Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:545

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
07-02-2014
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
01/025167-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

TBS opgelegd op 22 januari 2002.

Bij beslissing van 25 september 2013 is de TBS en de voorwaardelijke beeindiging van de dwangverpleging verlengd met twee jaren en zijn daarbij bijzondere voorwaarden gesteld.

De terbeschikkinggestelde heeft bij herhalen hard- en softdrugs gebruikt en de verplichte behandeling is beeindigd.

De rechtbank gelast thans dat de verpleging van overheidswege zal worden hervat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/025167-00

Uitspraakdatum: 07 februari 2014

Beslissing op de vordering tot hervatting verpleging van overheidswege

Beslissing in de zaak van:

[terberschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1971],

verblijvende in [de kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

De vordering van de officier van justitie strekt ertoe dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.

Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch d.d. 22 januari 2002 is in deze zaak gelast dat[terberschikkinggestelde] voornoemd ter beschikking zal worden gesteld en is bevolen dat deze van overheidswege zal worden verpleegd.

Bij beslissing d.d. 23 juli 2010 van deze rechtbank is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd.

Nadat de terbeschikkinggestelde op 19 november 2010 was aangehouden voor onder meer bedreiging heeft de rechtbank op 17 december 2010 de voorwaardelijke beëindiging opgeheven en gelast dat de verpleging van overheidswege zal worden hervat. Naar aanleiding van een hiertegen ingesteld hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem op 4 april 2011 de beslissing van de rechtbank d.d. 17 december 2010 vernietigd, waarbij is bepaald dat de beëindiging van verpleging van overheidswege wordt voortgezet onder de voorwaarden die door deze rechtbank op 23 juli 2010 bepaald zijn, aangevuld met drie nieuwe voorwaarden.

Bij beslissing van de rechtbank van 11 juli 2011 is de terbeschikkingstelling en de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege verlengd met twee jaren onder dezelfde voorwaarden als in de uitspraak van deze rechtbank d.d. 23 juli 2010 en de beslissing van het gerechtshof Arnhem d.d. 4 april 2011 zijn vermeld. Een van de gestelde voorwaarden is dat ‘de terbeschikkinggestelde zich ook dient te houden aan de richtlijnen van de reclassering ten aanzien van middelengebruik, ook als dit inhoudt volledige abstinentie (…)’.

Bij beschikking d.d. 7 maart 2013 van deze rechtbank is een vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege afgewezen en zijn de voorwaarden gewijzigd. De rechtbank had vastgesteld dat de terbeschikkinggestelde weliswaar een van de voorwaarden van voorwaardelijke beëindiging niet had nageleefd, doch in verband met recente ontwikkelingen rond de terbeschikkinggestelde heeft de rechtbank - overeenkomstig de gewijzigde vordering van de officier van justitie en het advies van de reclassering – de vordering tot hervatting afgewezen. Als een van de gewijzigde voorwaarden heeft de rechtbank vervolgens opgenomen - kort gezegd - dat de terbeschikkinggestelde wordt verplicht zich op te laten nemen in FPK de [instelling], voor de duur van maximaal één jaar.

Bij beslissing d.d. 25 september 2013 van deze rechtbank is de terbeschikkingstelling en de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege verlengd met twee jaren en zijn daar als bijzondere voorwaarden gesteld:

- De terbeschikkinggestelde moet zich blijven melden bij Novadic-Kentron Verslavingsreclassering te[locatie]op het volgende adres:[adres] Hierna moet de terbeschikkinggestelde zich blijven melden zo frequent en zolang de

reclassering dit noodzakelijk acht.

- De terbeschikkinggestelde wordt verplicht om op basis van de door het NlFP-IFZ afgegeven indicatiestelling zich te laten opnemen in de [instelling], of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, voor de duur van maximaal één jaar, ingaande 11 maart 2013.

- De terbeschikkinggestelde zal zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven.

- Aansluitend aan het klinische behandeltraject volgt in het kader van de verdere resocialisatie de ambulante behandeling via de afdeling[instelling]

- De terbeschikkinggestelde geeft inzicht in zijn financiële situatie.

- De terbeschikkinggestelde dient zich te houden aan de richtlijnen van de reclassering ten aanzien van middelengebruik, ook indien dit inhoudt volledige abstinentie en het ondergaan van urinecontroles.

