Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:6596

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22-10-2014
Datum publicatie
05-11-2014
Zaaknummer
01/845130-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met een jaar. Indexdelicten: zware mishandeling, poging tot zware mishandeling en tweemaal bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Parketnummer: 01/845130-07

Strafrecht

Parketnummer: 01/845130-07

Uitspraakdatum: 22 oktober 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]1979,

adres [adres,woonplaats],

verblijvende [kliniek]

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 24 september 2008 is betrokkene ter beschikking gesteld, zonder bevel tot verpleging van overheidswege, onder een aantal in dat vonnis genoemde voorwaarden. Op 2 november 2009 heeft de rechtbank bevolen dat betrokkene alsnog van overheidswege verpleegd diende te worden. De terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 26 oktober 2012 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 25 augustus 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 oktober 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van dr. J. Lucieer en drs. U. Kröger, respectievelijk psychiater en hoofd behandeling van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 23 juli 2014. Dr. J. Lucieer is tevens plaatsvervangend hoofd van deze inrichting;

  • -

    het psychiatrisch onderzoek van J.C. Zwemstra, forensisch psychiater d.d. 6 juli 2014;

  • -

    het psychologisch onderzoek van B. van Giessen, klinisch psycholoog d.d. 11 juli 2014;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van zware mishandeling, poging tot zware mishandeling en tweemaal bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van de inrichting d.d. 23 juli 2014 is onder meer het navolgende gesteld:

“4.3 recidiverisico (…)

Recidiverisico in geval van beëindiging toezicht of maatregel.

Wanneer betrokkene met direct ontslag zou gaan, zullen de factoren die nu een

beschermende rol hebben, zoals de structuur, ondersteuning, woonsituatie en het toezicht

wegvallen. Dit zal vrij snel zorgen voor moeilijke, stressvolle situaties voor betrokkene. Zijn copingvaardigheden zullen tekort schieten, waarbij hij niet terug kan vallen op de beschermende factoren binnen de klinische setting. De beperkte copingvaardigheden, impulsiviteit en beperkte sociale en relationele vaardigheden van betrokkene zullen voor ontregeling zorgen. Bij gebruik van middelen zullen de risico’s fors stijgen. Het risico op gewelddadig gedrag op de korte termijn wordt dan ook inschat als matig en op de lange termijn als hoog.

9.5

Specificatie van de noodzaak van verblijf en behandeling in het FPC voor de komende periode. (…)

Indien de tbs-maatregel bij de komende zitting voorwaardelijk zou worden beëindigd, zijn er nog onvoldoende factoren aanwezig die betrokkene kunnen beschermen tegen terugval in delicten. Ook heeft er nog geen toetsing plaatsgevonden hoe hij omgaat met vrijheden. Naar verwachting zat hij nog de nodige problemen tegenkomen bij de opbouw van een pro sociaal leven. Dit geldt niet in de laatste plaats voor het geval dat hij weer een relatie

aangaat en/of (gepland of ongepland) in aanraking komt met verslavende middelen. Op basis van het verloop van de klinische behandeling schat de kliniek in dat het toezicht en de begeleiding die de reclassering (eventueel in samenwerking met de SBWU) hem kan bieden, in deze fase van zijn ontwikkeling, maar ook nog geruime tijd, ontoereikend zijn. Meer op zichzelf aangewezen, is de kans groot dat betrokkene oplopende spanningen niet kan hanteren en terugvalt in middelengebruik en/of onverantwoordelijk, roekeloos en uiteindelijk gewelddadig gedrag. Een transmuraal traject waarborgt een meer flexibele aanpak. Het biedt de mogelijkheid direct in te grijpen en na herstel betrokkene toe te staan zijn vrijheden te hervatten, zo vaak als dit nodig en zinvol wordt geacht. Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging bergt het gevaar in zich dat het resocialisatietraject van betrokkene mislukt, met alle gevolgen van dien voor potentiële slachtoffers en met de negatieve consequentie voor hem dat zijn nog broze positieve ontwikkeling vroegtijdig wordt afgebroken.

9.6

Advies verlenging TBS-maatregel.

Gezien bovenstaande adviseren wij u de tbs met twee jaar te verlengen. Een voortijdig onvoorwaardelijk ontslag uit de tbs brengt voortzetting van de thans nog zeer broze ontwikkelingen in gevaar. Een dergelijk kader is op dit moment niet toereikend om het intensieve, nog lang niet afgesloten leerproces te kunnen begeleiden.”

In voornoemd advies van de psychiater d.d. 6 juli 2014 is onder meer het navolgende

gesteld:

“Ten aanzien van de risico-inschatting (vragen 2a en 2b):

Deze kan op twee manieren plaatsvinden, enerzijds op de klassieke sterk geïndividualiseerde klinische wijze, anderzijds met behulp van gestructureerd risicotaxatie instrumenten (gevalideerde vragenlijsten).

