Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:5193

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
03-09-2014
Datum publicatie
03-09-2014
Zaaknummer
01/825601-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de TBS-maatregel met 1 (een) jaar.

Indexdelicten: twee bedreigingen, twee mishandelingen en een wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825601-08

Uitspraakdatum: 3 september 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1986],

verblijvende in de [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 juni 2011 is betrokkene ter beschikking gesteld.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 22 mei 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 juli 2014 en 20 augustus 2014.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het verlengingsadvies van E.P.M.T. Brouns, psychiater en plv. hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 8 mei 2014;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van de terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van:

1.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en mishandeling

2.

mishandeling

3.

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd

4.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

5.

mishandeling, meermalen gepleegd,

terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Bij betrokkene is sprake van een ernstige hechtingsproblematiek door de situatie in zijn jeugd en vervolgens een pedagogisch verwennend en derhalve verwaarlozend klimaat bij zijn getraumatiseerde tante. Er wordt gesproken van scheefgroei vanaf de puberteit, met gedragsproblemen. Betrokkene neemt weinig verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag, er is sprake van criminele activiteiten en antisociale opvattingen. De zelfwaardering

is problematisch: betrokkene is krenkbaar en egocentrisch. Hij zet een sociaal wenselijk beeld neer waaruit blijkt dat er zowel sprake lijkt te zijn van een gebrek aan inlevingsvermogen naar anderen als wel een gebrekkig zelfinzicht. Er is weinig zicht op problemen met middelenmisbruik. Betrokkene is niet zozeer impulsief, als wel

berekenend. Er is bij betrokkene sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en narcistische trekken. Er zijn aanwijzingen dat er onderliggend sprake is van

minderwaardigheidsgevoelens, waardoor betrokkene gevoelig is voor krenking, afwijzing en (dreigende) verlating. Betrokkene wil een goed mens zijn en zet zich hiervoor in. Met name bij overzichtelijke situaties en externe structuur kan hij zich correct en sociaal vaardig presenteren en werkt aan positieve levensdoelen als werk en opleiding. Hij heeft onvoldoende geleerd zijn gevoelens te herkennen, waarbij hij negatieve gevoelens loochent en afsplitst, daar dit niet past in zijn beeld van zichzelf als een "goed mens". In contact met anderen heeft betrokkene de neiging om zich sociaal, zorgzaam en hulpvaardig op te stellen. Betrokkene is zich daarbij onvoldoende bewust van zijn eigen grenzen, die hij daardoor ook onvoldoende aangeeft. Waar spanningen oplopen, bijvoorbeeld omdat betrokkene zich niet serieus genomen voelt, gekrenkt wordt of gevoelens van afwijzing ervaart of geen

overzicht heeft, kunnen de opgebouwde frustraties in rap tempo leiden tot forse agressieve gedragingen, waarbij betrokkene de controle over zijn gedrag verliest. Bij einde TBS wordt ingeschat dat het risico op crimineel gewelddadig gedrag hoog is. De risicofactoren zijn nog nauwelijks in beeld en derhalve ook niet bewerkt in de behandeling, waardoor

het risico onverminderd hoog is. Bij einde TBS en het wegvallen van een externe structuur is de kans groot dat betrokkene drugs en alcohol zal gaan gebruiken en een slecht netwerk om zich heen zal verzamelen. Binnen de behandeling bagatelliseert betrokkene

deze risicofactoren. Zijn familienetwerk is onvoldoende sturend en beschermend en zal hem, net als eerder, niet kunnen weerhouden van misstappen. Daarnaast lijkt betrokkene ook snel in een crimineel netwerk terecht te komen. Betrokkene is snel gekrenkt.

Hij loochent zijn gevoelens van boosheid en spanning. Hierdoor lopen spanningen op, waardoor hij in moeilijke situaties wordt teruggeworpen op zijn overlevingsstrategieën, waaronder controle afdwingen door fysiek geweld of antisociaal gedrag jegens mensen

die dichtbij hem staan of onderdeel uitmaken van zijn netwerk. De ernst van dit geweld zal wisselen per situatie, zoals ook bij de indexdelicten. De snelheid waarmee betrokkene in een

gevaarzettende situatie terecht komt is naar verwachting hoog, blijkens de ervaringen tijdens de PIJ-maatregel (verruiming van vrijheden) en het afglijden na einde van de PIJ-maatregel.