- De terbeschikkinggestelde heeft passende dagbesteding.

- Indien noodzakelijk dient terbeschikkinggestelde in het kader van een time-out mee te werken aan een tijdelijke terugplaatsing in[de kliniek], in het kader van forensisch psychiatrisch toezicht.

- De terbeschikkinggestelde geeft de reclassering toestemming overleg te plegen met relevante referenten, waaronder de behandelinstelling en eventueel werkgever.

- De terbeschikkinggestelde dient, indien van toepassing, de voorgeschreven medicatie in te nemen.

De thans voorliggende vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege is aangebracht ter zitting van 14 januari 2014, doch vanwege verhindering aan de zijde van de verdediging bij die gelegenheid niet inhoudelijk behandeld. Vervolgens is de vordering, aldus na schorsing van het onderzoek, behandeld ter openbare zitting van deze rechtbank van 24 januari 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw gehoord. Tevens is gehoord de deskundige T.G.M. Weijtens van de reclassering.

De rechtbank heeft voorts gezien:

- een schriftelijke waarschuwing, gericht aan de terbeschikkinggestelde, d.d. 24 oktober 2013 van de reclassering, Novadic Kentron,[locatie], M.J.H. van Hout, teamleider, en T.G.M. Weijtens, reclasseringswerker;

- een adviesrapport aan opdrachtgever toezicht van de reclassering, [locatie], d.d. 6 december 2013, opgemaakt door M.J.H. van Hout, teamleider, en T.G.M. Weijtens, reclasseringswerker.

Overwegingen.

Het standpunt van het openbaar ministerie.

Het openbaar ministerie vordert hervatting van de verpleging van overheidswege. Het risico is te hoog als de terbeschikkinggestelde buiten de dwangverpleging blijft. Aan het gevaarscriterium is onverkort voldaan. Het gevaar wordt groter naarmate de terbeschikkinggestelde meer drugs gaat gebruiken. Bij het indexdelict was ook sprake van drugsgebruik. In maart is betrokkene positief bevonden op cannabis. De behandeling is goed gestart. De terbeschikkinggestelde is echter tijdens de behandeling steeds meer drugs gaan gebruiken. Op een gegeven moment heeft hij van de 21 dagen 18 dagen gebruikt, waarbij sprake is van meerdere soorten drugs. Betrokkene is twee keer officieel gewaarschuwd. Er is vier keer contact met het openbaar ministerie geweest. In eerste instantie is door het openbaar ministerie gezegd door te gaan met de behandeling. De terbeschikkinggestelde is drugs blijven gebruiken. Op een gegeven moment houdt het op en staat de beveiliging van de maatschappij voorop.[de kliniek] wil niet meer verder met betrokkene en vanuit de reclassering kan geen uitvoering meer worden gegeven aan de voorwaardelijke beëindiging.

Het standpunt van de verdediging.

Betrokkene heeft meerdere keren een terugval gehad, ook na schriftelijke waarschuwingen. Hij riskeert een hervatting en toch gebeurt het weer. Betrokkene is nagenoeg heel zijn leven verslaafd geweest en is ook verslaafd de tbs ingekomen. Het is een proces van vallen en opstaan. Klaarblijkelijk kan hij het drugsgebruik niet laten. Destijds is het een overweging geweest de dwangverpleging niet te hervatten omdat er een perspectief was. Wat als we hebben te maken met iemand die terugvallen zal blijven houden? Betrokkene heeft alle verloven al gehad en in een eerder stadium een woning en werk buiten gekregen.

Het is de vraag waar cliënt thuis hoort. De verdediging verzoekt de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de heer Mol, psychiater bij het NIFP, te laten rapporteren en te laten onderzoeken of er een perspectief is en zo ja, van welk perspectief volgens hem sprake is, en hem tevens te laten kijken of een behandeling in [de kliniek]nog geschikt is voor betrokkene.

Het oordeel van de rechtbank.

Het verzoek om aanhouding.

De officier van justitie heeft zich verzet tegen een aanhouding van de behandeling van de zaak, teneinde de psychiater, de heer Mol van het NIFP, te laten rapporteren, overwegende dat een dergelijk onderzoek niet op zijn plaats is voor de vraag of de dwangverpleging al dan niet dient te worden hervat.

