Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:5238

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
09-09-2014
Zaaknummer
01/845384-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling en dwangverpleging met twee jaar. Indexdelict: driemaal mishandeling gepleegd tegen ambtenaar gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01/845384-09

Uitspraakdatum: 9 september 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

verblijvende in [kliniek],

hierna te noemen: betrokkene.

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 juli 2010 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 13 september 2012 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 8 juli 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 augustus 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige Miedema, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van [kliniek], opgemaakt en ondertekend op 5 juni 2014 door drs. A.G. Miedema, hoofde behandeling, drs. P.F. Storms, psychiater en H.M. van Bussel, directeur organisatie en plaatsvervangend hoofd van de inrichting;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van driemaal mishandeling gepleegd tegen ambtenaar gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van [kliniek] onder meer het navolgende gesteld.

Betrokkene is een 29-jarige man met schizofrenie. Hij verblijft sinds 15 november 2010 bij [kliniek], waarvan ruim een half jaar op de afdeling voor patiënten met een verstandelijke beperking. Na drie-en-half jaar behandeling kan momenteel gesproken worden van een gestaag opgaande lijn. Vooralsnog is het verplichte TBS-kader nog immer noodzakelijk om een terugval in agressief en gewelddadig gedrag te voorkomen. Betrokkene is, zonder hulp en begeleiding, momenteel niet in staat om zich zelfstandig in de maatschappij te handhaven en de kans op herhaling is dan ook groot. Hij zal daarom op de langere termijn afhankelijk zijn van externe sturing en begeleiding. Uiteindelijk zal worden toegewerkt naar een verantwoorde terugkeer in een chronische woonvoorziening binnen de psychiatrie met het accent op zijn verstandelijke beperking. Naast (toezicht op) medicatie, zal een voorspelbare, prikkelarme omgeving de prothese moeten vormen en de kans op terugval moeten minimaliseren. Het plan is om betrokkene op termijn aan te melden voor een geschikte vervolgvoorziening zoals [instelling 1] of [instelling 2].

Gelet op de deels therapieresistente schizofrenie mag geen genezing verwacht worden maar dient uit te worden gegaan van acceptatie en leren omgaan met de handicap en chronische ziekte. Daarnaast zal, vanwege de verstandelijke beperking, de behandeling moeten bestaan uit het toewerken naar vaardigheidsvergroting en het tot stand laten komen van een geschikte prothese in de zin van een verantwoorde structuur van zorg, begeleiding en materiële begrenzing. Betrokkene beschikt niet over de capaciteiten om zich zelfstandig in de maatschappij te kunnen handhaven.

De verwachting is dat betrokkene blijvend zal zijn aangewezen op ondersteuning door een professioneel netwerk. Wanneer hij op termijn goed is ingebed in een 24-uurs psychiatrische zorgvoorziening, waarbij zicht is op de belangrijkste risicofactoren, zal het verplichte TBS-kader kunnen worden verminderd. Er zal bij de eerst volgende behandelplanbespreking (over 6 à 9 maanden) bekeken worden of de huidige vrijheden mogelijk uitgebreid kunnen worden naar begeleide verlofstappen in het kader van een dagbesteding of vrijetijdsbesteding. Uiteindelijk zal dienen te worden toegewerkt naar een 24-uurs psychiatrische zorginstelling waar begeleiding, structuur en ondersteuning geboden wordt. Bij positieve ontwikkeling verwachten we dat een aanmelding bij een vervolgvoorziening in het kader van een transmurale plaatsing eind 2015 zou kunnen plaatsvinden. (Wellicht [instelling 2] dan wel [instelling 1]). Het uiteindelijke doel is dat betrokkene zich kan handhaven in een psychiatrische vervolgvoorziening.

De kliniek adviseert de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar en continuering van de verpleging van overheidswege.

Ter terechtzitting van 26 augustus 2014 heeft de deskundige Miedema gepersisteerd bij voormeld advies en de gronden waarop dat berust.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting zoals dit ter terechtzitting van 26 augustus 2014 door de deskundige Miedema nader is toegelicht.

De terbeschikkinggestelde

Mijn behandeling verloopt goed. Ik vraag de rechtbank om mij een kans te geven zodat ik kan laten zien dat wat ik heb geleerd, ik in de praktijk kan toepassen. Daarom zou ik graag zien dat te rechtbank mijn terbeschikkingstelling met een jaar verlengt.

De officier van justitie

Gelet op het door [kliniek] over betrokkene uitgebrachte rapport ben ik van mening dat het recidivegevaar nog onverkort aanwezig is en dat de behandeling van betrokkene nog zeker twee jaar zal vergen. Daarom persisteer ik bij mijn vordering om de terbeschikkingstelling van betrokkene en zijn verpleging overheidswege, met twee jaar te verlengen.

De raadsman

In een verlenging van de terbeschikkingstelling van cliënt kan ik mij vinden. Ik stel echter voor de verlenging tot een jaar te beperken. Op die wijze wordt de kliniek onder druk gehouden de behandeling van cliënt voortvarend te blijven aanpakken en kan de rechtbank daar meer druk op uitoefenen. Op die wijze kan de duur van de terbeschikkingstelling van cliënt tot een minimum worden beperkt.

De rechtbank overweegt het navolgende.

Uit het door [kliniek] uitgebrachte advies blijkt dat betrokkene tijdens zijn behandeling de nodige stappen voorwaarts heeft gezet en dat hij gemotiveerd is aan die behandeling deel te nemen. Uit het advies en de daarop door de deskundige Miedema gegeven toelichting, waarvan de rechtbank de conclusies en onderbouwing overneemt, blijkt echter ook dat de behandeling van betrokkene nog langer dan twee jaar zal duren.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De behandeling van betrokkene vergt nog minimaal twee jaar en niet is gebleken van feiten of omstandigheden waaruit aannemelijk is geworden dat de kliniek de behandeling van betrokkene niet voortvarend ter hand heeft genomen of dat de kliniek dat in de toekomst zal nalaten. Gelet op het nog immer aanwezige recidivegevaar en de beperkte capaciteiten bij betrokkene om zich in de maatschappij te handhaven, acht de rechtbank het behandelbelang groter dan het belang wat betrokkene heeft bij een vroegtijdige toetsing door de rechtbank dat toeziet op het verloop van de behandeling van betrokkene.

Het verzoek van betrokkene om de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen wijst de rechtbank derhalve af.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. J.H.P.G. Wielders en mr. H.F. van Kregten, leden,

in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,

en is uitgesproken op 9 september 2014.

Mr. Van Kregten is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.