Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:5233

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-09-2014
Datum publicatie
15-09-2014
Zaaknummer
2982460 / 14-4621
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering ziekmelding door werkgever waarbij vervolgens aan werknemer opdracht wordt gegeven om zelf afspraak te maken met bedrijfsarts. Werknemer doet dat pas na 10 dagen waarna werkgever weigert het loon over die 10 dagen uit te betalen. De bedrijfsarts stelt vervolgens vast dat werknemer arbeidsongeschikt is. Artikel 6:627 BW (geen arbeid geen loon) niet van toepassing.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7 627, geldigheid: 2014-09-05
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0789
AR 2014/683

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Kanton Eindhoven

Zaaknummer : 2982460

Rolnummer : 14-4621

Uitspraak : 11 september 2014

in de zaak van:

[werknemer],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

eiser,

gemachtigde: mr. S.G.C. van Ingen werkzaam bij ARAG SE,

en

de naamloze vennootschap DAF Trucks N.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Eindhoven,

gedaagde,

gemachtigde mr. E.P.H. Verdeuzeldonk.

Partijen zullen hierna worden genoemd “[werknemer]” en “DAF Trucks”.

1 Het verloop van het geding

Dit blijkt uit het volgende:

a. de dagvaarding van 9 april 2014 met producties;

b. de conclusie van antwoord;

c. de comparitie na antwoord van 12 augustus 2014.

2 De feiten

2.1.Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende

weersproken en/of op grond van de onbestreden inhoud van overgelegde producties

het volgende vast.

2.2.

[werknemer] is op 23 januari 1995 in dienst getreden bij DAF Trucks.

Hij was laatstelijk werkzaam in de functie van chauffeur / logistiek medewerker tegen

een salaris van 2.262,24 bruto per vier weken te vermeerderen met 8 % vakantietoeslag

en overige emolumenten.

2.3.

[werknemer] heeft zich op 30 oktober 2013 omstreeks 15.00 uur telefonisch ziek gemeld bij zijn leidinggevende, de heer [F.]. DAF Trucks heeft vervolgens bij brief van 31 oktober 2013 aan [werknemer] meegedeeld dat zijn salaris per 31 oktober is stop gezet tot dat zijn afwezigheid is getoetst en hem met klem verzocht om een afspraak te maken met haar arbodienst. DAF Trucks heeft over de periode van 31 oktober 2013 tot 11 november 2013 de salarisbetaling aan [werknemer] stopgezet.

3 Het geschil

3.1.

[werknemer] vordert, na vermindering van eis, DAF Trucks bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van:

- het achterstallige salaris van € 2.262,24 bruto over de periode 12 van 2013 minus het bruto equivalent van € 605,21 netto;

- de wettelijke verhoging wegens vertraging over het hiervoor gevorderde achterstallige loon;

- de wettelijke rente over de som van voornoemde bedragen vanaf 2 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- de buitengerechtelijke incassokosten overeenkomstig de Staffel incassokosten in rolzaken sector kanton,

alsmede DAF Trucks te veroordelen om binnen vijf dagen na de betekening van een in deze

zaak te wijzen vonnis aan [werknemer] te verstrekken deugdelijke bruto/netto specificaties

van alle nog door DAF Trucks aan [werknemer] verschuldigde bedragen, op straffe van

een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat DAF Trucks ter zake in gebreke zal

blijven en DAF Trucks te veroordelen in de kosten van de procedure en in de nakosten.

3.2.

[werknemer] legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.

[werknemer] is in verband met klachten op dinsdagmiddag 30 oktober 2013 naar de huisarts geweest. Hij heeft zich vervolgens op advies van de huisarts ziek gemeld.

De leidinggevende van [werknemer] heeft deze ziekmelding echter niet geaccepteerd.