Terugkerend patroon in eerdere behandelingen van betrokkene is het ontkennen van delicten en het niet kunnen aangaan van daadwerkelijke behandeling. Betrokkene neemt ook op dit moment geen deel aan een inhoudelijke behandeling. Basale behandelzaken die richting moeten geven aan de behandeling, zoals delictanalyse en aanvullend psychologisch onderzoek zijn hierdoor niet op kunnen starten. Er is geen sprake van probleembesef. Met korte momenten zien we dat hij erkent dat er wel zaken zijn waar hij aan zou kunnen werken, maar verder dan dat komt hij niet. Betrokkene is door zijn massale afweer niet in staat om zijn eigen gedrag/aandeel te onderzoeken. Hij richt zich op beschermende factoren als het volgen van een passende opleiding en werk. Daadwerkelijke behandeling op de risicofactoren komt niet op gang en dit maakt de prognose gezien het risicoprofiel somber. Hoewel betrokkene zich serieus bezig houdt met opleiding en werk, zal hij naar verwachting niet in staat zijn om bij het wegvallen van externe structuur thans zelfstandig toekomstdoelen op belangrijke levensgebieden te realiseren. In de komende periode zal aan de orde komen of de kliniek nog mogelijkheden ziet om betrokkene te motiveren voor behandeling, en of betrokkene hierin stappen weet te zetten. Onder de huidige omstandigheden kan er van resocialisatie middels het toewerken naar een eerste stap als begeleid verlof, nog geen sprake zijn. Met het verstrijken van de tijd zonder ontwikkelingen bij betrokkene op het punt van bereidheid behandeling aan te gaan, wordt mogelijk besloten tot herselectie om hem een nieuwe kans hierop te bieden

binnen een andere kliniek. De centrale psychopathologie die ten grondslag ligt aan de

delictdynamiek is nog onverminderd aanwezig. Betrokkene ontkent zijn delicten, ontbeert probleembesef en wil tot nog toe niet meewerken aan de behandeling. Er is met betrokkene geen overeenstemming over de delictdynamiek en delictfactoren, en de behandeling is nog niet gestart. Dit betekent dat betrokkene vooralsnog niet beschikt over voldoende vaardigheden om in moeilijke situaties zijn frustraties of spanningen adequaat te

hanteren en hij zal terugvallen op zijn oude, delictgerelateerde gedrag, waaronder controle afdwingen door antisociaal gedrag en fysiek geweld. Gezien de vooralsnog weinig coöperatieve opstelling van betrokkene en de aard van de problematiek zal de

behandeling, zo die al op korte termijn een aanvang kan nemen, in elk geval de duur van twee jaar overschrijden.

Wij adviseren U de maatregel van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege voor betrokkene te verlengen met de duur van 2 jaar.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Jullie hebben mij onterecht veroordeeld. Ik ga niet zeggen wat mijn werkelijke naam is.

Het is niet zo dat ik feiten ontken als ik het wel heb gedaan. Ik betaal geen slachtofferschuld. Ik ga niet voor andere criminelen betalen.

De deskundige M. Pepels, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd verlengingsadvies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

In de maand mei van dit jaar heeft er een behandelplanbespreking plaatsgevonden met betrokkene. Wij hebben hem toen medegedeeld dat als de bespreking niet leidt tot een begin van behandeling dat er dan op een gegeven moment kan worden besloten tot herselectie om hem een nieuwe kans te bieden binnen een andere kliniek. Met hem is besproken dat er een transcultureel psychiater beschikbaar is. Aanvankelijk weigerde betrokkene met deze psychiater in gesprek te gaan, maar gaandeweg is hij dit toch gaan doen. Betrokkene heeft inmiddels 6 keer contact gehad met de transcultureel psychiater. Er is dus een positieve ontwikkeling de laatste tijd, zoals die ook blijkt uit de meest recente wettelijke aantekeningen. Er is inmiddels na de behandelplanbespreking in onderling overleg besloten dat er een aanvraag zal worden gedaan tot herselectie. De kliniek zal met die aanvraag tot herselectie wachten tot het einde van het jaar, teneinde betrokkene in de gelegenheid te stellen meer mee te werken dan dat hij tot nog toe doet. Het is een dilemma omdat je door zo’n herselectie de positieve ontwikkeling doorbreekt. Ik heb dit met betrokkene besproken. Betrokkene zal moeten veranderen. Ik ben altijd bereid om, indien gevraagd, een gesprek aan te gaan met betrokkene en zijn raadsvrouwe.

Enkel het voeren van gesprekken met de transcultureel psychiater is onvoldoende om de aanvraag tot herselectie te voorkomen. Betrokkene zal in ieder geval in gesprek moeten gaan met een psycholoog om te kijken wat voor een leven hij in de toekomst wil gaan leiden, wat hij daarvoor moet gaan doen, wat hij moet laten en wat hij nog moet leren. Indirect zullen dan ook de risicofactoren ter sprake komen. Vast moet worden gesteld wat nodig is voor betrokkene om niet te vervallen in gewelddadig gedrag. Verder ziet het team begeleid verlof met betrokkene wel zitten, maar wordt begeleid verlof pas goedgekeurd door het ministerie als betrokkene bereid is om de slachtofferschuld te betalen.

