Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:6389

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
29-10-2014
Datum publicatie
29-10-2014
Zaaknummer
01/845502-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich vier maal heeft schuldig gemaakt aan oplichting. De rechtbank veroordeelt hem hiervoor tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest.

De rechtbank wijst twee vorderingen van benadeelde partijen toe.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van de overige ten laste gelegde feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT


Parketnummer vordering: 16/655993-12 Parketnummer: 01/845502-[verdachte 2]

Strafrecht

Parketnummer: 01/845502-14
Parketnummer vordering: 16/655993-12

Datum uitspraak: 29 oktober 2014

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte 1],

geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum] 1978,

wonende te [adres 1],

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 oktober 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 september 2014.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 15 oktober 2014 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 7 juli 2014 te Oss, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1]heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 14 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 1]gezegd dat hij de (huis)sleutel(s) kwijt was en/of geen portemonnee en/of identiteitskaart bij zich had en/of zijn, verdachtes, moeder telefonisch niet bereikbaar was en/of dat hij vervoer en/of geld nodig had om (met de taxi/bus/trein) naar zijn, verdachtes, ouders/moeder te gaan en/of hij, verdachte, in de buurt woonde, waardoor [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij op of omstreeks 20 mei 2014 te Oss, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2]heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 20 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 2]gezegd dat hij de (huis)sleutel(s) en/of portemonnee had

laten liggen bij [persoon 1]en/of dat hij vervoer en/of geld nodig had om met het openbaar vervoer (met de taxi/bus) naar zijn, verdachtes, ouders/moeder te gaan (in [plaats]) en/of eten/voedsel te kopen, waardoor [slachtoffer 2]werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij op of omstreeks 19 mei 2014 te Oss, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3]heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 50 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij zijn auto in 's-Hertogenbosch had staan en/of geld nodig had om (met de taxi/bus/trein) naar zijn, verdachtes, auto te gaan en of dat hij, verdachte, in de buurt woonde van die [slachtoffer 3], waardoor [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij op of omstreeks 26 juni 2014 te Oss, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4]heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 20 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 4]gezegd dat hij in de buurt, althans in de [adres 6] te Oss, woonde en/of de (huis)sleutel(s) thuis had lagen liggen en/of geen portemonnee en/of identiteitskaart bij zich had en/of dat hij vervoer en/of

geld nodig had om met het openbaar vervoer (met de taxi/bus/trein) naar (zijn, verdachtes, ouders/moeder) in Engelen te gaan en/of naar Engelen moest gaan voor een reservesleutel en/of dat hij het geld diezelfde avond zou terugbetalen, waardoor [slachtoffer 8]werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

hij op of omstreeks 30 juni 2014 te Oss, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5]heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 19 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 5]gezegd dat hij in dezelfde straat woonde en/of de (huis)sleutel(s) kwijt was en/of dat hij vervoer en/of geld nodig had om met het openbaar vervoer (met de taxi/bus/trein) naar zijn, verdachtes, ouders/moeder te gaan (in Engelen) en/of dat zijn moeder in Engelen een reservesleutel heeft en/of dat hij, verdachte, het geldbedrag een dag later zou terugbetalen, waardoor [slachtoffer 5]werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7.

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2014 tot en met 6 juli 2014 te Oss, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 25 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 6] gezegd dat hij een buurman is en/of zijn, verdachtes, vrouw niet thuis was en/of hij de (huis)sleutel(s) kwijt was en/of geen portemonnee bij zich had en/of dat hij vervoer en/of geld nodig had om (met de taxi/bus/trein) naar (een feest) in Engelen te gaan, waardoor [slachtoffer 6]werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

8.

hij op of omstreeks 23 juni 2014 te Oss, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 25 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 7]gezegd dat hij, verdachte, in de buurt woonde, hij de

(huis)sleutel(s) kwijt was en/of zichzelf had uitgesloten en/of portemonnee/geld bij zich had en/of dat hij vervoer en/of geld nodig had om (met de taxi/bus/trein) naar 's-Hertogenbosch te gaan en/of beloofde het geld terug te geven, waardoor [slachtoffer 7]werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 16/655993-12 is aangebracht bij een vordering die bij de strafgriffie is binnengekomen op 17 september 2014. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige kamer in het arrondissement Midden Nederland d.d. 26 maart 2013. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Bron.

