Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:5266

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
28-08-2014
Datum publicatie
11-09-2014
Zaaknummer
01/055121-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar en houdt de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege aan en schorst daartoe het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, tot ten hoogste drie maanden, teneinde de reclassering een rapport te laten opmaken omtrent de vraag of, en zo ja, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder, de verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde kan worden beëindigd. Indexdelict: verkrachting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/055121-04

Uitspraakdatum: 28 augustus 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],

verblijvende bij [kliniek 1].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 2 juni 2005 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 9 september 2013, met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank ingekomen op 15 juli 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 augustus 2014.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van N. Feenstra, algemeen directeur/hoofd van [kliniek 2] d.d. 13 juni 2014;

  • -

    het persoonsdossier van de terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van verkrachting, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

“Het wonen in [kliniek 1] bevalt patiënt goed en hij heeft zich gemakkelijk aan zijn nieuwe omgeving aangepast. Hij is open in contact en houdt zich aan de gestelde afspraken. Vrij snel na zijn overplaatsing mag hij zelfstandig wandelen op het terrein en worden zijn vrijheden vervolgens stapsgewijs uitgebreid. Zo mag hij onbegeleid boodschappen doen in het dorp en naar zijn ouders; zij wonen ongeveer 10 kilometer bij hem vandaan en patiënt gaat hier op de fiets naartoe. Hij geeft aan graag bij zijn ouders te willen overnachten, maar gezien de korte periode dat hij in [kliniek 1] verblijft, wordt afgesproken dit verzoek mee te nemen naar de behandel bespreking in [kliniek 2] in december 2013. In de behandelbespreking in [kliniek 1] van 20 juni 2013 wordt patiënts uitstroomtraject aangepast: in eerste instantie zou patiënt worden overgeplaatst naar een forensische trainingsunit, maar dit wordt gewijzigd in overplaatsing naar een tweepersoons flat. Beide plekken bevinden zich op het terrein van [kliniek 1]. Het uiteindelijke uitstroomdoel wordt voor hem bepaald op verblijf in een RIBW. Patiënt is teleurgesteld, maar bespreekt zijn frustraties uiteindelijk met de begeleiding. Hierbij wordt afgesproken dat zijn verzoek wordt meegenomen naar de eerstvolgende behandelbespreking; daarin wordt patiënt alsnog een eenpersoonsflat toegezegd. In de weken hierna laat hij zien redelijk zelfstandig te kunnen functioneren. Hij onderhoudt zelf zijn kamer, doet verschillende corveetaken, kookt voor zichzelf en voor de groep en doet zelfstandig boodschappen. Dit alles verloopt naar wens. Begin september 2013 blijkt patiënts seksualiteit voor hem wel een issue te worden; dit is vervolgens meerdere malen onderwerp van gesprek met zijn hoofdbehandelaar in [kliniek 1]. Hierin geeft patiënt openheid van zaken, ook over zijn delicten. Op dat moment lijkt er weinig behoefte aan seksualiteit/intimiteit, hoewel hierbij ook externe controle een rol lijkt te spelen: zijn TBS-kader en niet nogmaals in de problemen willen komen. De indruk bestaat hierbij niet dat hij sociaal wenselijk antwoordt. Patiënt bezoekt als hij in Nijmegen is een homobar, waar hij vroeger ook kwam, en waar hij oude bekenden treft. Deze bezoeken worden geëvalueerd en hij is hier open over. Bekeken wordt hoe patiënt vanuit [kliniek 1] de Liberman module Sociale Relaties en Intimiteit kan volgen. Daarnaast worden de gesprekken met de hoofdbehandelaar, met onder andere thema's seksualiteit en alcohol, gecontinueerd. In november 2013 zorgt een nieuwe medepatiënte op de groep regelmatig voor irritaties bij de andere groepsbewoners, waaronder patiënt. Hij maakt dit bespreekbaar bij zijn persoonlijk begeleider en probeert zo min mogelijk op haar te letten. Na enige tijd op de wachtlijst te hebben gestaan, werkt patiënt momenteel vier ochtenden per week bij de assemblage en heeft het hier naar de zin. ’s Middags heeft hij tijd om boodschappen te doen en het huishouden. Hij volgt tevens eens per week beeldende therapie. In de behandelbespreking van 17 december 2013 in [kliniek 2] wordt geconcludeerd dat men tevreden is over de wijze waarop zijn verblijf bij [kliniek 1] verloopt. In dit overleg wordt afgesproken dat patiënts verloven stapsgewijs en volgens stappenplan mogen worden uitgebreid naar onbegeleide verloven, in overleg met het TMV-team. Daarnaast worden de voorbereidingen tot een aanvraag proefverlof in gang gezet en wordt de reclassering gevraagd hiertoe een maatregel rapport op te stellen. Met betrekking tot patiënts wens om te mogen overnachten bij zijn ouders wordt afgesproken dit niet apart aan te vragen, aangezien voor patiënt in de komende periode proefverlof wordt aangevraagd, waarbij dit in de voorwaarden kan worden opgenomen. In de loop van januari 2014 wordt patiënt overgeplaatst naar een andere kamer

