Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:6323

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-10-2014
Datum publicatie
24-10-2014
Zaaknummer
2920162 MU VERZ14-1714
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Mulder [beroep beschikkingen CJIB, beroep gedeeltelijke gegrond, sanctie gematigd tot nihil, restitutie gestelde zekerheid. Beroep tweede zaak ongegrond]

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2014/274
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Afdeling Strafrecht, Mulderzaken

locatie Kanton Eindhoven

Zaaknummers : 2920162 MU VERZ 14-1714
2729978 MU VERZ 14-397
2956575 MU VERZ 14-1926

CJIB-nummers : 167276600
168022080
170031883

CVOM-nummers : AP8279
AV9445
BC8898

Beslissing d.d. 2 oktober 2014

inzake

[betrokkene],

geboren op [1947],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen: betrokkene.

De procedure

Op de in het openbaar gehouden zitting van 2 oktober 2014 is mr. T.J.M. Kolfschoten, kantonrechter, bijgestaan door L.M.W. Reijrink als griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling van de beroepschriften die door de betrokkene zijn ingesteld tegen de beslissingen van de officier van justitie met bovengenoemde CJIB-nummers.

De beroepschriften zijn gericht tegen de beslissingen van de officier van justitie op de administratieve beroepschriften die door betrokkene zijn ingesteld tegen de beschikkingen met de hierboven vermelde CJIB-nummers. In alle gevallen betreft het beschikkingen terzake de gedraging ‘overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom’ gepleegd te Eindhovenseweg N69 in Aalst in de gemeente Waalre, met een personenauto voorzien van het kenteken [kenteken].

Betrokkene is ter zitting verschenen. Namens de officier van justitie is de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie verschenen.

Betrokkene heeft beroep ingesteld en daartoe aangevoerd hetgeen is vermeld in de beroepschriften, die zich bij de stukken van het geding bevinden.

De vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie heeft de kantonrechter verzocht om de beroepen ongegrond te verklaren.

Betrokkene is in de zaken met bovengenoemde CJIB-nummers tijdig in beroep gegaan. Voor de betaling van de sancties en de administratiekosten is zekerheid gesteld. Betrokkene is derhalve ontvankelijk in de zaken met bovengenoemde CJIB-nummers.

De overweging

Gelet op de stukken in het dossier, alsmede gelet op het gegeven dat betrokkene niet betwist dat hij de snelheidsovertredingen in bovengenoemde zaken heeft begaan, is naar de overtuiging van de kantonrechter vast komen te staan dat de gedragingen zijn verricht. Derhalve dient de kantonrechter alleen nog te beoordelen of er desondanks redenen zijn om de sancties achterwege te laten dan wel om de bedragen van de opgelegde sancties te matigen.

Betrokkene heeft in de beroepschriften aangevoerd dat op de in de beschikking genoemde plaats flitspalen stonden, die enkel roodlichtovertredingen registreerden. Later hebben deze flitspalen volgens betrokkene een extra functie gekregen, namelijk het registreren van snelheidsovertredingen. Nu deze wijziging niet is aangekondigd, is er volgens betrokkene sprake van misleiding, waardoor de sancties met bovengenoemde CJIB-nummers niet in stand kunnen blijven. Naar aanleiding van dit verweer oordeelt de kantonrechter als volgt.

Naar aanleiding van verschillende zittingen in april en mei 2014 heeft de officier van justitie op verzoek van de kantonrechter nadere gegevens in het geding gebracht. Uit die gegevens blijkt onder andere dat op de kruising van de Eindhovenseweg met de Voorbeeklaan en de Burgemeester Mollaan al jaren analoge flitspalen waren geplaatst die snelheid- en roodlichtovertredingen registreerden. Medio 2012 zijn deze flitspalen echter vervangen door digitale flitspalen. Deze digitale flitspalen staan continu aan waar de analoge palen maar sporadisch aanstonden.

