Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:689

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
17-02-2014
Datum publicatie
17-02-2014
Zaaknummer
01/825015-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor poging tot zware mishandeling, zware mishandeling en vernieling in Mierlo, gepleegd op 6 januari 2012. Combinatie van breuken in het aangezicht (operatie) en gebroken neus levert zwaar lichamelijk letsel op (82 Sr). Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en aftrek van voorarrest en een taakstraf van 180 uren. Ook moet schade worden vergoed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825015-12

Datum uitspraak: 17 februari 2014

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1966],

wonende te [adres],

[woonplaats].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 april 2012 en 3 februari 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 maart 2012.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 januari 2012, op of omstreeks 22.00 uur, te Mierlo,

gemeente Geldrop-Mierlo, in elk geval in Nederland, aan een persoon genaamd

[slachtoffer ],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (bestaande uit een of meer breuk(en) in

de (boven)kaak, althans het (aan)gezicht, en/of een gebroken neus

en/of een scheurtje in de oogkas en/of bloedingen aan beide ogen), heeft

toegebracht, door deze opzettelijk

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met gebalde vuist) tegen het

gezicht en/of tegen de/een o(o)r(en), althans het hoofd en/of het lichaam, te

slaan/stompen en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) tegen het

lichaam te schoppen/trappen (terwijl die [slachtoffer ] op de grond lag) en/of

- (onverhoeds) (met kracht) (van achter) bij de keel, althans de hals/nek,

vast te pakken en/of vast te houden en/of

- (met kracht) de duimen onder de/het o(o)g(en) te zetten en/of deze

(vervolgens) (met kracht) omhoog te duwen;

art. 302 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 januari 2012, op of omstreeks 22.00 uur, te Mierlo,

gemeente Geldrop-Mierlo, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer ],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met gebalde vuist) tegen het

gezicht en/of tegen de/een o(o)r(en), althans het hoofd en/of het lichaam, van

genoemde [slachtoffer ] heeft geslagen/gestompt en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) tegen het

lichaam van genoemde [slachtoffer ] heeft geschopt/getrapt (terwijl die [slachtoffer ] op de

grond lag) en/of

- (onverhoeds) (met kracht) genoemde [slachtoffer ] (van achter) bij de keel, althans

de hals/nek, heeft vastgepakt/vastgehouden en/of

- (met kracht) de duimen onder de/het o(o)g(en) van genoemde [slachtoffer ] heeft gezet

en/of deze (vervolgens) (met kracht) omhoog heeft geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art. 45 jo 302 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 januari 2012, op of omstreeks 22.00 uur, te Mierlo,

gemeente Geldrop-Mierlo, in elk geval in Nederland, opzettelijk mishandelend

een persoon (te weten [slachtoffer ]),

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met gebalde vuist) tegen het

gezicht en/of tegen de/een o(o)r(en), althans het hoofd en/of het lichaam,

heeft geslagen/gestompt en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) tegen het

lichaam heeft geschopt/getrapt (terwijl die [slachtoffer ] op de grond lag) en/of

- (onverhoeds) (met kracht) (van achter) bij de keel, althans de hals/nek,

heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of

- (met kracht) de duimen onder de/het o(o)g(en) van genoemde [slachtoffer ] heeft gezet

en/of deze (vervolgens) (met kracht) omhoog heeft geduwd,

tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (bestaande uit een of meer

breuk(en) in de (boven)kaak, althans het (aan)gezicht, en/of een gebroken neus

en/of een scheurtje in de oogkas en/of bloedingen aan beide ogen), althans

enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art. 300 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 06 januari 2012, op of omstreeks 22.30 uur, te Mierlo,

gemeente Geldrop-Mierlo, in elk geval in Nederland, aan een persoon (te weten

[slachtoffer ]), opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel

(bestaande uit een of meer breuk(en) in de (boven)kaak, althans het

(aan)gezicht, en/of een gebroken neus en/of een scheurtje in de oogkas en/of

bloedingen aan beide ogen),

heeft toegebracht,

door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met gebalde vuist) tegen het

gezicht en/of tegen de/een o(o)r(en), althans het hoofd en/of het lichaam, te

slaan/stompen en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) tegen het

lichaam te schoppen/trappen (terwijl die [slachtoffer ] op de grond lag) en/of

- (onverhoeds) (met kracht) (van achter) bij de keel, althans de hals/nek,

vast te pakken en/of vast te houden en/of

- (met kracht) de duimen onder de/het o(o)g(en) te zetten en/of deze

(vervolgens) (met kracht) omhoog te duwen;

