Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:5484

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
23-09-2014
Datum publicatie
23-09-2014
Zaaknummer
C/01/280890 / KG ZA 14-421
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

843a Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/280890 / KG ZA 14-421

Vonnis in kort geding van 23 september 2014

in de zaak van

de vereniging

VERENIGING C1000,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres,

advocaten mrs. J.W. de Groot en M.C.D. Wesseling te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JUMBO GROEP HOLDING B.V.,

gevestigd te Veghel,

gedaagde,

advocaten mrs. R.G.J. de Haan en S.Y. Wong te Amsterdam,

in welke zaak zich heeft gevoegd aan de zijde van Jumbo Groep Holding B.V.,

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE AHOLD N.V.,

gevestigd te Zaandam,

gevoegde partij,

advocaten mrs. J. de Bie Leuveling Tjeenk en T. Bird te Amsterdam.

Partijen worden Vereniging C1000, Jumbo en Ahold genoemd.

1 De procedure

1.1.

De procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 14 juli 2014 met acht producties;

  • -

    de incidentele conclusie tot voeging van Ahold van 11 augustus 2014 met twee producties;

  • -

    de mondelinge behandeling op 21 augustus 2014 te 09.30 uur;

  • -

    de pleitnota van Vereniging C1000;

  • -

    de pleitnota van Jumbo;

  • -

    de pleitnota van Ahold.

    1.2. Vereniging C1000 en Jumbo hebben verklaard geen bezwaar te hebben tegen voeging door Ahold aan de zijde van Jumbo. Ahold heeft aannemelijk gemaakt dat zij belang heeft bij die voeging. De voorzieningenrechter heeft de voeging toegestaan.

    1.3. Bij faxbericht van 20 augustus 2014 te 15:53 uur heeft Vereniging C1000 de aanvullende producties 9 en 10 aan de voorzieningenrechter toegezonden. Jumbo en Ahold hebben bezwaar gemaakt tegen deze in hun ogen te laat ingebrachte producties. Gezien het bepaalde in artikel 6.2 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken civiel/familie heeft de voorzieningenrechter de producties 9 en 10 van Vereniging C1000 geweigerd. Daarbij heeft hij in aanmerking genomen dat de producties gezien hun inhoud al sinds 1 februari 2013 onderscheidenlijk 12 december 2013 aan de zijde van Vereniging C1000 beschikbaar waren en dat dit kort geding op verzoek van Vereniging C1000 al op 1 juli 2014 was gepland, terwijl anderzijds aannemelijk is dat Jumbo en Ahold deze producties niet meer voldoende in hun voorbereiding van de behandeling van dit kort geding hebben kunnen betrekken. Vereniging C1000 heeft ter zitting bij pleidooi overigens wel de strekking van de producties naar voren gebracht. Jumbo en Ahold hebben daarop gereageerd.


1.4. Aan het slot van de mondelinge behandeling is het kort geding aangehouden om partijen de gelegenheid te geven een minnelijke regeling te beproeven. Bij faxbericht van 9 september 2014 heeft Vereniging C1000 aan de voorzieningenrechter bericht dat partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen en dat zij eenstemmig verzoeken vonnis te wijzen.

1.5.

Daarop is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Vereniging C1000 behartigt blijkens artikel 2 van haar statuten de belangen van C1000 franchisenemers die een franchiseovereenkomst hebben met C1000 B.V. Tevens hebben een tweetal C1000 franchisenemers aan Vereniging C1000 een uitdrukkelijke last gegeven om de onderhavige procedure tegen Jumbo te voeren.

2.2.

C1000 B.V. exploiteert eigen supermarkten en levert daarnaast goederen en diensten aan franchiseondernemers die supermarkten exploiteren op basis van de supermarktformule C1000. C1000 B.V. was onderdeel van de investeringsmaatschappij CVC Capital Partners (hierna: CVC), die deze supermarktketen in 2011 te koop heeft aangeboden.

2.3.

Jumbo heeft eind 2011 met CVC overeenstemming bereikt over een aandelentransactie, inhoudende dat Jumbo uitsluitende zeggenschap verwerft over C1000 B.V. en daarmee gelieerde vennootschappen. De supermarkten van C1000 zijn sinds de aandelentransactie in handen van Jumbo.

2.4.

