Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:690

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
14-02-2014
Datum publicatie
14-02-2014
Zaaknummer
KG ZA 14-78
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige perspublicatie.

Door te citeren uit een rapport van de reclassering mbt eiser heeft Omroep Brabant onrechtmatig gehandeld.

Omroep Brabant wordt veroordeeld van haar website en de sociale media de berichten te verwijderen die refereren aan het rapport van de reclassering.

Wetsverwijzingen
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, geldigheid: 2014-02-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2014/85
JBP 2015/46
RAV 2014/47

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/274207 / KG ZA 14-78

Vonnis in kort geding van 14 februari 2014

in de zaak van

[voornaam] [eiser],

wonende te [........],

eiser,

advocaat[advocaat eiser] te [........],

tegen

de stichting

STICHTING REGIONALE OMROEP BRABANT,

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

gedaagde,

advocaat mr. D. [advocaat gedaagde] te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Omroep Brabant genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 3 februari 2014 met producties, genummerd 0 tot en met 5;

  • -

    de brief van mr. [advocaat gedaagde] van 5 februari 2014 met producties, genummerd 1 tot en met 4;

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 7 februari 2014, waar [eiser] zijn eis heeft vermeerderd;

  • -

    de pleitnota van [eiser];

  • -

    de pleitnota van Omroep Brabant.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft zich, als kandidaat-raadslid van de politieke partij Gemeente Belangen [........], verkiesbaar gesteld voor de gemeenteraadsverkiezingen in [........] op 19 maart 2014. Hij staat op nummer 2 van de lijst van voornoemde politieke partij.

2.2.

[eiser] is veroordeeld voor een poging tot carjacking in 2006. Voorts is hij in Duitsland onder invloed van alcohol ingereden op een groep mensen in 2010, waarbij één persoon zwaargewond, en een twee andere personen lichtgewond raakten.

2.3.

Omroep Brabant heeft op haar website www.omroepbrabant.nl onlangs diverse keren over het verleden van [eiser] gepubliceerd, te weten op 13 januari 2014, op 15 januari 2014 en 18 januari 2014, waaronder enkele video- en geluidsfragmenten, met onder meer enkele interviews met [eiser] zelf.

2.4.

Op 23 januari 2014 werd bij Omroep Brabant een blanco envelop in de bus gedaan, met daarin:

-een kennisgeving van 28 juni 2006 van het parket [........] aan de reclassering, waarin zij ervan op de hoogte werd gebracht dat de rechtbank [........] op 2 juni 2006 een voorwaardelijke veroordeling tegen [eiser] had uitgesproken, en dat de voorwaarde was dat [eiser] zich twee jaar lang moest gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, ook als die zouden inhouden dat [eiser] een therapeutische behandeling moest ondergaan (productie 2 Omroep Brabant);

- een rapport van 18 oktober 2006 van de reclassering aan het parket, waarin werd medegedeeld dat [eiser] zich niet aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering had gehouden (productie 3 Omroep Brabant);

- een proces-verbaal van een zitting die op 30 november 2006 bij de rechtbank [........] had plaatsgevonden (productie 4 Omroep Brabant).

2.5.

In het rapport van de reclassering staat onder meer vermeld:

“(…)

Betrokkene kwam op 14-jarige leeftijd voor het eerst met justitie in aanraking. Hij werd meerdere keren veroordeeld wegens diefstallen, inbraak, poging tot diefstal onder bedreiging en aanranding.

(…)

Naar aanleiding van ons onderzoek heeft er tijdens de detentie van betrokkene een intake plaatsgehad met Mevrouw J. [psychologe], psychologe van de GGZ WnB.

Mevrouw [psychologe] laat tijdens een telefonisch onderhoud op 11 september 2006 weten dat er bij betrokkene sprake is van een gebrekkige gewetensontwikkeling. Zij vermoedt dat betrokkene, wanneer hij zich niet laat behandelen, zich kan ontpoppen als een psychopaat. Hij heeft trekken van een antisociale persoonlijkheid en heeft ook narcistische kenmerken. Om haar vermoedens te bevestigen, wilde ze betrokkene laten testen door de psychiater van de GGZ WnB, de heer [psychiater].

Hiertoe werd betrokkene na zijn detentie tot twee maal toe uitgenodigd, hij kwam echter beide keren niet opdagen.