omdat hij volgens de begeleiding geluidsoverlast had veroorzaakt. In eerste instantie is patiënt hier boos over en wil hij hier niet over praten met de begeleiding. Uiteindelijk doet hij dit toch en pakt hij de draad weer op. Afgesproken wordt dat hij dagelijks een contactmoment krijgt. In februari 2014 gaat patiënt, onder begeleiding, naar een concert van de Eagles in de Arena. Daarnaast brengt hij in de weekenden een bezoek aan zijn ouders, een contact waar hij van geniet. Zijn verloven verlopen naar tevredenheid en patiënt houdt zich goed aan de gestelde afspraken. Begin april 2014 verhuist patiënt naar een eenpersoons flat, waar hij zo veel mogelijk zelfstandig functioneert en minder wordt begeleid. Hij heeft hier lang naar uitgekeken en is erg enthousiast dat de verhuizing nu een feit is. Hij wordt bijna dagelijks bezocht door het ambulante team, bezoekt op maandag de afdeling en heeft dan een gesprek met de psycholoog. Op de dinsdagen haalt hij op de afdeling zijn medicatie voor de hele week en op de woensdag heeft hij een weekevaluatie. Op de donderdag, vrijdag en zondag heeft hij een contactmoment. Tot op heden verloopt zijn verblijf in de eenpersoonsflat naar tevredenheid.

(…)

Conclusie en advies

Patiënt verblijft sinds 2 april 2013 in [kliniek 1] en zijn verblijf verloopt naar

tevredenheid. Hij is open in contact en houdt zich goed aan de gestelde afspraken. Ruim een

maand geleden is hij verhuisd naar een eenpersoonsflat op het terrein van [kliniek 1]

en tot op heden verloopt dit naar wens. In februari 2014 is bij de reclassering een maatregelrapport opgevraagd ten behoeve van een situatie van proefverlof voor patiënt en het is de verwachting dat dit rapport in de loop van de maand juni gereed is. Bij een positief advies wordt door de kliniek vervolgens een aanvraag proefverlof ingediend bij de unit verlof van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Vervolgens duurt het dan nog enkele maanden voordat hierop een reactie komt. Uiteindelijk is de verwachting dat patiënt zodanig kan inbedden in de huidige setting dat het gedwongen kader niet meer nodig is. Op grond van bovenstaande wordt geadviseerd de TBS met een jaar te verlengen.”

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Het gaat goed met me. Ik woon nu zelfstandig in een flat op het terrein van het [kliniek 1], dit bevalt me prima. Ik heb geregeld therapie en gesprekken met een psycholoog, dit loopt ook naar wens. Alle controles zijn tot op heden negatief, prima dus. Ik weet dat vanwege voorbereiding op proefverlof een maatregelenrapport is opgevraagd bij de reclassering. Ik begrijp dat dit rapport inmiddels gereed is.

De deskundige dr. Th.A.M. Deenen, optredend namens [kliniek 2], heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Ten eerste wil ik u melden dat er bovenaan op bladzijde 8 van het advies een fout staat. In plaats van november 2014 moet er november 2013 staan. Eind juni 2014 hebben wij het rapport van de reclassering van 12 juni 2014 ter zake voorbereiding proefverlof TBS ontvangen, dit was aan het begin van de zomerperiode. Het is duidelijk dat de reclassering positief staat tegenover proefverlof. Door de reclassering zijn voorwaarden geformuleerd waar [terbeschikkinggestelde] zich dan aan moet houden. Wegens de onderhavige zitting hebben wij gewacht met het verzoek aan het ministerie voor proefverlof. In het verleden is het nog al eens voorgevallen dat een dergelijk advies van de reclassering leidt tot een verzoek van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van de zijde van de terbeschikkinggestelde.

De voorzitter merkt op dat de rechtbank niet de beschikking heeft over het reclasseringsadvies van 12 juni 2014. De officier van justitie geeft aan eveneens niet te beschikken over genoemd advies. De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft hiervan wel een afschrift. Een afschrift hiervan wordt aan de rechtbank en de officier van justitie overgelegd.

De voorzitter geeft aan dat uit het reclasseringsadvies d.d. 12 juni 2014 is op te maken dat de reclassering geen bezwaar heeft tegen een proefverlof met inachtneming van de voorwaarden zoals verwoord in genoemd advies. Het advies zal aan het dossier worden toegevoegd.

