Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:6899

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
17-11-2014
Datum publicatie
08-12-2014
Zaaknummer
13 _ 5469
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bouwleges. Betreft het veranderen van een biggenstal, voor de bouw waarvan reeds eerder een omgevingsvergunning is verleend. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat geen sprake is van een geringe wijziging van het project, als bedoeld in relevante artikel van de Tarieventabel. Gelet op de omvang van het project zijn de met de aanvraag om een omgevingsvergunning beoogde wijzigingen ingrijpend.

Wetsverwijzingen
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-2944
V-N Vandaag 2014/2546
Belastingblad 2015/75
V-N 2015/15.16.5
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 13/5469

uitspraak van de meervoudige kamer van 17 november 2014 in de zaak tussen

[eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres

(gemachtigde: ing. J.H.F. van den Hombergh),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Heeze-Leende, verweerder

(gemachtigde: mr. L.H.T. Hagebols).

Procesverloop

Verweerder heeft van eiseres ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning bij aanslag met dagtekening 18 juli 2013, met kenmerk [nummer], leges ten bedrage van in totaal € 14.283 geheven.

Bij uitspraak op bezwaar van 21 oktober 2013 ( de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft een nader stuk ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2014. Namens eiseres is verschenen [persoon 1], bijgestaan door de gemachtigde van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak ter zitting geschorst, om partijen in de gelegenheid te stellen tot een compromis te komen.

Bij brieven van 1 september 2014 en 15 september 2014 hebben partijen aan de rechtbank medegedeeld dat zij geen compromis hebben bereikt.

Bij brieven van 6 oktober 2014 en 14 oktober 2014 hebben partijen toestemming gegeven om uitspraak te doen zonder dat een nadere zitting plaatsvindt. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres heeft op 20 maart 2013 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor de activiteiten bouwen en milieu. De aanvraag heeft betrekking op het veranderen van een biggenstal, voor de bouw waarvan reeds eerder een omgevingsvergunning is verleend, op de locatie [adres 1]. Bij besluit van 16 juli 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders (B&W) aan eiseres de omgevingsvergunning verleend.

2. Verweerder heeft bij aanslag met dagtekening 18 juli 2013 voor het in behandeling nemen van de hiervoor genoemde aanvraag en uitgaande van de door verweerder berekende bouwkosten, overeenkomstig artikel 2.3.1.1.1 van de bij de Legesverordening 2013 van de gemeente Heeze-Leende (hierna: de Legesverordening) behorende Tarieventabel, een bedrag van € 14.283 aan bouwleges geheven.

Geschil en beoordeling

3. In geschil is of verweerder terecht de genoemde leges in rekening heeft gebracht.

4. Eiseres heeft aangevoerd dat de Legesverordening onverbindend is, omdat niet kan worden vastgesteld dat de opbrengstlimiet als bedoeld in artikel 229b, eerste lid van de Gemeentewet, niet wordt overschreden. Ter zitting heeft eiseres deze beroepsgrond laten vallen. De rechtbank zal zich hierover dus niet uitlaten.

5. Eiseres heeft verder aangevoerd dat de wijzigingen aan de biggenstal, die met de aangevraagde bouwvergunning zijn beoogd, van ondergeschikte aard zijn. Verweerder had daarom het tarief onder 2.7 van de Tarieventabel bij de legesheffing moeten toepassen in plaats van het tarief onder 2.3.1.1.1 van die tabel.

6. De rechtbank stelt voorop dat in het onderhavige geval sprake is van een nieuwe aanvraag om een omgevingsvergunning. Aan eiseres is weliswaar eerder een bouwvergunning voor de bouw van een biggenstal op de locatie [adres 1] verleend, maar de onderhavige aanvraag is een daarvan te onderscheiden, nieuwe aanvraag om een omgevingsvergunning. Dat eiseres van de reeds eerder aan haar verleende omgevingsvergunning feitelijk geen gebruik heeft gemaakt, doet hieraan niet af. Volgens vaste jurisprudentie kan verweerder voor een nieuwe aanvraag bij de vaststelling van de leges opnieuw uitgaan van de volledige bouwkosten (zie bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad van 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM1239 en de uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 december 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BV7554). De rechtbank stelt vast dat de hoogte van de bouwkosten tussen partijen niet in geschil is. Wel is het door verweerder toegepaste tarief in geschil.