De rechtbank ziet geen aanleiding de door de raadsvrouw genoemde psychiater te laten rapporteren. De rechtbank acht zich in deze procedure voldoende voorgelicht door het adviesrapport van Novadic Kentron d.d. 6 december 2013 en de daarop ter zitting gegeven toelichting van de deskundige T.G.M. Weijtens. Een onderzoek naar de geschiktheid voor de terbeschikkinggestelde van[de kliniek] acht de rechtbank voor de beoordeling van de vordering tot hervatting van de verpleging ook niet noodzakelijk. De verdediging wordt hierbij naar het oordeel van de rechtbank niet in de belangen geschaad.

De rechtbank zal het verzoek tot aanhouding dan ook afwijzen.

De vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege.

Het adviesrapport van Novadic Kentron d.d. 6 december 2013 houdt onder meer het navolgende in:

Op 11 maart 2013 is betrokkene geplaatst in [de kliniek]. (…)

Middelengebruik staat bij [terberschikkinggestelde] op de voorgrond en is een belangrijke risicofactor bij betrokkene. Reden van heropname is onder andere ook terugval in het middelengebruik en het zich onttrekken aan urinecontroles. In het begin van de klinische opname scoorde betrokkene positief op het gebruik van cannabis. (…)

Op 6 augustus 2013 werd door de maatschappelijk werkster van behandelafdeling [instelling]informatie verstrekt dat er afgelopen weekend een paar keer het vermoeden geweest was dat betrokkene onder invloed van middelen was. [terberschikkinggestelde] heeft in een gesprek met de psychiater verteld dat hij van de afgelopen 21 dagen 18 dagen gebruikt heeft, cocaïne, heroïne en met momenten een benzodiazepine. (…)

In de behandelplanbespreking van 26 augustus 2013 werd de terugval besproken. Gesteld werd dat de terugval onderdeel uitmaakt van de klinische behandeling. De afspraak werd gemaakt dat de behandelaar naar aanleiding van de terugval constructief aan de slag ging met betrokken: problematiek rondom middelengebruik staat bij betrokkene op de voorgrond en is een belangrijke risicofactor bij betrokkene.

Op 21 oktober was er opnieuw sprake van een positieve urinecontrole. De uitslag van de urinecontrole is positief bevonden op het gebruik van cannabis en cocaïne. Middelengebruik heeft een recidiverisico verhogend effect. Afgesproken is dat betrokkene middelenvrij dient te functioneren. [terberschikkinggestelde] heeft hiervoor d.d. 24 oktober 2013 een schriftelijke waarschuwing gekregen wegens overtreding van de bijzondere voorwaarde dat betrokkene middelenvrij dient te functioneren.

Op 6 november 2013 hebben wij vanuit[instelling] het bericht gekregen dat [terberschikkinggestelde] op 4 november 2013 een positieve urinecontrole heeft gehad op opiaten (heroïne). [terberschikkinggestelde] heeft aangegeven dat hij het voorafgaande weekend ‘een klein beetje heroïne’ heeft gebruikt. Met deze overtreding heeft betrokkene zich niet gehouden aan de bijzondere voorwaarde (…).

In overleg met de officier van justitie is door de reclassering d.d. 11 november 2013 opnieuw besloten tot het geven van een waarschuwing.

Op 29 november 2013 kreeg de verslavingszorg vanuit de[instelling] de mededeling dat [terberschikkinggestelde] per direct weggeplaatst diende te worden uit[instelling]. [terberschikkinggestelde] werd in het kader een time-out plaatsing geplaatst binnen [de kliniek]. Reden voor de wegplaatsing: vermoedens van handel in drugs op de afdeling. Door de behandelafdeling is gesteld dat de onveiligheid die ontstaat door het handelen in drugs en het gebruik van dreigementen hierbij, onaanvaardbaar is binnen de behandelafdeling en dat maakt dat de behandeling niet meer op een veilige manier kan plaatsvinden.

