Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:6093

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
20-10-2014
Datum publicatie
20-10-2014
Zaaknummer
01/825211-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling en dwangverpleging met een jaar. Indexdelict: poging tot doodslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825211-06

Uitspraakdatum: 20 oktober 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1978],

verblijvende in de [kliniek],

daadwerkelijk verblijvende in een socio-woning van [instelling 1].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 5 september 2006 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van

9 oktober 2012, met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 12 augustus 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 oktober 2014.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman, mr. M.H.A.J. Slaats, gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van mw. drs. M.G.P. Janssen, locatiemanager zorg en plaatsvervangend hoofd van de inrichting, mw. drs. E.I.R. Bloemers, GZ-psycholoog, hoofd behandeling, en mw. drs. C. van Beuzekom, psychiater, d.d. 10 juli 2014;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van de terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van -onder meer- poging tot doodslag, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

De [terbeschikkinggestelde] verblijft thans bijna zeven jaar binnen de [kliniek]. Hij heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Vanaf de zomer 2010 verblijft de [terbeschikkinggestelde] op [instelling 1], een transmurale voorziening, waar zijn vrijheden gefaseerd zijn uitgebreid. In januari 2013 verhuist hij naar [instelling 2], een open afdeling op het terrein van GGZ-Centraal met 24-uurs zorg. Vanwege organisatorische redenen verblijft de [terbeschikkinggestelde] sinds maart 2014 in een socio-woning van [instelling 1]. Hiermee zet hij een eerste stap richting resocialisatie. Ten behoeve van het risicomanagement is adequaat medicatiebeleid, onthouding van drugs en alcohol, een gestructureerd dagprogramma en contactaanbod nodig, waarbij tevens rekening gehouden dient te worden met het feit dat de [terbeschikkinggestelde] snel het overzicht verliest. De inschatting is dat inhoudelijke inzet voor persoonlijke ontwikkeling van de [terbeschikkinggestelde] een overschatting van zijn huidige capaciteiten betekent. Het ziekte-inzicht en probleembesef blijven beperkt; de [terbeschikkinggestelde] heeft de neiging zichzelf te overschatten. Wanneer bij hem de stress toeneemt, verliest hij snel het overzicht en heeft hij ondersteuning en begeleiding nodig. Ondanks het gebruik van anti-psychotische medicatie, blijft de [terbeschikkinggestelde] last houden van psychotische verschijnselen. Wat betreft de risico’s zal derhalve vooral de nadruk liggen op de externe structuur om delictgerelateerd gedrag te kunnen voorkomen. Komende periode zal toegewerkt worden naar een beschermde woonvorm, [instelling 3]. De verwachting is dat de [terbeschikkinggestelde] daar in de zomer/najaar 2014 naartoe zal verhuizen. Gezien het belang van de geleidelijke overgang en de fasering in de opbouw van contacten met de begeleiding aldaar, is het van belang dat het transmurale behandelingsteam de [terbeschikkinggestelde] komend jaar kan begeleiden. Wanneer de overgang zonder problemen verloopt, kan onderzocht worden of het verantwoord is om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen. Veranderingen in het vigerend risicomanagement hebben onzes inziens invloed op het risico van terugval in gewelddadig gedrag. Bij het huidige verblijf -sociowoning met onbegeleide verloven- wordt deze kans als laag ingeschat, zonder het kader van de maatregel van de terbeschikkingstelling wordt het risico op termijn ingeschat als hoog. (..) Wij adviseren u de terbeschikkingstelling te verlengen met de termijn van één jaar.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik woon sinds maart 2014 in een socio-woning in [plaats] en dat gaat heel goed. Ik heb een dagbesteding (fietsen repareren) en ga naar vrienden toe. Ik mag mij ook buiten het terrein begeven. De onbegeleide verloven verlopen ook goed. Ik krijg mijn medicatie per dagdeel verstrekt. Ik wil ook in de toekomst graag begeleid blijven wonen. Ik heb af en toe contact met mijn ouders. Ik denk dat ik het zonder TBS-kader op meerdere punten niet ga redden en zal altijd begeleiding nodig blijven houden. Persoonlijk zie ik geen meerwaarde in TBS, het liefst zou ik vrijwillig geholpen willen worden.

De deskundige E.I.R. Bloemers, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Er is op dit moment nog geen plek bij [instelling 3], maar er is mij toegezegd dat die plek er wel gaat komen in de loop van dit jaar. Als de overgang van de socio-woning, waar betrokkene nu verblijft, naar [instelling 3] goed verloopt, dan kan er volgend jaar gekeken worden of de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd kan worden. [instelling 3] is een begeleide woongroep, waar elke bewoner een eigen kamer heeft, maar waar ook veel gezamenlijk wordt gedaan. Wij zullen zelf een half jaar voor de volgende zitting contact zoeken met de reclassering om te kijken of de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd en onder welke voorwaarden. Er zal bij een blijvende positieve ontwikkeling een rapport door de reclassering worden opgesteld. De overgang naar [instelling 3] moet zonder al te veel stress verlopen en dat kan alleen maar met onze hulp binnen een TBS-kader met dwangverpleging. Het is in dit stadium te vroeg om reeds de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen. Eerdere overgangen zijn inderdaad goed verlopen, maar er is ook telkens veel begeleiding bij geweest. Betrokkene kan sneller geplaatst worden bij [instelling 3] vanuit het huidige kader. Indien hij op de reguliere wachtlijst komt te staan, zijn we nog een jaar verder.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de door mij gedane vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar. Het is jammer dat de terbeschikkinggestelde nog niet geplaatst is bij [instelling 3], maar dat gaat op korte termijn dus gebeuren.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik wil de rechtbank verzoeken de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar, onder aanhouding van de beslissing met betrekking tot het al dan niet verlengen van de dwangverpleging voor een periode van drie maanden. De reclassering kan aldus een maatregelrapport opstellen in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Er is thans geen reëel gevaar voor herhaling van delicten vergelijkbaar aan de indexdelicten.

De officier van justitie voert kortgezegd aan:

Ik heb de deskundige op zitting horen zeggen dat het in dit stadium reeds beëindigen van de dwangverpleging nog te vroeg is. De overgang naar [instelling 3] moet goed verlopen en dat kan alleen in dit dwingende kader en met alle waarborgen die daarbij horen.

De terbeschikkinggestelde voert kort en zakelijk weergegeven aan:

Ik wil graag naar [instelling 3] toe, of dat nu met dwangverpleging is of onder voorwaarden.

Dat maakt voor mij persoonlijk eigenlijk helemaal niets uit.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat gelet op het hiervoor weergegeven advies van de inrichting nog steeds een reëel gevaar op herhaling van het indexdelict aanwezig is. De rechtbank acht het in dit stadium prematuur om de beslissing omtrent het al dan niet verlengen van de dwangverpleging voor drie maanden aan te houden voor het laten opmaken van een maatregelrapport door de reclassering. De overplaatsing van de terbeschikkinggestelde naar [instelling 3] moet nog gaan plaatsvinden en de rechtbank is -in navolging van het advies van de deskundige, zoals hiervoor weergegeven- van oordeel dat deze overplaatsing met alle waarborgen omkleed dient te zijn.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. P.A. Buijs, voorzitter,

mr. M. Senden en mr. C.J. Sangers-de Jong, leden,

in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 oktober 2014.