(artikel 303 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 januari 2012, op of omstreeks 22.30 uur, te Mierlo,

gemeente Geldrop-Mierlo, in elk geval in Nederland, aan een persoon genaamd

[slachtoffer ],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (bestaande uit een of meer

breuk(en) in de (boven)kaak, althans het (aan)gezicht, en/of een gebroken neus

en/of een scheurtje in de oogkas en/of bloedingen aan beide ogen), heeft

toegebracht, door deze opzettelijk

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met gebalde vuist) tegen het

gezicht en/of tegen de/een o(o)r(en), althans het hoofd en/of het lichaam, te

slaan/stompen en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) tegen het

lichaam te schoppen/trappen (terwijl die [slachtoffer ] op de grond lag) en/of

- (onverhoeds) (met kracht) (van achter) bij de keel, althans de hals/nek,

vast te pakken en/of vast te houden en/of

- (met kracht) de duimen onder de/het o(o)g(en) te zetten en/of deze

(vervolgens) (met kracht) omhoog te duwen;

art. 302 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 januari 2012, op of omstreeks 22.30 uur, te Mierlo,

gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer ], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met gebalde vuist) tegen het

gezicht en/of tegen de/een o(o)r(en), althans het hoofd en/of het lichaam, van

genoemde [slachtoffer ] heeft geslagen/gestompt en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) tegen het

lichaam van genoemde [slachtoffer ] heeft geschopt/getrapt (terwijl die [slachtoffer ] op de

grond lag) en/of

- (onverhoeds) (met kracht) genoemde [slachtoffer ] (van achter) bij de keel, althans

de hals/nek, heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of

- (met kracht) de duimen onder de/het o(o)g(en) van genoemde [slachtoffer ] heeft gezet

en/of deze (vervolgens) (met kracht) omhoog heeft geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art. 45 jo 302 Wetboek van Strafrecht

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 januari 2012, op of omstreeks 22.30 uur, te Mierlo,

gemeente Geldrop-Mierlo, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer ]

[slachtoffer ]),

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met gebalde vuist) tegen het

gezicht en/of tegen de/een o(o)r(en), althans het hoofd en/of het lichaam,

heeft geslagen/gestompt en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) tegen het

lichaam heeft geschopt/getrapt (terwijl die [slachtoffer ] op de grond lag) en/of

- (onverhoeds) (met kracht) (van achter) bij de keel, althans de hals/nek,

heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of

- (met kracht) de duimen onder de/het o(o)g(en) heeft gezet en/of deze

(vervolgens) (met kracht) omhoog heeft geduwd,

tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (bestaande uit een of meer

breuk(en) in de (boven)kaak, althans het (aan)gezicht, en/of een gebroken neus

en/of een scheurtje in de oogkas en/of bloedingen aan beide ogen), althans

enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art. 300 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 06 januari 2012 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, in

elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans één,

ruit(en) (van een (voor)deur), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer ], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

(artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft op grond van de inhoud van het dossier vastgesteld dat aangever na de eerste confrontatie met verdachte nog ‘een praatje heeft gemaakt’ met de glaszetter die bij hem aan het werk was. De rechtbank gaat er daarom van uit dat aangever als gevolg van de eerste confrontatie nog geen zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Evenmin acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit met voorbedachte raad heeft gepleegd. De rechtbank heeft dit oordeel gebaseerd op de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 3 februari 2014, inhoudende dat hij na het eerste geweldsincident naar huis is gegaan en dat hij daarna op zijn weg naar het café werd getriggerd door een opmerking die aangever jegens hem maakte waarna hij aangever weer heeft belaagd. De rechtbank acht op grond daarvan aannemelijk dat er sprake is geweest van een opwelling toen de verdachte voor de tweede maal geweld uitoefende tegen aangever en niet van een doelgerichte actie.

Bewijsoverwegingen.

Met betrekking tot de eerste confrontatie heeft verdachte verklaard dat hij aangever meermalen hard met gebalde vuisten heeft geslagen en dat hij nadien bloed, niet zijnde zijn eigen bloed, op zijn handen had. De getuige [getuige ] heeft verklaard dat verdachte de bewoner ([slachtoffer ]) met zijn vuist op zijn gezicht sloeg en dit meerdere keren zeer hard deed en dat de bewoner daarna neerging, waarna verdachte wegliep. Door dit handelen, te weten het meerdere malen met gebalde vuisten hard tegen het hoofd van het slachtoffer slaan en blijven slaan tot het slachtoffer gewond neerging, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij aangever zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen.

Dat zijn handelen dit gevolg kon hebben is wel gebleken tijdens de tweede confrontatie waarbij verdachte aangever immers wederom met gebalde vuisten meermalen op het hoofd heeft geslagen, waarna het zwaar lichamelijke letsel zich ook daadwerkelijk heeft geopenbaard.