(…)

De behandeling heeft geen aanvang kunnen vinden, omdat betrokkene tot twee keer toe niet kwam opdagen bij de intake bij de GGZ te Halsteren. Gezien zijn persoonlijkheidsproblematiek is een klinische opname wenselijk. Betrokkene heeft aangegeven daaraan niet te willen meewerken. (…)

(…)

Geconcludeerd kan worden dat er inzet is geweest om betrokkene te laten onderzoeken en behandelen voor zijn persoonlijkheidsproblematiek.

Betrokkene heeft echter geen enkele inzet getoond en zich niet gehouden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering.”

2.6.

Omroep Brabant heeft vervolgens andermaal een aantal artikelen over [eiser] op haar website gepubliceerd. Daarnaast heeft Omroep Brabant een aantal video- en geluidsfragmenten gepubliceerd en enkele televisie-items gemaakt en uitgezonden. Zo heeft Omroep Brabant op 25 januari 2014 onder meer als volgt bericht.

“Het in opspraak geraakte kandidaat-raadslid Paul [eiser] uit [........] blijkt nog meer op zijn kerfstok te hebben. Half januari bleek al dat de 25-jarige kandidaat voor GemeenteBelangen een strafblad had, maar nu blijkt dat hij als tiener al veroordeeld is geweest voor diefstallen, inbraak, poging tot diefstal met bedreiging en aanranding. Dat blijkt uit een rapport van de Reclassering dat in handen is van Omroep Brabant (…)”

2.7.

Op 25 januari 2014 heeft Omroep Brabant een bericht gepubliceerd over [eiser] (productie 1 bij de dagvaarding) waarin onder de kop “Psychologisch onderzoek” is vermeld:

Uit het onderzoek dat Omroep Brabant anoniem kreeg toegestuurd, blijkt ook dat [eiser] indertijd psychologisch onderzocht is. Volgens een psychologe is er bij [eiser] sprake van gebrekkige gewetensontwikkeling en vermoedt ze dat hij zich zou kunnen ontpoppen als een psychopaat. “Hij heeft trekken van een antisociale persoonlijkheid en heeft ook narcistische kenmerken.” De psychologe concludeert dat de kans op in herhaling vallen groot is en dat het daarom belangrijk is dat [eiser] zich laat behandelen.

2.8.

Op 25 januari 2014 heeft Omroep Brabant een video op haar website geplaatst waarin uit het onder 2.5 genoemde rapport wordt voorgelezen en dat rapport in beeld wordt gebracht.

2.9.

Bij e-mail- en faxbericht van 28 januari 2014 heeft de advocaat van [eiser] Omroep Brabant gesommeerd om [eiser] vóór dinsdag 28 januari 2014 om 15:00 te berichten dat zij de publicaties over de strafbare feiten die [eiser] in zijn tienerjaren heeft gepleegd alsmede de publicatie terzake het anoniem toegezonden rapport, op het internet heeft verwijderd en verwijderd zal houden en dat Omroep Brabant op generlei wijze deze publicaties dan wel publicaties met een vergelijkbare inhoud openbaar zal maken. Voorts heeft de advocaat van [eiser] Omroep Brabant gesommeerd om vóór dinsdag 28 januari 2014 om 15:00 te bevestigen dat zij smaad(schrift) en laster over [eiser] onmiddellijk zal staken en gestaakt zal houden (productie 4 bij de dagvaarding).

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert in dit geding na vermeerdering van eis –samengevat- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Primair:

Omroep Brabant te verbieden om onder eigen naam, een andere naam, anoniem of via anderen berichten via tekst in het algemeen, links met websites, foto’s, video’s, geluidsfragmenten of op welke wijze dan ook, op het internet te plaatsen of in welke media dan ook, waarin [eiser] beschuldigd wordt van het plegen van strafbare feiten gedurende de tijd dat [eiser] minderjarig was, alsmede waarin zonder toestemming van [eiser] medische informatie naar buiten wordt gebracht;

Omroep Brabant te verbieden om uitlatingen te doen in de media waarbij [eiser] beschuldigd wordt van het plegen van strafbare feiten gedurende de tijd dat [eiser] minderjarig was, alsmede waarbij zonder toestemming van [eiser] medische informatie van [eiser] naar buiten wordt gebracht;

Subsidiair:

Omroep Brabant te verbieden om door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen berichten over [eiser] te plaatsen op internet of door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen uitlatingen over hem te doen in de media.