Dat de flitspalen vervangen zijn door digitale flitspalen die continu aanstaan en of dat wel of niet duidelijk is gecommuniceerd, levert naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding op om de sancties te vernietigen of te matigen. Weggebruikers dienen zich immers te allen tijde aan de maximumsnelheid te houden. Ook indien dat niet gecontroleerd wordt. Daar komt nog bij dat de overheid niet verplicht is om aan te geven dat flitsapparatuur vervangen wordt. Dat de overheid dit soms wel doet, maakt dat niet anders.

De kantonrechter overweegt verder dat de maximumsnelheid ter plaatse duidelijk is aangegeven door middel van H-1 borden (bebouwde kom). Betrokkene had derhalve kunnen weten dat de geldende maximumsnelheid op de in de beschikking genoemde plaats 50 km/h bedroeg. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om de eerste opgelegde sanctie (167276600) te matigen.

Ondanks het vorenstaande ziet de kantonrechter wel aanleiding om de sanctie met CJIB-nummer 168022080 te matigen. De kantonrechter overweegt hiertoe als volgt.

Naar het oordeel van de kantonrechter dient een bestuurder de gelegenheid geboden te worden om zijn rijgedrag aan te passen, indien hij zich niet bewust was van het feit dat hij een snelheidsovertreding heeft begaan daar hij niet van de geldende maximumsnelheid op de hoogte was. In de zaak met de CJIB-nummer 168022080 is die gelegenheid niet geboden. Op het moment dat betrokkene deze snelheidsovertreding heeft begaan, was hij immers nog niet op de hoogte gesteld van de eerste snelheidsovertreding. Daarvan is betrokkene pas bij beschikking van 6 december 2012 op de hoogte gesteld.

Nu betrokkene na de eerste overtreding niet de gelegenheid is geboden om zijn rijgedrag aan te passen, ziet de kantonrechter voldoende aanleiding de sanctie met CJIB-nummer 168022080 te matigen tot nihil. De kantonrechter zal het beroep ten aanzien van dat CJIB-nummer dan ook gedeeltelijk gegrond verklaren.

Het beroep ten aanzien van CJIB-nummer 170031883 zal de kantonrechter ongegrond verklaren. Op het moment dat betrokkene deze snelheidsovertreding heeft begaan, was hij immers al van de eerste sanctie op de hoogte en had hij dus kunnen weten dat hij zijn snelheid ter plaatse aan moest passen. Dat hij dat heeft nagelaten, is naar het oordeel van de kantonrechter een omstandigheid die voor zijn eigen rekening en risico komt.

De beslissing

De kantonrechter:

verklaart het beroep ten aanzien van CJIB-nummer 168022080 gedeeltelijk gegrond en wijzigt de bestreden beslissing, alsmede die waarbij de sanctie werd opgelegd in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot nihil;

bepaalt dat hetgeen door betrokkene tot zekerheid is gesteld ten aanzien van CJIB-nummer 168022080 door de officier van justitie aan hem wordt gerestitueerd;

verklaart het beroep ten aanzien van het CJIB-nummer 167276600 en het beroep ten aanzien van CJIB-nummer 170031883 ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. T.J.M. Kolfschoten, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 oktober 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

VERZONDEN D.D.:

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen 6 weken vanaf bovengenoemde datum van toezending hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, doch alleen indien:

  1. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 70,00 bedraagt (artikel 14, eerste lid Wahv), of

  2. het beroep niet ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld of omdat de kantonrechter ten onrechte niet heeft geoordeeld dat de indiener wat dat betreft redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest (artikel 14, tweede lid Wahv).

Het beroepschrift moet tijdig worden ingediend bij de rechtbank Oost-Brabant, team strafrecht, afdeling kanton (Postbus 70584, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch) en bevat tenminste uw naam en adres, een dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep. Het beroepschrift dient voorts door u of door uw gemachtigde (indien van toepassing) te zijn ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift om een zitting wordt gevraagd om uw standpunt mondeling toe te lichten.