De deskundige dr. Th.A.M. Deenen heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

De kliniek geeft de voorkeur aan het klassieke traject zodat er sprake is van een goede inbedding. Het is van belang dat bij [terbeschikkinggestelde] vanaf een goede plek naar een voorwaardelijke beëindiging wordt gewerkt. Gevraagd naar de belangrijkste verschillen tussen een proefverlofsituatie en een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging merk ik op dat de wijze van financiering anders is. Een belangrijk voordeel van een proefverlof boven een voorwaardelijke beëindiging is vooral dat op vrij eenvoudige wijze bij terugval hulp geboden kan worden. Bij voorwaardelijke beëindiging loop je het risico dat bij een ernstige terugval uiteindelijk toch weer dwangverpleging moet worden opgelegd. In dat geval wordt de terbeschikkinggestelde altijd in een andere kliniek dan de oorspronkelijke geplaatst, hetgeen betekent dat weer van voren af aan begonnen moet worden met behandeling en verloven etc. Ingrijpen van onze kant bij terugval is eenvoudiger wanneer er sprake is van proefverlof. Ik weet dat er bij een voorwaardelijke beëindiging de mogelijkheid bestaat tot tweemaal een time-out van zeven weken. Dit werkt op zich prima, maar bij een volledige terugval heb je dus de kans dat je bij een andere instelling weer van vooraf aan moet beginnen. Bij schending van de voorwaarden bij proefverlof heeft de staatssecretaris bemoeienis, bij schending van de voorwaarden bij een voorwaardelijke beëindiging val je direct onder het openbaar ministerie.

[terbeschikkinggestelde] heeft al vanaf 2012 onbegeleid verlof. Wanneer we uitgaan van het klassieke model, dat wij overigens niet zelf bedacht hebben maar opgelegd is middels richtlijnen van het ministerie, volgt het proefverlof op het transmuraal verlof.

De meest recente risicotaxatie is van november 2013. Wanneer we heden een risicotaxatie zouden uitvoeren verwacht ik eerder een positiever resultaat.

We hebben hier te maken met een kwetsbare man. Risico tot middelengebruik is groter wanneer [terbeschikkinggestelde] met verkeerde vrienden om zou gaan. Dit zou kunnen leiden tot alcoholgebruik of drugsgebruik. Op dit moment is hier geen indicatie voor, [terbeschikkinggestelde] heeft geregeld gesprekken en controles. Deze gesprekken en controles heeft hij op grond van de voorwaarden zoals die gelden bij transmuraal verlof. Overigens wijken de voorwaarden zoals die door de reclassering zijn gesteld voor het proefverlof hiervan nauwelijks af. [terbeschikkinggestelde] heeft nog nooit zo goed gefunctioneerd, hij functioneert zelfs beter dan hij heeft gedaan voor het indexdelict. Hij bezoekt geregeld een homobar in Nijmegen en gedraagt zich daar correct. Wanneer de begeleiding zou worden gestopt, bestaat de kans dat [terbeschikkinggestelde] kan afglijden. Daarom is het klassieke traject het meest wenselijk. De instelling is van oordeel dat [terbeschikkinggestelde] baat heeft bij levenslange begeleiding. Bij een voorwaardelijke beëindiging krijg je te maken met een eindtermijn. Van levenslange behandeling kan dan geen sprake zijn. [kliniek 2] krijgt begin volgend jaar een andere functie. De kans bestaat dan ook dat bij transmuraal verlof het toezicht wordt overgedragen aan [kliniek 3]. Dit heeft geen consequenties voor [terbeschikkinggestelde].

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik zou graag in aanmerking komen voor een voorwaardelijke beëindiging, ik wil graag op mijn eigen benen staan. Ik wil wel graag in mijn huidige flat op het terrein van [kliniek 1] blijven. Ik heb van mijn psycholoog begrepen dat ik bij een voorwaardelijke beëindiging mijn flat uit moet.

De deskundige dr. Th.A.M. Deenen heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Dit durf ik niet te bevestigen.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik wil graag in de flat blijven onder begeleiding van stichting “Vincent van Gogh”. Ik wil graag dat de dwangverpleging eraf gaat en dat ik onder begeleiding blijf van stichting “Vincent van Gogh”. Drugs heb ik nog nooit gebruikt en zal ik dus om die reden ook nooit gaan gebruiken. De kans op recidive is volgens mij ook niet aan de orde.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Mijn cliënt wil van het etiket TBS af.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Op grond van de formele criteria, er is sprake van een stoornis bij de terbeschikkinggestelde en de risicotaxatie op lange termijn is matig tot groot, persisteer ik bij mijn vordering tot verlenging van de tbs met 1 jaar.