Een dossier met registratienummer PL2100-2014065975 van politie Eenheid Oost-Brabant, afgesloten d.d. 12 augustus 2014, aantal doorgenummerde bladzijden 115.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangiften en de bekennende verklaring van verdachte. Het onder feit 5 en feit 8 ten laste gelegde acht de officier van justitie door middel van een schakelbewijsconstructie met voornoemde feiten wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie acht het onder feit 7 ten laste gelegde niet bewezen en vordert voor dat feit vrijspraak. Als gevolg van een foutieve nummering bevat de tenlastelegging geen feit 4. Er zijn zeven feiten tenlastegelegd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft primair geconcludeerd tot vrijspraak van het onder feit 1, feit 2, feit 3, feit 5, feit 6, feit 7 en feit 8 ten laste gelegde. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat deze feiten gelet op de omstandigheden niet als oplichting gekwalificeerd kunnen worden.

Subsidiair heeft de raadsman bewezenverklaring van feit 1, feit 2, feit 3 en feit 6 bepleit en vrijspraak van feit 5, feit 7 en feit 8 omdat verdachte deze feiten niet bekent en schakelbewijs niet toepasbaar is omdat verdachte zegt dat er nog een persoon is op wie het signalement toepasbaar is en die zich van hetzelfde verhaal bediend zou kunnen hebben omdat hij weleens meeging met verdachte.

Het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3 en feit 6.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis, wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bijlage A (pag. 14 tot en met 17) bij dit vonnis en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot de feiten waarop deze in het bijzonder betrekking hebben.

Nadere bewijsoverweging: is er sprake van oplichting?

De verdediging heeft aangevoerd dat deze feiten gelet op de omstandigheden niet als oplichting gekwalificeerd kunnen worden. Dit standpunt wordt door de verdediging als volgt onderbouwd. In alle gevallen ging het om een voor de aangevers volslagen onbekend persoon, die bij hen aan de deur kwam en de suggestie wekte dat hij geld nodig had en vervolgens van deze mensen geld heeft gekregen. De verdediging wijst in dit verband op de noot van[naam] bij de uitspraak van de Hoge Raad van 15 oktober 2013 (NJ 2014/13) en stelt - zakelijk weergegeven - dat niet gezegd kan worden dat een dergelijke verhaal dermate vertrouwenwekkend is, dat het begrijpelijk is dat iemand, gelet op het gezonde wantrouwen dat men geacht wordt in het maatschappelijk verkeer aan de dag te leggen, daarin trapt en geld geeft.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt.

Voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat een aangever door een samenweefsel van verdichtsels werd bewogen tot afgifte van een goed als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de onware mededelingen in hun onderlinge samenhang, de mate waarin de in het algemeen maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid degene tot wie de mededelingen zijn verricht aanleiding had moeten geven de onwaarheid te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen en de persoonlijkheid van het slachtoffer.

Verdachte heeft diverse leugens verteld, telkens met de bedoeling om de aangevers te bewegen tot afgifte van geld. De rechtbank beziet deze leugens in hun onderlinge samenhang. Verdachte wekte bij de aangevers vertrouwen door zich voor te doen als iemand die bij hen in de buurt woonde, terwijl dit niet het geval was. Ook wekte hij vertrouwen door bij aangevers niet meteen aan te sturen op het geven van geld, maar eerst te vragen of de aangevers hem weg wilden brengen naar Engelen. De leugens hadden gemeen dat hij geld nodig had voor openbaar vervoer (om zijn huissleutel bij zijn moeder in Engelen te gaan halen), terwijl het geld in werkelijkheid bedoeld was en gebruikt werd voor het kopen van drugs. Met deze leugens heeft verdachte ingespeeld op het gevoel en de goedheid van de aangevers en hen bewogen tot de afgifte van de geldbedragen. Verdachte heeft zelf verklaard dat het gewoon een vieze smoes was, dat het niet waar was wat hij allemaal zei en dat het een babbeltruc was om mensen op te lichten.

De rechtbank is van oordeel dat de in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid niet in de weg staat aan het oordeel dat het samenweefsel van verdichtsels van verdachte, geschikt was om de aangevers tot afgifte van geld te bewegen en dat uit de aangiften ook blijkt dat het dit samenweefsel van verdichtsels was, dat hen hiertoe bewoog.

Gelet op de in de bijlage uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 6 ten laste gelegde oplichtingen heeft begaan zoals bewezen is verklaard.

Ten aanzien van feit 5 en feit 8.

