incident 2.1);

2.

hij op of omstreeks 22 maart 2014 te Son en Breugel met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit:

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 2]) heeft weggenomen een navigatiesysteem en/of een zonnebril , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 3]) heeft weggenomen een tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(incidenten 2.4 en 2.5);

3.

hij op of omstreeks 01 april 2014 te Eindhoven, op de openbare weg (te weten een parkeerplaats aan de Franse Baan) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (personen)auto (kenteken [kenteken 4]) heeft weggenomen een Iphone en/of een autoradio en/of een navigatiesysteem en/of een kabeltje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die Iphone en/of autoradio en/of navigatiesysteem en/of kabeltje onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, met een

schroevendraaier, althans een hard en/of puntig voorwerp een of meerdere stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van en/of op korte afstand van voornoemde [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of (hierbij) voornoemde [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] de woorden heeft toegevoegd: "Ik maak je kapot" en /of "ik steek je neer";

(incident 2.10/2.11);

4.

hij op of omstreeks 13 mei 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit

- een auto (kenteken [kenteken 5]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 6]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(incidenten 2.17 en 2.18);

5.

hij op of omstreeks 19 maart 2014 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto (kenteken [kenteken 7]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die auto te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, een raam van deze auto heeft ingeslagen/verbroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 2.2);

6.

hij op of omstreeks 19 maart 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een (personen)auto (kenteken [kenteken 8]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(incident 2.3);

7.

hij op of omstreeks 28 maart 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 9]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 10]) heeft weggenomen een radio/cd-speler, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 11]) heeft wegggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 12]) heeft weggenomen een autoradio en/of een navigatiesysteem en/of een cd, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(incidenten 2.6, 2.7, 2.8 en 2.9);

8.

hij op of omstreeks 05 april 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 13]) heeft weggenomen een zonnebril en/of een navigatiesysteem en/of meerdere blikken bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 14]) heeft weggenomen een telefoon en/of een zonnebril en/of een mapje met cd's en/of een mes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 15]) heeft weggenomen een navigatiesysteem en/of een iPad, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(incidenten 2.12, 2.13 en 2.14);

9.

hij op of omstreeks 09 april 2014 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 16]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 17]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 18], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

en zich daarbij (telkens) de toegang tot deze auto's te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, (telkens) een ruit van voornoemde auto's heeft ingeslagen/vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

(incidenten 2.15 en 2.16).

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/052434-14 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 5 maart 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto heeft weggenomen een navigatiesysteem (merk: MIO), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 19], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Bronnen.

 Een eindproces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, hulpofficieren van justitie, afdeling Eindhoven Strijp, met registratienummer PL2207-2014060763, afgesloten op 15 mei 2014, in totaal 229 doorgenummerde bladzijden (ten aanzien van parketnummer 01/845342-14) [hierna in de bewijsbijlage te noemen: eindproces-verbaal 01/845342-14].

 Een eindproces-verbaal van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, hulpofficieren van justitie, regionaal flexteam, met registratienummer PL2204-2014030355, afgesloten op 7 maart 2014, in totaal 38 doorgenummerde bladzijden (ten aanzien van parketnummer 01/052434-14) [hierna in de bewijsbijlage te noemen: eindproces-verbaal 01/052434-14].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring van de aan verdachte ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Omwille van de leesbaarheid van de overweging, wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de gehele uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bijlage A (pagina’s 18 tot en met 29) bij dit vonnis.

Nadere bewijsoverwegingen.

Ten aanzien van feit 3 (incidenten 2.10 en 2.11).

Verdachte heeft ter terechtzitting van 4 november 2014 ontkend dat hij – nadat hij op 1 april 2014 in Eindhoven op een parkeerplaats aan de Franse Baan in een personenauto had ingebroken – de eigenaar van die auto en diens collega met een schroevendraaier heeft bedreigd en hen dreigend de woorden heeft toegevoegd “Ik maak je kapot” en /of “ik steek je neer”. Hij heeft verder verklaard dat hij zich wel kan herinneren dat er toen twee jongens naar hem toe zijn gekomen.