Ik zou als deskundige ook contact willen maken met het netwerk van betrokkene, met zijn moeder, maar betrokkene geeft hier nu geen toestemming voor. Dit contact zie ik niet als een voorwaarde, maar als een wens van mij als deskundige. Het is namelijk op dit moment niet alleen een moedeloze uitzichtloze situatie voor betrokkene, maar ook voor zijn familie.

Het is niet zo dat een blijven ontkennen van het gronddelict een struikelblok zou zijn voor verdere behandeling. De opdracht in de tbs-setting is om te kijken hoe iemand in de toekomst niet weer in de problemen komt. Dat betrokkene het niet eens is met zijn veroordeling, behoeft geen struikelblok te zijn. Er moet creatief naar de onderhavige situatie worden gekeken, er is ook sprake van een stukje cultuur dat een rol speelt en een patroon waar rekening me moet worden gehouden.

Ik snap de redenering van de raadsvrouwe om de terbeschikkingstelling slechts met één jaar te verlengen. Ik sta daar, om betrokkene perspectief te bieden,niet onwelwillend tegenover, maar het voegt verder niets toe.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene is kennelijk moedeloos, maar de recente wettelijke aantekeningen laten ook positieve ontwikkelingen zien. Dat doet goed. Zo gauw er met betrokkene gesproken wordt over het delict dan gaat het fout. Echter het verleden staat, juridisch gezien, vast. Betrokkene is veroordeeld tot onder meer terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Dat houdt onder andere in dat, als betrokkene niet meewerkt, hij zijn hele leven in de terbeschikkingstelling zit. Het is beter dat betrokkene naar de toekomst kijkt.

Ik persisteer bij mijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

Indien de rechtbank zou besluiten tot verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar, zou de rechtbank tevens moeten benoemen waarom zij heeft besloten de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar in plaats van twee jaar. In die periode van een jaar zal betrokkene dan moeten laten zien dat hij meewerkt en de kansen pakt die de kliniek hem aanbiedt. Ik zal dienaangaande contact houden met de kliniek.

De raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene heeft nog steeds veel moeite met de veroordeling. Niettemin zou hij de hulp die de kliniek biedt, moeten aanvaarden. Daarin lijkt de enige oplossing gelegen voor betrokkene. Een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar werkt ontmoedigend. Gelet op de dreigende herselectie en tevens om betrokkene te motiveren, geef ik de rechtbank in overweging de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen en niet met twee jaar. Aldus kan de rechtbank een vinger aan de pols houden aangaande de ontwikkelingen die komen gaan met betrekking tot de herselectie.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Gehoord hebbende de argumenten van de raadsvrouwe van betrokkene en het feit dat de deskundige en de officier van justitie zich niet daartegen verzetten, vindt de rechtbank het belangrijk dat er eerder dan over twee jaar pas een toetsmoment plaatsvindt. De laatste tijd is er sprake van een positieve ontwikkeling in de behandeling van de terbeschikkinggestelde. Zoals blijkt uit hetgeen de deskundige ter zitting heeft verklaard, moet de terbeschikkinggestelde de komende periode laten zien dat hij deze positieve lijn kan voortzetten en dat hij zal gaan meewerken aan de minimale voorwaarden die worden gesteld. Dit wil zeggen dat hij verder in gesprek moet blijven met de transcultureel psychiater, in gesprek zal moeten gaan met de psycholoog en de eerste stap moet zetten voor een goedkeuring voor begeleid verlof. Dit alles heeft de terbeschikkinggestelde voor een groot deel zelf in de hand. Indien hij deze voorwaarden niet zal naleven, zal er een herselectie plaats gaan vinden. De rechtbank acht het noodzakelijk dat over een jaar opnieuw wordt bekeken hoe de terbeschikkingstelling verloopt, of de terbeschikkinggestelde zijn medewerking aan de behandeling heeft voortgezet en wat de perspectieven voor de terbeschikkinggestelde op dat moment zijn. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom verlengen met één jaar. De rechtbank wil benadrukken dat uit het feit dat de terbeschikkingstelling nu met één jaar wordt verlengd, betrokkene niet de conclusie kan trekken dat over één jaar de terbeschikkingstelling of de dwangverpleging (voorwaardelijk) beëindigd zal worden.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. T. van de Woestijne, voorzitter,

mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. W.J.M. Fleskens, leden,

in tegenwoordigheid van L.D. Wittenberg, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 september 2014.