7. In de bij de Legesverordening behorende Tarieventabel is in Hoofdstuk 7, onder 2.7 een apart tarief opgenomen voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project. Eiseres heeft gesteld dat verweerder dit tarief in het onderhavige geval had moeten toepassen, omdat volgens haar met de onderhavige omgevingsvergunning in vergelijking met de reeds eerder aan haar verleende omgevingsvergunning, slechts een geringe wijziging in het bouwplan voor de biggenstal is beoogd. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres verwezen naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS, uitspraak van 9 december 2009, ECLI:NL:ABRS:2009:BK5857). Verweerder heeft, onder verwijzing naar een uitspraak van de ABRvS van 9 juli 2003 (ECLI:NL:ABRS:2003:AH9451) gesteld dat geen sprake is van wijzigingen van ondergeschikte aard, zodat bij de legesheffing terecht van het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, opgenomen onder 2.3.1.1.1 van de Tarieventabel, is uitgegaan. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft verweerder erop gewezen dat de wijzigingen die bij de onderhavige aanvraag om een omgevingsvergunning zijn beoogd, onder meer tot gevolg hebben dat de biggenstal breder en korter wordt, dat als gevolg van de gewijzigde maatvoering de constructie, alsmede de gevel wijzigt en dat de luchtwasser wordt verplaatst. Verweerder concludeert dat de verschijningsvorm in planologisch opzicht verandert en dat de wijzigingen, gelet op de omvang van het bouwplan, als ingrijpend gekwalificeerd moeten worden, zodat niet meer kan worden gesproken van hetzelfde bouwplan.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat geen sprake is van een geringe wijziging van het project, als bedoeld onder 2.7 van de Tarieventabel. Gelet op de omvang van het project zijn de met de aanvraag om een omgevingsvergunning beoogde wijzigingen ingrijpend. Door de beoogde wijzigingen veranderen de bouwmassa en de indeling van de stal. Verweerder heeft ook terecht gesteld dat het beroep op de uitspraak van de ABRvS van 9 december 2009 eiseres niet kan baten, omdat geen sprake is van een vergelijkbaar geval. In het daarin aan de orde zijnde geval waren de wijzigingen gelet op de omvang van het totale, omvangrijke, bouwplan, niet ingrijpend. Van een dergelijke situatie is in het onderhavige geval, zoals hiervoor overwogen, geen sprake. Daaraan doet niet af dat eiseres in de aanvraag om de omgevingsvergunning heeft opgenomen dat het een wijziging ten opzichte van de reeds aan haar verleende vergunning betreft. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder op het in behandeling nemen van de aanvraag van eiseres terecht het legestarief opgenomen onder 2.3.1.1.1 van de Tarieventabel heeft toegepast. De beroepsgrond faalt.

9. Eiseres heeft tot slot betoogd dat de in rekening gebrachte leges niet in verhouding staan tot de handelingen die de medewerkers van de gemeente bij de verlening van de omgevingsvergunning moesten verrichten, zodat deze niet in deze omvang in stand kunnen blijven. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt dit betoog niet. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (zie het arrest van 18 september 1991, ECLI:NL:HR:1991:BH8250) hoeft geen rechtstreeks verband te bestaan tussen de hoogte van de leges en de omvang van de ter zake van gemeentewege verstrekte diensten. Ook hoeft geen verband te bestaan tussen de hoogte van de leges en de voor die dienst door de gemeente gemaakte kosten.

?Voor zover eiseres zich ter zitting op het standpunt heeft gesteld dat zij haar aanvraag had ingetrokken of gewijzigd als zij had geweten dat de wijzigingen niet van ondergeschikte aard waren, overweegt de rechtbank dat de legesverordening in verschillende mogelijkheden voorziet om in zo’n geval de leges te beperken. De rechtbank wijst op de mogelijkheid om een conceptaanvraag in te dienen, de mogelijkheid een aanvraag in te trekken of de mogelijkheid om de verleende omgevingsvergunning in te trekken. Eiseres heeft van deze mogelijkheden geen gebruik gemaakt. Voorts is niet gebleken dat zij zich gedurende de aanvraagprocedure ervan vergewist heeft dat ook B&W de voorgestelde wijzigingen van ondergeschikte aard achtte. Hierin is dan ook geen grond gelegen de leges te beperken.

10. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M. Tadic, voorzitter, en mr. drs. M.M.L. Wijnen en mr. A.J. Kromhout, leden, in aanwezigheid van drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 november 2014.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.