Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:5417

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
19-09-2014
Datum publicatie
19-09-2014
Zaaknummer
01/865021-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor poging zware mishandeling/openlijk geweld. Verdachte was wel aanwezig in Eindhoven op 22 september 2013 (incident waarbij iemand met een kettingslot op het hoofd is geslagen) maar er is geen wettig en overtuigend bewijs voor het leveren van een bijdrage aan het geweld.

Tevens vrijspraak voor opzetheling/schuldheling en het zonder rijbewijs besturen van een voertuig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/865021-14 en 01/820177-13 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 19 september 2014

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [1991],

niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie,

verblijvende te [adres 1].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 mei 2014 en 5 september 2014.

Op 9 mei 2014 heeft de rechtbank de tegen verdachte onder de hiervoor genoemde parketnummers aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 8 april 2014 (01/820177-13 en 01/865021-14).

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 01/865021-14 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 september 2013 te Eindhoven tezamen en in vereniging

met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met zijn

mededader(s), althans alleen, - terwijl die [slachtoffer] op de grond was gelegen

en/of zich in een kwetsbare positie bevond - die [slachtoffer] (meermalen) - al dan

niet met een kettingslot - tegen diens hoofd en/of (overige delen van) diens

lichaam heeft geslagen en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 22 september 2013 te Eindhoven met een ander of anderen,

op of aan de openbare weg, [adres 2], althans op of aan een openbare weg,

in elke geval ten aanschouwen van, althans zichtbaar voor, het publiek,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld

bestond uit het tackelen en/of ten val brengen van die [slachtoffer] en/of het

(meermalen) slaan en/of schoppen tegen het hoofd en/of (overige delen van) het

lichaam van die [slachtoffer].

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 01/820177-13 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 december 2012 te Veldhoven, in elk geval in Nederland,

een personenauto (merk Opel, type Vectra) heeft verworven en/of voorhanden

heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van die personenauto wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat

het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 19 december 2012 te Veldhoven als bestuurder van een

motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, [adres 3], zonder dat

aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1

van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van

motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

Tengevolge van een kennelijke verschrijving in de tenlastelegging met parketnummer 01/865021-14, is daarin steeds als naam vermeld ‘[slachtoffer]’ in plaats van [slachtoffer].

De rechtbank herstelt deze schrijffout en leest voormelde zinsnede zoals hiervoor is vermeld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak in de zaak met parketnummer 01/865021-14, eerste alternatief/cumulatief: (medeplegen van) zware mishandeling, en tweede alternatief/cumulatief: openlijke geweldpleging.

Dat verdachte één van de mannen was die aanwezig was op [adres 2] te Eindhoven ten tijde van het plegen van geweld tegen [slachtoffer] volgt naar het oordeel van de rechtbank uit verschillende bewijsmiddelen.

[slachtoffer] verklaart dat hij na het incident van anderen hoorde, dat [alias] erbij was. Ook [getuige 1] noemt in dat verband de naam [alias]. De politie koppelt in het opsporingsonderzoek de naam [alias] aan die van verdachte. Verdachte erkent ter zitting dat hij [alias] wordt genoemd.

[getuige 2] verklaart bij het zien van de Facebook foto waarop verdachte met zijn medeverdachte te zien is, dat ze heel zeker weet dat de man met het rode petje (verdachte), die ze in haar verklaring van de dag ervoor ook al zo had omschreven, aanwezig was. Verdachte is in het bezit van en rood petje en verklaart dat hij degene is die daarmee op de betreffende foto is te zien.

Uit de historische verkeersgegevens van de mobiele telefoon van verdachte ten slotte is af te leiden dat verdachte die nacht actief was in de binnenstad van Eindhoven, in de directe nabijheid van [adres 2]. Verdachte heeft zelf verklaard zijn telefoon nooit uit te lenen.

Vast staat vervolgens dat tegen [slachtoffer] geweld is gebruikt door meerdere personen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende van betrokkenheid van verdachte bij het op [slachtoffer] toegepaste geweld. Verdachte ontkent enige betrokkenheid. De hiervoor genoemde getuigen [slachtoffer] en [getuige 1] verklaren ook niet van betrokkenheid van verdachte bij het geweld en waaruit die betrokkenheid van verdachte zou hebben bestaan. [getuige 2] verklaart daarover wel (schoppen van [slachtoffer]) maar haar verklaring vindt op dit cruciale punt geen ondersteuning in andere bewijsmiddelen. Daarom heeft de rechtbank onvoldoende de overtuiging bekomen dat verdachte, alleen of met anderen, opzettelijk of in de zin van voorwaardelijk opzet, die [slachtoffer] zwaar letsel heeft willen toebrengen en/of openlijk geweld tegen hem heeft gepleegd.

Verdachte zal verdachte daarom van het eerste en tweede alternatief/cumulatief tenlastegelegde, te weten (medeplegen van) poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging, vrijspreken.

Vrijspraak in de zaak met parketnummer 01/820177-13, feit 1 en 2.

Feit 1:

De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen bewijsmiddelen bevat op grond waarvan kan blijken dat verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de auto die hij in bezit had, van misdrijf afkomstig was. Om die reden acht de rechtbank de tenlastegelegde opzet- dan wel schuldheling niet bewezen.

Feit 2:

Nu slechts uit de eigen verklaring van verdachte kan worden afgeleid dat verdachte niet in het bezit was van een geldig rijbewijs ten tijde van het tenlastegelegde en het dossier daarvoor geen andere bewijsmiddelen bevat, is onvoldoende wettig bewijs aanwezig om te komen tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte wordt vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding als na te melden.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 01/865021-14 onder 1 eerste en tweede alternatief/cumulatief, en in de zaak met parketnummer 01/820177-13 onder 1 en 2 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Beslissing met betrekking tot de voorlopige hechtenis.

Opheffing van het in de zaak met parketnummer 01/865021-14 tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op

6 maart 2014 reeds geschorst.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering niet ontvankelijk.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M.J. Raeijmaekers, voorzitter,

mr. H.H.E. Boomgaart en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier,

en is uitgesproken op 19 september 2014.

Mr. H.H.E. Boomgaart is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.