[werknemer] was echter niet in staat om werkzaamheden te verrichtten en hij is dan ook niet komen werken. DAF Trucks kan als werkgever niet bepalen of [werknemer] al dan niet arbeidsongeschikt is. DAF Trucks had de ziekmelding moeten accepteren en vervolgens de bedrijfsarts moeten inschakelen. Dat DAF Trucks heeft verzuimd de bedrijfsarts in te schakelen komt voor haar rekening en risico. [werknemer] heeft dan ook recht op betaling van het achterstallige salaris over periode 12 van 2013. Hij heeft zich op een juiste wijze ziek gemeld. DAF Trucks had het salaris alleen op grond van artikel 7:629 lid 6 BW mogen opschorten.

3.3.

DAF Trucks voert, zakelijk weergegeven, het volgende verweer.

Op 29 oktober 2013 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [werknemer], zijn leidinggevende en een HR medewerker over de verlofaanvraag van [werknemer] voor

30 oktober 2013. [werknemer] heeft zich tijdens dat gesprek laten bijstaan door een OR lid. Na een pittige discussie heeft DAF Trucks uiteindelijk toestemming gegeven aan [werknemer] om 30 oktober 2013 een verlofdag op te nemen.

[werknemer] heeft op 30 oktober 2013 omstreeks 15.00 uur telefonisch contact opgenomen met zijn leidinggevende om zich ziek te melden. De leidinggevende heeft tijdens dat gesprek gevraagd wat er aan de hand was. [werknemer] heeft toen te kennen gegeven dat hij niets wilde zeggen over de aard van zijn ziekmelding.

Zowel de uitlatingen van [werknemer] tijdens het gesprek op 29 oktober 2013 als het feit dat hij niets wilde zeggen over de aard van zijn ziekmelding hebben er toe geleid dat de leidinggevende de ziekmelding niet heeft geaccepteerd. Er waren gerede twijfels.

De leidinggevende heeft tijdens het telefoongesprek op 30 oktober 2013 [werknemer] verzocht direct een afspraak te maken bij de bedrijfsarts ter toetsing van de gestelde arbeidsongeschiktheid. DAF Trucks heeft vervolgens getracht om op 31 oktober 2013 een brief van dezelfde datum per koerier aan [werknemer] te bezorgen. In deze brief vraagt DAF Trucks [werknemer] nogmaals met klem om een afspraak te maken met de bedrijfsarts ter beoordeling van zijn afwezigheid. [werknemer] heeft geweigerd deze brief in ontvangst te nemen. De brief is daarop op 1 november 2013 per gewone post verzonden.

Van een werknemer mag worden verwacht dat deze redelijke voorschriften van zijn werkgever opvolgt. [werknemer] was dan ook gehouden het verzoek van DAF Trucks om een afspraak met de bedrijfsarts te maken op te volgen zodat zou kunnen worden beoordeeld of er al dan niet sprake was van arbeidsongeschiktheid. Nu hij dit heeft nagelaten komt dit voor zijn rekening en risico. DAF Trucks is daarop op terechte gronden overgegaan tot stopzetting van het salaris.

DAF Trucks heeft vervolgens op grond van artikel 7:627 BW over de periode van

31 oktober 2013 tot 11 november 2013 geen loon betaald. Er is geen arbeid verricht en er is géén sprake van één van de omstandigheden als genoemd in artikel 7:628 en 7:629 BW op grond waarvan een werknemer zijn loon behoudt. Eerst per 13 november 2013 is [werknemer] als arbeidsongeschikt beoordeeld. Eerder is Daf Trucks niet in de gelegenheid gesteld om te kunnen beoordelen of er wel sprake was van arbeidsongeschiktheid daar waar [werknemer] na heeft gelaten om de verzochte afspraak met de bedrijfsarts te maken. Voor wat betreft de periode de periode tot aan de dag waarop [werknemer] een afspraak maakte met de bedrijfsarts is er evenmin aanleiding om te oordelen dat de overeengekomen arbeid ex artikel 7:628 BW niet door [werknemer] is verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van Daf Trucks behoort te komen.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen staat vast dat [werknemer] zich op 30 oktober 2013 omstreeks 15.00 uur telefonisch heeft ziek gemeld bij zijn leidinggevende en dat deze de ziekmelding niet heeft geaccepteerd. Voorts staat vast dat [werknemer] op 11 november 2013 een afspraak