De rechtbank stelt vast dat bij feit 5 en feit 8 sprake is geweest van een overeenkomstige werkwijze als bij de onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 6 ten laste gelegde oplichtingen is gebruikt. Bij de simultane fotobewijsconfrontatie wees aangever [slachtoffer 7]echter een ander dan verdachte als pleger van de oplichting aan en het door beide aangevers (van feit 5 en feit 8) genoemde signalement komt niet overeen met dat van verdachte. Bovendien heeft verdachte deze feiten in tegenstelling tot de feiten 1, 2, 3 en 6 ontkend en aangegeven dat deze feiten kunnen zijn gepleegd door één van zijn huisgenoten. Deze huisgenoot lijkt namelijk op hem en heeft de door verdachte gebruikte werkwijze van verdachte geleerd. Deze verklaring van verdachte wordt door de bewijsmiddelen niet weerlegd en is voorts niet onaannemelijk. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank uit de inhoud van het procesdossier niet de overtuiging bekomen dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer 4]en [slachtoffer 7] heeft opgelicht.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte van het onder feit 5 en feit 8 ten laste gelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feit 7.
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat in het procesdossier onvoldoende wettig bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte in de periode van 3 juli 2014 tot en met 6 juli 2014 in Oss [slachtoffer 6] heeft opgelicht. Immers heeft verdachte dit feit ontkent en bevat het procesdossier enkel een aangifte van [slachtoffer 6]waaruit een andere modus operandi blijkt dan verdachte bekent te hebben gebruikt bij het plegen van de onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 6 ten laste gelegde oplichtingen, zodat niet gesteld kan worden dat sprake is van een op essentiële punten overeenkomstige werkwijze.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte van het onder feit 7 ten laste gelegde vrijspreken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op 7 juli 2014 te Oss, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1]heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, 14 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 9] gezegd dat hij de huissleutels kwijt was en geen portemonnee en identiteitskaart bij zich had en dat hij vervoer en/of geld nodig had om met de bus/trein naar zijn, verdachtes, moeder te gaan en hij, verdachte, in de buurt woonde, waardoor [slachtoffer 1]werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

op 20 mei 2014 te Oss, met het oogmerk om wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2]heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, 20 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat hij de huissleutels en portemonnee had laten liggen bij [persoon 1]en dat hij geld nodig had om met het openbaar vervoer naar zijn, verdachtes, moeder te gaan in Engelen en eten te kopen, waardoor [slachtoffer 10] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.
op 19 mei 2014 te Oss, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, 50 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij zijn auto in 's-Hertogenbosch had staan en geld nodig had om met de trein te gaan en dat hij, verdachte, in de buurt woonde van die [slachtoffer 3], waardoor [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.
op 30 juni 2014 te Oss, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, 19 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid - tegen die [slachtoffer 5]gezegd dat hij in dezelfde straat woonde en de huissleutels kwijt was en dat hij geld nodig had om met het openbaar vervoer naar zijn, verdachtes, moeder te gaan in Engelen en dat zijn moeder in Engelen een reservesleutel heeft, waardoor [slachtoffer 5]werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregelen.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert voor het onder het onder feit 1, feit 2, feit 3, feit 5, feit 6 en feit 8 ten laste gelegde een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Ook vordert hij tenuitvoerlegging van het restant van de eerder onder parketnummer 16/655993-12 voorwaardelijk aan verdachte opgelegde gevangenisstraf van 120 dagen.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft een voorwaardelijk strafdeel bepleit. Voorts stelt zij voor om de vordering tenuitvoerlegging voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel te gebruiken.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim anderhalve maand viermaal schuldig gemaakt aan oplichting. Hij heeft de slachtoffers geraffineerd voorgelogen om de aankoop van drugs te bekostigen. De verdachte heeft het vertrouwen van de slachtoffers zo beschaamd dat deze mensen anderen in de toekomst minder snel te hulp zullen schieten. Gelet hierop heeft dergelijk gedrag van verdachte een voor de samenleving ontwrichtend karakter. Dit rekent de rechtbank verdachte zeer aan.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie is de verdachte eerder meerdere malen onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie en de rechtbank van oordeel is dat de straf die zij zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 4]en [slachtoffer 7].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert gehele toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft over de door de benadeelde partijen gevorderde schade geen opmerkingen gemaakt.

Beoordeling.

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van de feiten waarop de vorderingen van de benadeelde partijen betrekking hebben. De rechtbank zal, nu de vorderingen niet worden toegewezen, de benadeelde partijen veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 5]en [slachtoffer 2].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert gehele toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen de gevorderde schade hebben schade geleden.