II. Primair:

Omroep Brabant te verplichten om binnen één werkdag na betekening van dit vonnis:

de berichten te verwijderen en verwijderd te houden waarin wordt gerefereerd aan [eiser] als schuldig zijnde aan het plegen van strafbare feiten, voor zover deze feiten gedurende de jeugd van [eiser] begaan zijn, alsmede de berichten waarin zonder toestemming van [eiser] medische informatie van [eiser] naar buiten is gebracht, en in het bijzonder de zinsnede: “Volgens een psychologe is er bij [eiser] sprake van een gebrekkige gewetensontwikkeling en vermoedt ze dat hij zich zou kunnen ontpoppen tot een psychopaat”, smaad en laster over [eiser] onmiddellijk te staken en gestaakt te houden.

Subsidiair:

Omroep Brabant te veroordelen om door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen berichten over [eiser] te verwijderen en verwijderd te houden van het internet;

III.

Omroep Brabant te veroordelen om aan [eiser] af te geven de rapportage, inclusief gemaakte kopieën hiervan, waaruit Omroep Brabant in de door haar op 24 respectievelijk 25 januari 2014 gepubliceerde artikelen citeert;

IV. Primair:

Omroep Brabant te veroordelen tot het betalen van een dwangsom van € 1.000,00 per dag per geconstateerde overtreding van het onder I. II. en III. bepaalde;

Subsidiair:

Omroep Brabant te veroordelen tot het betalen van een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom per geconstateerde overtreding van het onder I. II. en II. bepaalde;

V.

Omroep Brabant in de proceskosten te veroordelen.

3.2.

[eiser] legt hieraan –kort weergegeven- het volgende ten grondslag.

De door Omroep Brabant gepubliceerde internetpagina’s hebben grotendeels betrekking op strafbare feiten, waarvoor [eiser] tijdens zijn jeugd is veroordeeld. Dergelijke berichten hebben geen nieuwswaarde en er bestaat ook geen noodzaak om deze te publiceren. Door over deze feiten desalniettemin te publiceren handelt Omroep Brabant onrechtmatig jegens [eiser]. [eiser] wordt hierdoor onnodig in zijn eer en goede naam aangetast.

Ook het openbaar maken van een “anoniem toegezonden rapport” van de reclassering casu quo een psycholoog, is onrechtmatig. [eiser] wordt middels de publicatie van dit rapport weggezet als een psychopaat. Omroep Brabant heeft deze artikelen gepubliceerd zonder de waarheid ervan te verifiëren en heeft zich aldus schuldig gemaakt aan smaad.

[eiser] lijdt als gevolg van deze onrechtmatige en onbewezen uitlating aanzienlijke imago- en reputatieschade. [eiser] vreest voor zijn politieke carrière.

Met voornoemde publicaties heeft Omroep Brabant een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op het recht op privacy van [eiser]. [eiser] geniet bescherming op grond van artikel 10 lid 2 EVRM. Omroep Brabant had de belangen van [eiser] bij eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer zwaarder behoren te laten wegen dan de belangen van Omroep Brabant bij haar vrijheid van meningsuiting, dit geldt te meer nu [eiser] zich verkiesbaar heeft gesteld voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Omroep Brabant heeft voorts in strijd gehandeld met het IVRK. Blijkens het IVRK dient de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige verdachte te worden gerespecteerd. Een minderjarige dient vanuit deze gedachte dan ook beschermd te worden tegen openbaarmaking van eventueel contact met justitie.

s

3.3.

Omroep Brabant heeft ten verwere –samengevat- het volgende naar voren gebracht.

Van enig onrechtmatig handelen door [eiser] jegens Omroep Brabant is geen sprake.

Omroep Brabant hoefde niet af te zien van de publicaties waar [eiser] bezwaar tegen maakt. Omroep Brabant mocht het publiek informeren over de strafbare feiten die [eiser] in zijn tienerjaren heeft begaan. Omroep Brabant vond het haar taak om de kiezer erop te wijzen dat [eiser] niet op zijn woorden kon worden geloofd. Nadat het delict uit 2010 in Duitsland bekend was geworden had hij immers stellig beweerd dat alles nu naar buiten was gekomen en dat er verder echt niets was. Daarna bleek dat er nog een uitvoerig jeugdstrafblad was, daarover mocht Omroep Brabant de kiezers informeren.