De overname van deze supermarkten is een concentratie in de zin van artikel 27, eerste lid onder b, Mededingingswet. Jumbo en CVC hebben deze concentratie gemeld bij de (toenmalige) Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Teneinde tegemoet te komen aan mogelijke mededingingsrechtelijke bezwaren op het gebied van verkoop van dagelijkse consumptiegoederen via supermarkten hebben Jumbo en CVC aan de NMa medegedeeld als onderdeel van de concentratie in achttien plaatsen afstand te doen van supermarkten van Jumbo of C1000. Bij besluit van 21 februari 2012 heeft de Raad van Bestuur van de NMa medegedeeld dat voor het tot stand brengen van de concentratie waarop de melding betrekking heeft geen vergunning is vereist. Jumbo diende in ieder geval wel de in het besluit genoemde 18 C1000-winkels af te stoten.

2.5.

In april 2012 heeft Jumbo (onder andere) met Ahold overeenstemming bereikt over de overname van 82 winkels (78 C1000 winkels, waarvan 76 franchise, en 4 Jumbo winkels). Bij besluit van 26 juli 2012 heeft de Raad van Bestuur van de NMa geconcludeerd dat deze overname (concentratie) de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan niet op significante wijze zou kunnen belemmeren. Er bestond geen bezwaar tegen de concentratie.

2.6.

De overname door Ahold van de 78 C1000-winkels is geëffectueerd op 14 augustus 2012 door middel van de overdracht van alle aandelen in het kapitaal van Valk Holding B.V. – een volledige dochter van Jumbo – door Jumbo aan Ahold Real Estate & Construction B.V. – een volledige (indirecte) dochter van Ahold. De (onder)huurovereenkomsten tussen de (entiteiten van) C1000 B.V. en de franchisenemers zijn voorafgaand aan de aandelenoverdracht reeds overgegaan op vastgoedondernemingen van Ahold. Het betreft een overgang onder algemene titel welke is gerealiseerd door een juridische afsplitsing ex artikel 2:334a BW e.v. aan de zijde van de relevante C1000 entiteit en overgang naar enige Ahold vastgoedvennootschappen.

2.7.

In 76 van deze vestigingspunten werd ten tijde van de overdracht aan Ahold door een franchisenemer een C1000 franchiseformule geëxploiteerd. Aan de franchiserelatie tussen de C1000 franchisenemers en C1000 B.V. liggen een aantal overeenkomsten ten grondslag, waaronder de formuleovereenkomst en de (onder)huurovereenkomst, op basis waarvan de C1000 franchisenemer het vastgoed waarin hij zijn winkel exploiteert huurt. Door de overname door Ahold is voor de betreffende franchisenemers de situatie ontstaan dat zij thans voor wat betreft het winkelpand een huurovereenkomst hebben met een groepsonderneming van Ahold en via de door Jumbo overgenomen C1000 BV een franchiseovereenkomst (de C1000 franchiseformule) met Jumbo.

2.8.

In april 2012 heeft Jumbo bekend gemaakt dat de C1000 franchiseformule binnen afzienbare tijd zou komen te eindigen. Ter zitting heeft Jumbo desgevraagd medegedeeld dat haar intentie is dat de C1000 formule medio 2015 geheel verdwijnt.

2.9.

Ahold is met de franchisenemers van de door Ahold overgenomen C1000-winkels in gesprek gegaan over een overstap naar de Albert Heijn-formule. Ahold had ten tijde van de mondelinge behandeling op 21 augustus 2014 met de franchisenemers van ongeveer 46 supermarktlocaties overeenstemming bereikt over de overstap van de C1000 formule naar de Albert Heijn-formule.

2.10.

Ten tijde van de mondelinge behandeling op 21 augustus 2014 stonden circa 25 C1000 franchisenemers voor de beslissing of zij de overstap naar de Albert Heijn-formule van Ahold al dan niet zouden maken.

2.11. (

Veel van) de C1000 franchisenemers die al zijn overgestapt naar de Albert Heijn-formule kampen met tegenvallende omzetten, hetgeen Ahold ook onderkent. Een door Vereniging C1000 in het leven geroepen stuurgroep die de belangen vertegenwoordigt van de franchiseondernemers van de betrokken vestigingspunten heeft overleg gevoerd met Ahold om de overstappers enige comfort te bieden (door middel van een “Overgangsregeling”). Dit overleg met Ahold heeft nog niet tot een voor de betrokken C1000 ondernemers bevredigend resultaat geleid.