De rechtbank acht diefstal gevolgd van bedreiging met geweld wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht genoegzaam bewezen dat verdachte, nadat hij uit de auto stapte, een schroevendraaier voor zich heeft gehouden en daarmee ook stekende bewegingen in de richting van aangever en zijn collega heeft gemaakt en de bedreigende woorden heeft geuit. Zowel aangever [slachtoffer 4] als zijn collega, getuige [getuige 1], hebben verklaard dat de dader van de auto-inbraak, nadat deze door hen was betrapt, met een schroevendraaier stekende bewegingen in hun richting maakte alsook naar hen bedreigende woorden uitte. Deze verklaringen vinden op een wezenlijk punt bevestiging in de verklaring van getuige [getuige 2]. Laatstgenoemde heeft verklaard dat toen de dader uit de auto kwam, deze een schroevendraaier voor zich hield. Hij zag daarop dat de eigenaar van de auto zijn handen lichtelijk omhoog deed en dat beide collega’s een stap achteruit zetten. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk dat aangever en zijn collega de handelingen van verdachte als bedreigend hebben ervaren.

De rechtbank zal verdachte bij gebrek aan voldoende wettig bewijs vrijspreken van het onderdeel van de tenlastelegging dat betrekking heeft op het geweld.

Ten aanzien van feit 4, tweede gedachtestreepje (incident 2.18).

Verdachte heeft ontkend deze auto-inbraak te hebben gepleegd. Verdachte heeft verklaard dat hij weliswaar op 13 mei 2014 op het terrein van de Grote Beek in Eindhoven is geweest, maar dat hij – nadat hij medische heroïne had opgehaald – het terrein direct heeft verlaten. Hij droeg op dat moment een regenpak en was op een grijze mountainbike.

Naar het oordeel van de rechtbank is genoegzaam bewezen dat verdachte deze auto-inbraak heeft gepleegd. Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij de dader van de inbraak in de rode Volkswagen Polo heeft achtervolgd. Kort daarna verloor hij hem echter uit het oog. Later kreeg hij een melding dat er een foto van de mogelijke verdachte van de auto-inbraak bij de meldkamer van de beveiliging hing. [getuige 3] heeft verklaard dat hij met 100% zekerheid kan zeggen dat de persoon op de foto de man is die op 13 mei 2014 in de rode Volkswagen Polo had ingebroken. De persoon op de foto betreft verdachte. Verdachte heeft ter terechtzitting van 4 november 2014 ook verklaard dat hij op 13 mei 2014 op het terrein van de Grote Beek in Eindhoven is geweest.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

(1.)

in de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 januari 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (bestel)auto (kenteken [kenteken 1]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, toebehorende aan [bedrijf 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

(2.)

op 22 maart 2014 te Son en Breugel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit:

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 2]) heeft weggenomen een navigatiesysteem en een zonnebril, toebehorende aan [slachtoffer 2],

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 3]) heeft weggenomen een tas met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 3],

waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

(3.)

op 1 april 2014 te Eindhoven, op de openbare weg (te weten een parkeerplaats aan de Franse Baan) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (personen)auto (kenteken [kenteken 4]) heeft weggenomen een iPhone en een autoradio en een navigatiesysteem en een kabeltje, toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en welke diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, met een schroevendraaier stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van voornoemde [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en voornoemde [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] de woorden heeft toegevoegd: "Ik maak je kapot" en/of "ik steek je neer";

(4.)

op 13 mei 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

- een auto (kenteken [kenteken 5]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, toebehorende aan [bedrijf 3],

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 6]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, toebehorende aan [slachtoffer 7],

waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

(5.)

op 19 maart 2014 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (personen)auto (kenteken [kenteken 7]) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 8], en zich daarbij de toegang tot die auto te verschaffen door middel van braak, een raam van deze auto heeft ingeslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(6.)

