Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:6043

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
15-10-2014
Datum publicatie
15-10-2014
Zaaknummer
SHE 14/3540
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Evenementenvergunning. Voorlopige voorziening. Geluidsoverlast. Nota “Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg 1996

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is, gezien de thans beschikbare gegevens en de door partijen over en weer ingenomen standpunten, het bestreden besluit rechtmatig. Verweerder heeft onderkend dat het evenement, in het bijzonder voor verzoeker, geluidsoverlast veroorzaakt en heeft om die reden daarover aan de vergunning voorschriften en voorwaarden verbonden waarbij hij aansluiting heeft gezocht bij de nota. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder bij de beoordeling of sprake is van onaanvaardbare geluidsoverlast niet mocht uitgaan van de in de nota genoemde geluidsnormen. Verweerder heeft aan de hand van die nota en de afstand tussen de boxen in de tent en de woning van verzoeker vastgesteld dat met het vergunde bronniveau van maximaal 110 dB(A) de te verwachten geluidsbelasting op de gevel van de woning van verzoeker ongeveer 65 dB(A) is. Weliswaar heeft verzoeker gewezen op de vele geluidsmomenten en op de omstandigheid dat zijn echtgenote slechts fluisterend kan spreken. Maar vastgesteld moet worden dat verweerder binnen de in de nota genoemde geluidsnormen is gebleven, zodat, mede gezien ook de omstandigheid dat het gebruik van de geluidsinstallatie niet in de nachtperiode plaatsvindt, voorshands geen grond bestaat voor de conclusie dat de geluidsoverlast onaanvaardbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 14/3540

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 oktober 2014 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,

en

de burgemeester en wethouders van de gemeente Haaren, verweerder

(gemachtigde: mr. G.M.H. Martens).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Rafael Nederland, vergunninghouder, te Capelle aan de IJssel, gemachtigden: A. van den Brink en P. de Bruin-Booij.

Procesverloop

Bij besluit van 30 september 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan Rafael Nederland (Rafael) een vergunning verleend voor het houden van het Christelijk Jongerenweekend U-Turn, op 17, 18 en 19 oktober 2014 op het terrein van Bezinningscentrum Emmaus, aan de Udenhoutseweg 15 in Helvoirt.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat het bestreden besluit wordt geschorst.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2014, waar verzoeker is verschenen tezamen met zijn echtgenote en waar verweerder en vergunninghouder zich hebben laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1.

De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Het evenement waarvoor vergunning is verleend vindt plaats op 17, 18 en 19 oktober 2014 op het terrein van Bezinningscentrum Emmaus in Helvoirt. Op 16 oktober 2014 is er een soundcheck. Het evenement vindt onder meer plaats in een tent (20 x 25 meter met daaraan gekoppeld een entreetent van 5 x 5 meter). De tent wordt geplaatst op het grasveld rechts naast de oprijlaan van het Bezinningscentrum. Het aantal te verwachten bezoekers is 250. De activiteiten bestaan uit live-muziek, kerkdiensten en activiteiten.

Verzoeker woont aan [adres]; tegenover het Bezinningscentrum.

De vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Haaren 2013. Aan de vergunning zijn voorschriften en voorwaarden verbonden. Met betrekking tot geluid gelden de volgende voorwaarden:

Vergunninghouder heeft toestemming voor het gebruik van een geluidsinstallatie voor toespraken en het ten gehore brengen van muziek op het terrein van het evenement op:

donderdag 16 oktober 2014

soundcheck: van 15.00 tot 18.00 uur en van 19.00 tot 21.00 uur

vrijdag 17 oktober 2014

soundcheck: van 10.00 tot 12.00 uur

oefenen band: van 13.00 tot 16.00 uur en van 19.00 tot 19.45 uur

kerkdienst en uitleg: van 20.00 tot 21.30 uur

zaterdag 18 oktober 2014

oefenen band: van 8.45 tot 9.15 uur, van 14.00 tot 16.30 uur en van 19.15 tot 19.45 uur

kerkdienst en uitleg: van 9.30 tot 12.00 uur en van 20.00 tot 22.30 uur

zondag 19 oktober 2014
oefenen band: van 9.00 tot 9.30 uur en van 13.45 tot 14.15 uur

kerkdienst en uitleg: van 9.30 tot 10.30 uur en van 14.30 tot 16.15 uur

De maximum geluidsnorm wordt beperkt tot maximaal 100 dB(A) (110 dB(A) bronniveau) en 113 dB(C) gemeten 1 meter voor de box. Voor de tijden dat de band oefent moet het geluid 10 dB(A) lager zijn, dus 90 dB(A) en 103 dB(C) gemeten 1 meter voor de box.