Uit telefonische informatie van de heer Van Maurik, psychiater van [instelling], van 2 december 2013 is naar voren gekomen dat de psychiater van mening is dat [terberschikkinggestelde] niet teruggeplaatst kan worden binnen[instelling], wegens de onveiligheid die deze terugplaatsing voor de betrokken patiënten met zich meebrengt. Op 2 december 2013 is er tevens telefonisch overleg geweest met mevr. Bosch, werkzaam als coördinator op de resocialisatie afdeling[afdeling], waar [terberschikkinggestelde] in het kader van de crisisplaatsing verblijft. Ik heb haar gevraagd of er een urinecontrole heeft plaatsgevonden. De informatie die zij stuurde was dat [terberschikkinggestelde] afgelopen vrijdag en weekend geweigerd heeft om aan een reguliere urinecontrole mee te werken.

Op 2 december 2013 is in een intern overleg (aangaande beslissingen over ontslag, overplaatsingen en opnames van patiënten) van[instelling] beslist dat [terberschikkinggestelde] niet meer teruggeplaatst wordt binnen [instelling].

In de ontslagbrief d.d. 4 december 2013 is onder meer als motivatie gegeven dat het behandelteam van[instelling] heeft besloten de behandeling van betrokkene niet meer te willen voortzetten, aangezien de inschatting is dat dit slechts in beperkte make op een zinvolle en niet meer op een veilige manier kan. Het is zeker niet zo dat betrokkene in de behandeling niets zinvols heeft gedaan. Er is wel degelijk vooruitgang geboekt. Echter, het lukte betrokkene niet om bij oplopende spanning niet te hervallen in gebruik van harddrugs. Ook in de week van zijn ontslag hadden ze het sterke vermoeden dat betrokkene weer heroïne aan het gebruiken was, op basis van observaties van zijn gedrag en uiterlijk. Terugval in gebruik proberen ze gewoonlijk binnen de behandeling bespreekbaar te maken en hoeft geen reden te zijn voor het beëindigen van de behandeling. Wat bij betrokkene de doorslag heeft gegeven voor het beëindigen van de behandeling zijn de sterke vermoedens (op basis van informatie van meerdere medecliënten en eigen observaties van contacten tussen betrokkene en anderen, erg korte verloven en dan meteen kort contact met medecliënten die later positieve urinecontroles hebben, contact tijdens verlof met personen die bekend staan als dealer) van drugshandel waarbij hij ook dreigend en dwingend zou zijn.

De deskundige T.G.M. Weijtens heeft ter zitting verklaard dat regelmatig en bij herhaling tijdens de gesprekken tussen de reclassering en betrokkene ter sprake is gekomen dat drugsgebruik contra geïndiceerd is en dat bij drugsgebruik sprake is van overtreding van de voorwaarden.

De deskundige heeft bericht ontvangen dat betrokkene onlangs sinds zijn wegplaatsing nog in [de kliniek] cannabis heeft gebruikt. De deskundige heeft overleg gehad met de behandelcoördinator van [instelling], mevr. Oostvogels. Zij heeft aangegeven dat als men niet in staat is dit traject met betrokkene te doorlopen in de [instelling], dit elders ook niet mogelijk zal zijn. De reclassering ziet dan ook geen alternatieven voor de terbeschikkinggestelde en concludeert tot het ontbreken van perspectief.

De rechtbank begrijpt dat aan de vordering van de officier van justitie ten grondslag ligt dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen, zoals genoemd in de schriftelijke vordering, en bovendien het niet naleven van een voorwaarde, hervatting van de verpleging eist.

De rechtbank constateert dat in een eerder stadium de voorwaarden meerdere keren door de rechtbank zijn aangepast, nadat de terbeschikkinggestelde de voorwaarden niet heeft nageleefd en door de officier van justitie hervatting van de verpleging van overheidswege wordt gevorderd.

Uit het onderzoek ter zitting is gebleken dat de ter beschikking gestelde thans wederom een opgelegde voorwaarde niet heeft nageleefd.