2.12.

Sinds begin 2013 heeft de stuurgroep verzocht om inzage in de afspraken die zijn gemaakt tussen C1000/Jumbo en Ahold in het kader van de aan Ahold overgedragen verhuurrechten. Zo heeft de stuurgroep per brief van 11 april 2014 verzocht om inzage te verstrekken in dan wel afgifte van de relevante afspraken uit deze stukken.

2.13.

Jumbo heeft hierop bij brief van 23 april 2014, voorzover hier relevant, als volgt gereageerd:

“Allereerst willen wij aan u aangeven dat Jumbo uw signalen uiterst serieus neemt en de ontstane situatie betreurt, maar zich tegelijkertijd realiseert dat de oplossing primair gevonden dient te worden in de dialoog tussen u en Albert Heijn. In dat licht zal Jumbo beide partijen er op (blijven) wijzen er samen uit te komen.


Dit laat onverlet dat, ondanks dat de verantwoordelijkheid voor de ombouw van de winkels naar de Albert Heijn formule bij Albert Heijn ligt, Jumbo zich, voor zover het in haar macht ligt, inzet om dit proces in goede banen te leiden.

Zoals ook op 3 maart aan het bestuur van de Vereniging C1000 gemeld heeft er in het kader van de reeds eerder door u geuite zorg een gesprek tussen de Raad van Bestuur van Jumbo en Albert Heijn plaatsgevonden en is naar aanleiding van dat gesprek de frequentie van het operationeel overleg tussen Albert Heijn en Jumbo verhoogd naar tweewekelijks om zodoende de voortgang in het ombouwproces te kunnen borgen en tijdig de eventuele (dreigende) knelpunten te kunnen bespreken.

(…)”.

2.14.

Per e-mailbericht van 30 mei 2014 aan Jumbo heeft de advocaat van Vereniging C1000 het verzoek van de stuurgroep van 11 april 2014 herhaald. Hij heeft daarbij aan Jumbo/C1000 BV gevraagd de informatie uiterlijk op 4 juni 2014 om 18.00 uur te verschaffen. Eenzelfde bericht is gericht aan Ahold. Bij uitblijven van de gevraagde inlichtingen is aan Jumbo en Ahold een kort geding tot afgifte van de gevraagde stukken in het vooruitzicht gesteld.

2.15.

Jumbo en C1000 BV hebben per brief van 4 juni 2014 laten weten dat zij geen inzage geven in de stukken omdat een rechtmatig belang zou ontbreken aan de zijde van Vereniging C1000 en omdat de franchisenemers geen partij zouden zijn bij de transactie en aan de gemaakte afspraken geen rechten kunnen ontlenen. Jumbo en C1000 BV beroepen zich bovendien op een met Ahold gemaakte geheimhoudingsafspraak over de inhoud van de overeenkomst waarbij de verhuurrechten van C1000 BV/Jumbo zijn overgaan op Ahold. Ook Ahold heeft bij e-mail van 4 juni 2014 aan de advocaat van Vereniging C1000 doen weten niet aan het verzoek te zullen voldoen.

3 Het geschil

3.1.

Vereniging C1000 vordert veroordeling van Jumbo - uitvoerbaar bij voorraad -:

1. om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis afschrift of inzage te verstrekken aan Vereniging C1000 van:

a. alle schriftelijke en/of elektronische stuken – waaronder (notariële akten) en/of overeenkomsten – waarmee de overgang van de verhuurrechten met betrekking tot het vastgoed waarin de C1000 Franchisenemers hun C1000 supermarkt exploiteren is geëffectueerd;
en

b. alle schriftelijke en/of elektronische stukken waarin de aan onder a. bedoelde overgang ten grondslag liggende afspraken tussen Jumbo en/of C1000 enerzijds en Ahold en haar groepsondernemingen anderzijds zijn vastgelegd;

2. tot betaling van een dwangsom van € 100.000,00, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom, voor iedere dag dat Jumbo niet geheel voldoet aan de veroordeling;

3. tot betaling van de kosten van dit geding.

3.2.

Hieraan legt Vereniging C1000 in de kern ten grondslag dat aan alle vereisten van artikel 843a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) is voldaan en dat van een grond waarop inzage in de gevraagde bescheiden zou kunnen worden geweigerd geen sprake is. Vereniging C1000 heeft een rechtmatig en spoedeisend belang bij het verkrijgen van afschrift en inzage in de gevraagde bescheiden, die nauw zijn afgebakend en voldoende bepaald. Daartoe heeft Vereniging C1000 het volgende onder de aandacht gebracht.

