Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:5344

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
17-09-2014
Datum publicatie
18-09-2014
Zaaknummer
01/015570-79
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de TBS-maatregel met een jaar. Aanvulling van de voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke beeindiging van de verpleging van overheidswege.

Indexdelicten: diefstal met geweld terwijl het feit de dood ten gevolge had en gekwalificeerde doodslag.

TBS is opgelegd in 1980.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/015570-79

Uitspraakdatum: 17 september 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1954],

verblijvende [kliniek 1].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 10 april 1980 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 20 september 2013, met één jaar verlengd waarbij de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd met ingang van het moment dat hij geplaatst zou kunnen worden in de [kliniek 2]. Daarbij zijn algemene en bijzondere voorwaarden gesteld. Op 7 oktober 2013 is de terbeschikkinggestelde opgenomen op de [kliniek 2]. Bij beslissing van deze rechtbank van 24 december 2013 zijn de voorwaarden gewijzigd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 28 juli 2014, strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 september 2014.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundigen en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies aan opdrachtgever toezicht ‘verlengingsadvies voorwaardelijke beëindiging tbs’ van M.J.H. van Hout, teamleider, en P.P.J.G. van Laarhoven, reclasseringswerker, van Novadic-Kentron, d.d. 24 juni 2014;

  • -

    een voortgangsverslag toezicht aan opdrachtgever van Novadic-Kentron, d.d. 4 juli 2014;

  • -

    een voortgangsverslag ten behoeve van verlengingszitting van Novadic-Kentron d.d. 8 september 2014;

  • -

    een psychiatrische rapportage pro justitia van D.H.J. Bouykens, zenuwarts/psychiater, d.d. 4 juni 2014;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde;

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake diefstal met geweld, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft en (gekwalificeerde) doodslag,

terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemde rapportage van zenuwarts/psychiater D.H.J. Bouykens is onder meer het navolgende gesteld:

“Betrokkene heeft de neiging om de gevaren van het gebruik van drugs enigszins te bagatelliseren. Ook bestaat er een duidelijk verband tussen middelenmisbruik en delictgevaarlijkheid. Allicht is bij betrokkene volledige abstinentie van cannabis niet haalbaar maar dit betekent geenszins dat ongestructureerd gebruik van cannabis de delictgevaarlijkheid niet zou verhogen. Zowel op basis van de klinische inschatting als op basis van de risicotaxatie kan gesproken worden van een reëel risico op recidive. Dit impliceert dat de thans vigerende TBS-maatregel gecontinueerd dient te worden. Wel zijn er

mogelijkheden tot resocialisering vooral op basis van de gedragsmatige uitbreiding van de

copingmechanismen. Controle van het drugsgebruik dient onverminderd plaats te vinden. Gezien de afwezigheid van agressieve incidenten kan verlenging van de TBS met 1 jaar geadviseerd worden.”

In voornoemd advies van Novadic-Kentron van 24 juni 2006 is onder meer het navolgende gesteld:

“Momenteel verblijft betrokkene binnen de Forensische Trainingsunit van het [kliniek 2] en volgt hij een dagprogramma bij het [centrum].

Betrokkene heeft tijdens de voorwaardelijke beëindiging TBS meerdere keren de bijzondere voorwaarden overtreden. Op 24 december 2013 heeft de rechtbank besloten de bijzondere voorwaarde Drugsverbod te wijzigen en moet betrokkene zich houden aan de richtlijnen: cannabisgebruik alleen in het weekend (vrijdagavond tot zondagmiddag).

Het cannabisgebruik van betrokkene werkt niet recidive verhogend en heeft voor zover bekend geen negatieve invloed op zijn gedrag. Betrokkene laat in afgelopen periode meer inzicht en openheid zien en is tevens in staat om te reflecteren op eigen gedrag. Hij heeft minder moeite met het gecontroleerd worden en reageert adequater indien hij wordt aangesproken op zijn gedrag.