De terbeschikkinggestelde heeft zich bij herhaling niet gehouden aan de richtlijnen en aanwijzingen van de reclassering dat de terbeschikkinggestelde abstinent diende te zijn van middelengebruik. Ondanks het feit dat is afgesproken dat betrokkene middelenvrij diende te zijn en daartoe twee officiële waarschuwingen heeft gehad, heeft de terbeschikkinggestelde bij herhaling soft- en harddrugs gebruikt en daarmee bij herhaling de in het kader van de voorwaardelijke beëindiging opgelegde bijzondere voorwaarde overtreden. Het is niet gebleven bij een incidentele terugval, maar betrokkene is, zo blijkt uit de rapportage van de reclassering, structureel harddrugs gaan gebruiken. Ook heeft de terbeschikkinggestelde zijn medewerking aan urinecontroles geweigerd.

Een andere voorwaarde is dat de terbeschikkinggestelde zich voor de duur van maximaal één jaar, ingaande 11 maart 2013, diende op te laten nemen in[instelling]. De kliniek heeft op 29 november 2013 in het kader van een time-outplaatsing betrokkene weggeplaatst en daarna beslist dat de terbeschikkinggestelde niet kan worden teruggeplaatst binnen[instelling].

De doorslag voor het beëindigen van de behandeling zijn de voor de kliniek sterke vermoedens geweest dat de terbeschikkinggestelde zich bezighield met drugshandel en daarbij ook dreigend en dwingend zou zijn. De onveiligheid die is ontstaan door het handelen in drugs wordt onaanvaardbaar geacht binnen de afdeling en maakt dat behandeling niet meer op een veilige manier kan plaatsvinden. Het feit dat de terbeschikkinggestelde wordt verdacht van drugshandel wordt door de rechtbank - bij gebreke aan concrete feiten en omstandigheden in dat verband en gelet op de ontkenning van deze beschuldiging door de terbeschikkinggestelde - niet op zichzelf beschouwd als een overtreding van de voorwaarden, maar acht de rechtbank wel een relevant gegeven voor de beoordeling van de te nemen beslissing. Immers, de terbeschikkinggestelde kan niet meer voldoen aan de intramurale opnameverplichting als gevolg van het gedwongen ontslag uit[instelling].

Uit de beslissing van het Gerechtshof Arnhem d.d. 4 april 2011 blijkt dat volgens psychiater H.E. Sanders zowel eerdere rapporteurs als de kliniek hebben aangegeven dat het gevaar op herhaling van agressieve delicten (zoals die welke hebben geleid tot oplegging van de tbs-maatregel) daadwerkelijk toenemen wanneer betrokkene gaandeweg weer zou afglijden in de combinatie drugsgebruik en deelname aan het criminele milieu.

Ook uit de rapportage van psychiater D.H.J. Boeykens (beslissing rechtbank d.d. 25 september 2013) blijkt dat het risico op geweldsdelicten als hoog wordt ingeschat en met het oog op de benodigde zorg en beveiliging controle en toezicht op het eventueel gebruik van drugs ten stelligste is aangewezen zoals ook toezicht op reilen en zeilen van betrokkene in de drugsscene.

Gebleken is dat vanuit de verslavingsreclassering Novadic Kentron onvoldoende basis aanwezig is voor een verdere samenwerking met de reclassering. De terbeschikkinggestelde heeft bij herhaling de voorwaarde dat hij abstinent diende te blijven van drugsgebruik overtreden en kan niet meer bij [instelling] terecht voor een behandeling. De reclassering ziet geen alternatieven en geen perspectief voor de terbeschikkinggestelde. Het middelengebruik heeft een recidiverisico verhogend effect. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking de aard van de aanwezige problematiek en het recidivegevaar als laatstelijk vastgesteld bij de verlengingsbeslissing van deze rechtbank d.d. 25 september 2013.

Naast dat een gestelde voorwaarde niet is nageleefd door de terbeschikkinggestelde, eist het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen een hervatting van de verpleging van overheidswege.

De rechtbank is gelet op het vorenstaande dan ook van oordeel dat de vordering van de officier van justitie tot hervatting van de verpleging van overheidswege dient te worden toegewezen. Door deze last tot hervatting van de dwangverpleging wordt de voorwaardelijke beëindiging opgeheven.

Gezien artikel 38k van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

Wijst af het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.

Gelast dat de verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde zal worden hervat.

Deze beslissing is gegeven door

mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,

mr. J.H.L.M. Snijders en mr. E. Sikkema, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 februari 2014.

Mr. Sikkema is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.