op 19 maart 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (personen)auto (kenteken [kenteken 8]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, toebehorende aan [slachtoffer 9], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

(7.)

op 28 maart 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 9]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, toebehorende aan [slachtoffer 10],

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 10]) heeft weggenomen een radio/cd-speler, toebehorende aan [slachtoffer 11],

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 11]) heeft weggenomen een navigatiesysteem, toebehorende aan [slachtoffer 12],

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 12]) heeft weggenomen een autoradio en een navigatiesysteem en een cd, toebehorende aan [slachtoffer 13],

waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

(8.)

op 5 april 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 13]) heeft weggenomen een zonnebril en een navigatiesysteem en meerdere blikken bier, toebehorende aan [slachtoffer 14],

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 14]) heeft weggenomen een telefoon en een zonnebril en een mapje met cd's en een mes, toebehorende aan [slachtoffer 15],

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 15]) heeft weggenomen een navigatiesysteem en een iPad, toebehorende aan [slachtoffer 16],

waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

(9.)

op 9 april 2014 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 16]) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 17],

- een (personen)auto (kenteken [kenteken 17]) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan[slachtoffer 18],

en zich daarbij telkens de toegang tot deze auto's te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, telkens een ruit van voornoemde auto's heeft ingeslagen/vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf telkens niet is voltooid;

(01/052434-14)

op 5 maart 2014 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto heeft weggenomen een navigatiesysteem (merk: MIO), toebehorende aan [slachtoffer 19], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

De motivering van de beslissing.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden – kort gezegd – een meldplicht bij Novadic-Kentron, een ambulante behandeling bij Novadic-Kentron, ook als dat inhoudt een kortdurende klinische opname van ten hoogste zeven weken ten behoeve van onder meer detoxificatie, meewerken aan urinecontroles, zich houden aan de aanwijzingen van Housing First, begeleiding/behandeling binnen het forensische FACT-team van de GGZ of een soortgelijke instelling, en een tweetal gebiedsverboden, te weten de gebieden ‘Beukenlaan, Spoor, Glaslaan en Kastanjelaan te Eindhoven’, alsmede ‘Orpheuslaan, Van Oldebarneveltlaan, Celebeslaan, Insulindelaan, Fuutlaan, Professor Dorgelolaan, te Eindhoven’.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie (met bijlagen) is als bijlage 2 aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft nadrukkelijk opgemerkt dat alle ten laste gelegde feiten zijn begaan in een periode dat verdachte hevig drugsverslaafd was, in een waas leefde en niet stilstond bij zijn handelen noch het gevolg daarvan. Verdachte is zeer ernstig drugsverslaafd geweest. Na vier jaren abstinent van drugs te zijn gebleven, heeft hij een terugval gehad. Door deze terugval is verdachte alles kwijtgeraakt. Op dit moment heeft verdachte een eigen woning via het traject Housing First van Stichting Neos Begeleid Wonen. Binnen dat traject wordt verdachte begeleid. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis, zoals door de rechtbank ter terechtzitting van 12 augustus 2014 werd bevolen, heeft verdachte helaas wederom een terugval in heroïnegebruik gehad. Hij heeft dat echter wel gemeld aan zijn begeleidster van Novadic-Kentron en de reclassering. Een en ander was (tevens) het gevolg van een rommelige administratie en kennelijke weigering van Novadic-Kentron. Het verzoek van verdachte om begeleiding, opname en medicatie bleef onbeantwoord. Indien verdachte opnieuw gedetineerd zal raken, zal zijn huisvestingstraject door Housing First worden ontbonden en zal verdachte dakloos worden. Dit zou het hulpverleningstraject van de reclassering in ernstige mate belemmeren. Als verdachte dakloos wordt, dan verliest hij zijn begeleiding, krijgt hij geen adequate hulp meer voor zijn verslaving en zal hij onherroepelijk en oncontroleerbaar terugvallen in heroïnegebruik. Hiermee is cliënt noch de maatschappij gebaat.