Indien de Tbs-maatregel beëindigd wordt, kan het thans ingezette resocialisatietraject niet worden voortgezet en zal betrokkene grotendeels op zichzelf aangewezen zijn. De reclassering beschouwt het risico op terugval in ongecontroleerd druggebruik en delictgedrag daarbij als hoog. Mede gelet op de lange duur van de Tbs-maatregel is een juiste afwikkeling van de resocialisatie noodzaak. Eerst dan kan verwacht worden dat betrokkene op een verantwoorde wijze kan terug keren in de samenleving. De reclassering adviseert dan ook om de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel thans te

verlengen met één jaar. Het huidige resocialisatietraject kan dan worden voorgezet en het zal ervan afhangen, en in hoeverre, betrokkene zich aan de stapsgewijze toenemende vrijheden kan houden en doorplaatsing naar de forensische RIBW gerealiseerd kan worden. De reclassering adviseert de voortgang van het resocialisatieproces na één jaar te evalueren en te bezien of en zo ja welke volgende stappen dan nog noodzakelijk blijken te zijn. De reclassering is van mening dat de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel verlengd kan worden onder algemene en bijzondere voorwaarden.”

In voornoemd voortgangsverslag ten behoeve van velengingszitting van Novadic-Kentron d.d. 8 september 2014, is zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

Overtredingen:

Mei 2014:

Betrokkene heeft op 20 mei 2014 op zijn kamer van de FTU (Forensische Trainings Unit) van het [kliniek 2] cannabis gerookt. Dit is tegen de richtlijnen van de FTU en de reclassering (het is verboden om drugs op de kamer te hebben en/of te gebruiken). Betrokkene heeft hiervoor in overleg met de Officier van Justitie een waarschuwing van de reclassering gekregen.

Juli 2014:

Betrokkene heeft op 13 juli 2014 op zijn kamer van de FTU (Forensische Trainings Unit) van het [kliniek 2] cannabis gerookt. Dit is tegen de richtlijnen van de FTU en de reclassering (het is verboden om drugs op de kamer te hebben en/of te gebruiken). Het behandelteam van de FTU heeft in overleg met de reclassering en Officier van Justitie besloten om betrokkene terug te plaatsen naar de FPA op het terrein voor de

duur van 2 weken.

Betrokkene heeft cannabis gebruikt tussen 17 juli 2014 en 21 juli 2014 tijdens zijn verblijf op de[kliniek 2] (tijdens het verblijf op de FPA is drugs- en alcoholgebruik verboden).

Betrokkene is op 1 augustus 2014 in kader van een Time-out in [kliniek 1] te [plaatsnaam] geplaatst. Tijdens de Time-out heeft betrokkene een overtreding begaan:

Augustus 2014:

Betrokkene heeft op 18 augustus 2014 bezittingen (ketting) en cannabis van een medecliënt gekocht. Bij fouillering is de ketting en cannabis gevonden. Betrokkene heeft een positieve urine uitslag (cannabis).

De Behandelaar, mevrouw van de Berg-Lotz van [kliniek 1] geeft aan dat betrokkene gedurende de time-out een antisociale houding heeft en niet nadenkt voor hij iets zegt of doet. Uit urinecontrole blijkt dat betrokkene cannabis gebruikt. De laatste weken van de time-out is betrokkene actiever, werkt hij 20 uur per week op de werkplaats van de kliniek en heeft een plan op papier gezet hoe hij bij terugkeer zich gaat houden aan de voorwaarden, aanwijzingen, afspraken en dagbesteding. Mevrouw van de Berg-Lotz geeft aan dat betrokkene alleen terug kan naar [kliniek 2] met een strikt beleid.

De terbeschikkinggestelde verklaart:

Ik heb maar een keer cocaïne gebruikt. In de FPA is het mij toen aangeboden door een jongen. Die zat daar al zes jaar en wilde meer medegebruikers achter zicht krijgen. Hij had daardoor het idee dat ook anderen cocaïne de instelling binnen zouden krijgen. Ik was toen vermoeid van alles en heb toen een klein snuifje genomen. Ik had en heb in 35 jaar dat ik vast zit verder nooit cocaïne gebruikt. Ik ben bang dat het minimale snuifje van toen veel te zwaar wordt aangerekend. Ik heb ook de jongen laten weten dat ik hier verder geen interesse in had. Ik heb daarna ook nooit meer cocaïne gebruikt. Cannabis is voor mij een soort medicijn. Het helpt mij tegen ongemakken. Cannabisgebruik is in de[kliniek 1] gedoogd. Gebruik op de kamer is echter niet toegestaan. Desondanks heb ik toch toen op mijn kamer cannabis gebruikt omdat gebruik op de luchtplaats vreemd volk aan trekt. Om minder te gaan gebruiken is het voor mij van belang dat ik een goede dagbesteding heb. Ik ben dan ook meer gaan sporten. Zo heb ik voor mijn verjaardag een crossfiets gekregen die ik regelmatig gebruik. Ook wil ik graag een computercursus gaan en volgen. Ik ben bezig om dit in gang te zetten. Ook heb ik inmiddels Engelse les. Psychiater Boeykens heb ik tweemaal gesproken.