3.2.1.

Als gevolg van de transactie met Ahold betreffende de overdracht van de verhuurrechten in combinatie met het besluit van Jumbo om de C1000 franchiseformule af te bouwen, wordt de C1000 franchisenemer gedwongen om met Ahold aan tafel te gaan om te spreken over een overgang naar Ahold zonder dat hem feitelijk een alternatief wordt geboden. Jumbo heeft de verhuurrechten verkocht aan Ahold zonder voldoende rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van de C1000 franchisenemers. De afspraken die tussen Ahold en Jumbo in het kader van deze transactie zijn gemaakt ten aanzien van de verhuurrechten van de door de C1000 ondernemers geëxploiteerde vestigingspunten zijn voor de C1000 franchiseondernemers van fundamenteel belang bij de beoordeling van hun (rechts)positie onder de huidige huur- en formuleovereenkomst ten opzichte van C1000, Jumbo en/of Ahold.

3.2.2.

Dat wordt temeer prangend nu de C1000 franchiseformule in de loop van 2015 feitelijk wordt beëindigd, terwijl een transitie naar de Albert Heijn-formule niet aanlokkelijk is gebleken, gelet op de tegenvallende resultaten van de franchiseondernemers die al overgestapt zijn. De franchisenemer zal zo spoedig mogelijk een definitief en weloverwogen besluit moeten nemen omtrent de toekomst van zijn exploitatie. Deze toekomst hangt af van de supermarktformule waaronder deze ondernemers kunnen opereren. Voor het nemen van een weloverwogen besluit dienen zij exact te weten wat hun (rechts)positie is onder de vigerende overeenkomsten ten opzichte van Jumbo en Ahold en de mogelijkheden om eventueel over te kunnen stappen naar Jumbo of een andere formule.

3.2.3.

Op basis van de gevraagde exhibitiegegevens zullen de bij Vereniging C1000 aangesloten franchiseondernemers beter in staat zijn om hun rechtspositie jegens Ahold te bepalen. De exhibitiestukken zien op een rechtsbetrekking, waarbij de C1000 franchisenemers partij zijn nu hierin afspraken zijn gemaakt met Jumbo (C1000) en Ahold omtrent het onder algemene titel overgaan van de verhuurrechten onder de huurovereenkomst, een overeenkomst waarbij de C1000 franchisenemers partij zijn.

3.3.

Jumbo en Ahold voeren - voorzover hier relevant - het gelijkluidend verweer dat Vereniging C1000 geen inzage mag krijgen in de door haar gevraagde bescheiden omdat aan de eisen van artikel 843a Rv niet is voldaan. Daarnaast hebben Jumbo en Ahold aangevoerd dat zij een zwaarwegend belang hebben om zich te verzetten tegen inzage, gelet op de geheimhoudingsafspraken over de inhoud van de overeenkomst met betrekking tot de transactie.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Jumbo heeft van de mogelijkheid van Vereniging C1000 om in deze kwestie in rechte op te treden geen wezenlijk punt gemaakt. Ahold heeft echter aangevoerd dat wat haar betreft Vereniging C1000 niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4.2.

Vereniging C1000 kan evenwel in haar vorderingen worden ontvangen. De vorderingen en de grondslagen daarvan, zoals Vereniging C1000 deze heeft geformuleerd, zijn in overeenstemming met haar statutaire doelstelling. De vorderingen en grondslagen passen tevens in haar feitelijke werkzaamheid als belangenbehartiger van C1000 franchisenemers in de transitieproblematiek, in welke feitelijke werkzaamheid Vereniging C1000 en/of de onder haar vleugels werkende stuurgroep ook eerder door Jumbo en Ahold te woord zijn gestaan. Dat dat te woord staan door Jumbo en Ahold overigens niet steeds heeft bestaan uit het verschaffen van de concrete oplossingen waar de franchisenemers behoefte aan hebben, maar vooral gepaard lijkt te zijn gegaan uit het benadrukken van het belang van verder overleg, doet daaraan niet af. Tevens hebben twee van de relevante C1000 franchisenemers Vereniging C1000 uitdrukkelijk en schriftelijk opgedragen deze kwestie ook mede namens hen aan de voorzieningenrechter voor te leggen.

