Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:6786

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-11-2014
Datum publicatie
18-11-2014
Zaaknummer
01/825087-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf omdat veroordeelde een van de bijzondere voorwaarden herhaaldeljk niet heeft nageleefd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825087-12

Uitspraakdatum: 11 november 2014

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Beslissing op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank betreffende veroordeelde:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum]1989,

wonende te[woonplaats,adres],

thans gedetineerd te: PI Limburg Zuid - De Geerhorst.

Het onderzoek van de zaak.

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank van 5 juni 2012 onder bovengenoemd parketnummer is aan de veroordeelde onder meer opgelegd:

gevangenisstraf voor de duur van 33 maanden met aftrek overeenkomstig 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De vordering van de officier van justitie strekt tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf.

De vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van 5 november 2014, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en hetgeen van de zijde van veroordeelde naar voren is gebracht.

De rechtbank heeft ook kennis genomen van het advies van Vincent van Gogh, instelling voor geestelijke gezondheidszorg d.d. 6 oktober 2014, uitgebracht aan de officier van justitie.

Degene die met het verlenen van hulp en steun is belast is behoorlijk opgeroepen, maar niet verschenen. Ter toelichting op het niet verschijnen heeft de rechtbank een brief ontvangen d.d. 16 oktober 2014.

De beoordeling.

Veroordeelde heeft – kort samengevat – ter terechtzitting aangevoerd dat het voor hem moeilijk is om van drugs af te blijven, maar dat hij honderd procent zeker weet dat hij geen drugs meer gaat gebruiken. Tevens heeft veroordeelde aangevoerd dat hij bereid is om mee te werken aan urinecontroles, als het moet vijf keer per week.

Bij vonnis van de rechtbank van 19 augustus 2014 is onder bovengenoemd parketnummer de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf gelast, te weten 31 dagen gevangenisstraf. Voorts heeft de rechtbank toen de bijzondere voorwaarden gewijzigd. Eén van die gewijzigde voorwaarden houdt in dat veroordeelde zich zal onthouden van het gebruik van alcohol en drugs en dat veroordeelde zijn medewerking zal verlenen aan controles daarop.

Uit het advies van Vincent van Gogh, voor geestelijke gezondheidszorg d.d. 6 oktober 2014 blijkt dat veroordeelde, na wijzing van de voorwaarden op 19 augustus 2014, op 4 oktober 2014 per ambulance is overgebracht naar het ziekenhuis na gebruik van GHB. Een week eerder is veroordeelde ook reeds per ambulance overgebracht naar het ziekenhuis na gebruik van paddo’s. Ter terechtzitting heeft veroordeelde dit gebruik van paddo’s en GHB en het daaropvolgende vervoer naar het ziekenhuis ook erkend.

De officier van justitie vordert, na wijziging van de vordering ter zitting, tenuitvoerlegging van het resterende deel van de voorwaardelijk opgelegde straf, te weten gevangenisstraf voor de duur van 149 dagen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam gebleken dat veroordeelde meerdere malen de bijzondere voorwaarde strekkende tot abstinentie van drugs niet heeft nageleefd. Dit terwijl eerder reeds de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de bij vonnis van 5 juni 2012 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf was gelast vanwege overtreding door veroordeelde van de aan die voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden.

Veroordeelde heeft na deze eerdere tenuitvoerlegging een tweede kans gekregen en had alles in het werk moeten stellen om verdere tenuitvoerlegging te voorkomen. Dit heeft veroordeelde niet gedaan. Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn naar het oordeel van de rechtbank niet aanwezig. De stelling van veroordeelde dat hij zich in het vervolg wel aan voorwaarden zal houden acht de rechtbank onvoldoende om van een last tot tenuitvoerlegging af te zien.

De rechtbank is van oordeel dat de in het advies d.d. 6 oktober 2014 geconstateerde overtredingen van de voorwaarden consequenties moeten hebben in de vorm van de tenuitvoerlegging van de (resterende) voorwaardelijke straf. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten. De tijd die verdachte uit hoofde van artikel 14fa van het Wetboek van Strafrecht reeds in detentie heeft doorgebracht dient daarbij geheel in mindering te worden gebracht op de ten uitvoer te leggen gevangenisstraf.

DE BESLISSING

- beveelt de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 149 dagen;

- beveelt dat de vrijheidsbeneming, ondergaan uit hoofde van artikel 14fa van het Wetboek van Strafrecht, geheel in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van voornoemde gevangenisstraf.

Deze beslissing is genomen door:

mr. E.C.P.M. Valckx, voorzitter,

mr. T. van de Woestijne en mr. B. Poelert, leden,

in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,

en is uitgesproken op 11 november 2014.

Mr. B. Poelert is buiten staat deze beslissing (mede) te ondertekenen.