Omroep Brabant heeft geen medisch dossier openbaar gemaakt. Zij heeft enkel geciteerd uit een rapport van de reclassering. [eiser] betwist de inhoud van het rapport niet. Omroep Brabant mocht van de juistheid van het rapport uitgaan. Zij hoefde de juistheid van het rapport niet te verifiëren.

Dat [eiser] wellicht imagoschade heeft geleden, maakt de publicaties niet onrechtmatig.

Zijn kandidatuur voor de gemeenteraad brengt mee dat [eiser] meer zal moeten dulden aan media-aandacht voor zijn persoon dan iemand die geen publieke functie ambieert.

Ingevolge artikel 10 lid 2 EVRM is een beperking van de vrijheid van meningsuiting alleen geoorloofd als die noodzakelijk is in een democratische samenleving. Van de door [eiser] gevorderde beperkingen kan niet gezegd worden dat die noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of Omroep Brabant had mogen publiceren over de delicten die door [eiser] in zijn jeugd zijn gepleegd en waarvoor hij door de strafrechter is veroordeeld alsmede over de vraag of Omroep Brabant had mogen publiceren over hetgeen stond vermeld in het rapport van de reclassering, zoals Omroep Brabant heeft gedaan op 25 januari 2014.

4.2.

Uitgangspunt is dat toewijzing van de vorderingen, strekkende tot het verwijderen van casu quo tot een verbod op publicatie van berichten over delicten die [eiser] in zijn jeugd heeft begaan, in beginsel een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht van Omroep Brabant op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van Omroep Brabant onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6: 162 BW. Voor het antwoord op de vraag welk recht – het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van eer of goede naam- in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen.

Publicatie van delicten tijdens jeugd

4.3.

Het belang van Omroep Brabant bestaat hieruit dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van [eiser] is gelegen in de bescherming van zijn eer en goede naam. Met Omroep Brabant is de voorzieningenrechter van oordeel dat zijn kandidatuur voor de gemeenteraad meebrengt dat [eiser] meer zal moeten dulden aan media-aandacht voor zijn persoon dan iemand die geen publieke functie ambieert. Van enige noodzaak tot beperking van de vrijheid van meningsuiting in een democratische samenleving in de zin van artikel 10 lid 2 EVRM is dan ook geen sprake. Het tegendeel lijkt eerder het geval. Voorstelbaar is immers dat de democratische samenleving er juist bij gebaat is dat het electoraat geïnformeerd wordt over het strafrechtelijk verleden van de kandidaat op wie zij mogelijk zal stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het enkele feit dat door de betreffende publicaties de eer en goede naam van [eiser] worden aangetast maakt die publicaties nog niet onrechtmatig. [eiser] heeft niet weersproken dat hij gedurende zijn jeugd strafbare feiten heeft gepleegd waarvoor hij inderdaad veroordeeld is, te weten: poging tot carjacking, diefstallen, inbraak, poging tot diefstal met bedreiging en aanranding. De conclusie is dan ook dat de publicaties genoegzaam op de feiten zijn gebaseerd. In zoverre is van onrechtmatige publicaties geen sprake.

4.4.

Volgens [eiser] echter had Omroep Brabant over voornoemde delicten niet mogen publiceren omdat [eiser] deze delicten had begaan gedurende zijn kindertijd en [eiser] op grond van het IVRK bescherming geniet tegen openbaarmaking van contact met justitie gedurende zijn jeugd. Blijkens het IVRK dient immers de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige verdachte te worden gerespecteerd, zo stelt [eiser].

4.5.

Ingevolge artikel 40 lid 2 sub b onder vii) IVRK dient ieder kind dat wordt verdacht van of vervolgd wegens het begaan van een strafbaar feit, tenminste de garantie te hebben dat zijn of haar privéleven volledig wordt geëerbiedigd tijdens alle stadia van het proces. Inmiddels is [eiser] evenwel meerderjarig. Gelet hierop geniet hij niet langer bescherming op grond van het IVRK. Anders dan [eiser] stelt, is in het IVRK geen bepaling opgenomen op grond waarvan [eiser] ook nog na het bereiken van de meerderjarige leeftijd, bescherming geniet met betrekking tot delicten die hij gedurende zijn jeugd heeft begaan. Nu [eiser] volwassen is, behoort hij op de door hem gepleegde delicten te kunnen worden aangesproken. Een en ander klemt des te meer daar [eiser] een politieke functie ambieert. Daarbij komt dat vast staat dat hij, eenmaal meerderjarig, wederom de fout is ingegaan.