Gelet op het voorgaande heeft de verdediging verzocht aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis tot heden en voor het overige te volstaan met een (forse) voorwaardelijke straf. Als bijzondere voorwaarde bij het voorwaardelijke deel kunnen onder meer – maar niet uitsluitend – een reclasseringscontact, een verplichting tot klinische behandeling, een gebiedsverbod en het opvolgen van de aanwijzingen van zijn begeleiding in het kader van zijn huisvestingstraject worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in een periode van bijna vijf maanden aan de lopende band auto-inbraken gepleegd en enkele pogingen daartoe gedaan. Dergelijke inbraken veroorzaken ernstige overlast en materiële schade voor de benadeelden. Voorts is ten aanzien van verdachte diefstal gevolgd door bedreiging met geweld bewezen verklaard. Verdachte heeft aldus laten zien dat hij er niet voor terugschrikt om na het plegen van een auto-inbraak een slachtoffer dat voor zijn eigendom opkwam zowel woordelijk als fysiek te bedreigen. Slachtoffers van dergelijke feiten ondervinden daar vaak nog lang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van slachtoffer [slachtoffer 4] blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is.

Uit een Uittreksel Justitiële Documentatie volgt dat de verdachte in het verleden veelvuldig is veroordeeld ter zake van het plegen van strafbare feiten. Dit betreffen met name soortgelijke feiten zoals in deze zaak aan de orde.

Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het adviesrapport van de Reclassering van 10 juli 2014 en het voortgangsverslag toezicht van Novadic-Kentron van 31 oktober 2014. Hieruit volgt dat het recidiverisico bij verdachte, ondanks het feit dat hij in juli 2013 een eerder aan hem opgelegde ISD-maatregel positief heeft afgerond, nog altijd als hoog wordt ingeschat. Na de beëindiging van genoemde maatregel en de begeleiding is het verdachte niet gelukt om een lange tijd abstinent van verdovende middelen te blijven.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden, waarbij niet kan worden volstaan, zoals door de verdediging is bepleit, met een vrijheidsbeneming die gelijk is aan de duur die verdachte op de dag van de uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank neemt daarbij met name in ogenschouw de hoeveelheid jegens verdachte bewezen verklaarde feiten en de aard en ernst van het onder feit 3 bewezen verklaarde.

De rechtbank zal de gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen, enerzijds om de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking te brengen en anderzijds om door invloed uit te oefenen op het gedrag van verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegen te gaan. Daarom zullen aan deze voorwaardelijke straf de in het dictum nader omschreven bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, in navolging van de adviezen van de Reclassering Nederland en Novadic-Kentron.

Het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zal niet ten uitvoer worden gelegd als de verdachte zich gedurende de proeftijd aan de voorwaarden houdt.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

Benadeelde partij [slachtoffer 4] (01/845342-14; feit 3) heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 1.334,85, vermeerderd met de wettelijke rente, bestaande uit € 584,85 voor materiële schade (kort gezegd ontvreemde goederen: autoradio merk Pioneer, iPhone 3G en autolader en montageframe voor navigatiesysteem) en € 750,00 voor immateriële schade.

Benadeelde partij [slachtoffer 7] (01/845342-14; feit 4) heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 155,00, voor materiële schade (kort gezegd sloopruit en ontvreemde goed: TomTom Europe).

Benadeelde partij [slachtoffer 9] (01/845342-14; feit 6) heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 410,13, voor materiële schade (kort gezegd ontvreemd goed: Pioneer autoradio).

Benadeelde partij [slachtoffer 10] (01/845342-14; feit 7) heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 1.327,73, voor materiële schade (kort gezegd schade auto).

Benadeelde partij [slachtoffer 12] (01/845342-14; feit 7) heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 127,49, vermeerderd met de wettelijke rente, voor materiële schade (kort gezegd eigen risico ruitvervanging, opnemen verlofuren en weggenomen goederen: dubbele usb-lader en universele autohouder).