Mijn voorkeur gaat uit naar het door de deskundige vandaag genoemde klassieke traject. Ik verzet me dan ook tegen een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Het is duidelijk dat het goed gaat met de terbeschikkinggestelde. Het transmuraal verlof verloopt naar wens, zijn relatie met de behandelaars loopt voortvarend en zelf functioneert hij prima in die setting. Alle lof derhalve voor de terbeschikkinggestelde. Gelet op zijn positieve houding worden er stappen gezet. Zo zal proefverlof worden aangevraagd en naar verwachting worden toegewezen. Gelet op het feit dat de aanwezige hardnekkige stoornis niet zomaar valt uit te vlakken is het van belang dat voorzichtig te werk dient te worden gegaan. Daarom lijkt het volgen van het klassieke model het meest voor de hand te liggen. Hoe de weg ook zal zijn, voor de terbeschikkinggestelde zal er weinig tot niets veranderen.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Met de officier van justitie ben ik van mening dat voldaan is aan de formele eisen voor verlenging van de TBS. Verlenging is dan ook logisch.

Het verbaast me wel dat het proefverlof nog niet is aangevraagd. Het rapport van de reclassering is in februari 2014 aangevraagd en is op 13 juni 2014 binnengekomen. Sedertdien is er niets meer gebeurd. Dit is zeer frustrerend en belooft niet veel goeds voor de toekomst in het maken van stappen. Eigenlijk is er weinig veranderd ten opzichte van de zitting van een jaar geleden. Ik pleit voor een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging met toepassing van de voorwaarden zoals die opgesteld zijn door de reclassering ten behoeve van de voorbereiding op het proefverlof. Gelet op de informatie die we hebben is het duidelijk dat mijn cliënt zich zal houden aan de voorwaarden zoals die zijn vastgesteld. Hem is ook duidelijk dat hij zijn hele leven begeleid zal moeten worden. Hij wil graag af van het etiket TBS en gelet op het vorenstaande ligt het voor de hand om hier naar toe te werken. Ik verzoek u dan ook de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen onder de door de reclassering in haar rapport van 12 juni 2014 gestelde voorwaarden. Mocht dit niet kunnen op basis van deze voorwaarden, dan verzoek ik u de zaak aan te houden zodat de reclassering deze voorwaarden strikter kan formuleren in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

De officier van justitie heeft geen behoefte om te reageren.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik sluit volgens mij hetzelfde af als vorig jaar. Ik kijk wel hoe het gaat lopen. Ik doe mijn best en blijf mijn best doen.

De rechtbank onderbreekt het onderzoek teneinde zich in raadkamer te beraden.

Na de hervatting van het onderzoek deelt de voorzitter mede dat de rechtbank zich verenigt met het advies van de inrichting en de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige voor wat betreft de verlenging van de terbeschikkingstelling met 1 jaar. De rechtbank is, gelet op artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, zodat de terbeschikkingstelling zal worden verlengd met één jaar.

Voorts acht de rechtbank van belang dat de terbeschikkinggestelde perspectief wordt geboden om op termijn tot beëindiging van de terbeschikkingstelling te komen. Gelet op het in het advies van de inrichting geschetste beloop van de behandeling van de terbeschikkinggestelde, zoals ook vandaag door de deskundige aangegeven, in het bijzonder de positieve ontwikkelingen, acht de rechtbank het verantwoord te bekijken of de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zou kunnen worden beëindigd.

Daarom dient de Reclassering Nederland een nader maatregelrapport op te stellen, waarin de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege worden onderzocht. De rechtbank acht hierbij van belang of de terbeschikkinggestelde bij een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging kan/mag blijven wonen in zijn huidige flat op het terrein van [kliniek 1], alsmede of de huidige begeleiding vanuit deze [kliniek 1] ongewijzigd kan worden gecontinueerd. De rechtbank gaat ervan uit dat de reclassering in haar rapportage uitdrukkelijk aandacht aan deze vraagpunten zal besteden.



Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, zal de rechtbank op grond van artikel 509t lid 5 van het Wetboek van Strafvordering de beslissing op een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor onbepaalde tijd, maar maximaal voor drie maanden, aanhouden in afwachting van het rapport van de reclassering.

DE BESLISSING

De rechtbank:

- verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar;

- houdt de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege aan en schorst daartoe het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, tot ten hoogste drie maanden, teneinde de reclassering een rapport te laten opmaken omtrent de vraag of, en zo ja, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder, de verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde kan worden beëindigd;

- beveelt de oproeping van de terbeschikkinggestelde, de deskundige dr. Th.A.M. Deenen en de rapporteur van de reclassering tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting, met kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsman van de terbeschikkinggestelde.

- stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.

Deze beslissing is gegeven door

mr. H.M. Hettinga, voorzitter,

mr. P.A. Buijs en mr. J.H.L.M. Snijders, leden,

in tegenwoordigheid van N.J.M. van Rooij, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 augustus 2014.