4.6.

De voorzieningenrechter concludeert dat de publicatie van artikelen videofragmenten, audiofragmenten en televisie-items door Omroep Brabant over delicten die [eiser] heeft begaan toen hij nog minderjarig was, niet onrechtmatig is. In zoverre zullen de vorderingen onder I en II, dan ook worden afgewezen.

Publicatie over de inhoud van het rapport van de reclassering

4.7.

In de publicaties van Omroep Brabant staat met zoveel woorden vermeld dat sprake is geweest van een psychologisch onderzoek. Daarbij wordt bovendien de indruk gewekt dat een psychologe naar aanleiding van dit psychologisch onderzoek heeft vastgesteld dat bij [eiser] sprake is van een gebrekkige gewetensontwikkeling, dat het vermoeden bestaat dat [eiser] zich kan ontpoppen als psychopaat, dat [eiser] trekken heeft van een antisociale persoonlijkheid alsmede narcistische kenmerken, en dat de kans op recidive groot is zo [eiser] zich niet laat behandelen. Tussen partijen is niet in geschil dat het psychologisch onderzoek waarvan Omroep Brabant gewag maakt in haar publicaties en uitzendingen van 25 januari 2014, nimmer heeft plaatsgevonden. [eiser] heeft aangegeven dat er enkel één intake heeft plaatsgevonden met een psychologe, hetgeen Omroep Brabant niet heeft weersproken. Dat de door Omroep Brabant gepubliceerde “feiten”, niet op enig psychologisch onderzoek zijn gebaseerd, had Omroep Brabant ook behoren te weten. In het rapport van de reclassering staat immers met zoveel woorden vermeld dat het ging om een intake. Bovendien staat in het rapport vermeld dat de psychologe [eiser] had willen laten testen door een psychiater teneinde haar vermoedens te bevestigen maar dat [eiser], daartoe uitgenodigd, tot twee keer toe niet was komen opdagen. Het had voor Omroep Brabant dus duidelijk moeten zijn dat een psychologisch onderzoek nimmer had plaatsgevonden.

4.8.

Door hetgeen in het rapport staat vermeld te publiceren als zijnde feiten, die naar aanleiding van een psychologisch onderzoek door een psychologe zijn vastgesteld terwijl het in feite louter vermoedens waren, handelt Omroep Brabant, gezien het voorgaande, onrechtmatig jegens [eiser]. De stelling van Omroep Brabant dat [eiser] die “feiten” had kunnen ontkrachten door zich daadwerkelijk psychologisch te laten onderzoeken, snijdt geen hout. In zoverre zullen de publicaties dan ook moeten worden verwijderd en liggen de vorderingen onder I en II (gedeeltelijk) voor toewijzing gereed.

4.9.

Ten aanzien van de vordering van [eiser] strekkende tot een veroordeling van Omroep Brabant om de rapportage van de reclassering aan [eiser] af te geven, overweegt de voorzieningenrechter dat [eiser] geen enkele juridische grondslag voor deze vordering heeft aangevoerd en tijdens de mondelinge behandeling op deze vordering ook niet meer is ingegaan. Reeds hierom zal de vordering onder III worden afgewezen.

4.10.

De ter versterking van de onder I en II gevraagde veroordeling gevorderde dwangsom zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat deze zal worden beperkt als na te melden.

4.11.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk is te beschouwen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verbiedt Omroep Brabant om onder eigen naam, een andere naam, anoniem of via anderen, zonder toestemming van [eiser] berichten op internet of in welke media dan ook te plaatsen, die verwijzen naar het rapport van de reclassering van 18 oktober 2006, met uitzondering van de delicten die [eiser] heeft begaan;

5.2.

veroordeelt Omroep Brabant om binnen een week na betekening van dit vonnis van haar website en de sociale media de berichten te verwijderen die refereren aan het rapport van de reclassering van 18 oktober 2006 met uitzondering van hetgeen Omroep Brabant heeft vermeld over de delicten die [eiser] heeft begaan;

5.3.

veroordeelt Omroep Brabant om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 per keer dat [eiser] in overtreding is met de hiervoor onder 5.1. en 5.2. uitgesproken hoofdveroordelingen;

5.4.

bepaalt dat geen dwangsommen zullen worden verbeurd voor zover dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2014.