Beoordeling.
De rechtbank stelt vast dat door de bewezen verklaarde feiten door de benadeelde partijen rechtstreeks schade is geleden, voor welke schade verdachte jegens genoemde slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De verdediging heeft dit niet betwist.

Deze vorderingen kunnen derhalve geheel worden toegewezen tot een bedrag van € 19,- (aan [slachtoffer 5]) en € 20,- (aan [slachtoffer 2]).

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 16/655993-12.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging van het restant van de bij vonnis van de meervoudige kamer in het arrondissement Midden Nederland d.d. 26 maart 2013 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf (van 120 dagen) gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 60a en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 5, feit 7, feit 8:

Vrijspraak

De rechtbank verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder feit 5, feit 7 en feit 8 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3 en feit 6: oplichting

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregelen.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 6:

Gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

T.a.v. feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 20,00 subsidiair 1 dag hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]van een bedrag van € 20,- (zegge: twintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij[benadeelde partij], van een bedrag van € 20,- (zegge: twintig euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 6:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 19,00 subsidiair 1 dag hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer[slachtoffer 5] van een bedrag van € 19,- (zegge: negentien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], van een bedrag van € 19,- (zegge: negentien euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 5:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 4]in de vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 8:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 7] in de vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Last tot tenuitvoerlegging van het restant van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de Meervoudige Kamer in het arrondissement Midden Nederland d.d. 26 maart 2013, gewezen onder parketnummer 16/655993-12, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. E.C.P.M. Valckx en mr. H.F. van Kregten, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. Boerboom, griffier,

en is uitgesproken op 29 oktober 2014.

Mr. H.F. van Kregten is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Bijlage A.

De bewijsmiddelen.

(Voor zover hierna wordt verwezen naar een paginanummer betreft dit het einddossier, tenzij anders is vermeld)

T.a.v. feit 1.

Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 1]op 7 juli 2014 [p. 38-39]:

Ik doe aangifte van oplichting. Doordat de verdachte gebruik maakte van een samenweefsel van verdichtsels, werd ik bewogen tot afgifte van geld. Als ik zou hebben geweten, dat de verdachte gebruik maakte van een samenweefsel van verdichtsels, dan zou ik niet tot afgifte zijn overgegaan. De oplichting vond als volgt plaats.
Ik woon samen met mijn vrouw op de [adres 2]in Oss. Op maandag 07 juli 2014 was ik bezig met het schoonmaken van mijn caravan op de straat recht voor mijn huis. Op 14 juli 2014 (de rechtbank leest 7 juli) omstreeks 14:00 uur werd ik bij mijn caravan aangesproken door een man. Hij had de fiets aan zijn hand. Ik hoorde dat deze man mij aansprak met mijn eigen achternaam, meneer [slachtoffer 1]. Ik hoorde dat de man tegen mij zei: "Ken je me nog? Ik ben van de Turkse familie die daar woont. Ik woon zelf daar ook." Op het moment dat hij dit zei zag ik dat hij naar de "oude" watertoren wees, de Turkse moskee. Verder hoorde ik dat hij tegen mij vertelde dat hij deze morgen naar zijn werk was gegaan. Daarbij was hij zijn sleutels kwijt geraakt. Hij zei dat hij helemaal niks bij zich had. Ik hoorde dat hij zei dat hij geen portemonnee en geen identiteitskaart bij zich had. Deze lagen allemaal thuis op de keukentafel. Hij had wel een mobiele telefoon bij zich. Ik hoorde dat hij tegen mij vertelde dat hij zijn moeder had gebeld. Zijn moeder zou in Engelen wonen en zij had een reservesleutel van zijn woning. Ik hoorde dat hij een paar keer aan mij vroeg of ik hem naar Engelen wilde brengen. Ik heb hem toen gezegd dat ik daar geen tijd voor had. Ik hoorde dat hij toen tegen mij zei dat de trein en bus precies 9,85 euro kostte. Ik heb toen tegen hem gezegd dat hij van mij geld zou krijgen om de bus en trein te kunnen betalen. Ik heb hem toen 14,00 euro gegeven. Ik heb tegen hem gezegd dat ik de 14 euro weer terug wilde hebben. Ik hoorde dat de man toen tegen mij zei dat hij het geld diezelfde dag 's middags of 's avonds weer terug zou brengen. Op het moment dat ik deze man het geld gaf en hij het net in zijn broekzak wilde stoppen zag ik dat de politie hem aansprak. Als ik had geweten dat deze man mij een verhaal vertelde dat niet waar was, had ik het geld nooit gegeven.