Benadeelde partij[slachtoffer 18] (01/845342-14; feit 9) heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 200,00, voor materiële schade (kort gezegd het niet door de verzekering vergoede deel van de eigen bijdrage, en gemaakte kosten auto zelf ontdoen van glas).

Benadeelde partij [slachtoffer 19] (01/052434-14) heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 581,83 dan wel € 506,83 dan wel € 506,31, vermeerderd met de wettelijke rente, voor materiële schade (kort gezegd ruitschade eigen risico en totale schade).

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de civiele vorderingen zoals verzocht door de verschillende benadeelde partijen, met uitzondering van het deel van de civiele vordering van benadeelde partij [slachtoffer 19] voornoemd dat betrekking heeft op de totale schade (€ 506,31 of € 506,83) ten aanzien van welk deel de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De officier van justitie heeft voorts telkens verzocht om toewijzing van de wettelijke rente, voor zover gevorderd, alsook oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ingevolge het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich voor wat betreft de civiele vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 4], [slachtoffer 7], [slachtoffer 10] en [slachtoffer 12] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ook de civiele vorderingen van de overige benadeelde partijen kunnen (deels) worden toegewezen. In dit kader heeft de verdediging wel verzocht de civiele vordering van benadeelde partij [slachtoffer 9] te matigen, het deel van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 18] dat betrekking heeft op de kosten van het zelf ontdoen van de auto van glas

(€ 50,00) af te wijzen en het deel van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 19] dat betrekking heeft op de totale schade (€ 506,31 of € 506,83) eveneens af te wijzen.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht de civiele vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 4], [slachtoffer 7], [slachtoffer 10] en [slachtoffer 12] (parketnummer 01/845342-14), als voldoende onderbouwd dan wel voldoende aannemelijk geworden en niet weersproken, telkens in het geheel toewijsbaar.

Naar het oordeel van de rechtbank is er telkens sprake van rechtstreeks door de bewezen verklaarde feiten toegebrachte schade.

De rechtbank acht de civiele vorderingen van benadeelde partij [slachtoffer 9] en [slachtoffer 18] (parketnummer 01/845342-14) eveneens geheel voor toewijzing vatbaar. Ook hier acht de rechtbank telkens voldoende aannemelijk geworden dat er sprake is van rechtstreeks door de bewezen verklaarde feiten toegebrachte schade. Ten aanzien van het deel van de civiele vordering van [slachtoffer 18] dat betrekking heeft op de kosten van het ontdoen van de auto van glas, overweegt de rechtbank nog in het bijzonder dat de gevorderde schadevergoeding van € 50,00 haar niet onredelijk hoog voorkomt. Hetgeen door de verdediging ten aanzien van de vorderingen van deze benadeelde partijen overigens is aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.

Ten aanzien van de civiele vordering van benadeelde partij [slachtoffer 19] (parketnummer 01/052434-14) acht de rechtbank toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, het deel van de vordering dat betrekking heeft op de post ruitschade eigen risico (€ 75,00). De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 19] niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering (€ 506,31 of € 506,83), omdat dit deel van de vordering niet is onderbouwd met bewijsstukken en een behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voor zover gevorderd worden de toegewezen schadevergoedingen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte telkens veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte telkens veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor de toegewezen bedragen telkens tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert, voor zover gevorderd vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte telkens meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelden telkens is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 60a, 57, 63, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht. DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

ten aanzien van 01/845342-14, feit 1, feit 6 en 01/052434-14 telkens:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van 01/845342-14, feit 2, feit 4, feit 7 en feit 8 telkens:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

ten aanzien van 01/845342-14 feit 3:

diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van 01/845342-14 feit 5:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van 01/845342-14 feit 9:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

legt op de volgende straf:

gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

beveelt dat de tijd, door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf;