De deskundige P.P.J.G. van Laarhoven, optredend namens Novadic-Kentron, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd reclasseringsadvies. Zij heeft voorts het navolgende, zakelijk weergegeven, verklaard:

De afspraken die in het rapport staan vermeld hebben wij zo concreet ontvangen van het [kliniek 2]. Ons voorstel is om de voorwaardelijke beëindiging voort te zetten met de richtlijnen zoals door ons verwoord in het voortgangsverslag van 8 september 2014. Wij hebben hieromtrent gesproken met de behandelaars bij de[kliniek 1] en het [kliniek 2]. Allen zijn van mening dat het beste voor de terbeschikkingestelde is dat zijn verblijf in Venray weer wordt voortgezet. Hierbij is het van belang dat de richtlijnen rond cannabisgebruik strakker en duidelijker worden vastgesteld. Het is ons duidelijk dat de terbeschikkinggestelde in de achterliggende periode ondanks de bestaande voorwaarden en richtlijnen in de fout is gegaan. Desondanks is ons streven om de ingeslagen weg te continueren. Omdat hij een paar keer op zijn kamer cannabis heeft gebruikt, is het van belang dat hij weet dat hij in de toekomst ook niet op het terrein van het [kliniek 2] cannabis mag gebruiken. Het is ons duidelijk geworden dat op de momenten dat het goed ging met de terbeschikkinggestelde dat hij toen ook heel goed en gecontroleerd met zijn cannabisgebruik omging. Hij genoot zichtbaar van zijn vrijheden. Wel is bij continuering van het verblijf een goede daginvulling van belang voor betrokkene.

De terbeschikkinggestelde verklaart:

Met mij is alles doorgenomen. Ik wil graag dat de ingeslagen weg goed gaat verlopen. Ik ga er zeker aan meewerken. Mij lijkt een daginvulling zeer van belang. Ik wil graag terug naar het [kliniek 2], ik voel me niet thuis in de[kliniek 1].

De officier van justitie voert het woord:

De terbeschikkinggestelde heeft lang in TBS gezeten met dwangverpleging. Vanaf vorig jaar is hier verandering in gekomen en is hem middels een resocialisatieproces een kans gegeven. Niet kort daarna is hij vanwege middelengebruik toch in de fout gegaan, vandaar dat wij een verzoek hebben gedaan om hervatting van de dwangverpleging. De rechtbank is hier in december 2013 niet in meegegaan maar heeft wel de voorwaarden strikter geformuleerd om de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging voort te zetten. Hij heeft dus een tweede kans gekregen. Vervolgens blijkt uit de rapportage van de reclassering van 25 januari 2014 zelfs dat de terbeschikkinggestelde cocaïne heeft gebruikt. Het instituut heeft toen in overleg met de officier van justitie gekozen voor een waarschuwing. Hiermee is de terbeschikkinggestelde goed weggekomen. Hem is dus wederom een kans gegund. Op grond van de rapportages in het dossier blijkt duidelijk dat de zucht naar middelengebruik een groot gevaar is. De deskundigen achten het van belang dat de ingeslagen weg wordt voortgezet. Om het middelengebruik gecontroleerd in te perken is gekozen voor nog striktere voorwaarden. Gelet op het verleden heb ik mijn twijfels of dit goed zal gaan. Ik zal de terbeschikkinggestelde het voordeel van de twijfel geven en me tegen voortzetting van de voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging niet verzetten. Ik wil de terbeschikkinggestelde wel meegeven dat dit echt zijn laatste kans is. Wanneer hij zich weer niet zal houden aan de nu nog striktere voorwaarden is het echt klaar wat het Openbaar Ministerie betreft. Omdat hij de afgelopen periode zich herhaaldelijk niet aan de voorwaarden heeft gehouden, acht ik een verlenging van de TBS met 2 jaar aan de orde. Ik verzoek u de voorwaarden zoals die nu door de reclassering zijn aangevuld uitdrukkelijk op te nemen in de uitspraak.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft onder meer aangevoerd:

Ik heb vanaf begin dit jaar contact met mijn cliënt. Cliënt was toen positief bezig. Op dat moment was er ook sprake van een netwerk om cliënt heen. Desondanks is het spijtig genoeg fout gegaan en heeft het geleid tot een time-out fase. Voor cliënt is het van belang dat het traject waar hij in zit wordt voortgezet. Cliënt is er van bewust dat zucht naar cannabis aanwezig is. Dit is ook de reden waarom hij in de fout is gegaan. Cliënt heeft mij aangegeven zich volledig in te willen zetten om het ingeslagen traject te doen slagen. Een goed plan van aanpak is dan ook zeer van belang. Om de zucht naar cannabis te beperken is een dagbesteding van belang. Cliënt zelf is hier zeer van bewust en is dan ook aan het sporten geslagen. Ook heeft hij een crossfiets gekregen waarop hij zich kan uitleven. Er is een indicatie voor dagbesteding aangevraagd. Het is dus duidelijk dat cliënt zelf initiatieven heeft genomen om zijn dag invulling te geven en dat hij bezig is dit uit te breiden. Ik ben het eens met voorzetten van de maatregel. Continuering van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is een must. Ik heb de aangescherpte voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering op 8 september 2014 met cliënt besproken. Hij kan hiermee leven. Ik vind een verlenging van 1 jaar, zoals voorgesteld door de deskundige Boeykens, hier op zijn plaats.

De terbeschikkinggestelde verklaart:

Voordat van het verhaal over de cocaïne van een mug een olifant wordt gemaakt, wil ik benadrukken dat dit echt niets voorstelde. In 35 jaar dat ik heb vastgezeten is dit mijn eerste snuifje cocaïne geweest. Ik heb ook hier helemaal geen behoefte aan. Het zal dan ook zeker niet meer gebeuren.

De rechtbank verenigt zich met het advies van zenuwarts/psychiater D.H.J. Boeykens en het verlengingssadvies voorwaardelijke beëindiging van Novadic-Kentron, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door reclasseringswerker P.P. J.G. van Laarhoven.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de ter beschikkingstelling met één jaar eist. Het is voorts de vraag of de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege dient te worden voortgezet.

De deskundigen hebben aangegeven dat resocialisatie is aangewezen. Inmiddels is het traject van resocialisatie van terbeschikkinggestelde ook ingezet, door middel van een verblijf en behandeling bij het [kliniek 2]. Verdere stappen stagneren echter doordat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van blijvende zucht naar cannabis. Novadic-Kentron heeft om die reden de voorwaarden zoals die laatstelijk door de rechtbank op 24 december 2013 zijn vastgesteld, middels een voortgangsverslag ten behoeve van verlengingszitting d.d. 8 september 2014 aangevuld met voorwaarden die strikter toezien op het gebruik van cannabis.

De rechtbank verenigt zich ook voor wat betreft de voortzetting van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging met het advies van zenuwarts/psychiater D.H.J. Boeykens en het verlengingssadvies voorwaardelijke beëindiging van Novadic-Kentron, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door reclasseringswerker P.P.J.G. van Laarhoven. De rechtbank heeft daarbij gelet op het belang van voortzetting van het resocialisatietraject van terbeschikkinggestelde meegewogen dat op grond van de inschatting van de deskundigen door aanvullende voorwaarden het gevarenrisico ten opzichte van de uitspraak van deze rechtbank van 24 december 2013 nog kleiner zal zijn.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat de voorwaarden zoals vastgesteld bij uitspraak van 24 december 2013 dienen te worden gehandhaafd met uitbreiding van de voorwaarden zoals gesteld bij genoemd voortgangsverslag van 8 september 2014 en komen te luiden als hierna te melden.