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 oktober 2014:
Ik ben op 7 juli 2014 bij meneer [slachtoffer 1] langsgegaan. Toen ik werd aangehouden, had ik het bedrag van € 14,- ook nog op zak. Ik vertelde steeds dat ik mijn sleutels kwijt was, vroeg om mij naar Engelen te brengen en zei dan wat de trein en bus kosten. De mensen gaven mij dan zelf geld. Het is gewoon een vieze smoes. Het was niet waar wat ik allemaal zei.

De verklaring van verdachte afgelegd op 7 juli 2014 [p. 41, 43]:
Ik was vandaag bij een mijnheer. Ik was ergens in Oss in de buurt van Brabant Wonen. Die mijnheer was buiten aan zijn caravan bezig. Ik vroeg aan hem of hij mij naar Engelen kon brengen. Die man zei dat het niet ging of in ieder geval moeilijk. Ik vertelde hem toen dat alles in mijn woning lag, mijn paspoort en pinpas en dat ik mijn sleutels kwijt was. Ik deed hem geloven dat ik bij hem in de buurt woonde. Ik zei dat ik achter hem woonde. Ik zei hem dat mijn reserve sleutels in Engelen lagen. Ik vroeg hem dus of hij mij even naar Engelen kon brengen. Die man bood mij toen aan om geld voor te schieten zodat ik met de trein kon. Hij zei dat het later dan wel goed zou komen met het geld. Ik zei dat is goed en ik kreeg toen 14 euro van die man. Ik ben toen gegaan en toen werd ik aangehouden door de politie.

Die veertien euro uit mijn fouillering zijn de veertien euro's die ik van die man heb gekregen.

Ten aanzien van feit 2.

Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 2]op 8 juli 2014 p. [49-50]:
Ik doe aangifte van oplichting. Op dinsdag 20 mei 2014, omstreeks 19:00 uur kwam er een vreemde man bij mij aan de deur. Ik woon aan de [adres 3]te Oss. De man vertelde mij dat hij twee deuren verderop moest zijn. Daar zou de heer [persoon 1] wonen. [persoon 1] zou op dat moment niet thuis zijn. Omdat ik zelf ook weet dat [persoon 1] daar woont vertrouwde ik het verhaal van de man. De man vertelde dat hij zijn sleutels bij [persoon 1] binnen had laten liggen en dat zijn portemonnee daar ook binnen lag. Hij vroeg mij dus of hij geld kon lenen om met het openbare vervoer naar zijn moeder te gaan die in Engelen zou wonen. Ik geloofde het verhaal en gaf de man 10 euro. Hij zei dat hij ook nog niks had gegeten en dat hij misschien wat meer geld kon krijgen zodat hij onderweg wat te eten kon kopen. Ik vond het verhaal zo zielig dat ik hem 20 euro heb meegegeven. Hij vertelde mij dat hij diezelfde avond het geld nog terug zou betalen. Ik geloofde hem helemaal. Ik heb die man nooit meer gezien.

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 oktober 2014:

Ik ben op 20 mei 2014 bij de [adres 3]te Oss aan de deur geweest. Ik heb gezegd dat ik de buurman van een paar deuren verder was. Toen me gevraagd werd of ik [persoon 1] was, heb ik daarop ‘ja’ geantwoord om te zorgen dat hij sneller geld zou afgeven. Het klopt dat ik naast geld voor vervoer een paar euro extra vroeg om te eten. Ik heb gezegd dat ik mijn sleutels kwijt was en mijn spullen binnen had liggen en heb vervolgens gevraagd of hij me naar Engelen kon brengen om een sleutel bij mijn (schoon)moeder te halen.

De verklaring van verdachte afgelegd op 8 juli 2014 [p. 52]

Het klopt dat ik het ben geweest en heb gezegd dat ik geld nodig had om naar Engelen te gaan om mijn sleutels bij mijn moeder op te halen en dat ik het geld terug zou betalen. Ik heb dat gedaan om aan geld te komen. Ik heb die aangever middels mijn verhalen opgelicht en bewogen tot afgifte van 20 euro.

Ten aanzien van feit 3.

Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 3], wonende op de [adres 4]te Oss op 19 mei 2014 [p. 54]:
Op maandag 19 mei 2014, tussen 12.00 uur en 13.00 uur, werd er aangebeld bij mijn woning. Ik opende de voordeur en zag een man voor de deur staan. Deze man vertelde mij dat hij een kennis van de overburen was. De man kwam bij mij geloofwaardig over. Hij vertelde mij ook dat hij zijn auto in Den Bosch had staan en geen geld had voor de trein. Ik heb de man toen 50 euro gegeven. Ik had verder geen kleingeld.

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 oktober 2014:

Ik heb op 19 mei 2014 te Oss in strijd met de waarheid tegen meneer [slachtoffer 3] gezegd dat ik in de buurt woonde, mijn auto in ’s-Hertogenbosch had staan en geld nodig had om met de trein te gaan waardoor meneer [slachtoffer 3] werd bewogen tot de afgifte van € 50,-.

De verklaring van verdachte afgelegd op 8 juli 2014 [p. 60]:
Ja, ik ken die man die op de [adres 4]te Oss woont. Ik heb bij hem aangebeld en ik vroeg aan hem of hij mij naar Engelen kon brengen, omdat ik daar mijn sleutels op moest halen. Maar dat was een smoesje. Ik vertelde hem ook dat ik bij hem in de buurt woonde, maar dat is niet zo. Ik vroeg hem om mij naar Den Bosch te brengen maar die man zei dat hij gedronken had en dat ging dus niet. Ik zei dat ik geen geld voor de trein had. Die man stelde mij voor om 50 euro te geven. Hij wilde eigenlijk minder geven maar had geen los geld. Hij gaf mij 50 euro. Ik heb die man niet gedwongen hij deed het uit zichzelf. Het enige wat ik doe is een smoes vertellen en dan krijg ik geld.

Ten aanzien van feit 6.

Het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 5]op 27 juni 2014 [p. 75]:
Ik doe aangifte van oplichting. Doordat de verdachte gebruik maakte van een samenweefsel van verdichtsels, werd ik bewogen tot afgifte van geld. Als ik zou hebben geweten, dat de verdachte gebruik maakte van een samenweefsel van verdichtsels, dan zou ik niet tot afgifte zijn overgegaan. Op maandag 30 juni 2014 omstreeks 21.30 uur, bevond ik mij op de [adres 5] in Oss. Ik hoorde de bel van de voordeur gaan en zag een man bij de voordeur staan. Ik hoorde de man zeggen dat hij bij mij in de straat woonde op kamers. Hij gaf aan dat hij net van zijn werk af kwam en dat hij zijn huissleutel kwijt was. Ik hoorde de man zeggen dat zijn moeder, die in Engelen woont, ook in het bezit was van zijn huissleutel. Hij vroeg mij of ik wat geld had voor openbaar vervoer. Vervolgens heb ik de man 19 euro gegeven. Ik hoorde de man zeggen dat hij het bedrag één dag later zou terugbrengen. Dit heeft hij natuurlijk niet meer gedaan. Nadat de man het geld ontving is hij met de fiets vertrokken.

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 oktober 2014:

Ik ben op 30 juni 2014 te Oss bij mevrouw [slachtoffer 5]aan de deur geweest. Ik heb toen met zo’n zelfde verhaal, dat in strijd met de waarheid was, € 19,- gekregen.

Ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3 en feit 6.

De verklaring van verdachte afgelegd op 7 juli 2014 [p. 41, 43]:
Oplichting is dat ik met een smoesje mensen geld afhandig maak. Ik verzin een verhaal dat ik mijn huissleutels kwijt ben en die moet ophalen. Ik vraag of ze me weg willen brengen. Dat willen ze niet en dan vraag ik of ze geld hebben voor een treinkaartje en ik zeg dat alles in huis ligt, mijn pinpas en mijn identiteit. Als ze mij geld geven dan zeg ik wel dat ik het terugbetaal. Ik zeg ook dat ik in de buurt woon. Ja, ik denk dat ik de laatste twee weken weer begonnen ben met oplichten. Ik noem wat ik doe de babbel-truc om mensen op te lichten. Ik heb dit vandaag niet eerder gedaan, maar afgelopen weken wel.

De verklaring van verdachte afgelegd op 8 juli 2014 [p. 52]

Om aan geld te komen gebruik ik meestal het verhaal dat ik naar Engelen moet om daar te zijn om sleutels op te halen bij mijn moeder. Ik vraag dan of ze mij daar naar toe willen brengen.

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 oktober 2014:

Ik regelde geld en ging van dat geld drugs kopen.