Qua klinische risico-inschatting lijkt de combinatie van situatieve factoren (destijds schulden, spanningen rondom het zien van zijn zoontje, zich getergd voelen doordat de ex op afspraken terugkwam), factoren in de persoonlijkheid (zowel borderline dynamieken als antisociale dynamieken), middelenmisbruik (met name cannabis en alcohol) en tekortschietende coping een rol te hebben gespeeld. Van al deze factoren kan gezegd worden dat die inmiddels duidelijk minder spelen. De situatieve factoren van destijds spelen niet of nauwelijks meer (betrokkene berust bijvoorbeeld in het feit dat er geen contact is met zijn zoontje), het middelenmisbruik lijkt in remissie (onder voorbehoud van nog niet functioneren buiten), de copingvaardigheden lijken door zowel behandeling als leeftijd toegenomen, en de persoonlijkheidsproblematiek lijkt verminderd. Met andere woorden: mits er een overzichtelijke, nieuwe context is lijken recidiverisico’s op klinische gronden sterk verminderd.

Voor de gestructureerde risico-inschatting werd gebruik gemaakt van de HCR-20, een instrument voor de algemene inschatting van geweldrecidive. Betrokkene scoort daarbij behoorlijk hoog op de zwaarwegende historische subschaal, maar zeer laag op zowel de klinische subschaal die het huidige functioneren weerspiegelt als op de toekomst gerichte risicohanteringsubschaal. Daarmee is er een lage tot matige recidiverisico-inschatting op dit instrument, mits de resocialisatie geleidelijk wordt opgebouwd.

Deze beide inschattingswijzen combinerend komen er daarmee lage tot matige risico’s naar voren bij een situatie van een begeleide terugkeer in de maatschappij. Deze risico-inschatting is in lijn met die van de mederapporteur en iets gunstiger dan die van de kliniek.

Ten aanzien van de behandeling en het risicomanagement (vragen 3a en 3b):

Na de moeizame start in de Woenselse Poort en de P.I. is betrokkene in de 2Landenkliniek betrekkelijk snel gestabiliseerd en heeft vrijwel voortdurend actief geparticipeerd in het behandelaanbod. Met een korte, wat moeizame fase ruim een jaar terug is vanaf eind 2013 gestart met verloven. Medio 2014 zal uitbreiding in de zin van onbeperkt verlof worden aangevraagd. Belangrijkste ontregelende factor is de op handen sluiting van de kliniek en de beoogde overplaatsing naar de Van der Hoeven kliniek. Enerzijds leidt dit vaak tot intrekken van verloven op procedurele gronden (wat in geval van betrokkene volkomen improductief zou zijn), anderzijds geeft dit spanningen vanwege het komen in een nieuwe omgeving met nieuwe behandelaren die beslissingen voor en over hem kunnen nemen. Als zoals nu voorzien dit echter een kliniekappartement is en actieve voortgaande resocialisatie is beoogd, hoeft dit echter niet ten koste te gaan van de voortgang van het behandel- en resocialisatieproces.

Enige kanttekening voor ondergetekende is dat de start met begeleide verloven na drieënhalf jaar, bij een man die in eerste instantie tbs met voorwaarden kreeg en waarbij externe rapporteurs adviseren deze tbs voorwaarden niet om te zetten in tbs met verpleging, in een eerder stadium gestart hadden kunnen worden.

Qua risicomanagement lijkt op dit moment de geslotenheid van de kliniek met alleen begeleide verloven te zwaar voor het bovengeschetste risico. Snelle afbouw via kliniek, appartement en onbegeleide verloven lijkt in de rede te liggen om vervolgens toe te werken naar een transmurale woonsituatie.

Ten aanzien van de verlenging van de tbs en de verpleging (vragen 4 en 5):

Gezien de huidige situatie van nog slechts begeleide verloven (t.t.v. de zitting mogelijk recent gestarte onbegeleide verloven), de op handen zijnde overplaatsing naar een nieuwe kliniek, en de stap naar een kliniekappartement lijkt verlenging van de tbs en de verpleging voor de hand te liggen en is noodzakelijk om het bereikte resultaat vast te houden en uit te bouwen. Bij voldoende snelle voortgang van dit proces en voldoende stabiel functioneren van betrokkene bij voortgaande stappen komt feitelijk over een jaar de vraag al aan de orde of behandeling nog steeds plaats dient te vinden in het kader van een tbs met verpleging of dat een voorwaardelijk beëindigde tbs met regie vanuit de reclassering kan volstaan. Om die reden adviseert ondergetekende de maatregel en de verpleging met een jaar te verlengen en over een jaar te toetsen of de voortgang voldoende is om de verpleging te beëindigen of dat het nog steeds nodig is om de verpleging voort te zetten. Het lijkt zinvol voldoende tijdig de reclassering te betrekken in de vorm van forensisch psychiatrisch toezicht. (…)”

In voornoemd advies van de klinisch psycholoog d.d. 11 juli 2014 is onder meer het

navolgende gesteld:

“Conclusie recidivegevaar.