4.3.

Vereniging C1000 heeft een spoedeisend belang om haar vorderingen in kort geding aan de orde te stellen. Het spoedeisend belang is op zichzelf ook niet bestreden. Voldoende aannemelijk is dat de C1000-formule in de loop van 2015 zal eindigen, dat de overgang voor een vestigingspunt van de ene formule naar de andere tijd kost en dat de betreffende C1000 franchisenemers zodoende onder tijdsdruk staan bij het maken van hun keuze waartoe zij de in dit kort geding verlangde informatie stellen nodig te hebben.

4.4.

Op grond van artikel 843a lid 1 Rv kan hij die daar rechtmatig belang bij heeft, op zijn kosten, inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden (gegevensdragers daaronder begrepen) aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking heeft. Op grond van het vierde lid van artikel 843a Rv hoeft niet aan de vordering te worden voldaan indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

4.5.

Mede uit het pleidooi van Jumbo is duidelijk geworden dat de C1000 franchisenemers wier vestigingspunten in 2012 door Jumbo aan Ahold zijn overgedragen onderworpen zijn geweest aan een strategisch spel op het hoogste niveau van Jumbo en Ahold (en Coop), van banken die eisen stelden aan de financiering door Jumbo van de overname van C1000 BV en van de NMa die de mededingingsaspecten van de overname moest bewaken. De C1000 franchisenemers over wier ondernemingen het ging, zijn vooraf in het verhaal duidelijk niet voorgekomen. Alleszins begrijpelijk is dat zij zich in een dwangpositie gemanoeuvreerd voelen en niet ten volle tevreden zijn met de bezweringen achteraf van de zijde van Jumbo en Ahold, dat er in goed overleg oplossingen moeten worden gevonden, waarbij ook opvalt dat Jumbo - die nog altijd de contractspartner is ten aanzien van de C1000-formule - de franchisenemers in haar brief van 24 april 2014 soepeltjes lijkt door te verwijzen naar Ahold. De voorzieningenrechter is niet blind voor de lastige positie waarin de franchisenemers wier belangen Vereniging C1000 zich aantrekt zijn komen te verkeren, al zijn anderzijds problemen als de onderhavige ook wel inherent aan het feitelijk en juridisch gecompliceerde karakter dat franchiserelaties pleegt te kenmerken.

4.6.

De voorzieningenrechter moet zich in dit kort geding echter beperken tot het beantwoorden van de vraag die hem is voorgelegd: moet de gevorderde inzage door Jumbo worden verstrekt? De inzage die wordt verlangd betreft a) alle bescheiden waarmee de overgang van de verhuurrechten die gerelateerd zijn aan de overgang van de verhuurrechten met betrekking tot het vastgoed van Jumbo naar Ahold is geëffectueerd en b) alle bescheiden waarin de aan de hiervoor bedoelde overgang ten grondslag liggende afspraken tussen Jumbo/C1000 BV en Ahold zijn vastgelegd.

4.7.

De inzage in de bescheiden onder a) lijkt op het eerste gezicht voldoende bepaald. Het (rechtmatig) belang om die inzage te krijgen komt de voorzieningenrechter evenwel op zichzelf als niet of nauwelijks relevant voor. De overdracht van de verhuurrechten aan Ahold is via een splitsing op de voet van artikel 2:334a e.v. BW bewerkstelligd. Huurovereenkomsten kunnen, zoals alle overeenkomsten, in beginsel niet eenzijdig gewijzigd worden, ook niet door Ahold. Aannemelijk is zodoende dat die verhuurrechten één op één zijn overgegaan van de verhuurders aan de zijde van Jumbo/C1000 BV op de nieuwe verhuurders aan de zijde van Ahold. Gesteld noch gebleken is dat de franchisenemers onbekend zijn met hun eigen huurovereenkomsten zoals zij die indertijd met een C1000 vennootschap zijn aangegaan. De rechtsverhoudingen die de individuele verhuurders thans met hun nieuwe verhuurder hebben, mogen bij hen bekend verondersteld worden. De franchisenemers kunnen naar het zich laat aanzien uitgaan van de inhoud van hun oude huurovereenkomsten en zich daarop tegenover Ahold beroepen. De voorzieningenrechter ziet al met al voorshands geen toegevoegde waarde in een bevel aan Jumbo tot het verstrekken van de onder 1 sub a gevorderde bescheiden. Dat bevel zal hij dus niet geven.