In het bestreden besluit heeft verweerder voor de vraag of de geconstateerde geluidsbelasting aanvaardbaar is aansluiting gezocht bij de nota “Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg 1996 (de nota), omdat verweerder over dit onderwerp geen beleid heeft vastgesteld. De nota neemt het geluidsniveau in de geluidsgevoelige binnenruimte als uitgangspunt. Daarnaast gaat de nota uit van een gevelisolatie van 20 á 25 dB(A). Als maximale gevelbelasting hanteert de nota als norm in de dag- en avondperiode 70 á 75 dB(A). De nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) is in onderhavig geval niet relevant omdat er na 22.30 uur geen mechanisch versterkte muziek meer wordt aangevraagd en vergund. Dit houdt in dat de normering volledig gebaseerd wordt op hinder/spraakverstaanbaarheid en niet op basis van slaapverstoring.

Verweerder heeft in het bestreden besluit verder uiteengezet dat in de onderhavige situatie de geluidsinstallatie op donderdag tot maximaal 21.00 uur, op zondag tot maximaal 16.15 uur en op vrijdag en zaterdag – zijnde de dagen waarop een vrije dag volgt – tot respectievelijk 21.30 uur en maximaal 22.30 uur wordt gebruikt. Dit betekent volgens verweerder dat getoetst kan worden aan de dag- en avondperiode genoemd in de nota en aan maximaal 70 á 75 dB(A) op de gevel van geluidsgevoelige ruimten. Verweerder geeft aan dat met het vergunde bronniveau van maximaal 110dB(A) de te verwachten geluidsbelasting op de gevel van de dichtstbijzijnde woning ongeveer 65dB(A) is. Deze woning ligt op een afstand van ongeveer 70 meter tot de boxen in de tent.

2.

Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3.

Verzoeker stelt buitengewoon veel overlast te ondervinden van de geluidsterkte die bij het evenement wordt gehanteerd. Verzoeker wijst erop dat verweerder niet of onvoldoende heeft onderzocht of er alternatieven aanwezig zijn om tot een aanvaardbare oplossing te komen ter beperking van de geluidsoverlast, terwijl er ook vorig jaar bedenkingen tegen het evenement bestonden en er in het verleden ook overleg is geweest met Rafael om tot een compromis te komen. Hoewel er al eerder bezwaren bestonden tegen de verlening van een evenementenvergunning voor dit evenement, is het aantal geluidmomenten dat voor overlast zorgt groter dan vorig jaar en wijkt ook het toegestane geluidniveau niet af van het niveau toegestaan in de evenementenvergunning van 2013, aldus verzoeker. Verzoeker vraagt zich af of de tent wel noodzakelijk is, nu de animo voor dit soort evenementen volgens Rafael tanende is en de deelnemers vorig jaar konden worden gehuisvest in het Emmausgebouw. Verzoeker wijst erop dat dat achter het Emmausgebouw meer dan voldoende ruimte is om de tent te plaatsen, waardoor de geluidsoverlast drastisch beperkt zal worden. Verzoeker benadrukt dat een bezinningscentrum een contemplatieve omgeving is en niet een plek voor overlast.

4.

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is, gezien de thans beschikbare gegevens en de door partijen over en weer ingenomen standpunten, het bestreden besluit rechtmatig. Verweerder heeft onderkend dat het evenement, in het bijzonder voor verzoeker, geluidsoverlast veroorzaakt en heeft om die reden daarover aan de vergunning voorschriften en voorwaarden verbonden waarbij hij aansluiting heeft gezocht bij de nota. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder bij de beoordeling of sprake is van onaanvaardbare geluidsoverlast niet mocht uitgaan van de in de nota genoemde geluidsnormen. Verweerder heeft aan de hand van die nota en de afstand tussen de boxen in de tent en de woning van verzoeker vastgesteld dat met het vergunde bronniveau van maximaal 110 dB(A) de te verwachten geluidsbelasting op de gevel van de woning van verzoeker ongeveer 65 dB(A) is. Weliswaar heeft verzoeker gewezen op de vele geluidsmomenten en op de omstandigheid dat zijn echtgenote slechts fluisterend kan spreken. Maar vastgesteld moet worden dat verweerder binnen de in de nota genoemde geluidsnormen is gebleven, zodat, mede gezien ook de omstandigheid dat het gebruik van de geluidsinstallatie niet in de nachtperiode plaatsvindt, voorshands geen grond bestaat voor de conclusie dat de geluidsoverlast onaanvaardbaar is. Hoewel alleszins voorstelbaar is dat wordt gekozen voor een locatie op het terrein waar zo min mogelijk sprake is van (geluids)overlast, moet worden vastgesteld dat Rafael, zoals ter zitting toegelicht, de door verzoeker voorgestelde alternatieven, te weten dat het evenement en meer in het bijzonder het houden van de kerkdiensten en het spelen van muziek door de band, niet in de tent maar in het Emmausgebouw plaatsvindt dan wel dat de tent aan de andere kant van het Emmausgebouw wordt geplaatst, heeft onderzocht maar dat die alternatieven niet voldoen. Volgens Rafael is het Emmausgebouw zelf te klein gebleken en zou het plaatsen van de tent aan de andere kant van het Emmausgebouw overlast voor anderen met zich brengen. Tot slot bestaat in hetgeen verzoeker heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat verweerder heeft gehandeld in strijd met het verbod op vooringenomenheid. Van het klakkeloos verlenen van een vergunning is geen sprake.

5.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Manie, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2014.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.