De rechtbank overweegt met betrekking tot feit 2 nog dat de combinatie van breuken in het (aan)gezicht, waaraan verdachte ook is geopereerd, en een gebroken neus zwaar lichamelijk letsel oplevert als bedoeld in artikel 82 Sr.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op 06 januari 2012 omstreeks 22.00 uur te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer ], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet meermalen met kracht met gebalde vuist tegen het hoofd van genoemde [slachtoffer ] heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 06 januari 2012 omstreeks 22.30 uur, te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo,

aan een persoon (te weten [slachtoffer ]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (bestaande uit breuken in het (aan)gezicht en een gebroken neus) heeft toegebracht,

door deze opzettelijk, meermalen met kracht met gebalde vuist tegen het hoofd te slaan/stompen;

3.

op 06 januari 2012 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, opzettelijk en wederrechtelijk twee ruiten van een voordeur, toebehorende aan [slachtoffer ], heeft vernield.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de oplegging gevorderd van een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd ter hoogte van € 3.682,- en dat de vordering van de benadeelde partij tot datzelfde bedrag wordt toegewezen.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is drie keer bij aangever aan de deur geweest om eigen rechter te spelen inzake een langer lopend conflict tussen aangever en de partner van verdachte en haar kinderen. Nadat aangever de dochter zou hebben lastig gevallen is verdachte naar de woning van aangever gegaan en heeft hij, toen hij aangever niet thuis aantrof, de ruiten van de voordeur vernield. Later die avond is verdachte teruggekeerd en heeft hij aangever vele harde klappen gegeven totdat deze gewond naar de grond ging. Toen de verdachte de derde maal in de buurt van de woning was, heeft hij wederom de confrontatie met aangever gezocht en heeft hij hem dusdanig hard geslagen dat aangever breuken in zijn gezicht heeft opgelopen, waarvoor hij zich in het ziekenhuis heeft moeten laten behandelen. Het zeer gewelddadig karakter van de door verdachte gepleegde strafbare feiten laat zien dat verdachte er niet voor terugschrikt om zwaar geweld tegen andere mensen te gebruiken. Uit zijn handelen blijkt dat hij aangever heeft willen afstraffen. Verdachte achtte dat noodzakelijk omdat aangever de kinderen lastig zou vallen en hij hen wilde beschermen. Het oplossen van conflicten in de relationele sfeer met dergelijk geweld is zeer ongewenst en daartegen dient te worden opgetreden en dienen straffen te volgen die mensen ervan weerhouden het recht in eigen hand te nemen. .

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast acht de rechtbank een taakstraf passend.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en de verdachte heeft laten blijken in te zien dat hij fout heeft gehandeld. Volgens de reclassering is er sprake van zelfinzicht en heeft verdachte zijn leven goed op orde.

Daarbij komt dat sinds het tijdstip waarop de door hem gepleegde strafbare feiten hebben plaatsgehad, geruime tijd is verstreken, terwijl verdachte, voor zover nu bekend, in deze periode geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met het aandeel dat aangever in het langer lopende conflict heeft gespeeld.

De rechtbank zal de gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om zeker te stellen dat verdachte niet opnieuw strafbare feiten zal plegen. Het is immers onduidelijk hoe het conflict met aangever zich verder zal ontwikkelen en niet kan worden uitgesloten dat verdachte bij een nieuw probleem onder invloed van alcohol wederom tot een geweldsmisdrijf zal komen.

Het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer ].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, een bedrag van € 1500,- immateriële schadevergoeding en een bedrag van € 356,- materiële schadevergoeding. Het aandeel van benadeelde in het geheel van gebeurtenissen die avond is klein in verhouding tot het tegen hem door verdachte gepleegde geweld, zodat met dat geringe aandeel –voor zover aannemelijk- geen rekening is gehouden bij de bepaling van de hoogte van de schadevergoeding.

De immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van de vordering, te weten 27 september 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de vordering wat betreft de immateriële schade voor het overige afwijzen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 76,00 voor kosten rechtsbijstand.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

De immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van de vordering, te weten 27 september 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 22c, 22d, 27, 36f, 45, 57, 302, 350.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

T.a.v. feit 1 primair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en

overtuigend bewezen.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 subsidiair:

poging tot zware mishandeling

T.a.v. feit 2 primair:

zware mishandeling

T.a.v. feit 3:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

De rechtbank legt op de volgende straffen en de maatregel.

T.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 3:

een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de

proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

T.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 3:

een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis.

T.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 3:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1.856,00 subsidiair 28 dagen hechtenis.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer ] van een bedrag van EUR 1.856,00 (zegge: eenduizend achthonderd zesenvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 1.500,00 immateriële schadevergoeding en EUR 356,00 materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het bedrag van EUR 1.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag van EUR 356,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van indiening van de vordering, zijnde 27 september 2012, tot aan de dag

der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag

en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer ],

van een bedrag van EUR 1.856,00 (zegge: eenduizend achthonderd zesenvijftig euro),

te weten EUR 1.500,00 immateriële schadevergoeding en EUR 356,00 materiële schadevergoeding.

Het bedrag van EUR 1.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag van EUR 356,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van de vordering, zijnde 27 september 2012, tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op EUR 76,00.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Wijst de vordering voor het overige af.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

De rechtbank heft op het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met

ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is met ingang van 20 april 2012

reeds geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.M. Weerkamp, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. M. Senden, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. de Bruijn-van der Sluijs, griffier,

en is uitgesproken op 17 februari 2014.