4.8.

Voor wat betreft het onder b gevorderde gaat het Vereniging C1000 kennelijk om het verkrijgen van inzicht in andere afspraken dan die welke zuiver betrekking hadden op de overgang van de verhuurrechten. Vereniging C1000 heeft duidelijk gemaakt dat de franchisenemers geconfronteerd worden met de gevolgen van ingrijpende beslissingen die in overwegende mate buiten hen om zijn beklonken. Het is op zichzelf zeker begrijpelijk dat Vereniging C1000 ten behoeve van de behartiging van de belangen van haar leden geïnteresseerd is in afspraken die Jumbo en Ahold hebben gemaakt (zo die overigens al bestaan). Het is in het zakelijk verkeer vaker zo dat het buitengewoon interessant is om te vernemen wat anderen hebben besproken en afgesproken. Dat betekent echter nog niet dat er ook een rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv. bestaat om die anderen in de kaart te mogen kijken.

4.9.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het te verstrekkend om ten aanzien van die - eventuele - nadere afspraken tussen Jumbo en Ahold aan de zijde van Vereniging C1000 een rechtmatig belang aan te nemen en te oordelen dat het daarbij een rechtsbetrekking betreft waarbij (de leden van) Vereniging C1000 partij zijn als bedoeld in artikel 843a Rv. Toepassing van artikel 843a Rv in die zin dat Vereniging C1000 inzicht krijgt in de rechtsbetrekking tussen Jumbo en Ahold, met de kennelijke strekking dat Vereniging C1000 daarop haar onderhandelingsstrategie kan baseren, gaat - naar Jumbo en Ahold terecht hebben betoogd - de reikwijdte van genoemd artikel te buiten.

4.10.

Jumbo en Ahold hebben voorts aangevoerd dat zij een zwaarwegend belang hebben om zich te verzetten tegen de afgifte van de door Vereniging C1000 gevorderde documenten met betrekking tot de gemaakte afspraken omdat deze bedrijfsgevoelige informatie bevatten. Niet op voorhand onaannemelijk is dat in de onderhandelingen tussen Jumbo en Ahold die hebben geleid tot de onderhavige overname, bedrijfsgevoelige informatie aan de orde is gekomen en dat deze bedrijfsgevoelige informatie haar weerslag heeft gevonden in bescheiden, waarvan te billijken valt dat deze twee supermarktconcerns, die beiden opereren in een sterk concurrerende markt, niet in handen van derden komt. De voorzieningenrechter kan, gelet op het bepaalde in het vierde lid van artikel 843a Rv niet lichtvaardig aan dit aspect voorbijgaan en kiest, zeker nu het hier om een kort geding gaat, voor de veilige weg.

4.11.

Het voorgaande brengt mee dat de vorderingen van Vereniging C1000 reeds op grond hiervan zullen worden afgewezen. De overige stellingen van partijen behoeven daarom geen nadere bespreking.

4.12.

De voorzieningenrechter veroorlooft zich op te merken dat zijn voorlopig oordeel dat (de relevante leden van) Vereniging C1000 geen partij zijn bij de rechtsbetrekking aangaande waarvan zij de in de vordering onder 1b bedoelde bescheiden ter inzage willen hebben, zou kunnen impliceren dat de relevante franchisenemers zich aan die jegens hen niet geopenbaarde nadere afspraken tussen Jumbo en Ahold ook weinig gelegen behoeven te laten liggen en dat zij jegens hen vooral hun eigen belangen zouden mogen nastreven.

4.13.

Vereniging C1000 zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten van het incident tot voeging dat tot geen enkele discussie aanleiding heeft gegeven worden op nihil begroot.

4.14.

De kosten aan de zijde van Jumbo worden begroot op € 1.424,00 (€ 608,00 griffierecht en € 816,00 salaris advocaat).

4.15.

De kosten aan de zijde van Ahold worden begroot op € 1.424,00 (€ 608,00 griffierecht en € 816,00 salaris advocaat).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Vereniging C1000 in de proceskosten, aan de zijde van Jumbo begroot op € 1.424,00,

5.3.

veroordeelt Vereniging C1000 in de proceskosten, aan de zijde van Ahold begroot op € 1.424,00,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.L. Roosmale Nepveu en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2014.