De terbeschikkinggestelde heeft zich bij de behandeling van de vordering bereid verklaard tot naleving van na te melden voorwaarden.

Gezien de artikelen: 38, 38a, 38d, 38g van het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank als volgt beslissen.

DE BESLISSING

Verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Wijst het verzoek tot aanvulling van de in de beslissing van deze rechtbank van 24 december 2013, in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, gestelde voorwaarden aldus toe, dat deze thans luiden als volgt:

Stelt daar bij als algemene voorwaarden dat de terbeschikkinggestelde:

- zich niet schuldig zal maken aan strafbare feiten;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Stelt daarbij tevens als bijzondere voorwaarden dat de terbeschikkinggestelde:

- zich houdt aan de afspraken en aanwijzingen die de verslavingsreclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. De terbeschikkinggestelde moet zich gedurende de periode van de maatregel blijven melden bij de verslavingsreclassering van Novadic-Kentron, zo frequent als de verslavingsreclassering van Novadic-Kentron gedurende deze periode nodig acht;

- wordt verplicht om na de klinische behandeling in een 24uurs FTU/RIBW of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, te verblijven en zich te houden aan het programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- wordt verplicht om op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling zich te laten opnemen op de [kliniek 2] of een soortgelijke instelling, zulks te beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij de terbeschikkinggestelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer) directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- wordt verboden om alle drugs behalve cannabis te gebruiken en zich dient te houden aan de richtlijnen van de reclassering en het [kliniek 2] ten aanzien van cannabisgebruik. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarde zal ondersteund worden door middel van urineonderzoek. Betrokkene gebruikt geen andere medicatie dan die is voorgeschreven door zijn behandelend arts.

- wordt verplicht om de volgende bijkomende bijzondere voorwaarden na te leven en zich te houden aan de opdrachten van de reclasseringsorganisatie die in het kader van het toezicht op de naleving van deze voorwaarde noodzakelijk zijn:

- de terbeschikkinggestelde begeeft zich niet in risicovolle situaties;

- de terbeschikkinggestelde geeft openheid van zaken betreffende zijn financiën.

Tevens is daarbij bepaald dat de terbeschikkinggestelde een zorgcontract dient te ondertekenen met de GGZ ERW Novadic-Kentron, het [kliniek 2] en FPC “De[kliniek 1]” en dat bij een crisissituatie de terbeschikkinggestelde tweemaal voor maximaal 8 weken kan worden teruggeplaatst bij FPC “De[kliniek 1]” te [plaatsnaam].

- Betrokkene wordt verplicht om bij terugkeer naar de FTU van het [kliniek 2] zich te houden aan de volgende door het instituut opgestelde voorwaarde:

- Betrokkene blowt niet op het terrein van [kliniek 2] en dus ook niet binnen het gebouw van de FTU/For RIBW;

- Betrokkene mag enkel in het weekend blowen. Dit is toegestaan van vrijdagavond 18:00 t/m zondagavond;

- Betrokkene mag maximaal 10 euro per weekend aan cannabis uitgeven. Betrokkene mag geen cannabis van anderen meeroken: betrokkene mag al/een de cannabis roken die hij zelf haalt, dus voor 10 euro;

- Betrokkene krijgt op de maandag en vrijdag een Uc. Er mag in de cannabis waarden geen piek voorkomen;

- Betrokkene blijft dagbesteding volgen. Om het cannabisgebruik te beperken tot het weekend, zal hij ook dagbesteding moeten volgen op de vrijdagochtend en vrijdagmiddag;

- Betrokkene biedt anderen geen cannabis aan;

- Betrokkene moet aanspreekbaar blijven in contact;

- Betrokkene geeft openheid over de contacten die je opdoet in de coffeeshop;

- Betrokkene houdt een kasboek bij waar al zijn uitgaven in staan, en bewaart bonnetjes;

- Betrokkene geeft inzage in bankafschriften bij zowel reclassering als verpleging.

Deze beslissing is gegeven door

mr. E.M.J. Raeijmaekers, voorzitter,

mr. drs. W.A.F. Damen en mr. J.M.J. Denie, leden,

in tegenwoordigheid van N.J.M. van Rooij, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 september 2014.

mr. J.M.J. Denie is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.