Op grond van de klinische en gestructureerde risicotaxatie kan worden geconcludeerd dat de kans op recidive op korte en middellange termijn laag is. De kans op recidive zal toenemen indien sprake is van een relatie waarbinnen een borderline dynamiek en middelengebruik een rol speelt. (…)

10. Forensisch psychologische beschouwing.

(…) Gezien het lage recidiverisico op korte en middellange termijn, acht ondergetekende het verantwoord dat de vrijheden van betrokkene verder worden uitgebreid. Indien zich geen incidenten voordoen, is een spoedige resocialisatie mogelijk, eerst in de vorm van onbegeleid verlof, vervolgens transmuraal verlof en uiteindelijk zal een voorwaardelijke beëindiging mogelijk zijn. Ondergetekende adviseert thans om de maatregel tbs met verpleging van overheidswege met één jaar te verlengen. Het komende jaar zal moeten uitwijzen of het mogelijk is dat de tbs voorwaardelijk kan worden beëindigd.”

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik kan mij niet vinden in het advies van de kliniek, ik vind één jaar realistisch. Inmiddels heb ik onbegeleid verlof en een dagbesteding, dat gaat goed. Bij bepaalde therapieën heb ik baat gehad. Ik word ouder en ga anders denken over dingen.

De deskundige U. Kröger, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

FPC 2Landen gaat uiterlijk per 1 april 2015 sluiten. Dit zal geen invloed hebben op het verlofkader van betrokkene, dat is gegarandeerd. In mei 2013 hebben een aantal incidenten plaatsgevonden met betrokkene, waardoor de kliniek niet eerder vervolgstappen kon aanvragen, maar snel na de omslag bij betrokkene hebben we doorgepakt. Betrokkene laat tegenwoordig zien wat hij doormaakt, vertoont ander gedrag en een andere behandelingsattitude. Afgelopen september is betrokkenes medicatie gewijzigd. Hij krijgt nu antidepressiva in een lage dosering. Als het goed is, gaat betrokkene in de eerste helft van 2015 over naar de Van der Hoeven kliniek. Daar kan worden bekeken of - na goedkeuring door het Ministerie van Justitie - transmuraal verlof verantwoord wordt geacht. Betrokkene doet enorm goed zijn best en ontwikkelt zich goed. De kliniek stelt voor om dat proces geleidelijk te laten verlopen en adviseert derhalve om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Sinds mei 2013 zijn er geen incidenten meer geweest en stelt betrokkene zich anders op. Hij staat open voor behandeling en zowel de begeleide als de onbegeleide verloven zijn goed verlopen. Ik sluit mij aan bij het advies van de extern deskundigen. Ik verzoek de rechtbank de vordering verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van een jaar toe te wijzen, alsmede om de reclassering voor de volgende zitting een rapport op te laten maken, teneinde te bezien of kan worden overgegaan tot de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Sinds mei vorig jaar gaat het goed, transmuraal verlof komt zelfs ter sprake. Als deze ontwikkeling zich voortzet, is volgend jaar wellicht de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling in zicht. Ik verzoek de rechtbank om het advies van de externe deskundigen te volgen en de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen, alsmede om voor de volgende zitting de reclassering een rapport op te laten maken, teneinde te bezien of dan kan worden overgegaan tot de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige, met uitzondering van het advies over de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling. De rechtbank verenigt zich met het advies van de externe gedragsdeskundigen. Een snelle voortgang van de resocialisatie is denkbaar zodat verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar in de rede ligt.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank hecht er, samen met de officier van justitie en de verdediging, waarde aan dat bij een eventueel volgend verlengingsadvies tevens de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging worden betrokken. Dit rapport dient – indien mogelijk - een plan van aanpak te bevatten omtrent de wijze waarop en duidelijke voorwaarden waaronder de terugkeer van betrokkene in het maatschappelijk verkeer zou dienen te geschieden, alsmede te laten onderzoeken of betrokkene zich kan vinden in die voorwaarden en gemotiveerd is om daaraan mee te werken.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde]ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. E.C.P.M. Valckx en mr. C.P.C. Kuijs, leden,

in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 oktober 2014.

Mr. C.P.C. Kuijs is buiten staat deze beslissing (mede) te ondertekenen.