heeft gemaakt met de bedrijfsarts en dat deze, onder verwijzing naar de ziekmelding op 30 oktober 2013 en naar aanleiding van het bezoek door [werknemer] van het spreekuur op 13 november 2013, heeft geoordeeld dat [werknemer] arbeidsongeschikt was. De bedrijfsarts heeft dat op 27 november 2013 aan Daf Trucks meegedeeld (productie 12 bij dagvaarding). Er moet naar het oordeel van de kantonrechter uit die mededeling worden afgeleid dat de bedrijfsarts, hoewel hij dat niet expliciet stelt, [werknemer] over de hele periode van ziekmelding tot en met 13 november 2013 als arbeidsongeschikt heeft beschouwd. Er zijn door Daf Trucks geen feiten en/of omstandigheden gesteld die tot een ander oordeel kunnen leiden.

4.2.

De kantonrechter is met [werknemer] van oordeel dat DAF Trucks in het onderhavig geval de ziekmelding niet had mogen weigeren. Een werkgever zal een ziekmelding in beginsel dienen te accepteren, tenzij er voldoende zwaarwegende gronden aanwezig zijn om de ziekmelding te weigeren. De weigering van [werknemer] om bij gelegenheid van de ziekmelding medische informatie te verstrekken, kan hoe dan ook geen grond opleveren voor een dergelijke weigering, nu een werknemer door een werkgever niet kan worden verplicht om medische informatie te verstrekken. Die grond kan, naar het oordeel van de kantonrechter, ook niet gelegen zijn in de twijfel die bij de leidinggevende was gerezen naar aanleiding van de eerdere voorvallen. De voorvallen zoals beschreven door Daf Trucks zijn, naar het oordeel van de kantonrechter, niet van dien aard dat de gerezen twijfel een voldoende zwaarwegende grond kunnen opleveren voor weigering van de ziekmelding.

4.3.

Op grond van het vorenstaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat Daf Trucks het loon over de periode 31 oktober 2013 tot 11 november 2013 niet heeft mogen weigeren op grond van artikel 6:627 BW, nu moet worden aangenomen dat zich over die periode de situatie heeft voorgedaan als bedoeld in de artikelen 6:228 en 6:229 BW. De omstandigheid dat [werknemer] eerst op 11 november 2013 en daarmee, dat staat wel vast, te laat gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing van Daf Trucks om een afspraak te maken met de bedrijfsarts leidt, op grond van de navolgende overwegingen, niet tot een ander oordeel.

4.4.

Zijdens [werknemer] is voldoende aannemelijk gemaakt dat het de vaste werkwijze is van Daf Trucks dat zij bij ziekmeldingen de bedrijfsarts inschakelt. DAF Trucks heeft ter comparitie als reden voor afwijking van de vaste werkwijze aangevoerd dat, indien zij de bedrijfsarts zou inschakelen, zij daarmee zou erkennen dat [werknemer] arbeidsongeschikt was. De kantonrechter kan Daf Trucks hierin niet volgen. Een bedrijfsarts wordt ingeschakeld omdat de werkgever zelf niet in staat is om te beoordelen of en in hoeverre de werknemer wegens ziekte tot het verrichten van arbeid in staat is. Uit het inschakelen van de bedrijfsarts kan dan ook noch een ontkenning noch een erkenning door de werkgever van de arbeidsongeschiktheid worden afgeleid. Daf Trucks heeft ook voor het overige niet aannemelijk gemaakt dat er in dit geval redelijkerwijs van haar eigen vaste werkwijze aangaande ziekmeldingen kon en moest worden afgeweken. Zij had op die manier juist snel tegenover [werknemer] uitsluitsel kunnen krijgen over de vraag of hij arbeidsgeschikt was. Het kan dan ook, naar het oordeel van de kantonrechter, niet uitsluitend aan [werknemer] worden verweten dat Daf Trucks niet eerder in de gelegenheid is geweest om de arbeidsgeschiktheid van [werknemer] door de bedrijfsarts te laten toetsen. Daf Trucks kan zich daarom in redelijkheid niet op die grond op het standpunt stellen dat de overeengekomen arbeid niet door [werknemer] is verricht door een oorzaak die in redelijkheid niet voor haar rekening behoort te komen (art. 7:628 lid 1 BW).

