Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:6324

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-10-2014
Datum publicatie
24-10-2014
Zaaknummer
3184608 MU VERZ 14-2866
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Mulder [beroep beschikking CJIB ongegrond - onderliggend feit: overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom’ gepleegd te Eindhovenseweg N69 in Aalst in de gemeente Waalre.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Afdeling Strafrecht, Mulderzaken

locatie Kanton Eindhoven

Zaaknummer : 3184608 MU VERZ 14-2866
3184633 MU VERZ 14-2867

CJIB-nummer : 174387162
174382664

CVOM-nummer : CC1545
CC1187

Beslissing d.d. 2 oktober 2014

inzake

[betrokkene],
gevestigd te [plaats], [adres],

hierna te noemen: betrokkene,

[gemachtigde].

De procedure

Op de in het openbaar gehouden zitting van 2 oktober 2014 is mr. T.J.M. Kolfschoten, kantonrechter, bijgestaan door L.M.W. Reijrink als griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling van het beroep dat door de gemachtigde is ingesteld tegen de beslissingen van de officier van justitie met bovengenoemde CJIB-nummers.

Het beroep is gericht tegen de beslissingen van de officier van justitie op het administratieve beroep dat door betrokkene is ingesteld tegen de beschikkingen met de hierboven vermelde CJIB-nummers. In beide gevallen betreft het beschikkingen terzake de gedraging ‘overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom’ gepleegd te Eindhovenseweg N69 in Aalst in de gemeente Waalre, met een bestelbusje voorzien van het Belgische kenteken [kenteken].

Namens de officier van justitie is de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie verschenen. Betrokkene en de gemachtigde zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De gemachtigde heeft beroep ingesteld en daartoe aangevoerd hetgeen is vermeld in het beroepschrift, dat zich bij de stukken van het geding bevindt.

De vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ten aanzien van bovengenoemde CJIB-nummers ongegrond te verklaren.

De gemachtigde is tijdig in beroep gegaan. Voor de betaling van de sancties en de administratiekosten is zekerheid gesteld. Betrokkene is derhalve ontvankelijk in haar beroep.

De overweging

Gelet op de stukken in het dossier, alsmede gelet op het gegeven dat de gemachtigde niet betwist dat de snelheidsovertredingen in bovengenoemde zaken zijn begaan, is naar de overtuiging van de kantonrechter vast komen te staan dat de gedragingen zijn verricht. Derhalve dient de kantonrechter alleen nog te beoordelen of er desondanks redenen zijn om de sancties achterwege te laten dan wel om de bedragen van de opgelegde sancties te matigen.

De omstandigheid dat de gemachtigde ten tijde van de gedragingen voor haar werk op weg was naar een plaats waar explosieven opgeslagen lagen, geeft daar naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding toe. Er is immers niet gebleken dat het in dat kader noodzakelijk was om de snelheidsovertredingen te begaan.

De gemachtigde heeft verder aangevoerd dat op de ontvangstbevestiging een onjuist kenteken vermeld stond. Nu dat niet gebleken is, ziet de kantonrechter ook hierin geen aanleiding om de opgelegde sancties te matigen.

De kantonrechter overweegt verder dat de maximumsnelheid ten tijde van de gedraging duidelijk is aangegeven door middel van H-1 borden (bebouwde kom). De gemachtigde had derhalve kunnen weten dat de geldende maximumsnelheid op de in de beschikking genoemde plaats 50 km/h bedroeg. De omstandigheid dat de gemachtigde de borden misschien niet heeft gezien en daardoor niet wist dat de geldende maximumsnelheid 50 km/h bedroeg, levert naar het oordeel van de kantonrechter evenmin aanleiding op om de opgelegde sancties te matigen. Op iedere weggebruiker rust immers de plicht te allen tijde tijdig de voor hem of haar geldende verkeerstekens op te merken en daaraan te voldoen. Dat de gemachtigde daarin tekortgeschoten is, dient naar het oordeel van de kantonrechter voor haar eigen rekening en risico te blijven.

De kantonrechter overweegt tot slot dat er omstreeks april 2013 in de media veel aandacht is geweest voor de vele sancties die zijn opgelegd naar aanleiding van snelheidsovertredingen op de Eindhovenseweg N69 in Aalst. In de media is uitgebreid aan bod gekomen dat de ‘bonnenregen’ het gevolg is van het vervangen van de analoge flitspalen door digitale flitspalen, die continu aanstaan en snelheidsovertredingen registreren.

Het vorenstaande in aanmerking genomen, is de kantonrechter van oordeel dat de gemachtigde had kunnen weten dat er ten tijde van de gedragingen permanente snelheidscontroles plaatsvonden op de in de beschikking genoemde plaats. Dat de gemachtigde er dan nog voor kiest om te hard te rijden, is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook een omstandigheid die voor haar eigen rekening en risico behoort te blijven. De kantonrechter ziet derhalve geen aanleiding om de opgelegde sancties, die betrekking hebben op de CJIB-nummers 174387162 en 174382664 te matigen. De kantonrechter zal de beroepschriften die op voornoemde CJIB-nummers betrekking hebben daarom ongegrond verklaren.

De beslissing

De kantonrechter:

verklaart het beroep ten aanzien van CJIB-nummer 174387162 en CJIB-nummer 174382664 ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. T.J.M. Kolfschoten, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 oktober 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

VERZONDEN D.D.:

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen 6 weken vanaf bovengenoemde datum van toezending hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, doch alleen indien:

  1. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 70,00 bedraagt (artikel 14, eerste lid Wahv), of

  2. het beroep niet ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld of omdat de kantonrechter ten onrechte niet heeft geoordeeld dat de indiener wat dat betreft redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest (artikel 14, tweede lid Wahv).

Het beroepschrift moet tijdig worden ingediend bij de rechtbank Oost-Brabant, team strafrecht, afdeling kanton (Postbus 70584, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch) en bevat tenminste uw naam en adres, een dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep. Het beroepschrift dient voorts door u of door uw gemachtigde (indien van toepassing) te zijn ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift om een zitting wordt gevraagd om uw standpunt mondeling toe te lichten.