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 8 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte voor het einde van een proeftijd van 2 jaren één of meer van de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd;

stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte

- zich meldt bij Novadic-Kentron aan de Dr. Poletlaan 74-76 te Eindhoven, zolang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de Reclassering Nederland, regio 's-Hertogenbosch, gevestigd Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch;

- zich gedurende de proeftijd ambulant laat behandelen bij Novadic-Kentron in verband met zijn verslavingsproblematiek, waarbij een kortdurende klinische opname van ten hoogste zeven weken ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek kan plaatsvinden binnen het ambulante behandeltraject, voor zover de reclassering dat noodzakelijk acht, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de opname door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- gedurende de proeftijd verplicht meewerkt aan urinecontroles, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen van Housing First van Stichting Neos Begeleid Wonen;

- zich gedurende de proeftijd ambulant laat behandelen binnen het forensische FACT-team van de GGZ of een soortgelijke instelling;

- zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in het gebied ‘Beukenlaan, Spoor, Glaslaan en Kastanjelaan te Eindhoven’, alsmede in het gebied ‘Orpheuslaan, Van Oldebarneveltlaan, Celebeslaan, Insulindelaan, Fuutlaan, Professor Dorgelolaan te Eindhoven’,

waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat, ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen:

[slachtoffer 4], van een bedrag van € 1.334,85 (zegge: duizend driehonderdvierendertig euro en vijfentachtig eurocent), bestaande uit € 584,85 voor materiële schade en € 750,00 voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet opheft;

[slachtoffer 7] van een bedrag van € 155,00 (zegge: honderdvijfenvijftig euro), voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet opheft;

[slachtoffer 9] van een bedrag van € 410,13 (zegge: vierhonderdtien euro en dertien eurocent), voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet opheft;

[slachtoffer 10] van een bedrag van € 1.327,73 (zegge: duizend driehonderdzevenentwintig euro en drieënzeventig eurocent), voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet opheft;

[slachtoffer 12] van een bedrag van € 127,49 (zegge: honderdzevenentwintig euro en negenenveertig eurocent), voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet opheft;

[slachtoffer 18][slachtoffer 18] van een bedrag van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro), voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat dat de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet opheft;

[slachtoffer 19] van een bedrag van € 75,00 (zegge: vijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis, voor materiële schade, met dien verstande dat de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet opheft;

beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen;

wijst de vorderingen van de benadeelde partijen toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan:

[slachtoffer 4], van een bedrag van € 1.334,85 (zegge: duizend driehonderdvierendertig euro en vijfentachtig eurocent), bestaande uit € 584,85 voor materiële schade en € 750,00 voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening;

[slachtoffer 7], van een bedrag van € 155,00 (zegge: honderdvijfenvijftig euro), voor materiële schade;

[slachtoffer 9], van een bedrag van € 410,13 (zegge: vierhonderdtien euro en dertien eurocent), voor materiële schade;

[slachtoffer 10], van een bedrag van € 1.327,73 (zegge: duizend driehonderdzevenentwintig euro en drieënzeventig eurocent), voor materiële schade;

[slachtoffer 12], van een bedrag van € 127,49 (zegge: honderdzevenentwintig euro en negenenveertig eurocent), voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening;

[slachtoffer 18][slachtoffer 18], van een bedrag van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro), voor materiële schade;

[slachtoffer 19], van een bedrag van € 75,00 (zegge: vijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening, voor materiële schade;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 19] in het deel van de vordering dat betrekking heeft op de post totale schade (€ 506,31 of € 506,83) niet-ontvankelijk is;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partijen tot op heden telkens begroot op nihil;

veroordeelt verdachte telkens verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;

bepaalt dat verdachte telkens van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelden is

bevrijd voor zover hij telkens heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H.P.G. Wielders, voorzitter,

mr. E.W. van den Heuvel en mr. S.J.W. Hermans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.M. Weemers, griffier,

en is uitgesproken op 18 november 2014.

Bijlage A – de bewijsmiddelen (verkort en zakelijk weergegeven).

(…)