4.5.

De kantonrechter is op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat de vordering van [werknemer] tot betaling van het achterstallig salaris van € 2.262,24 bruto over periode 12 van 2013 minus het bruto equivalent van € 605,21 netto dient te worden toegewezen. Ook de gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen als na te melden worden toegewezen, nu hiertegen geen verweer is gevoerd en voor het overige ook niets in de weg staat.

4.6.

De vordering van [werknemer] om DAF Trucks te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan hem te verstekken deugdelijke bruto / netto specificaties van alle nog door DAF Trucks aan [werknemer] verschuldigde bedragen op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag zal - als onweersproken- worden toegewezen. De kantonrechter ziet evenwel reden de gevorderde dwangsom te matigen en

zal dan ook als na te melden beslissen.

4.7.

[werknemer] maakt voorts aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden en dat [werknemer], nu aan de voorwaarden is voldaan, op grond daarvan recht heeft op vergoeding van die kosten. Dat hij, zoals Daf Trucks stelt, verzekerd is voor die kosten kan daaraan niet af doen.

[werknemer] vordert de buitengerechtelijke kosten overeenkomstig de Staffel incassokosten in rolzaken sector Kanton over het door hem gevorderde loon, de wettelijke verhoging, de wettelijke rente, de proceskosten en de nakosten. De kantonrechter overweegt dat de verschuldigde buitengerechtelijke incassokosten overeenkomstig het besluit alleen worden berekend over de verschuldigde hoofdsom. In onderhavige zaak wordt een bedrag toegewezen van € 2.262,24 bruto minus het bruto equivalent van € 605,21 netto te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% over het te betalen bedrag. De buitengerechtelijke incassokosten zijn aldus slechts over dit totaal bedrag verschuldigd. Nu [werknemer] de vordering tot betaling van het achterstallig salaris niet nader heeft gespecificeerd, zal de kantonrechter de te vergoeden kosten voorzichtigheidshalve begroten op € 200,00 exclusief btw.

4.8.

DAF Trucks wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

4.9.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment al kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt DAF Trucks om aan [werknemer] te betalen:

1. het achterstallige salaris van € 2.262,24 bruto over de periode 12 van 2013 minus het bruto equivalent van € 605,21 netto;

2. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% over het onder

1 genoemde bedrag;

3. de wettelijke rente over de onder 1 en 2 genoemde bedragen vanaf 2 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt DAF Trucks om binnen vijf dagen na de betekening van dit vonnis aan [werknemer] te verstekken deugdelijke bruto/netto specificaties van alle nog door DAF Trucks aan [werknemer] verschuldigde bedragen op straffe van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat DAF Trucks ter zake van de verstrekking van die specificaties in gebreke zal blijven, met een maximum van € 5.000,-;

veroordeelt DAF Trucks om aan [werknemer] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten begroot op € 200,00 exclusief btw.

veroordeelt DAF Trucks in de kosten van de procedure, aan de zijde van [werknemer] tot heden begroot op € 100,33 aan explootkosten, € 219,- aan griffierecht en € 300,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);

veroordeelt DAF Trucks in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op € 75,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast), en te vermeerderen, onder de voorwaarde dat DAF Trucks niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van de betekening van het vonnis en met de wettelijke rente over de nakosten vanaf 14 dagen nadat DAF Trucks schriftelijk tot betaling van deze kosten is aangemaand tot de dag der voldoening;

verklaart dit vonnis voor zover het veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. Callemeijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2014.